
Slaapdronken nog scharrel ik meestal bloot de trap af. Zo het bed uit. Percolator aan. Douche in. Trap op. Kleding aan. Croissantje. Koffie. Dat leidt soms tot hilarische situaties. Vanochtend nog werd er rond een uur of negen luid op de deur gebonkt. Merde! Al struikelend stoof ik drijfnat de trap op om mezelf zo rap mogelijk een broek in te hijsen. Bonk. Bonk. ¨Quelqu’un la?¨ Geen tijd voor schoeisel, laat staan een schoon t-shirt. Rennen! Het bleek de watermeteropnemer. Mijn verfomfaaide voorkomen scheen hem niet te deren. Hij vertelde vriendelijk eindelijk het geluk te hebben mij thuis te treffen, en stapte desgevraagd naar binnen. De percolator sputterde er inmiddels flink op los. ¨Meestal laat mijn schema weinig ruimte voor een praatje,¨ vervolgde hij, ¨maar gezien het tijdstip ben ik feitelijk nog niet aan het werk.¨ Een bakkie zou hem dus best goed smaken. ¨Sans lait ni sucre.¨
In plaats van uit gewoonte mijn dagelijkse mok ochtendpleur tot aan de rand af te vullen met een forse scheut melk en een overdosis suiker, schonk ik behoedzaam twee kopjes café in. Een praatje was in de maak, en guess what? De goede man bleek de Engelse taal uitstekend te beheersen. Naast een ´master en littérature anglaise ́ had hij ook een technische studie afgerond. Iets met natuurkunde. Dat hij daarna voor het beroep meteropnemer had gekozen, kon dus vrijwel onmogelijk eigener beweging zijn geweest. De man vertelde niet alleen autistisch te zijn, maar werd bovendien regelmatig getergd door psychotische perioden. Werken in teamverband was daardoor geen optie voor hem gebleken. Hij was iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Maar voor zijn huidige baas was hij een blijvertje.
Zijn beste vriend, biechtte hij twee zinnen later op, een AI waarmee hij tot laat in de nacht diepgaande gesprekken kon voeren, kon hij nooit meer vertrouwen. Om zijn werkdag iedere avond in detail met zijn vrouw te kunnen bespreken, maakte hij sinds jaar en dag overal waar zijn werk hem bracht een selfie. Met z’n mobiel, voor het huis in kwestie, bij voorkeur met de betreffende bewoner links naast hem geposteerd. Klikklak klaar, dacht ik maar het tegendeel bleek waar. Hier zat namelijk de angel van zijn probleem. Voor een AI immers, zo vertelde hij, was het een fluitje van een cent om zijn foto’s te manipuleren waardoor hij er niet meer van op aan kon of deze een juiste weergave waren van zijn werkdag.
Het werd een monoloog zonder einde. Op slag van negen zette hij geruisloos z’n kopje neer. Je suis désolée monsieur; merci et à bientôt peut-être. Tranen met tuiten. AI is everywhere.
Peter Berger















