voor de fijnproevers – wolff met kaviaar!

voor de fijnproevers:

Programma van het Feest van het Licht in het Torpedotheater op 15 december 2019


15.00 uur aanvang programma,
 1. muziek door Frank Paavo Jazzpainter
2.      poëzie door Vera Jongejan
3.      poëzie en proza door Mirjam Al
4.      poëzie door Merik van der Torren
 
ca. 16.00 uur PAUZE met muziek van Frank Paavo Jazzpainter
 
6.      kort verhaal door Hein Heijnen
7.      poëzie door Joke Kaviaar
8.      poëzie door Pom Wolff
9.      poezie door Lucienne Köhler
 
 
Presentatie: Mirjam Al en Merik van der Torren

Share This:

Merik van der Torren met Harmke in het restaurant – Van oude menschen, de dingen, en vogels die voorbij gaan…


Hoi Pom,

Een tijdje terug bezocht ik met mijn zuster en de hoogbejaarde vriendin van mijn moeder Harmke het Bosbaanrestaurant in het Amsterdamse Bos. Hierbij een indruk van het dialoogje dat ik met Harmke had. Voor pomgedichten, groet, Merik


In het Bosbaanrestaurant met Harmke

 
Zie je die zwarte vlek daar ?:
Is het een zwarte vogel ?
Hij beweegt…?
 
Nee, ik denk dat dat lampen zijn.
De bomen daarachter bewegen in de wind.
Daarom lijkt het dat die zwarte vlek beweegt
en een vogel is.
 
Hoe weet je dat zo zeker ?

Merik van der Torren
 
 
voor de fijnproevers:

Programma van het Feest van het Licht in het Torpedotheater op 15 december 2019


15.00 uur aanvang programma,
 1. muziek door Frank Paavo Jazzpainter
2.      poëzie door Vera Jongejan
3.      poëzie en proza door Mirjam Al
4.      poëzie door Merik van der Torren
 
ca. 16.00 uur PAUZE met muziek van Frank Paavo Jazzpainter
 
6.      kort verhaal door Hein Heijnen
7.      poëzie door Joke Kaviaar
8.      poëzie door Pom Wolff
9.      poezie door Lucienne Köhler
 
 
Presentatie: Mirjam Al en Merik van der Torren

Share This:

gezellige meningsverschillen – net als VROEGER – tussen webmaster en eilanddichter ROOP

vroeger

toen de kinderen nog klein waren
toen ik voor geld adviezen gaf
op school zat naast mijn eerste grote liefde
voetbalde op gras
met mijn vader naar ajax ging
en koetjes repen at

vroeger

toen je kinderen zag spelen op een pleintje
toen je nog bomen had
toen je buiten kon wandelen
en gratis zuurstof kon halen
toen je ramen had in een huis die open konden
toen het nog tochten kon

vroeger

toen je dichters had
ook die van de zee hielden
of uit zichzelf dood gingen
toen je nog dichters had die niet werden vervolgd
die niet werden opgesloten
én opgehangen

pom wolff


Roop:
die eerste strofe pruim ik nog wel, maar dan gaat het snel bergaf. voor iemand die het amstelpark als derde long gebruikt en een huis heeft op eigen grond die vol ligt met wilhelminadubbeltjes, klinkt de tweede strofe als een merkwaardige ontkenning van het eigen bestaan. inhoudelijk gaat het in de laatste strofe helemaal fout: er bestaat geen vroeger, waarin dichters niet werden opgehangen. dat maakte altijd deel uit van het beroepsrisico, van minstrelen die niet genoeg wisten te vermaken of waarbij toevallig niemand had gehoord dat de koning “don’t shoot the messenger” riep tot en met de zuidamerikaanse dichters, die in de kelders van voetbalstadions werden doodgemarteld. en van de zee houden? ik beweer maar even dat tweederde van de poëtische inhoud heden ten dage hier op facebook rondjes draait om de zee en het water.


commentaar webmaster:

vroeger
toen je nog recensenten had die pruimden
op de poëzie kauwden als was het pruimtabak….

Share This:

Jolies Heij denkt aan Derrel Niemeijer in zijn zo eigen ‘zonlichtstralen’

foto: Theo Huijgens

De volgende dag reisde ik af naar de eindhovense Gouden Bal, waar ik één van de weinige dichters was door de schijnbaar zuigende werking van een podium in Sint Oedenrode. Dan maar aan het blond schuimend bier en aan de lange tafel op weg naar de rookruimte herinneringen ophalen aan Derrel, luisteren naar elkaars gedichten en de geschiedenislessen van Hans Marijnissen. We gaven Monique Hendriks wijze adviezen over haar stadsgedichten, …

op Derrel.

Zinnenstrelend in druilerigheid


Jij bent de gouden bal van de dag
zegt die ene stamgast. Het is donker in de
lichtstad waar nachtburgemeesters kerstlampjes
tot brandende fakkels ontsteken. Stad van de

neobeatnik met heel tegendraads een ondersteek
Op zijn kop. De poes op het biljart slaapt
spinnend de zondag rond. Er is zo veel
potkachelpoëzie om ons aan te verwarmen.

Bij gebrek aan zon laten we het mout
de kelen strelen. Dit hof van rokerig verderf
een lichtbaken in benevelde herinneringen.
De antistresspoëet wekt mijn treurgondelier

tot leven, hij spreekt uit naam van de muze.
Ik dans op de brabantse matras, in mijn zakken
galmende barden. Tegen sluitingstijd wil de
etalagevedette in mij naar een zinnenstrelende druilerigheid.


Jolies Heij

Zonlichtstralen
laten harten
verschijnen
op haar muur
die zij niet
plukken kan
om in hem
te planten
die ijsbloemen
schraapt van
het raam
om deze in
een in elkaar
geprittte vaas
te zetten.

Hij schraapt
ijsbloemen van
het raam
om deze in
een in elkaar
geprittte vaas
te zetten
om aan haar
te schenken
die hem
een hart gunt
gevuld met
zonlichtstralen.

Derrel Niemeijer

Share This:

KARIN BEUMKES & Grace Slick op de maandag voor u! …. ‘Je was twaalf en verdwaalde…’



St. Maarten


Je was twaalf en uit een oranje bol
mocht je een paar ogen snijden
de neus verminken
en van de mond
maakte je een afgrijselijke lach
achter drie tanden giechelde een theelichtje.
 
Je was twaalf en verdwaalde
(het kleine lampje in de bol ook ook)
poink poink trommelden je laarzen
het trottoir was bezaaid met versnaperingen
vele wikkels voelden zich zonder lijf en rilden
 
Je was twaalf, je verloor je sigaretten
je was net ongesteld geworden
één borst was zo groot als een pompoen
er groeiden haren tussen je benen
je zou er morgen iets onmiddellijks mee doen
je was twaalf.



Muziek: Grace Slick – Seasons https://youtu.be/MrZKZlJV4S8


Liefs en kom maar gauw naar Texel,


Karin

Share This:

Antony Oomen op 1-12 – wereldaidsdag – “…Maar grootmoeder, zij huilde wel…”



Tranen

 
We hebben geen traan gelaten
Niet toen je vertrok en niet toen je alleen terugkwam
We hebben niet gehuild
 
We hebben niet gehuild toen we in het donker
Toen we door de regen, in de kou
Aan de kant… niet konden huilen
 
Ik had geen tranen meer
Na alle verwoesting en alle schending
Met droge ogen keek ik toe
 
Met droge ogen keken wij toe
Hoe de kinderen vermist raakten, één voor één
Maar grootmoeder, zij huilde wel
 
Oorlogstranen smaken bitter, zei ze dan
Dat krijg je ervan als je zo oud wordt als ik
Dan wreef ze de tranen uit haar ogen
 
Mistroostig keek ze me aan en zei
De oorlog begint altijd achterbaks
Toen pinkte zelfs ik een traantje weg
 
Eén dikke traan rolde over mijn linkerwang
Sindsdien huil ik onafgebroken
Tranen, één voor één
 
Eén traan voor elk dood mensenkind
Eén traan voor elke kindsoldaat
Eén traan voor elke onverlaat
 
Wetende: ook waar druppels één voor één
Vallen met tussenpozen
Ontstaat een stroom, onmetelijk
 
 
 
Antony Oomen
1.XII/2019
Amsterdam
 

Share This:

ANNE BORSBOOM wint de enige echte virtuele – ja vind je zelf nog maar eens terug hier in die bende – trofee op pomgedichten. JOLIES HEIJ zilver, PLOOS en KAATJE WHARTON brons – (de enige echte virtuele op herhaling – deze week gaan we terug naar 2012)

tot januari 2020 vindt u hier enige herhalingen van de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd op pomgedichten. een decennium lang of langer al doen we elke week hier de zondagochtendwedstrijd – in de herhaling vele verrassingen, voor de webmaster zeker, wellicht voor de dichters zelf ook, mede een eerbetoon aan de reeds overleden dichters – we gaan genieten! we doen het kris kras en volkomen willekeurig.
ANNE BORSBOOM wint de enige echte virtuele – ja vind je zelf nog maar eens terug hier in die bende – trofee op pomgedichten. JOLIES HEIJ zilver, PLOOS en KAATJE WHARTON brons
Gepost in  2012/5/13 8:00:00 (749 keer gelezen)  
ANNE BORSBOOM schrijft in de nacht over de vuile weg – pom: 25 – peter 22
VON SOLO raakt zichzelf aan de straatstenen nog niet kwijt – peter 5
TIEFENTHAL ziet er als een berg tegen op – peter 5
MIKE PLATENKAMP in volstrekte harmonie – pom: 5 – peter 8
FRANS TERKEN aan het snoeien – pom: 5
JOSSE KOK achtervolgt een derriere
KATJA BRUNING moet haar huis uit
LISAN LAUVENBERG over dichters in amsterdam
CAREL BROEKMAN vindt zichzelf terug in de ondergaande zon – peter 10
JOLIES HEIJ over onverstoord neuken zonder de loerende blikken van zwarte katten met kousen aan – pom: 20 – peter: 20
PLOOS plakt memootjes op billen – pom: 10 – peter 15
KAATJE WHARTON in eenvoudig mooi – pom: 15 – peter 10
JAKO FENNEK ziet in blauwe glazen vazen – pom: 15 – peter 5
KEES-JAN SIERHUIS redt het vege lijf – pom: 5
MARTIN M AART DE JONG in de markt voor 4400 bruto
MAX LEROU kent het klappen van de zweep
wedstrijd gesloten.





‘dat u eindelijk u zelf heb teruggevonden meneer wolluf’ – de gedenkwaardige woorden van bettie gisteren. En? Vond u u zelf wel eens terug? Bij wat, bij wie. Dat is me nogal wat – je zelf terugvinden. Dat mag dan wel wat geweest zijn. We zijn benieuwd. Kortom: wie wint de enige echte virtuele – ja vind je zelf nog maar eens terug hier in die bende – trofee op pomgedichten? Een breed thema.
Zo makkelijk is het allemaal niet lieve lezer, maar gelukkig hebben we nog de poëzie. Als je niets vindt vind je daarin altijd nog wel jezelf. Het hoeft niet per sé filosofisch hoor. En meneer wolluf heb u nog wat in mij gevonden vannacht, sprak bettie zojuist vrolijk.
Inzenden voor zondag 1100 uur. PETER LE NOBEL. de grote man achter nationale boekenblog. is van de partij als juryvoorzitter, zeker als hij er wat van mag vinden. Jury rapport verzekerd. gedichten niet te lang tenzij noodzaak.


juryvoorzitter en webmaster verdelen ieder weer 100 punten over de ingezonden werken. alle inzenders overlaad ik met dank voor zoveel moois.



ik heb geen reden
er is geen grond
jíj laat geen ruimte
voor verleden

alleen al
je bestaan te weten
is meer
dan ooit in mij bestond

ik zag je kijken
niemand was ooit dichter bij
ik zag je ogen
ik zag mij

pw







zijn zacht vel laat ik niet versterven
aan de kant van deze vuile weg
ik maak een haak in de schuur
doop zijn voeten in rode wijn
koop een ontbijtkoek en aai zijn naaktheid
vannacht kleurde de maan vol
onder vuurwerkgespetter en champagnegeknal
vermengde zich zijn nectar met mijn nonchalance

niet dat ik denk dat je om mij geeft
of gaf of zal geven
niet omdat ik dat nodig vond
vind of zal vinden, ik concludeer een egoist
iemand die zichzelf te hoog acht
die bij nader inzien liever biefstuk bakt
en tranen als gewassen glas plast

zo voel ik voeten zonder gevoel
lippen samentrekken in de tong die verdrinkt
en ieder orgasme zal letters doen beven
lippen losmaken, gedichten schrijven


Anne Borsboom



pom:
die eerste regel alleen al. En ik ben verloren. Ik weet hoe dit gedicht tot stand kwam in de nacht van vrijdag op zaterdag. Rode wijn. Wat een rijkdom. Heerlijke albert heijn ingredienten gemixd met de abstracties waarbinnen anne nu eenmaal altijd gaat, beweegt, leeft. Ik laat hem toch maar niet gaan – strofe een – veel zaaks is het (hij) niet – strofe twee – maar ja je wil toch ook nog weleens een orgasme – strofe drie. Zo vrouweljk ook dit gedicht en wat er in een vrouwenhoofd om gaat. De man tot instrumentarium terug gebracht. Een leuk speeltje in de schuur. Na de ontbijtkoek laat anne de biefstuk liever voor hem. Gedichten schrijven het betere werk. Tranen als gewassen glas plassend. Ja zo zet je iemand wel even weg.

ploos:
Wolff, Borsbooms gedicht is tot nu toe favoriet voor mij. Niet dat ik wil mee-recenseren hoor, maar je kent me: ik kan het niet voor me houden. Het is namelijk buitengewoon.
PSt Mooi vond ik ook dat van jou (“ik heb geen reden” enz.). Als je “jíj” vervangt door “je”, wordt het –paradoxaal genoeg– veel krachtiger.
PPSt Ik denk niet dat Von Solo zijn vrouw vergelijkt met een olifant, maar zichzelf. Zij is –zoals ik het lees– de porseleinkast.
PPPSt Onlangs overgegaan op achternamen. Fortuyn is intussen Pim, Van der Sloot is allang Joran: ik stop ermee. Achternamen. Rugnummers!

peter: Met die haak in de schuur moet ik denken aan die eland die twee mannen in de roman ‘blindgangers’ aanreden. Een van hen, een arts, besloot de eland te villen voor het diner. De hele sfeer van vertwijfeld zoeken in deze roman van Joke Hermsen zie ik nu samengebald in dit gedicht.






En ik maar proberen mezelf voortdurend kwijt te raken. Aan de straatstenen nog niet!


De gevoelige

Daal af in de diepte
Tot ik mezelf verlies
Het verschil verdwijnt
Tussen schunnig en kies

Zweef in een wereld
Die los van deze staat
Ervaar diepe liefde
Vernietigende haat

Dan komt de connectie met de realiteit weer terug
De gnoom grijnst vanaf m’n rug
Fluistert me toe
Dat ik stout was
Maar nu wil slapen
Want ik ben moe

De engel huilt
De engel grient
En de engel vloekt
Versmelten tot 1 ik
Die in het duister zijn weg zoekt
Blijft zoeken

Op de tast
Als een olifant in een porseleinkast


VON SOLO
www.youtube.com/vonsolo010

pom: nou dat zal ze prettig vinden om olifant genoemd te worden. HERSTEL: om een olifnt op bezoek te krijgen. Een beetje te uitgesproken vermoed ik dat peter le nobel gaat opmerken. Waar von solo normaal gesproken de humor het werk laat doen is deze hier afwezig en dan resteert er niet heel veel meer dan zeg maar de beschrijving van 14 cm ontsluiting door een vrouw die aan het bevallen is. In het beschrijven van wat een individu voelt huist niet altijd een mooi poeziekindje.

peter: De laatste regel ‘schunnig en kies’ in de eerste strofe detoneert met de sfeer in de rest van het gedicht. Hier wordt serieus een proces beschreven. De ‘gnoom’ vind ik net wat te cliché, maar de engel in drie verschillende gemoedstoestanden vind ik wel meer origineel. Ik stel de mens ook meer als een Jeroen Bosch-achtig wezentje voor: een duiveltje met engelenvleugels… Of een engeltje met hoorntjes… Wellicht is de beschrijving van het proces net iets te uitgesproken.








Overstekende storm

Vandaag heeft de beklimming
van de Kunstberg niet plaats gevonden.
Je doet het te voet
daar de berg gesloten is en toch
een col vormt buiten categorie.

Immers, ter hoogte van het koninklijk park,
een duistere vlek tussen het koninklijk paleis
en het paleis der natie,
heeft een korte zandstorm
zwaar gewoed en me verrast.

De Kunstberg en ik
vielen uit het zicht.



marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Temse
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)


pom: de buiten categorie regel is een mooie. De kunst in de verdrukking begrijp ik. Dan maar een gedicht moet de tief gedacht hebben. Een sympathiek gedicht.

peter: Op zich aardig, maar afstandelijk geschreven. Ik vraag me nu überhaupt af of binnen het thema ‘vinden’ symboliek in gedichten passen. De symbolen creëeren zoveel afstand dat je er niet dichtbij komt.





aan de oever van de harmonie

zou een antwoord in de wind
een opluchting, een verschil
als de kransslagader van een toon
als het timbre van vluchtig aanraken
te ontkennen zijn

zou de golf die een dorp verwoest
bekend zijn met het fenomeen ramptoerisme
en de bewaker van het volk
met de mogelijkheden van een brein

zou jij
mij nog herkennen
als ik mij zelf ben ontstegen

na een verre reis

in de handen van een visser
die me zijn nachtvangst toont

in de ogen van een passant

in de verandering van
majeur naar mineur vind ik mij

ik zou misschien een oude plaat opzetten
een grappig hoedje, een dood moment
je zou grapjes kunnen maken over akkoorden
zeggen dat ik bruin ben, mij kussen

aan de oever van de harmonie
waar ik stop met zoeken


mp


pom:
ja het is de melancholie die weer eens plaats krijgt in het poeziewerk van mike platenkamp. Hij wordt daar steeds beter in om het parlando te laten zijn. Achteloos bijna als een achteloos opgezet hoedje. Kolere woord verder harmonie. Hoe verzin je het. Eerste strofe hoeft voor mij niet maar dan wordt het mooier en mooier.

peter: zou jij / mij nog herkennen / als ik mij zelf ben ontstegen / na een verre reis / in de handen van een visser / die me zijn nachtvangst toont
Dit zijn de pareltjes in de oester. Symbolen creëren afstand, maar metaforen duidelijk niet. De eerste twee strofen zijn net iets te groots beschreven, waardoor zelfs met metaforen afstand wordt geschapen. Hou de boel klein, als je het vinden wil.






Tussen het snoeihout


Hoe ik de halve stad doorkruiste
stak nog een kaars op in de kerk
de overvolle terrassen afstruinde
in alle ogen de juiste zocht

de eerlijkste die ik dacht
te vinden maar wie

tot ik achter in je tuin belandde
waar jij tussen het snoeihout
verscholen de jonge loten suste

ik verwilderd je lippen bluste
de heerlijkste tenminste
voor een paar minuten poëzie


Frans Terken 12052012


pom: hartstocht van de dichter die waarschijnlijk in de tuin bezig was vandaag. Achter elke struik een vrouw ziet. Zoenen voor wat poëzie dat is een heerlijke gedachte. Maar ja. In een tuin past meestal maar een vrouw. En dat is het begin van het einde. Overal brandnetels, beesten die steken, kwaadwoekerende mossen. Maar dan toch deze heerlijke gedachte die er mag zijn voor 12 regels poezie.

peter: De heerlijkste lippen voor een paar minuten poëzie. Die vond ik aardig.







Globetrotter


ik achtervolg een derrière
tot deze zich ontbloot
en ik in het zachte vlees
een zwerfblik gadesla

ik duik steeds in de grachten
maar riek naar de riolen
ze vinden mij gehavend terug
in natte krantenkoppen

soms tussen slierten zeewier
dan ben ik afgedreven


Josse Kok


pom: ik kan hier weinig mee. Eigenlijk niks. Niet het sterkste gedicht dat ik van josse mocht lezen. Gehavend teruggevonden in natte krantenkoppen. Dat is een mooie regel – nu het gedicht nog.


peter: Ik denk de beschrijving van een paling…






Het oude huis


Straks moet ik mijn biezen pakken
en mijn oude huis verlaten.
Verf noch hamer kan mij baten.
Het telt te veel ongemakken.

Door de kieren
trekt de koude.
Dat doet oude
stramme spieren
weinig goed.

Spanten kermen.
Het huis is vervuild.
Wind die in de schoorsteen huilt
wentelt klonters bloed.
Vlooien zwermen
door de gang.
Het behang
hangt in vellen
aan de kaken.

Botten kraken.
Pezen scheuren.
Kwade gezwellen
kloppen en kwellen.
Loshangende deuren
rammelen, piepen
zeuren en griepen
over hun pijnen.
Balken, kozijnen
zijn krom van de jicht:
onderhoud is daar
nooit aan verricht.

Ik bewoonde ’t heel mijn leven
zonder er ooit een cent voor te geven.
Het huis is slecht
een slechte eter.
Dokter zegt
’t wordt nooit meer beter.

Maar ik ben er aan gehecht.
Nu, door ouderdom geplaagd
word ik uit mijn huis gejaagd.

Dominee komt met me praten.
Ik heb geen weet van god noch gebod.
Ik moet mijn oude krot verlaten.
Is dat niet te veel gevraagd?


Katja Bruning

pom: het rijmt. Verder moet ik toch de regel hier herhalen: gedichten niet te lang tenzij noodzaak. Wat voor de een noodzaak is is het voor de ander niet natuurlijk. Maar rijmen is geen noodzaak lijkt me.

peter: Een hele opsomming… dan verwacht ik: nu gaat er iets gebeuren, maar dan blijft de situatie statisch.





Dichters in Amsterdam

Bij het scheiden van de nacht
zwermen wij uit elkaar
na een innig samenzijn.

Het laatste woord is nu aan mij,
vind me dan op het randje
van de muziek tussen de woorden

uit nood geboren,
vergeet ze, vereer elkaar
met een glimlach, steek over.


©Lisan Lauvenberg
2000 +- 2012

pom: begrijp er niets van. Maar dat ligt aan mij. Bij het scheiden van de nacht – waarom zou je dan uit elkaar gaan – als het samenzijn zo innig was. Het is vroeg er zijn vogeltjes, we waren uren heel innig. Nou dan is er maar een weg hoor. De weg naar het bed zou ik zeggen, desnoods een bankje in de kamer.
Het laatste woord is: vind me. Ik zou je wel vinden lisan. Nee de logika wordt hier met voeten getreden.

peter: Tsja, alles is liefde. En dan? Hoe nu verder?






..en verder zul je Mei niet horen.

Ik weet niet wat het is maar ik geloof
er niet zo in in zingeving materieel besef
in groei in steeds opnieuw beginnen nee
ik geloof niet in het goede van de schepping
niet als je daar een bijbel bij nodig hebt om
in jezelf te geloven middels wat dan ook
de politiek het voetbal niets helpt er nog
aan en ook de poëzie niet ik geloof alleen
dat alles is en dat ik niets begrijp dat je je zelf
terug kunt vinden in de ondergaande zon
het fluiten van de vogels het sluiten van
een raam en dat je dan heel zacht daar
Mei kunt horen uit de mond van Gorter
en dat ik daar stil bij sta en ben gevonden
als een kluisteraar verbonden aan woorden
seizoenen en stromen van bloemen.


Carel Broekman, mei 2012

pom:
een gedicht met daarin het woord zingeving is geen gedicht. Een gedicht met daarin de woorden zingeving en schepping is een pamflet.
En gorter is allang dood. Die staat niet bij het raam. Ik denk dat martin aart de jong te veel gezopen heeft en daarom in de war is met zijn eigen naam.
Stromen van bloemen heeft nog wel wat. Maar dan hebben we het wel gehad. Het is de eo in de arena.

peter: Ik vind het een mooie parodie op Mei, nuchter beschouwd.






Eden

We kochten een eiland
om aan te harken en een zekere
orde in de chaos te scheppen
met een huis en een kerk

en een haven om aan te leggen.
Er wordt in blauwe handen
geblazen, de herberg gaat
voor de zondagsrust dicht

een baken is in de zee gezet.
Rond middernacht het onverstoorde
neuken zonder de loerende
blikken van katten met zwarte kousen

over de kop. Maar in alles
komt de klad. De havenmeester
vindt geen kwartier. De vuurtorenwachter
stort dood neer, in de herberg

raakt de drank op. Kinderlijfjes
in de tuin opgegraven, alleen
de kerk staat als een huis. Ons
paradijs opgegeten door een zwarte meeuw.

Jolies Heij

pom:
een compleet gedicht. Een goede aankoop inclusief de kinderlijkjes – die kun je wel vermoeden bij de kerk. Ja een mooie zondagochtendopening op moederdag. Kinderlijkjes. Heerlijk neuken ook zo zonder dat geloer. De zwarte kousen wereld niet nadrukkelijk aangedragen. parlando mooi als een platenkamp geleerd heeft te schrijven deze heij. deze is helemaal maar dan ook helemaal geslaagd. Gewoon zin om me in te kopen opdat eiland. een triootje op de koop toe.

peter: De toon en de sobere, maar krachtige beelden doen het gedicht staan als een huis, waarin alles instort. Uitstekend.






memo


memootjes
zakelijk
pragmatisch kris en kras de kattebellen
notities
overal op koelkast en op vriezer
op deuren tassen ramen spiegels
op armen benen billen
wat je wil houden
kan op het lijf geschreven

wat moet ik doen wat moet ik blijven weten hoe
waar haalt de tijd
de tijd vandaan en
mij niet in
hier word ik moe
verliezer

memorandum
zo rustiger dat woord
wat geweten
dan gedaan moet worden
als het ware teder
tijdgenegeerd
vaart minderen
wit in regels
geschreven met een vogelveder

vulpennen drogen vergeten
uit


Ploos

pom:

de onrust toegewerkt en uit laten werken naar en in de rust van die prachtige laatste regel. ‘vulpennen drogen vergeten
uit’ – alleen al om deze regel hoor je hier te komen en te lezen. We hebben er elke week wel een. Al die gele papiertjes in huize ploos nemen we wel er op de koop toe bij. Veel woorden om die nerveuze vrouwen in gele papiertjes te vangen in hun schijnzekerheden. Alsof als je wat vergeet de wereld zou vergaan. De wereld vergaat echt wel ook zonder geel papiertje of met geel papiertje. Het maakt niet uit. Er moet al een moederdag zijn voor moeders dat ze niet vergeten dat ze moeder zijn. Bij de konijnen af is het.

Op moederbillen moeten maar gele stickers geplakt met het woord moeder erop dat lijkt me wel wat. Dank je wel voor de tip ploos. En ja laat ik eerlijk zijn ik maak toch als je het niet erg vindt onderscheid tussen jonge billen en oude billen. Dat heeft niet zozeer met die billen te maken maar met de rest eromheen. Op oude billen worden wel prachtige regels geschreven, dat dan weer wel – de regel van de dag:

‘vulpennen drogen vergeten
uit’

peter: Mooi onderscheid tussen ‘memootjes’ en ‘memorandum’. Normaal gesproken word ik altijd wantrouwig van druk volgeschreven zinnen, maar gaandeweg begon het mij te bekoren: in de eerste strofe komt alles bij elkaar in ‘…op het lijf geschreven’. Het tempo gaat dan dalen, de dichter weet de koortsachtigheid dus gedoseerd toe te passen, en zet er een mooie punt achter. Je ziet de structuur, wellicht wat rationalistisch, maar door de schrijfstijl word je toch meegevoerd.







elke stad die ik ooit zag
heeft een stuk van mij genomen
of gekregen gratis en voor niets

elk dorp dat ik bezocht
in de vroege ochtenduren
nam dan weer wat anders mee

elk pad dat mij gekruisd heeft
elke berg die ik beklom
leidden naar een dieper dal tot

ik niet meer reizen kon
daar ik ergens onderweg
ook mijzelf verloren ben


Kaatje Wharton


pom: ja rawiewaardige woorden, de weemoed drijft op eenvoud en we drijven mee – zo is dit geschreven. Zo is dit te lezen. Boven alles loert de afgrond je tegemoet. Uiteindelijk gaat alles over – voorbij.

peter: Op zich een origineel beeld hoe iemand volkomen leeggezogen en verminkt niet meer verder kan reizen. Ik denk dat de symbolen hier weer teveel afstand scheppen in het kader van het thema ‘vinden’.






Geheiligd ijs hier. Een gure wind, verders blauw en zonnig weer.
Mijn bijdrage voor de virtuele.
Groet aan Bettie en de andere lieven.



vluchtig


steriel de ruimte hier
de dingen rechter dan de muren
alleen de vruchten
op de tafel buigen krom

ik zoek mezelf
zie in het blauw van glazen vazen
vluchtig
schimmen voortbewegen

zou het kunnen
dat een ervan de mijne is


jako fennek


pom: in dezelfde eenvoud als kaatje lezen we jako fennek hier terug. als de dichter niet jaagt op tromgeroffel en slingers verstilt de taal in zeggenschap. in contemplatie zoals je woorden om een vaas kunt laten zijn zonder veel op te schrijven. zoals je ook altijd maar een schim van jezelf kunt zien.

peter: Een klein en rustig beeld, maar na een keer lezen weet je het ook. Misschien weer net te klein. Zouden we de inzendingen hier bundelen, dan zou dit een mooie afwisseling zijn.






Dit is slechts het begin

De start van alles achter het onverwachte
Is de gedachte dat vonken uit een vuur
Langzaam stijgen tot in het zwart der nacht

Als al het andere verstilt
Red ik het vege lijf van zwijgen
Zoals de waanzinnige zou schrijven

Dof-roffel en donder
Het wiel van hervinden
Herpakken, verhinken, herhalen


Kees-Jan Sierhuis

pom:
onheilspellende abstracties als attracties gepresenteerd. Er staat ons wat te wachten. De onheilsprofeet komt even langs. De eerste 2 strofen zijn de sterksten. Daarna verwacht ik een universum, een universeel gedicht waarin we allemaal ten onder gaan. Het einde der tijden. Dat einde blijft uit. Jammer.


peter: Wie richting heelal wordt afgeschoten zal zich nooit meer vinden.






4400 euro bruto


een dag waarop ik binnen blijf
papier verfrommel nergens
krijg ik vat op en ik trommel
ritmes op de asbak tot mijn

spijt is het vandaag gesloten
over en uit gesproken nee
ik dicht niet meer ik spring
van torens naar beneden

zal me in driedelig maatpak
kleden als het moet zodat
het lijkt alsof ik dichter ben

dan ooit. Ik voel me als
herboren solliciteer naar
vaste banen op kantoren.


Martin M Aart de Jong


pom:

martin kiest dan toch maar liever voor de dood van een kantoorbaan, een goed geregeld leven. 4400 bruto is drie duizend netto ongeveer. Daarbij is het goed om dood te zijn. Dat lijkt de boodschap. Diep verscholen achter de woorden klinkt wat weemoedige midlife muziek. Ach ja zo klinken de vrije geluiden ook op de vpro tv op zondagochtend. Er zullen altijd mensen zijn die in zich zelf OPGAAN.

peter: Het is een bekend dilemma, vaak beschreven. Hier net te uitgesproken.






nader tot mij

de dichter
die mij aansprak
maakte in een klap
een eind aan het feest
dat ik gaf ter ere van zijn
eerder aangekondigd overlijden

ml


pom:
de vorm ook mooi. Steeds iets verder reiken de woorden. Wat een agressie toch om max heen. Organiseert hij iets feestelijks krijgt HIJ de deksel weer op zijn neus. Het zit ook nooit mee.
Wie goed doe goed ontmoet. Max mag het maar niet ervaren.

peter: Een leuke eenhapscracker.

Share This:

pom wolff de straat op


en dan
 
ja dan zullen ze wel wat vinden
gedichten half af
woordenwit
een onvermoede brief aan god weet wie
 
een aantekening
hoe hij net deed, net deed of hij
net deed alsof
hij aan de dingen hing
 
de poëzie een veilig huis
ontzettend vrouw ontzettend warm en vochtig
 
 
pom wolff
kruimels liefde en de dood

wat je ook van hem leest
vrolijkheid is ver te zoeken
nergens een laatste sprankje hoop
en elke opleving slaat hij dood

of hij nou schreef over de oude jood
die zondags koek verkocht
over zichzelf of over wie hij ooit
had liefgehad, het brak

alles brak, brak af, ging dood

pom wolff
op straat

het is zo een dag met bladerrot
een dag met een zwart gat erin
een opsomming met een woord of vier
asfalt, autolamp en schemerlicht
naar onheil onderweg sirenes

van wie je hield ligt verderop


pom wolff

vaak ongenood maar altijd ongelegen
 
hoe ze allemaal uiteindelijk toch
wanhopig hopen
op iets van eeuwigheid

om te ontstijgen
aan die omhulde stank
van een bedorven zijn

en steeds maar weer moeten we wéér wat van ze
aandoen, aantrekken
je blijft bezig met die gasten

wat heb ik toch een hekel aan dichters
 
pom wolff

Share This:

VON SOLO over de (eerste) liefde


POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.



Vorige week vertelde ik u over mijn eerste liefde in
WERTHER DEEL 1. Daar was het verhaal goed als wel afgelopen. Alles had in een staat van berusting kunnen blijven. En dat deed het ook jaren. Het cliché dat de tijd alle wonden heelt leek te kloppen. Nooit dacht ik meer aan haar. Echt nooit. Hoogstens als ik nog eens in Goes langs een bepaalde straat reed. Ze was werkelijk weg. In de tussentijd waren social media in opkomst. Daar opereerde ik met een dagboek onder een oude schuilnaam. Ik zocht toen nog geen ex-geliefden op. Anderen deden dat uiteraard al wel. En zo kreeg ik op een dag een berichtje. Van haar…Candy…



Addendum 39. Werther deel 2

Dat gevoel dat je hart sneller gaat kloppen. Dat je zintuigen scherper waar gaan nemen. Een toestand van verhoogde alertheid. En dat zonder stimulerende middelen. Dat was het gevoel dat me trof toen ik haar mailtje opende. Wat er exact in stond zou ik niet meer kunnen reproduceren. Wel was het de aanzet dat we weer contact met elkaar begonnen te zoeken. Onschuldig en voorzichtig. Ik nam me in acht afwachtend te zijn. Er was dan ook geen enkel aangrijpingspunt als tot wie ik aan de andere kant van de digitale lijn had. Hoe ze er uit zag wist ik niet. We waren meer dan vijftien jaar verder in het leven.

Die jaren overbrugden we al snel met lange chatsessies. Zij was intussen getrouwd. Twee kinderen. Woonde in Drunen en zou later weer naar Goes verhuizen. Het geluk droop er niet vanaf. Waar dingen bij mij simpel leken, waren ze bij haar voorzien van lading. Wij hadden op onze beurt intussen ook al een paar kleine kinderen en een koophuis. Kortom beiden waren we wel gesetteld. Candy had haar man vanaf het begin ook ingelaten met haar contact dat ze met me had. Graag zou ze zien dat ik mijn vriendin hier ook in mee nam. Bij het eerste contact had ik mijn vriendin erover verteld. Daarna niet meer. Het had niet haar interesse gewekt en zij had er verder ook geen zaken in. Dat nut ontging me. Daar gaf ik dus verder geen gehoor aan. Langzamerhand werden de gesprekken diepgaander. We wisten nu waar we allebei stonden en hadden tot dusver gevoelens met rust gelaten.

Op een avond dat ik alleen thuis was en rustig een glas wijn dronk, werden we steeds openhartiger. Daarnaast werd ik langzamerhand ook wel nieuwsgierig naar degene aan de andere kant van de lijn. Digitale communicatie kan een tijdje boeien, maar een gesprek met een echt persoon prevaleert. We belden een keer met elkaar. Haar stem klonk net als toen. We mogen nu gerust rekenen dat we intussen anderhalf jaar verder waren. We praatten over toen. Over alles dat was geweest. Hoe het mis was gegaan. Hoe we veranderd waren. Hoe alles veranderd was. Hoe anders alles nu was. We begonnen een gezamenlijke virtuele reis langs de paden die we in ons hoofd samen bewandeld hadden. Over en weer analyseerden we elkanders gevoelens. En kwamen elke keer een beetje nader tot elkaar. We gingen terug in de tijd met de wetenschap van nu. En wat wisten we het allemaal goed. Ruim een half jaar lang hadden we af en aan contact en telkens vielen puzzelstukjes op hun plek. En wat waren we dom geweest. Als we alles nou maar begrepen hadden. De kous begon voor mij af te raken. We waren verwarde tieners geweest met pure gevoelens. En hadden wat ongelukkige keuzes gemaakt. Niet alleen ik, maar ook zij had zich na de breuk overgegeven aan een fatalistische levensstijl. En dat was geëindigd in de oase van rust die huwelijk en gezin vormde. Toch proefde ik iets onderhuids bij haar. Wat me gaandeweg duidelijker werd, was dat ik toen we jong waren niet de enige verwarde was geweest. Zij had ook bepaalde signalen niet afgegeven die mij misschien de weg hadden kunnen wijzen. En toen kwam de openbaring.

Ze was erg verliefd op mij geweest toen. Ze had graag gewild dat ik de eerste was geweest voor haar. Ze had dat alleen nooit duidelijk durven maken. Ze had zoveel spijt. Ze voelde nog steeds die liefde. Toen ik dat hoorde sloeg mijn hart over. Het gevoel dat je op het belangrijkste moment van je leven de doortastendheid had gemist om te doen wat moest gebeuren. Even twijfelde ik aan mezelf. Het gaf me stof tot nadenken. Wetend echter dat gedane, of in dit geval, niet gedane zaken, geen keer nemen. Openhartig ploegden we elkanders recentere verledens nogmaals om. Vaak neigden de gesprekken naar het ‘wat-als’. Voor mij waren we echter de cirkel wel rond. Langzaam verloor ik wat interesse in de gesprekken. Dat nam ze me zeer kwalijk. Ik nam dat mezelf minder kwalijk. We waren elkaar niets meer verschuldigd. Op een gegeven moment ontvriendde ze me zonder aanwijsbare reden dan maar op (intussen) Facebook. Even ging er een steekje door me heen. Net als toen. Maar ik liet het lopen. En nam me voor ze wel weer een keertje terug te vrienden. Toen ik dat een aantal maanden later deed duurde het geen dag voor het eerste berichtje binnen was. Verontschuldigingen voor het ontvrienden en of we de draad weer op konden pikken waar we globaal gebleven waren. Ze begreep dat ik het druk had en wilde me de ruimte wel gunnen. We pikten de draad gewoon weer op. Daarbij gaf ik wel aan dat als we de communicatie naar een ander level wilde tillen we toch echt een keer moesten afspreken. Zo vaak had ze geopperd wat er zou kunnen gebeuren als we elkaar weer zouden zien. Daarop had ik dan telkens aangegeven dat we dat wel zouden zien. Afspreken in een publieke gelegenheid van haar keuze was mijn voorstel. Veel veiliger dan bij een bak koffie kan een mens zich niet voelen, was mijn redenering. Zij stelde zich allerlei scenario’s voor. Van afschuw die ik zou hebben voor haar uitgedijde lichaam tot vreemdgaan aan toe. Ik stelde me daarentegen geen scenario’s voor. Ik kende haar niet meer in het echt. Ze was digitaal en van vroeger. En we leefden geen vijfentwintig jaar eerder meer. Daarenbij, als alles kan, hebben scenario’s ook weinig zin. Dan moet je kunnen dealen met wat op je pad komt. Ik had aangegeven dat zij het maar moest zeggen. Alles leek op een ontmoeting af te stevenen. Niet de minste zorgen van mijn kant. En toen gebeurde het weer. De ‘buitenwereld’. Net als vroeger. Ze had alles met haar vriend besproken. En vond dat ik dat ook met mijn vriendin moest doen. Daarop gaf ik duidelijk te kennen dat ik daar niets voor voelde. Dit was iets tussen haar en mij, Hoe zij daar privé mee om ging was haar zaak. Dat leverde weer een aantal fraaie gesprekken op. Verder niets. Alle onzekerheid had ik door de jaren heen los kunnen laten. Geen enkele twijfel aan mijn oordelend vermogen. Daarbij de kracht om vergissingen toe te geven. Geen overleg nodig om beslissingen te kunnen nemen. Zo niet aan haar kant.

Uiteindelijk is er niets gebeurd. Die afspraak is er nooit gekomen. Op een goed moment was ik het dralen zat. Iemand moest het heft in handen nemen en ik gaf aan dat ik af zou komen. Dat kwam waarschijnlijk te dichtbij. Een realiteit die verder niets meer was dan een bak koffie en een gesprek. Iemand in de ogen kijken om te zien dat alles wel goed is zo. Toen bleef het stil. Kort daarop moet ze me weer stiekem ontvriend hebben en geblokkeerd. Dat viel me later ineens op. Waarschijnlijk om ‘zichzelf te beschermen’. Het was klaar voor mij. Ronder zou de cirkel niet meer worden. En dat was in orde zo. Ik had haar definitief in haar verleden achter gelaten. Ze weet zich perfect op haar plek daar. Bij stilstand houdt alles op. Mijn heden en toekomst hebben daar liever niets meer mee te maken. Het leven vereist vliegwielen en een zekere onbalans.

En de les uit dit alles? Je weet nooit waarom de loutering plaatsvindt. Maar plaatsvinden doet ze altijd. Ik heb me in deze historie vast vergist in veel dingen. Ook in mezelf. Maar nooit zoveel als ik al die jaren had gedacht.

NB: Elkste overheenkomst met bovennatuurlijke persoonlijkheden wordt gesust door klautertoeval





Out on the wiley, windy moors
We’d roll and fall in green.
You had a temper like my jealousy:
Too hot, too greedy.
How could you leave me,
When I needed to possess you?
I hated you. I loved you, too.

Bad dreams in the night.
They told me I was going to lose the fight,
Leave behind my wuthering, wuthering
Wuthering Heights.

Ooh, it gets dark! It gets lonely,
On the other side from you.
I pine a lot. I find the lot
Falls through without you.
I’m coming back, love.
Cruel Heathcliff, my one dream,
My only master.

Too long I roam in the night.
I’m coming back to his side, to put it right.
I’m coming home to wuthering, wuthering,
Wuthering Heights,

Ooh! Let me have it.
Let me grab your soul away.
Ooh! Let me have it.
Let me grab your soul away.
You know it’s me Cathy!

Heathcliff, it’s me Cathyy.
Come home. I’m so cold!

(‘Wuthering Heights’, Kate Bush, 1978)

POMgedichten presenteert de donderdag column:
VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.





POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!
Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Dichters nemen vaak de liefde als thema. Romantische liefde. Liefde in geuren kleuren. Liefde op liefde op liefde of liefde. Maar ooit is het ergens begonnen. Met de eerste liefde. En iedereen heeft er wel een paar van. Op dat vlak kan ik ook niet achter blijven. Het begon goed…een parabel in twee delen



Addendum 38. Werther deel 1

Het moet de vierde klas van het VWO geweest zijn. Ik zal zestien zijn geweest. Met mijn één meter achtenzestig was ik niet groot van stuk. Lang haar en vijfenvijftig kilo. En een klein beetje wereldvreemd, zoals dat toen nog gediagnosticeerd werd. Hormonaal verder wel geheel in orde. In de klas zaten meisjes. De meeste daarvan hadden niet erg veel aandacht voor mij. Liever gingen ze om met jongens die ik meestal nogal saai en voorspelbaar vond. Je wist altijd al precies hoe zaken zouden gaan. Zo niet in mijn eigen leven. Ik wist nooit hoe iets zou gaan. Tel daarbij op dat er over mijn gemoed altijd een sfeer lag dat alles gedoemd was te mislukken. Met mensen die wel in mijn straatje zouden kunnen liggen was er geen aansluiting. Waarschijnlijk dachten die dat ik een freak was, gezien ik dat zelf ook dacht.

Hoe het begon. Met muziek waarschijnlijk. Muziek over liefde. Muziek werd veel geluisterd. In de zelfgekozen eenzame uren werd muziek gretig verslonden. Mijn gevoelens delen met ouders was er niet bij. Met vrienden ook niet. Niemand begreep me immers. Zo’n freak. Muziek en schrijven. Dat waren de twee dingen die het leven voor een puber die zichzelf niet op waarde schat dragelijk maakten. Dingen die je makkelijk in je eentje kon beleven. Dagboeken en cassettebandjes vol. En een brommer om daar polders te scheuren. Dijken op en af. Te staren naar de zee. Ook al was je geen fan van The Cure. Fans van The Cure, dat waren pas echt freaks.
Op een goede dag ontdekt (bijna) elke tiener David Bowie. Zelfs in die tijd waren die ontdekkingen meestal al van korte duur. De jaren tachtig hadden op zich al zoveel nieuws te bieden dat er maar weinigen waren die er wat langer in bleven hangen. Zo niet één specifiek meisje bij mij in de klas. Laten we haar voor het gemak Candy noemen. Hoe we er over in gesprek kwamen zal onopgehelderd blijven. Beiden bleken we echter de muziek van David Bowie wel te waarderen. Zij was fan, ik geïnteresseerd. Beiden spraken we goed Engels en het doorgronden van de teksten op taaltechnisch gebied was dan ook geen probleem. Wat het echt allemaal betekende zouden we misschien later nog uitvinden.

Op een dag begonnen we brieven te schrijven aan elkaar. In het Engels. Dat typeerde de wereld waar we beiden in zaten. Want ook zij was een beetje een freak. Maar dat viel door haar uiterlijk en gedrag minder op. Samen maakten we een fantasiewereld in onze brieven. De rest van de wereld mocht daar van mij best buiten blijven. Erger nog. Dat wat wij hadden mocht niet besmet worden door die ellendige buitenwereld. Uiteraard was dit weer een uitwas van de ‘wetenschap’ dat alles gedoemd was te falen. Dit was te bijzonder om ooit te mogen ondergaan in de vreselijke boze wereld daar buiten. De diamant moest bewaakt. We begonnen elkaar te zien. Bij haar ouders thuis. Haar ouders en mijn ouders wisten er dus van. Ze wisten ervan dat we elkander zagen. En alle brieven die over een weer op de matten vielen. Maar er mocht niet verder over gepraat. Want ouders waren niet te vertrouwen.
Gezoend werd er niet. Daarvoor was ik veel te bang. Het grote geheim mocht niet kapot. Het juiste moment zou komen. Alles stroomde. Als een gletsjer in een stuwmeer. En bleef daar hangen. Ze kamde mijn lange haren op haar kamertje en we praatten. Veel en lang. En luisterden muziek. Het perfecte stel. We bestonden niet eens. Onze brieven waren passioneel. En lang. Maar onze wereld paste niet in de wereld om ons heen. Vond ik. Mijn maagdelijkheid hielp daar ook niet veel bij. Als ‘de eerste keer’ zou gebeuren, dan zou dat toch wel heel bijzonder moeten zijn. En absoluut met emotionele steriliteit moeten plaatsvinden. Anders zou de wereld alles besmetten, en de ‘eerste keer’ nooit meer goed komen. Want alles was natuurlijk gedoemd.

Een tijd lang droomden we samen. Tot we uit elkaar begonnen dromen. Het is in mijn gedachten altijd mijn krampachtige onzekerheid geweest die ons uit elkaar dreef. Maar die houding was terecht, want de wereld wàs slecht. Op een dag werd het bewijs geleverd. Want het kon niet verder zo en ze gaf aan dat het klaar was. Dat kon ik uiteraard niet verkroppen. Ze was overgelopen naar het kamp van de anderen. Alles was kapot. En de profetie had zichzelf vervuld. Er volgde een vervelende tijd van nare brieven van mijn kant. Een echte kwaaie Werther. Op een gegeven moment nam haar vader contact op met de mijne omdat ze met goed fatsoen de deur niet meer uit durfde. Mijn brieven waren iets te intimiderend geweest. Mijn vader overwoog een psycholoog. Zover is hij gelukkig nooit gegaan. Ik bond in. Grondige stille haat en wantrouwen koesterend tegen alles wat dit had kapotgemaakt. De buitenwereld en zij zelf natuurlijk. Het besluit viel dat ik dan maar langzaam kapot moest aan drank en drugs. Dat ben ik toen gaan doen. Meer dan vijftien jaar lang. Een jaar later was ik geen maagd meer. Niet veel later verliet ik het ouderlijk huis. School was klaar. Zeeland ook. Ze verdween maar langzaam uit mijn hoofd. Maar ze verdween uiteindelijk wel. Het heeft echter nog decennia gekost voor al de rest gepacificeerd was achter blauwe ogen, denkend dat echt alles aan mij gelegen was geweest. Alle demonen waren intussen geslecht. Of in slaap gesust. Maar er komt altijd weer een nieuw moment…

En natuurlijk vraagt u zich af of we elkaar ooit weer zouden zien. U gaat het lezen. Volgende week.

NB: Elke overeenkomst met natuurlijke personen berust op louterend toeval








Ziggy played guitar, jamming good with Weird and Gilly,
And the spiders from Mars. He played it left hand
But made it too far
Became the special man, then we were Ziggy’s band

Now Ziggy really sang, screwed up eyes and screwed down hairdo
Like some cat from Japan, he could lick ‘em by smiling
He could leave ‘em to hang
‘Came on so loaded man, well hung and snow white tan.

So where were the spiders, while the fly tried to break our balls
With just the beer light to guide us,
So we bitched about his fans and should we crush his sweet hands?

Ziggy played for time, jiving us that we were voodoo
The kid was just crass, he was the nazz
With God given ass
He took it all too far but boy could he play guitar

Making love with his ego Ziggy sucked up into his mind
Like a leper messiah
When the kids had killed the man I had to break up the band.

Ziggy played guitar

(‘Ziggy Stardust’, David Bowie, 1972)

https://youtu.be/zxKu7ggU3HU

Share This:

pom wolff – jij




JIJ
 

dichters hebben er woorden voor
ik weet alleen
van die spaarzame momenten
die je nooit meer vergeet

vier, vijf keer in een leven
op de vingers van mijn hand
dat er niets meer bestaat
niets anders meer bestond

het hoofd heeft er een woord voor
existentieel
het hart een ander woord
jij



pomwolff


Share This: