Kilometers. Loop ik al. Alleen aan de verkeerde kant van het water. Het pad is aan de overkant. Hier aan de lage zijde is het woest en drassig. Snel gaat het niet. Modder en teenslippers zijn geen beste vrienden. Voetzool. Glibberboel. Baggerzooi. Woekerbende. Takkentroep. Bramen helpen ook niet want korte broek. Enkels. Bloedstrepen. Dat soort dingen.
Maar goed, ik weet dat er ergens verderop een brug is. Naast een oude boerderij. Ik hoor de honden al aanslaan. Even later is er de brug. Weet ik. Even nog. Shit. Ik moet eerst het erf over en dat is geen goed idee. Franse honden zijn waaks. Braaf maar waaks. Wee, o wee, wie het erf betreedt. Valsaards zitten er ook tussen soms, bij die honden hier, maar die liggen meestal aan de ketting. Mais pas toujours. Tja. Teruggaan is geen optie.
Het erf op dus, via het soppende weiland aan de achterzijde. Prikkeldraad. Drassig. Enkeldiep hier en daar. Slippers in de hand. Stront aan de knikker. Het blaffen zwelt aan. Een hond of vier vijf schat ik. Schelle keffertjes. Maar ook minstens twee met zo´n lage woest grommende bark. Those are the ones. Herders. Bouviers. Rottweilers. Regelrechte bastards! Die wil je als indringer echt niet tegenkomen. Sluipen dan maar. Niet dat het helpt, dat sluipen, want achter de schuur met golfplaten dak is het een herrie van jewelste. Ze hebben me allang in de smiezen. Merde! Ik schuifel langs de uit grofhouten planken opgetrokken muur in de hoop straks met een snelle blik om de hoek mijn kansen in te kunnen schatten.
Rennen? Pfff. Een. Twee. Drie. Daar gaat ´ie. Lachen geblazen. Ze zijn opgehokt! Grommen maar jongens. Blaffen. Keffen. Spring maar tegen de tralies. Zelfs die kleine keffertjes zien eruit alsof de valsheid hen in de genen gebakken zit. De ogen woest en bloeddoorlopen. Opgefokt. Het slijm druipt de groten uit de bek. Ik maak een klein dansje. Soepeltjes. From out of the hips. Op z´n Mexicaans. Victoire. Nanaanah. Duh. De propriétaire is afwezig. Er staat geen auto. Vooruit met de geit. Op naar de brug. En dan een kilometer of vijf terug. Over het pad. En dan rechts, ergens links, twee keer rechts. Dan rechtdoor bij de kromme eik. Zoiets. Ongeveer. Moet lukken.
Tegen de tijd dat ik terug ben is het tijd voor een goed glas wijn. Lekker in de avondzon. De bloedmaan wacht. Tijd bestaat niet. Woekerplanten wel. Morgen is het klimopaftrekdag. De muur langs het wegje is al flink onderweg. Donkergroen ondergesneeuwd. En een paar bomen verderop wordt er eentje langzaamaan gewurgd door een paar polsdikke uitlopers die al bijna tot aan de hemel reiken. Killer klimop? Weg ermee. En daarna is het gras weer toe aan een kortwiekbeurt. Kortom. Ik kom de rest van de week wel door. Laat die hittegolf maar komen.
wat een rijkdom toch weer vandaag zondag op de site aan prachtgedichten – navolgbare en onnavolgbare – van marten janse tot en met geraldine bank en alle andere dichters dankjewel voor insturen – dat we mochten genieten – we genoten. het virtuele goud en zilver moet nog uitgereikt – een werkelijk wonderschoon gedicht mochten we ontvangen van GERALDINE BANK – de waardering is onder het gedicht uitgesproken. zo een gedicht schrijf je maar een keer in je leven: GOUD.
nu Ton huizer een keer niet de leukste van de site wilde zijn met een serieus en op een door hem gewaardeerd filosoof geïnspireerd gedicht – moet het zilver voor de broodnodige lach toch echt naar de – hopen wij ook – bijna van de teringcorona herstelde dichter rené brandhoff – goud en zilver hieronder te genieten van harte voor de winnaars dank aan alle dichters. lees hieronder de poëzie als verkoelend sproeiwater over ons heen gesprenkeld in de oplichtende gouden en zilveren glans van rené en geraldine:
Van alles wat ik die avond zag bewaar ik de entree van de vrouw met het gezicht uit een oude film in haar Japanse jas geliefden om haar heen drie rijen voor mij in het midden
Toen ze gingen zitten legde iemand aan haar linkerzijde zijn hoofd op haar schouder
Als ze zich losmaakte en rechtstaand een foto maakte werd er gewacht om dan weer zijn hoofd bij haar neer te leggen
De muziek wiegde en twee jonge kinderen kwamen, aan haar rechterzijde legden ze hun hoofd bij haar neer
Ik was toeschouwer en toen de voorstelling eindigde was ik verward en bedroefd onwetend over de tragiek of het geluk dat ze bij zich droegen
En altijd denk ik bij dit gedicht was ik maar meegegaan
Geraldine
ik moet zeggen een bijzonder gedicht – voor zover je hoofden kunt neerleggen – er worden heel veel hoofden in dit gedicht neergelegd. maar dat kan dit gedicht merkwaardigerwijs wel hebben. het gedicht draagt iets van melancholie in zich in zachte meeslepende woorden. en die laatste strofe is werkelijk briljant. als dichter dit gedicht / haar eigen gedicht leest – herleest – dan denkt ze wat ze daar zelf geschreven heeft – ‘was ik maar meegegaan’ – een mooie en waardige slotregel van een bijzonder gedicht. het is ook alsof dichter afstand neemt in die laatste twee regels van het gedicht maar wel IN het gedicht. dichters worden vaak vereenzelvigd met één gedicht uit hun oeuvre. ik heb de vaste overtuiging dat dit gedicht door geraldine niet meer door haar te overtreffen is. dit is HAAR gedicht. en altijd denk ik bij een min of meer ondoorgrondelijke slotregel – had ik deze maar geschreven.
Vraagje aan Boven
Nee, niet waarom de bergen zo hoog zijn Of de zeeën zo diep Omdat uw boekje voorbij gaat Aan de zegeningen van plaattektoniek Neem ik aan dat hier uw expertise niet ligt
Maar
Stel dat uw concept van eeuwig leven bestaat Kom ik dan na de passage ook weer al die mafkezen tegen Van wie ik blij was dat ze eindelijk dood waren Dan hoef ik namelijk niet zo nodig
René Brandhoff Met een knikje naar J. De Corte, artiest.
arme al tijden geleden overleden blinde Jules de Corte uit de mottenballen gevist door de dichter Brandhoff die getroffen door Corona er toch al weer aardig bovenop lijkt te komen. toch stelt de dichter nog maar een vraagje daar boven op. op dit soort vragen antwoordt god niet – zoveel is zeker. René neemt dan ook maar voor de zekerheid het zekere voor het onzekere en antwoordt zelf. ja als dat genoemde concept bestaat dan kom je ze inderdaad allemaal weer tegen haha. en dan krijg je ook nog die god erbij die het nu verdomt om een antwoord te geven. god is ook geen dichter zoveel is in ieder geval zeker. nooit een gedicht ingestuurd. bovendien ik zou zijn conceptuele kunstjes ook niet vertrouwen. geestig gedicht.
MARTEN JANSE: zegt dankjewel
FRANS TERKEN – de boer met zijn trekker hij maakt het hoe langer hoe gekker
CARTOUCHE weet niet hoe
RIK VAN BOECKEL – geland
RENÉ BRANDHOFF – over al die mafkezen
TON HUIZER – we kwamen samen bij de namen
VERA VAN DER HORST – Ik weet niets meer te zeggen
GERALDINE BANK -En altijd denk ik bij dit gedicht was ik maar meegegaan
JAKO FENNEK – het is een jongen
ANKE LABRIE – over een prachtig berglandschap met een diepblauw meer ervoor –
WEDSTRIJD GESLOTEN
wie wint de enige echte virtuele – en wat had u nog willen zeggen – trofee op pomgedichten punt nl? een lekker vrij thema deze week in de hitte van de week, van de dag, van de zondag ook – het zou toch jammer zijn als we niet kunnen lezen hier op de site – wat u eigenlijk wel had willen zeggen of schrijven. geen grenzen deze week – alles mag – de absolute vrijheid aan de dichters! oja u kent de regels:gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
— er gaan mensen dood gewone mensen en mensen met gedichten in overlijdensadvertenties
heel soms hebben ze die gedichten zelf geschreven dan lees je wat ze hadden willen zeggen
of je leest ik had je nog zoveel willen zeggen en dan denk ik altijd aan jou
pom wolff
Marten Janse
Dank!
Ik mocht je tot leven wekken de wereld insturen en loslaten bewonderen om wie je bent
Jou achteloos moeder maken nadat ik de bandjes had afgepeld je huid gestreeld, je mond geproefd
Ik keek je in de ogen toen ik dronk en jij mij wiegde. Jouw mening heeft mij eeuwig lang beroerd
Marten Janse
wat gebeurt er in de eerste strofe – dat is voor mij toch ook na herlezen de vraag. wat gebeurt er in de tweede strofe – bandjes afpellen – moeder maken – de onduidelijkheden geplaatst in het licht van de derde strofe die wat mij betreft wel duidelijk is – een kind wordt gewiegd en ligt aan moeders borst – dank je wel moeder zegt de dichter. naar ik vermoed dus. blijf ik toch met de raadselachtige tweede en eerste strofe zitten. misschien zit ik er naast.
Frans Terken (rechts op de foto)
Zie de boer met zijn trekker hij maakt het hoe langer hoe gekker dumpt zijn afval met asbest gevuld bij nacht en ontij in nevelen gehuld vervuilt hij snelweg en berm ja dat doet hij onvermoeid ferm gooit nog de brand in een baal hooi hij houdt maar niet op met dat geklooi voelt zich boven de wet verheven door Hermandad immers niet verdreven
en maar klagen over hoge heren dat ze meer van hem kunnen leren ja zo doe je dat met fors intimideren met trekkers en hooivorken als geweren naar politici en andersdenkenden sneren wie gaat dit tij deze terreur nog keren?
Frans Terken
Frans Terken lekker aan het rijmen geslagen – een boerenrijm haha – zo lezen we frans niet vaak. het dichtwerk werd door Frans op FB geplaatst onder een item van mijn hand – inhoudelijk helemaal eens met Frans en hij met mij. wat moeten we met die gasten. ‘eigen land eerst’ donder op met jullie asbest en andere rotzooi. frans daalt in dit gedicht af op boerennivo. dat ze het kunnen lezen met hun boerenverstand. nederland staat helemaal niet achter boeren stank en boeren mest – en de meeste dichters nog minder.
Cartouche links op de foto
Hoe
verongelijkt leven lijken kan ook lijdzaamheid geen heil vermag het jij en ik niet buiten onszelf treedt
met geen mogelijkheid het een en ander de een met de ander versmelten zal
het halsstarrig pogen het goddelijke toch te ontmoeten, verzoenen in één woord
de weerloosheid van wat van waarde zon en maan, kim en horizon dat is alles wat ik wilde zeggen maar ik weet niet hoe
Cartouche /13-08-2022
eens kijken wat Cartouche ons toch nog even wil zeggen. wat flarden lucebert komen we tegen. iets goddelijks ook nog – wat archaïsche woorden ook – ‘heil/vermag’ welja de poëziekastdeur wordt door Cartouche geopend. net wil ik roepen houd die deur maar dicht en doe een beetje gewoon – of de dichter doet uit zich zelf gewoon en gewoon mooi in de laatste twee regels – en heel in de verte klinkt ook nog de stem van benny neyman – die wist ook niet hoe.
Hallo Pom Dit heb ik te zeggen. Ik had een vreemde terugreis van Stockholm naar Schiphol. We vlogen op tijd weg, ik maakte foto’s vanuit het raam tot omgeroepen werd dat we teruggingen naar Stockholm wegens technische problemen. Niet gevaarlijk zei de stewardess maar toch. Daarna anderhalf uur wachten op Arlanda AirPort en met een ander vliegtuig veilig landen op Schiphol maar wel drie uur later. Mijn ruimbagage kwam gelukkig goed aan maar de puinhoop aan opgestapelde koffers bij de bagageband was goed zichtbaar. Dit is een poëtisch overzicht van mijn vooral Finse reis die ik al begon te schrijven toen de geplande vlucht naar Amsterdam begon en ik ging ermee verder toen we weer in Stockholm geland waren enzovoorts! Ik ben in ieder geval weer veilig thuis gekomen!
Het vliegend geheugen geland
Het vliegend geheugen neemt de tijd voor lieve waarheid langlopend van Helsinki naar Stockholm via de Kokkola trein langs groen uitzicht
de delegaties van Kaustinen bevolken de Finse folk en wereldfolkmuziek van Mari Boine tot Värttinä Loimolan Voima Orevesi All Stars
de Halsua sjamaan keert naar binnen bij ons en draait het runtele wiel rond tot de archipel van zee jazz eilanden de oren met melodische passie omhelzen
de dagen van Rovaniemi en Ivalo in herinneringslagen gedragen door rendieren husky’s en Santa Claus met zijn waardige geaarde kerstbaard
geheugen wandelt langs de rivieren zingt vier de rendieren van Ivalo op het ritme van het groene licht de melodie van de joik van Lapland
het landend geheugen vertraagt de tijd Stockholm wordt weer werkelijkheid het stilstaand geheugen wacht op vertrek laat de tijd toch sneller en dapper vliegen
over de zee van het Noordoosten voorbij de varende Botnische Golven spoedt herinnering zich de lucht in is klaar voor het herrijzend thuisland.
Rik van Boeckel Retourvlucht Stockholm en dan naar Amsterdam 12 augustus 2022
gelukkig is rik veilig thuis na wat omzwervingen op vliegvelden. mogen we lezen. we mochten een van zijn reisverhalen in poëzie al eerder plaatsen en lezen op pomgedichten punt nl. wie op reis gaat richting het noorden zal zeker Riks woorden tot zich nemen. en verwonderd zijn wellicht. of nieuwsgierig. in het kader van de zondagochtendwedstrijd moet ik streng zijn 28 regels zijn geen 20 regels – het gedicht valt dus buiten de wedstrijd.
Geweld in de wereld beste Pom. Er komt maar geen eind aan. Ik moest vanmorgen nog even denken aan de woorden van een van mijn oude leermeesters. It’s no measure of health to be well adjusted to a profoundly sick society – Prettig weekend
Herdenking
Het was weer nooit meer oorlog we kwamen samen bij de namen
mijn burgervader was aanwezig en een roedel geüniformeerden vol edelmetaal
‘vrede is nooit vanzelfsprekend’ was de boodschap ‘waarom eigenlijk niet’ dacht ik hardop
de oortjes keken om harde handen bewogen over zorgvuldig verborgen
het was een mooie dag het geschut bleef in de schuur
Ton Huizer
een serieuze dichter Huizer lezen we niet zo heel vaak. mooie regel in dit gedicht is opeens een hele gewone mededeling – die uit alle gewoonheid de poëzie in getild wordt: ‘het was een mooie dag’ – een mooi gedicht ook. om bij stil te staan.
A posteriori
Ik weet niets meer te zeggen dan dat al ooit gezegd is ergens door iemand sla er alle boeken maar op na ik kan wat woorden plukken uit mijn brein en hier willekeurig aaneenrijgen: daarom eindig ik stil in een wereld vol chaos.
Vera van der Horst
zing het maar dan. nee haha we lezen de gedachten van dichter. ik vermoed dat peter le nobel hier zou concluderen tot ‘een smakelijke eenhapscracker’ – lekker opgegeten.
dag pom, aubergines rijp, peperonies rijp, meloenen rijp, volgend jaar dadels. de spinnen angstig groot, wat een tijden! groet uit bergenland, jako
‘t is een jongen
ze wilde per se die tafelberg op om het uitzicht ik bijna kruipend zij springend
tot ik eindelijk boven aankwam zij daar al stralend stond haar handen wild bewegend
ik heb wat te zeggen
hier waar niemand meeluistert het komt in zes maanden het is een jongen
ik zei dat ik het al wist want zulk nieuws heeft steeds weer hoogte nodig
jako fennek
hoera voor opa en of overgrootvaderopa jako. een schitterend maar particulier poëtisch tafereeltje in woorden geschilderd door Jako Fennek. de nieuwe en de aanstaande generaties – dat je weet niet voor niets geleefd te hebben – en ach niemand leeft voor niets. zo is het natuurlijk ook nog een keer. maar dat het goed gaat met de kids en de nieuwe kids is prachtig – en dat ie daar dichtend in redelijke gezondheid en stralend op kan toezien is prachtig en wel een klimmetje waard. van harte! en dat het gezegd is!
takotsubo
als je dan toch bijna gaat kies dan een mooie naam ook wel genoemd het gebroken hart syndroom hoorde ik van de cardioloog
als je daar dan eenmaal ligt gekoppeld aan machines denk je niet eens aan hem of je hem weer zal zien of niet maar aan je nachthemd thuis en je tandenborstel en hoe die dan
als je tot rust gekomen bent zijn er geen woorden die je zo nodig nog zeggen moet je ziet een prachtig berglandschap met een diepblauw meer ervoor aan woorden heb je niets
anke labrie 14-08-2022
De kracht van het gedicht ligt wat mij betreft in de bijna slotregels – de laatste regel kan wel weg hoor – in die prachtregels die veroverd zijn na de doorstane hel van het gebroken hart syndroom – woorden zoals een schilder ze alleen kan zien:
‘je ziet een prachtig berglandschap met een diepblauw meer ervoor’
red: Wat is een gebroken hart? Het takotsubo-syndroom (TTS), ook wel het ‘gebroken hart–syndroom‘ genoemd, ontstaat na een heftige negatieve emotionele gebeurtenis. De hartspier verzwakt, met pijn op de borst, ademnood en soms een hartaanval. Een nieuwe studie toont dat dit ook kan gebeuren na een zeer positieve gebeurtenis.
Jij staat zwart afgetekend in de zomernacht zacht zoete geur omhult mij ruisende bladeren fluisteren takken als warme armen gladde stam wordt naakte huid
Ik tast omhoog tussen donzig rond blad je rijpe vrucht valt warm in de palm van mijn hand barst dieproze open sijpelt honingzoet zaad verleidt lippen mond krijgt een eigen leven
Nog niet hier genoemd is het dichtersduo Kila&Babsie. Kila van der Starre en Babette Zijlstra vonden elkaar in 2005 als dichters tijdens een poëzieproject, traden daarna samen op, op meerdere podia, stonden in 2010 in de halve finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. Zij maken ‘stereopoëzie’ waarbij hun woorden en zinnen elkaar overlappen, in hun voordracht spreken ze dan ook door elkaar heen, in één gedicht. Van Kila&Babsie verscheen in 2009 de bundel (met cd) Stereo. In2018 verscheen het werkboek ‘woorden temmen’, over poëzie ontdekken en zelf gedichten schrijven. Kila is tevens oprichter van de website ‘Straatpoëzie.nl’.
Van Ria Westerhuis en Delia Bremer verscheen in 2009 de bundel ‘Minnezinne’ , Drentstalige erotische gedichten, “vol verlangen en wel degelijk hitsig, maar niet zozeer pornografisch; tegelijkertijd worden wel man en paard genoemd” vermeldt de website van Ria. 10 jaar na Minnezinne verscheen ‘Minnezinne in moerstaal’, met bijdragen in streektaal van dichters uit alle hoeken van het land.
Ria en Delia traden en treden vaak samen op, eveneens een dichtersduo van naam dus.
(fragment uit:)
Riessenland
ieje, wild as een biest bespröngen mien verlangens mit al oen waopens oen tonge die overal was bereurde mien toppen en dalen stouwde mij op tot grote heugtes tot ’t kloppen van oen hartslag in mien warme schoot
Ook hier geldt dat één regel soms al genoeg om daar niet alleen aan te blijven hangen, ook om er in een reactie een eigen invulling aan te geven; in dit geval n.a.v. een voordracht van Ria en Delia, met beiden mocht ik meermaals het podium delen.
Bij een optreden van de dames in Eijlders (mei 2014) schreef ik:
Café Cohabitat – of: Uit het vuistje
– voor Delia Ben Ria W (in volgorde van opkomst) –
Frans Terken hier in Café Eijlders tijdens de dichtersmarathon 17 juli 22 neemt in augustus op pomgedichten punt nl de honneurs waar op de donderdag en buigt zich over het duo dichterschap – deze week Duo-dichters II
BOOT 46 – Pride Amsterdam – Trans commissie – SCHANDE! het verhaal van ROOS KOHN –
Roos maakte gisteren haar poëziedebuut in BAR JOOST in Amsterdam Oost onder de maandelijkse bezielende leiding van Catelijne – spiegeltje op spiegeltje af – de dichter van dienst schrijft een gedicht op een spiegel die in Bar Joost een maand mag flonkeren en wordt na een maand weer afgelost door een andere dichter van dienst. de poézie altijd opgeluisterd door een singer songwriter.
Ik zei hoi ROOS je bent vandaag openbaar kunstbezit – weet je wel toch – ‘ja openbaar kunstgebit pom’ was meteen bijna berlijns brutaal het antwoord. het optreden van Roos was bijzonder – het gedicht op de spiegel gaat over een mugje. langzaammaarzeker werd het Bar Joost gebeuren toch een after-pride-party met als stralend middelpunt ROOS! Maar haar verhaal over de pride parade was o zo pijnlijk. ze had 50 euro betaald om mee te varen op BOOT 46 – de trans commissieboot. bij aankomst in een prachtige jurk werd Roos gemaand de boot enkel te mogen beklimmen in transkleuren – babyrose/babyblauw/ en babywit. ROOS wees op een speld die ze droeg in de gewenste kleuren maar dat was de organisatie te min.
GEEN PRIDEKLEUREN maar TRANSKLEUREN dat werd verordend. eigen kleur eerst!
Roos vroeg HAAR geld terug – er werd over en weer door de bestuursleden van boot 46 geschreeuwd: “GEEF HEM ZIJN GELD TERUG”. een opmerking die nogal gevoelig ligt in de transwereld.
Het werd ROOS te gortig. ze deed haar jurk uit – het ondergoed ging uit – Roos was aan verkoeling toe – en sprong pardoes het water in om geheel verfrist weer via een trappetje “voor 5000 mensen pom” de kant te bereiken. de handhavers zagen in dat een aanhouding van een transpersoon op de pride niet echt was zoals het hoort. gelukkig maar. dan blijft de rel beperkt tot dit stukje – anders had maandag amsterdam in brand gestaan.
is de organisatie nog van plan om aan ROOS excuses aan te bieden – dat is even nu wel de vraag.Goedemorgen Pom- Ik heb even gegoogled en begrijp dat boot 46 was ‘Pride Amsterdam – Trans commissie’. Ik kan mij voorstellen dat de organisatoren van deze boot een bepaald concept hadden wat betreft bijvoorbeeld de aankleding van de boot en dat ze deelnemers hebben gevraagd of ze bepaalde kleding zouden willen dragen die in dit concept paste? Maar blijkbaar is dat niet goed gecommuniceerd met Roos? Ik ben reuze benieuwd wat voor prachtige jurk Roos droeg afgelopen zaterdag? Wat pijnlijk om te lezen dat Roos werd aangesproken met hij/hem i.p.v. zij/haar. Kan ik het leed wellicht iets verzachten door Roos een kaart te sturen? Heb jij een adres? Zo ja zou je dat dan willen mailen naar dolly@dollybellefleur . nl veel liefs xxx Dolly Bellefleur
Dat zei de huisarts, duidt op staar die knieën noemen we versleten in de volksmond voor je bloeddruk schrijf ik pillen voor voor dat andere een verwijzing
verbaasd kan ik niet zijn ken immers mijn geboortejaar toch ben ik wat beduusd door het besef van het verval dat zich zachtjes weliswaar genesteld heeft en nooit meer weg zal gaan
“Ik ben het zaad en jij bent de vrucht,” zei ‘ie. Ik geloof niet dat ik ‘em ten volle begreep. Lastig is het wel. Talking to gods. Eer je er erg in hebt weet je niet meer wat er gezegd is. Dit of dat. Ze kruipen in je hoofd. Die goden. Zus of zo. Was het nou: “Jij bent de vrucht maar ik ben het zaad?” Of andersom? Dunno. Ik ben het zat en jij bent slechts lucht? WTF. Ik viel hoe dan ook stil. Amnesia. Eventjes in ieder geval.
Om de conversatie toch gaande te houden begon ik maar over kippen en eieren, dat soort triviale zaken, en probeerde met: “Wat nou als je de factor tijd eruit haalt?” behoedzaam een haakje te plaatsen. “Tijd?” zei ‘ie, er gretig op inhakend. Om vervolgens luidkeels in een donderende lach uit te barsten. Op z´n aambeeld rammend als de fokking zoon van Wodan; “Temps utile!” roepend. Hij verschrompelde uit het niets tot niks, om vervolgens uit diezelfde leegte te herrijzen als iets wat op het eerste gezicht een tandeloze hond leek. Om dan sloompjes te morphen in een weerbarstige reuzin in bloemetjes bikini. Lekker ding! Lots of goodies. Body positivity. Achtereenvolgens verscheen nog een varken met ezelsoren, een fluoriserende pimpelpaarse kolibri met vuurspuwende ogen en een opvouwbaar mobieltje met een 3D afbeelding van Elon Musk inclusief de Judas lach van Mona Lisa. Daarna een felroze vlo vermomd als rups. Een gouden ei. Een kip zonder kop en dingen die leken te exploderen in vormeloze kleuren die ik nooit eerder gezien had. Boem! Vacuüm met een knal. Foetsie.
En toen zag ik ‘em weer. Even verderop. Heupwiegend in zo´n bloody sexy zomerjurkje dat bar weinig aan de fantasie overlaat. Beauté exposée. Eva? “Het maakt dus niks uit allemaal?” vroeg ik, haar ondertussen in m´n oksels ruikend. “Jawel.” Zei ‘ie. “Het is een kwestie van tijd.” Om vervolgens kniekletsend af te druipen. Alsof het de mop van de eeuw was. En ik ondertussen maar rondjes draaien, schuifelend achter de bushcutter het grasveld maaiend. Vijfendertig! Rondjes? Nah. Celsius. La soleil. Hoezo gazonnetje? Bobbels, butsen en kuilen! Een klein voetbalveld zo groot. Weiland. Hellend vlak. Bloeiend gras. De pluimen navelhoog. M´n huid voelt warm. En sueur. Behaaglijk voelt het. Pas surchauffé. Echt niet. Kijk daar. Konijn? Mol? Weg is ´ie. Zo snel. Over de helft ben ik wel. Inmiddels wel. Ik pluk nog maar eens een kersje. Verfrissend lekker! In de koelkast wacht een kriekje. Je l’aime: chaleur écrasante.
deze week alleen hele mooie gedichten – zo schreef ik de wedstrijd uit. en ze zijn mooi. dank aan alle dichters. rest mij als een ware peter le nobel – ooit hier legendarisch juryvoorzitter – het virtueel goud – zilver en brons – uit te reiken. bij dit prachtig kunstwerkje van jacob de bruin – ‘de weg terug’ genaamd. een thema dat niet door alle dichters omarmd werd – rik van boeckel en jako fennek zien liever vooruit. we lazen over ridders en struikrovers, over valkuilen en kerkepad, over zwervers en mannen van staal, over steentjes en godinnen, over rivieren en over vlinderen in tegenlicht en nog zo meer, plaagstaarten, ambities en een laatste liefde – zie de commentaren onder de gedichten.
kies ik voor goud en zilver toch voor de eenvoud van ton huizer en joz knoop – voor de steentjes en de oude zwerver. vraag me niet waarom – ik houd van de eenvoud – gefeliciteerd TON HUIZER en gefeliciteerd JOZ KNOOP – kies ik brons voor de totaal uit de hand van Cartouche gelopen complexe wereld – gefeliciteerd Cartouche. dat we allemaal ‘vlinderen in tegenlicht’ zoveel is zeker. nogmaals dank aan Jacob en aan alle dichters – het was mooi deze ‘wedstrijd’ op uw pomgedichten punt nl.
Zo af en toe
Viel er iemand uit mijn handen te zwaar of niet goed opgelet
het werden steentjes scherpe steentjes op mijn pad voelbaar door de zolen van de dikste schoen
soms trap ik op zo’n steentje en weet dan weer dat had je beter moeten doen
Ton Huizer
voor deze steentjes val ik wel – zeker bij een dichter die graag afstand neemt van wat hij ‘relatiepoëzie’ noemt – wat een prachtig klein gedicht. het beeld doet het hem hier. schuldbewust terugkijken – maar wel heel af en toe – anders heb je geen leven meer – maar soms voel je nog een heel scherp randje. ja – voor wie gelden deze steentjes zo af en toe niet?
Back in town (voor Melanie Safka en voor Pom Wolff)
De weg naar huis is geplaveid met heimwee en herinneringen.
Wie reist gaat terug of verder, ouwe zwerver maar wij gaan terug
Joz ontmoet de oude zwerver en ze gaan het aan – de zoektocht naar de oude liefdes – ‘volg de weg van je hart het is de enige weg’ – zingt margreet dolman – joz legt deze quote vast in een gedicht. een mooi plaatje wordt hier in weinig woorden geschetst. heimwee is een altijd op weg zijn – onderweg zijn – om nergens aan te komen.
Naar oog en geest
toen orde, net – en reinheid nog als rood wit en blauw hoog gewimpeld in het vaandel en die vermaledijde nuttige handwerken samen de zorg droegen voor warmte en vrede binnen
harde werkers, boeren en buitenlui in overall de ambtenaren strak , de vrouwen in bloemetjesjurk de dagen in keurslijf sleten – wisten zij veel
jij beter – de wind te draaien, mijn alles op zijn kop vrijheid blijheid, zorgen voor zich en zelfontplooing als nieuwe steken in los geweven garen, onbehagen dat gaten knaagde aan hardhouten deuren tot
gevoel uit armoe geboren, van minderen is meer dan inleveren, een soort vlinderen in tegenlicht waarin je je in elkaar terug kunt vinden – twee
stappen vooruit is simpel, één terug is kunst mijn schat
Cartouche 06-08-2022
Cartouche vat even de wereld van nu én tegelijk de mensheid én ook nog de lage nederlanden samen – ‘vlinderen in tegenlicht…’ zie daar hoe dat moet in poëzie !!! – ja laat de poëzie maar gerust – overigens welkom terug hier op de site – over aan Cartouche – ook hoe je in de wereldse bombarie van het leven van weleer en de bombarie gelegen in de bombarie van het heden – de eenvoud van dat ene lieve regeltje moet leggen – in de slotregels – twee stappen vooruit in het leven mogen we begrijpen is nog wel makkelijk maar die ene terug dat is pas de kunst (als in echternach?) ter contemplatie en om te zoenen denk ik er maar bij. ‘vlinderen in tegenlicht…’ blijft het beeld dat in de bombarie van Cartouches taal bijblijft. en die slotregels natuurlijk die van de liefde. voor je geliefde keer je jezelf wel om.
Merik van der Torren – Weet je nog dat ik dat lied zong
Frans Terken – alsof het de weg terug is naar waar je begon
Joz Knoop – De weg terug is een tocht van het hart
Ton Huizer – Viel er iemand uit mijn handen…
Vera van der Horst – Ik keek om en lief ik zag je
Rik van Boeckel – naar een heldhaftige toekomst
Erika de Stercke – hoe je verdwijnt
Cartouche – stappen vooruit is simpel, één terug is kunst
Ien Verrips – het lichaam kent geen achteruit
Jako Fennek – ik zoek geen oude liefdes meer
Anke Labrie – ook die laatste tocht
‘de weg terug’ wellicht in de kleuren geel en blauw iets in de oekraïne – wellicht ook niet – een prachtig romantisch schilderij van de hand van Jacob de Bruin – deze week gearriveerd op de redactie van pomgedichten punt nl – draai ik bij dit schilderij – de weg terug in de tijd – die prachtige stem van melanie safka – in september ga ik haar zien in 020 – zij zingt een tekst van dylan maar zo onnavolgbaar mooi om verliefd op te worden: ‘‘om te dansen onder de diamanten hemel met een hand vrij om te zwaaien…” – klaar is ze was ze om te gaan waar ze zich kan verwonderen – wie wint deze week de enige echte virtuele – naar dat prachtschilderij van jacob de bruin – ‘de weg terug’- trofee op pomgedichten punt nl? gaat u ook terug in de tijd – keert u weerom waar u uw geliefde moest achterlaten – schrijf het gedicht voor mij – voor ons – voor uw geliefde – voor u zelf. u kent de regels –gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
deze week alleen hele mooie gedichten én:
laten we terug gaan naar waar alles ons was alles rook naar wie wij waren
mijn hand zo eindeloos verdwaalde
wij niet wisten niets meer wisten de oneindigheid proefden de oneindigheid aan ons
pw
De weg terug
We beklommen bergen en goudachtig schitterden gebroken muren van kastelen, toen hofdames nog kanten zakdoekjes wapperden voor stijf verlegen ridders.
Weet je nog dat ik dat lied zong van gazelleogen enzo voor je open raam bij volle maan?
En dan de weg terug, de slotgracht vol krokodillen over, het woud met struikrovers door, de asfaltweg terug langs blauwe spooksteden en gaten in de weg terug
Merik van der Torren
vroegen we om mooie gedichten kregen we ook mooie gedichten. merik gaat door alle grenzen van de tijd heen – weet je nog van toen? en ja hoor daar zitten de ridders op hun witte paarden – zwaaien hofdames met doekjes – zo spring je terug de tijd in – maar dan na alle fantasie en heerlijk voelen is de weg terug heel moeilijk – ineens is daar het zware asfalt – zijn daar de gaten in de wegen – en de spooksteden – de wereld waarin wij romantici nu moeten vertoeven. ‘de staat van een heerlijk zijn ligt op straat meneer…’ hoor ik mijn buurman hier in de jordaan op drie hoog achter joelen. lees de gedichten van merik van der torren fluister ik voor mij uit op mijn platje.
Zoektocht
In het wilde weg naar waar je nu bent vraagt voortgaan om omkijken stappen die je achter je laat amper volgens plan gemaakt
zoals in de vrije natuur tussen bomen en struiken door waar de voeten behoedzaam steun zoeken als het lastig lopen is
hoe de grond als boven valkuilen vermomd gaten vermoed onder keien en kerkepad op elke oneffenheid en gevaar bedacht tot in de verzengende gang van de tocht
dat heimwee naar het hoofd stijgt alsof het de weg terug is naar waar je begon terloops de weg naar een thuis gezocht in de schaduw is het goed te doen
frans duikt de natuur in zoals het een goed romanticus betaamt. maar daar is het ook al niet meer eenvoudig toeven. valkuilen en oneffenheden beschrijft de dichter op zijn pad. het is tegenwoordig niet meer eenvoudig om een romanticus te zijn – de dichter wordt opgeslokt door het leven van alledag en de actualiteit. de lucht voor de dichter om te ademen is van stikstof gemaakt. alleen in het schemer van de schaduw voelt een dichter zich nog thuis.
Geen weg terug
Keek ik om, omdat ik terug wou ik was het vruchteloze zwerven zat had geen weet meer van mezelf de godin die je kneedde wanneer je naast me lag.
Ik keek om en lief ik zag je weer veranderen in iets allerdaags de geur die alleen blijft kleven aan gelukkige mensen voor altijd weggevaagd.
Vera van der Horst
eigenlijk lazen we dit door vera beschreven thema ook al hieronder bij seraphina hassels in haar prachtige titelgedicht ‘Nachthonger’. de weg terug naar de geliefde van weleer is het openen van lijkkist na een week of vier. je gaat er niet mooier uitzien – na vier weken niet – na jaren al helemaal niet. seraphina schrijft over een ‘gestrande walvis’ haha – vera van der horst schrijft over een geurloos kleurloos tiepje.
Goedemorgen Pom In de stilte van het hoge Noorden is terugkijken te doen maar liever wandel ik naar wat komen gaat.
Laat de weg terug
Laat de weg terug voorbijgaan naar een heldhaftige toekomst dansend in Jacob’s kleuren
zij danst met de tijd mee in het bedenkelijk geheugen dat langzaam aan en uit gaat
herinnering in beweging vervaagt ons liefdesorakel de dagen van toen verdrinken
wandelplezier langs de Ivalo rivier laat de tijd voortgaan en zweven boven de daken van het oerbos.
Rik van Boeckel Ivalo. Lapland 6 augustus 2022
Rik geeft nieuwe woorden aan wat zo mooi ook bezongen wordt door melanie: ‘‘om te dansen onder de diamanten hemel met een hand vrij om te zwaaien…” – klaar om te gaan waar je je kunt verwonderen –
zijn ochtendwens is duidelijk: Goedemorgen Pom – In de stilte van het hoge Noorden is terugkijken te doen maar liever wandel ik naar wat komen gaat. ‘laat de tijd voortgaan en zweven..’ zijn bezwerende woorden – mooie woorden ook bij de kleuren van jacob. rik schetst altijd nieuwe dimensies bij romantische treurwilgen – vergezichten zoals René Brandhoff ze ons vaak toewenst – Riks vergezichten altijd multi dimensionaal in sterren, verleden minder heden en veel toekomst én in onstuimige klanken – in veelal het heelal – in die zin is rik ook een ware romanticus.
mijn kern de lichtheid van mijn zijn ik was haar kwijt verloren in ambities verdwaald in wat de wereld van mij vroeg en jij vooral jij denk ik bezwaard laat ik je gaan met al dat andere
aarzelend de stappen op mijn weg terug zoekend naar wie ik ooit was of denk te willen zijn
gaandeweg beseffend -het stemt mij vrolijk- het lichaam kent geen achteruit elke stap is er een naar voren
aug. 2022 Ien Verrips
bijna was ik bang om te moeten lezen in de inleiding van hoofdstuk 1 filosofie voor webmasters – maar gelukkig hervindt Ien de poëzie snel in de tweede strofe en derde strofe – strofe 1 met een begin van een filosofische verzuchting en de verwerking van een verleden – alleen de verdichting heeft iets van poëzie – sla ik liever over. in strofe 2 en 3 zit weer lucht en vleugjes vrolijkheid – niet dat er geen ellende mag in poëzie – maar voor de in elkaar gedrukte zeer persoonlijke teksten zonder ook maar enige lucht of ruimte voor de lezer kunnen we wel bij jolies heij terecht. een is echt genoeg. teveel zelfs. haha – ga maar mooi aarzelen Ientje. van aarzelen is nog nooit niemand dood gegaan.
op weg
hoe je verdwijnt in een krater van niets zeggen jouw afdruk nog op de lakens
de dag barst van activiteiten ik scheur het lijstje een douche koelt me af
hoe ik je wegdenk tussen barsten in de muur een schilderij schuift ervoor
bij het wandelen onder een treiterende lavahitte gaat de plaagstaart van mijn vrijheid mee
Erika De Stercke
een prachtige gedachte – je wil iemand ‘wegdenken’- schuif er gewoon een schilderij voor. klaar. de omvang van het doek van Jacob blijkt genoeg – de afmetingen 20×20. haha – was het leven maar zo makkelijk. en wat heb ik al veel schildrijen in mijn huis hangen – ik ga toch nog eens achter die doeken kijken wie ik allemaal weggeschoven heb. erika schetst gelukkig bij het gemak van het schuiven toch ook de zwaarte die het resultaat van wegschuiven met zich meebrengt, in erikaas taal en woorden en in die altijd weer bijna smartelijke klanken die wij allemaal bij haar voordrachten inmiddels kennen.
Hoi Pom, stuur je een intens zomerse groet uit het zwitserse. of je daarmee het hollandse slotenniveau kan opkrikken is een ander verhaal. maar troost je, het wordt weer winter. een fijne dag. jako
laatste liefde
ik zoek geen oude liefdes meer geen flarden van het leven om aaneen te knopen de trektocht is voltooid de zon verdwijnt schijnt weer opnieuw streelt ons na duistere tijden
ik zoek geen jou om jasjes dicht te knopen de vrijheid is intens, volmaakt ik draai me om, geniet van het landschap achter me de onbeperkte ruimte die zich uitstrekt blaas je laatste liefde toe
jako fennek
toch iets van liefde mogen we nog net lezen bij Jako – mooi – verder gaat hij voorbij aan de oude liefdes – de intense vrijheid laat hij zegevieren, de dichter geniet het landschap ook het door de dichter reeds betreden landschap – de wereld is te mooi om niet te genieten – na regen komt zonneschijn – jako weet ons op te fleuren – er wordt heel wat geknoopt in dit gedicht – wij knopen het in onze oren.
bergen beklommen in zijn jonge jaren meermaals de zee bedwongen en uiteindelijk haar hart veroverd
altijd weer samen gingen zij op weg ook die laatste tocht door de eindeloze witte gangen met hier en daar een schilderij
haar zwakke lach net nog zichtbaar in haar ogen haar bemoedigende woorden waarin alles goed zou komen
zij heeft hem rugdekking genoeg gegeven om nu zijn eigen terugweg te aanvaarden
anke labrie 07-08-2022
mooi beeld van haar – die zwakke lach nog net zichtbaar in haar ogen – met enige weemoed opgetekend sfeerbeeld – hoe de een de ander ondersteunt – en ook wil ondersteunen. het is meegeven voor de onherroepelijke weg terug die wij allen te gaan hebben.