VON SOLO: We hebben als maatschappij onze ziel verkocht voor een beetje gemak en berusting.




Deel 343. Faust

Afgelopen vrijdag ging ik met mijn zoontje naar de friettent. Eigenlijk wilde hij niet mee. Hij was moe van de week en had net een uur computerspelletjes zitten spelen. Ik vond dat hij naar buiten mee moest. Onder een niet aflaten weeklagen, liepen we naar het Bergpolderpleintje. We liepen de frietzaak binnen. De drie mensen die bezig waren friet te bakken sloegen geen acht op ons. Dat ergerde me. Mijn zoontje was op een barkruk gaan zitten. Hij zag eruit als het toonbeeld van mismoedigheid. De andere klanten van de friettent zagen er ook niet al te florissant uit. We waren in een soort docudrama beland. Na wat vijf minuten leek overwoog ik weg te lopen. Net op dat moment beet een frietbakster me toe wat ik wilde. Ik wilde friet.

Terwijl we wachtten, kwam er een etnische vrouw met haar dochtertje, die mooi lang krulhaar had, binnen. Het was duidelijk dat ze een ijsje kwamen halen. Ook zij werden genegeerd. Pas toen de vrouw na een tijdje vroeg of ze een ijsje mochten, werden ze met tegenzin opgemerkt. Bijna kwam een gevoel van plaatsvervangende schaamte op. Het soort mensen dat achter de toonbank stond, staan bij mij vaak ook ingedeeld in het hokje ‘racist’. Vervolgens kwam ook de eigenaar binnen. Een man met een bierpens, die zijn Audi station altijd op de stoep parkeert, alsof dat normaal is. De borsten van zijn tweede vrouw heeft hij voor haar verjaardag ook laten vullen. Hij maakte met veel bravoure wat ‘foute’ denigrerende grappen met zijn personeel. Zijn blik vermeed ik zo veel mogelijk. Het heeft er altijd de schijn van, dat dat soort mensen feilloos aanvoelt, dat je een hekel aan ze hebt.

Even later liepen we met een pak friet terug naar huis. Dit was de laatste keer dat ik daar geweest was. Dat had ik mezelf al één keer eerder beloofd. De friet was niet altijd even goed afgebakken geweest. Zo ook deze keer. Toch had ik ze nog een kans gegeven. Maar meer uit eigenbelang. Het is zo lekker dichtbij. Maar dit was écht de laatste keer. Bij het Muizengaatje zit op de brug ook een friettent. Daar is het personeel vriendelijk. De zaak is schoon en de friet vers gesneden en altijd goed gefrituurd.

Waarom benzine kopen bij een bedrijf dat zijn medewerkers in kampen met bewapende beveiligers moet laten wonen, wegens onvrede van de lokale bevolking? Waarom nog appels kopen bij een winkel die ze in laat vliegen uit Nieuw-Zeeland? Waarom nog kleding kopen bij een winkel die het laat maken met kinderarbeid? Nog koffiedrinken bij een bedrijf dat arme boertjes de vernieling in helpt? Nog burgers eten bij een bedrijf dat regenwouden kapt? Het is het gemak waarmee dingen ons in de schoot geworpen worden. Waarom een half uur fietsen als we het ook in twintig minuten in de auto zouden kunnen? Waarom enkel keuze uit twee soorten appels als we ook keuze kunnen hebben uit tien soorten? Waarom zouden we een jaar in dezelfde broek lopen, als we elke maand een nieuwe kunnen kopen? Waarom met de trein als je ook met het vliegtuig kan? Zou ik niet beter af zijn als ik enkel nog zaken zou doen met partijen die dezelfde idealen nastreven als ik? Mijn spullen kopen bij mensen die verstand hebben van zaken en hart voor de zaak. Spullen laten repareren door mensen die daar plezier in hebben. Geld verdienen bij een werkgever, die mijn idealen deelt. Handelen met integere mensen met oog voor de wereld om zich heen. En niet enkel voor de centen, macht of andere egoïstische belangen.

We hebben als maatschappij onze ziel verkocht voor een beetje gemak en berusting. We hebben een wurgcontract getekend waar we akkoord gaan met een vaste afname per week die een gestage opgaande lijn moet vertonen. Wij hebben onze ziel verkocht aan de Mefistofeles van de huidige economie in ruil voor rustig slapen zonder moe te hoeven zijn. De prijs die we betalen is, dat voor elke euro gemaakte winst op consumptieartikelen, er weer een paar bomen voor altijd verdwijnen, een kind in een fabriek werkt onder erbarmelijke omstandigheden en er weer een diersoort uitsterft, de aarde weer een graad opwarmt, de rijken nog een euro rijker, de armen nog miserabeler. Dat is de keerzijde van de medaille. De Judaspenning die we via ons Faustiaans verbond in de hand gedrukt hebben gekregen, om uit te geven aan spullen die we niet nodig hebben, bij mensen die ons belazeren.

Nooit zal ik meer friet halen op het pleintje. Dat is beslist nu. Dat lijkt van uiterst marginale proporties. Maar stel dat ik voortaan elke maand zo’n beslissing maak. En elke maand gaat een buurman, vriend of collega van mij dat ook gaat doen. En dan nog iemand. En nog iemand. En nog….
 

Share This:

Merik van der Torren met DE SAARTJE NEGEN




Voor Sara 9

 
Vandaag leest Sara poëzie;
over rode kattenbeesten
over heerlijke brokjes van de lieve buurvrouw.
 
Vandaag leest Sara poëzie;
over wilde geraniums
op de berm van de grote weg,
over lila wiegen in de ochtendbries.
 
Vandaag leest Sara poëzie;
over grote kerels die ze afsnauwt,
over muizen die haar restjes opsmikkelen,
over Mirjam die ze kusjes geeft.
 
De poëzie van Saartje
door alle tijden heen
vertelt over haar reizen
haar verloren zonen
en haar mand.
 
Saartje, stil, even niet blaffen

Share This:

JOLIES HEIJ: “Je raakt bij een man ook altijd vroeg of laat uit de gratie. Als ie je eenmaal uit z’n ooghoek heeft geveegd, is alras het hart aan de beurt voor de grote schoonmaak.”

Over paardekop & reiskit

Columniste wordt aan het werk gezet. Ik mag maar liefst twee poëziemiddagen hosten. Leo Lamb van Dichtwerk Amersfoort stopt ermee en er werd vorige week op het podium geworven voor een opvolger. Moet die in Amersfoort wonen? vroeg ik, het debacle met het dorpsdichterschap Utrechtse Heuvelrug indachtig. Nee, dat hoeft niet, luidde het antwoord. Ik verhuis binnenkort van Rotterdam naar Amersfoort, kwam Jan Bulsink enthousiast, als wij dat podium nou eens samen organiseerden… En zo zal het geschieden. Eerder al had Coosje van het amsterdamse Huize Lydia mij gevraagd om “mee te denken”. Jij bent immers nog zo jong, was het argument en alle Ruigoordbejaarden knikten instemmend. Het wilde evenwel afgelopen vrijdag maar geen storm lopen. Toen Gerdi het nog deed, was er veel meer aanloop, mopperde Bentsion. Dus gingen we maar boven ons glas witte wijn wat zitten brainstormen over hoe die kip en halve paardekop waar vandaan te plukken.

Gerdi kwam gewoon overal, meende Coosje. Ik kom op Facebook, da’s tegenwoordig veel belangrijker, zei ik. À propos, waar hangt Posthumus uit? Ik dacht dat ie ook nog zou komen buurten. Die is alweer terug naar Denemarken. Da’s fraai, gaf ik, ik dacht dat we wat met elkaar hadden, maar hij heeft me niet eens hallo gezoend, laat staan een handkus vanuit de verte toegeworpen. Je raakt bij een man ook altijd vroeg of laat uit de gratie. Als ie je eenmaal uit z’n ooghoek heeft geveegd, is alras het hart aan de beurt voor de grote schoonmaak. Ooit zou ik samen met Radovan een multiculti nederlandsbosnisch podium organiseren, maar die komt het tuinhuis niet meer uit, dus moet ik het met jullie, niet eens kippenveer of paardenbek, stellen. Zeg eens, wie het kleine niet eert, kwam Bentsion verontwaardigd, ik ben wel jouw beroepsluisteraar, dus ik tel voor tien paardenkoppen. Laten we een workshop organiseren, kwam Coosje, in het kader van de publieksparticipatie.

Laten we meer witte wijn drinken, zei Bentsion, dat lijkt me een betere participatie. En zo eindigde het dichtersavondje op de gebruikelijke wijze, in liederlijke en laveloze staat. Fris en zonder kater, maar met een voorraadje witte wijn op zak zat ik de volgende dag alweer in de trein naar Antwerpen. Bijna was ik nog in Tilburg gestrand waar het verhitte volk de trein uit werd gedreven en drie kwartier op het perron stond te dampen. Dan maar een dorstig gedicht geschreven en gelukkig, toen was de wisselstoring verholpen. De tram in Antwerpen is een waar avontuur door de krochten onder het station. Mijn plattegrond van de Bolivarplaats bleek niets waard, dus dan maar vragen naar de Brusselstraat aan die twee dames boven de witte wijn op het terras. Heb je zelf niet zo’n apparaat? vroeg de ene terwijl de andere haar telefoon in alle standen draaide om de plattegrond te lezen. Neen, dat bezorgt mijn toch al overprikkelde aspergerhersentjes te veel onrust, gaf ik. Eindelijk had de andere de juiste stand gevonden en gaf met een knalroze gelakte nagel de looprichting aan.

In het stomende café aan de Brusselstraat zaten we drieëneenhalf uur naar poëzie te luisteren, maar wat voor poëzie. Verrassing van de avond was Gust Peeters die iedere tekst subliem en op geheel andere wijze dan de vorige voordroeg. Daar kan columniste nog een puntje aan zuigen. In de pauze verdrongen we ons op de stoep voor dat zuchtje schroeihete buitenlucht. Onbegrijpelijk dat jij niet veel bekender bent, kwam de psychiatrisch verpleegkundige uit Blankenbergen, jij zou toch wereldberoemd moeten zijn! Hoe goed bedoeld ook, ik voel me altijd wat ongemakkelijk als mensen dat tegen me zeggen. Alsof ze eigenlijk willen zeggen: zet eens een tandje bij, doe er wat aan, of interesseert het je soms niet?

Ik ben niet zo’n dichter die koketteert met miskenning, ik wil gewoon een boterham, liefst met beleg. Ik weet gewoon niet goed wat ik eraan moet doen. Ik weet wat het is, kwam Gust, mijn gedichten worden steevast door literaire tijdschriften geweigerd. Binnenkort doe ik een gooi op de antwerpse Slam, al weet ik dat het vruchteloos is nu ik heb gezien wie er in de jury zit. Je kunt er gewoon niets aan doen, het is zo willekeurig allemaal… En we staarden in ons glas dat ook al leeg was. Later, op de achterbank bij Ingo Audenaerd in de auto, slorpte ik van het laatste restje witte wijn in mijn reiskit. Als troost. Soms is de poëzie even niet meer genoeg.

dorst

je woorden zijn als kiezels
geen ontsnappen aan het schrijnende wit
hemelsplinters plenzen neer

op de torens van brugge en gent
de onvoorwaardelijke geliefden
op de slurpende antwerpse terrassen

scherven op de schelde
alles volgt blindelings al wat oplicht
wat wordt uitgerold over vlammende kasseien

de sintels van de hartstocht
hier voor het oprapen
voor wie vuurvaste vingers heeft

ik wacht op schaduw
het zwarte doek van de tijd
dat verkoelt en verdooft

we drinken de rivier leeg
en doen alsof het witte wijn is
het vloeibare doet ons licht verglijden

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes: ‘ik wil een naam van jou waar nog geen dag voor is.’ dat is fantistig toch

Soms


Maandagen. volstrekte dag van onschuld.
Boodschappen, het hart vol op de linkerplek

Dinsdagen en ergens mist wat hagelslag
deuren open, de venter bezoekt dit dorp

Woensdag. gehaktvlees van onreine dieren
tevens biduur voor het vee

Donderdag zal ik je komen halen
onder een schip van zure appelen en klokgelui

Vrijdag. een pasgewassen dekbed wacht je op
ik begin een geheel te vormen van dit uur

Zaterdag. na grabbelvingeren in tweedehands
ik voel in tule, oud katoen, je zocht ook blauw

Zondag. Waarom zou iets worden verzwegen
ik wil een naam van jou waar nog geen dag voor is.




Muziek: Eva de Roovere – Fantastig toch https://youtu.be/Y6zwt7TvXBY


Liefs en groetjes
Karin
voor karin

ook ik was ooit te texel
en zag de schapen
kon van de wol geen poëzie maken
 
dronk grandmarnier
de vlakten steeds meer uitdijend
overal  beesten
 
enorme beesten enorm veel wol
het land geworden
wat het land altijd al wilde

in de verte zag ik haar
gebogen over papier
én heel het eiland glom

als de wang die ik zoende
 

pom wolff

Share This:

JOLIES HEIJ wint de enige echte virtuele – en tot wie of waar brengt de witte wijn jou dit weekend – zilver Tiefenthal – verder is het de iedereen in de prijzen – trofee op pomgedichten

de juryvoorzitster op weg naar het dichtershuisje. waar zij haar finale oordelen velt en prijs geeft aan pomgedichten. vandaag heeft ze het moeilijk – de inzendingen der dichters waren mooier dan waar kan zijn en gelijkertijd waarachtiger dan een mens verdragen kan. het wordt spannend!

jeanine bericht: ”
Ik heb de inzendingen met veel plezier gelezen, in elk gedicht zat de hitte en  de koelte van een witte wijn.  Leuk en knap gedaan. Het maakt het toekennen van de edelmetalen tot een lastig iets want ik wil niemand teleurstellen. Wat heb je aan teleurstelling hè, het is al zo warm. Vandaar dat ik me beperk tot goud en zilver want daar ontkom ik niet aan.
 
Goud Jolies
Zilver Tiefenthal
Brons  de overige inzendingen



  • FRANS TERKEN een droge witte aan deze tafel met liefde geserveerd
  • PETRA MARIA doet herinneren aan zoveel storm en moed
  • RIK VAN BOECKEL met ‘t glas in de hand de lippen troost dronken
  • MARC TIEFENTHAL Om niet ten onder te gaan aan witte wijn.
  • CARTOUCHE sauvignon – zo wild en wit wil ik je
  • JOLIES HEIJ we drinken de rivier leeg en doen alsof het witte wijn is
  • ANKE LABRIE ik neem een slok en proost op jou

wie wint de enige echte virtuele – en tot wie of waar brengt de witte wijn jou dit weekend? trofee op pomgedichten? wedstrijdje witte wijn nooit weg in dit weer. u kent de juryvoorzitster onze jeanine hoedemakers – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


de boulevard of broken dreams
nu tussenpad afdeling groenten
ter hoogte van de kerstomaten

de witte wijn alvast geladen
lood voor vader om te vissen
sporen van herinnering

zo’n dag was het
kassa meisje lege vulling
een langzaam brokkelend geheel en kale muren


pomwolff
Rupsje Ooitgenoeg

We houden het loof aan banden
dat de hitte onder dit blauwe dek
niet meedogenloos toeslaat
zoals ver beneden de rivieren

ik zou met de noordwestenwind mee
kunnen waaien om daar te landen
maar hier zit ik gebeiteld in middagrust
die me plakt aan leuning en glas

dat in de zon haast doorzichtig lijkt
het voordeel van een droge witte
aan deze tafel met liefde geserveerd –
wij klinken op de koelte die ons toevalt

en geen angst voor teken of rupsen
krioelend op de stammen van eiken
al die harigen hoe ze aan irritatie doen
in één veeg strijk ik het voorhoofd glad

FT 26.06.2019


pom: frans op de plaats rust. frans beschrijft alles wat professor scherder tot waanzin drijft. we moeten bewegen frans zegt de professor. niet zitten in tevredenheid – niet aan de verkoelende witte wijn – schenk mij ook maar in – dank je wel – de profesor doen we van de week wel weer met 20 graden. vandaag de koelte, de geserveerde liefde en de middagrust met frans terken in poëzie.

jeanine:
FT 26.06.2019
 
Ja dat is goed toeven, lekker wijntje, liefde en rust. En dan toch stiekem even de wens om weg te waaien. Rupsen en teken, ellende is het en dan vergeet je nog de andere steekbeestjes.
Droge witte wijn.  Dit gedicht is ook een beetje droog en dat is prima. Moge het rupsje snel genoeg hebben.

 

storm en moed

ik drink wijn
en maak foto’s

jij in dat hoge bed
het tafeltje
met de bloemen

ze leggen vast
wat ik niet kan bevatten
en verwacht

dat later
iets van deze vreemde tijd
mij doet herinneren

aan zoveel storm
en moed
aan eigenlijk
zoveel geluk

Petra Maria


pom: moed en storm en die foto dan voor later. petra kleurt later in met vreemde tijd. het zijn net teveel grote woorden voor een mager gedicht. dit moeten we aan jan arends overlaten. die snijdt in dunne gedichten door de lezer heen. dat de woorden stormen. bij petra waait vandaag nauwelijks een briesje. ik bedoel als het vreemd is dan willen we ook vreemd. daar zijn dichters voor. en we willen het niet benoemd we willen het vreemd!

Jeanine:
Petra Maria
 
Ja, zo gaat dat soms met foto’s denk ik. Je maakt ze en later, als het misschien wel voorbij is, dan zie je iets wat je toen niet zag, of onvoldoende. Ik zie tussen de regels een bescheiden verwijzing naar Storm und drang staan maar dat zal aan mij zijn, uit de tekst maak ik de verwijzing verder niet op; het komt door dat storm en moed, daar denk ik even, hé.  Jaja en dat op een zondagochtend. Fijn slank gedicht.
Het eenzame eiland

Het eenzame eiland is een plek
om stil te verblijven in reflectie
op de eigen woorden de andere ritmes
>
ze kwetsbaar te zingen
met een wijntje in de hand
het wit slurpend de tong in
>
eenzaam is een lange letter
wordt door wijn gemeenzaam
>
een woord van stille betekenis
>
een symbool dat de tijd verdraagt
>
eiland is de getuige van ‘t hart
waar de bomen samen en alleen zijn
een heuvel trots en trotseerbaar is
>
met ‘t glas in de hand de lippen troost
dronken tijd naar de horizon drijft
waar de roes verleden en toekomst wacht.
>
Rik van Boeckel
29 juni 2019


pom: een verstilde van Boeckel mogen we in alle rust met een wijntje in de hand genieten vandaag. bij mij komt ie wel binnen – ja een soort portugeze contemplatie op een berg uitkijkend over lisboa – verkoeling onder een boom en dan enige romantische gedachten – een kwetsbaar gedicht.

Jeanine:
Mooi gedicht Rik, als ik er mezelf op loslaat zie ik hier en daar wel iets waarvan ik denk, ik mis een lidwoord of, dit zei je al maar ik doe het niet. Ik laat het gedicht rustig tot me komen en geniet een wijntje mee maar dan net iets anders.
Waar de heuvel trots en te trotseren is, dat vind ik mooi, je schrijft hier wel trotseerbaar maar dat woord zet mijn brein automatisch om naar trotseren. Zo gaat dat wel vaker als ik een gedicht lees.
Luister ontluister
 
Paardebloemen fluisteren
voor zich uit.
Een paard steekt zelden een bloem
achter zijn oor.
 
We wapenen ons voortdurend
met kennis. Om niet
ten onder te gaan
aan witte wijn.
 
Kijk maar naar de maan. 



marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas


pom: een lekkere korte tiefenthal en zeer leesbaar ook. goed zo, vooral doorgaan. een beetje van de hak op de tak maar dat is tiefenthal. zo staat er een paard in de gang zo vlieg je naar de maan.

jeanine:
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas

 
 
Een vette duim! Heerlijk kort maar krachtig, beeldend en best wel relativerend, als laat je de lezer even fijntjes weten dat sommige kennis compleet nutteloos is. Het geeft niet als ik er naast zit ik wordt blij van deze Tiefenthal
Tegenwoordig is het denk ik paardenbloemen met die n.


Van Taal en Tong – Terra Pura*
 
Gisternacht zong ik dwaas – die ik ben
over een zonnevrucht, sommigen zeggen
het is een vlucht, anderen hebben het
over een mes, dat langs de keel glijdt
en je tot bloedens toe doorweekt
 
Ik zeg het is meer – verlangen –
dan een vloek, een stok, een glas
bang om te breken, maar de moed
om te danse n, de droom die waagt
te ontwaken en zich te laten smaken
 
als vita eterna**een gelofte zoals jij
alleen vol afgelaten -wijn- kunt zijn
sauvignon – zo wild en wit wil ik je
tot me nemen, in mij dragen
deze avond en alle dagen
 
klaar-en rond


30-06-2019 / Cartouche
 
*Terra Pura = Zuiver- niet Zonderland !
terwijl ** Vita Eterna staat voor Eeuwig Leven


pom: cartouche serveert een wijntje, dank u wel Cartouche en zingt er een prachtig liedje van verlangen bij. zo erg wil hij haar deze avond én alle dagen. dat zijn heel veel dagen cartouche! of je bent een dronkenlap of je bent van de liefde geheel ondersteboven – de dichter combineert. ergens lees ik er ook een liefdesbetuiging in aan bregje zonderland. onze jeanine zal straks zich over je buigen.

Jeanine:
30-06-2019 / Cartouche
 
*Terra Pura = Zuiver- niet Zonderland !
terwijl ** Vita Eterna staat voor Eeuwig Leven

De toevoeging dat Terra Pura = Zuiver niet Zonderland!  die begrijp ik niet, ik zou daar nooit aan Zonderland denken, pura, puur, zuiver, lijkt me helder maar misschien mis ik iets. BZ is heel zuiver, dus misschien wil de dichter misverstanden voorkomen. Aan een verkeerde naam gekoppeld worden kan je reputatie flink schaden in het literaire sirkwie, Brekje, fluistert tante me in het oor en iets over de hitte.  Het zal wel, tante.
Het doet me deugd om in de eerste strofe iets van een tante te ontmoeten, we schijnen de gekte van tantes te erven, werd mij laatst verteld.
Mooi gedicht, het thema is er keurig – klaar en rond – in verwerkt. Bang om te dansen, staat die n bewust iets verderop? Het heeft namelijk wel iets.
dorst
 
je woorden zijn als kiezels
geen ontsnappen aan het schrijnende wit
hemelsplinters plenzen neer
 
op de torens van brugge en gent
de onvoorwaardelijke geliefden
op de slurpende antwerpse terrassen
 
scherven op de schelde
alles volgt blindelings al wat oplicht
wat wordt uitgerold over vlammende kasseien
 
de sintels van de hartstocht
hier voor het oprapen
voor wie vuurvaste vingers heeft
 
ik wacht op schaduw
het zwarte doek van de tijd
dat verkoelt en verdooft
 
we drinken de rivier leeg
en doen alsof het witte wijn is
het vloeibare doet ons licht verglijden
 
 
Jolies Heij


pom: dit is een goeie heij – dat voorop gesteld, een heerlijk tempo, een heerlijke inhoud, heerlijke witte wijn een rivier vol, een prachtig licht verglijden -ik merk dat ik niet veel verder kom dan het ene na het andere beeld citeren. heerlijk gedicht kortom!

Jeanine:
Jolies Heij
 
Yep, hier is er weer een; vaart, doorlezen, verwondering, beeldend en een zekere logica opbouwen en tegelijkertijd wat rammelen. Zo lees ik deze dichter graag.  Ze hebben me geleerd dat namen van steden e.d. toch echt met een hoofdletter moeten dus zelf doe ik dat altijd maar ja…
    


het sneeuwt weer lente in de scheldstraat
ik vis een bloesemblaadje uit m’n glas
 
de rode wijn die mij verwarmde
in de lange winter
is vervangen door een witte
die nu dartelt met de eerste zonnestralen
 
geen fles meer als vanouds
die ik bijna in mijn eentje leegdronk
omdat jij rijden moest
 
ik neem een slok
en proost op jou
 
anke labrie



pom: rood in de winter wit voor later – met anke de lente in en de zomer – de woorden luchtig gehouden bij een koele afdronk, de herinnering mooi geplaatst zo tussen de woorden

Jeanine:
anke labrie
 
Mooi, lief gedicht, die wisseling van rood naar wit, dat dartelen met de zonnestralen, erg leuke beelden en herkenbaar dat alleen drinken omdat de ander moet rijden. Zelf ben ik geen witte wijn drinker, ik ga het eens proberen. Na al die witte wijn wil ik ook wel eens proeven.

Share This:

Peter Posthumus… de woorden hebben de dingen verlaten


ontstaan uit
zwarte inkt
op wit papier


hebben de woorden
de dingen verlaten


woorden op zoek naar
wegebbende echo’s
en aanzwellende suggesties
tollende en kantelende fuiken
in een platgeslagen aquarium
woorden die voortaan 
hun spoor trekken
in de tijdloze flikkering
van een voor altijd
voortvluchtig
universum


                     peter posthumus

Share This:

ROOP laat weer eens wat van zich horen

op de familieuitschotpagina van de site van ROOP komen we – nog vele jaren – tegen


03 juni 2019
en nog vele jaren

mijn god nu is ie
nog eens jarig ook
het is niet genoeg
dat alles wordt
verpakt in poëzie

nee hoor kleffe slagroomtaart
kejakkie in de koffie
en iedereen is welkom
tot de stoelen en
de ziektes op zijn

en dan maar zingen
dat er een jarig is
alsof dat nog iets helpt

voor pom wolff

Share This:

VON SOLO – …de wereld verandert. En niet vanzelf. Wel door de mensen die bereid zijn haar te veranderen.



Deel 342. Decorum

Een spijkerbroek met scheuren op de knieën. Keer op keer gerepareerd door het Turkse naaiatelier op de Kleiweg. En toch vallen de scheuren er telkens opnieuw in aan de randen van de reparaties. Er staat weer een dag aan afspraken op het programma. Zowel mijn collega’s als zakenpartners zullen niets van mijn broek zeggen. Maar sommigen zie ik kijken. Ik heb best geld om een nieuwe broek te kopen, maar de wil ontbreekt nog. Katoenproductie vormt een gigantische milieubelasting. En ik heb geen last van de scheur in mijn broek. Een smetteloze broek is het louter decorum. Dat woord staat niet in de beleidstukken die ten grondslag liggen aan mijn dagelijks werk. Ook geen kledingcode. En toch denk ik erover na.

Er liggen twee balken tegen de vuilcontainer aan om de hoek. Voor het wegnemen van afval bij een vuilcontainer kun je een bekeuring krijgen. Tegelijkertijd willen we hergebruik promoten en verspilling vermijden. We willen niet dat spullen naast de containers op straat gelegd worden. Na een paar minuten overwegen, pak ik de balken op. Er is een mooi stuk pergola van te maken of een leuke boomhut. Een moment later ligt er niets meer naast de container. Twee mooie balken onder mijn afdak in de tuin. Het wegnemen van afval is een overtreding, maar er was geen toezichthouder in de buurt, dus ben ik door het oog van de naald gekropen. Een rare sensatie die schuldgevoel zou kunnen heten, maakt zich heel even meester van me en verdwijnt weer.

Brussel op een zondagochtend. Een gevierde Vlaamse dichter vraagt me pamfletten en stickers mee te nemen en te verspreiden, mocht de gelegenheid zich voordoen. De maatschappelijke boodschap is er één voor de liefde en tégen slechte behandeling van vrouwen. De actie zal gecoördineerd door heel België worden uitgevoerd, maar ik hoef me nergens toe verplicht te voelen. Mijn medewerking is echter vanzelfsprekend. Behoudens die streep in het zand die je bijna niet ziet. Dat wat me geleerd heeft, dat je niet zomaar gedichten in de Centrale Bibliotheek op de staander tussen de gevestigde poëzie plaatst, laat staan ergens op kleeft. Op sociale media is later die week te lezen dat actie was door heel België heen een succes was. Zelfs Rotterdam wordt in de kantlijn nog genoemd.

Het ligt in de mens besloten de neiging te hebben onbewust conservatief te zijn. De geschreven en ongeschreven regels te respecteren. Zelfs als de historie hiervan op het punt staat achterhaald te zijn. Normen, waarden en regels zijn er niet voor niets. Maar de wereld verandert. En niet vanzelf. Wel door de mensen die bereid zijn haar te veranderen. Nu de geschiedenis van later te schrijven. Met genoeg besef en respect voor het heden en verleden. Met de twijfel van een mens, dat de toekomst niet kent. Maar wel de richting voelt, die tussen de regels verborgen ligt, klaar om op te rapen.



VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Ditmar Bakker met KORTE EXISTENTIALISTISCHE SCÈNES – oa over de tegenstrijdige gevoelens die vrouwen ervaren jegens bananen


KORTE EXISTENTIALISTISCHE SCÈNES TER ENSCENERING DOOR LEDEN VAN EEN EXPERIMENTELE THEATERGROEP

Scène 1: La vida, la muerte.
Twee vrouwen zitten aan een kleine ronde tafel. Eén van hen staart in een bijna leeg kopje cappuccino, haar handen er omheen gevouwen in een hopeloze poging zich gewoon in orde te voelen. Ze trekt haar handen van het kopje af en legt ze abrupt op tafel, met de palmen omhoog. De andere vrouw graait het kopje weg en gooit het tegen de vloer in gruzelementen.

Dit representeert de onverwachte wreedheid van het leven, en de ambiguë natuur van vriendschap tussen vrouwen.

Scène 2: Cabeza de Dios
Twee mannen zitten op een lelijk bankstel. Ze staren de lege ruimte in zoals de meeste mensen staren naar een televisiescherm. Plotseling leunt één van hen naar de ander en kust hem op het voorhoofd. Hij keert terug naar zijn vorige pose terwijl de ander glimlacht en zijn voorhoofd beduusd betast.

Dit representeert de zachtheid die onder het stoïcijns oppervlak van vriendschap tussen mannen rust.

Scène 3: La Permanente (les enfants, les enfants!)
Twee kinderen zitten op de grond. Ze zijn erg schattig. Eén tekent met een zwarte dikke stift op een roze vel papier. Het andere kind, dat toevallig bevalliger is, staart gedreven naar het eerder genoemde vel papier. Het bevalliger kind kijkt plotseling weg. Het minder bevallige kind maakt hier gebruik van door iets op het roze vel papier te krabbelen. Het bevalliger kind kijkt weer naar het papier en schreeuwt van afgrijzen. Het minder bevallige kind houdt het vel op dreigende manier omhoog, zodat dit het woord dat het erop geschreven heeft aan het publiek toont: het woord is “teef”.

Dit representeert de vroege totstandkoming van genderrollen, en exploreert de schattigheid van kinderen, en stelt de vraag waarom kleine kinderen soms toch zo gemeen en eng zijn.

Scène 4: Ballet avec banane
De twee vrouwen uit de eerste scène zitten weer aan een tafel, maar dit keer zijn ze gekleed als ballerina’s. In plaats van een kopje cappuccino, wiegt de eerste vrouw een banaan in haar handen. Ze kijkt intens en weemoedig naar de banaan. Van het gezicht van de tweede vrouw valt niets af te lezen. De eerste vrouw legt de banaan neer en begint te huilen. De tweede vrouw grijpt de banaan, pelt deze bruut, neemt er een grote hap van en spuugt deze op de grond. Precies als de grond geraakt wordt, houdt de eerste vrouw op met snikken en begint hysterisch te lachen.

Dit representeert de tegenstrijdige gevoelens die vrouwen ervaren jegens bananen, of zelfs jegens andersoortig fruit.

Scène 5: La vida cappuccino
De twee mannen zitten aan een tafel. Eén huilt, de ander lacht. Een kopje cappuccino rust in het midden van de tafel, onaangeraakt.

Dit representeert de hulpeloosheid die mannen voelen wanneer ze geconfronteerd worden met cappuccino.

Scène 6: La amor de las bananas (pour les enfants)
De twee kinderen zijn terug, dit keer zitten ze op het lelijke bankstel. Eéntje draagt het roze vel met ‘teef’ erop. De andere eet een banaan. Zodra de banaan volledig geconsumeerd is, leunt het tweede kind zachtzinnig dichterbij en kust het ‘teef’ kind. Het teef kind reageert niet.

Dit representeert de diepe liefde die kinderen voelen voor bananen, zelfs terwijl ze vol met verwarring zitten over hun gevoelens naar elkaar toe.

Scène 7: Finale (Les enfants sont la future, le couch est la finis)
Twee mannen zitten aan een tafel. Eén drinkt er een cappuccino. Hij is gekleed als ballerina. De ander zingt een liedje voor een bananenschil op de grond. De ballerinaman pakt zijn kopje plotseling op en gooit het naar de bananenman. De bananenman valt op de vloer, en de ballerinaman begint langzaam om hem heen te dansen, eerst zachtjes hummend maar langzamerhand wordt het wild geloei en gegrom, als van een aap. Op het toppunt van zijn loeien glijdt hij uit over de bananenschil en valt op de vloer naast de bananenman.

De twee kinderen komen op, huppelend, en gaan bovenop de mannen zitten. Ze beginnen “Edelweiss” uit De Sound Of Music te zingen. Eén van hen huilt, de ander lacht.

De twee vrouwen kruipen het podium op. Eén draagt het roze vel met ‘teef’. De ander sleept een lelijk bankstel voort. Ze dragen beiden bezems en beginnen te bezemen, zodat de scherven van de cappuccinokop opgeruimd zijn. Eén van de vrouwen (niet degene die het bankstel sleept) pakt de bananenschil op, verwonderd, en plaçeert deze op haar hoofd. Zodra dit gebeurd is, zet de andere vrouw het bankstel neer. Het bankstel wordt dan vergeten. De vloer is opgeruimd, dus de vrouwen leggen zich toe op de mannen en kinderen. Hun bezems zijn echter niet sterk genoeg om ze van het podium af te vegen. Gefrusteerd, stoppen de vrouwen met bezemen. Ze beginnen rond te galopperen, waarbij ze doen alsof de bezems paarden zijn, en de kinderen doen snel mee, joelend en gillend, en dan ontwaken de mannen uit hun coma en voegen zich in het geweld. Op het toppunt van het spektakel blijft iedereen plots stokstijf staan, terwijl ze in de ruimte staren zoals de meeste mensen naar televisies staren. Ze blijven roerloos staan terwijl roze confetti uit de lucht valt. De lichten gaan uit, er blijft alleen één spot op het lelijke bankstel gericht.

FIN.  

(Dit ‘verhaal’ werd eerder gepubliceerd in het Engels door Faith Helma—ja, bijna een bordspel).

Share This:

Merik van der Torren in de ruimte





Ruimte
 
1.
 
We veronderstellen
Voor het gemak
En het plezier
En de troost
 
Dat je in de ruimte verkeert
Waar je converseert
Met je romanfiguren.
 
Waar het zeker niet saai en
Dolle pret heerst
Op een buitenaardse
Verstilde manier
Zonder bier en zeker ook
Zonder politie,
 
De ruimte waar
Hemellichamen rondtollen,
Venus,
Saturnus
 
 
 
   
2.
 
Je bent zolang ruimte met je ooglapje
En golven oogschaduw
Op aarde,
In je maatpak herrezen
Uit rebels kostuum.
 
Laten we dansen
Ik trek mijn rode schoenen aan.
 
De meester kijkt en
Is ziende blind
 
Voor deze kelder
In de ruimte
 
Voor dit dansfeest
 
Eeuwig

Merik van der Torren
 

Share This: