PLOOS – Hier is een antwoord op jouw ‘Ochtendlicht’; een zusje of broertje ervan, zeg maar.


ochendlicht


ik vermoed dat het zo een ochtend wordt
waarin ik blij ben met wat ochtendlicht
waarin de nacht is opgegaan
een beker koffie vasthoud alsof het de laatste koffie is
en mijn lippen langzaam naar mijn handen breng

ik mijn voeten niet verplaats
het natte gras weer voel
met ogen dicht de koffie proef
zo een ochtend waarin het lijkt
alsof het licht de dood heeft ingehaald


pomwolff



Lieve Pom,
Hier is een antwoord op jouw ‘Ochtendlicht’; een zusje of broertje ervan, zeg maar.
Kus
Ploos




nazomers avondlicht


dat het bestaat
een straat een wijk een hele stad en al mijn ramen urenlang zo goud te kleuren
dat je denkt waar is de brand

het is nog net te vroeg voor haardvuurgeuren en
de blanke voegen van de muren voegen zich naar draaglijk
en behoud

van ochtenden met handen voeten wassen beelden
en van gras



Ploos, 07/09/12

Share This:

MIRJAM AL – IM VICTOR VOS (achter de piano in een klein café…)


Hoi Pom,  
In de bijlage herdenkt Mirjam Al de dichter en muzikant Victor Vos, die begin september van dit jaar overleden is. Hij was een vaste stamgast van Schrijfgroep de Klus en trad de laatste jaren vaak op in Zaal 100. Voor pomgedichten, groet, Merik


Voor Victor Vos

 
Victor Vos zit achter de piano in een klein café.
Ik betreed de ruimte en hij speelt een oud Jiddisch liedje;
“ Bei mir bist du scheijn,
bei mir hos du Geijn,
bei mir bist du einer auf der Welt.”
Ik zal het nooit vergeten.
 
Later gaf ik hem een turquoise leren broek
en hij droeg hem ook.
 
Victor, beeldschoon en briljant,
in zijn teksten, in zijn muziek,
de man met het gezicht van een vos
die mens geworden is
en eindelijk in de hemel is,
met de engelen mag spelen.
 
 
Mirjam Al

Share This:

PLOOS – IM Theo Driever – zijn grootste angst was altijd water en erin verdrinken later zocht zijn vrouw de plek waar hij.

Lieverd, Wat een fijne reeks is dat geworden, dat ‘canto’, zie ik nu. Als ik het goed heb, was de elfde bijdrage de laatste. Mag ik een twaalfde en een dertiende plaatsen? Het is verhalend. Vereist grimmig voortlezen. Als je ze plaatst, zou “Nog altijd de vaart” het eerste moeten. Dat tweede is een terug(film)blik en het is misschien een beter idee om dat later te plaatsen. Theo, de hoofdpersoon in deze gedichten, wees me geduldig…

nog altijd de vaart, het voor je zien, dat zinken

 
na onverhoeds novembers eerste glad
van niet naar willekeur door weergoden
gestrooid
ijzel op uitgezocht vals plat
van plaatselijke wegen

in slip geraakt
een tegenligger
slow-motion-haast beland
wat zeg ik!
in niet eens zo eng diep water
een sloot was het
niet meer dan dat

Kockengen lag voor de hand en op de kaart
hij reed erlangs
er in
de vaart

verdronken
god geve zo gekraakt vooraf zijn hoofd dat hij
het ondergaan niet meer.

oh god wat hopen we dat hij dat
niet heeft ondergaan
zijn grootste angst was altijd water
en erin verdrinken

later zocht zijn vrouw de plek waar hij.

terwijl ze keek
doken zomaar
het was een week erna
zijn dingen op
ontdekte ze een koffertje
een boek

dat hij en ik toen samen lazen
we lazen ons
een onontkoombaar ongeluk
zorgvuldig opgezet
geen willekeur van weet ik wat voor goden

hij werd met vaart opnieuw een engel
die lang verslag uitbracht
en soms nog brengt

mijn boek is droog
het zijne maanden nat gebleven

de engelregisseur
die van het boek
bezorgde zich voet
aan wal tussen de mensen
wat kon die meer en liever wensen
dan tegenvoet ontmoet
 


Ploos
I.m. Theo Driever, de middelste, de engel

Share This:

JOLIES HEIJ verwacht bommen op Utrecht – ‘Als er morgen bommen op Utrecht vallen, ben ik weg. Na jaren kom ik nog eens terug om erover te schrijven…’


Columniste is altijd en overal te laat. Vroeger was ik daardoor regelmatig met de papierprikker op het schoolplein te vinden, tegenwoordig valt het met het lijfelijke te laat komen wel mee, ben ik liever te vroeg voor een optreden en vreet me op als het openbaar vervoer weer eens tegenwerkt. Waar ik eigenlijk op doel is dat ik te laat kom bij de belangrijke gebeurtenissen in de wereld. Voor de Tweede Wereldoorlog ben ik te laat geboren, voor de moord op JFK eveneens, bij de maanlanding kon ik dat woord nog niet uitspreken, bij de val van de Muur zat ik in het gekkenhuis, bij de val van Srebrenica kwam ik net met een gebroken hart uit Duitsland terug en ongetwijfeld zullen er tegenwoordig in Syrië belangwekkende dingen gebeuren die me ontgaan omdat ik deze column moet schrijven.

Goed, 9/11 met die inzakkende torens heb ik op TV gezien, de moord op Pim Fortuyn live op de radio gehoord – dat was wel speculair, het ene moment werd hij nog door de deejay geïnterviewd en het volgende moment klonk het schot – , Theo van Goghs ontzielde lichaam onder een wit laken zag ik in de krant. Ook van de aanslag op de tram in het utrechtse Kanaleneiland kreeg ik niets mee, behalve dat ik me de hele tijd geïrriteerd afvroeg of die ellendige helikopters niet eens hun wieken konden houden. Was de oorlog uitgebroken ofzo? Over de oorlog gesproken, ik had altijd wel het gevoel dat ik een avontuurlijk heldinnenbestaan in het verzet à la Hannie Schaft was misgelopen. In de oorlog, toen gebeurde hét – een uitgesproken opwindendromantische gedachte voor een pubermeisje dat opgroeit in een bosrijk kakdorp waar buiten de rituele autobandenverbranding met nieuwjaar niets gebeurde. Wat in Duitsland “die Gnade der späten Geburt” heette te zijn werd hier in bitse bewoordingen gestraft: daar kun jij niet over meepraten, want jij hebt de oorlog niet meegemaakt.

Een heilig ontzag had ik voor mijn oma, die tijdens de hongerwinter met een baby op de arm door een haag van vals loerende Duitsers de Veluwe afstruinde op zoek naar eten. Mijn eigen slagveld bestond uit een hart, lekgestoken door de dolk van een gemene Duitser, maar dat telde niet, je weet toch dat er van de moffen niets goeds te verwachten is. Ook bij al die andere belangrijke gebeurtenissen was ik, hoewel al in leven, “afwezig”. Misschien past dat wel bij mij. Als u, lieve lezer, een onvriendelijke opmerking tegen mij maakt omdat deze column u niet bevalt, of ongezouten kritiek op mijn poëzie levert, zeg ik u dat ik er nu niets mee kan. Ik sta op, trek de deur achter me dicht en ga wandelen om uw woorden te laten indalen.

Als ik na een paar uur weer naar u terugkeer, zal ik zeggen: ik heb nagedacht over wat u zei en heb hierop het volgende te zeggen. Verwacht van mij dus geen spontane reactie, want ik sta er letterlijk met mijn mond vol tanden naar te kijken, zeker bij heftige gebeurtenissen. Als er morgen bommen op Utrecht vallen, ben ik weg. Na jaren kom ik nog eens terug om erover te schrijven. Het voordeel in deze is dat je niet wordt verblind door de waan van het moment, de hijgerigheid van de actualiteit. Het nieuws reist tegenwoordig steeds sneller. Maar ik wacht liever tot er een dikke laag stof op ligt om die dan minutieus weg te schrapen en de werkelijke gang van zaken te ontrafelen.

Misschien ben ik meer een geschiedschrijver dan een verslaggever of journalist. Van de Tweede Wereldoorlog weet ik inmiddels meer dan mijn oma of mijn moeder, ook al was ik er niet bij. En weet dat wat voor hen zonder uitzondering moffenschoften waren, ook nog vijftig jaar na dato, niet allemaal Nazi’s waren. Dat Duitsers hele normale mensen als u en ik zijn. De geschiedenis heeft juist nazaten, kleinkinderen nodig die haar objectief kunnen waarnemen. Daarom ben ik gaan schrijven.


Sluitertijd


Je was thuis in ingerichte kamers
in een geleende jas die je gehaast had aangeschoten
die er na sluitingstijd weer afschilferde.
Al pratend gaf je een zeker gewicht
aan je ontwortelde status.
De woonboten schurkten aan het raam,
de roerloze reigers in ons gewetensvolle lied.


Ik had moeten zwijgen
maar stilte is zoveel luider dan woorden.
Ik liet ze uit de borst, jij wierp ze uit het raam.
Het was uit liefde
dat ik je wenste naar waar je vandaan kwam
ons naar een andere tijd en ruimte
voordat alle klokken in galop
naar een teruggedraaide allereerste werkelijkheid.


Jolies Heij

Share This:

PLOOS: ‘Ze pakt haar eigen vroeger bang er soms nog wel eens bij ter vergelijking…’

Wat droef

Gelukkig weet ze lang niet meer wat droevig zelf is
Ze huilt nog wel eens wat
Wie doet dat niet om nagespeeld verdriet
met echte snot en tranen
van soaps en allengs terloops geworden dingen
hebben en houden
haard en man en muis met zich slepende modderstromen en
andere voor verre anderen vernietiging
waaraan geen ontkomen is

Ze pakt haar eigen vroeger bang er soms nog wel eens bij
ter vergelijking
Voorziet die van een kist die keldert of liever van een schip
op klippen in net niet zoete kreken
en de opluchting daarvan daarna
als alles toch nog goedgekomen en alles herkenbaar is
De zeppelin zegt ze
De sigaar

Baksteen was weer eens op tv
zag ze en keek weg
Want waar marineschepen haar vertrouwen hebben
is alleen maar zand


Ploos

pom: ‘Ze pakt haar eigen vroeger bang er soms nog wel eens bij ter vergelijking’ – uhh ja dan ben ik wel ongeveer verloren als ik zoiets lees. poezie maakt soms leven stil.


Share This:

M&M op de M – BEUMKES, WAITS & MARTHA – ‘ik zet de roos in knop op je lentejurk dan doop ik de kwast in groen…’

Lieve Pom


The Netherlands douze points


Gedicht:


Sprookje

Ik verf jou mijn vroegervrouw
op ons boerenerf met het rood wit blauw
van een lichte dag met de vlag in top
ik zet de roos in knop op je lentejurk
dan doop ik de kwast in groen
en laat je bloeien
waar de vislijn hangt
staat jouw schaduw
die er niet meer is
maar die ik maken kan
van een natte bloem
en wat materiaal
naast mijn elfenpop
en de liniaal.


Muziek: Tom Waits-Martha https://youtu.be/y9Mse62NFl4


Lieve groeten
Karin Beumkes

Share This:

De enige echte virtuele… (zondagochendwedstrijd op pomgedichten) in de herhaling – deze week die van 2 mei 2015 – winnaar max lerou, met oa joop komen nog, miranda de haan en Cartouche op eierkolen

tot januari 2020 vindt u hier enige herhalingen van de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd op pomgedichten. een decennium lang of langer al doen we elke week hier de zondagochtendwedstrijd – in de herhaling vele verrassingen, voor de webmaster zeker, wellicht voor de dichters zelf ook, mede een eerbetoon aan de reeds overleden dichters – we gaan genieten! we doen het kris kras en volkomen willekeurig.

DER HAMMER MAX (lerou) wint de enige echte virtuele ‘STAND BY ME” trofee op pomgedichten – JOLIES HEIJ zilver – MIRANDA DE HAAN brons
Gepost op 2015/5/2 0:10:00 (459 keer gelezen)






de soldeerbout stond altijd warm

er wilde wel eens wat ontploffen
was het mijn semtexpoppetje niet

waren het de speakers wel
het geluid kon niet
droog genoeg we kozen

philips en hoe dat schuurt
alles als het maar niet gladjes
we dronken zure wijn en dansten op de kjoe
waren overwinnaars van het leven

ik was de man de lepel altijd vol
bracht ik je thuis en jij bracht mij


ml
02 05 2015


Een mooi eerbetoon zo aan ben e king – de onbekende king van wereldberoemde liedjes. Zo doken we af en toe het verleden in met warme soldeerbouten, de lattenzolder op, het getoupeerde haar door de war. De dames blijven liever in de tegenwoordige tijd – frans terken in de toekomstige. Waar cartouche vertoeft weet cartouche alleen. Ga er maar aan staan. Ik vond de uitnodiging van jolies heij aan martin m aart de jong erg aardig – sta op mij!– het ego van de dichter goed neergezet – ‘altijd neem je een te veel aan jou mee – daarbij ben je ook nog eens dichter’- in tijden dat martin aart heel nepals leed annexeert en meetorst op zijn schouder de beste relativering. Heer de jong treedt niet meer op met hongerlief, levert een toegezegde column niet af hier te pom – we hebben allemaal straf! – dat we het weten – omdat er leed heerst in nepal. Daarom.

Prachtig zilver voor jolies heij. De zilveren prijswinnaar sprak als volgt: ‘het gedicht van lerou was voor mij der hammer’. Voor HAMMER MAX het goud vandaag. Van harte. Rest ons nog brons. Joop komen valt af – die was deze week te mokkig. Die estetiese overbodigheid neergelegd door miranda de haan in de laatste strofe van haar gedicht verdient wel brons deze week.






MAX LEROU soldeerde
JOOP KOMEN reflecteerde
FRANS TERKEN bezeerde zich
RONALD M OFFERMAN probeerde
MIRANDA DE HAAN ontredderd
MARC TIEFENTHAL van de vos
ERIKA DE STERCKE een avondje uit
CARTOUCHE loopt op eierkolen
JOLIES HEIJ op lerou
MAJA COLIJN en een halve film







laten we zanger eren, of zijn lied – stand by me – of haar of hem die in ieder geval stand by moet blijven – omdat het allemaal van de liefde is – dat is het thema van de week omdat het allemaal van de liefde is. De regels zijn bekend. U kent de regels: Gedichten niet te lang, tenzij noodzaak. Als u er een eind aan wil maken, ook prima!, dan mag het een regeltje meer zijn. (hooguit 20 regels). de commentaren als altijd verzekerd. Insturen voor zondag 11.00 uur –



het is voor wie de zanger
het hoofd buigt
aan het einde van zijn lied

en dat hij haar weer ziet
mooier dan ze ooit geweest is
in wegstervende klanken van muziek

een eenvoudig lied
twee mensen die vertrokken
ze leefden van de wind

zij droomde van een kind
hij bouwde haar een huis
van leem en klei en brokken


pw









de soldeerbout stond altijd warm

er wilde wel eens wat ontploffen
was het mijn semtexpoppetje niet

waren het de speakers wel
het geluid kon niet
droog genoeg we kozen

philips en hoe dat schuurt
alles als het maar niet gladjes
we dronken zure wijn en dansten op de kjoe
waren overwinnaars van het leven

ik was de man de lepel altijd vol
bracht ik je thuis en jij bracht mij


ml
02 05 2015


mijn tuintje opgezocht, zonnetje, plantjes van het tuincentrum osdorp gisteren de grond in gehakt – ook 6 planten kattenschrik – de beestjes vinden het zo gezellig mijn tuintje dat ze collectief besloten hebben – schijten doe je bij wolluf – maar wel keurig de een na de ander – die onnavolgbare hooghartige waggelloop ken ik inmiddels uit mn hoofd net voor ze op moeten – vanaf vandaag dus langs de kattenschrik – gaan jullie effe lekker thuis graag op de donkere tegels en het zwarte grint – want ‘schijten bij wolluf’ komt natuurlijk niet uit de lucht vallen – meneer wolluf onderhoudt nog als enige in de buurt een tuin met plantjes en met groen en met zaden – vrij ouderwets – bijna onnatuurlijk staren ze mijn tuin in – die verfpoppetjes – zoals max lerou ze graag omschrijft. de moderne vrouwen met hun zwarte tegels en het zwarte anti kattengrint. Hoe dan ook een lange inleiding om bij max uit te komen. Een heerlijk gedicht. Even terug in de tijd – zou joost den draaier zeggen – de radio het vertrouwde geluid, meisjes achterop – een heerlijk tijdsbeeld met op de achtergrond de klanken van stand by me – oooh darling. Ze wilde wel en max wilde ook wel. Soldeerde wat af toen al.







reflectie

avondstilte
nog wat geruis
tikken van regen
krakend blad

murengeluiden…..|…….burengeluiden

verledendenkend
repulsief papier
vergeten toekomst
was jij maar hier

verre klokken……>……verrekte klokken…>…….kerkklokken

wordt het koffie
of nog een glas
verdomde
eenzaamheid


joop komen



zo tussen de betties in komt joop komen tot nieuw leven. Wilde ik bijna schrijven. Een nieuwe vorm een nieuw geluid! Even opzoeken wat repulsief papier ook al weer is. Lezen we op google dat joop een 10 jaar oud gedicht heeft ingestuurd dat hij toen onder de titel ‘gebroken takken’ publiceerde. Ja was zij maar hier. Zit ze toch zeker al een decennium in joops hoofd. Tenminste als het gedicht niet over gebroken takken gaat maar over het takkenwijf dat onze joop zo lang geleden al weer troosteloos achterliet met zijn glas verdomde eenzaamheid.
http://nl.kunst.literatuur.podium.narkive.com/i37hm8Kl/gebroken-takken
hier komen we ook nog meer komen tegen maar dan wel weer in de vertrouwde sonnetvorm:


Min 108.

Het zijn zeshonderdachttien stappen lopen.
Zo heb ik leren tellen, aan mijn vaders hand
drie straten door, en daarna op het strand.
Soms koud en guur, maar soms een ijsje kopen.

Mijn vader sprak van windkracht en van knopen.
Ik zag de golven, duinen in het stille land,
en proefde zout mijn lippen, zag het zand
dat sneed en stoof, en mij naar huis deed hopen.

Als oude man ben ik terug gekeerd
naar daar, waar ik met vader was gegaan,
daar waar ik eens het tellen had geleerd.

Ik ben er aan de vloedlijn blijven staan.
Gedaan wat ik nog eens had willen doen.
Vijfhonderdtien, maar langzamer dan toen.









Mannenlast

Is het weer in het lijf geslagen
spring jij meteen bij
koel met een doek
dep je het ergste zweet

mannen voelen ze ook eens wat
kloppen in het klamme voorhoofd
liggen ze al kermend languit

niet dat de hand moet vastgehouden
de kussens in de rug geschud
een stoombad is genoeg
om tot jezelf te komen
zeg je nog
droog ik je met liefde af


Frans Terken 02052015



ik droog je met liefde – af. Frans loopt een beetje vooruit op wat nog komen zal – fraai verwoord door maarten:



stand by me – geen ontkomen aan na verloop van tijd. In de natuur is het geregeld zoals het geregeld is tot dat we de ogen sluiten en ook als we ze zelf niet meer kunnen sluiten, dat ze gesloten worden








Ben E King is ook al dood

Ik probeerde je te zoenen op die lattenzolder
Toen, toen feestjes nog om zeven uur begonnen
En je dan om elf uur al weer thuis moest zijn
Met haar oppassende ouders op de derde etage
En je meisjes zolderkamertje op de vierde

Nat wasgoed van de buren op de gang
En jij die toen mijn grote liefde was
Maar hoe was je naam nou ook alweer
Ik weet nog wel hoe je toen keek
En ook hoe je niets wilde


Ronald M.Offerman
Amsterdam 2-05 -2015



Op het bellamyplein had je zolders op vier hoog die je op kousen kon bereiken zonder dat de deuren van 1 hoog 2 hoog of 3 hoog open hoefden hoor. (ja als buurvrouw zich niet opgehangen had) Waar de ouders en de buren woonden. Maar ja wat al die moeite ook als ze niks wilde. Natte lappen lakens op de gang die te drogen hingen – hihi – geen veranda’s? de titel hangt er een beetje bij maar is toch wel functioneel – ronald schetst het verleden en hoe alles uiteindelijk over gaat – jongens hadden het niet makkelijk vroeger – voor een zoen naar een lattenzolder – en maar trappen lopen achter haar pettie coating aan.







Ontreddering

droomde van een huis vol torren
schildjes krakten onder zolen
toen ik wakker schrok, was jouw kussen koud
en ik dacht dat ik je hoorde roepen
(jij gruwt al van een langpootmug)

je was niet in de keuken
de koelkast bromde aangeslagen
o-of er soms iets was
de lamp knipperde bleekjes op de overloop
het kleed krulde op in de gang

na lang aandringen pas
maakte mijn bed weer plaats voor mij
mijn deken bleef nog uren kriegelig.

Vergat vannacht
dat jij me bent vergeten
mijn redderen nooit nodig hebt gehad.


MdH



standby is ie niet gebleven ‘in the night’ bij miranda – zoveel is wel duidelijk. ‘jouw kussen koud’ – dat zelfs de koelkast aangeslagen is – goed gedaan zo. Mooie laatste strofe. Was wel al duidelijk maar in deze schoonheid mag ie wel blijven als heerlijk voorbeeld van estetische overbodigheid.






Een klein dorpslied

Reynaerd, hij was rein van aard en grootmoedig,
groot zijn moed, klein zijn hoed.

Hem verging het goed, dank u zeer,
toen hij zijn rein Katrijn trouwde.

Hij trok van stad naar stee,
steeds trok hij zich terug in eigen bedstee.

Een ander echter, meer muntgericht en minder rein,
ontvouwde zich bij het late ontpoppen tot schaatsrijder.

Het ijs begaf het niet, daar niet van,
de wind was het die het spel brak.
Hij blies zijn hoedje af en schaatste het achterna.

In een ver dorp beland,
golvend op de koude oostenwind,
vond hij het deksel terug
dat op zijn hoofd diende te passen.

Daar werd hij uitgeroepen
en verblijft hij sindsdien in het klein.


marc tiefenthal


Hoe het kan vergaan. Van een scheve schaats tot aan of in de eigen bedstee. Was het niet altijd al kop of munt?







Avondje uit

Dat we als lucifers aanstekelijk
ontvlambaar tegen elkaar staan,
blijkt uit het vuur in de ogen.

De tent slokt een beginnende
hitsigheid op, zwiert ze naar
de gitaarsnaren die er het genot
uitpersen.

Zweetgeuren blijven achter op
mijn t-shirt, twee maten te klein
en de stof, bij een bruuske draai,
scheurt vooraan.


Erika De Stercke


je ziet het niet vaak in de disco dat twee maten te klein uit een blousje scheuren. Als erika het op haar heupen heeft is alles mogelijk. Hier wordt gedanst – zoveel is duidelijk. Tot scheurens toe.







Stavast


Altijd stond ik achter jou
jij bij mij – hetzij voor-
overleunend in het raam
hetzij op handen en voeten
zoekend naar hoogste staat

of liggend op de linker-
zij, de blik op oneindig
de warmte die opstoof
naar voren toteierkolen

opgestookt
alleen nog rook en as
het oog de spiegel vond
jou voor het eerst
voor mij zag staan

o god, o vrouw
sta mij bij


Cartouche 02-05-2015


cartouche weet uit elke scene wel iets religieus te persen. Als een sinasappeltje op de zondagochtend het gedicht. De eierkolen tot leven gebracht, gerold. Zo lijkt alles op te gaan in vuur en vlam – het jongetje cartouche kijkt zijn ogen uit. bij elkaar toch een merkwaardig geheel. Alles rolt door elkaar in het hoofd van cartouche en dat alles op de maten van vrolijke muziek. wel graag gelezen.





de ledige dagen zonder columniste goed doorstaan?
ik vind het een waardeloos thema, daarbij zag ik ook nog een of ander suf sonnet langskomen, maar het gedicht van lerou was voor mij der hammer




sta op mij

je brengt muziek in alle toonaarden
ik geef je een bed

ook al snurk je als een drilboor
hebt niks te makken voor arme nepalese kindertjes

dat je no ordinary love op de autokjoe hebt gezet
iets voor mij opkrabbelt bij de afhaalchinees

je laat me wachten tot ik uitgewoond ben
en zegt dan dat je me nooit meer vergeet

altijd neem je een te veel aan jou mee
daarbij ben je ook nog eens dichter


Jolies Heij


De ledige dagen zeker goed doorgekomen – dank u wel knedige frau – en U? De paaseitjes weer veilig opgeborgen? Nepal ook keurig bijgehouden bij onze oosterburen zie ik. En aldaar een eerbetoon geschreven op martin aart de jong, mogen we lezen. De weldoener ingehaald door vijf vijf vijf. Dat ie je laat wachten totdat je uitgewoond bent – tsja dat zijn die merkwaardige kantjes van dichters he – wel mooi opgeschreven zo. en lekker afgemaakt in de laatste twee regels. u bent geen varkentje om zonder handschoentjes aan te pakken. hoe lang wacht ik eigenlijk nu al niet op U? en dan heb jij het over nepalese kindertjes. dit doet me ergens toch ook denken aan het duet willy en willeke alberti – uit de jantjes – je bent geen knappe vrouw, je nagels zijn altijd in de rouw etc. maar dat terzijde.






meisjes met getoupeerd haar
en jongens
in baretta t shirts

op de achterste rij dreef
een halve film voorbij

wie maalde daarom

jij wilde toch ook niet weten
wat je ouders zaterdags
onder het gouden maanlicht deden


Maja Colijn



geschreven met griep onder de leden schrijft maja. We hebben haar beterschap gewenst. De griep levert enige leuke flarden en vlagen op die elkaar in ijltempo afwisselen. Wie zich geroepen voelt om de vraag in de laatste strofe te beantwoorden reageer zonder schroom. Een tijdsbeeld drijft hier voorbij – de liedjes blijkbaar voor de lust. of het de koorts doet afnemen?





Share This:

ajaxpiet


ajaxpiet

voor mij is ajax koetjes repen
tien voor een gulden
natuurlijk gras

de tram lijn negen middenweg
de begraafplaats waar ze liggen nu
de meer met houten hokjes

voor de kaartjes
en piet keizer die de bal
concreet in een abstract deed vloeien


pomwolff

Share This:

LISAN LAUVENBERG: ‘Geef me dan die heerlijk eerlijke amsterdamse straatjongen die bekende dat hij in de ochtend mediteert terwijl hij zich aftrekt en scheldt terwijl hij zich scheert…’

foto: Gennaro Pepe

Gibberish schrijven, oftewel onzin uitkramen oftewel kijken waar de tekst strandt. 
……………..Woorden……..meer woorden…….welke woorden…….


Weemoed, somber, afkeer, verrukkelijk, drukte, weerzin, regen, hagel, herfstsfeer, winterkou, of natte hondenweer, als het maar donker en somber klinkt is het al gauw interessant voor de zwartkijkers onder ons.
Poëzie zoekt naar verrotting, niet naar vertrutting of zachtheid in ons hart.
Poëzie moet raken, vervullen, onthullen wat nog niet zichtbaar was. 
Platitudes…wat platitudes….platgetreden woorden…hoeveel kun je nog verzinnen. 

Gisteren een geweldig feest gehad, met wel honderd nieuwe mensen.
En vandaag? 
Bij het ontwaken al moe, van je nieuwe kennissen.
Want wat waren er weer eens veel domme vragen en waar leidt het allemaal toe?
Van hoe heet je en hoe kom je hier, tot wat doe je en wie ken je hier allemaal? 
We kunnen ons beter samen en zwijgend een versuffing neuken dan te doen alsof het ons interesseert wat een ander doet, hoe die ergens vandaan komt of waar hij/zij naar toe gaat. 
Je hoopt bij honderd mensen tenminste één zielsverwant te vinden, één mens die je weerspiegelt, die je inzichten in ‘’het systeem’’ begrijpt. 
Maar nee hoor : Saaie afgekloven, nergens naar neigende vragen en stompzinnige opmerkingen, zoals dat ik er voor mijn leeftijd nog goed uitzie en rood mij mooi staat. 

Geef me dan die heerlijk eerlijke amsterdamse straatjongen die bekende dat hij in de ochtend mediteert terwijl hij zich aftrekt en scheldt terwijl hij zich scheert en dan weer klaar is voor de dag. Maar die was er niet, helaas. 

Ga ik mijn inzichten met de wereld delen en/of deelt de wereld wel genoeg met mij, Noodzakelijk is het niet. 
Opstaan, koffie drinken, poepen en je kont afvegen, dan je kleren aan en de straat opgaan, terwijl je nergens hoeft te zijn. 
Hoe fijn is dat als je nergens hoeft te zijn? 

Zo’n lege dag
Zo’n dag zonder verwachtingen of hoop op iets spannends.
Zo’n dag dat je alle nieuws kijkt om te voelen dat het spannend in de wereld is.
Zo’n dag is waardevol.
Zo’n dag is zeldzaam omdat we meestal te veel willen en teveel doen.
Zo’n dag dat ik eindelijk weer eens kan schrijven en niks hoef te zeggen.
Zo’n dag 

Voorbijgevlogen en alles bij elkaar gelogen.
hehe, zo’n dag. 

©Lisan Lauvenberg
14 november 2019

Share This:

DITMAR BAKKER mengt zich in de zwartepiet discussie – een afrekening met de ’tot stadsmens verworden heerenboeren die zich in Nederland vermenigvuldigden als kinkhoest op de Veluwe, …’



Gewoon negeren!!1

Maatschappelijke discussie—je krijgt er het zuur van en als ze jarenlang achtereen doorgaat wellicht nog klaren op je lever ook. Doorgaans vind ik er niets aan, of van—je kunt ook ergens géén mening over hebben, leerde een wijze vrouw mij eens—en volg ik het advies van dat gebberige cabaretliedje maar: gewoon op het CDA stemmen en verder géén gezeur. Niet klagen, maar dragen (en God vragen om geloof).

              Nee, ik stem niet op het CDA—u  moet niet alles geloven wat dichter opdist—en in discussie heb ik doorgaans weinig zin zo die niet gevoerd wordt over zaken die mij, al is het zijdelings, aangaan.
              Inmiddels wordt november door het jaar gedragen als het kreng[1][1] naar de gierput door een struise boerin in 1851—blijft u er nog even bij, het komt heus weer tesamen, alles komt tesamen en de afgelopen dagen gebeurde dit voor mij deels in maatschappelijke discussie.
 
Een discussie, waar ik mij als volwassen, kinderloze man, tot nog toe secuur buiten heb weten te houden. Ik heb niets van doen met St. Erklaas buiten mij ergeren aan Dieuwertje Bloks journaille, dus wat men met Zijn parafernalia doet—het interesseert mij niet. Dacht ik toch… here I stand, corrected.
              Toen ik een jaar of vijf was en wellicht niet ècht in het concept van de goedheiligman geloofde, maar in pepernoten & cadeautjes des te meer, werd door de werkgever van mijn vader een sinterklaasviering voor de kinderen van werknemers georganiseerd. De kinderen werden één voor één bij name opgeroepen om hun presentje in ontvangst te nemen. Dat mijn voornaam voor sommige mensen vrouwelijke connotaties (of gewoon denotatie van een vrouw) draagt zou mij door haast talloze aanschrijvingen met “geachte mevrouw Bakker”  later wel bewezen worden, destijds werd mij dat voor het eerst duidelijk: door het gescheurde pakpapier staarde mij een pop die bellen kon blazen vanuit een roze doos aan.

              Hoewel sint Nicolaas noch de werkgever van mijn vader zich ooit gepreoccupeerd heeft getoond met mijn edele delen, werd mijn seksuele identiteit door vreemden gekoppeld aan en geïnterpreteerd met behulp van één van de meest indicatief behulpzame factoren daarvoor: de voornaam. Een korte en vermakelijke zoektocht op de voornamenbank laat zien dat er wel degelijk als man gedefinieerde Ellens en Maria’s in Nederland rondlopen (en vrouwen die zich Jan of Pieter mogen laten noemen[2][2]), maar zij zijn in de minderheid bij hun dichotomische antagonist. Blijkbaar heeft een naam—niet meer dan een aantal tekens bij elkaar die over het algemeen een niet direct herkenbare betekenis verbergen (soms weten mensen zelf niet eens het fijne van hun naam qua betekenis dan wel oorsprong)—losgekoppeld van het individu met herkenbare uiterlijke kenmerken die geassocieerd worden met sekse, al de potentie om het geslacht van de drager te veranderen voor andere lieden in dezelfde maatschappij. De maatschappij, passief als deze heet te zijn, vult zaken die arbitrair zijn voor ons in, dankzij of ondanks geschiedenis en menselijke overdracht daarin.

              Nu ben ik geen vrouw, maar een blanke witte man. Eén die van racisme walgt, en paradoxaal genoeg inherent racistisch is—zoals, durf ik te zeggen, haast elk mens in de moderne maatschappij heeft geleerd dat het oppassen geblazen is met het Vreemde. Baby’s discrimineren niet, maar leren dit vaardig van ouders, omgeving en de van racisme doorwasemde maatschappij waarin zij opgroeien, waar dan ook ter wereld. Er is een Wij, en er is een Zij—en voor de Anderen dient altijd opgepast.
             
De mensheid raakt godlof steeds bewuster van dit fenomeen en probeert het—of althans dat deel van de mensheid dat nog niet alle geloof in zichzelf verloren heeft zoals zij wel zou mogen—langzaam uit te bannen middels correctieve maatregelen—zoals bijvoorbeeld ‘blind solliciteren’, wat, als echt consequent gedaan (nee, u mag hen(!) óók niet bekijken en die handdruk neemt u maar voor lief), ervoor zorgen kan dat de meest geschikte kandidaat wordt geselecteerd. Een ander voorbeeld: het steeds overtuigender gebruik van ‘wit’ in plaats van ‘blank’ in de media, waarmee witkoppen als ikzelf hoe dan ook de eeuwenlang opgespaarde talige positieve connotaties die bij ‘blank’ horen moeten inleveren, want ze zijn irreëel(!) en bovendien onverdiend: integendeel.

              Enfin; farce majeure, zullen we maar zeggen; we nemen er een borrel op—haha! Maak er maar twee van, het zal onze tijd wel duren, Nederland is maar klein.
              Een klein land kan groot zijn in hypocrisie of domheid—ik bid dagelijks om domheid, want daar heb je slechtbetaalde leraren tegen met Loco®-materialen om haar uit te bannen, maar ik begin te twijfelen. Niet over God, zulks staat vast—maar over het al-of-niet kwaadaardig zijn van de intenties van de *zeloten* die zich in dit kleine kikkerlandje bevinden.

              Je moet immers in een voor 4G afgeschermde mergelgrot gewoond hebben de afgelopen jaren, als je niets over de manier van viering van Het Grote Kinderfeest hebt opgevangen. Neen, niet St. Maarten[3][3]. Lampions zijn over het algemeen vrij onschuldig—ik heb er nog geen met hakenkruisen gezien—maar de reuring rondom Sinterklaas absoluut niet meer, getuige de *laatste* maniakale bewegingen van de pro-Zwarte Pietclique. Asteriskjes daar, omdat het gegeven al jaren doorettert, wat niet vreemd is gezien de manier waarop de kat in de kelder gemetseld is: een eeuwenlang doorheien van racistische gewoonten en denkwijzen, waarvan de knechten op de stoomboot uit Spanje een aanwijsbaar fenomeen zijn.

              Ik dacht ècht dat het de goede kant op ging. Mensen houden nu eenmaal niet van verandering, maar onze geïnstitutionaliseerde blackface ging dan toch meer en meer in de ban. Inmiddels zijn we bij roetveegpieten aangekomen—wat mij betreft prima, hoewel ik mij als witte kinderloze man, mea culpa, weinig aangesproken voel door de beate discussie rondom dit Kinderfeest, maar nu komt het: er worden acties opgezet om een protectionistische koers voor onze blackface—ja, zo heet het echt als je je zo schminkt—te voeren.

              Waarom klim ik nu in de pen? Omdat er iets op Facebook voorbij kwam—er is altijd gif op Facebook te vinden en het staat gewoon op je tijdlijn, doet u dat antidepressivum toch maar dokter—van iemand (nee, iemanden) die zich saillant en quasi-onschuldig “Fan van Sinterklaas” noemen. Alsof de hele discussie iets met Sinterklaas van doen heeft—of de kinderen op het feest, die ook zo graag als argument worden gebruikt door de rabiate meute die zichzelf wijsmaakt dat een verandering van naast de sint lopende levende piñata’s dermate traumatiserende uitwerkingen heeft, dat het grut alle geloof, hoop & liefde zou verliezen tot gespleten persoonlijkheden en snijden in de onderarmen aan toe.

              Laat me ze even aanhalen, de kinderen—nee, dat bedoel ik niet, ik ben geen kindervriend—uit voorgaande alinea’s. Kinderen leren discrimineren van inherent racistische ouders (die, als zij zich hiervan bewust zijn, veranderen zoveel zij kunnen en trachten hun kroost te behoeden voor de huidige Erfzonde), of, uitgaande van een utopisch WOKE!-gezin, leren zij het door een van racisme omvademde cultuur, die, nu dit besef meer en meer doordringt, met microstapjes kan worden ontmanteld en heropgebouwd. Hoe jonger het kind, hoe geloofwaardiger sinterklaas met zijn knechten. Waarom zou je dan kiezen voor een uiterlijk, een symbool, een archetype, dat volgens mensen die hun hele leven al gediscrimineerd worden en er dus waarschijnlijk wel iets over af zullen weten, niet méér is dan een racistisch uiterlijk, een discriminerend symbool, een verwaten archetype?

               Omdat het traditie is—zo heeft bovengenoemde ‘Fan van Sinterklaas een op huidskleur gebaseerd kastesysteem’ zelfs bronnenonderzoek gedaan en er een kek infotainmentfilmpje bij gemaakt waar Goebbels[4][4] van had gesmuld. Pardon, brononderzoek, want ik geloof niet dat er gewag wordt gemaakt van anders dan één boekje van J. Schenkman uit 1851—dat waarin de zwarte dienaar geïntroduceerd wordt en dat tevens de tekst van “Daar ginds vaart de stoomboot etc.” overlevert.

              Luister nu goed: natuurlijk heeft de hardleerse blackfacer ongelijk als deze poneert dat ‘Zwarte Piet’ integendeel met égards werd bezien, want: zit in het prentenboek op een paard (status), krijgt volgens de tekst een hand en een zoen van de kids nèt als Sinterklaas (gelijkheid) en bovendien zat de auteur van het werk bij een Vereeniging voor Algemeen Nut die zich abolitionistisch opstelde (ergo het kan nooit van doen hebben met instandhouding van slavernij of een daaraan verwant principe). Mis, driewerf.

              Nog afgezien van het feit dat dergelijke clubjes voor tot stadsmens verworden heerenboeren zich in Nederland vermenigvuldigden als kinkhoest op de Veluwe, en dat zij zich óók verenigden om, bijvoorbeeld, vrouwen van het lezen te houden (geen grapje) en te zorgen dat het Herrenvolk kon lezen zonder het hygiënisch aspect hiervan uit het oog te verliezen[5][5]. In een land waar riolering nota bene nog niet bestond.

              Maar…maar…het was goedbedoeld! Wordt meteen geschreeuwd op internet. Fijn—laten we “Hij was maar een neger” vertolkt door Mary Servaes meteen óók maar toevoegen aan de decemberbende; die songtekst was immers (ook) emanciperend bedoeld!
              Zo’n analogie waar, als het Goed is, uw tuiten van tranen, geeft aan wat een non-valeur gedeeld wordt door de ‘Fan van Sinterklaas instandhouding van rotte zienswijzen’. Sowieso is de weg naar de hel geplaveid met goede bedoelingen, maar voor goede bedoelingen m.b.t. discriminatoir beleid hoeven we echt niet te kijken naar een periode waarin 31% van het BNP uit De Oost werd gehaald gejat door witte mannen op grote boten.

              Vooruit, wees maar woedend—die witte homo verpest ons Kinderfeest!—want u bent het gewoon woedend te zijn. Er wordt u al zoveel afgepakt: de hypotheekrenteaftrek, 130 rijden op de snelweg en nu ook al die roetmoppen die het paard van Sinterklaas borstelen, kruidnoten bakken en het Boek van Sinterklaas niet mogen openen maar wel bewaken, want ze luisteren goed.
              Wel, u moet zich schamen en niet anders. Zoals u niet met 130 zou kúnnen rijden zonder de prehistorische uitvinding van het wiel, zou u zich niet kunnen beklagen over Zwarte Piet zonder de veile uitvinding van de mensenhandel en verdere stigmatisering op basis van uiterlijke kenmerken. En u zegt het nochtans goed: het is een kinderfeest. Kinderen kijken naar u op en steken veel van u op. Is één van de dingen, die u uw kind meegeven wil, dat uiterlijke kenmerken bepalend zijn voor de beoordeling van andere mensen? Waarschijnlijk niet, of u klinkt net als in dat mopje van Karin Bloemen: “Ik heb op zich niets tegen een teint, hoor, ’t is zelfs wel handig als je werkster bent, of, weet je?”
              In het laatste geval bent u behoorlijk dom en kortzichtig, net als de pleitbezorgers van Zwarte Piet, die -hopelijk- niet doorhebben een bij voorbaat verloren strijd vóór een exponent van een verouderde rassenleer te voeren. In dat laatste geval bent u gewoon kwaadaardig en dient u wat mij en een gezonde samenleving betreft in een heropvoedingsgesticht.      
             
             
             
 

[6][1] Een ‘kreng’ is oorspronkelijk een stuk dood vee. Leuk zeg! Nooit geweten! Nou, wat gaan we eten, kreng?
[7][2] En tenminste één ‘Poepela’. Ik kon het niet laten.
[8][3] Eigenlijk bijzonder verwarrend. Je kreeg al-tijd van je ouders te horen “geen snoep van vreemden aannemen” dan op de elfde november plots een lampion en de opdracht erom te gaan bedelen. They fuck you up, your mom and dad…
[9][4] Die ging over propaganda. Pardon: ‘volksvoorlichting’.
[10][5] in dergelijke verenigingen gingen exemplaren van boeken van hand tot hand onder de leden, dan hoefde men niet zelf zo’n duur boek aan te schaffen en hoefde men geen gebruik te maken van de schaarse bibliotheken die er waren, want je wist niet wat je van zo’n bibliotheekboek dat door wie weet wel plebs is aangeraakt kunt krijgen. Nogmaals, géén grapje. Later kreeg het plebs een eigen bieb die openbaar heette, en veel lorgnetten vielen te barste(!)

 

Ditmar Bakker
  http://www.ditmarbakt.nl/

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Share This: