Jolies Heij in DRENTHE MET Levi Weemoedt en Julius Dreyfsandt zu Schlamm

Op het moment dat ik dit voor u schrijf, lieve lezer, is het maandagmiddag en heb ik nog een optreden voor de boeg. In Amersfoort, da’s lekker dichtbij na een weekend waarin ik weer alle hoeken van het land heb gezien. En weer alle talen heb gehoord, tot Zuidlimburgs (Gulpens) toe. Het begon op vrijdagavond niet al te ver van huis in Alphen aan den Rijn, maar niet nadat ik eerst nog even langs het tuinhuis was geweest, waar de natuurgenezer, het servokroatische leraresje en de bulldog op apegapen lagen, met hun tuigjes nog om. Inspannende nacht gehad, Radovan? riep ik, het tableau vivant aanschouwend. Zeker geen puf meer om me naar het romeinse kasteel in Alphen te vergezellen? Dit is niet wat get lijkt, sprak hij, naarstig de zweepjes, handboeien en tuigjes bij elkaar harkend terwijl hij in z’n witte tuniek schoot. Ik geb geen sex meer, ik pas een enkele keer zo’n outfit aan voor get gevoel. En wat voor gevoel is dat dan? vroeg ik nieuwsgierig. Get is een aangename tinteling in mijn paal, echter zonder dat deze zich vergeft. De tinteling is al lekker genoeg. Maar nee, ik wil jou niet naar get kasteel vergezellen. Ik wil niet samen met jou gezien worden. Bovendien ben ik zo beroemd geworden door jouw column dat ik niet meer over straat kan. En dan is er nog die dubbelganger die mijn goede naam door het slijk gaalt met zijn vunzige kelderpraktijken. Ik ben jouw kasteelgeer niet, goor. Zoals je wilt, gaf ik schouderophalend, ik ben niet anders van je gewend.

In het castellum verleidde ik aldus Julius Dreyfsandt zu Schlamm waarop hij na afloop smachtend op het station op me stond te wachten. Voor jou heb ik mijn trein naar Sint Oedenrode gemist, zei hij. Da’s heel lief van je, Julius, zei ik, maar onze affaire kan slechts voor de duur van de terugreis zijn, want morgen moet ik naar Zinneminne in de moerstaal in Dwingeloo. Dwingeloo, waar ligt dat? brieste hij. Al sla je me dood, ergens in Drenthe, maar Drenthe is groot. Levi Weemoedt komt ook. Dus jij schuift mij aan de kant voor Levi Weemoedt? brieste hij nog harder. Nou, die heeft tenminste gevoel voor humor, gaf ik en liet hem in de coupé achter, want Utrecht kwam in zicht. En zo stond ik de volgende dag in Meppel op mijn chauffeur te wachten.

Een keurige grijzende meneer met een onvervalste drentse tongval. De jongeren willen het Drents niet meer spreken, beklaagde hij zich terwijl we langs de drentse vaart zoefden. Bartje is lang en breed vergeten. Dat bleek niet op het festival, waar het alles Drents was, wat de klok sloeg: een drentse boekenstand, een drentse Slam. Nu ja, de presentator sprak Drents, er waren drie drentse dichters en drie duitse Slamsters. Ik ga toch voor het Duits, zei ik met mijn Slamknijper Mischa van Huistee passerend, dat kan ik beter verstaan dan het Drents. Ria en Delia horen voordragen in het Drents is één ding, dat erotische jargon ken ik inmiddels wel, maar echte poëzie is andere koek. De duitse winnares bracht in de finaleronde een ontroerende en indringende tekst ten gehore over haar vader die tijdens de oorlog uit Sarajevo was gevlucht. Daarna was het tijd voor Zinneminne in de moerstaal, speciaal voor de gelegenheid had ik een erotisch gedicht in het Badisch vertaald, het dialect van Zuidwestduitsland (Baden-Württemberg).

Daarna stond de chauffeur alweer te trappelen om mij naar Meppel terug te brengen. Levi zwaaide slechts vanuit de verte naar mij. Je kunt niet alles hebben. Wat ik wel had was Brels “Ne me quitte pas” in het Zuidlimburgs op zondag in de eindhovense bieb. Eerlijk gezegd ben ik nog nooit zo ontroerd geweest door een Breluitvoering. En dit doen wij allemaal zonder subsidie, vertelde Hans F. Marijnissen trots. Dat is de erfenis van Pierre Maréchal. Die wilde onze poëzieclub niet laten verworden tot die nuffigerds in Helmond. Daar wordt poëzie bedreven enkel door en voor Helmondenaren, daar is het het eigen volk eerst. Breek me de bek niet open, zei ik, in Utrecht is het van hetzelfde laken een pak. Het is niet voor niets dat ik door alle hoeken van het land word gejaagd. En met liefde.

Ä Flagellant uff de Such noach harter Hand

Ä straffe Po ächzt nach sinni verdiente Straf.
I bin schlank un erfahre. Mues dringli iibers Knie
bis de Po ruat glüot wie d’Ampel.
Des Rohrstöckle isch erwünscht, mit de altbackne

Lineale giht’s au. I hätt gä emol Rollespiel
zwische de freche Bengele un uffsäss’ges Mädele.
I hätt gä dinn Geilschleim i minni Liebeshöhle
un de Lanzle i min Lustgrott bis du din Haob un Guad

uff min Backle niedertropft hasch. Muesch mi erziehe
wie din Zögling, so werd i mer bemühe de Daumeschräuble
anzelege, di mit de Ledergürtle feschzeschnalle
un de Hinter versohle dass du nie solch Höhepunkt ghet!

Willsch min Herrle sei bin i dinne Dame
bisch min Sub bin i din Dom, züchtig mi, versohl mi
zieh mer de Lederbüxle stramm un noach de Spanking
bring i di ä scheenes Frühstückle uffs Noagelbett.

Jolies Heij

Share This:

Karin Beumkes vooral MENS en een romantische melodie op de maandag: …benoem me tot jouw eigendom en ik word de prinses die jij me waande…



Deo Volente



Voor alle slechte dagen
benoem me tot jouw eigendom
en word ik de prinses die jij me waande
het gevoel ontstond; we reden
door de mist in barre koude maanden.

Zoveel warmte gaf je mij
zoveel betoveringen na
vreugdevuur en beschilderde gezichten
in de laatste uren werd ik je vrouw

Mijn lief, ik heb jaren onder een steen geleefd
ik heb mezelf ontdaan van spinnenwebben
en met een koffertje kwam ik jouw leven in

Voor alle goede momenten bedachten
wij samen een groots begin
jij bent de afdruk van iets groters
en het wordt tijd dat ik jou nòg vuriger bemin.


Muziek: The Ramones – Baby I love you
https://youtu.be/PqZmJ7RGAP4


Liefs en groetjes

Karin

Share This:

lang leve het istanboel van vandaag: de dingen die gedaan zijn zijn nog steeds aldus is mooi


istanboel is visje eten

het turkijegedicht is nog steeds een bonnetje
amsterdamse straatweg 42a
Baarn, pomp 3, 33 liter ongelood
en eigenlijk op die manier dan dus
met dit te maken vruchtbaarheid

daar dus dan
ter wereld gekomen huist het hier
op dikke stoepen asfalt
vissen rokend in dieselgeuren
een vastberaden meisje
en nu dan dit

de eeuwen in laagjes
in die tijd de dingen die gedaan zijn
zijn nog steeds
aldus is mooi hoe de verbinding is
meisjes knopen bloesjes open
en zuigen mannen alsmaar vaster mannen vast

pw

Share This:

Anke Labrie wint de enige echte virtuele – én voor wie heb JIJ het over om jezelf drie dagen pompaf af te peigeren trofee?


dank aan de dichters die ondanks het weer de weg naar pomgedichten wisten te vinden met hun inzendingen. mooie waterwerken – deze week feliciteren we Anke Labrie – het meest actuele en toegesneden gedicht in maatschappijkritisch licht met een licht cynische toon de woorden – het gedicht – “we amuseren ons kapot” zie daar de omschrijving van de lage landen anno 2019. komt allemaal weer goed – zouden ze in chateau meiland roepen. en zo zal het ook zijn. zo lang er dichters zijn. Anke gefeliciteerd!


broodnodig medicijn en spelen
we amuseren ons kapot
in deze arena
 
en ons geld
zetten we natuurlijk op de held
die met het water vecht
zonder harnas
alleen omgord met poeppak
 
ik zie iemand
die niet opspringt en niet juicht
zelfs niet dankbaar is
als onze held gewonnen heeft
 
iemand die al lang te moe is voor dit spel
die gewoon zijn medicijnen wil
 

anke labrie


met een lichte cynische blik aanschouwt anke  de beelden – megalomane inzet van een verder wel respectabel mens – maar normaal is anders en zeker in deze wereld. verdraagt het nagezwommen  doel deze gekte wel – dat is de vraag die  anke ons meegeeft. en moet er wel gezwommen worden in het geld voordat je nog als normaal mens aan de medicijnen kunt?
laat ik er een schepje cynisme bovenop doen: ergens heb ik het vermoeden dat onze maarten het dit jaar weer niet haalt – om volgend jaar drie keer is scheepsrecht uit te kunnen roepen.
  • Frans Terken – je spoelt altijd ergens aan
  • Petra Maria – met zacht vloeipapier voor altijd toegedekt
  • Rik van Boeckel – Elfstedendichters in aantocht
  • Marc Tiefenthal – Het aquaduct siert nu onze stad.
  • Ditmar Bakker – Het krijgt in halve duisternis de tijd
  • Cartouche – ten einde het verglijden van de tijd te overstijgen
  • Anke Labrie – zonder harnas alleen omgord met poeppak


en al dat water
moet nog terug vandaag
naar engeland
het is bijna eb, ik weet het

 
pomwolff

de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

Stroomafwaarts

Hoe je van onder naar boven
over de grote rivieren trekt
met de stroom mee net te doen
adem happen op de golfslag

dat het je blikveld vernauwt
je leefwereld begrenst
tot wat groeit op de oevers
zicht van nog geen honderd meter

je spoelt altijd ergens aan
groet de Maas in zijn boorden
steekt Waal en Lek over
dan wacht nog de Rijn

hier ligt geen plaats voor bezinning of
ruimer denken het is blind doortrekken
naar het vergezochte eindpunt
gaan op de automatische piloot

je lichaam afbeulen en uitwonen
de hersenpan wassen met al dat water
en niet verdrinken in de opdracht
die je jezelf hebt gesteld

FT 22.06.2019



frans trekt het thema breder – groet de maas en je spoelt altijd wel ergens aan – van boven naar beneden – het leven – weinig zicht op verder – blind doortrekken – op de een of andere manier doet het me denken aan het filmpje dat ik gisteren onder ogen kreeg – eerst dacht ik derrel niemeijer is opgestaan en weer onder ons – vervolgens werd duidelijk dat  de grootsheidswaanzin nog steeds heerst – en niet alleen op en in het water – om vervolgens frans’ gedicht op dit personage te leggen – paste precies:
 
 
VOOR JOU BLIJF IK
DRIJVEN


in een droom
zag ik een witte kamer
zonder ramen
zonder deuren

waar we jouw verleden
uitvouwden

en alles
wat ooit breekbaar was

hebben we met zacht
vloeipapier
voor altijd toegedekt

Petra Maria


dat zachte vloeipapier – ik herinner me vloeipapier als lichtgroen – zie in dit gedicht de kleuren in elkaar overgaan. onze petra maakt wel snel een eind aan de droom – voor altijd toegedekt en klaar is mevrouw – weg droom – ik was pas begonnen met dromen petra – krijg je als lezer de deksel meteen op je neus. ik sta nog in die witte kamer petra zonder ramen en deuren – ik vraag me af hoe ik daar binnen ben gekomen en hupsakee einde gedicht. nee dit was een vluggertje – deze aanzet verdient een gedicht.
Aantocht

Elfstedendichters in aantocht
fietsen langs luisterende wandelaars

regendruppels tikken letters in
tot de zon haar zinnen schrijft

in elke stad op ‘t Leiden-Leeuwardenpad de muze streelt haar luisterlied

van sluimerstil de dageraad
tot avondrood en slaapspagaat

het leidend licht van Ljouwert
dekt zo bezorgd doch voldaan

de laatste meters in één oogopslag
minutieus met woorden toe.

Rik van Boeckel
22 juni 2019

De 11 steden: Leiden- Alphen-Utrecht-Amersfoort-Nunspeet-Zwolle-Meppel-Hoogeveen- Steenwijk- Sneek-Leeuwarden



Rik zit duidelijk in de poëziebus – wat schaatsen niks schaatsen – wat zwemmen niks zwemmen – de elfstedendichters komen eraan. en de bus rijdt ritmisch hobbelend van plaats naar plaats – benzine erin en rijden maar – onee rik erin en de bus rijdt al uit zichzelf de woorden nederland door. zwemmers en schaatsers aan de kant de poëziebus komt aangestoomd.

Kruisig mij
 
Het project staat in de steigeren,
radbrakers en raddraaiers,
foorkramers en bakkerslui kom nu samen.
 
Ze dragen het water weg naar de waterweg.
Het aquaduct siert nu onze stad.
 
Je huisje met zijn tuintje telt nu een teil
met water waarin je je kunt wassen.
Om je zo te mogen zien,
heb ik me een hele project lang afgepeigerd.
 
Kruisig mij nu maar, van geen enkel nut nog. 



marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)



diepe zelfreflectie voor op de zondagochtend bij uw ontbijtje. meer kan ik er niet van maken. of is het de gemoedsgesteldheid van onze maarten op dit moment? bij tiefenthal kun je alle kanten uit. jeanine gaat tweewekelijks graag met de tief op pad. maar ja die zit in het welzijnswerk. dan krijg je dat.

(DE DICHTER RUIMT OP, OF: NA DE FICKSTUTENMARKT)

Er is in Amsterdam een markt voor paarden,
driemaandelijks bezocht van wijd en zijd
door manvolk keurende de dienstbaarheid
van hen met wie ze wellicht eerder paarden.

Het krijgt in halve duisternis de tijd
om ’t zaakje naar voldoening weer te klaren
zodat eenieder ziende kan verklaren
welk beest zijns inziens ’t best was toebereid.

Als dichter spreek ik liefst in metaforen
-en beeldspraak is der muzen lieveling-
maar blijkbaar gaat dan ergens iets verloren
getuige hoe ’t dien vorig keer weer ging. 
’t Moet simpeler. Welhier, knoop in uw oren,
gij edel dieren: kák niet naast de sling.


-x-

D.

ditmar zal een thema aan zijn beminnelijke r roesten. wat thema niks thema – laat die gek maar in het water zwemmen. ditmar is van de poëzie, van de metaforen, van het sonnet, van de 14 regels, van de adembenemende rijmkunst. en vandaag doet ie amsterdam aan – welk een eer. hij beschouwt de paarden – ja echt amsterdam – dampende mest op eenvoudige wijze geserveerd bij uw zondagse ontbijtje. en die maarten maar zwemmen in de buitenlucht in zijn poeppak.

Al is de afstand onmenselijk
ik weet dat je op me wacht
mijn lief

 

De komende tijd ben ik

dolend tussen Grandola en Amarante
binnenbrand en land achter bergen
 
van mijn oorsprong rio d’oro
tot in kurk geslagen kust
 
drie uitputtende dagen
en nachten maanverlicht
 
– met trage armslag –


om open water een baken
en een boei verankering te laten
 
zwoegend en zwemmend ten einde
het verglijden van de tijd te overstijgen


ter bedaring van een kankerende saudade
um portu cale  – een warme haven
om mijn Taag in jou te monden


22-06-2019 / Cartouche


waar cartouche onze deze week helemaal heenleidt. het is een wonder. meneer is of gaat met vakantie en we zullen het weten ook. en waar draait het om?
om het zijn

‘ten einde
het verglijden van de tijd te overstijgen’

zo kennen we hem weer. ‘de nachten uitputtend’ – ja onze cartouche weet waar abraham de mosterd haalt – eigenlijk lezen we hier in dit gedicht gewoon cartouche-porno van het zuiverste water. bij deze analyse laat ik het vandaag. anders wordt ie boos en dat kunnen we niet hebben op de site.

Share This:

DITMAR BAKKER: Pom, liefste, Je ziet soms door de bomen het bos niet meer en door de leugens van La Heij amper de bühne nog…

waar is La Heij als je haar nodig hebt ?

Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. (I Korinthiërs 18)

DI SE STESSO

Sciolto e legato, accompagnato e solo,
gridando, cheto, il fiero stuol confondo:
folle all’occhio mortal del basso mondo,
saggio al Senno divin dell’alto polo. 
Con vanni in terra oppressi al ciel men volo,
in mesta carne d’animo giocondo;
e, se talor m’abbassa il grave pondo,
l’ale pur m’alzan sopra il duro suolo.
La dubbia guerra fa le virtù cónte.
Breve è verso l’eterno ogn’altro tempo,
e nulla è più leggier ch’un grato peso.
Porto dell’amor mio l’imago in fronte,
sicuro d’arrivar lieto, per tempo,
ove io senza parlar sia sempre inteso.

Pom, liefste,

Je ziet soms door de bomen het bos niet meer en door de leugens van La Heij amper de bühne nog—tweetrapsmetaforiek, mijn oog:

***
Geketend zonder beperking, eenzaam vergezeld,
stil schreeuwend, verwonderde ik de trotse menigte:
stom sterveling oog van de lagere wereld,
goddelijke geesten over het poolijs.

Hemelwaarts zwaaide ik mezelf, de aardgebonden,
in een gepijnigd lichaam en toch een gelukkige geest;
soms duwt het zwaargewicht me ook naar beneden,
Swing tilt me over harde grond. [G.T., of: T.F.]

***
Bevrijd en geketend, begeleid en alleen,
schreeuwend, stil, ik verwar de felle menigte:
boos op het sterfelijke oog van de nederige wereld,
wijs voor het goddelijke intellect van de hemelpool.

Met vleugels geknipt op aarde vlieg ik naar de hemel
in verdrietig vlees maar van blijde ziel;
en, als soms het zware gewicht me naar beneden trekt,
mijn vleugels tillen me echter boven de harde grond. [G.T., of: S.R.]
***
en gebonden, samen en alleen
il fiero stuol (de trotse heren) confondo: misleid ik
dwaas in het sterfelijke oog van de lage wereld
wijs voor het goddelijk Intellect
Met aan de aarde gebonden vleugels vlieg ik ter
hemel, in armzalig vlees met blij gemoed
se… pur = terwijl… toch (tegenstelling tussen
m’abbassa (teneerdrukt) en m’alzan (opheft) [D.T.]

(G.T.= Google Translate. D.T.= Doctor Twee. S.R.= Sherry Roush. T.F.= Thomas Flasch.

Momenten van zekerheid zijn er bijna niet, van helderheid zelden en dankbaarheid regelmatig—bijvoorbeeld wanneer je een bundel Duitstalige vertalingen van Campanella in handen gedrukt krijgt als tegenhanger van die nadrukkelijk bewierookte Roush en de haast vergeten Symonds.

Dan heeft men plotseling de—waarschijnlijk—gebroeders Flasch in handen, van wie beider Campanella’s naamgenoot (Thomas) de gedichten overzette, zodat hij geen in iambisch pentametrisch Duitsch gevat, maar een soort syllabisch vers-op-heffingen, dat zich in veertienregelige werkjes van tien-tot-elf lettergrepen per vers hult, presenteert. Broer(?) Kurt schrijft er een mooie inleiding bij en bovendien een verantwoording bij elke vertaling—een schatkist voor de navorser, met zelfs twee extra vertalingen van “Anima Immortale”—in het Duitsch, eilaasch, waar is La Heij als je haar nodig hebt—van ene ‘Herder’ en ene ‘Gothein’ (Hela Heij! U bent van node!) als kers op de taart.

Ik ben stout geweest en heb hun Duitse tekst (van “Di Se Stesso”, niet de Ziel) door Google Translate gegooid en hierboven neergezet—twee wat Nida ‘formeel-equivalente’ vertalingen van vertalingen zou noemen, wellicht. Het tekent in het sextet:

Onzekere oorlogstests deugd.
Altijd verdwijnt in het eeuwige, en
niets draagt gemakkelijker dan de verlangde lading.

Mijn liefdesfoto schittert op mijn voorhoofd,
toch zal de tijd mij gelukkiger maken,
waar ik altijd woordeloos begrepen word. [G.T., of: T.F.]

De Brüder halen Campanellakenner Firpo erbij wanneer ze het werk dateren op januari 1600, daarbij de kanttekening makend dat elke datering nattevingerwerk (“hypothetisch”) is want alleen gebaseerd op critici die het over stilistische of inhoudelijke aspecten hebben. Je zuster op een houtvlot, zou ik zeggen—of, wellicht, dat elke datering in de grond onmogelijk is gezien de latere schikking door de eerste Sceltibezorger, die de toch al magere informatievoorziening door een eventueel door Campanella geschikte volgorde in de war gooit.

Zowel de Brüder (dit is heuse lol) als Roush benadrukken Campanella’s gang-naar-gekte, al of niet gesimuleerd, die begint met het in de fik steken van zijn matras en in elk geval een periode van marteling beslaat. Het sonnet gaat over zijn kerkering en marteling. In onderstaand wijst het woord ‘trots’ niet alleen naar de menselijke hubris; in het ‘piqûerende heerschap’ ziet men de knuppelwacht; het tautologisch aards kortwieken wordt hersteld; de muze jaagt ons de Parnassus op—het is van de Liefde, Pom, pure Liefde: Symonds geeft in zijn aantekeningen van dit sonnet weg dat de regel hem enigmatisch voorkomt en anderen vertalen haar met een portretje in haar gelederen—pure kolder. Het is de beul, Pom. De wácht, die hem (zelfs letterlijk) piqûeert, meetroont naar buiten, naar beneden, naar de Kamer, waar een geestelijke twist hem wacht, terwijl hem argumenten aangevoerd worden in de vorm van gewichtige stenen (“More weight.”) en het gebruik van werktuigen anderszins. En zelfs dan ‘voert gezichtsveld Liefdes portret’: het is de beul, de beul die hem aankijkt (“Beken!”) en aanspoort en het is dan dat Campanella, gemarteld en wel, zich verzekerd weet in God, die alles schiep, de horloges en de tientjes en de beul…en dat hij de laatste liefheeft. Vergeef, Rechters, dit doornenkluwen in amfibrachen.

ZO ZIJ HIJ
Lichtvaardig gevat, saamgevangen alleen;
ik schreeuw—wees toch stil, trots zo’n heerschap piqûeert, 
gemorteld in ’t oog ’s werelds manie, en zweer ’t 
meer hemels verstand dan ‘k weet wijs erdoorheen.

Gekortwiekt vlieg ik toch ter heilige meen,
wijl ’t afgemat vlees laat de ziel ongedeerd,
getrokken terneer dan terneder gekeerd,
gevleugeld mijzelf boven mortel en steen.

Dees twist—dubieus, doet de deugd wáárlijk tellen
zo kort één moment naast een eeuwige tijd;
niets weegt vederlichter dan welkom gewicht.

’t Gezichtsveld voert liefdes portret, vaart voorts wel en
verzekerd van zegening, aankomst op tijd
waar tot mij een woordloos begrip zich steeds richt.
[D.B.]

-X-

D.

Share This:

VON SOLO strijdbaar!

Deel 341. Strijdbaar

Er is altijd iemand groter dan jij. Er is altijd iemand sterker dan jij. Er is altijd iemand slimmer dan jij. Er is altijd iemand anders dan jij. En jij bent altijd iemand anders dan de ander. En toch proberen we maar al te vaak hetzelfde te zijn.

En daarom willen we vechtsporten doen. Laatst ging ik wandelen met mijn dochtertje langs de plas en zagen we een rijke blanke man, met zijn zoon, gecoached door een ex-crimineel, boks oefeningen doen op het trapveldje. Echt heel stoer. En in hun geval, handig tegen buitenlanders, vluchtelingen en arme mensen. Ook gewoon als ze je niet lastigvallen, dan kun je ze toch als in de tijd van de plantages een pak rammel geven. Vooral zielig ook. Want die zware jongen die hun ‘traint’ weet ook wel dat het bange mannetjes zijn.

Bange mannetjes doen dat soort dingen, omdat het ze aan een killer instinct ontbreekt. Iemand met handschoenen aan een tik verkopen, of een watje op het schoolplein samen met je vrinden in elkaar slaan is kan natuurlijk heel stoer overkomen op Instagram. Maar dient het een doel? Behalve misschien een paar likes en de credits dat je weer een lief en zacht iemand beschadigd hebt. Nee, wees dan een man, zoek een in en in slecht mens uit en schop die blijvend de invaliditeit in. Zoiets vereist een bepaald karakter, dat het deze parkboksertjes ontbreekt. Die bellen liever eerst hun advocaat en laten zich dekken door hun vriendjes. Bange mannetjes. Nog het meest voor zichzelf. Om erachter te komen hoe ze echt in elkaar steken.

Zelf zal ik het niet onder stoelen of banken steken. Ik ben levensgevaarlijk. Niet omdat ik zo groot ben of sterk. Niet omdat ik voortdurend met wapens rondsjouw. Maar wel omdat ik bereid ben. En bewust. Ik weet hoe breekbaar het leven is. Bewust dat de mens niet slecht is, maar enkel bang. Bang voor de ander en daarmee zichzelf. Daarom doen menselijke wezens zulke malle dingen. Omdat ze geen idee hebben wat ze ook zouden kunnen doen met hun tijd, als ze zich wat minder van die angst voor de anderen zouden aantrekken.

Ik weet het wel, en daar heb ik geen coach voor nodig.

Share This:

MIRJAM AL op de woensdag: ” En nu effe serieus….”



En nu effe serieus
 
Wat denk je? Loop ik in de Kalverstraat, kom ik een ijsbeer tegen. Hé, meneer  de Beer, zei ik, wat doet U hier nu weer? Dit is trouwens de eerste keer, dat ik een ijsbeer zie in de Kalverstraat in dit pokkenweer. Ja, en ook de laatste keer, blafte Ijsbeer terug, want morgen is mijn sneeuwwitte Saab met chauffeur weer klaar en dan rijd ik naar de evenaar, es effe kijken daar of er nog wat te bikken valt voor de wereld uit elkaar knalt. Olivier Hardy zei ooit, ik citeer: It’s a nice mess you got me into. En Stan Laurel dan: O, but I did not do anything. En Olivier Hardy weer: That’s just the problem: that you did not do anything, while you had to.
Het is altijd de ander zijn schuld. Maar diep van binnen dat stemmetje: eigen bult, dikke schuld. O, je wilt niet weten hoe ik de mensen soms haat en daarom ben ik gaan shoppen in de Kalverstraat, maar morgen is mijn sneeuwwitte Saab met chauffeur weer  klaar en rijd ik in volle vaart naar de evenaar.
 
 
 
Mirjam Al

 

Share This:

JOLIES HEIJ in Festina Lente: Daar had je Ditmar met een lied van Dalida, Erika over obscure vrouwen, Ali over gevonden voorwerpen en Monique Hendriks over de eenheidsworst.

Over piranha’s & voetstukken

Hoog tijd voor weer eens wat gezelligheid en sociale interactie en nee, niet in het tuinhuis waar de natuurgenezer het tegenwoordig alleen met het servokroatische leraresje af kan. Ik geb mijn levensgezellin gevonden, sprak hij verrukt, ik ben gegeel gelukkig met gaar. Maar ben je niet een beetje te oud voor haar, Radovan? wierp ik bezwaren op. Ik ben sowieso te oud om mijn paal te olieën, glimlachte hij, wij gebben een zuiver platonische vader-dochter, dokter-guisgoudster relatie. Jaja, dat hebben wij ook sinds heugenis, gaf ik, wat is er eigenlijk met de geilsoldate gebeurd? Die geilt tegenwoordig op die leipe, gekuifde dichterdokter die levenslang gekregen heeft. Wie? Hans Plomp? Ondanks de gelijkenis met de kuif moet ik dit ontkennen. Neen, zij slijt gaar dagen met get schrijven van liefdesbrieven aan Karadzic en gaar voorgevel voor zijn raam in de scheveningse gevangenis te ontbloten zonder dat gij enige sjoege geeft.

Ach, we gebben allemaal begoefte aan onze onbereikbare liefdes die we op een voetstuk kunnen zetten, maar niet betasten laat staan bepotelen. Daarom gebben wij geen sex, ik wil dat jij goog en droog op jouw voetstuk prijkt. Wel, na deze natuurgenezerswijsheid ga ik maar es naar de jaarfinale in Festina Lente om nog meer woorden aan te horen, sprak ik al staande in de deuropening. Ik goorde trouwens laatst een of andere Kosovaar beweren dat mijn aartsvijand Milosevic nog leeft, veerde hij op alsof hij me voor weggaan wilde behoeden. Lijkt me een typisch Balkancomplottheorietje, gaf ik. Jullie Balkanezen hebben zo’n levendige fantasie, daar kan geen eenvoudige dichter als ik aan tippen. En nu moet ik gaan. Wacht nou toch, zei hij eveneens in de deuropening staand, ik geb nog een gedicht voor jou, dat goort bij jouw voetstukstatus. En hij hield mijn hand als een reddingsboei vast. De vuurspuwende blik van het servokroatische leraresje om hem te doen terugdeinzen bleef achterwege waarop ik zelf maar mijn hand uit de zijne wrong en het tuinpad afliep.

Het was niet eens goed gevuld in Festina, zodat ik zelfs op het podium een tafeltje voor het uitzoeken had. Ali Serik, die ik van Taalpodium ken, nam tegenover me plaats. Zo, al in de startblokken? informeerde hij. Ik doe niet mee, antwoordde ik, behalve de publieke spek- en bonenprijs heb ik hier nog nooit wat gewonnen. Hij zette grote ogen op. Maar je bent zo goed! Dat zijn de ondoorgrondelijke wegen van de Slam, gaf ik. Jan Bulsink uit Veenendaal voegde zich bij ons. Hoe is het in Veenendaal? informeerde ik. Breek me de bek niet open, brieste hij, die gemeentelijke verordeningen… Een vriend van me had piranha’s in de sloot uitgezet, maar dat mocht niet omdat er alleen maar inheemse stekelbaarsjes mochten zwemmen. Dát is Veenendaal, eigen soort eerst. Nou, op de Utrechtse Heuvelrug willen ze niet eens uitheemse dichters, zei ik. En als die piranha’s zich nou hadden laten dopen? Niks hoor, hij moest ze allemaal weer uit de sloot vissen.

Toen zwegen we omdat de Slam begon. Daar had je Ditmar met een lied van Dalida, Erika over obscure vrouwen, Ali over gevonden voorwerpen en Monique Hendriks over de eenheidsworst. Ik verdrong me voor de bar voor een kopje koffie, het was immers nog vroeg op de dag. In mijn ooghoek zag ik Ditmar met Erika in een donker hoekje duiken. Ik wilde me discreet uit de voeten maken, maar Ditmar wenkte me luidruchtig. Mogen we vanmiddag niet van jou genieten? informeerde hij. Neen, gaf ik, er zijn jury’s die mijn tweetrapsmetaforiek te moeilijk vinden. Bij mij glijdt het anders als sperma naar binnen, zei hij verlekkerd. Zeg, schiet die jury nou eindelijk es op met dat rapport? Ik moet nog assisteren bij een homo-orgie in de Biltsche Hoek. Wat? Speel je orgel? kwam Erika. Nee, eerder fluit. Daar is trouwens ook een geile SM-dokter met energetische knot van de partij. Is dat soms jouw natuurgenezer? Nee, zijn dubbelganger. Verdraaid, riep hij uit, waarom doet die jury toch zo lang over het hoogtepunt? Dan maar voor het zingen de kerk uit. En weg was ie, zonder Erika of mij af te zoenen.

De muze geeft antwoord

Zul je ooit aan de liefde leven? Zie het toch aan
een beetje doodgaan is makkelijker, het is je liever
voor het hart uit te reizen, het gegeven paard
in de bek te kijken, het geschenk niet te verpakken.

Je wilde een ouderwetse muze, geen hartendievegge
een kunstwerk om ongenaakbaar aan te raken
je hebt liever een idee dan een vingerwijzing
je hebt het beste met de wereld en de mensheid voor

maar een vrouw is een grillig, onbarmhartig wezen
wees op het lijden toch niet jaloers. Het is platvloers.
Zetel in die zachte stoel. Sta hem niet af aan hartstocht.

Je hebt me in beton gegoten als betere versie van jezelf.
Vrouw die jij zoekt maar niet wilt vinden. Het geheim
in ieder beeld, in iedere regel die je nog moet schrijven.

Jolies Heij

Share This:

Ditmar Bakker – de brel van leiden – van lief en leed – sings DALIDA

*getrouwe* vertaling van het door Dalida onsterfelijk gemaakte nummer “Pour Ne Pas Vivre Seul”, behoudens één gemoderniseerde strofe aangezien homoseksualiteit in Westerse landen godlof niet meer zo risqué is als in de jaren ’70. Oorspronkelijke tekst: Sébastien Balasko (pseud. van Jacques Luent). Muziek: Daniel Faure. Vertaling & uitvoering: Ditmar Bakker. WWW.DITMARBAKT.NL

Lieve Ditmar, samen sterven is dat wat?

gaan we weer eens naar de zee
rennen tegen de golven in
tot we niet meer verder kunnen?


samen sterven is dat wat?

pw

Share This:

Karin Beumkes in EXTASE – mens&melodie op een verrukkelijke maandag

Extase


De nacht is niet sympatiek
de nacht is wreed
zonder kaarsen is de nacht
een schaduw die niet wil wijken.

Ik blijf maar naar je kijken,
ik heb spoken in de kast verjaagd
wanneer ontdek ik ons geheim…

Laten we dit spel niet imiteren
het is bijna genant hoe wij
elkander steeds bezeren.

Liefste leg je beide armen opzij
en kleed me uit, de nacht is warm en zwoel
woel niet verder onder de dunne deken.

Hier in deze lichamen
zullen wij het spokenspel verbazen
want wij liggen niet meer in
de herinnering en voel het lief
op de schaal van Richter
de aardbeving van onze gevoelens is nabij.



Muziek: The Eurythmics & Luciano Pavarotti –  There must be an Angel  https://youtu.be/AVhQaHe3kvY


Groetjes en liefs
Karin
in de verte zag ik haar
gebogen over papier
én heel het eiland glom
als de wang die ik zoende

 

pom wolff

Share This: