
maar wel zacht
we zouden samen M- S- kunnen doen
lachten we op een bankje
jij dacht aan wilde dingen
ik aan de dichteres met die naam
ik weet niet hoe vaak je zei
je moet niet voor mij denken
ik dacht aan mijn hoofd zei ik
en het hoofd het dacht:
we hielden vast aan wat we vonden
lieten los wie we waren
en het dacht ik ga je ontvoeren
ook aan vertrekken om te houden van
pom wolff













