
Laat mij vrij
roep ik het tot mijzelf?
zoals ik verdwijn in eigen taal
(en wat ze heeft geschreven
leest ze onverstoorbaar voor
gelooft ze er nog in
is ze vergeten wie ze een uur geleden wilde zijn)
en ik dacht
wij blijven objectief
(alleen verslaggevers van twijfelzaaiers)
trouwens in de blauwe grot besefte ik pas
de reikwijdte van mijn minuscule zwemvlies
toch die overrompelende geïnteresseerdheid
het nam me voor jou in
nog stromen wij in elkaar door
waterhoentjes wiebelen boven ons
ze hebben acht pluizige kuikens
we weten niet hoe we zullen eindigen
de begoocheling steeds duidelijker voor ogen
dag zeg je mooie dag versta ik
zo klopt iemand de taal op
schuim en nasmaak
poëzie is een vlechtwerk
van mijn hand op mijn borst
dampend lichaam
blijft er die eenzame man op sofa
tegenover een nog eenzamere tv
(afscheid en geheime liefde
oud verlangen steeds hetzelfde deuntje)
dat het iets verschuift
laat neerdalen in taal
omdat alles maar vergaat door de leugen van lief leven
los maken die tros zodat het hart vaart
en die extatische vrouw haar schuddebuikend verleden
verhalen vulde ze zelf in
Vera Jongejan






















