Ditmar Bakker haalt nog voor het slapen gaan even uit: over ‘het pseudoniem (& glijporum) “Bas Boekelo” – een perfide man die haat en domheid zaait…’


Pom, liefste,

Voor de liefhebbers: op een website voor rijmelaars (waar, onder anderen, een perfide man onder het pseudoniem “Bas Boekelo” nog immer haat en domheid zaait) liet schrijver dezes zich eens verleiden tot het construeren van sonnetten die stiekem opgebouwd waren uit higgledy-piggledy’s dan wel olbols. Het betroffen gelegenheidsdichten, hieronder ongewijzigd weergegeven—de eigennamen incluis.

In het magnum opus ‘Zeslettergrepigheid’ (een woord dat, tussen haakjes en ironisch genoeg, de hoofdklemtoon op de tweede lettergreep draagt) van H. Polzer vindt men de uitvinding van het construct op p.92. Zoals ondergetekende de van zelotisme haast waanzinnigen op hierboven omschreven website trachtte in te doen zien: een dergelijk construct zal bij hantering van staand rijm aan het eind van de oneven sonnetregels altijd conflicteren met het door de olbol (goed, door A. Hecht & de zijnen) gedicteerd & zeer strak dactylisch metrum. Het creëeren van een zogenoemd ‘olsonbolnet’ met staand rijm op de oneven regels van de eerste acht (zoals Polzer deed in zijn geversificeerde hapax), leidt onvermijdelijk tot schrikkelrijm óf een doorbreken van de dactyli door brevis in longo—beide door De Drs. als doodzonde bestempeld, als we dan toch tot in de marges dooremmeren. De enige manier om zulks te vermijden, is door de constructie van een glijdend rijm in de oneven regels van het octaaf, zoals onderstaand in III. is gebeurd. Het slepende rijm in I & II. blijft ongeveer zo onvolmaakt als dat van Polzer in zijn construct. Uit met dichterlijke idolatrie!

Overigens ben ik van mening dat Lucebert een nazi was (zie, tussen haakjes, ook eens het saillante naschrift van Alexis de Roode c.q. de redactie van Hekelvers bij de laatst geplaatste verzen aldaar. Het ware kostelijk zo het niet zo navrant was.). 


I.
Bas, nu uw achting graag! Ja, kom erbij (door ‘m
hier te betrekken vermijd ik de smaad).
Zag u ooit hier op dit dwingelandijforum
dichtwerk zo sierlijk en zo adequaat?

Dat dacht ik ook al niet. Zie toch zijn glijporem
glimmen: de vlegel die brille slechts haat.
Hoon valt ten deel aan het rijmelarijschorem
dat, blijkens stoplappen, immer bestaat.

Toch is ’t funest, weet u,
langer zo door te gaan—vierkant
verdommen wij haarkloverij.

Vijftien april heet nu
Olsonbolnettendag! Hier kant
de meute zich vast tegen mij…

II.
Juffrouw Verlinde met juffertje Prik door de
gangen: een dinsdag in ’t schools internaat.
Zien zij daar Hendrik! Zijn wedervraagantwoorden
zelden opmerkelijk, nooit accuraat.

“Zeg, mijne juffers!” Indachtig slechts lustmoorden
nemen zij Hendrik welwillend de maat.
Disassociërend naar amusementsoorden
luisteren beiden ontstemd maar beaat.

Dan zijn ze boos. Ik zie
beiden hem optaters geven—hij
schreeuwt, en rent schreiend naar bed.

Niet meer getergd door die
klaagmuurklachtlangspeelplaat schreven zij
blij een dactylisch sonnet.

III.
Dit had ze nooit verwacht. Oh, welk 1 odium!
Wee diva Ditmar in dit exposé:
Amper beklom zij het mooischrijverspodium
Toen iemand baste: “Welk lipdiarree!

Poep aan de nieuweling!” ‘Slik een Imodium®!’
Riep zij. ‘Of beter, je neemt er maar twee!
Stinkend uw wonde: als heelmeestersjodium
strontwerpen is, doe ik graag met u mee:’

“Weg met de voorschriften!”
Riep zij zeloten toe. Hinderlijk
werd ze genoemd, en gehoond.

Hoor ze nog doorkiften…
Polzerdiscipelen. Kinderlijk
kliederwerk werd hier getoond.

D.

Share This:

Martin Sjardijn wint de enige echte virtuele – het beste gedicht moet nog geschreven op pomgedichten punt nl – Anke Labrie en Petra Maria zilver, Vera van der Horst en Jako Fennek brons

alles overziende – met dank natuurlijk aan alle dichters die instuurden deze week – er waren prachtwerken bij (Petra Maria, Anke Labrie, Martin Sjardijn) – prachtregels ook (Cartouche, Erika De Stercke) – prachtige gedichten die nog een beetje aandacht behoeven Vera, Jako) – er was heel veel te genieten deze week. komen we bij de verdeling der ere metalen. de goudprijs steeg tot ongekende hoogte deze week – maar dan heb je ook wat – dan heb je Martin Sjardins eenvoud in handen (niets is hem liever dan eenvoudig mooi – laat ik er ook eens een eigen dichtregel bij schrijven) – Petra Maria en Anke Labrie delen het zilver en Vera en Jako delen het brons. van harte! buiten elke categorie Ditmar Bakker – de eervolle vermelding treft hem.

(…)

Zo waren we
aan de kusten
de fruits de mer
geruis van zee
nooit meer
de armzalige Nietzsche
met dode god
en altijd
het hele heerlijke

naast de vluchters
langs de vuile kades
van Dunkirk

altijd met jou
je rode haar
als warme wind



Martin Sjardijn
www.sjardijn.com


–>
een kleinood van Martin – de bijgevoegde voordracht per stem krijg ik niet in mijn computertje geplaatst – de moeite waard van het beluisteren zeer zeker – het gedicht op zich zeer zeker ook de moeite waard – in alle eenvoud – zeg maar rustig  recht door zee. ik denk dat de naam Nietsche gewoon weggestreept kan: ‘de armzalige met de dode god’ is dichterlijk genoeg beschreven.
  • Petra Maria – dat het de eeuwigheid raakte
  • Ditmar Bakker – over ‘de voze spruitjesgeur van haar vagijn…’
  • Vera van der Horst – van -dat- gevangen in verlangen zijn
  • Rik van Boeckel – honing het medicijn dat de dagen kleurt
  • Frans Terken – de opwinding bij die eerste blik
  • Anke Labrie – sommige vrienden sterven veel te snel
  • Cartouche: ik krijg het niet gezegd
  • Martin Sjardijn – zo waren we
  • Erika De Stercke – ik geef (ze) nu ze dood zijn gelijk
  • Ien Verrips – opgelost al voor ze mij bereikten
  • Jako fennek – ze weten niet van beter
wie wint de enige echte virtuele – het beste gedicht moet nog geschreven op pomgedichten punt nl? ja pas als alles is verwerkt en alles ook bijna met de vuilnisman kan worden meegegeven – dan pas kunnen de beste gedichten geschreven – over hoe mooi, bijzonder, uniek, onvervangbaar en vooral ook adembenemend de geliefde van toen, de geliefde van ooit was.


het is best moeilijk – denk ik – zal ik zeggen
om niet te zeggen wat ik zeggen wilde
toen
 
jij aan het vergeten ging
ik mijn beste gedicht nog moest schrijven
alle warmte uit de tijd geslagen werd
 
 
pom wolff

u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
toen ze voorbij kwam
strekte je nog ademloos
de handen uit

alleen jouw geur
bleef dwalen als
bossen vol rozen

daar heb ik jou gevonden
je leek zo bevroren
in de tijd

de mooiste woorden
ben ik vergeten
maar ik weet zeker

dat het de eeuwigheid
raakte
en de liefde

petra maria

–>
we verwachten bij dit thema toch iets van mooi en van een heerlijke weemoed, een terugblik met een rouw randje maar ook de opluchting van voorbij, een frisse nieuwe wind – nieuwe adem mooie poëzie! we gaan het ervaren in deze zondagochtendwedstrijd op uw eigen pomgedichten punt nl.  we lezen zo graag hoe het zover heeft kunnen komen en dat de dichter er gehakt van draait onee dat is de slager. poëzie in ziet is beter gezegd.
nou petra maria komt deze week een heel eind. ‘bevroren in de tijd’ is de geliefde – het zal je maar gezegd zijn. maar dan toch lezen we de woorden van liefde en van de eeuwigheid gesprenkeld over de persoon, nee gesprenkeld over de rozengeur die deze persoon naliet. eigenlijk mis ik de maneschijn een beetje om het beeld helemaal compleet te krijgen.
De Kunst

’t Is een goedkope goocheltoer
die dichters doen. Elke auteur
een quasi-chique souteneur
die ’s werelds alleroudste hoer
uitvent, hautain. Een parelsnoer
in ’t kaarslicht krijgt bij dag de kleur
van plastic. Feminien odeur,
belofte van jasmijn, saffloer,
verhult de voze spruitjesgeur
van haar vagijn. Parfait amour
u aangeprezen, stelt teleur,
want blijkt geen liefde, maar likeur
geschonken naast een plat du jour
als varkenskost. Kunst? Farce majeure.

Ditmar Bakker


–>
Ditmar maakt inderdaad gehakt van het sprookje dat dichters ook maar één waar woord zouden kunnen schrijven of iets van echtheid in zich herbergen. het is vreselijk volk meneer lezen we bij deze dichter, die het kan weten. want Ditmar dicht wat af – tegen de klippen van het leven op. slotconclusie: dichters deugen van geen kant. we lezen over plastic en we lezen: “Elke auteur een quasi-chique souteneur die ’s werelds alleroudste hoer uitvent,… ”  – we weten weer wie we zijn, hoe we zijn, wat we zijn en zelfs van het waarom. en het erge is dat ik vermoed dat Ditmar het zo vreselijke gelijk aan zijn kant draagt. deze heren versie geldt ook de dames al zullen de bewoordingen net even anders liggen. Bettie krijst van onder de douche vandaan: ‘meneer wollufs handen af van ditmar hoor, ik kan niemand die eerlijker schrijft en indringender dan dichter Dit – de hete straal altijd op de juiste plaats gericht,…’ ja Bettie dichter Ditmar houdt nu eenmaal van de dingen die het leven mooi en warm maken – van woorden.


Dichtte je mij

Jij, die alles dicht wat open is
heb je ooit woorden over mij
gelegd, me ooit in zinnen gepakt
zoals ik rijm van jou, de nachten dwing
te zwijgen over -toen-, de dagen loszing
van -dat- gevangen in verlangen zijn
en tussen dag en nacht slingeren
je woorden aan – weet ik wie- of mij?

Verberg je me in neuzelende poëzie
of loop je zelf verloren in -wat-
ik lezen wil, en geven wil.
Op afstand was je als wie
dan ook het dichtst bij mij.
Mijn dichter, dicht me dichterbij.

Vera van der Horst


–>
dichters die dichten en open wonden helen of opnieuw openrijten – of varianten hierop – we lazen het vaker. ik krijg toch de behoefte bij dit gedicht om de minder mooie delen weg te halen – want ergens vermoed ik wereldregels die ik zelf graag geschreven had – dichten is ook weghalen en is ook de regels situeren zodat ze onontkoombaar overkomen – koplandachtig beeldend werken: hier liggen tientallen mogelijkheden voor de hand – ik kies deze:
 
zoals ik de nachten dwing
te zwijgen over -toen-, de dagen loszing
van -dat- gevangen in verlangen zijn

je woorden aan weet ik wie of mij
verloren in wat ik lezen wil en geven wil.

op afstand was je als wie dan ook
het dichtst bij mij, mijn dichter
dicht me dichterbij.

prachtig!
Zachte noten

We raken de snaar van ‘t hart stil aan
spelen zachte noten als zielsverwanten
het lied leidt haar eigen zegeningen
naar de val van komende dromen

jij zal haar zingen en vangen
vindt een stem van diepgaande dagen
spreekt de tong van jaren weemoed aan
wandelt langs breekbare raamkozijnen

we lopen de vertolkende droom achterna
over de brug naar nieuwe verbinding
verwerken als bezige bijen de tijd
honing het medicijn dat de dagen kleurt.

Rik van Boeckel
9 januari 2021


–>
‘zielsverwanten, zegeningen, vertolkende, verbinding’ zijn de woorden die de meer sprankelende woorden in dit gedicht doen doven. de beelden ook net iets TE gezocht en iets van TE veel: een stem van diepgaande dagen maar dan ook nog de tong van jaren weemoed enz enz – nee deze is echt minder een echte Rik van Boeckel. het is niet alle dagen feest zullen we maar zeggen.
Blikvanger

Hoe je bladert door de kalender
de dagen die niet bevallen
je noemt ze niet
negeert ze

ze tellen niet
op de schaal van heuglijk
afgeschreven is een beter woord
je scheurt ze los en gooit ze weg

bleek en leeg zijn ze
bij die ene stralende dag
die buiten alle vergeten valt

die dag met rood omcirkeld
roder nog als de konen gloeiden
de opwinding bij die eerste blik

© FT 09.01.2021


–>
een gedicht dat ook van onder naar boven gelezen kan worden. dichter kiest ervoor om de lezer met een fijn gevoel achter te laten – een hele opbouw naar dat ene gelukzalige moment. en na dat moment wordt het allemaal niet beter. maar dat hadden we dan al gelezen. frans keert de werkelijkheid in tijd om – dichters bieden troost.


dan pas
 
als er nog iemand over is gebleven
– sommige vrienden sterven veel te snel –
die bereid is om te luisteren
 en nog in staat is om het op te schrijven
– wiens naam eronder komt te staan
maakt me dan niets meer uit –
zal ik uiteindelijk de woorden vinden


anke labrie
(2021)


–>
een overweging wellicht een noodkreet – voor de lezer  woorden die je per woord uitschenkt  op een eetlepel – en je neemt steeds een beetje in. gulzig naar binnen slikken doet verslikken. nee heel gepast, woord voor woord dichters woorden in je opnemen. en dan is het kwestie van afwachten wat het geheel gaat doen: of er woorden worden gevonden – of de fles gevuld kan worden. of het vaccin tegen ontluistering zal werken en voor hoeveel procent.

Samensmelten

het voetstuk waarop jij stond, het hoofdeinde
en ik aan je voeten, streelde je G-spot – ook daar
ligt er een zoals elke dichter weet – jij straalde
een en al brons – samengaan van warmte
en kracht als een tot leven gewekte –
 
ontvlamde
 
ongenadig mallorcaans, zo kwamen we
traden de wet met hand en tong tezamen
tot mythe – stof om je mee in te dekken
een onbesproken te ontknopen droom
oog dat verlekkert, knop die zich heft
 
tot het ondenkbare
 
koper van de zon
boven het ribbenraam van tinmetaal
dat zich voorgoed gedragen denkt tot dat
het zich verliest in het plooien van de nacht
de tijd een beeld tot verstarring brengt
 
hoe apart
goddomme ik krijg het niet gezegd
 
09-01-2021
GV / Cartouche

–>
een hele opbouw – en Cartouche trekt alle dichtersladen open en ja hoor daar liggen Cartouches woorden voor het oprapen en Cartouche raapt ze natuurlijk ook op – in een ademstoot in een ademtocht in alles wat ie in zijn donder heeft, alles maar dan ook alles – maar voor haar is het niet genoeg om haar in zijn woorden te vangen – en daarom lezen we uitgeput die prachtige laatste regel – een van de mooiste slotregels in een Nederlands gedicht ooit geschreven: “goddomme ik krijg het niet gezegd” – een regel die zo mooi en kernachtig is dat ie makkelijk op zich zelf kan staan. het gedicht erboven overbodig maakt.



route

de lat valt laag op avonden waar melodieën 
mijn stilte in neuriën opdrijven, muzikanten 
wisten het en ik geef nu ze dood zijn gelijk

applaudisseren als een zwerm muggen op
dreef aan deze tafel van ontspanning, ik nip 
aan de toekomst, voorlopig met één glas 

bochten en zijn wrevelsporen poets ik weg
vind de schakeling tot hogere versnellingen
in een lawine van woorden 

Erika De Stercke


–>
“muzikanten wisten het en ik geef ze nu ze dood zijn gelijk” – een wereldregel, werkelijk prachtig! maar nu om deze regel heen nog graag een goed gedicht geschreven – zonder clichés en opsmuk. hoe kan een mens ZO vreselijk mooi maar ook zo vreselijk lelijk achter elkaar schrijven – neem nou de volgende passage: “zijn wrevelsporen poets ik weg vind de schakeling tot hogere versnellingen…”


jouw woorden
onbekommerd uitgesproken
dwarrelend als zoete sneeuw
opgelost al voor ze mij bereikten
in mijn herinnering
de mooiste
ooit gezegd

Ien Verrips


–>
Ien doet/houdt  het kort en natuurlijk ook  – mogelijk conform haar eigen natuur – je weet het niet als lezer – een beetje vilein. de woorden zijn/waren de mooiste maar dan wel alleen in dichters herinnering – en in real live de zijn de woorden al opgelost bijna voor ze uitgesproken werden – dichter relativeert in een klein gedicht alle kanten van de tijd – en toch met lieve accenten – waar vind je nog ‘zoete sneeuw’ – deze suikerverslaafde dichter lezer verneemt nog graag even de vindplaats.
Een goede morgen, Pom!

Hier wind, luid en koud. Goed voor poëzie met een warm kop koffie.
Maar ik moet op pad.
Blijf lekker binnen, hou je taai, geniet de dag! Dat is mijn wens.
Groet van Jako



schors
 
ze weten niet van beter of het beste
schrijven in het zand
nabij de vloedlijn zinnen
alsof gekerfd
met mes in boomschors
 
een hart, een pijl met initialen
ze zijn nog onervaren
beginnen een gedicht, waarin
het leven uitweg zoekt
 
als de zon valt golven keren, vult
de wind de sporen van de woorden
houdt de liefde adem in
 
jako fennek


“alsof gekerfd
met mes in boomschors” is echt teveel en storend. zonder die overbodige regels houden we een heel aardig gedicht over – over hoe het leven onbekommerd tegemoet getreden wordt in jonge tijden – wijze woorden van iemand die het allemaal heeft overleefd en zonder belerend te zijn inderdaad van beter weet.

Share This:

Yvonne Koenderman over de ‘Regen dagen’ en ‘genieten van het thuiskomen’


Regen dagen
spoelen schoon
dennennaalden en zand
 van het tuinpad
wat binnen knarst
en zout van verborgen
tranen van vreugde
of verdriet

ze laten je dansen in plassen
genieten van de druppels
op je huid en mopperen op
de lucht van oude natte hond
die als een foute dweil
over de vloer gaat na zijn rondje

extra genieten van
het thuiskomen
en als dan de zon weer komt
natte bladeren drogen
terwijl lichte vorst de nacht beheerst
de prikkelende geur van winter


Yvonne Koenderman

Share This:

Suzanne Krijger online les: ‘Ik bewoog mijn lippen tussen mijn tanden en keek naar het plafond, en toen naar de fruitschaal, de scheve foto aan de muur en de net nieuwe scheurkalender…’

#2
School: De eerste echte online theaterles


Ik zat klaar achter mijn eettafel. Oortjes in mijn oren gewurmd, in de hoop er de rest van de les niet meer aan te hoeven zitten, mijn waterfles naast me, haar in een knot, ogen op scherp en de helderheid van mijn laptop iets lager dan normaal. Tegen de vierkante ogen. Ik was vanochtend op tijd opgestaan en had mijn tanden gepoetst met verwachtend enthousiasme. We mochten weer: school. Ik hoopte dat ook in de online wereld mijn enthousiasme gevuld zou worden met het plezier en de leermomenten van het vak. Met een zucht, een kuch en aanschuivende stoel klikte ik op ‘Join.’


Langzaam popten de gezichtjes van mijn klasgenootjes op. Mijn beeld vulde zich met acht afzonderlijke wereldjes. Als eerste vloog Ivo in beeld. Hij zat nog in zijn kersttrui en draaide rondjes op zijn bureaustoel. Plop, Noortje volgde. Met haar gezicht zo verward als haar knot. “Effe wennen he” zei ik. “Hè, wie zei dat?” Vroeg ze. “Ja dat het effe wennen is.” “Oh ja goh, zeker. Ben net uit m’n bed gerold. Nee mam ik had het niet tegen jou.” Haar moeder liep als een schim het beeld in, en zeven handjes vormden één groot ‘Hallo’ op het scherm. “Hi mevrouw.” Ze verdween haperend uit beeld terwijl haar voet vastlopend bleef hangen. “Zo dan, we zijn er allemaal” zei Elsa. “Dan gaan we maar beginnen.”


We kregen onze eerste opdracht. In tien minuten moesten we voor onszelf bedenken, en opschrijven, wat je aan het einde van deze periode geleerd zou willen hebben. Ik voelde me enigszins gek. Zo achter een computer. Alsof ik in een verhoor zat, afgezonderd van de anderen, en er zo maar mensen mee kunnen kijken. Hmmm. Ik bewoog mijn lippen tussen mijn tanden en keek naar het plafond, en toen naar de fruitschaal, de scheve foto aan de muur en de net nieuwe scheurkalender die tussen mijn twee ramen bungelde.


De regendruppels buiten vingen mijn blik, waar een man post aan het bezorgen was. Kletsnat rende het oranje jasje van deur tot deur. Zijn hoofd bleef voor mij een mysterie. Ik vroeg me af hoe laat hij uit z’n bed gerold was. Arme bezorgers. En wij maar online bestellen.
“Ivo, wil jij je camera wat naar boven draaien, want ik zie zo steeds je typende vingers in beeld” onderbrak Elsa onwetend. “Oh ja, ik zie het. Sorry.” Ik keek naar zijn beeld. Inderdaad. Tien tikkende vingertjes bewogen ritmisch voor mijn ogen. Grappig eigenlijk, het kon bijna een voorstelling worden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is suzanne-krijger.jpg

Het volgende blokje greep mijn aandacht, waar Elsa zich in bevond. Haar achtergrond was gevuld met de muren van haar woonkamer. De open haard mondde uit in een aantal hangende planten, die op beeld een pruik voor haar korrelige gezicht vormden. Ik had haar woonkamer niet zo verwacht. Voor zo een iemand die een Russische dansschool had afgerond zou je toch ja… Een andere kleur muur verwachten? Minder planten?


Er popte plots een handje op in iemands blokje. Esther had een vraag. “Ja ik hoorde dus niet helemaal wat u zei. Mijn verbinding liep vast.” “Verbeelding liep vast?” Vroeg Elsa. “Dat is niet zo best, voor iemand die een theateropleiding doet.” “Nee nee, verbinding. Ik hoorde uw vraag niet.” Terwijl ik bijna in mijn slok water stikte zag ik acht op-en-neer bewegende ‘pixelhoofdjes’ die mijn beeld met gelach vulden. Elsa beantwoordde haar vraag. 


Van een vastlopende verbeelding had ik geen last, wel een slapend been. Een slapend been en nog geen antwoord op de gestelde vraag. Wat wilde ik nou geleerd hebben aan het eind van deze periode. Terwijl elk blokje afzonderlijk weer een gebogen hoofd naar een blad op tafel vormde staarde ik nog even naar buiten. De postbode was helaas ook weer doorgereden. Als het wel een postbode is, misschien is dat wel helemaal niet zo. Misschien keek hij via zijn TomTom stiekem wel mee in deze meeting. Ha, dan had ik dat toch mooi gevonden.


“En Suzanne. Laten we bij jou beginnen. Wat heb jij?” Vroeg Elsa. Ik had natuurlijk nog niks opgeschreven. Mijn eerste impuls ving me stotterend op: “Aan het eind van deze periode wil ik geleerd hebben om mijn verbeelding te laten vastlopen, en mijn verbinding met de les meer aan.” De klas lachte en knikte tegelijk. Ik keek nerveus lachend naar het blokje van Elsa. “Ja, dat lijkt me een goede, haha” zei ze. Terwijl Elsa de volgende student de vraag stelde wierp ik nog één blik naar de fruitschaal: “Oké Suus, bij de les blijven” zei ik. De twee appels en laatste banaan lachten me toe. Nog twee uur te gaan.

Suzanne Krijger
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is suzanne-krijger.jpg

Share This:

Mirjam Al en Merik van der Torren bij het overlijden van de dichter Tito de Vries: ‘je donkere Indische ogen, je rasta-vlechten, O, Tito,…’

je donkere Indische ogen, je rasta-vlechten,
O, Tito,

Tito de Vries, dichter, muzikant, beeldend kunstenaar;
Merik: “Hoe heb je Simon leren kennen?” Tito: “Ik kende Simon al heel lang, al sinds 1954. Van mij waren toen een aantal cartoons gepubliceerd in Vrij Nederland en bij de eerste ontmoeting met Simon, vroeg deze of hij een interview met mij mocht afnemen om in de Haagse Post te plaatsen. Ik heb daarna steeds contact gehouden met Simon. In 1983 kwam ik hem op de hoek van de straat tegen en zei hij tegen me: ‘Ik ben een schrijfworkshop begonnen, heb je zin om mee te doen?’ Zo ben ik bij schrijfworkshop De Klus gekomen. Toen Simon na tien jaar ophield met het voorzitten van de schrijfgroep, heeft hij De Klus nagelaten aan Yermac de Wit en mij. Tot de dag van vandaag draait De Klus door. Iedere maandagavond komen vijf, zes, soms wel tien of twaalf schrijvers bijeen om aan de hand van thema’s, gedichten en verhalen te schrijven.”

Hoi Pom,

Gisteren bereikte me het droevige bericht dat vriend Tito is overleden, beeldend kunstenaar, dichter, muzikant en sportman en vooral voorzitter van Schrijfgroep de Klus, die wekelijks bij elkaar kwam om aan de hand van thema’s te schrijven. Zowel Mirjam Al en ik schreven een afscheidstekst voor hem.


Adieu, Namasté,
 
Tito, meester in de poëzie,
de muzikale grappen,
de gamelan en het voetballen,
de honden, jij dierenvriend,
met de planten, de aapjes, de schilderijen,
uitgever, altijd naar de anderen toe,
zacht-goddelijke fluister
in je meesterlijke teksten,
de geinige glinstering in je
donkere Indische ogen,
je rasta-vlechten,
O, Tito,
ik heb er geen woorden voor,
alleen de liefde voor altijd.
 
Dit is voor Emmy,
de hartsvriendin van onze Tito:
dank voor je niet-aflatende zorg,
dank daarvoor.
 
Er is een lege plek in de tuinen van Buitenzorg,
na al het lachen wat we deden.
 
 
4 januari 2021, Mirjam Al

Voor Tito de Vries

De stad staat vol huizen,
de wind waait om de hoeken,
burgers spoeden zich naar elders.
 
Maatje Betty gaat uit wandelen met mij,
snuffelen aan alle grassprietjes,
die rare doos, een grote boodschap.
 
Dat ik mij kan vollopen,
al ben ik een vergiet
met verdriet uit allen gaten,
want je bent er niet, vriend,
met je grappen en grollen
en poëzie voor het slapen gaan.
 
Volgens mij zweef je op een schapenwolkje,
vleugeltjes aan naar wie je liefhebt
waar je vandaan kwam,
die je koesterde als je het koud had;
Eigenlijk ben je er wel met een laatste gedicht,
zon en regenboog.
 
Zie je nog steeds op die stoel bij het raam,
filosofische boeken lezen,
brieven schrijven,
Schrijfgroep de Klus voorzitten.
 
Wat is het thema ?
 
 
4 januari 2021, Merik van der Torren

Share This:

Ien Verrips I.M. Achterberg – ‘zij weert hem af verschrikt…’


Achterberg
 
de deur die opengaat
verstoring in het ogenblik
van opgelopen spanning die geen uitkomst vindt
uitgebleven ontlading die verlossing zoekt
 
de deur valt dicht
begeerlijk staat zij daar
verstild moment
zij weert hem af verschrikt
wil niet zijn uitweg zijn
 
schaamte ontaardt
een waas van woede
neemt bezit van hem
ontneemt het zicht van hem
aan het einde is geen licht
de weg loopt dood


Ien verrips
 
 
 

Share This:

Karin Beumkes: ‘kom terug bij mij – terug naar het meisje dat ik ben geweest…’

kom terug bij mij
terug naar het meisje dat ik ben geweest

Yo Pom


Ook zo volgevreten van de oliebollen en appelflappen? Ik wel. Ik kan geen poedersuiker meer zien. Volgend jaar ga ik op de pindatoer. Gelukkig nieuwjaar.



Liefs

Karin



Voor geliefden


Voor als je droomt:
kom terug bij mij
terug naar het meisje dat ik ben geweest
met mijn vlinders in de buik van vroeger
met mijn duizenden herfstlichtjes in najaarshaar
met mijn open handen waarin een visitekaartje gemaakt van humusblad
met mijn schaterlach uit zee en diepe wouden
waar de krekel kakelt
waar de stilte is
en is
en is.



Luciano Pavarotti – Nessun dorma https://youtu.be/cWc7vYjgnTs

Share This:

Erika De Stercke wint de enig echte virtuele – de plaatsen waar we ooit waren – de plaatsen waarheen we weer terug – trofee op pomgedichten – Ditmar Bakker zilver.

echt heel moeilijk was de beslissing niet deze week – onder dankzegging aan alle inzenders – twee gedichten braken door het plafond in het huiskamertje van uw webbie hier in die altijd weer zo fijne amsterdamse jordaan. we weten niet wat er in Erika de Stercke is gevaren (of wie) maar ze schreef deze week op zeldzame hoogte – GOUD! en van harte. had Erika niet ingezonden ik had goud geroepen bij de droeve inhoud van het prachtige dichtwerk van Ditmar Bakker – nooit zullen we die prachtregel: ‘Ik mis hem in het huilen van de regen,..’ nog vergeten – maar Erika zond wel in en nu roep ik zilver en van harte Ditmar – geniet het werk van Erika:


de witte stad 

ze spraken van zeven heuvels, we vonden er meer onder 
het wiegende wasgoed en de geuren van knoflook
rustten als voldane ontdekkingsreizigers uit bij de gebakken
vis aan het portotafeltje, het houten tramstel slakte voorbij  

lokale gesprekken kregen onze mooiste glimlach, de hitte 
wachtte op verkoeling in verborgen stegen zonder einde 
een stem lokte ons naar dieptes van weemoed, we boden
geen tegenstand en dreven gewillig naar fuiknetten  

in broeierige bars waar zeerovers een spoor van nostalgie 
en vrouwen achterlieten, spraken we vlot de matrozentaal
braken stadsmuren af en deden het klooster daar beneden 
aan de Taag wellustig beven   

Erika De Stercke  

–>
onze Erika verrast ons de laatste weken  – het is alsof ze poëtisch losgekomen is – wat zeg ik losgekomen – losgezongen lijkt van haar zo vaak klagende zelf. in een strak en prachtig ritme neemt ze de lezer mee naar de stad waar geliefden vol van zijn en raken. in een heerlijke beschrijving wordt een compleet en volledig beeld op innemende en voortvarende en meeslepende wijze uitgeschreven. een schitterend vergezicht.
  • René Brandhoff in Lavelline-devant-Bruyeres
  • Peter Posthumus aan die slootkant
  • Ien Verrips is thuis
  • Petra Maria naar de dagen van eeuwige sneeuw
  • Rik van Boeckel in Lissabon van Carlos do Carmo
  • Frans Terken naar de oude haven
  • Babak Amiri in Kurşunlu 
  • Ditmar Bakker ontwijkt de plekjes
  • Erika De Stercke aan de Taag
  • Anke Labrie op Ibiza
  • Jako Fennek bij de Aude

was het orange of vaison-la-romaine, carpentras of avignon? waar we ooit waren – waar we in de avond aten in een zacht avondlicht met lampjes die een beeld belichtten of iets met water – het zachte geroezemoes van de gasten, de overheerlijke gerechten en de keuze uit zoveel wijnen, het menu met de kazen van de streek – de serveerders en serveersters gekleed in iets plechtstatigs zwart en wit – ja het was daar waar wij ooit waren – de markten, de grotten, de bruggen, de terrasjes – de plaatsen waarheen we weer zouden willen – plaatsen van het stille genieten – we lezen zo graag van dichters  in dit nieuwe jaar hoe het ooit was – (waar en met wie) –
wie wint de enig echte virtuele – de plaatsen waar we ooit  waren – de plaatsen waarheen we weer terug – trofee op pomgedichten? u kent de regels:
de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

weet van de dagen
die achteloos voorbij gingen
oplosten in diezelfde achteloosheid
waarin ook wij bestonden
 
in de mooiste woorden
die te vinden zijn
ze had ze graag gelezen
ze wist dat hij ze schrijven zou
 
pomwolff
Ha pom,

Er moest maar weer eens geschreven, nu we toch nergens heen gaan maar overal al waren.
Intussen denken we dan maar even aan La Douce. Ja, zo was het daar. En je kon er gratis parkeren. Kom daar nog maar eens om.
Groet en fijn weekend.
René




Lavelline-devant-Bruyeres

die avond zaten ze voor hun huizen  
er zou weer een stukje L 
van de fabrieksmuur vallen 

we stonden even stil
maakten foto’s van hen en de muur
thuis zouden we laten zien hoe het was
hoe ze zich tandenloos verbeten

ze moesten zich net zo voelen 
als toen de poort niet eens meer sloot 
maar de zon als altijd onderging  
wij zagen alles in het voorbijgaan

weet je nog wel mijn lief
hoe goedkoop het daar toen was

René Brandhoff
–>
een verfijnd soort nostalgie aan de woorden meegegeven. daar beneden , toen en wij. weet je nog wel lief etc etc – en ze weet het nog – of in ieder geval weet de dichter het nog – de woorden  “van hen” niet mooi kunnen gewoon vervallen.(‘en de muur’ is ook wel duidelijk,  hoeft niet) – de vallende stukjes L zijn werkelijk fascinerend. dat verzin je bijna niet – zo maak je van proza poëzie, van non-fictie fictie. of moet je voor zo een regel in het groningen van wiebes wonen?

https://it-it.facebook.com/PoezieMet/videos/461663187513715/?t=13

Hoi Pom, de beste wensen voor een creatief 2021 en uiteraard dank, dank, dank voor het ‘online ‘ houden van je website.
Nu het gedicht over toen en daar:



je zou nog eenmaal
aan die slootkant willen zitten
toen het altijd zomer was

je wenst je zelf 10 vogels
in iedere hand
een spiegel die ontrouw is
alleen loyaal aan jou is
je wenst jezelf vooral 
een terug gaan op het slappe koord
een ontsnapping uit het gemak
van de gewoonte

totdat de sterren zijn gevallen
verdwenen in hun eigen licht
om als niets te landen
in de diepe holtes
van je lege handen

Peter Posthumus

–>
ja ik wil die sloot ook wel nog een keer. mooi. de herinnering brengt de dichter toch wel terug in de – zo we lezen – min of meer lege werkelijkheid – met lege handen staan – de wensen nog een keer geformuleerd. een gedicht waarin de zomerse slootkant  langzaam verandert in een koud winters landschap.



thuis is waar ik ben
al staat mijn bed
in een huis
in de stad
waar ik nu woon
 
ooit stond datzelfde bed
in een ander huis
een andere stad
die ik de mijne noemde
 
het bed, het huis
waar ik geboren werd
bestaan niet meer
al is het dorp
nog steeds mijn thuis

Ien Verrips


–>
ja het lijkt er hier  toch een beetje op of dichter zich zelf aan het overtuigen is. een spel met de woorden huis en thuis. dit en dat en dat is dit en dit is dat en als dit niet meer dat kan zijn dan kan dit toch nog dat zijn. en anders is het anders. een typisch voorbeeld van een te gesloten geheel waarin alles duidelijk is voor de ik persoon maar waar de lezer al snel denkt. ja  ze zal het wel zo voelen. een huis een bed een dit en een dat – ok hoor.
 
als er ergens terugkomen is

de dagen van eeuwige sneeuw
zijn voor onze ogen gesmolten

was dat onze jeugd
tijd van fotoboeken

de blauwe hemel
droeg nog luchtig naar de zee
als schelpjes in het raamkozijn

ik wil ook met jou
nog ergens terugkomen

is dit dan ónze oorlog


petra maria


–>
iets van melancholie wordt wel gehaald in de tekst maar de vraag draagt niet bij aan het complete gevoel. de eeuwige sneeuw, de jeugdfoto’s, de schelpjes allemaal mooi en aardig maar er hoort wel iemand bij. en dat lijkt gevoelig te liggen. we blijven als lezer – net te veel – in dezelfde kou staan maar dan zonder voorkennis.

Beste Pom

De eerste twee dagen van het nieuwe jaar werd ik door het overlijden op nieuwjaarsdag van de 81-jarige fado zanger Carlos do Carmo ineens teruggebracht naar de zomers van 2012 en 2017 toen ik hem ontmoette en sprak. Zoals je wellicht weet schrijven Portugese dichters de teksten voor fado’s.
Samen met fado ster Mariza zorgde Carlos do Carmo ervoor dat fado door de UNESCO als werelderfgoed werd erkend. Hij adviseerde Carlos Saura voor de film Fados. Zomer 2012 ontmoette ik hem samen met fotograaf Hans Speekenbrink in het kader van een reportage over fado voor Jazzism. En in 2017 met leden van Pastiche voor een documentaire over fado in Lissabon.
Ik schreef dit gedicht dat volgens mij past bij het thema ‘de plaatsen waar we ooit waren’ (lees hier mijn verhaal over fado: https://writteninmusic.com/artikel/fado-een-film-over-fado/?fbclid=IwAR2rrnP1mlAbZdFS9TkqWpgQ6Y2xXOFAnBxjZnu1fLkrYcalshEJGeN8kzo)en terugkeren zal ik zeker.


Denkend aan Carlos do Carmo

Denkend aan Portugal
hoor ik zijn stem in Lissabon
een fado man in de stad
wegbereider van de saudade
de Sinatra van weemoed

zijn woorden en zinnen leven voort
via de poëtische klank van zijn stem
het lied van zijn land aan de zingende zee

zijn heengaan tijdens de eerste dag
luidde de geschiedenis in van oude jaren
zittend aan de traag dansende Taag

luisterend naar de eerste fadista’s
zingend vanuit de krochten van de ziel
stemmen in passie geroerd

fado meu fado de stad licht op
uit steegjes van verhitte wijken

denkend aan Carlos do Carmo
weerklinken de ontmoetingen
in echo’s van een rijk verleden.

Rik van Boeckel
2 januari 2020


–>
‘de sinatra van de weemoed’ is niet meer – een mooi eerbetoon van rijkdom en prachtige klanken. ‘de sinatra van de weemoed’ een eretitel. het lijkt me dat dit eerbetoon buiten de wedstrijd moet blijven. een eerbetoon is een eerbetoon – en stijgt uit boven de zondagse dagelijksheid van pomgedichten – danken we rik voor de respectvolle aandacht voor deze grootheid.
 
De beste wensen voor 2021, Pom,
met mooie reizen in het hoofd!


Oude haven

Ach het Avignon van een glimlach
de diva dansend op het festival
verleiding krijgt een podium
in de stem van de ondeugd

ze voert me mee naar Vieux Port
uitzicht op zee aan een zuidkust
Marseille op een late namiddag
dat hengelen van mij in visserslatijn

een liefdesverklaring tot leven geroepen
ruisend als haar extravagante robe
maar mijn poging blijft vruchteloos

gestrand in het sissen van de branding
waar ik die taal niet machtig ben
blaast de zon het sprookje uit

© FT 02.01.2021


–>
reizen we met de dichter mee door douce france waar in de oude haven van marseille een liefde strandt. of dichter met zijn geliefde in het warme mooie festival zuiden een voorstelling geniet of dat hij daadwerkelijk dronken van de liefde douce france doorkruist wordt niet helemaal duidelijk. de afloop wel.



Kurşunlu 
 
Zij spreidt haar armen wijd open  
wijzend naar de grenzen van geluk 
niet dat de waterval iets voorstelt 
het is tenslotte herfst 
 
Zij kijkt omhoog naar die plek waar  
haar god en mijn niets bevriend raken 
de plek waar de vragen vervagen    
bovendien het panorama is dicht 


B.Amiri 



–>
dichter neemt ons mee naar een plaats waarin het mooi zal zijn, met water en licht en lucht en meer. maar hoe het met de geliefden  staat – ik weet het niet en de tekst geeft me ook geen duidelijkheid. het is herfst, er wordt omhoog gekeken, god mag weten waarheen. ik moet daar toch eens heen.


Tijd heelt géén wonden; leugens allerwegen
van wie mij zeiden ‘tijd verlicht die pijn.’
Ik mis hem in het huilen van de regen,
verlang naar hem bij nacht & bij ontij.
De oude sneeuw op bergtoppen gelegen
smelt; rook is al wat rest van ’t blad in mei.
Wrang liefde van destijds blijft toch genegen
mijn hart, mijn wezen, denken, heel mijn zijn.
Er zijn wel honderd plekjes waar ik niet
durf gaan—zo vol herinnering aan hem!
En elk vertrek waar hij nooit binnen ging,
en ‘k opgelucht betreed: nooit klonk zíjn stem
er, zeg ‘k: “Niets raakt aan hem, die mij verliet!”
Direct ontzet met zijn herinnering.

Ditmar Bakker


–>
Dichter pakt weer uit. ‘Wrang liefde van destijds…” leest wat moeilijk weg.  het prachtige gedicht verder opgebouwd rond die de dichter -maar ook de lezer hoor- zo enerverende prachtregel:
‘Ik mis hem in het huilen van de regen,..’
ja wat kunnen we anders nog dan?  we huilen mee – oprecht en vol begrip dat de dichter niet die honderd plekken durft te gaan die hij eerder met hem ging.


Ibiza
 
na hordes hippies in die zomers 
en lang voor de BN’rs kwamen
zag ik jou op dat terras
 
je hotel was niet zo ver
 
de bergen ademden melancholie
de zee was kalm die herfst
het zonlicht zacht
 
jij kende elke plek  
 
geen adressen was de afspraak
maar eenmaal thuis
toch dat ene telegram
 
je bleek al uitgeschreven
 
anke labrie

(2021)


–>
wellicht laat het gedicht zonder die laatste regel meer aan de lezer – biedt het in ieder geval meer mogelijkheden voor interpretatie. dan kunnen we nog ALLE kanten op. dan willen we allemaal precies lezen wat er in dat telegram heeft gestaan. en krijgen we het niet te lezen.  met de laatste regel is die nieuwsgierigheid min of meer opgelost.  in een zacht parlando beschrijft anke labrie mens en plaats en weet iets van wat  vakantieliefde  is uit te drukken.
roeiers
 
we strijken neer als vogels na de trek
het is een franse dag
genadeloos de zon
gebenedijd de wijn en kaas
 
onze blikken volgen roeiers
hun silhouetten stuwen
door de weerschijn van de aude
 
opeens begint de wijn te wegen
we houden hem aan ‘t licht
misschien catharenbloed
ze knijpt haar ogen dicht en lacht
misschien dat van de duivel zelf
 
jako Fennek

een sterke daadwerkelijke sterke laatste strofe. we verwelkomen jako in het nieuwe jaar – nog niets verleerd daarachter in het zwitserse – het gedicht scherp van toon, geraffineerd gesneden en stevig neergezet – proost!
 

nieuwjaarswensen van Jako Fennek en van Rik van Boeckel: ‘betere tijden zijn onderweg….’

Mijn allerbeste Pom,
Kwam tussen mijn foto’s een tulp tegen die zichtbaar een mondkapje draagt. Een beetje naar beneden gegleden, maar toch. Die wist er dus maart/april 2020 al van af.  Zo zie maar!
Maar betere tijden zijn onderweg. Onder de oppervlakte van de besneeuwde tuin – ja, hier in het Zwitserse heeft het vannacht gesneeuwd – liggen veertienhonderd tulpen te wachten op een beter jaar. Ik hol straks gewoon achter ze aan, en pik 2021 lekker mee.
Maar voor het zover is, nog een pessimistisch woordje hieronder.
Wil natuurlijk niet verzaken je mijn hartelijke wensen te sturen voor de jaarwisseling. Dat er betere tijden mogen aanbreken, zwaai ik je toe.
Heb het goed en groet van Jako, vanuit het witte.
 
afgehaakt
 
de buurvrouw van beneden
die met die tuitlippen
waar ik steeds
met verlangen naar staar
leeft al tijden achter een kapje
‘t is toch wat
al bijna een jaar verstopt ze zich
 
het zijn altijd de lieven, de aantrekkelijken
de sterken die verdwijnen
 
wat mij betreft kun je beter meteen
de covid krijgen
 
jako fennek

Ik wens je een heel mooi en zeer poëtisch 2021. Hier mijn nieuwjaarsgedachte.
Met dichterlijke groet,
Rik van Boeckel


Onder de boom des levens

Onder de boom des levens
liggen geheimen in stilte verborgen

aan de takken hangen de jaren
ze vallen als ze voorbij zijn

de volwassen eeuw raapt ze op
schudt ze uit over het landschap

herinnering streelt de kleuren
aangenomen door de passerende tijd

de stam geworteld in eeuwen
begroet het nieuwe jaar met passie

de takken reiken de armen uit
naar zon maan en vallende sterren.

Rik van Boeckel
1 januari 2021

Share This:

met Yvonne Koenderman 2021 in: ‘verandering, vrijheid en nieuwe uitzichten ik snak er naar!…’

De dag gisteren nieuw begonnen
ligt oud achter ons
net als het jaar
wat knallend ten onder ging
om met het zelfde vuur
weer van start te gaan

2021
Nummerologisch een 5
welke staat voor
verandering, vrijheid en nieuwe uitzichten

ik snak er naar!

daarnaast nog die ganzen waar ik vanmorgen
over struikelde  ( oké ik gaf ze wat te eten)
die als totemdier de boodschap hebben
dat het tijd wordt om uit beperkingen  te treden.

Natuurlijk al met al een hoop spiritueel gelul in de ruimte, maar wel gelul wat me op de 1e morgen van het jaar prettig in de oren klinkt.

Ik hoop dat een ieder de jaarwisseling goed is doorgekomen en geef jullie allemaal op deze morgen virtueel de vijf en hopenlijk veel ganzen op het pad, zodat we een mooi jaar krijgen.

Yvonne Koenderman

Share This: