U bent zelf opgelost in de werken Ruitenbeek!



U bent zelf opgelost in de werken Ruitenbeek!

https://www.ginieruitenbeek.nl/industrie/nieuw-werk/
Vanmiddag is er opening van werken in LOODS 6 – Expositie the joy of painting in LOODS 6 Amsterdam – KNSMlaan 143  – 30 augustus tot en met 1 september 2019. 17.00 uur.

In haar landschappen verbeeldt ze vooral de ruimte, en desolate sfeer, die ze meenam van de reizen die ze maakte naar o.a. Scandinavië, IJsland en Groot-Brittannië. Onderstaande tekst van Willem Frederik Hermans illustreert deze ervaring: “Ik laat mijn ogen over dit eenvoudig landschap gaan, nergens door bomen versluierd en toch zo geheimzinnig. Het is kaal en maakt geen kale indruk door de talloze kleurschakeringen van de nietige planten, de mossen, de grote keien en de lege plekken.” (Tekst uit Willem Frederik Hermans, Nooit meer slapen)

‘De mens is uit haar werk verdwenen.’ Lees ik bij de werken van kunstenares Ginie Ruitenbeek. Een interessant gegeven. Blijkbaar kun je verdwijnen uit de werken Ruitenbeek. Ooit waren daar mensen en nu ze verdwenen zijn, wellicht zijn opgegaan in de adembenemende landschappen, resteert alleen nog een omgeving – voor de mensen opnieuw zichtbaar gemaakt door de schilder.

En weg zijn we! Ja ja U ook! De mens opzienbarend opgelost in de werken Ruitenbeek – zo beschouwd zijn haar schilderijen tevens van adembenemende poëzie gemaakt.
 
pomwolff 30/8/2019

Share This:

VON SOLO – Alles is veel makkelijker als je drinkt.



Deel 347. Die eerste dagen   
    
Alles is veel makkelijker als je drinkt. Opstaan met de gedachte dat er in de middag bier zal zijn. Nooit echt hoeven na te denken over wat je zal bestellen als je in de kroeg bent en toch een zee van keuze hebben. Als je weet wat je drinken wil, dan kun je het eten er zo omheen verzinnen. En eten hoeft ook niet per sé. Een zak borrelnootjes of chips is ook goed. Altijd een reden om sociaal te zijn of naar een verjaardag te gaan, als er maar wat te drinken is. Verveel je je, dan kun je altijd nog gaan drinken. Dat is altijd goed. Je kunt het samen doen, maar ook in je eentje, als de ander geen zin heeft. Dat maakt niet uit. Drinken is altijd goed en het blijft ook goed gaan zolang je niet stopt.

Een heerlijk halve literblik Pools bier van de avondwinkel in Rotterdam. Een ijskoude, beslagen pul in een Biergarten in Berlijn. Een glas rode wijn bij een goed stuk vlees in een Parijse Brasserie. Een Pastis op de middag op een Frans terras. Een whisky in het schemerdonker met een boek erbij. Een Duvel, een Westmalle, een Orval. Merlot, Shiraz, een Morgon vieilles vignes, een dikke Haut-Médoc. Donkere rum Saint-James uit Martinique, een messcherpe Ardbeg. Alles, het is allemaal lekker. En het is zo simpel. Je koopt, je bestelt, of je pakt gewoon uit de koelkast en drinkt. En drinkt. Altijd een reden. Altijd een invulling. Altijd goed.

Alles is veel makkelijker als je drinkt. Er is altijd een invulling van de tijd. Een vervulling van een verlangen. Een reden om het leven een gouden randje te geven. Ook als er niks te vieren valt is het feest. Ook als er niets gebeurd of gedaan is, was het goed. Altijd gezelligheid. Het maakt de mensen dragelijk. Het is makkelijk, want het kan altijd en niemand vindt het echt raar als je het niet te gek maakt. Mensen doen zelfs graag met je mee. Dagen vliegen voorbij gevuld met snel vervagende herinneringen. Telkens weer die eerste slok. Het vage gevoel van beneveling, de bevlogenheid van vergeten woorden. Het zo ontzettend erg met elkaar eens zijn over de belangrijkste dingen die de volgende dag vervlogen zijn. Alles zal terugkeren als er de volgende dag weer gedronken wordt. Dat is een belofte.

Toen het warm werd dit jaar, ben ik beginnen drinken. Ik weet nu dat een koud biertje het enige elixer is dat de vermoeidheid zal verdrijven. De toverdrank die Asterix weer onkwetsbaar maakt. De enige exorcist die de Satan van verveling kan verdrijven. De enige liefde die het leven zin kan geven en nooit weg zal gaan, er altijd zal zijn. De enige betrouwbare yogi die het moment écht tot het zijn in het nu kan maken. Het bloed dat je doet kruipen, waar je niet verder na hoeft te denken. Niet meer hoeft te proberen. Enkel naar de koelkast te lopen voor de oplossing waarvan vijf procent vol voldoende is om alles honderd procent op te lossen.

Sinds drie dagen sta ik nu droog. Op mijn schouder fluistert een stem, dat er meer is. Meer dan dat alles hierboven. Dat het goed is, wat ik doe. Dat ik ervan verzekerd mag zijn, dat dit beter is en beter zal worden. De andere schouder zwijgt en ik kan bijna de zelfverzekerde glimlach zien die een snode overwinnaar eigen is.


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op
www.vonsolo.nl
  Lees de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

U bent zelf een ACG!



U bent zelf een ACG!

Ik lees in het voorbijgaan alfredex aankondiging: Zondag 8 september is het Woord weer terug in de kerk van Ruigoord met de dichters Ria Westerhuis, Terra Isis Gitane, ACG VIANEN en Ibo Bakker. Te beginnen meestal rond 16.15 en de presentatie wordt zoals altijd verzorgd door Yvonne van Doorn en Hans Plomp, de dj is Meng Ing Chu. De toegang is gratis (donaties zeer welkom)

ACG de grote kleine man uit Eindhoven doet Amsterdam dus aan. Het is alsof Messi even de Arena  bezoekt en een paar ballen in de rechter bovenhoek krult. Alsof JC nog een keer  afdaalt om in een razende versnelling zich tot het Woord te verwaardigen. ACG de grote klankdichter komt even langs om Ruigoord wakker te schudden.

Om wellicht ook Amsterdam te bevrijden met zijn woordkogels –  van die criminele maffia die hier naar we vandaag mochten begrijpen de macht in handen heeft gekregen in de onder en de bovenwereld – om met een mitrailleurvuur aan woordklanken het geboefte  poëtisch neer te maaien: takka takka takka tak  – takka takka takka tak wordt woord! zodat het woord weer woord moge worden, weer Woord zal zijn.
 
pomwolff 29/8/2019

Share This:

DITMAR BAKKER – een parabel in 4 bedrijven


FRAMING: een parabel
Gelukzalig zijn de armen van geest

I.
“Een vals getuige zal niet onschuldig zijn,” zei hij, geboeid door de geüniformeerde man voor hem.
                “Dat zal zijn,” was des dienders respons, “maar het gaat niet over schuld maar over de wet. Over aansprakelijkheid. En jij was op de plaats delict.”
               Een maand voordien, in een ooit uitgepolderd dorpje, krap vijftien kilometer ten noorden van de woonplaats van het geboeid orakel, was een vrouw van middelbare leeftijd gevonden. Er was geen sectie nodig om uit te wijzen dat zij verkracht was. Het in afgrijzen vertrokken gezicht liet geen twijfel bestaan over het feit dat de vrouw bewust was van de wurging die zij ondergaan had door de goedkope sjaal die nog om haar schouders gedrapeerd lag. Haar handen lagen gekruist in haar schoot, haar was hing wapperend in de tuin—van een afstandje nog niet zo’n vreselijk tafereel, ware het niet dat zij zo kéék.
                En dat iemand over haar lijf had geürineerd en dat door de wanden van de doorzonwoning heen een hysterische buurvrouw tegen een medewerkster van Slachtofferhulp had geweend en geloeid dat ze nooit vergeten zou hoe de vrouw naar die man gekeken had. “Ze is getrouwd! Heeft twee kinderen! En hij—heeft me misschien gezien!” Hoe had de man eruit gezien—huilend omschreef ze een anonieme rug.

II.
Achter ’t gaas van het balkon zaten zij in zoele late zomerzon: het maffe meisje en de rare jongen. In de zee van gras onder hen lagen her en der badhanddoeken als kleine vlotjes die voor hen dobberden in de hitte die oktober nog droeg.
                Het maffe meisje droeg geen naam en toch ook vele. Ze had zich voorgesteld als Charlotte, als Pauline, als Magda en op andere manieren. Vetrandjes en kleine kinderen, vooral baby’s, verdroeg ze niet. De rare jongen ging door het leven als Frank, maar rook als eender ander mens in de nabije omgeving naar roos en althea—en zou met om het even welke naam zo verzacht gegeurd hebben—het meisje rook ook zo.
                De vreemde oude man die soms hun leven binnentrad hield vandaag haar grote teen even vast—een zweem hibiscus—en vestigde zich toen opnieuw in zijn door hek en regulariteit gemarkeerde habitat waar hij met de regelmaat van de klok medicijnen, shag en ananasbavaroise tot zich nam. Met het verdwijnen van de vreemde oude man vervlogen gedachten aan hem zo vlot als de zware Van Nelle die de rare jongen rookte—ze waren altijd blij hem te zien komen en het speet hen nooit wanneer hij ging.
                “Ik heb een plan,” zei het maffe meisje toen de oude man vertrokken was. “Ik heb het getekend, wil je het zien?”
                Op zijn instemmen trok ze een vel uit de lijvige rolkoffer die zij voortdurend met zich meetrok en waarin al haar wereldse bezittingen zaten, en zo nu en dan die van anderen. Ze toonde hem een schools getekend en ingekleurd tableau van een man, een vrouw en een kind, geflankeerd door genummerde planmatigheden die gekenmerkt werden door eenzelfde kinderlijkheid als de tekening zelf: 1. Vind een man. 1a. Bijvoorbeeld op vakantie in de winkel of op straat ze zijn overal 1b. Wel een lieve. 2. Een kind (kinderen is niet moeilijk kinderen krijgt iedereen). 3. Samen wonen in een mooi huis en een tuin. 4. GELUK!!!
                “Het lijkt me een best te realiseren plan,” zei de rare jongen desgevraagd. “Een lieve is belangrijk—en kinderen krijgen is inderdaad niet moeilijk. Altijd lief zijn voor kinderen misschien wel, maar zolang je ze niet tot brakens toe van hun lievelingseten laat eten of dwingt met stront in hun ondergoed naar gymles te gaan, komt het vast alleszins goed. Kinderen zijn solide, veerkrachtig, dat—”
                Gekerm en een toenemend getrippel van voetstappen. Haast onopgemerkt ging het voorbij.

III.
Percentages liegen er niet om: zodra een moord wordt gepleegd en deze niet wordt opgelost binnen 48 uur, is de kans dat de dader definitief gevlogen is, groot. 83% van latere ontsluitingen komen tot stand doordat de dader bekent of een getuige—of medeplichtige—ten langen leste tóch naar de politie gaat en praat. Of het nu een drang is in het reine te komen bij God, de Maker of het Zelf, óf een niet te weerstaan verlangen op te scheppen over de eigen vernietigingskracht: de mens heeft de neiging te bekennen, zonder Kafkaëske enscenering. Hij wist dan ook dat hij dat zou doen.
                Hij vertrok naar Amsterdam en zocht toenadering tot een geliefde die hem zou aangeven of beschermen, maar willig-of-niet getuige zou zijn. “Ik moest de cirkel doorbreken;” zei hij tot zijn lief in één van de meer lucide momenten in ruste die ze beleefden, tussen kroeg, sauna en coffeeshop door—in het park, misschien—“dat zei ze me eens tijdens een telefoongesprek. Ik was woedend, op het ziedende af.” Hij ging ter biecht bij de Liefde, sprak over jeugd, schizofrenie, mishandeling en God. Over zijn opsluiting, haast tien jaar vóór hun tocht door de hoofdstad, in een psychiatrische kliniek—hij kende het reilen en zeilen van wet, protocol en regelgeving na tien jaar behandeling en medicatie goed genoeg, vond hij.
                Genietend van vrijheid bekende hij het giechelend: “Ik heb haar vergiftigd.” “Hoe bedoel je?” vroeg zijn geliefde, geschrokken. “MXE. Ik heb methoxetamine in haar thee gegooid. We zaten in een restaurant, ik kreeg ruzie met de serveerster en mijn moeder trok partij voor de serveerster.” “Wat een kutwijf,” oordeelde de Liefde.
                In de coffeeshop, zo’n zesendertig uur de tocht in, zou het mis gaan. De tent, waar zij koffie en rookwaar nuttigden, liep vol—terwijl het noenuur nog moest slaan. “Ik moet even iets doen,” zei de jongeman, beklom het twintigtal treden van de trap achterin de zaak en stond daarmee op de smalle balustrade die het geheel overzag: een gemêleerd gezelschap, zo’n vijftiental groot, dat in meer of mindere staat van vervliegende verbazing, desinteresse dan wel gebla- of geamuseerdheid de monoloog onderging die hij schreeuwend over hen uitstortte:
                “Moeder! Medea! Mijn medicamentenroes doet haar bezingen uit droevige keel! Mijn psychiater meent oedipusrexcomplex oorzaak van dit onverkwik’lijk geheel! Hij, onderworpen aan misdaaddeductiedrang der rechercheurs—lange armen der wet—vindt mijn gekwebbel nu preperturberender…”
                Daadwerkelijk gemorrel—het geschreeuw was complexer en vreemder dan men gewend was, zelfs in de hoofdstad. Hij denderde voort: “Er wordt opeens op mijn woorden gelet?! Zij was alleen, wist ik, moedertjesfoezelaar: dinsdag sinds jaar en dag schoonmaakdag was. Toen zij ontwaarde de schizofrenielijder rolde een schreeuw over ’t gifgroene gras! Zij werd zijn slachtoffer, kinderontwikkeling leidend tot moedermoord, boete en schuld! Zoonlief, per trein in de Haarlemmermeerpolder, toont haar het wapen: een sjaal. Dan…tumult!”
                Tumult ontstond inderdaad—hij liet zich niet vermurwen, niet door zijn lief die hem trachtte te overreden mee naar beneden, naar buiten, weg van hier te gaan, en niet door de dame achter de bar die zich niet met hem bezighield maar de wijkagente buiten staande had gehouden. Hij ging voort:
                “Drama: in tranen smeekt zij ‘wees toch redelijk’! Rood reeds haar ogen, de wol, oh zo zacht, definitief leidt tot noodlotsverordening: zij ligt als lijk. Hij…ontbloot haar geslacht, geeft dan zijn oorsprong een dildobehandeling; wil zo voorkomen een daderprofiel dat doet omschrijven een machiavellistische zoon—daar verkrachting hoort niet bij zijn stiel.”
                De wijkagente keek, zag en sprak in haar walkietalkie. Ongehinderd ging hij voort: “Het is volbracht, denkt ‘ie. Misericordia! Neemt dan haar handen, gekruist op haar dij; gaat in de weer met een nagelriemschoonmaakset—zo komen wouten niet snel naderbij.”
                De wout van de wijk leek het weinig te interesseren—die postte buiten, waarlangs de Liefde schielijk vertrok, terwijl de shopdame schutterig tafeltjes afging en hij voort ging, voort: “enkel dat moordwapen: culterlumbaalpunctie was zoveel cleaner en beter geweest! Scalpel of mes even onderinstekelijk…echter was hij voor een bloedbad bevreesd; dus ’t werd verwurging, met scheerwol-cum-zijdeblend, snel, op een dinsdag, onzichtbaar gewrocht: hij had textiel daartoe, matricidaliter, ’s anderendaags bij Miss Etam gekocht!”
                Buiten loeide een busje naderbij zoals hysterische mensen wel doen—net zo dwingend, redeloos en monotoon. Hij schreeuwde voort:
                “Cash, had met cash betaald. Don’t leave a paper trail! Thuis liggen chipkaart alsook telefoon werkloos te wachten. Het amfetaminegruis bittert zijn keel. Ongenadige zoon, die reeds indachtig de celamplitudetests, handzaam bij ’t zoeken naar vreemd DNA, moeder bevlekt met wat soakliniek-bezoek hem kon verstrekken: urine, van, tja…een anoniemblijver.” De juut buiten sprak met twee broeders buiten. De broeders keken, spraken. Eén van hen haalde een spuitje tevoorschijn. Hij ging voort, hij moest voort:
                “Diepnihilistische zoektocht naar rust, met dit kort ritueel, vond haast een eind door het Dijkbuurtpreventieplan: buurvrouw aanschouwde het ganse taf’reel. Thans…”
                Een korte klim van beide broeders en vier agenten—waar kwamen die zo snel vandaan?— een naald in het dijbeen na een korte worsteling, en rust, diepe rust, waarmee aan het schouwspel in de coffeeshop, aan de Liefde en de vrijheid inderdaad een abrupt einde kwam. Niemand had meer gehoord dan geschreeuw.  

IV.
Het rare meisje zat weer stil terwijl hij naar de helgroene zee en de haven voor treinen erachter keek—hij wist niet zeker of hij had gesproken of stil was geweest. Toen hij wakker werd in de gecapitonneerde kamer was hij alleen, toen ze hem ècht wakker lieten worden en spraken over IBS stelde zij zich het eerst aan hem voor als Charlotte. Hij was Frank, zei hij. Nu keek hij naar haar en zag dikke tranen over haar gezicht lopen: vertrokken van intens verdriet.
                “Ik heb hem niet eens meer vast mogen houden,” bracht ze uit. Frank pakte haar hand en huilde met haar mee. Op een onbestemde plek werd een meer en meer verwarde en geagiteerde onbekende ingelicht over de finesses van het vrijwillig DNA-bevolkingsonderzoek.



-x-

D.

Share This:

Het Parool weigert tekst van dichter Merik van der Torren


Hoi Pom,
 
Hierbij “De scheur”, recent geschreven.
Ongeveer een maand geleden stuurde ik het als ingezonden brief naar het Parool.
Hoewel de tekst nauwelijks aansluit bij de actualiteit valt het me tegen dat dit bij uitstek Amsterdamse gedicht niet is geplaatst door deze Amsterdamse krant.
Misschien wilden ze de vele scheuren binnen en buiten de redactie van het Parool niet hinderen,
 
Groet,



De scheur

Er is een scheur geconstateerd die
zich laat horen op de daken van de
Govert Flinckstraat en de Stadhouderskade.
 
De scheur is vervolgens gelokaliseerd
op de Amstel en de Dam.
 
Er is een verwijdering ontstaan tussen
links en  rechts in de stad,
tussen fietsparkeren en boetes
wegens rijdend bellen.
 
De scheur in de broek van het oude centrum
laat een crème-kleurige bil zien,
de sexy vitaliteit van Mokum
levenslust en feestgedruis.
 
We maken ons niet echt druk om de scheur,
al geeft die een hard geluid dwars
door het fluiten van de vogels en hondengeblaf,
het geroezemoes van buren.

Merik van der Torren

Share This:

U bent zelf een jinek!


U bent zelf een jinek!

Goedhart dood – Goedhart dood.
Het nieuws ging als een lopend crematievuurtje door het bejaardencentrum. Aan elk tafeltje werd bewoonster Goedhart besproken. haar ziekelijke bemoeizucht en haar  ‘eeuwige gelijk’ kunnen gelijk mee de kist in sprak buurman aan het tafeltje, waar al snel werd overgeschakeld op een ander onderwerp. Jinek.

jinek gisterenavond. hebben  jullie die teunvandekeuken nog gezien sprak mevrouw witglas – hij zat bij jinek.  met zijn plofkip en zijn pakje biologische kip. buurman nog helemaal met zijn hoofd in   goedhartsferen keek witglas aan. normaal gesproken zou goedhart nu  het woord gepakt hebben om het niet meer los te laten. één vraag stellen en het einde van het gesprek was daar aan het tafeltje goedhart.

plofkip?  plofkip? stamelde buurman nog niet echt gewend te antwoorden in het goedhartloze tijdperk. ja die vandekeuken beweerde dat de plofkip duurzamer is dan de biologisch opgevoede kip – die biologische kippen stoten veel meer rommel uit. CO2 bedoel je viel buurman haar in de rede. Witglas ging onverstoord door: én er was een vegandame die reklame maakte voor veganprodukten bij de appie – en dat je smaakpapillen zich snel aanpassen aan wat je eet.

het gesprek zonder goedhart kwam lekker los – dan kan je net zo goed karton vreten – merkte een derde tafelgenoot op. buurman rondde het gesprek af: mijn smaakpapillen zijn helemaal gewend aan de gewürzstraminer 2016 – dat wil ik graag zo houden.
 
pomwolff 28/8/2019

Share This:

U bent zelf een goedhart!


U bent zelf een goedhart!

96 jaar is ze geworden. we dachten het niet meer mee te kunnen maken. eindelijk eindelijk eindelijk. decennia lang heeft zij haar omgeving van goede raad voorzien – en al zo een beetje 60 jaar zat niemand meer op haar goede raad te wachten. maar goede raad bleef ze geven. over van alles en nog wat. over kleding, over gedragingen, over televisieprogramma’s, aan haar buurman de laatste 15 jaar in het verzorgingshuis  – eigenlijk over alles.

ook buurman is erg opgelucht – wat fijn voor je dat je van haar bevrijd bent – buurman keek mij aan – ja mevrouw goedhart heeft de geest gegeven – ik wens ze daarboven heel veel plezier met de geest van mevrouw goedhart. hier beneden ruimen we de boel op en weten weer wat het is om bevrijd te zijn – sprak de buurman.

en weet je sprak buurman – dat ze de laatste dagen nog zwaar de tering erin had dat ZIJ niet dement ‘vermoord’ is zonder strafeis voor de ‘moordenaar’. dat die aandacht aan haar voorbij moest gaan.
 
pomwolff 27/9/2019

Share This:

Spaan Special 1 – ALJA SPAAN doet de dinsdag: ‘De herkomst van haar gruwel was natuurlijk mijn verwekker….’


Wij mogen AlJA SPAAN verwelkomen de komende dinsdagen op de site. Het verzoek om de columns van JOLIES HEIJ waar te nemen gehonoreerd. Dank je wel ALJA en de eerste is al meteen raak: human intrest van de bovenste plank. Overleven, over leven en herkomst van Alja Spaan:


“Goed, een morsig type dus, heeft u nog goede eigenschappen?”
 
Ik erfde haar mooiste jas, een donkerbruin ruitje met veel zwart, en niette de zoom die losliet op het moment dat ik haar ging dragen. Ze keek misprijzend, er was verder niemand die het zag maar terwijl haar blik meestal hoger rustte, was zij degene die de koperen oplossing en het scheef getrokken attribuut opmerkte. Er was nu eenmaal een toegeeflijkheid in mij die zij niet kende en het had te maken met de nonchalance waarmee ik trachtte te leven, een verfoeilijke eigenschap die ik zeker niet van haar had. Het was hetzelfde gebaar waarmee ik at, uiteraard te gulzig, de hoeken nam, mijn mouwen hakend aan de deurknop, de Heer verloochende, alsof ik zonder kon, en voor haar geheimen bewaarde, vooral dat laatste nam ze mij kwalijk. Ze ging ernaar op zoek, verschoof de inhoud van mijn kamer en deed dat per millimeter zodat ik bij elke terugkomst wist dat er iets veranderd was en toch niet precies kon zeggen wat. Ze was even dubbel in haar gedrag. Ze schoof me haar gebak toe, nog warm uit de oven, terwijl ze vond dat ik genoeg had gehad en haar ergernis was de onmacht mij bij zich te houden. Uiteindelijk at ze met haar handen en legde diezelfde vette vingers om de mijne maar daarvoor moest ze eerst bijna doodgaan en met losse zomen maar nog wel op pumps mij vragen om het nietapparaat, ze kon geen draad meer in de naald krijgen.
 
De herkomst van haar gruwel was natuurlijk mijn verwekker. Hij nam op zijn minst met dezelfde verachting alle wegen van en naar haar toe, botste nogal eens, sloop in de nacht het bed uit op zoek naar eten en rolde zijn hemdsmouwen op tijdens plechtige vergaderingen, familiebijeenkomsten en zondagse wandelingen. Bovendien kende hij iedereen, maakte grapjes en zich vertrouwd met allerlei achtergronden en toekomstbeelden, las de Russische literatuur maar begreep nauwelijks de teksten uit haar heitelân en leek zich in het geheel niet druk te maken over gevolgen of noodzakelijkheid tenzij ín de donkerste uren waarin hij angstdromen van zich afschreeuwde door het bloemenbehang heen en alle kinderen wakker hield. Het ergste vergrijp echter was het schrijven.
 
Als het nu eens waar was wat hij schreef maar dat was het niet. Hij hield zijn lezers voor dat hij verre reizen maakte en de auto ging over duizelingwekkende hoogten, hij sliep in de berm en op de stoel naast hem zat zijn trouwe metgezel met een poot even nonchalant uit het raam gehangen, beiden genoten veel meer dan zij ooit gedaan had. Hij ontmoette een staatshoofd, de koningin stond naakt op de Waagtoren, een belangrijk schrijver deed hem een ontdekking. De geiten in de achtertuin konden praten, een varken ging naar de stad en verdwaalde, een kind kon vliegen en het ijs op de sloten hield zijn wagen. Eigenlijk waren alleen de aantallen in zijn columns de juiste: het waren drie geiten en het was slechts één kind, de resultaten van de melkveehouderij, het akkerbouwbedrijf of de eerste biologische tuinderij logen er niet om en de klantenkring bereikte een getal met vier cijfers.
 
Zo was wat de dochter schreef volkomen van God los, te vrij in haar ogen en hoewel juist in het taalgebruik toch zeker schadelijk voor haar eigen reputatie en die van het gezin. Iets dat niet waar was moest je niet opschrijven. Ze twijfelde zelfs aan de kattenbelletjes hoewel ze hen bewaarde in haar portemonnee, ze wist niet of ze de liefste moeder was en pakken melk, drie, kocht je voor de houdbaarheidsdatum verstreken was. Het dagboek dat ze vond bevatte een dodelijke conclusie, een gedicht verried een bloederig voorval, ze deed jaren over een X in het alfabet en bepaalde handelingen leken haar, vooral voor zo’n morsig type en in zekere conditie, nu niet bepaald gewenst.

 
hoe jammer het is van die broodjes
 
Zij verweet hem het schrijven. Ze nam hem het
gemak kwalijk waarmee hij zogenaamde
 
feiten overdreef en als het niet echt was gebeurd,
mocht hij het niet zeggen. Aan
 
de andere kant gaf ze hem de schuld van alles
dat er plaatsvond, dan zweeg hij.
 
Zijn schrijven was als al het schrijven een stille
wens tot communiceren, geen eerbaar
 
beroep misschien en de waarheid een selectieve
greep uit de wereld. De vier
 
zinnen die zij maakte waren heel behoedzame
pogingen, al kon je de inhoud
 
zingen en daarbij, van het ene op het andere been
gezet, tot over de landsgrens komen.
 
(log 26 juli 2017)

Share This:

KARIN BEUMKES in M&M op de maandag: ‘het oudje ruikt naar late regen en heeft een kwetsbaar hoedje op…’


Voor Neeltje


De laatste boot van half tien
zwoegt door de buitenaardse golven
bij eb en vloed ruikt de oostenwind bedorven
de zeeman is allang gezien
want in een verpleeghuis ligt de vrouw
die hij zou ontmoeten rond half negen
het oudje ruikt naar late regen
en heeft een kwetsbaar hoedje op
vandaag zal hij haar loodsen door een tunnel tijd
door de vallei van zon en maan
waar elven en kobolden wonen
zij worden door wijze geesten begeleid
de zeeman geeft zijn vrouw de ring
de zeeman heeft zijn lief gezien.


Muziek: Jaques Brel – Marieke https://youtu.be/wfGDpzL9H7Y


Groetjes
Karin

Share This:

U bent zelf een dode zitter!

foto: Ben Kleyn
de dagelijkse column van uw webmaster op deze site – vanaf heden – zie rechtsboven het item – de passievolle pensionado – te genieten. fijne medemenselijke korte columns – voor alle verjaagden uit de wanhoop!

U bent zelf een dode zitter!

“Politie: Vijftal Assen weer vrij, heeft man niet mishandeld” lees ik bij NU punt NL.  de man die zogenaamd NIET mishandeld is is al weer een paar dagen dood. een zedenmisdrijf heeft misschien plaatsgevonden was een van mededelingen dit weekend. Assen is in rep en roer, de burgemeester is driftig bezig geweest de gemoederen daar boven te bedaren. een meisje van 4 is mogelijk lastig gevallen. en die vijf zijn met zijn vijfen op de inmiddels dode man gaan zitten. toestanden in assen is mijn conclusie.

Een andere conclusie moet zijn dat wij hier in het vrije westen gemanipuleerd worden waar we bij zitten – de politie weet blijkbaar precies wat er gebeurd is handelt, laat vrij, communiceert maar laat niets los over de ware toedracht. alles is mogelijk, alles is misschien – volgens mij is het niet  de taak van de politie om mistige mededelingen te doen.

Was het eigen richting van die vijf of was het geen eigen richting van die vijf?  Was het eigen richting van een (2,3,4,) van die vijf was het geen eigen richting van een (2,3,4) van die vijf? Is er eigenlijk  wel sprake geweest van een zedenmisdrijf? Is er eigenlijk wel iets strafbaars gebeurd in Assen? weet de politie nou inmiddels al iets of weet de politie niets? we weten het niet. Het hele weekend staat Assen centraal in het nieuws en feitelijk weten we niets anders dan dat er een dode is in Assen en dat er in Assen vijf mensen op een dode man hebben gezeten. Deze dode zitters zijn gearresteerd en zijn ook weer vrijgelaten.
 
pomwolff 26/8/2019

Share This: