WILFRED ALLOY beleeft Etappe 8 za 13-7: Mâcon – Saint Étienne (200 km, heuvels) in café eijlders



Etappe 8 za 13-7: Mâcon – Saint Étienne (200 km, heuvels)

Als aangekondigd: de Bontegezelschappenavond! Wilfred Alloy met een gevarieerd voorprogramma: veel poëzie, onderbroken door vrolijke entr’actes: een meezinglied en filosofische beschouwingen vanuit het circus dat Tour de France heet. Ik zit er in De Kantenaar vanzelfsprekend lijvig bij. Om lijve verslagen gaat het immers op onze Détour. Begrijpelijkerwijs kan ik niet alle teksten hier zwart-op-witwassen. Da’s te veel van het goede. Maar namen, toenamen, titels, eventuele rugnummers moeten te doen zijn. Dus ga ik genieten en af en toe iets noteren over/van de optredende taalkunstlieden.
 
Altonice Rieding opent het bal, licht nerveus, in heur karakteristiek klassieke stijl met een gedicht uit de bundel ‘Verleden vergetelheden’, getiteld ‘Vriendschap nu en dan’, direct een melancholieke toon zettend: Hoe mag onze vriendschap zijn? / Zal die ooit gaan zingen? / Vraag het niet den kastelein. / Hij weet and’re dingen. // Zitten wij dan bij den Waag, / Eindelijk verbonden, / Of bezwachteld als vandaag / Door der minne wonden? // Hoe mag onze vriendschap zijn? / Zal die ooit gaan blinken? / Vraag het niet den kastelein. / Hij geeft slechts te drinken. Ranke Nelis staat achter de tap met ogen vol verbazing te luisteren. Van rond een tafel met o.a. dichters die zich regelmatig in litteraar café Selderij laten zien en horen wordt gelijk gemopperd, iets als dat het niet prettig is de avond zo wereldsmartelijk en zienzuchtig te beginnen. Altoos’ afsluitende kwatrijn maakt gelukkig alles goed: We hesen ongekend. / We bliezen onzen bubbel. / We zagen op het end / Chileen en Leffe dubbel. Ilse knikt goedkeurend, zo van: net het dranklustbruggetje dat we nodig hadden, nu het plastische fysiek nog. Er gaan sidderingen van angst en verwachting door Des Kantelaars zuipkajuit.

De eerste poëzie van genoemde tafel. De sidderingen houden aan. Een blok erotische, ‘erodynamische’ (die houe we d’r in, Herb) wielerpoëzie om u tegen te zeggen. Of ú? Niks u! Je klapt gewoon dicht van ontzetting of prompte uitputting. Je kunt ook geen boe of ba meer zeggen. Uit Drenthe zijn voor een klein weekje de drijvende schrijfkrachten Sari Uwehitser en Marie Relbed de kroeg in gerold, landelijk beroemrucht geworden om hun erodynamische wielerbundel ‘Winnesinne’. (O, zij scholen natuurlijk laatst achter die kreet ‘En nu in het Drents’!) Sari draagt in algemeen beschoft Nederlands ‘Winnen is binnen’ voor. Ongeveer de titeltrack. De wijze waarop daarin heuvelop en heuvelaf wordt gegleden is niet geschikt voor verslaglegging in de Détour. Marie doet even verstaanbaar ‘Met  waaierlust op de kant gelegd’. Niks mis met de titel. Die durf ik te noemen. Maar het gedicht zelf, oi-oi-oi. Van hetzelfde laken… Gezamenlijk brengen ze ‘Van kop af’ en ‘Stevens Kruijswerk’. De kajuit piept en kreunt. Bij de kreet ‘Nu alles in het Drents!’ vallen de eerste cafégasten flauw. De dames zien er wijselijk van af.
 
Wilfred moet hebben geweten wat ons te wachten stond. Voorprogrammatisch doordacht getimed is het zangintermezzo van Immanie Kompaan in chique masculiene outfit (Pannekoek op wulps gestemde tingeltangel). Om even bij te doen komen. Maar we komen niet meer bij. Toch goed bedoeld. Immanie doet de meezinger ‘Janus heb jij je hoedje op’, bekend van optredens van het 7e Regiment Infanterie o.l.v. Joh. Zaagmans in de Tolhuistuin boven het IJ: Ik ging laatst op visite / Bij kennis en patroon / ‘k Dronk hier en daar een borrel, / En was niet meer brandschoon. / De kou had mij bevangen, / Voor ‘t eerst zoolang ik leef / Viel bijna van ’t stoepje / Mijn hooge hoed stond scheef. / Toen riepen me weldra, de jongens achterna: // [Refrein:] Janus heb jij je hoedje op, / Janus wat doe jij met zoo’n dop, / Janus heeft op z’n kanus, / Zijn hooge zij, nou is ie blij / Janus wat heb je op je kop. / Janus is nou de zuurkool op, / Janus heeft op zijn kanus, / Zijn hooge hoed, ‘t staat hem goed, / Die apen snoet.
 
Na de meezinger – het zong niet massaal mee, menig Kantelaarder zocht verhit geraakt verkoeling in extra bierconsumptie – draagt de Amersfoortse Ilse Hoejij uit de bundel ‘Voorbij de meet gekomen’ het vers ‘Eén been van gisteren, één van vandaag en alles ertussen’ voor en het werkelijk niets verbloemende ‘Met twee vingers in een gat naar keus’. Nelis kan de bestellingen nauwelijks aan. Immer, de hoed nog op, komt ‘m een handje helpen achter de bar, als Ilse na de tweede voordracht heesfluistert: ‘En nu in het Vies’. Wat?!! De vaste parlevinker van De Kantelaar levert extra vaten bier.
 
Frenk Snater uit Schin op Geul. Een poëet die wat lucht geeft. Zuidzuivere lucht. Wel over de tour, maar gewoon beschaafd beschouwend: Hoe het bergop gaat / dat het malen je in staalvrije roes brengt, / alsof de Franse aarde naar je framestaven / de maat van het verzet bepaalt, / op een zachter blad, / zoals jij zelf het bewegen wordt / en de stilte, de voldane stilte erna. De laatste regels kunnen erodynamica verraden, maar dat is niet des Frenks. Schitterend. Raak. Nee, die komt wel even binnen.
 
Een aantal voordragers van Genoemde Tafel is ook te bewonderen in het reeds aangestipte litterare café Selderij, gesitueerd nabij de Grote Markt, die beruchte poel des verderf. (Herstel: verderfs. Maar laat ik geen ronkende honden wakker maken.) De Selderijdichters gaan er prat op, misschien iets té prat, dat zij – het zijn hún woorden, hè – De Beweging van Labeto-Tachtigers voortzetten. De huidige Beweging heeft inmiddels, toegegeven, een enorm bereik. Meestal per bus. Dat wel. Want ja: zij, De Beweging, wordt stilaan toch minder. Ze brengt tegenwoordig ‘slowezie’ als het ware. Hoe het ook zij, goed verzorgd vervoerd reikt De Beweging inmiddels tot in België. En wat het café zelf betreft: schrijvers die hem wel lusten aldaar gelaten is Selderij an sich gewoon een fijn innemend drinkablissement en qua uitstraling om door een ringetje te halen. Je waant je in zwierig artistieke sferen van weleer. Mensen tutten zich ‘s weekends thuis urenlang op voor een bezoek. Dat doen ze niet zomaar. Je wilt er goed voor de dag of de avond komen. Zelfs een hond gaat er pico Bello gekleed. Qua bediening staat het in een bijna vergeten horecatraditie: ze komen naar je toe, ze weten je te vinden, kortom: je wordt er aan je tafel hoogstpersoonlijk afgeserveerd. Waar maak je dat nog mee?
 
Dit terzijde geschoven zijnde is het tijd voor de volgende (dubbele) entr’act. Wielerbespiegelingen van Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. Commentatoren bij de Tour de France, moet u weten. De heren berichtten wegens contractueel vastgelegde journalistieke werkzaamheden ter Fransen plekke helaas niet lijvig/scharminkelig op de bonte avond aanwezig te kunnen zijn. ‘Een volgende keer misschien,’ mailde de heer Dijkstra. ‘Dat zegt wel iets.’ Nee, dat zegt niets. Gelukkig hebben we de woorden nog:
 
HvdD: ‘De moulin staat er wel, maar Tom is er niet.’
DK: ‘En nu gaan de beulen het rad ronddraaien.’

(Ik krijg net een diepe overdenking op mijn mail van de Belgische ex-wielrenner en oneline-snuiver Gilbert Tantpissalopes, naar aanleiding van het gebeuren in de etappe van vandaag: ‘Als je à la Philippe koerst, doe je het goed’. Kennelijk solliciteert die Vandejammerwijven ook naar een fulltime kwootfunctie in de Détour. Ik overweeg een ander mailadres.)
 
Tot slot de Terborgse dichter Jan L.S. Hemdelink. Hij brengt uit zijn rakelings door wielererodynamica geprikkelde uitgave ‘Stijgingspercentage’ het (schaam)streekvervoerende poëem ’Code rood’, dat  ook de toehoorders locaal fysiek blozen doet, maar hun tevens een jeugdig groene glimlach ontlokt.
 
De zaal schudt lijf en leden uit voor de afsluiting (lees: hoofdprogramma), naar gewoonlijk gebruikelijke usance verzorgd door de man om wie uiteindelijk alles draait. Alstublieft, publiek, hou het beschaafd…

ROEPT U MAAR

“Een kwak geven!”

Het peloton maalt soepel. Het koerst behoorlijk strak.
Maar zoekend naar posities geeft men and’ren soms een kwak.
Een duwtje of een beukje. Ook dat hoort bij de tour.
Wie zoiets niet vindt kunnen fietst maar huilend naar z’n moer.
Hier kwam onlangs een Vlaming, die om zo’n kwak zelfs vróeg.
Wat douwen later wist men dat dat op iets anders ‘sloeg’.
U ziet maar in welk bierschuim u masochistisch bijt.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
 
[Top 3 algemeen orangement: 7. Kruijswijk +1.27, 19. Mollema +2.45, 49. Kelderman +26.40]

Share This:

WILFRED ALLOY aan de bitterballen in Etappe 7 vr 12-7: Belfort – Chalon-sur-Saône (230 km, vlak)


Etappe 7 vr 12-7: Belfort – Chalon-sur-Saône (230 km, vlak)

Ranke Nelis geeft met een wijsvingertikje op zijn licht ongepast patserige horloge aan: het Bittergarni Uur is aangebroken. Eindelijk! Iemand gaf ‘m ooit z’n vet en sindsdien is dat Uur een begrip.
 
Hebben wij eigenlijk een favoriet in de tour? Er zit nu bijna een week op en ik vroeg het me opeens af. Is er iets gaan leven in het land? Is er zo’n sfeer ontstaan die Smeets, als ie nog steeds onontkoombaar het beeldscherm vulde, de favoriet zou doen vragen: ‘Besef je (je) wel wat je momenteel losmaakt in Nederland?’? Vroeg of laat wil je zien – stiekem natuurlijk, want voor de gereserveerde Kantelaarders is de tour, met al z’n gekte, al z’n ins en outs, als het er werkelijk op aankomt… not done – hoe de mannen het doen. Of ze een versnellinkje in de benen hebben. Of ze überhaupt benen hebben, desnoods die van gisteren. Je denkt gelijk weer aan Tom Dumoulin. Nee, dat was een ander benenverhaal. Hij had wel de benen maar zat na een val met een niet functionerende wielerknie vol grind dat ook omliggende pezen… Pijnlijk. Die doet dus niet mee. Zou een favoriet zijn geweest. Kruijswijk – hing die niet een keer langs de weg aan een tros schrikkelprikkeldraad te drogen of ben ik in de war met iemand anders? – staat nu derdst, meen ik. Dat moet ‘m worden. Wat? Geen derdst meer? Achtst inmiddels? O die had ook iets met grind. ‘Kruijswijk kraakte op het grind, maar doet niet dramatisch’, lees ik. Ik heb het gemist. Een minuutje en vier seconden? Sniks. Daar kun je net zo makkelijk derdst mee staan. Het gaat om het tijdsverschil dat je hebt. Waar hebben we het over? Over het tijdsverschil. Ik voel het: hij gaat nog vlammen. Hup Steven! Eerst naar zeven, en dan verder zien. Vandaag wordt de langste etappe van de tour gereden. Een vlakke. Een etappe voor sprinters, begrijp ik. O wacht, dan moet Groenewegen vandaag onze favoriet zijn.
 
Ik weet een foefje voor de kijkers, voor als het met de favoriet niet goed gaat. Schiet me opeens te binnen. Werkt bijna altijd. Je moet er wel voor in de kroeg zitten. Bij voorkeur. Ik kijk even naar de Ranke. Hé Nelis, waar zitten we eigenlijk? Kijk even op je tom. Tom! Je navi-dinges! Hoe heet het hier? De Kantelaar, zeg je? Waar is dat? Of interessanter: wát is dat? Een kroeg? Juist, dat wilde ik horen. We zitten in de kroeg. Nee, dat we dat even geverifieerd hebben. En dan zie je Groenewegen op de linkerflank zwoegen, ergerlijk in het wiel gezeten door de spreekwoordelijke man met de hamer. Hij heeft er een klap op gegeven. Met die hamer. Ergens op. En Dylan heeft ‘m gekregen. Waar precies op, die klap? Op z’n lever, denk ik. Gebeurt hier ook weleens. Maar goed, dan moet je als toeschouwer gewoon wat doen. En nou komt het, let op. Wat bijna altijd werkt is een portie bitterballen. Dan bestel je, in de kroeg dus, een portie bitterballen. En op zeker moment komen die ballen uit de frituur, zul je altijd zien. Let op: een goed deelbaar aantal ballen. Geen priemgebal. Dat je geen gezeik hebt over de verdeling. Want je eet die ballen niet alleen hè, Nee, die eet je sámen. Ja toch, Wilfred? Daar moet je geen ruzie bij krijgen. Het gaat om het sámen verorberen van bitterballen IN een kroeg. Samen sterk aan de bal ‘met betrekking tot’ duh tegenstander. Het klinkt weird en abstract maar dit is de gedachte: als die ander geen bal heeft kan die niet scoren. Simpel es det. En het werkt heus. Dus je bent in de kroeg samen aan de bal en hop! dan krijgt ook Groenewegen meteen die bal zeg maar en dan schiet ie de gelijkmaker in de winkelhaak. En vlak voor het eindsignaal de winnende. Kat in het bakkie. De bitterballentruc werkte vaak goed als ik met mijn zoon in de kroeg een voetbalwedstrijd met Ajax bekeek, vandaar deze beeldspraak. Hopelijk gaat het ook op bij het wielrennen.  
 
Goed. Bittergarni Uur. Kijk, daar zijn de dampende bitterballen. Heel goed, Nelis. Jij voelt het perfect aan. De meet is niet ver meer. Doe er gelijk wat bier bij. Voor iedereen hetzelfde, toch? Wel, het is nu vooral zaak de boel bij elkaar te houden. Dat niemand zich aan het gemeenschappelijke sportieve belang onttrekt door een bal achterover te drukken, er stiekem  vandoor te gaan en buiten zicht aan de bal met de eer strijkt die ons en onze favoriet toekomt. De langste etappe van de tour. Vlak. Een etappe voor sprinters. Wat ik al zei. Dus de ballen vandaag voor Groenewegen… Nog een paar honderd meter… Is het bier nu al op? O, het was er nog niet. Niet opgelet. Wat een spanning… 50 meter… En het wordt…. Groenewegen! Zie je wel? Oké Nelis, Leffe D voor mij en voor de rest van de ploeg wat ze al dronken. Dit gaan we vieren.
 
Ducrot kwam pas na half vier aankakken. Het was me ontgaan waarom. Tot die tijd had Herbert wielrenner Theo Bos in zijn hok voor een vraaggesprek. De onzekere man stelt toch al veel vragen, nu was het nog erger. Eenmaal geïnstalleerd was Ducrot nauwelijks bij te houden. Met grote moeite heb ik onderstaand stuk gewauwel kunnen vangen. Maar hij zei veel ergere dingen. Herbert zeverde over een geleerde gast die vanavond bij die Ohne de Graaf komt aanschuiven. En dat we vooral moesten kijken. Een wetenschapper in de aërodynamica. Hij sprak het steevast uit als ‘erodynamica’. Erodynamica in de wielersport? Meer iets voor een bonte zaterdagavond, om maar even iets te verklappen.
 
HvdD: ‘Wat kun je nog sleutelen aan zo’n man, dat ie op het eind helemaal komt bovendrijven?’
DK: ‘Dan is ’t wel even binnenvetten, dan is ’t wel je haren uit je hoofd trekken.’
 
Ook weer gehad. We zijn bij het slot, het hoogtepunt, beland. Ik hoop dat het Kantelaarpubliek na dit betoog zijn verantwoordelijkheid neemt. Ook richting onze sneldichter Wilfred Alloy. Dat ze, wuh, de ballen in de ploeg houden. Daar zullen we hem hebben. Stap-struikel-strompel-stommel. En hij staat!
 
ROEPT U MAAR

‘Linkeballen!”

De tour kent van die renners, die voor dezelfde poen
heel sneaky in de kopgroep soms aan linkeballen doen.
Ze rijden achter ruggen, ze stoempen nooit vooraan,
om op een onverwacht moment er vies vandoor te gaan.
De groep slaakt zure vloeken, maar houdt zich meestal flink.
Van Nelis trouwens zijn die hete ballen net zo link.
Nou goed, er zijn zat zaken waar men geen blusbier slijt,
maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
 
[Top 3 algemeen orangement: 8. Kruijswijk +1.04, 22. Mollema +2.22, 61. Kelderman +20.58]

Share This:

Peter Posthumus in de taal der liefde

Ik heb bij voorbaat niets te zeggen
ik ben bij voorbaat sprakeloos

ik zag gouden ringen breken
en diamanten branden
in de schemer van die laatste avond

ik zie op eens weer hoe je bent verdwenen
naar wéér een ander leven
terwijl ik alles. alles
voor jou had willen geven


                                  peter posthumus

Share This:

Met WILFRED ALLOY berg op: Etappe 6 do 11-7: Mulhouse – La Planche des Belles Filles (160,5 km, aankomst bergop)

Etappe 6 do 11-7: Mulhouse – La Planche des Belles Filles (160,5 km, aankomst bergop)

Die verbroken verbinding gisteren was niks. Er waren bij één Herbertist, die het voor de rest dreigde te verpesten, een paar draadjes los. Kap Nelis heeft de stoorzender vakkundig overboord gegooid, uh… gerepareerd. Contacten gelegd. Verder aardige lui, die gisteren zeg maar op de koffie kwamen. Dat hele idiote geherbert was inderdaad een studentikoos geintje. Prima. We hebben erom gelachen. Laat ze maar aanmonsteren. Beetje verjonging kan de schuit wel gebruiken.

De tour. Het ging vandaag volle bak, vanuit een vol huis, full house, van Mulhouse naar (La) Planche des Belles Filles. Dat Plateau van de Mooie Meisjes. Ach, ik weet het nog van 2017. Zelfde valpartij. (Zou valcrack Richie Porte er nu ook bij zijn geweest? Hihi.) Het Plateau van de legendarische alsmede betreurenswaardige Meisjes die tijdens de Dertigjarige Oorlog rond 1635 op de vlucht voor Zweedse huurlingen liever vanaf dat Plateau 1148 meter naar (L’) Étang des Belles Filles vielen (de Vijver van diezelfde Mooie Meisjes, thans meervoudig Étangs) dan in vijandige Zweedhanden. (Aankomst bergop, gaf de reisleiding nog optimistisch aan. Dat was dus niet altijd zo.) Waarschijnlijk heeft de heer Dijkstra u iets soortgelijks willen vertellen, ongetwijfeld steeds irritant onderbroken door albetweter Ducrot, in zijn eigen woorden (d.w.z. die van de folder die hij in het locale toeristeninformatiecentrum ongezien uit een of andere molen had gesjord), met zijn slimy voice-over, het stemgeluid dat u onpasselijk geworden als het ware zelf aan de rand van dat Plateau over een schuin stuk rots zou doen uitglijden en in hierboven geschetste diepte deed storten. Ik hoop derhalve dat u hem er niet over hebt hoeven aanhoren. Aan de andere kant: na een kwartiertje Herbert op Plateauhoogte krijgt een enkeltje Étang des Belles Filles bijna iets aanlokkelijks. Alle verdwazing in het fietsframe verstopt: voor de zekerheid herhaalde ik de letterlijke hoogte- en dieptepunten van de legende, uiteraard vanuit mijn veilige commentaarpositie op onze zuipschuit MS De Kantelaar. Leffe blond ernaast, net zo makkelijk.

Het blijft een akelig verhaal. Je zou er nogmaals van naar de fles grijpen. Om te vergeten. Kamagurka graptekende eens: ik drink om te vergeten dat ik drink. Ook een goeie reden. Hoe dan ook: de Mooie Meisjes maken dorstig. Maar hoe ben je er de volgende ochtend aan toe? Denk je liever niet aan. Het lijkt me goed op zo’n droevige avond ergens een koffiemomentje te plannen. Hoe doe je zoiets? Waar haal je de kracht vandaan? Die arme Mooie Plateaumeisjes. Die lelijke vol-huishoudende Zweden. Daar zit je dan, Ketting, met je leuk bedoelde praatjes. En of het niet genoeg is, op Canvas nogmaals naar Lost in Translation met Bill Murray en Scarlett Johansson kijken! Je zoekt het ook wel op hè. En dan weet je dat het pak, dat enkel wil malen en malen, van Mulhouse richting La Planche vertrekt, nietsvermoedend, zich van geen drama bewust, en dan weet je dat jij er wel alles van weet, en dan herlees je tóch het verhaal van de fatale val van de Mooie Plateauzolen-Meisjes, en dan huil je wat… En dan? Onbegrijpelijk. Huilen. Weet je wat nou zo gek is, Ketting? Mevrouw van Zetten uit Tiel begrijpt dit dan weer wél. Maar ja, die bestaat dus niet. Wat een wereld. Ik… Vrienden, ik verbreek nu écht de verbinding. Laat mij maar even. Zo terug. (Leffe D, Nelis! En extra tissues!) [Verbinding verbroken]

Ranke Nelis zingt, zoals De Kantelaar weet, graag liederen uit het Nederlandstalige repertoire. Het bijeen gefabuleerde ‘geval’ van de Belles Filles was hem gisteren al ter oge gekomen en had hem zo aangegrepen dat hij er een liedtekst op moest maken. Niet direct op die Belles Filles, zei hij, maar op het gevoel dat je zo ’s ochtends kunt hebben. Nelis wil dat lied graag ten gehore brengen. Ik vermoedde dat ie het reeds gemaakt had. Hij bleek het zelfs van die Pannekoek te hebben, die het bovendien al had gespeeld op het Bergense ‘Literariteitencabaret’ van Ana Paljas – ook aan boord, zie ik – maar wat dondert het? Goed gejat en op het juiste moment. De Kantelaars hebben besloten hem het groene licht te geven. Wat kun je nu immers beter doen dan de loden downte wegzingen? O, het is geen meezinger, hoor ik. Dan maar gewoon luisteren. Nelis heeft ons verzekerd dat het goed afloopt, al moet er eerst fors tegen het zuur gevochten. Opnieuw begeleid dus door Pannekoek op de piano die ook niet in een beste stemming is. Die tingeltangel dus. Maar dat is ie standaard. Een blues? Woke up this morning… Yeah. Ik zou zeggen: gooi het eruit. Maar het is dit geworden: ga je gang!

Drinkin’ Shrinkin’ Blues

Ik werd die ochtend wakker met me lijf in gore lompen.            / Me hart deed grote moeite iets aan bloed nog rond te pompen. / Ik fikste teilen koffiedrab en brood in droge hompen. / Die zeikstraal van een kat wist ik de keuken uit te stompen. / En na een kouwe does / zocht ik een schone bloes. / Die bleek te heet gewassen, dus gekrompen.

Ik trachtte me verschijning met iets anders op te pimpen / (want met zo’n shrunken outfit zou de wereld me beschimpen) / en vond een combinatie, afgewerkt met grauwe gimpen, / een soort van circustarzan, half verstoten door de chimpen. / Al oogde het wat raar, / dit moest het wezen maar. / Het leven kon nog moeilijk verder krimpen.

Het daglicht werd verdragen, ja ik wist zelfs aan te klampen, / en ’s avonds in De Kantelaar, weer hijsend in me dampen, / bepeinsde ik diverse existentiële rampen / en hoe men elk ontkiemsel soms de zomp in weet te stampen. / Ik nam de blues voor lief: / het was toch relatief, / ik had maar met een kleine krimp te kampen.

Nou word ik gierend wakker in dezelfde klamme lompen / al buffelt weer me hart om al die vochten rond te pompen. / Ik slobber van die teilen troost en beitel door me hompen / en geef dat klauwgevaarte nog wat feestelijke stompen. / Dus blijf maar lullen, Truus. / Nou heb ik een excuus. / De bloes is lang niet ver genoeg gekrompen.

This barmaster’s voice… Wow! Weet niet hoe het met jullie is, maar veel beter voel ik me er toch niet door. Je krimpt ineen. En nu… O ja. Denk je alles gehad te hebben… Ik hou het kort. Herbert voorziet bij al dat geklim een Labeto-vervolgtraject en Kroot klinkt als een locale Zweedse huurling rond 1635.

HvdD: ‘Dus zo vormt zich de bus.’

DK: ‘Je kunt je vandaag niet verstoppen. Echt niet. De billetjes gaan bloot.’

Snel door, de tijd drinkt. Dringt. Het Détour afsluitende Alloymoment pakt niemand ons af. Die billen blijven bedekt. Ik zou zeggen, Wil, en zeg het daadwerkelijk: etappe 6 kan afgepilst, voor we naadloos overgaan op iets sterkers. Of is het – slik – nog ‘Tijd voor Moccona’? Help ons uit de bonenbrand!

ROEPT U MAAR

“Koffiemolen!”

De renner maalt zijn koffie, geswitcht naar ‘minder zwaar’:

Maar zulk soort maling krijg je moeilijk in De Kantelaar.

Alleen al de gedachte leidt vaak tot klein verzet.

Het hijst hier alcoholisch, van ‘we gaan nog niet naar bed’.

En dat is dan toevallig: zo vind je toch je ‘troost’.

Ze staan weer vers getapt, hoor. Op de Mooie Meisjes, proost!

Niet dat het iets verbetert aan de realiteit,

maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!

[klapklapklapklapklap]

[Top 3 algemeen orangement: 8. Kruijswijk +1.04, 22. Mollema +2.22, 53. Kelderman +17.45]

Share This:

Abraham VON SOLO een nachtje slapeloos moet kunnen


VON SOLO hanteert de juiste methodiek. laat de angsten inderdaad even toe –
stop ze in een column -en sluit de column af met een punt. en dan is het verder: genieten maar van elkaar, van de zon, van de kids, van de drank en alles wat de mens ook maar genot kan brengen.




Deel 344. Slapeloos


Het was zondagavond. Naast me hoorde ik een gelijkmatige ademhaling. Verder was alles stil. Het geluid van de snelweg was niet te horen. Ik had het warm en kon niet slapen, overvallen door gedachten, die me in doodsangst brachten. Wat als dat asbestincident van twintig jaar geleden inderdaad slecht zou uitpakken? En mijn kinderen dan? Dat hun vader nog voor zij van de middelbare school af zijn, er niet meer zal zijn. En hoe heeft dat toch kunnen gebeuren? Had ik er iets aan kunnen doen? Mezelf enkel tussen gedachten door troostend met het idee, dat ik morgen in ieder geval nog zou leven.

De wanhoop. Ik weet waar het vandaan komt. De avond ervoor had ik voor mijn doen veel te veel gedronken. De volgende dag word ik dan altijd geplaagd door een milde depressie. Die trekt gelukkig weg als de alcohol ook weer uit mijn bloed verdwijnt. Maar als je ouder wordt, duurt dat soms even. Dinsdag lachte het leven me gewoon weer toe, toen ik opstond. Maar de nacht blijft een raar domein. Ik had het niet aangedurfd om mevrouw Solo wakker te maken voor correlatie of troost. Zij sliep. Als ik ze wakker had gemaakt, daargelaten dat dat gelukt was, was ze niet vriendelijk of begripvol geweest. Als ik tegen haar aan had gaan liggen, had ze afwijzend gekreund en me van zich afgeduwd. Op dat soort momenten sta ik er alleen voor. Je vraagt niet om hulp, als je afwijzing als antwoord verwacht. En die gedachte brengt mij terug naar mijn jeugd.

De problemen die ik als kind of tiener verzon, waren soms zo groot dat ze me tot wanhoop dreven. Liefde, school, levensvraagstukken, angst. Allemaal onderwerpen die me, toen ik jong was, menig maal uit de slaap hebben gehouden. Ouders die me altijd voorhielden dat het wel goed zou komen. En daar hebben ze tot dusver ook gelijk in gehad, durf ik te beweren, terwijl ik even op het houten tafelblad tik. Maar op de momenten dat je erover maalt, is dat meestal maar een schrale troost. Zo schraal dat je vanzelf ophoudt met het vragen om hulp. Als je op een gegeven moment het antwoord zelf al kent, hoef je er ook niet meer om te vragen. Het antwoord beantwoord wel letterlijk de vraag, maar het beantwoord niet de vraag achter de vraag. Dat waar je echt mee worstelt.

Gewoonlijk slaap ik rustig tegenwoordig. Maar afgelopen zondag realiseerde ik me ineens dat ik overvallen werd door een existentiële angst zoals ik enkel ken uit mijn jeugdjaren. Het soort angst dat je uit je slaap kan houden. Het soort vragen waar geen antwoorden op zijn. En ik denk dat ik het nu begrijp. Het verlangen op die momenten, is niet dat naar een antwoord. Het is het verlangen naar een luisterend oor, een deelgenoot, een arm om je heen, iemand dat er altijd zal zijn. Het was nooit meer dan eenzaamheid. Dat wat komt als er niemand meer wakker is op de wereld, behalve jij zelf.
 

VON SOLO

DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl

Share This:

WILFRED ALLOY gaat nu iets heel geks zeggen over Etappe 5 wo 10-7: Saint-Dié-des-Vosges – Colmar (175,5 km, heuvels)



Etappe 5 wo 10-7: Saint-Dié-des-Vosges – Colmar (175,5 km, heuvels)
 
‘Er staat in m’n script dat ik nu dit kasteel moet bekijken.’ (Preherbertje)
 
Toute la folie à vélo de cirque: toch missen we Mart Smeets een beetje. Voor hem bleef je thuis. We speelden ooit ‘Mart Smeets Tourbingo’. Kruisten op speciale formulieren zijn gevleugelde uitspraken aan, als hij ze in de uitzending bezigde: ‘Ook dat is wielrennen’, ‘Ik ga nu iets heel geks zeggen’, ‘Met twee vingers in de neus’, ‘Ik buig mijn hoofd zeer diep’, ‘Senk joe!’, ‘Rechtdoor naar school en kantoor’, ‘De huiskamervraag’, ‘Hij rijdt zich het snot voor de ogen’ etc.  Net kwam een zekere mevrouw Van Zetten uit Tiel aan mijn tafeltje zitten. Mag ik dat zeggen? Regisseur Ranke Nelis verderop gebaart: ja, dat mag ik zeggen. Och, ik had het al gezegd, waar hebben we het over. Om de haverklap barstte die Tielse dame in snikken uit. Het wielercommentaar is niet meer wat het geweest is, huilde ze. Ik besta niet meer zonder Mart Smeets! (Ik vroeg me meteen af wat ze in deze non-hoedanigheid dan van me verwachtte.) Tegenwoordig worden er edele boekdelen gesproken, waaiers afgedraaid, treintjes op de zij gelegd, klappen op kokoskoeken gegeven, tonnen viskuit aangeboord en ijzers onder het koudvuur gebonden. Ik kan er geen chocola van maken. Smeets vatte ik al nauwelijks – hoewel hij bij zijn typerende uitleg van ingewikkelde tourzaken vaak zei: ‘Mevrouw Van Zetten uit Tiel moet het ook begrijpen’, nou, nee dus – maar Dijkman en Van de Croo volg ik helemáál niet. Het ergst van het hele verhaal is echter, zoals ik al zei, dat ik het gevoel heb niet meer te bestaan! Ik tel niet meer mee!
Het snikken werd een hartverscheurend krijsen. ‘Ik heb vanavond een buitengewone tafel’, zo zou Smeets dit gebeuren hebben aangekondigd. Ik keek aangedaan om me heen – niemand van de andere gasten leek iets van het verdriet aan mijn zij te merken – en trachtte haar gerust te stellen: Mevrouw Van Zetten uit Tiel, dat bestáát niet! En weg was ze.
 
Mensen, ik slik nog wat van die dingen. Wat meldt eigenlijk het stickertje dat op het doosje is geplakt? Priegellettertjes. Even de bril erbij: ‘Kan de schrijfvaardigheid beïnvloeden’. Ooooh… Als dat alles is? Nelis! Leffe dubbel! Maar iets meer dan de vorige keer graag!
 
En nu in het Nederlands. Er wordt aan dat dichterstafeltje verderop naar me gewenkt. Kroegkraaksters Altoos en Immer en nog wat mensen. Of ik er niet gezellig bij wil komen zitten. Zaterdag misschien. Er komen dan weer voorprogramma’s. Wilfred had het over een ‘bontegezelschappenavond’. Dat belooft wat. O, nu herken ik er twee. Ilse Hoejij en Frenk Snater. Natuurlijk. Van dat  litterare café  bij de Grote Markt. Ik denk dat die de komende bontedingenzaterdag hier wel een nummertje te berde brengen. Mijn uitgever Lupulus is trouwens ook aan boord. Als gebruikelijk deels beschut in een hoekje. Maakt me wel een beetje nerveus. Alsof hij me al op de werkplek tekstinhoudelijk en in mijn verdere doen en laten aan het controleren is. Streep dat ‘alsof’ maar door: hij gebaart me goedkeurend ‘alles op z’n tijd’. (Danke Ranke.) Nou goed, ik kan er voorlopig dus mee door. Nee: het was voor Nelis bedoeld. Lupulus had voorlopig genoeg witte wijn, was de boodschap. Phew.
 
De eerste groep Kantelaargasten, zo na theetijd, bestaat voornamelijk uit artistiek(elijk)e types. Ze doen van alles of beweren dat te doen, van alles een bescheiden beetje, ze schrijven, zingen, maken muziek, lezen elkaar en de krant, spelen (ook zonder podium) toneel… Of ze doen vol overtuiging niets, hooguit interessant (gelukkig een minderheid). Maar genieten vooral van de betrekkelijke rust, de stilte voor de storm die ik maar even het aprèstouretappecircus noem. Jemig: ik heb de bezoekersinformatie in grove lijnen nog niet afgerond of daar spoelt reeds genoemd circus, de onvoorwaardelijk tourminnende meute, niet OSM, onstuitbaar onze zuipschuitkajuit in. Dan zal het hele pak wel over de meet zijn, daar in kom waar was het ook weer. Het joelt en yellt dat het een lieve lust is. Elke avond lijkt het erger te worden. Ik heb het over… Herbertfans. U kunt nog weg. Nu vraag ik me ernstig af of de jongelui in dit belegen, maar vooral als vanouds tourcommentaarkritische drinkablissement wel aan het juiste adres zijn, maar ja, je kunt ze niet zomaar de toegang weigeren. De supporters – ‘Herberthooligans’ dekt de explosieve lading van hun aanwezigheid misschien beter – hebben zich nu ook visueel georganiseerd door het dragen van ‘gele herberthesjes’ – op de rug staat te lezen: ‘De tour wacht op niemand, Herbert ook niet’ – en T-shirts met een afbeelding van die onnozele kop erop en opschriften als ‘Heerlijk Helder Herbert’ en ‘Herbert Dijkstra: die zegt wel iets’. Sommige meisjes zwiepen vervaarlijk met waaiers, sommige puistige tienerjongens met lange Märklin-‘treintjes’ alsof het fietskettingen zijn. Alles wijst erop dat wie de moed heeft iets over hun verstoring van de rust op MS De Kantelaar aan te merken ter correctie resoluut en niet zachtzinnig  ‘op de kant zal worden gezet’. Nu ja, ze zijn wat luidruchtig, maar vooralsnog goedgemutst, die Herbertisten. Ik overdrijf ook met die waaiers en treintjes. Anders gezegd: dat is niet waar. Als ze maar wat te zuipen krijgen, is het oké. Het kan ook één grote grap zijn, bedenk ik opeens. Dat die lui net als wij Herbert gewoon een wolk snot vinden. Dat hun outfits louter een feestje aankleden. (Herbert Dijkstra? Wie is dat dan?) Je weet het niet. Hoe dan ook: niet op reageren, Lena. 
 
En nu in het Frans. De tour. Het ging van – niet te lezen dit – van Sans Idée der Vogels… naar… die Col maar. Met deskundig commentaar, dalingspercentage 95%. Wat had Herbert te berde? Luchtverplaatsing opnieuw. ‘De koplopers kunnen elk gewenst moment ingerekend worden, maar het moment is nog niet gewenst, dus rijden ze voorlopig aan kop.’ Gebruikelijk gezever over kastelen, kerken, kloosters, dat is dan iets, maar ook vandaag nergens een Labetobus te zien. Ducroot bleek zijn bloeddorst te kunnen dempen: ‘175 km voor de finish wegrijden, dan hypothekeer je je krachten, laat ik het maar eens netjes zeggen.’ Deze was diep: ‘Het winnen, het met je handjes omhoog over de streep komen, ja, dat is een ander vak.’ Het diepst was dit hoogtepunt over de schandalen rond oud-tourwinnaar Jan Ullrich: ‘Op z’n allerhoogste dieptepunt kwam het breed uitgemeten in de pers.’
 
HvdD: ‘Hij zit heel stil op z’n fiets, de benen doen het werk.’
DK: ‘Richie Porte is een gekend deelnemer aan valpartijen.’
 
Tijd voor Alloy. Het podiumtrappetje met wankele voeten betreden na een traytje Straffe Hendrik. Hij ligt, hij zit… en hij staat! Ik weet al wat er geroepen gaat worden. Vrees de gevolgen…

ROEPT U MAAR

“Herbert Dijkstra!”

Hij blijft van alles dazen, zo tijdens dat gefiets.
Maar opgeteld is ’t lucht. Ik zeg maar zo: ‘dat zegt wel NIETS’.
Kastanjes, kolen, ijzers. Zijn stem een glibberspons.
Met tig onwetenswaardigheden overstelpt hij ons.
Gevangen in gewauwel, zijn nonsenskretendrang.
Hij haat gevallen stiltes, door hun zuinig zijn op stang.
Straks vindt ie nog zijn einde, verstrikt in woordenstrijd.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
– verbinding verbroken –

[Top 3 algemeen orangement: 3. Kruijswijk +0.25, 12. Kelderman +0.51, 45. Mollema +1.43]

Share This:

Merik van der Torren over die dame met rode lippen en zonnebril die met drie vrienden…..


Hoi Pom, enig burengerucht bij mij aan de overkant veroorzaakte deze tekst, groet, Merik

Burengerucht

Die dame met rode lippen en zonnebril
die met drie vrienden onder het genot
van ballonnetjes lachgas gisteren
vanaf negen uur ‘ s ochtends
op house-muziek swingde
 
dient vandaag te stofzuigen,
grote roze bloemen in een vaas te schikken,
een heerlijke ovenschotel te konterfeiten.

Dan kom ik
op het witte paard.

Share This:

WILFRED ALLOY helemaal in Etappe 4 di 9-7: Reims – Nancy (213,5 km, vlak)



Etappe 4 di 9-7: Reims – Nancy (213,5 km, vlak)

‘Als je wilt meedoen voor de overwinning, dan moet je niet achterin zitten.’ (Krootprokwoot)
 
Die tourcircustent, ik weet het niet hoor, maar het blijft een soort fort. Echt doordringen in die wereld is een onmogelijke opgave. Niet dat ik de behoefte daartoe voel, ik bedoel, het wielergebeuren is in de kroeg toch verworden tot een kapstok waaraan wij Kantelaars via vreemde détours en associaties het echte leven ophangen – oké, we hebben er vooraf na goed overleg ook bewust voor gekozen – maar het moet natuurlijk niet te gek worden. Je moet nog wel een béétje de etappes volgen, vind ik. Dus ik probeerde via mijn contactpersoon aldaar antwoord te krijgen, inzicht te krijgen in het soort etappe dat er vandaag op het programma stond. Van Reims naar Nancy. Zou er bijvoorbeeld weer geklommen worden? Zoals gisteren? Zo ja: meer of minder? Hoeveel colletjes? En waar? En welke categorieën, stijgingspercentages? Hoeveel kilometer? En hoe ligt de verhouding asfalt-kasseien? Lastig. Ten eerste bleek ik helemaal geen contactpersoon in Frankrijk te hebben zitten. Moment… (Wat vroeg je, Nelis? Een houtenkopstootje. Gewoon een vaasje. Nee, doe maar een fluitje. Rustig beginnen. Wat? Fluitketel ja. Aaargh!) Die contactpersoon had ik mezelf wel toegezegd. Nee, zo eenvoudig gaat dat niet, ik geef het toe. Daar moet je wat voor doen. Anyway, het schoot niet op. Via via, vraag niet hoe, kreeg ik toch een hoge pipo van de organisatie aan de lijn. (Lekker, Nelis, dank je.) Herstel, het was Kruijswijk, de wielrenner. Die 3e stond, ook zoiets. Slechts 25 zielige secondjes. Waarom hebben we het daar niet over? Nou goed, het was een kwartier voor de start dat ie opnam. Dus ik stelde hem bovenstaande vragen. Wel, om kort te gaan: datzelfde kwartier lang gaf ie geen gehoor. Toen verbrak ik maar de verbinding. Kruijswijk hield zich op de vlakte. En dat 213,5 kilometer lang. Het hele pak, begreep ik later.
 
Ik heb vanochtend pillen voorgeschreven gekregen en gehaald om zoiets grondig tegen te gaan – flinke joekels – en neem ze al braaf in, maar ze slaan nog niet 100 % aan.
 
Het is best relaxed in De Kantelaar, ik bedoel, minder bezoekers, zeker als je denkt aan al die optredens gisteren. Wat een drukte. Wat een inname ook. (Dank voor de drank Rank.) Wilfred heeft het nog wel zwaar. Hij had van alles door elkaar gedronken, ook na het optreden. Moet je natuurlijk niet doen, zeker niet op die leeftijd. Stropdas op half zeven, jasje in de kreukels, en z’n overhemd… gewoon verloren, ergens van ‘m af gevallen. Over vallen gesproken: het podiumtrapje omlaag ging een stuk sneller. Terugreis ook horizontaal afgesloten. Zou ie überhaupt zijn thuisgekomen? Hij ziet er nog steeds niet uit. Gebutst, gekrenkt, gekreukt. Vooral dat colbertje. Ik zeg net nog tegen ‘m: hé joh, breng toch die jas naar de stomerij, want dat vod, dat begint al knapjes te verminderen. Begreep niet waarom Nelis daarop plots moest gaan zingen. Was maar een stukje refrein, viel mee. Mot… mot moge, zoiets.
 
Gelukkig, de kroeg begint weer ouderwets te wiebelen. Te deinen, lijkt het wel. Zo voelen meer gasten het: dat De Kantelaar een soort schip is. Zeker als ze flink kantelen – trossen los! – en kant noch wal meer raken. Hoe dan ook: het stroomt goed vol. (Dat is ergens toch minder prettig. En dat stomme strijkorkest blijft maar spelen. Nelis, zet eens iets vrolijkers op! Iets van Céline Dion of zo! En heb je een whisky ijs voor me? Graag iets minder ijs dan de vorige keer!) Begint alleen wat later vandaag. Kun je zo hebben. Verderop aan hetzelfde tafeltje opnieuw die kroegkraaksters, en nog wat bekende gezichten waar ik even geen namen bij heb. Ben ook niet op m’n best nu. Komt wel weer. Dichters, geloof ik. Ze lezen elkaar voor. Moet geen gewoonte worden, zeg. Ik heb niets gehoord over een voorprogramma vandaag. En nu in het D-Drents! hoor ik er een aan die tafel met dubbele tong roepen. Er wordt inmiddels in heel Nederland aangemonsterd voor MS De Kantelaar.
 
Herbertje van de Dag en Ducrootkwoot. Dijkstra babbelde opnieuw onderdanig naast allesbeterweter Ducrot. Onzeker van zijn zaak stelde hij weer regelmatig vragen. ‘Kun je me uitleggen, Maarten, waar deze mannen vandaag in geloven?’ Kroot bracht tussen zijn kruitdampen, middeleeuwse martelingen en hakactiviteiten in het tourabattoir wijsgerige uiteenzettingen over des renners gevoel/verstand-houding tussen verstand en gevoel en de strijd tussen lichaam en geest. ‘Je hebt altijd hogere aspiraties dan het lichaam waar kan maken.’ ‘Alaphilippe koerst op emotie. Dat maakt ‘m zo onvoorspelbaar. Die emotie die onder de prestatie zit. Dat maakt dat ie meer kan dan ie kan.’ Te veel overdrijfzand. Vandaag twee opendeur-tochtige uitlatingen, niveau basisschool groep 6. (Bij de omweg: Viviani wint de sprint, Alaphilippe krijgt voor de tweede keer geel en mag gaan douchen.)
 
HvdD: ‘De situatie verandert altijd in een bocht qua windrichting. Jij hebt toch ook gezeild, Maarten?’
DK: ‘Martin kijkt niet eens op als hij water aangeboden krijgt. Dat betekent dat hij aan het rijden is.’
 
Op het podium staat Alloy in zichzelf wat te murmeloefenen. Zichtbaar gespannen. En dat terwijl de snelverzen er altijd vlekkeloos uitkomen. Waarom toch? Ik zeg ‘m net, je weet tóch niet wat ze roepen, dus wat zou je gaan lopen oefenen? Bovendien houd je tot nog toe perfect koers. Je bent sneldichter, okeee sjampseeliseee, maar het blijft me verbazen hoe snel je je dingen… ververst, zeg maar. Nee, het zit ‘m nu opeens in de rijmwoorden, verduidelijkt hij. Ik ben gaan twijfelen. Er liggen specifieke probleempjes. Wat rijmt er op Reims? En wat op Nancy? Ik begin Alloy te begrijpen. Je kunt je wél voorbereiden op meer waarschijnlijke dan mogelijke kreten uit de meute. Ze hebben steevast met het wielercircus van doen. Je kunt al een paar regelwegen voorplaveien. Mijn ‘dansie’ op Nancy lacht hij weg. Is niks. Past als rijmwoord bovendien niet in het metrum dat ik heb aangeleerd, zegt ie. Stom dat ik dat zelf niet doorhad, voegt hij er beschaamd aan toe. Geeft al aan dat ik vandaag niet scherp ben. Nancy schaffen we af. Alloy zucht even. Een pak van zijn hart. Zitten we alleen nog met Reims, voel ik met hem mee. Tja. Het heeft iets geheims. Geheims! roept hij enthousiast. Yesss. Op naar het podium. Het trappetje in twee kwieke hupjes eronder gekregen. En hij staat! Er klinkt gejuich uit het publiek op.
 
ROEPT U MAAR
 
“Nancy!”

De eerste karakteristiek jachtige klanken van Supersisters ‘Present from Nancy’ ellebogen zich onrustbarend tussen Wilfreds rood aangelopen oren. Valse start, mensen, even opnieuw! (Geschater en gejoel uit eerder genoemd publiek.)
 
ROEPT U MAAR

“Het pak!”
 
Gebeurde hem wel vaker, dat men hem iets verzweeg,
en dat hij essentiële info van de tour niet kreeg.
Zo was hem thans niet helder, waarheen ‘het pak’ zou gaan.
Hij vroeg het dan zijn vrouw maar. Die bescheid wist, kijk es aan.
Nu zou hij verder koersen, vooruit en hupsakee,
al kon geen hond hem zeggen waar het lag, dat Teinturier.
Best pijnlijk hoe zo’n ‘pak’ soms tot misverstanden leidt.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]

[Top 3 algemeen orangement: 3. Kruijswijk +0.25, 10. Kelderman +0.51, 46. Mollema +1.43]

Share This:

JOLIES HEIJ: ‘zo vanzelfsprekend dat ik je voor lief nam vergat waarvoor ik gekomen was…’

Het Srebrenica-seizoen is weer aangebroken, zo klinkt het hier en daar, niet gespeend van enig cynisme, in de media. Niet dat er nou overdreven veel aandacht voor is, het blijft toch een onontginbaar terrein vol landmijnen, voorbehouden aan een handjevol specialisten en activisten. Sinds enige jaren moet de 11 juli-herdenking tevens concurreren met de herdenking van de MH 17, die kort daarna plaatsvindt en waar veel meer aandacht naar uitgaat. Om de even ongemakkelijke als cynische reden dat de slachtoffers van de MH 17 Nederlands waren en de slachtoffers van de Srebrenica-genocide Bosnisch. Er zijn geen nederlandse soldaten bij de missie omgekomen of gewond geraakt, afgezien van Raviv van Renssen, die door een verdwaalde kogel dodelijk werd getroffen, en Jeffrey Broers, die al op een eerder tijdstip in de oorlog tijdens een routinepatrouille op een mijn liep. Wat een interviewster ooit deed opmerken: Ach, waren er maar meer Dutchbatters gedood, dan was Srebrenica tenminste wél een thema geweest. Nu is het enkel een beschamende schandvlek die zo ijverig mogelijk moet worden weggepoetst.

Overigens kan iedereen zich nog de proostende Karremans en Mladic herinneren, het beeld van de laffe pianospeler en de meedogenloze slachter staat op het collectieve netvlies gebrand, maar niemand weet van de gewone soldaat die wél terugschoot en zijn blocking position tot het uiterste verdedigde. Of de dienstplichtige die de Serven eigenhandig met de punt van z’n laars uit de bus met vrouwen en kinderen trapte. Ieder jaar rond “Srebrenicatijd” raak ik er wel in een discussie met deze of gene over verzeild, wat er toch op duidt dat het de mensen nog iets zegt. Misschien beduidend minder dan de klimaatverandering, de warmtepomp of de vliegtaks. Ongetwijfeld is het schuldbesef aangaande Srebrenica ook een stuk minder dan bij het meerdere keren per jaar het vliegtuig naar verre oorden pakken. De meest gestelde vraag, als het over Srebrenica gaat, is: Maar wat heeft dat met jou te maken?

Wat gaat het jou aan? Zoals ik net zo goed kan stellen dat ik een schoon geweten heb en geen plaatsvervangende schaamte hoef te koesteren omdat ik nooit met het vliegtuig reis en geen auto heb. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om dat kleine stukje wereld waarmee we door de ongelukkige loop van de geschiedenis verbonden zijn, net als met de voormalige kolonieën en de slavernij. Toevallig raakte ik hierover een paar dagen terug in de huiskamer van een gemeenschappelijke vriend met een historicus in gesprek. Hij stelde dat Srebrenica niet veel invloed op de nederlandse geschiedenis heeft gehad. Net als de MH 17 trouwens. Dat is waar. En omdat het land sinds jaar en dag met krantenpapier is dichtgeplakt en de wereld (behalve Amerika) niet bestaat, kunnen we Srebrenica als marginaal afdoen.

Bezien we het echter in een breder (europees) verband, dan doet Srebrenica er wel degelijk toe. Al is het maar omdat het de grootste genocide na de Tweede Wereldoorlog betreft, toen het “nooit meer” na de moord op zes miljoen joden in alle kelen opwelde. En toen gebeurde het op 11 juli 1995 toch weer onder nederlandse ogen! Maar ook wie de moeite neemt om in de plaatselijke geschiedenis te duiken, komt al snel tot de conclusie dat de Balkan door de eeuwen heen de speelplaats is geweest van diverse grootmachten: de Ottomanen, de Russen, de Habsburgers en recentelijk, de Amerikanen en de EU. Zoals het vermoorden van de habsburgse kroonprins door een servische nationalist in Sarajevo de Eerste Wereldoorlog uitlokte door wurgendverstrengelde belangen, zo werden de joegoslavische oorlogen in de jaren 90 van de vorige eeuw in het hele westen gevoeld. Al is het maar omdat hierdoor een exodus van bosnische vluchtelingen op gang kwam, waarvan er een slordige 65.000 in ons land zijn neergestreken. En dat zou ons niet aangaan? Helaas zijn de fotorolletjes naar zeggen “vernietigd”. Er bestaat geen equivalent van de aangespoelde Alan in het beeld van een jongetje met een verbrijzeld hoofd door toedoen van servisch geweervuur. Maar oorlog en genocide gaan ons allemaal aan. Wij zijn het die de geschiedenis maken.

sluimerverdriet

mijn stille echo kan je verder helpen
waar taal hulpeloze bressen slaat
bewegend op de paukslagen van sprakeloos
in de donkere nissen van jouw bijzijn

zo lang het slechts ademtocht is wat ik voel
en de fanfare door blijft spelen
verf de deuren naar mijn binnenste zwart
dat ik ze niet meer als valluik herken

de zappende passant die onbewogen toekeek
de jager die op kleiduiven schoot
die vliegtuigen bleken, de soldaat
in de enclave die jammerlijk de aftocht blies

zo vanzelfsprekend dat ik je voor lief nam
vergat waarvoor ik gekomen was
tot ik je jonggestorven gezicht terugzag
je graf in de lucht, ik trok de herinnering dicht

Share This:

Wilfred Alloy ondersteboven van de Etappe 3 ma 8-7: Binche – Épernay (215 km, heuvels)



Etappe 3 ma 8-7: Binche – Épernay (215 km, heuvels)

Ik kijk even naar de regisseur. Ranke Nelis. Hij gebaart dat m’n Leffe dubbel eraan komt en dat ik mijn verslag op de laptop kan uitwerken. Oneline-snuiver Gilbert Tantpissalopes heeft iets voorgedragen uit zijn debuutbundel ‘Luik-Bastia-Aken-Luik’ en de tranen staan me nog in de ogen. Ja, De Kantelaar ervaart een iets breder artistiek evenement vandaag. U moet weten, Wilfred heeft graag af en toe een voorprogramma voor zijn optreden. Dit groeit nog eens uit z’n voegen. De Ranke kijkt rond. Iedereen is voorzien. Aan een tafeltje iets verderop heft Altonice het glas, in gezelschap van kom hoe heet ze… Immanie Kompaan. Ook van de krakende kroegen. Het wordt almaar gezelliger. Iemand neemt plots plaats achter de ontstemde honkytonkpiano, terwijl Nelis zich achter de bar ongezien tot kroegcrooner ombouwt. Dit houdt eenvoudig in dat hij een iets andere houding aanneemt. Het hoofd schuin naar achteren, de ogen nu eens gesloten als een diepe dingen fluisterzingende Borsato, dan weer zwoel blikkend als Julio in z’n Regenjas. Zwoelio Iglesias. En dan moet ie nog beginnen… Hij heeft wel gelijk de aandacht. Iets van Jan  Boezeroen zegt hij te gaan zingen. Was dat een crooner dan? Het is dat hij ervoor gevraagd is, anders… Goh, hij laat zelfs teksten uitdelen. Deze moet er maar bij in het verslag:
 
Ik ben aan de drank verslaafd / De drank die een graf voor me graaft / Je zei me: ‘van jou heb ik genoeg’ / Nu vind ik m’n troost in de kroeg / Wat heb ik jou aangedaan / Dat jij van me weg bent gegaan / Ik weet niet wat of ik misdeed / Dus drink ik, zodat ik vergeet.


 
Jaja. Heftig. Ook een effectieve détour om het krankzinnige wielercircus te weren. Tijdens het zangoptreden van Ranke Nelis zie ik het overigens heel druk worden bij de toiletten. Hij vraagt na afloop nog om een applausje voor zijn ‘honkietonkiepianissie’, die Pannekoek blijkt te heten. O, die. Nou, hopelijk hebben we hiermee de voorprogramma’s gehad. De woordspelingen jeuken als eikenprocessierupshaartjes rond.
 
Nog iets noemenswaardigs in de tour gebeurd vandaag? Och, ze zaten eindelijk in Frankrijk. Eddy Merckx, de ‘koning-keizer-kannibaal’ – ja kostelijk, Dijkstra, je had groot gelijk om dat een paar keer te herhalen – mocht nu eindelijk naar huis. Van Binche naar Épernay ging het, uiteraard na enig toeristisch ‘Binche watchen’. (Sorry. Ook deze komt vast door het optreden van Tantpissalopes.) Het was gelijk heuvelachtig. Er moest in ieder geval een weinig geklommen worden. Uh… Wat zit je nou op mijn loptap… laptop mee te lezen, Alloy? De sneldichter is aan mijn tafeltje erbij komen zitten, dames en heren. Verveelt zich. Wat zeg je? O, hij wil inspiratie opdoen voor zijn voordracht. Maar daar kun je je toch niet op voorbereiden, Wilfred? Je weet nooit wat de mensen roepen. Momentje… Nelis! Heb je nog een Kleffe… shit… LEFFE voor me?! Nee, geen Westmalle. Ik woon zelf in West, malle. (Aaargh!) Ga jij nou maar vast naar je podium, Alloy, zo kan ik me niet concentreren. En weg is hij. Mooi zo. O, hij gaat bij Rieding en Kompaan zitten. Dat wordt innemen. Hé, daar zit al een heerschap. In matrozenoutfit, toe maar. Je vraagt je direct af: waar is dan het water, waar is de haven, waar je altijd horen kon ‘we gaan aan boord’? Ah, m’n Leffe! Danke, Ranke. Wat zeg je? Ja, ‘matrozenoutfit’. Lees jij nu ook al mee? Kan ik niet even lekker op mezelf dit verslag uittypen? Geintje, Nelis. Ik zit niet voor niks gezellig tussen de dronkaards. Het echte leven dient geregistreerd. En door jou geregisseerd, akkoord. Hier in De Kantelaar nemen we er allemaal aan deel. Maar pas op hè, je hebt al gezongen. De Ranke sloft terug naar de tap. Jawel: ‘Het kleine café aan de haven’ galmend. Ik smacht al naar het geluid van de scheepstoeter die eventueel nog ergere zaken het zeegat uit blaast. Gelukkig, het blijft bij een stukje refrein. Geen langs ramen knipogende neonreclame, geen hardgekookt ei, geen glazen die in het helderste wc-water zijn gespoeld. Ach, niemand zingt ook mee. Nelis voorkomt zelf een afgang. Je hebt van die barlieden, die maar doorgaan. Of die terugkeren als je denkt dat je van ze af bent, nog erger. Nee, over Ranke Nelis geen kwaad woord. Het zijn goedbedoelde plaagstootjes die de Kantelaars uitdelen. Wij zijn heel hecht. Kom niet aan Nelis, ja!  Die opdringerige matroos  trouwens, kennelijk door kroegkraaksters Altoos en Immer nadrukkelijk genoeg aan hun tafelkade uitgezwaaid – of op een kansloos zijspoor geraakt door de komst van Alloy, ook mogelijk – hangt nu hoog gekrukt aan de bar voor zich uit te staren, heeft een jonge jenever besteld. “Hier is je Ketel, binkie!” Nelis ook door Gilbert besmet. Intussen heeft Alloy het prima naar zijn zin met de dames, zie ik. Als ie maar helder blijft. Ik vrees het ergste.
 
Waar was ik? O ja, de Tour de France. De etappe. En of er nog iets noemenswaardigs was gebeurd. Vast. U kunt het allemaal nalezen op tig mediasites, terugzien in herhalingen van sportprogramma’s , en ’s avonds worden de belangrijke renners van de dag ook nog eens aan de nababbeltafel van die Ohne de Graaf (aaargh!) doorgezaagd. (Danke Ranke). Wel dit even gemeld: geletruidrager ‘Teun-is-een’ beetje gelost. Aaargh! Nu ben ik het zat! Die Tantpissalope komt er niet meer in! Alaphilippe geel. Het Herbertje van de Dag en de Krootkwoot nu. Ook dat nog. Dijkstra werd weer continu door Ducrot overvleugeld en gecorrigeerd. Zelfs over de champagne van Épernay botsten ze. Herbert kwam met veilig nietszeggende dingen. ‘Wat een sprookje, Teunissen. Wel een man die weet wat ie wil.’ ‘Kijk eens, de snelheid is alleen maar omhoog gegaan.’ Suf Labetobejaardenbusreisgeklep over kerken en bouwstijlen, als uit een folder opgelezen. Met onderstaande uitspraak trachtte hij, op onzeker vragende toon nog, in het juiste wielerjargon te komen. Kroot daarentegen was als vanouds niets ontziend in de vleesverwerkende industrie bezig. ‘Gaat het grootste deel van het peloton zich naar de slachtbank laten voeren of proberen ze nog iets te forceren?’ ‘Dit is gewoon een krijger, die slaat een willekeurige tegenstander zo voor z’n kokosnoot.’ De eerste edele delen had ie al afgedraaid. Was moeilijk kiezen. Ik vrees trouwens dat hij ook Herbert ooit op het rooster zal leggen. Dat zegt wel iets.
 
HvdD: ‘Dat laatste colletje met bonificatiepunten, denk je dat de kussens daar opgeschud worden?’
DK: ‘Het gaat niet alleen in je benen zitten, ook je longen spatten uit elkaar.’
 
Dan het grote moment, waar De Kantelaar elke dag weer op wacht. Het optreden van onze sneldichter. Hij begeeft zich naar… Dat wil zeggen… Tjonge, die moet ook aardig wat op hebben. Nog een ge-VAL-letje podium of jodium… Eerste traptree. Andere been erbij… pfff… Die heeft ie binnen. Tweede tree. Kijk uit!! Ai… Corrigerend handje erbij. Waar is dat rechterbeen gebleven? O, daar! Gezellig. Okeeee. De kindertjes in Biafra hebben diarreeee, okeeee.  Of neeee… gebei… ei… Wat is ook weer die laatste regel? zie je hem krabbelklimmend denken. Het publiek zal ‘m wel bijstaan. Nog één tree en… Nee, twee… shit…. Dan maar achterwaarts op de billen. O ja, eerst omdraaien, hihi. Voorzichtig. Smal, zo’n tree. Hai, publiek! Momentje… Nu zitten… umpf… Handen zijwaarts… plaatsen. Zich opduwen… Podiumhoogte, yesss! Vraag niet hoe. Het heeft iets horizontaals. Stukje schuiven nog. Effe legge, mensen… Omhoog nu via de microfoonstandaard, een armleuning van een stoel… EN HIJ STAAT!
 
ROEPT U MAAR
 
“Geregisseerd klimmen!”
 
De kop van slopisch hardhout, de tong nadorstig droog,
de benen nog van gisteren…  Ik krijg geen zier omhoog.
Toch moet die kruk beklommen, een volgend glas gekeerd.
Het klimwerk tegen ’t vallen liefst ook strak geregisseerd.
En haal ik dan die toogrand: de Ranke tapt terstond.
Je raakt het best onthageld door opnieuw zo’n Leffe Blond.
Kan wezen dat dit alles me morgen alweer spijt….
……….
 
“Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!”
 
[klapklapklapklapklap]
 
[Top 3 algemeen orangement: 3. Kruijswijk +0.25, 10. Kelderman +0.51, 50. Mollema +1.43]

Share This: