“There is an old belief that on some distant shore far removed from misery and grief old friends will meet once more”
Hans en ik waren buren. Tijdelijk althans. Begin 1985 was het. Bij dezelfde eigenaar huurden we elk een kamer in Baga Bardez. Goa. Nieuwsgierig naar het getikketik van een schrijfmasjien keek ik bij hem naar binnen. Een prachtige blonde god. Dampende joint op de rand van de tafel. Het vel in de masjien was onderweg naar de status van bladzijde in een nieuw boekje – Open inrichting: Nieuw Amsterdams Dodenboekje. We raakten in gesprek, er ontstond een vriendschap en niet veel later figureerde ik in de open inrichting als Max. In gesprek met Larry aan wie ik trots, in bad, mijn gloednieuwe kut kon laten zien.
Hans was op reis met een aantal vrienden van de Amsterdam Balloon Company. Het Fernandez Guesthouse in Bombay hun uitvalsbasis. Daar mocht ik ook mijn overtollige ballast stallen voordat ik op weg ging naar Rajastan en later Benares. Daar ontving ik, op Holy nota bene, een telegram van de consul in Calcutta. Mijn moeder bleek overleden. De trein naar Bombay gepakt en eenmaal in het Fernandez bleek Hans daar inmiddels ook. Samen met iemand van wie mij nu even de naam ontschiet ging hij voortvarend te werk. In no time waren mijn spullen bij elkaar gezocht, in een vuilniszak gepropt en met mij in een taxi naar het vliegveld gezet. Net op tijd, één uur voor aanvang, kwam ik aan bij de aula vanwaar mijn moeder werd uitgezwaaid. Een paar maanden later bracht ik mijn eerste bezoek aan Ruig.
De quote hierboven staat achterin het boekje The Art of Dying dat ik vorig jaar van Hans kreeg bij Het Woord in Ruigoord, dat hij jarenlang samen met goede vriendin Yvonne van Doorn met zoveel plezier organiseerde. (Yvonne ik hoop vurig dat je ermee doorgaat) In een reactie op zijn boekje schreef ik onder meer ‘We verblijven maar eenmaal in de derde dimensie, een unieke ervaring die mij niet lang genoeg kan duren. Gemeten naar de eeuwigheid is het als een orgasme dat, o wrede extase, o wreed geluk, bij de gemiddelde man slechts seconden duurt. En wat prijs ik mij gelukkig dat ik lesbisch ben. Maar dat terzijde. Er is ook nog mijn egoïstische/particuliere overweging. Want bij elk (onvermijdelijk) vertrek van een dierbare krijgt mijn spirituele hart een knauw die voelbaar is door mijn hele lijf. Dus blijf jij voorlopig nog maar even makker! Hans was toen al een paar jaar ziek.
Inmiddels weten we van zijn ‘vertrek’. Tussen aanhalingstekens schrijf ik dat toch. Immers, Hans pende de cruciale zin ‘Death is similar to birth. An exit from one world and entrance to the next’. Hiermee geeft hij uiting aan een onwrikbaar geloof dat het leven op aarde een voorspel is. Met de nadruk op spel. Homo Ludens als opvolger van Homo Sapiens. Het draagt bij aan meer opwinding en plezier. En…het is gratis. “You don’t have to pay, subscribe or become a member. You are free to choose your way from here to eternity”.
De speelse geest van Hans heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat onze vriendschap geen milimeter heeft geleden onder mijn meer stoïcijnse visie wanneer ik Nabokov citeer – ‘our existence is but a brief crack of light between two eternities of darkness’. Waar Hans de geruststelling vindt in het ‘Naleven’ (the afterlife) vind ik die in de gedachte dat ik mij van de eerste periode van duisternis niets kan herinneren. Ik kijk naar familiefoto’s uit een tijd waarin ik nog niet geboren was. Het huis is hetzelfde als waar ik later in terechtkwam. De kamers, het interieur, de mensen daarbinnen. Maar ik bestond niet en niemand die daarom treurde. Daaruit volgt het sterke vermoeden dat ook de Tweede Periode er een van vergetelheid zal zijn; een onbegrensd niet zijn. Nirwana! Of het inderdaad een identieke tweeling van de Eerste Periode zal zijn moet nog blijken. Mijn logica dwingt de gedachte dat we het nooit zullen weten. Maar uit pure nieuwsgierigheid, mede, beter vooral, gevoed door de liefdevolle geest van Hans, houd ik de optiedeur op een ruime kier. Want de geruststelling ontstaat ook uit de overweging dat binnen de subjectieve waarneming niets goed of fout is.
Zo wandel ik onbevreesd naar de uitgang.
de rekbare kosmos
zo mooi de leegte opgebaard als voor de lichtflits zal de vlakte zonder einder zijn
mooier nog dan al het andere de onuitputtelijke tijd in een gloedvol samen kwijt
Inkonsekwent als ik ben vergeet ik wat ik hiervoor heb beweerd. Eindeloos blijf ik met Hans in gesprek. En mocht dat dan toch zijn bij een ontmoeting op een afgelegen kust, ver van ellende en verdriet, wat zouden we een plezier hebben om mijn grote ongelijk. Want één ding weet ik zeker. Boven alles uit zullen wij dan opnieuw de heerlijke schaterlach van Hans kunnen horen.
Hans Plomp pagina 12 bundel Karma Sutra – Nymfaeum Pers 2006
intense reacties bij de dood van de ziener Hans Plomp
laten we nog een keer hans plomp aan het woord – ooit schreef ik op pagina 12 van zijn gedichtenbundel KARMA SUTRA “sleutelgedicht’ – een sleutel voor de deur van het goede leven – de deur die hij nu zelf heeft gesloten. zijn beste ruigoordvrienden weten waarheen hij nu onderweg is.
Yvonne van Doorn-mousset:
Mijn lieve allerbeste vriend Hans Plomp bepaalde zelf
het moment van vertrek.
Eenmaal aangekomen on the other side
zal hij opgaan in de spirituele energieën
van geestverwanten ,zo heeft hij mij gezegd.
Onze vriendschap, we kennen elkaar al meer dan 50 jaar,
wat zal ik je missen ,lieve schat …. voor nu Tot Ziens.. wie weet..
Jan Bianchi:
·
Lieve Hans, goeie reis , door ruimte en tijd, de ziel , reist door .. vol kleurrijke herinneringen .. naar de eeuwigheid. Vloeibaar golf jij voort, als zonlicht reflecterend op het water.. en hoewel in jou, eros soms borrelde als een sater, was jij een lieveling van moeder aarde.. Al die jaren, dat wij elkaar mochten ontmoeten.. konden wij de eerlijkheid begroeten…, de gein, de vreugde om het leven.., maar ook de pijn, die we vaak deelden, heelden met het geven… Ga nu maar, je tijd zit erop, ouwe jas uit.., wapper met je vleugels en hop! Ontpop je als een vlinder, in het hiernamaalsfestijn… Omhels je oude vrienden en vriendinnen.. in de eeuwige zon en volle maneschijn..
Sporen van je vacht, je haren overal in ’t rond, op stoelen, de wc-bril, op mijn kleren, in mijn mond en telkens lieve engel moet ik denken aan je goddelijke kont, neem me niet kwalijk, aan je goddelijke vonk.
Hans Plomp (1944)
van meerdere kanten werd ik al bericht over de zorgelijke toestand van dichter organisator ruigoorder HANS PLOMP – hieronder op het youtubefilmpje in een stoel gezeten. alfredex berichte mij – dat gaat niet goed. soms heb je van die mensen – heel soms – soms schrijven die mensen geschiedenis – hans was een van die mensen –
wat doet een held als hij gewonnen heeft het heldendom geen nut meer zijn daden bekend gemaakt opgepoetst en opgetuigd weer doorverteld
wat moet een held als hij is overwonnen maar er geen heldendood gestorven is wat moet zo’n held werkloos terend op wat oude roem zich afvragend of het de moeite waard was of hij als held geboren is of eigenlijk toch niet
Sprookjesdier speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder velletje oud oogjes zo wijs van vroeger ben je weet je nog.. ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje ik trok je naar ons paradijs dan zwierf ik met je langs de zee geduldig leerde ik je baden totdat je wit en schoon en nobel was de koningin te rijk kamde ik je manen en zon toverde bezieling in je oog van glas je bent veranderd in een zebra wat heeft de tijd met ons gedaan die rusteloze wezel haat kinderlijk duimendraaien aan het raam het dromerig gekwezel en ik heb ook niet goed op je gepast laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim je krijgt je paardenkracht terug in elke vezel ik streel je levend tot op het allerlaatste puntje van je kruin.
maar ik heb het over jou over wie ik het wil hebben een gedicht is soms heel soms een tekening die nog gemaakt moet om te krassen in die boom van toen
Natuur ontwaakt in goud, kleur die zij het kortst houdt, bloeit pril haar bloemenblad, een uurtje–of zowat, dan vallen blaadjes af: een godgegeven straf, een dauwdrop die verkwijnt. Alles goud verdwijnt.
we kennen de dichter beter als comedian – maar in de comedian schuilt zo af en toe ook een dichter – en zie hierboven de dichter aan het werk: prachtig subtiel gehouden weemoed – alle romantische elementen zijn aanwezig – het is een gedicht met ietwat bittere weemoed, er is nacht, er is muziek en eigenlijk is er niets meer – alleen de ik persoon in zijn alleenheid – de dichter.de romanticus. Cristian Pielich brengt de weemoed tot aan de rafelranden van de liefde – heel persoonlijk en toch heel algemeen gehouden – het verlangen ook.