
Danielle Cornelissen meldt overlijden Hans -Toestand hans plomp zeer zorgelijk
Danielle Cornelissen meldt overlijden Hans.

Sporen van je vacht,
je haren overal in ’t rond,
op stoelen, de wc-bril,
op mijn kleren, in mijn mond
en telkens lieve engel
moet ik denken
aan je goddelijke kont,
neem me niet kwalijk,
aan je goddelijke vonk.
Hans Plomp (1944)
van meerdere kanten werd ik al bericht over de zorgelijke toestand van dichter organisator ruigoorder HANS PLOMP – hieronder op het youtubefilmpje in een stoel gezeten. alfredex berichte mij – dat gaat niet goed. soms heb je van die mensen – heel soms – soms schrijven die mensen geschiedenis – hans was een van die mensen –
https://1001gedichten.nl/boeken/4013/dit_is_de_beste_aller_tijden
IEN VERRIPS en de olympics – het EERSTE GOUD!

overmacht is in mijn leven
niet meer dan een lekke band
mijn afspraak met de huisarts
in het nauw maar geen zorg
sowieso iets onbenulligs
nu is mijn fietsmaker met vakantie
ook overmacht 3 weken lang
geen fiets geen actieradius
dan tot de supermarkt
het bier laat ik bezorgen
installeer me op de bank
genietend van bijna en net niet
totdat het eerste goud wordt opgehaald
we horen er weer bij
geloof ik
aug 2024 / ien verrips
IEN VERRIPS: wat doet een held?

wat doet een held
als hij gewonnen heeft
het heldendom geen nut meer
zijn daden bekend gemaakt
opgepoetst en opgetuigd
weer doorverteld
wat moet een held
als hij is overwonnen
maar er geen heldendood gestorven is
wat moet zo’n held
werkloos terend op wat oude roem
zich afvragend of het de moeite waard was
of hij als held geboren is
of eigenlijk toch niet
IEN VERRIPS
Karin Beumkes: ‘weet je nog.. ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje – ik trok je naar ons paradijs…’

Hier het diggie.
Speelgoedpaardje
Sprookjesdier
speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder
velletje oud
oogjes zo wijs
van vroeger ben je
weet je nog..
ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje
ik trok je naar ons paradijs
dan zwierf ik met je langs de zee
geduldig leerde ik je baden
totdat je wit en schoon en nobel was
de koningin te rijk kamde ik je manen
en zon toverde bezieling in je oog van glas
je bent veranderd in een zebra
wat heeft de tijd met ons gedaan
die rusteloze wezel
haat kinderlijk duimendraaien aan het raam
het dromerig gekwezel
en ik heb ook niet goed op je gepast
laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim
je krijgt je paardenkracht terug
in elke vezel
ik streel je levend
tot op het allerlaatste puntje van je kruin.
Muziek: Kim – J’aime la vie https://youtu.be/SJKFT0VUyf4
Vier het leven! Al mijn liefs
Karin
DITMAR BAKKER over de dauwdrop die verkwijnt

over wie ik het wil hebben
een gedicht is soms heel soms een tekening
die nog gemaakt moet
om te krassen in die boom van toen
Natuur ontwaakt in goud,
kleur die zij het kortst houdt,
bloeit pril haar bloemenblad,
een uurtje–of zowat,
dan vallen blaadjes af:
een godgegeven straf,
een dauwdrop die verkwijnt.
Alles goud verdwijnt.
Ditmar B
Cristian Pielich – het gedicht van de week – ‘nu is het pas echt stil…’

we kennen de dichter beter als comedian – maar in de comedian schuilt zo af en toe ook een dichter –
en zie hierboven de dichter aan het werk: prachtig subtiel gehouden weemoed – alle romantische elementen zijn aanwezig – het is een gedicht met ietwat bittere weemoed, er is nacht, er is muziek en eigenlijk is er niets meer – alleen de ik persoon in zijn alleenheid – de dichter. de romanticus.
Cristian Pielich brengt de weemoed tot aan de rafelranden van de liefde – heel persoonlijk en toch heel algemeen gehouden – het verlangen ook.
een Groet op de vrijdag: ‘herinner je geen dingen die nooit gebeurd zijn…’
VON SOLO – DERREL NIEMEIJER – EINDHOVEN

Een paar jaar geleden kwam ik op een zondagavond thuis van café de Gouden Bal in Eindhoven. Ik was die namiddag naar een poëzie happening geweest in de geest van Derrel Niemeijer. Ik strompelde moeizaam het huis binnen. Mevrouw Solo riep lachend van boven, dat ik zeker weer te veel gedronken had. Dat klopte. En ik had een forse smak met mijn OV-fiets gemaakt in Eindhoven en mijn ene bil was blauw en twee keer zo groot als mijn andere. Misschien was ik ook wel aangereden. Dat wist ik niet meer zo goed. Binnen drie dagen was ik weer in staat voorzichtig te joggen. Mijn lichaam herstelde nog snel.
Iets minder lang geleden kwam ik op een zondagavond thuis van de Gouden Bal. Een gelijksoortig liedje. Gelijk Lazarus strompelde ik het huis binnen. Ik lachte mijn tanden bloot en mijn dochter kwam niet bij van het lachen. De helft van één van mijn voortanden miste. Het gaf me zoals mijn dochter zei, ‘het uiterlijk van een dakloze’. Of ik nou in Eindhoven op het station op mijn plaat was gegaan of dat ik in de fietsenstalling in Rotterdam tegen een rek opgelopen was, wist ik niet exact meer. Het was dus weer prijs. De volgende dag trok de kater rustig voorbij en de verzekerde mijn tandarts me, dat dat tandje zo opgelapt zou zijn. En dat was ook zo.
Toen ik twee dagen daarna weer al mijn tanden had en helemaal helder van geest was, begon ik na te denken. Het leek wel of de geest van Derrel Niemeijer me elke keer als ik de Bal bezocht te grazen nam. Ik kon me perfect voorstellen hoe hij zijn krachten aanwende om mij bewust te maken van mijn nietigheid. Hoe hij zorgde voor dat kleine struikelsteentje om me duidelijk te maken, dat als je wil dichten als een maniak, je ook de gevolgen moet willen en kunnen dragen. Zoals ook hij altijd deed. Derrel lachte me uit elke keer als ik op mijn bek ging. En terecht.
Afgelopen maandag kwam ik met de trein om kwart over tien uur in de ochtend aan in Eindhoven voor mijn werk. Het bedrijf waar ik heen moest was een half uur fietsen van Eindhoven Centraal. Ik liep de kelder in op zoek naar een OV-fiets, Daar lachte een conciërge met een gebit als een fietsenrek me toe. ‘Oem niegen oer woaren ze oalemoal oal wegh’. Vertelde hij me in dat prachtige Eindhovense accent. Ik wilde vloeken en tieren. Nu zou ik nooit op tijd op mijn afspraak komen. Maar koos ervoor te berusten. Tien minuten later liep ik de stationshal in om aan de andere kant van het station de bus te pakken. De hal was leeg. Vlak na de poortjes glinsterde een muntstukje op de grond. Ik bukte, pakte het op, bekeek het. Twee cent. Zo’n muntje waar je net niks aan hebt. Toch stak ik het in mijn kontzak.
Uiteindelijk kwam ik bijna op tijd waar ik zijn moest. En naderhand was er ook weer iemand zo vriendelijk naar Eindhoven Centraal te brengen. Toen ik het perron op liep, scheen de zon me in het gezicht. Net als op een middag in tweeduizendzestien. Ik voelde het muntje in mijn zak en er verscheen een glimlach op mijn gezicht. Soms mag je in Eindhoven gewoon niet de fiets pakken blijkbaar. Boodschap ontvangen.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Mirjam AL 15a over het ‘ijzig zwijgen’

www.pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 15a – dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.




