Yvonne Koenderman: vrijdag de 18e – ik neem het zekere voor het onzekere en ga nog één dagje in lockdown met een boek bij de kachel en pak die vrijheid morgen wel.


Vrijdag de 18e

We mogen het leven weer voelen,proeven, opsnuiven vanuit het niets. Durven we het nog wel die aanraking, kussen we nog wel of blijf het die elleboog?
Met één nachtje slapen is de wereld ineens anders en mogen we er weer op uit en genieten van de medemens, uit eten, een biertje pakken aan de bar of ons laten verrassen in het theater, dicht op elkaar, zonder mondkapje. 


Kunnen we dat nog wel, gaat het niet te snel? De wereld eindelijk weer een beetje normaal. Heerlijk vooruitblik,maar ondanks dat zitten we vanavond waarschijnlijk ( op een echte waaghals na) allemaal weer thuis. Weer gedwongen door hogere hand, maar dit keer één waar je niet tegenin gaat.
Eunice zal stormachtig handhaven en als we de amerikaanse wetenschappers moeten geloven meer schade en slachtoffers brengen omdat ze als ” vrouw” onderschat wordt. Misschien is het allemaal een storm in een glas water, maar ik neem het zekere voor het onzekere en ga nog één dagje in lockdown met een boek bij de kachel en pak die vrijheid morgen wel.

Yvonne Koenderman

Share This:

VON SOLO – the column: ‘I thought I was someone else, someone…good’ (Lou Reed, Perfect day, 1972)



Mezelf haat ik het meest van allen. Dat heeft me in staat gesteld de dingen te kunnen doen die ik tot dusver in dit leven gedaan heb.
 
Onlangs sprak ik een opgroeiende tiener die aangaf geen gevoelens te hebben. De jonge mens gaf aan simpelweg geen vreugde te voelen, of liefde, of zelfs maar boosheid. Alles was mat. Er was geen enkel aanknopingspunt voor gevoel. Ik kon me niet voorstellen dat dit echt het geval was. Iedereen die nog aanspreekbaar is, kun je emotioneel krijgen, als je maar op de juiste knoppen duwt. Dat was mijn eerste gedachte. Toen spiegelde ik de situatie op mezelf. Hoe voelde ik mij als tiener. Hoe stond ik zelf in contact met mijn emoties.
 
Ik zou er oude dagboeken op na kunnen slaan. Maar dat heb ik al eens gedaan en daar werd ik niet vrolijk van. Doelloze, irrationele duisternis. Angst en boosheid. Twijfel zou een eufemisme zijn. Deze beschreven gedachtenkronkels heb ik door het verloop van jaren af kunnen doen als puberale spinsels. Maar het gesprek met de tiener bracht me toch weer terug. Zou het mogelijk zijn, dat ik mezelf al die voorbij jaren gewoon wijs heb gemaakt, dat ik diepere positieve gevoelens ken? Dat al dat goede, waar ik pretendeer voor te staan helemaal niet gemotiveerd is door een positieve kijk op zaken?
 
Vroeger kreeg ik vaak het verwijt erg egoïstisch te zijn. Mijn tegenargument was dan altijd, dat ik egocentrisch was, maar niet egoïstisch. Op een goed moment, ga je dat gedrag verbergen, omdat je merkt, dat het maatschappelijke omgang in de weg staat. Dat neemt niet weg, dat de eerste prioriteit, die ik altijd stelde mezelf was. Een argument hiervoor was altijd eenvoudig gevonden in het adagium: ‘Pas als je jezelf kan helpen, kun je ook een ander helpen.’ En zo veranderde ik toch langzaam in een fijn mens voor mijn omgeving.
 
Maar niet voor mezelf. Het gesprek met de tiener liet me dieper in mezelf kijken en ervaren wat de energie is, die me drijft tot daden. En dat is meestal geen liefde. Het is strijd. Gevoed door angst, wantrouwen en haat. Haat is de sterkste motivator tot actie. En waar is de liefde dan? Die steekt soms de kop op en is ongrijpbaar, ze zorgt voor mooie momenten. Maar liefde kan ik niet hanteren als een werktuig zoals kwaadheid dat bijvoorbeeld kan. Haat maakt me sterk. Het geeft me discipline en uithoudingsvermogen en drijft me tot daden. En in de grond van mijn wezen voelt dat niet goed.
 
Toch is er een korte periode geweest, dat ik in staat was te leven in liefde en zonder angst en boosheid. Dat ik wel in staat was alles los te laten en tegelijk allemaal mooie dingen te laten gebeuren. Die periode strekte ongeveer van mijn veertigste tot mijn drieënveertigste. Toen ben ik van een steiger gevallen en teruggevallen in de staat van daarvoor. Drinkend en vergetend. Met weekend en genot als motivatie. Onbewust zoekend naar kruimels van mijn betere ‘ik’. Dat realiseer ik me nu. En wederom haat ik mezelf erom. Het is jammer, dat dat het moet zijn, dat me drijft te veranderen ten goede.
 
Ik begrijp die tiener wel, die worstelt met het gebrek aan gevoel. Die worsteling kan nog heel lang duren. Zeker als je je er na al die jaren niet eens meer bewust van bent.
 
‘I thought I was someone else, someone…good’ (Lou Reed, Perfect day, 1972)


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 
 
 

Share This:

pom wolff – heb je dat ook nog



ik dacht nog
die regel moet ik opschrijven
natuurlijk weer niet gedaan
 
resteert een gedicht
met een regel
over die ene regel
 
heb je dat weer
ik dacht nog wat een mooie regel
en wat een mooie mevrouw
 
haar hele verhaal afgeluisterd
maar die regel vergeten
en zij er van door
 
heb je dat ook nog
 
 
pom wolff
 

Share This:

MERIK VAN DER TORREN met door storm en wederwind gedreven liefde – maar Dudley en Eunice worden wel eventjes ontkend



Morgen


Morgen is er weer een andere dag.
Zeker schijnt dan de heerlijke zon
En jouw blijde moedige lach.
Het is zo dat de mensheid begon.


Zeker schijnt dan de heerlijke zon.
Adam en Eva dansen in Eden.
Het is zo dat de mensheid begon.
Geen appelboom wordt vermeden.


Adam en Eva dansen in Eden,
Ontdekken ijverig het paradijs,
Geen appelboom wordt vermeden.
De Heer vindt ze veel te eigenwijs.


Ze ontdekken ijverig het paradijs,
Morgen is er weer een andere dag.
De Heer vindt ze veel te eigenwijs,
Ik hoor weer je blijde moedige lach


Merik van der Torren

Share This:

Peter Posthumus: “naar buiten op zoek naar net dat éne vriendelijke uitgesproken woord”

naar buiten
op zoek naar net
dat éne vriendelijke
uitgesproken woord

Vorige week
vooral wat sociologen
waarvan de woorden 
door de schoorsteen
zijn weggewalmd


vanochtend ging de vlam in
een zekere Slavoj Zizek
‘” Living in the End of Times”
volstrekte overbodig
want met één blik
uit het raam hier
zie ik
waar de wereld ophoudt


net als de rook
van dat chloorvrij
sustainable gestook
ga ik af en toe
zelf naar buiten
op zoek naar net
dat éne vriendelijke
uitgesproken woord
liefst met een knipoog
of een glimlach
ook nodig op zo ’n koude dag


Peter Posthumus

Share This:

PETER BERGER: ‘Ik genoot van haar verkoelende schaduw maar vrees dat die zomerse uitbundigheid haar zwanenzang geweest is.’


Ontroostbaar staat ze pal voor het huis. Verdwaald. Haar slierterige slingertakken kussen stilletjes hunkerend de winterharde grond. Zoveel schoonheid zit er in die treurwilg dat zelfs de zwoele zomerzon ervan blozen zou. Maar beter had ze veilig bij de beek gestaan. Beneden. Voetjes in het nat. De dorre droogte twee zomers terug leek haar destijds niet te deren. Integendeel! Met welig tierend takkenhaar fier groen als de lente zelf vierde ze het leven. Bringer of joy! Ik genoot van haar verkoelende schaduw maar vrees dat die zomerse uitbundigheid haar zwanenzang geweest is.

Vorig jaar ging het plotsklaps bergafwaarts. Complete kaalslag nog voor de herfst. Het is er niet beter op geworden. Ze staat er inmiddels zo verloren bij dat ik haar hartezeer venijnig in de borst voel prikken. Noodlottig als een nikkelen kris. Maar nog steeds is ze oogverblindend: my weeping willow. Tijdloos mooi. Dag na dag. Week na week. Maand na maand. Zelfs nu haar laatste uur geslagen lijkt blijft ze de mooiste boom op aarde. Vanochtend nog leken haar bevroren tranen mij als fris geslepen diamanten messcherp over de wangen te rollen. Ik huiver. Niemand hoort alleen te zijn. Al helemaal een treurwilg niet. Saule pleureur solitaire. Je l´aime éternel.


Peter Berger

Share This:

FRANS TERKEN wint de enige echte virtuele – vrij naar ton huizer – ook dichters laten wel eens een proefballonnetje/bommetje op – trofee op pomgedichten  

deze week beleggen we Frans Terken met goud. Frans schreef precies het gedicht dat we nodig hebben in deze ietwat angstige tijd met oorlogsdreiging en wilde beestenwoorden in de kamer en in de wereld om ons heen. dichter bij de vrede Frans Terken goud! van harte. en Ton Huizer bedanken wij voor de inspiratie.

Goedemorgen Pom, 
een proefballonnetje, voor de virtuele;
laat het weekend voor een dansje zijn!
Met een knipooggroet, 
Frans



Het jaar van het tijger


Met een verentooi en gehuld in tijgervel
spring ik van achter de bomen in het park
tijger vol levenslust laag bij de grond
om door niemand gezien te worden


hoor ik rumoer in deze stadsrimboe
onder krakende takken een vervaarlijk grommen 
alsof in de bosschages een witte wolf huilt
die dit territorium voor zijn jachtgebied houdt


bespeur ik hem die zich aan dwalende liever 
nog slapende schapen denkt te vergrijpen en
in het voorbijgaan ook mij hoopt te verslinden


ik ben de beroerdste niet speel de dappere krijger 
die de wolf edelmoedig de vredespijp biedt 
wijs hem dat daar waar rook is vuur is 


toon de naam gekrast in mijn bast 
zwaai nog eens vurig met de tomahawk 
maak met de wolf een dansje in het park 


© FT 10.02.2022

het thema  – vrij vertaald – wie helpen we naar god – ook wel iets lieflijker omschreven als laten we eens een proefballonnetje oplaten – zal natuurlijk niet de dichter inspireren die het beeld van  de ideale schoonzoon / schoondochter op de zondag wil hooghouden. we begrijpen het volkomen – en het is ook wel eens fijn om niet al te veel gedichten van een recensie te hoeven voorzien. dichter Frans Terken durft de uitdaging aan. met tijgermoed werpt hij zich in de strijd en het arme wolfje in het verhaal krijgt het stevig te verduren. maar toch dichter Terken – zoals het een goede wilde dichter betaamt – stookt de vredespijp nog eens stevig op zo dat de wilde beesten in de twee beschreven dichters samen gebroederlijk  hun ‘dance macabre’ kunnen aanvangen. het is jammer dat dichter Terken niet de Russische taal beheerst – hij zou een ideale poëtische bemiddelaar zijn tussen de landen die elkaar momenteel naar het leven staan. een hoopvol vrede stichtend gedicht – precies wat we in dit tijdsgewricht nodig hebben.
  • TON HUIZER – Jezus redt
  • FRANS TERKEN – wijs hem dat daar waar rook is vuur is 
  • MERIK VAN DER TORREN – Ik leefde van de drank en de drugs,
  • RIK VAN BOECKEL – vier handen spelen zomerse taferelen
  • ANKE LABRIE – vreemd thema
wie wint de enige echte virtuele – vrij naar ton huizer – ook dichters laten wel eens een proefballonnetje/bommetje op – trofee op pomgedichten?
 
een beetje peper, een beetje buskruit, iets van geladenheid, of een explosieve mix – nog net voordat oekraïne ontploft –  deze week op uw eigen ‘pom’. de 010 dichter ton huizer geeft het goede voorbeeld u op een briefje – vier woorden en de wereld staat in brand. wie vliegt daar nou weer door de lucht? dichter huizer kijkt nergens meer van op. en U? we zijn benieuwd – webmaster zal ook een duit in het explosieve zakje doen met die altijd weer zo sportieve johanna – u kent haar nog wel – johanna op de middenstip van het AJAX STADION – lekker actueel ook AJAX – deze week ingesproken voor een van de toekomstige radiouitzendingen  van ACGs Poëzie voor het oor. 
 en u – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 
 
Pom Wolff
aftrap


men neme een hoofd
men neme het hoofd van johanna
men zet johanna op een stoel
nadat men deze stoel op de middenstip heeft geplaatst
van – laten we zeggen van het ajax-stadion

men neme een hakmes
men slaat op het hoofd van johanna om te proberen
vervolgens hakt men het hoofd van johanna’s lichaam af
het mes kent ook een scherpe kant
men neme het hoofd
en legt het hoofd op de middenstip
men laat johanna gewoon zitten
men neme op de koop toe
dat de mensen zeggen: dat kan niet

men ontkleedt johanna tot haar taille
ze is er zelf toch niet meer bij – met haar hoofd
men neme het hakmes opnieuw in de hand
men make een keuze
kiest men voor de linkerborst
dan slaat men de linkerborst eraf
kiest men voor de rechter dan de rechter

men verlaat het ajax-stadion
om een kroketje te eten

Titel: Je bent erg mens Auteur: Pom Wolff Uitgeverij: Holland ISBN: 90 251 0980 2
 


Fijn proza van mijn buurtgenoot Von S. en mijn vriendin Yvonne K. maar misschien nu toch even een riedeltje explosie-poëzie.
Prettig weekend
Ton

Jezus redt

Er stond een Christenman
voor het station
met zendingsdrang
 
en een bord voor zijn kop
gelukkig lag er een krijtje naast
‘ik heb een bom’ schreef ik
 
vier woorden maar
ik had haast
het werd stil rond de man
politie betrok de wacht
 
tot de bommendienst verscheen
die de zendeling op veilige
afstand tot ontploffing bracht
 
iedereen blij
de Christenman in zijn paradijs
wij zonder gezeur op reis
 
Ton Huizer

dichter Huizer liet al eerder deze week  een proefballonnetje op – richting De Heer – om toch vooral wie Hem lief is tot Zich te nemen. een fijne gedachte op de zondag Des Heeren. de zondagochtend wedstrijd geïnspireerd op het werk van deze grote dichter – die wij van de pom trots mogen presenteren als oplichtend voorbeeld buiten mededinging  bij het thema van de wedstrijd. dichter Huizer heeft slechts één briefje nodig met vier woorden om precies de gewenste persoon naar god te helpen. een knappe prestatie – zo zie je maar weer dat dichters woorden er toe doen. onderschat een dichter nooit dat is de wijze les die wij overnemen van dichter Huizer. met dank voor de inspiratie.
 
een fries en verder nauwelijks verstaanbaar en veelal onbegrijpelijk proefballonnetje – ik hoor bijvoorbeeld na 39 seconden vrij vertaald: ‘ik voel de wasem van warme broodjes als ik oorlog met je maak…’

Hoi Pom,
 
Hierbij mijn inzending voor de huidige poëziewedstrijd.
Ik heb het Licht gezien,
Groet,
Merik


Licht

Ik leefde van de drank en de drugs,
maakte van de dag de nacht en omgekeerd,
vergat waar ik vandaan kwam,
ontvluchtte het huis van mijn vader en moeder,
sliep in de goot, zwierf op straat,
vloekte, schold en spoog.
 
Ik bekladde de huizen,
beledigde de handhavers der Wet.
Ik bevredigde me meerdere malen daags,
van een mens zag ik alleen de kont schudden.
Alles weerspiegelde mijn penis:
de oerknots van de Cro-Magnon,
de giftige slangen in Artis,
het monument op de Dam,
de sigaret die ik uittrapte op uw tapijt.
 
Maar er is verandering gekomen:
plotseling straalt het Licht.
Ik ben veranderd
sinds ik jou heb ontmoet.
De dag is de dag en
de nacht om te slapen.
Ik ben veranderd, pluk armen vol bloemen
uit liefde, uit liefde voor jou.
Uit de hemel stroomt het Licht.
Uit het Boek stroomt het Woord,
ik ben gered

Merik van der Torren

Merik houdt het bij zichzelf. bijna had ie zichzelf naar god geholpen – hij heeft het Licht gezien en is gered. een bezoekje god wordt nog even uitgesteld – leven liefde  en het licht krijgen dichters goddelijke  voorkeur – we gunnen het Merik met graagte.
De walm


De psychedelische walm vertrokken
speelt met hallucinerende brokken

in de keel ademt zich het gehemelte in
tot de aorta van ritme ze uitblaast met zin

vier handen spelen zomerse taferelen
goochelen met de impressies van velen

tot ze exploderen boven het virtuele
voorbij de horizon met zorg spelen.


Rik van Boeckel
13 februari 2022

inderdaad vier handen spelen hier zomerse taferelen Rik werpt een zomers zeg maar rustig hallucinerend geurend balletje op. hoe het was in tijden voor corona – hoe het weer zal zijn deze zomer – in een onweerstaanbaar ritme.
Ha Pom,
Vreemd thema.
Mooie vriendelijke dag verder,
Hrtgr. Anke

je klapt
een boek soms dicht
te gruwelijk
 
je klapt
af en toe staande
voor een dichter
 
je klapt
niet uit de school
blijkt altijd weer
 
de klap
uiteindelijk voor iedereen
hard of zacht
 
anke labrie
13-02-2022

ach zo zie je maar weer dat vreemde thema’s aansprekende poëzie niet in de weg staan. mijn oma hanteerde – overigens zonder veel succes de mattenklopper als haar kleinzonen de mattenklopper hadden verdiend – Anke hanteert de klap – deelt ze uit waar we als lezer bijstaan. aan het vreemde thema een grappige draai gegeven.

Share This:

Met TON HUIZER explosief het weekend in

 
Fijn proza van mijn buurtgenoot Von S. en mijn vriendin Yvonne K. maar
misschien nu toch even een riedeltje explosie-poëzie.
Prettig weekend
Ton

Jezus redt

Er stond een Christenman
voor het station
met zendingsdrang
 
en een bord voor zijn kop
gelukkig lag er een krijtje naast
‘ik heb een bom’ schreef ik
 
vier woorden maar
ik had haast
het werd stil rond de man
politie betrok de wacht
 
tot de bommendienst verscheen
die de zendeling op veilige
afstand tot ontploffing bracht
 
iedereen blij
de Christenman in zijn paradijs
wij zonder gezeur op reis
 
Ton Huizer

Share This:

YVONNE KOENDERMAN: ‘Alleen lopen is ook lekker, je kan flink in je eigen hoofd zitten en tot de ontdekking komen dat dat alles ineens verdwijnt omdat je op gaat in je omgeving.’



Het is zowaar vrijdag. Gisteren dacht ik nog ” ik schrijf dat stukje voor Pom in de vroege morgen” maar vanochtend was het besef vrijdag even weg en stonden daar in de hoek mijn gisteren aangeschafte Nordic Walking stokken. Het gaat goed met Von, maar uithoudingsvermogen ho maar en daarnaast mist er tijdens het lopen een hoop stabiliteit, dus hoog tijd om daar iets aan te gaan doen. Na het rondje met het hondje even koffie om de moed in te drinken en hup stokjes mee en naar buiten. Het is nog donker, maar de temperatuur is lekker en die stokken lopen verbazingwekkend goed.

Alleen lopen is ook lekker, je kan flink in je eigen hoofd zitten en tot de ontdekking komen dat dat alles ineens verdwijnt omdat je op gaat in je omgeving. Voor een echte wandelaar stelt die paar kilometer van mij van vanmorgen niet veel voor, maar ik heb genoten. Ik weet het geen hoogdravend schrijfsel, maar wel van iemand die de dag vol plezier begonnen is en daar nog duidelijk van nageniet.


Yvonne Koederman

Share This:

VON SOLO over de doden in zijn telefoon: ‘Natuurlijk kan ik de namen ook wissen, net zoals je een graf kan ruimen. Maar ook dat doe ik dan weer niet uit een vorm van respect…’


Er zitten dode mensen in mijn telefoon. Toen ze er in eerste instantie in terecht kwamen leefden ze nog. Ze hebben daar een tijd lang vertoefd en ik belde ze wel eens. Zij belden mij ook soms en dan kon ik in mijn display zien dat zij het waren. Als ik hen nu zou bellen, zou er niemand meer opnemen. Of iemand zou onbegrijpend opnemen en zeggen, dat ik het verkeerde nummer heb gebeld. Dat veronderstel ik tenminste. Want ik durf ze niet meer te bellen. Ik zou kunnen zeggen, dat dat uit een soort piëteit is, maar dat is niet de reden. De doden boezemen me angst in. Omdat ze in dezelfde contactenlijst staan, waar ook mijn eigen nummer in staat. Als je mij belt, neem ik op, als je geluk hebt.
 
Mensen zullen mij ook regelmatig in hun digitale telefoonboek zien staan. Daar zullen ze dan bepaalde gedachten bij hebben. Ook al bellen ze me niet. Of ze hebben er geen gedachten bij en bladeren zo over mijn naam heen, zonder, dat het verder implicaties heeft. Tot het moment, dat ik er niet meer zal zijn. Dan ineens, valt mijn naam op in hun lijst. Want de naam staat er wel, maar het heeft geen zin meer om me te bellen. Zouden ze dan dingen denken als: ‘Ik weet nog goed, dat hij me vertelde, dat een goed brood bakken of op de juiste wijze aardappels koken in hoger aanzien staat dan haute cuisine. Goede aardappels en goed brood, daar valt niet op af te dingen. Dat onthouden mensen.’
 
Het zijn wel het soort dingen die ik denk, als ik door mijn telefoon loop en de schimmen zie. Natuurlijk kan ik de namen ook wissen, net zoals je een graf kan ruimen. Maar ook dat doe ik dan weer niet uit een vorm van respect. Of is het gewoon, omdat ik ze eigenlijk niet wil vergeten? Klik, swipe en weg. Zo simpel zou het kunnen zijn. Cremeren is ook zoiets. Een urn kun je makkelijker in een kast verstoppen, dan een zerk. En als je de as uitstrooit, dan is er weinig tastbaars meer om op terug te vallen. Dan draag je ook die last niet meer. En hoef je ook niet te verlangen, dat anderen zich gedwongen voelen die last te dragen. Dan kan het grote vergeten beginnen.
 
Met dode mensen in je telefoon is de verbinding verbroken. Ik kan nog hopen, dat ooit mijn telefoon gaat hun naam weer in de display knippert. Maar zal ik dan de moed hebben om op te nemen? Ik wacht met ingehouden adem, stilletjes hopend dat de beltoon wegsterft. En dan opgelucht uitademen. Alsof ordening van de kosmos nog steeds in orde is.  
 
 


VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST

Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
 
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 
 

Share This: