Eerst geven we het de juiste kleur dan geven we het speelgoed passend bij de kleur dan vragen we wat het wil worden dan sturen we het naar de juiste school we vragen wat het wil worden dan zeggen we dat het hard moet werken we zijn teleurgesteld als het niet hard werkt dan vragen we wat het wil worden we sturen het naar de volgende school dan zeggen we dat het hard moet werken we worden boos als het niet hard werkt dan vragen we wat het wil worden als het een diploma haalt zijn we erg blij dan vragen we wat het wil worden
Onlangs moest ik voor een werkbezoek Kortrijk zijn. Omdat de ring rond Antwerpen in de ochtend niet te ronden is, hadden we besloten de avond tevoren in Antwerpen neer te strijken en de volgende dag in alle vroegte voor de files de baan op te gaan. Mijn reisgenotes hadden een appartement geboekt voor de nacht en waren met de trein vooruit gereisd. Ik volgde hen aan het einde van de werkdag na het avondeten met de auto. Het appartement lag in Sint-Andries. Voor de beste uitvalsweg in de morgen koos ik ervoor de wagen op de Vlaamsekaai in een ondergrondse parking te zetten. En ik was gearriveerd.
Bovengekomen op de kaai, wist ik wat me te doen stond. Een Koninck bij de Congo alvorens mij aan te melden bij mijn reisgenoten. Bij de Congo zat ik aan een tafeltje met een marmeren blad. Een Bolleke was er nog steeds betaalbaar en smaakt als vroeger. Toen ik mijn eerste dorst gelaafd had, ging ik op kot aan om in te kwartieren en de animo te peilen voor kroegbezoek. Eén van de dames moest nog een stuk aftypen, maar de andere had nog wel zin om voor een drankje op café te gaan. En zo liepen we door het eeuwenoude stratenplan van het centrum van Antwerpen richting kathedraal. Daar aangekomen liepen we langs de achterkant richting café de Pelikaan. We stapten via de achterdeur binnen. Stamgasten zaten de Croky cup te kijken. Antwerp-Sint Truiden. We zetten ons aan een tafeltje bij de verwarming met uitzicht op de Melkmarkt.
Mijn bewuste voerde een gezellig kroeggesprek. Mijn geest gleed langzaam door het venster naar buiten. Ik trad er een paar panden mee binnen en zweefde door enkel steegjes. Er waren dingen die al lang niet meer bestonden. Zelf was ik er ook niet meer zoals ik er ooit was geweest. Toch was er een deel van me dat nooit weg was geweest. Dat deel van mijn wezen, dat altijd terugkomt om de stukjes van mijn ziel te vinden die zoek zijn geraakt in de mist der tijden. Een plek ouder dan het leven dat ik leef. Ouder dan mijn vorige levens. De plekken die in dromen terugkomen als vervormingen van de huidige werkelijkheid. Een samenstel vormen van geografische coördinaten en dingen die ooit gebeurd zijn. Waar de restjes kosmische energie nog van aan de straatstenen kleven. Niet afslijten, hoeveel voeten er ook overheen gelopen zijn. Parallelle werkelijkheid die bijna onzichtbaar onder de oppervlakte van de waarneembare werkelijkheid sluimert. Het leven van eeuwen. Het allemaal weer even samenkomt op één plek in tijd en ruimte.
Ze vroeg me of ik nog een Bolleke bliefde. En alles vervaagde weer terug naar een tastbare werkelijkheid. Het zachte licht, de bruine lambrisering, de tegelvloer, de natte, glimmende straatstenen buiten, dauw op mijn verse glas. En vreugde bij het volk, want Antwerp had gewonnen. Toen we de kroeg uitstapten was ik voldaan en gerust. Alles wat ik ooit ergens achtergelaten had, was niet verloren. En ook in dit leven zal ik weer nieuwe kruimels strooien.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
En ik zag dat de Antistresspoweet u ook weer heeft weten te vinden. XVon
ROB BOUDESTEIN – BETER INKT VERSPILD DAN BLOED – een recensie
het was zo een winterse diep donkere middag – een eijldersmiddag, een eijldersdichtmiddag, maar wel een hele speciale die toch ook weer heel gewoon was. het café die middag warm dampend stampend vol – de presentatie van de bundel THUIS – 85 jaar Café Eijlders. we kwamen iets te laat – de bar afgeladen, de eijlders ‘inhammen’ tot aan het dichterstrappetje naar de toiletten – van hoek tot hoek vol dichters – achterin het café alle tafeltjes ook bezet – maar helemaal achterin – achter de bar – onder een kunstwerk – naast één man nog twee vrije plaatsen – zeg maar anderhalf – als je dicht tegen elkaar aankroop.
het was een heidense tour om die 2 plaatsen naast die ene man te bereiken – langs benen en armen van de vast gezetenen aan de ronde tafeltjes achterin het café met kaarsen belicht – het is alsof ie corona heeft of melaats is – dacht ik. en bijna versprak ik mij bij het aanspreken/ aanfluisteren van de man
‘zijn die plaatsen nog vrij of heeft u cor..’- “vrij” hoorde ik de man kortaf en afgepast.
we ploften naast de man neer. voorin was de dichter Michiel van Rooij aan het woord – niet dat je hem zag vanaf de plaats naast de man – je hoorde de dichter ergens voorin – we keken tegen de ruggen aan van de mensen die aan de bar de dichter wel konden zien. later na aanschaf van de eijldersbundel las ik dat Michiel het gedicht DOWN AND OUT IN EIJLDERS uit die bundel voorlas – ik hoorde:
“Dat is het mooie aan Eijlders/Er zit altijd wel een meisje,/ gezicht omlijst met krullend haar/ ..”
Ja ja dacht ik stevig geklemd tussen de man en mijn geliefde. dichter na dichter passeerden de revue. en na verloop van tijd – zeg maar rustig na een uur of zo – kwam er een beetje ruimte en lucht achterin de tent. ik zwaaide naar bevriende dichters en zowaar in een pauze kwam er een stoel vrij en kon ik mij prinsheerlijk zetelen achter een tafeltje met kaars. “de solipsist” sprak al die tijd geen woord. tegen mij niet, tegen niemand niet, niks, niets. ik vroeg mij af: zou het dichter zijn of een toehoorder of iemand die toevallig aanwezig overweldigd door een invasie dichters ingesloten werd op de toevallige plaats waar hij zich bevond.
Na een pauze noemde presentator Paul Lokkerbol een naam. de solipsist verrees, baande zich een weg naar het dichterstrappetje en HIJ SPRAK! toen hij weerkeerde vroeg ik hem waar ik meer poëzie van hem kon lezen – hij pakte een bundel – die nu voor mij ligt. BETER INKT VERSPILD DAN BLOED de titel – Rob Boudestein gedichten – iets meer dan 50 werkelijk prachtige gedichten – pareltjes – waarin héél héél veel stil en verstild verlangen is verwerkt – oa – in deze prachtregels uit het gedicht ‘codicil’:
Mijn lief, Als je dit leest dan is het feest met jou gedaan, dan ben ik dood ….
(…) … (voor) mijn ogen geldt een uitgesteld ontbinden. Mijn lief, die mogen ze verkassen naar een blinde mits hij belooft dat beide ogen dan nadien zo af en toe, nee elke dag jou zullen zien. (…)
mits hij belooft dat beide ogen dan nadien iedere dag nee ieder uur jou zullen zien
(…) mits hij belooft dat beide ogen dan nadien elk uur, of nee, nee almaardoor jou zullen zien.
Rob Boudestein – contact: rob_boudestein@yahoo.com /Oemtata vzw/ OEKKAF 2024
de brug is ver het zijn geluiden de stad het was de wiegbrug toen moest altijd wachten zag de schippers zag een klomp zag een touw zag ze zwaaien er waren muntjes herman
moet altijd denken dan maak ik er maar weer een gedicht van in de ochtend tik tik tik ze waren er wel de eerlijke woorden maar daar doorheen sla sla tik tik
een sienjaal herman zo een laatste moment ben je toch alleen ik was met haar herman ik kon niet anders
ze weet vast de schelde nog hoe bang ze was om te vallen later dansten haar hoge hakken een lange hoge hakken mars er was muziek piano’s we moesten zoenen zoenden als de golven herman
wat was ze blond half blond vissenogen ze had gekropen zei ze door zwarter bloed door het zwartste bloed we dronken antwerpen tot aan onze voeten de travestiet zong mooi
later speelde een gitarist een liefdesliedje ik kan zo mooi kijken als ik verliefd ben dan spelen ze liedjes dan zingen ze ik kon niet anders herman we keken water
soms sturen ze nog kaartjes uit een ver land schrijven ze een goed jaar wat rest is de brug waaraan de kleine floriade onkruid groeit door stalen hekken roest en ergens nog iets stroomt dat op een rivier lijkt
‘wat hebben wij nou eigenlijk meegemaakt’ ik viel even stil in de veronderstelling dat, hoewel ik de voorpagina nooit heb gehaald niemands leven heb gered of een hoofdprijs gewonnen ik toch een zinvol en noemenswaardig leven leid ten minste interessant maar ja…. altijd een dak boven mijn hoofd goed verzekerd een kachel die brandt en voldoende paracetamol en als je het zo bekijkt.. is mijn leven best wel heel gewoon zelfs zo af en toe een reisje België voorbij voegt daar niet veel aan toe niets meegemaakt dus eigenlijk