Hij komt nu al een jaar of zeven wekelijks langs. Soms met tussenpozen, dan weer twee maals per week. De man met zijn Jaquar, eerst het oudere type die ik persoonlijk mooier vond, maar nu de moderne volautomatisch waar je in wegzakt als je er in gaat liggen, want zitten wil ik het niet noemen. De eerste keer dacht ik aan de telefoon “wat een bal” en twijfelde of ik in moest gaan op zijn vraag, maar uiteindelijk ben ik blij dat ik hem heb leren kennen. De “oudere man” van de poolexpeditie, verhalen die ik in twijfel bracht, maar die steeds concreter werden. De foto’s van tocht met zoon. Bevroren haren die onder een capuchon vandaan piekten, helder blauw ijs vanonder de sneeuw en Noorderlicht.
Daarna bij terugkomst weer schitterende verhalen, geen bla bla en kijk eens wat ik allemaal kan en doe, maar meer die van een kleine enthousiaste jongen die volop geniet, maar ook goed kon luisteren. Toen werd zijn zoon ziek en even later ikzelf en het was fijn om met iemand te kunnen praten die geen familie was, maar ondanks zijn eigen leed een open oor had en wist dat dat omgekeerd hetzelfde was. Zijn verhalen sleepten me iedere week door een kut periode heen en ik was er toen zijn zoon het helaas niet meer kon winnen van dezelfde ziekte. Het werd even een maand stil. geen bezoek, maar berichtjes, want je hoort als ouder je kind niet te overleven, maar daarna was hij er weer als een prettige terugkerende factor,een ondertussen goede vriend die het leven weer oppakte. Natuurlijk wordt hij ouder, hij was altijd al ouder dan mijzelf, maar met eenzelfde achtergrond. Ouders van dezelfde leeftijd in een klein huisje met weinig geld, die van je hielden en stimuleerden vooral te doen waar je hart lag. Het maakte mij tot wie ik ben en daar ben ik trots op. Het maakte hem tot wie hij is, een man met enorm veel interesses die hem zonder middelbare opleiding brachten op plekken wereldwijd waar hij mooie dingen deed en nog steeds doet, maar ook het besef geld maakt niet gelukkig. Het is hooguit makkelijk, maar je koopt er bv niet gezondheid voor.
Momenteel zet hij zich erg in voor de wens ambulanche, vliegt rond nu het weer mag met zieke jongeren en zet samen met zijn kleinzoon een nieuw project op met het enthousiasme van een jonge hond. laatst hoorde ik een jonge knul tegen hem zeggen toen hij vroeg of het niet vervelend was om naar zo’n oude knar te luisteren. “Oud? U bent een jongen net als ik, die alleen wat eerder geboren is.”
Het was een vrijdagmiddag vijftien jaar geleden. Ik kwam binnen in café The Rythm op de Oude Binnenweg. Mevrouw Solo was er al. Ik kreeg meteen een Hertogje in mijn handen geduwd en er ging een schaal met cake rond. Ik barste van de honger en nam twee plakken. Iemand merkte op, dat het spacecake was. Ik dacht dat ik de effecten daarvan met wat bier wel kon compenseren. Anderhalf uur later liepen we door de Albert Heijn op de Lijnbaan en moest ik alle moeite doen bij bewustzijn te blijven. Bewegen ging bijna niet meer. We redden het nog tot thuis en aldaar ging ik out op de bank. Het laatste dat nog door mijn hoofd ging was: ‘Morgen kippen slachten in Brabant.’
De volgende ochtend werd ik gewekt daar mevrouw Solo. Ik probeerde op te staan, maar moest vaststellen, dat ik nog stoned was. De avond ervoor was mevrouw Solo thuis nog flink doorgezakt met PanzerDré, die we blijkbaar ergens onderweg naar huis nog van het station hadden gehaald. Kortom, ik kon niet recht uit ogen kijken en de andere twee hadden een monumentale kater. Mevrouw Solo had nog de moed om ons in onze oude Golf 2 naar Brabant te rijden. We kwamen aan bij mijn schoonouders. Er hingen prachtige mistflarden in de tuin die werd betoverd door de vroege voorjaarszon. Achter in de tuin stond een kleine stellage en stonden twee plastic kratten. Mijn schoonvader kwam naar buiten in zijn overal met in zijn rechterhand een bijltje.
We hadden in meer of mindere mate allemaal wel eens geholpen bij het slachten van dieren, maar dit was gepland als een ware workshop inclusief villen, plukken, schoonmaken en opsnijden. In de staat waar we in verkeerden, was dat een heikele onderneming. Mevrouw Solo kon zich afzijdig houden, maar Dré en ik zouden allebei twee kippen het proces van leven tot pan moeten laten doorlopen. Nadat mijn schoonvader een voorbeeldrondje had gedaan waren wij aan de beurt. Eén van ons hield de kip vast en de andere diende het kopje ervan af te kappen. Zoals wij eraan toe waren, wisten we, dat degene die de kip vasthield wezenlijk gevaar liep. Dré hakte als eerste en raakte de kip half door het hoofd in plaats van midden op de nek. Hij herstelde zich en maakte het werk af. Daarna was ik aan de beurt en tussen het dubbel zien door wachtte ik een scherp moment af en sloeg toe. Alsof het routine was. Verder verliep alles volgens plan en ’s avonds aten we kip.
Deze zomer pasten mijn gezin en ik op de boerderij van vrienden in Zeeland. We waren belast met de taak van het uitbroeden van wat eieren in de broedmachine. Dat leverde na twee weken vijf kippetjes op. Drie haantjes en twee hennetjes. Afgelopen weekend pasten Dré en ik op de boerderij. We hadden te horen gekregen, dat ze wel een haantje voor ons konden afhangen. ‘De haantjes moeten er toch binnenkort aan.’ Ik gaf aan, dat we dat zelf ook wel konden, dus dat ze zich de moeite konden troosten. Die avond in bed dacht ik aan de haantjes en ging met een onbestemd gevoel slapen.
Sinds die ochtend vijftien jaar geleden hadden we geen kippen meer geslacht. Toen de boerderij op vrijdagmiddag aan ons werd toevertrouwd was het weer zover. Als een echte American Psycho bedekte ik de werktafel met plastic. Ook op de plek waar de kippen afgehangen zouden worden bedekte ik de vloer met plastic en strooide er een flinke laag zaagsel overheen. De emmer stond klaar, de snijplanken en de messen. Ook het bijltje werd nog even bijgeslepen. Vervolgens liepen we naar het kippenhok en zagen dat er nog net een haan naar buiten liep. Ik sloot het uitloopdeurtje en we wisten dat de andere twee hanen in het hok zaten. Na wat geklungel hadden we de hanen te pakken en liepen beide met een haan ondersteboven vastgehouden aan zijn poten naar de schuur.
Ons was aangeraden ze eerst bewusteloos te knuppelen, daar dit humaner zou zijn. Ik gunde mijn haan nog een blik in de zon en gaf hem een klap in zijn nek. Ik kreeg door zijn gespartel echter niet het idee, dat dit erg goed werkte. Dré deed hetzelfde met vergelijkbaar resultaat. Binnen in de schuur zette ik ‘The Rooster’ van Alice in Chains op. Dré probeerde de kop van zijn haan af te kappen, maar murmelde, dat hij de nek niet goed kon vinden door al die veren. Hij had vier houwen nodig om de kop er af te krijgen. De vierkante meter waar we ons op bevonden leek wel een bloedbad. Ik legde mijn kip op het blok, voelde de nek en kapte met één welgemikte slag de kop eraf.
Terwijl de muziek speelde hingen we de kippen ondersteboven boven het zaagsel. Zwijgend begonnen we de nog warme haantjes te villen. Na het villen spoelden we de kippen en legden ze op de werktafel om schoon te maken en te portioneren. We lieten de schoongemaakte delen in een pan met zout water op de werkbank staan toen we klaar waren. Het zou die nacht toch koud genoeg blijven om ze daar te laten staan. We hadden geen idee van tijd meer. Alles was voorbijgegaan als een bijna automatische droom.
Weer buiten liep ik naar het kippenhok om het deurtje voor de hennetjes weer open te doen. Er snelde een kip naar buiten en het overgebleven haantje, besteeg haar meteen als een echte romanticus. Hij was vandaag goed weggekomen. Het is je soms moeilijk voor te stellen hoe futiel het leven is, tot je het zo onder je handen weg ziet lopen. Met een onvoorstelbaar gemak.
Dit t-shirt met tekst van Simon Vinkenoog werd verspreid onder Simons vele vrienden bij zijn uitvaart in 2009. Deze tekst nog zeer actueel, groet, Merik
als jij nog slaapt de wereld nog onrust mij het bed uitjaagt de wanen van de nacht niet afgeschud nog niet echoos van bizarre dromen die mij vergezellen totdat zij zijn vervangen door de krantenangst van alledag van iedere dag iedere dag
nu ligt er een zenuwachtige vrouw die oorlogen heeft gezien in een bed naast een man die ik mijn liefste mag noemen
Dear Pom, Een gedicht als een verhaal,door de wind gemaakt, met mijn vingers geschreven, en hier bij jou veilig in de grootste manier van het gesproken woord en wat voor eeuwig is wordt uiteindelijk fossiel geworden Liefde. Liefde in vriendschap. xxxxx Karin
Epos
Er is zaad gelekt uit een kapot condoom, na een feestje dat negen maanden duurde begon ik aan mijn ochtendreis.
De eerste jaren brabbelde ik babytaal toen ik kleuter was landde er voor het eerst mensen op de maan. Mijn engelbewaarder was een Schotse collie en van mijn zusje leerde ik schaterlachen. We bouwden hutten uit tarwe, mijn eerste fietsje noemde ik Henkie naar mijn vader.
Op het schoolplein is mijn ziel volwassen geworden, ik was een driftige kabouter maar kikkers opblazen deed ik niet.
Ik was wat melancholiek en introvert. De schoolmelk kleefde altijd aan mijn lippen
Het flessenmeisje was een titel die bij mij paste, ik bestond uit rafels en gaten.
En nu ligt er een zenuwachtige vrouw die oorlogen heeft gezien in een bed naast een man die ik mijn liefste mag noemen.
Er is zaad gelekt uit een kapot condoom. Aan elk welwillend werelddeel vertel ik mijn verhaal.
dank aan alle dichters voor het insturen – bij de mooie vertolking van vader /papa door de volkszanger eddy walsh. een waardig vader eerbetoon is neergelegd in de woorden van de dichters. het goud zat in de staart. erika de stercke en jako fennek stuurden universeel geldende woorden in – aan ons lezers. in die volgorde goud en zilver. van harte!
wintertijd
dat je maanden meemaakte waar de koude als ijspegels aan bomen hing
en op huizen sterren tekende alsof de zon in haar schaduw voorgoed was verdwenen
een tandeloze glimlach kijkt hoe de winter in het lichaam zit en in rimpels open bloeit
jouw tijd rijdt zonder reden een eervolle wedstrijd papa, zolang het kan, blijf
Erika De Stercke
soms zou je wensen dat kinderen maar liever niet over hun geliefde ouders schrijven – hier is het tegenovergestelde te lezen – een werkelijk prachtig poëtisch eerbetoon aan vader uitmondend in die zo directe wens aan het einde van het gedicht – de wens die alle poëzie in zich opzuigt. een monument van een gedicht.
vader
je zwijgen en je cigaren verbraken nooit de stilte je sprak waar woorden nodig waren
tot na je ongeluk de stilte onverzoenbaar stand hield en niets meer te verbreken viel
je verbogen bril, je ingedeukte cigarenkoker leven verder in een laadje je boeken in mijn hoofd
jako fennek drie mooie strofen om de oude gemankeerde man te beschrijven – met zijn Cigaren – ik zou sigaren schrijven – ik zou ook laatje schrijven mar laadje kan mogelijk ook – de poëzie zit in die onverzoenbare stilte, de ingedeukte koker en zijn boeken in het hoofd van Jako. hier 9 regels om een gevoel te cre-eren dat universele gelding heeft. mooi.
RIK VAN BOECKEL: papapapa waar ben je
FRANS TERKEN: Alsof vader niet anders gewild heeft
IEN VERRIPS: samen op het dak van ons huis
ANKE LABRIE: mijn vader was nooit bang
CARTOUCHE: het was een brommer de Berini waarop hij over het grindpad kwam
ERIKA DE STERCKE: papa, zolang het kan, blijf
JAKO FENNEK: je verbogen bril, je ingedeukte cigarenkoker
voor moeder schreven we eerder – nou maar eens voor vader – of over de sneeuw dat mag ook – waarin de volkszanger zijn liedje zingt: wie wint de enige echte virtuele – vandaag in de prachtige vertolking van de volkszanger Eddy Walsh – ‘en misschien ben ik geworden wat jij helemaal niet wou’- trofee op pomgedichten punt nl – u kent de regels van de zondagochtendwedstrijd: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
foto: theo huijgens
herinnering
ik weet je tuin nog met een heg tegen de buren het plastic tafeltje voor als het weer op frankrijk lijkt
weet van de dagen die achteloos voorbij gingen oplosten in diezelfde achteloosheid waarin ook wij bestonden
in de mooiste woorden die te vinden zijn hij had ze graag gelezen hij wist dat ik ze schrijven zou
pom wolff
Goedemorgen Pom Hier mijn bijdrage aan de enige virtuele. Mijn vader zou 21 maart 103 zijn geworden! Dit is mijn ode aan hem. Vanmiddag om 16.00 treed ik trouwens op met The Blank Ark in de Pletterij in Haarlem. Lange Herenvest 112. Mijn muzikale poëzie op reggae muziek zoals In het groene licht. Met dichterlijke groet, Rik
Honderd en drie
Nu ik je nooit meer zie word je honderd en drie zing zing in herinnering lang was jouw leven levendig tot negen en zeventig
jij mijn lang geleden levensader weet goed wat je niet beviel de levenslijn sloop verder in jaren het levenslied zingt in snaren papapapa waar ben je papapapa je bent hier
samen zagen we Johans lob in tijden van verlaten dromen op een fiets met houten banden reed je in oorlogstijd naar de bevrijding zeven jaar later zag ik het levenslicht kijkend in de spiegel zie ik jouw gezicht.
Rik van Boeckel 2 april 2022 Eerste versie Begraafplaats Duinhof. Lisse 21 maart 2022
de glorieuze winnaar van de vorige week – muziek en poetry – gisteren nog in Haarlem te genieten en op deze zondagochtend weer paraat op de site der sites met zijn direct poëzie:
Nu ik je nooit meer zie word je honderd en drie rik spot met alle poëzieregels – zo moet een singersongwriter ook door het leven – de teksten zo brengen dat ze direct het hart ingaan van de toehoorder. en ja dan is papa inderdaad aanwezig:
papapapa waar ben je papapapa je bent hier
nemen we de minder poëtische woorden – levensader – levenslied – levenslicht en levenslijn voor lief.
Goedemorgen nog Pom,
Mooi thema, mooi gezongen ook in deze versie. Ja, niet geworden wat een vader wou, hier een poging; dat het ondersneeuwt. Groet, goed weekend! Frans
Witwassen
Alsof vader niet anders gewild heeft dat jij in betere kringen verkeert waarin je je omhoog hebt gewerkt
een laagje sneeuw prikkelt de natte neus voor verandering om van de koude grond niet te spreken
zoals je met gemak gladde wegen bewandelt als het om witwassen gaat stap voor stap op een glijdende schaal
je roeit en roert je slagen in de rondte staat vierkant achter omtrekkende beweging van wat het geweten vergeten wil
om zand in de ogen te strooien van de goedbedoelende vader gaat een zoon geen koehandel te ver
een bijzondere zoon dat mag gezegd – vader had het anders gewild – zoon slaat zijn eigen weg door het leven – de dichter beschrijft een hellend vlak – ellie lust zou spreken over schuin oversteken. de zoon steeds schuiner op de door de dichter beschreven gladde weg.
ik droom mijn vader op het dak van ons huis
ik droom me naast hem op het dak van ons huis dat brandt
ha pap ik sta in vuur en vlam dat ik mijn dode vader droom samen op het dak van ons huis dat brandt
hé pap of hij me duwen wil de vuurzee in ik droom me wakker met een gil
januari 2019 Ien Verrips
een toch wel angstige droom op een wat kille zondagochtend in april. dichter bereikt mij niet – ik ben ook geen dromen uitlegger. die vader en waarom al dat vuur – warom nou net deze droom. nee dit verhaal stijgt boven de poëzie uit en drijft in onheilspellende wolken weg van deze lezer.
Ha Pom, De vader centraal, blijft min of meer een held voor mij. Verrassend trouwens om deze tekst nu eens door een voor mij onbekende zanger te horen zingen.
Mooi weekend, Met hartelijke groet,
Anke
barstjes
gewend aan de mattenklopper door mijn oma gehanteerd en met zeven grote broers kon hij wel tegen een stootje
in het schuurtje bij ons thuis hingen vroeger in een hoekje de versleten bokshandschoenen met wel duizend kleine barstjes
mijn vader was nooit bang of ik heb het niet gemerkt
van hem mocht ik wel vechten alleen als het rechtvaardig was van mijn moeder niet ‘vijf jaar was genoeg geweest’
hij probeerde mij te leren om ook niet bang te zijn maar mijn heldenmoed vertoont al heel wat barstjes
anke labrie (02-04-2022)
hoe heel persoonlijke notities toch voor meer kunnen staan. deze oma was ook mijn oma. oma limburg hanteerde ook de mattenklopper maar dan richting mij. als ik met mijn neef weer eens als kind iets niet goed had gedaan in haar ogen. maar ze was te langzaam als ze met de mattenklopper op ons joeg waren wij sneller – als ze de strijd had opgegeven – hielden we weer zielsveel van haar en zij van ons. en we wisten wat we niet meer moesten doen. zo werd er blijkbaar vroeger opgevoed. mooi eerbetoon voor vader en dan ook nog die ene indringende regel van moeder: ‘vijf jaar was genoeg geweest’. mooi!
Hij In de avond ging ik naar de Grote Gats om te zien hoe hij erbij lag, de marmerzwarte glans, twee kanten die als samen in een dwarsverband, een paar minuten dat ik er stond een sigaret gerookt, het hoofd omhoog mij daar een beeld voor ogen brachten, het was een brommer de Berini waarop hij over het grindpad kwam alleen, één hand aan het stuur en voet op het pedaal de regenjas die flapperde en wat uit zijn uitlaat walmde zag ik dat wolken waren, ballonnen in een stripverhaal o mijn god dacht ik, dat vader hier komt aangereden de man van tweetakt, van kort gebed en kruisteken voor het eten, de vaste hand die het vlees sneed voor jou, zo las ik, heb ik slechts een steen gelegd op aarde, mijn jongen lief om op te stappen, weet je niet? 02-04-’22 / Cartouche
De straat Grote Gats ligt in de plaats Schinveld, de gemeente Beekdaelen en de provincie Limburg. De Grote Gats omvat één postcode: 6451CN. Er staan 17 adressen geregistreerd in de straat, evenals een zelfde aantal huizen. Het gemiddelde bouwjaar van de huizen in de straat Grote Gats is 1973. Het jongste huis in de straat is gebouwd in 1989. In de straat Grote Gats komt de oudste woning uit het jaar 1959. Met een gemiddelde oppervlakte van 168 vierkante meter zijn de woningen er groot. De grootste woning in de straat is 251 vierkante meter. dat we het weten! een waardig eerbetoon voor: de beriniman van tweetakt, van kort gebed en kruisteken voor het eten, weten we waar Cartouche vandaan komt. mijn opa limburg had een kreidler. maar ja dat was dan ook nieuwenhagen – in Schinveld was het leven anders.
Terwijl binnen de geur van versgebakken brood zich door het huis verspreid, loop ik even het rondje met het hondje. Oude sok die er met zijn onderbeet uit ziet als een woeste Willem, dat in zijn koppie ook nog is, maar soms wel 5 of zes pogingen nodig heeft om op de bank te springen. Het gezang van een merel in de hulstboom en de sneeuw lijken hem jong te maken en eerlijk gezegd werkt dat met zijn bazinnetje hetzelfde, waarschijnlijk alleen maar omdat er een mooi knarsend laagje over het gras en de struiken ligt, maar de stoep en wegen verder schoon zijn. of er is goed gestrooid gisteren en vannacht, of het plaveisel is toch te warm om het witte spul vast te houden.
Hoe dan ook, deze momenteel in haar hoofd jonge blom voelt zich er goed bij, want wandelen was eerder deze week geen optie, zelfs niet met stokken. De dag begint dus mooi, het weekend komt er aan en het is zowaar vrijdag een dag met een naam die naast de mythologische door een ieder zijn eigen invulling mag krijgen. Ik zou zeggen maak er een echte vrij(e) dag van en geniet. Er is nog steeds zoveel moois ook al lijkt het te verzanden in de dagelijkse ellende.
Yvonne Koenderman
Vrijdag
Zachte streling tovert buiten gewaagde stralen over een ijskoud bed. Kippenvel wat laat groeien en hunker momenten die doen verlangen naar smeltende vlokken op de huid, vol van liefde en hete stormen vol ruw genot. Pure geilheid die naaktheid op scherp laat staan in al zijn schoonheid. Het verschil tussen neuken of de liefde bedrijven, of de liefde bedrijven om intens te kunnen neuken. De zachte kringetjes van je tong of toch iets anders?
Kopje koffie op de bank misschien, gevolgd door…. Ja wat? Zeg het maar, het is vrijdag. De invulling is aan jou…
Het groentje dat ik blijf in zo veel aardse zaken, vragen die me breken, vragen die je maken. Zonder bloemen staan de meeste stelen ook maar wat te staan en kijkt niemand naar ze om of staan zich te vervelen. Al geeft de kleur in operatiekamers de meeste rust, groen is de kleur van nog nooit gekust of geel en groen van uitgeblust. Al begin ik al te piepen en te kraken, iedere zaterdag probeer ik de bal nog te raken, dan vreet ik het gras op met mijn maten, soms vind ik nog een madeliefje, maar dat heeft niemand in de gaten.
Onderwijl de lente De lente voltrekt zich in het park In de stam van bomen en het landschap De hoofden van mens en dier Ze worden ongedurig jachtig In het voorjaar moet men paren
Men flikflooit en flirt, tortelt en sjanst Bleven wij maar eeuwig jong Peinzen de zeven grijsaards Terwijl zij het dansen gadeslaan Mochten wij nog maar…
Ongeschonden uit de winter komen Heel van lijf en leden en gemoed Maar lang geleden al voltrokken seizoenen Zich zonder hen, terwijl zij van deelnemer Outsider werden, toeschouwer
Hij kent de wereld liefst uit boeken Van dromerige parkparcoursen Vogelvluchtige reflectie Hersenspinsels, winterweifel Onderwijl vindt buiten lente plaats
‘Waag gerust een gokje, maar zet jezelf niet op het spel.’ Een mooie slogan van de branchevereniging voor kansspelbedrijven. Zij uiten deze slogan op hun site Speelbewust.nl. Als je daar gaat kijken wandel je een vrolijk, schoon domein binnen, waar alles perfect geregeld is. Van juridische aspecten tot hulpverlening. Het contactformulier brengt je ook direct in digitaal contact met een hulpverlener. Fantastisch toch. Maar waar gaat dit nou eigenlijk over? Het gaat over gokken. Gokken is geld inzetten in een spel, waar je van tevoren van weet, dat de kansen tegen je zijn. Je brengt onder de streep enkel geld weg. Voor niets. In de ijdele hoop, dat men het goed met je voorheeft en je ervoor zal compenseren.
Deze week fietste ik door de stad en keek ik op een reclamebord aan tegen de kop van voormalig koning Toto. Hij stelde me grijzend voor op ‘Betcity’ een transfer te doen. Waarschijnlijk van mijn geld, naar zijn rekening. Het valt me op, dat er sinds de pandemie een overdaad aan reclame voor online gokken voorbijkomt. En dat stoort me. In mijn jeugd had ik een vriend die gokverslaafd was. Die jatte alles bij elkaar en dat belandde linea recta in de Random Runner gokkast. Hij heeft er niets aan overgehouden behalve een strafblad en schulden aan het einde van de rit. En natuurlijk was de hulpverlening toen nog niet zo goed geregeld. Maar men zou toch beter moeten weten. Er zijn geloofsovertuigingen waar gokken niet toegestaan is. Dat heeft een reden. Iets met moreel verderf.
Mijn vader echter, heeft ooit in een gewaagde bui zijn spaargeld weggezet bij Dexia. Aandelenlease. Dat leek een perfecte kans. Tot ineens al het geld verdampt was en er een restschuld overbleef bij de deelnemers. Eigenlijk had hij gewoon een zak geld leeg gekiept in een fruitautomaat in driedelig maatpak en werd daarna aan de uitgang nog geconfronteerd met een potige portier die zijn hand ophield. Zo werkt dat spel met aandelenconstructies. Sindsdien wordt er braaf vermeld, dat sommige ‘financiële producten’ risico’s met zich mee brengen en u uw inzet kunt kwijtspelen. Financiële producten zijn gewoon ordinaire gokpelletjes. Net als de hele aandelen- en kapitaalmarkten.
Ik snap dat mensen soms op zoek zijn naar een spanning en vermaak. Of dat ze op zoek zijn naar een buitenkans. Maar onder de streep geldt, dat als je je uitlevert aan eender welk gokbedrijf, je als kleine mens altijd de melkkoe bent.
Dat kleine oranje visje, dat ben je altijd zelf. De grote vis wint altijd.