we schreven het al: ze zijn allemaal geleefd – ze zijn allemaal doorleefd – de jaren – en zo makkelijk is leven nou ook weer niet. de dichters deze week uitgenodigd om een eerbetoon uit te brengen aan de jaren. Alle dichters geplaatst in de zondagochtendwedstrijd voor tien uur – maar Anke Labrie niet – zij stuurde in even over tienen.
maar meneer wolluf de wedstrijd eindigt toch naar uwes eigen zeggen om halluf elluf – krijst Bettie hier op 8 hoog in de VU. nou heb mevrouw Labrie het hele weekend aan het gedicht gezeten en dan laat u haar gewoon in de kou staan. ja uhh Bettie – niks meneer wollufsen ja uhh – het is een schandaal – tegenover mevrouw Labrie, tegenover de poëzie in het bijzonder en alle lezers in het algemeen – en vooral tegenover de VU patienten want die lezen elke zondag pomgedichten punt nl – wat zeg ik lezen – ze spellen pomgedichten punt nl –
als meneer Rutte excuses ken maken dan ken u ook excuses maken hoor. ok Bettie excuses aan Anke Labrie en zie hier haar prachtgedicht over ‘de jaren’ het thema van de zondagochtendwedstrijd.
nog zoveel nachtjes slapen voordat ik jarig was ik dacht nog niet in jaren maar in taartjes en cadeautjes
ik werd zes jaar ineens was het menens godzijdank waren vakanties toen nog eindeloos
nu spatten alle jaren uiteen in duizend deeltjes ik vang alleen de mooie op
Allereerst wensen wij de dichters Vera van der Horst (70 jaar) en Lisan Lauvenberg (60 jaar) nog vele jaren bij het bereiken van hun gedenkwaardige geboorte dagen – enige jaren geleden.
we schreven het al: ze zijn allemaal geleefd – ze zijn allemaal doorleefd – de jaren – en zo makkelijk is leven nou ook weer niet. de dichters deze week uitgenodigd om een eerbetoon uit te brengen aan de jaren. een eerbetoon lijkt mij voor iedere dichter op zijn plaats. Dichters dank jullie wel voor de gedichten – hieronder leest u waarom CARTOUCHE een gouden gedicht schreef en IEN VERRIPS een zilveren. van harte gefeliciteerd.
In die jaren
Dat we dachten we stonden aan de voet van het ongehoorde, bomen die tot ongekende hoogte en gras nooit nat altijd groen en inkt die niet droogde, uit zichzelf sprak in volzin en zang die vermocht te vervoeren de kracht van het kleine, van jong en vol
toen dromen tot norm verheven het bestaande overstemden, jij niet maalde om klassieke noten , maar eigen taal en ritme schiep de maan eenzelfde gewicht als de zon, de kalender geen dagen of jaren telde, alles in het teken van water man en vrouw, zoveel
later zitten wij met de handen in ons haar maar zo af en toe valt er nog een spoor te zien te voelen van Minerva, de uil die zich samenbalt tot herfstsonate in tonen van nog niet verloren ontvankelijkheid in een paar – woorden als mens een wens een gedicht, jij
licht in de duisternis
19-07-2021 Cartouche
–> Cartouche schrijft hier alles in het teken van – hij vat zijn eigen gedicht beter samen dan ik het zou kunnen – in het teken van ‘zoveel’. en dan later is er zo af en toe nog ‘een spoor te zien’ van dat alles. een ronduit magisch meeslepend gedicht met heel veel pracht en wendingen die er allemaal mogen zijn om met een prachtige laatste strofe te eindigen. en dan nog die op een hans andreas achtige wijze geschreven werkelijk onovertroffen slotwoorden – lezen we van de:
herfstsonate in tonen van nog niet verloren ontvankelijkheid in een paar – woorden als mens een wens een gedicht, jij
licht in de duisternis
ik zeg goud!
als je aan u gewend bent zelfs niet meer reageert op jij verwachtingen en dromen plaats hebben gemaakt voor herinneringen
als je de muziek van nu vooral herrie vindt de mildheid ook bij jou heeft toegeslagen dan weet je het wel
IV juli 2021
–> mooie relativerende woorden – nou ‘dan weet je het wel’ – hahaha welk onheil met rasse schreden nadert alsof er een stormvloed over limburgse löss raast. onee grapjes over limburg mien land zijn ongepast – en wie schoen us limburg ies – zullen we ook voorlopig even niet meezingen. Ien heeft goed nagedacht en heeft een – onontkoombaar – scenario gecomponeerd. als ik haar gezicht erbij denk – moet ik toch een beetje lachen – is dit wel een gedicht – of is dit een constatering die Ien wel even haar lezers wil voorhouden. er staat zoveel als: ook u gaat eraan dat u het weet!
Rik van Boeckel – levens worden doden zo eenzaam
Petra Maria – jij bent een kind van de jaren zestig
Ien Verrips -als de mildheid heeft toegeslagen
Max Lerou – lange adem
Cartouche – zo af en toe valt er nog een spoor te zien
wie wint de enige echte virtuele – een eerbetoon aan de jaren – trofee op pomgedichten? naar een idee van Vera van der Horst
vera van der horst plaatste op FB haar bloedeigen eerbetoon aan 70 jaar vera van der horst – dat we de voorbije jaren (de eigen of die van een ander) een keer in het zonnetje zetten – waarom ook niet. een eerbetoon aan de jaren mag best een keer – ze zijn allemaal geleefd – ze zijn allemaal doorleefd – en zo makkelijk is leven nou ook weer niet. we lezen u dit weekend graag – over de jaren!
70
Zeventig zomers heb ik gezien alle zonnen heb ik aanbeden alle manen heb ik bereden alle geuren zijn me bekend
Zeventig keer de zomerbries door ‘ t haar, de lauwe regen op mijn huid, en het kostte me geen stuiver, alleen mijn jeugd en mannen ben ik kwijt
Vera van der Horst
en ach u kent hier de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
nu de jaren
ik heb mijn pen weggelegd de mooiste regels waren al geschreven ik heb ze nog een keer aangeraakt de dagen die niet over gingen de dagen die een leven werden ik dacht ze zo vaak
pomwolff
De tijd dopen
De jaren verschijnen en verdwijnen de toekomst bezinkt in herinnering levens worden doden zo eenzaam jeugd hoopt ouder te worden dan opa
lange haren werden lange jaren muziek maakt jonger dan ooit ik heb de ritmes uit de tijd opgehaald bespeel nu de snaren van West-Afrika
het geheugen vertelt over Senegal zegt Cubaanse palmen te beminnen op Griekse eilanden te duiken waar de bongo eens Oye como va riep
terug naar Den Haag zijn de duinen universele wandelaars langs de Noordzee schrijft Supersister een boek vol betekenis speelt Shocking Blue op de oude school
in Leiden zing ik de eeuwige grachtenblues vertelt Rembrandt dat hij 415 jaren de wacht houdt laat ik die eeuwen langzaam lopen laat voorbije liefdes de tijd dopen in kerken waar niet meer gezongen wordt.
Rik van Boeckel 17 juli 2021
–> Rik verhaalt over een leven lang en gaat op in de jaren. en passant een reisje langs de wereld en beschrijft de duinen daar bij den Haag in een beeld met eeuwigheidswaarde: ‘de duinen als universele wandelaars langs de Noordzee’- prachtig. een mooie selectie uit het leven – maar ik vermoed dat Rik wel 100 van dit soort gedichten zou kunnen schrijven – gelet op zijn muzikale reisgedrag en zijn wereldontdekkingen tussen heelal, hemel en aarde en Leiden.
de voorbije jaren
jij bent een kind van de jaren zestig vergeet dat nooit, zei mijn vader
later werd ik een vrouw van de jaren negentig en dat heb ik geweten
mijn moeders bijna laatste woorden ik haal vast het millennium niet
zelf weet ik niet wat ik haal verwacht wel dat de liefde blijft
net zo lang als een van ons de ander los zal moeten laten
loslaten net als de voorbije jaren
petra maria
–> petra maria beschrijft wat ons allemaal zal overkomen na verloop van tijd – loslaten van de tijd is ook loslaten van wie je lief is en van wie jou liefheeft. in dat opzicht een gedicht met lichte weemoed – de liefde zal blijven tot ze niet meer blijft. een mooi en innig en verkleind beeld op wat het leven te bieden heeft én dat het allemaal tot niets leidt. nou ja tot een gedicht – dat dan weer wel.
lange adem
we noemden het asem de rek zat er nog in
we hadden alle tijd en lucht was gratis
ml
–> Max houdt het kort. Max is trouwens volgende week op Ruigoord te bewonderen bij Hans Plomp en Yvonne van Doorn in de Woorden daar op die mooie vrijplaats – in het kerkje. de verleden tijd in het gedicht maakt dat de woorden in het gedicht actueler zijn dan ooit.
ik was de laatste die het wist soms dacht ik dat het aan mij lag
mijn hele leven de laatste die iets wist de laatste die linksom of rechtsom steeds overschoot de laatste bij gym, afwezig bij feestjes en fuiven ik die in de nacht geen oog dichtdeed maar met een broze steen op de maag aftelde naar de ochtend
ik was de laatste die doorhad dat iemand zomaar in een oogwenk kon verdwijnen ik die zelf ooit bruusk was verwijderd altijd bang voortdurend wegkomend altijd tastend in het duister ik wist niet dat je oorverdovend terloops in rook kon opgaan
dat moest ik ’s avonds van mijn moeder leren die zomerdag dat wij lui in de zon hadden gelegen aan het water naast Wolkers’ gebroken spiegels nooit meer ongeschonden weerkaatsing van Hollandse luchten “nooit meer Auschwitz” ik was de laatste die het wist
ik was de laatste die het wist dat de zonnebloemen uren geleden al geknakt waren dat ze zicht nooit meer tot de zon richtten dat mijn taal geen klank meer had toen ik niet meer uit mijn woorden maar uit mijn woestheid kwam toen mijn mond alleen nog gewichtloos gestamel voortbracht
ik was de laatste die weet had van de vermorzelende hand van de brokstukken van het einde van het begin van de vurige hartstocht van de vriendschap ik wist van niks ik onnozele was weer eens de laatste die het wist
Na meer dan 35 jaar trouwe rammeldienst moet mijn roestros Bijaar (tweedehands ‘Waddenfiets’, voormalige huurfiets van Texel, in een fietswinkel in de Jan Hanzenstraat aangeschaft) een trapje terug doen. (Trapje terug is er voor mij nu niet meer bij, met die handremmen.) Alleen het frame (daar dus het roestgebeuren) is nog origineel. Andere onderdelen zijn meermaals vervangen. Wielen, ketting, spatborden, ja zelfs het stuur. Sinds m’n studietijd, waarin ik aan het afronden was met een scriptie over ‘De sonnetten van de kleine waanzin’ van Hans Andreus, heb ik op dat ding gereden. Lief en leed gedeeld. Maar het wordt het verzorgingshuis, of erger… Ik heb een echt nieuwe fiets aangeschaft. Officieel nog stadsfiets, maar met liefst drie versnellingen en van het merk Batavus. Met verzekering en extra slot nog onder de duizend gebleven. Tijdens mijn eerste ritje, huiswaarts vanaf de J.P. Heijestraat (daar de winkel waar ik ‘m ophaalde) hoorde ik het zachte kettingrateltje, dat ze na mijn proefritje zouden hebben verholpen, op zeker moment opnieuw opklinken. Ik hoorde roestros Bijaar kilometers verderop in mijn box al lachen. Maar kom, de moed niet laten zinken. Nee! De moed laten zingen. Op de melodie van Blue suede shoe van Elvis Presley:
Nieuwe fiets Hij is 1) voor vervoer, 2) voor de show, 3) voor vakantie, maar hohoho, nou dimme. Kijken mag, da’s voor niets, Je ken doen wat je wil, maar stap niet op me nieuwe fiets. Hij hep een strakke ketting, lekker ingesmeerd, vers van de winkel, heerlijk ongedeerd, prachtige versnelling, prima wendbaarheid, ik raak ‘m liever niet zomaar kwijt. Dus dimme. Kijken mag, da’s voor niets, je ken doen wat je wil, maar kom niet aan me nieuwe fiets. [interfietso] Hij ken ook soepel klimme, glad het bergie af, passeert elke auto, van Chevrolet tot Daf. Hou je kinderen binnen, daar kom ik alweer aan. Tiende keer dat je me langs ziet gaan. Maar dimme. Kijken mag, da’s voor niets. Je ken doen wat je wil, maar stap niet op me nieuwe fiets. Hij is 1) voor vervoer, 2) voor de show, 3) voor vakantie, maar hohoho, nou dimme. Kijken mag, da’s voor niets, Je ken doen wat je wil, maar stap niet op me nieuwe fiets.
En met het water wat binnenstroomde, stroomde het leven weg. Niet alleen dat ene, maar de rest spoelt met het water langzaam weg, stierf vechtend alleen, terwijl dit blijft bovendrijven, heel Nederland in gedachten meevocht en deels verdrinkt in de tranen van bovenaf.
Je zou willen dat al dat water niet Valkenburg en Limburg in zijn greep hield, maar een klein gedeelte van Vught. Dat al dat bovenaardse verdriet uit de lucht geen 1500 mensen vast had gezet, maar 2 zou doen verzuipen in de ellende en het verdriet van Nederland en omliggend gebied, want waar de een ongetwijfeld opdracht gaf, lacht de ander waarschijnlijk stilletjes mee. Het is een dag die de geschiedenis in zal gaan en weinigen zullen vergeten en het water, hoe wassend ook, wast hem niet weg.
– maar er zijn ook klaprozen, de zigeunerinnen onder de bloemen en klein naieve eikjes die twee takken en vijf blaadjes omhoogduwen voor een plaats onder de zon –
ligt daar op zijn verroeste rails te baden in de laatste stralen van de zomerdag het verlaten rangeerstation Susteren.
Het was de dag voor mijn zevenenveertigste verjaardag. Mijn stemming was goed. Het eeuwig leven lag weer voor me en ook jarig zijn leek niet veel meer dan de zoveelste materialisatie van de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Toen ik mijn kont na de grote ochtendboodschap afveegde was het toiletpapier echter rood. Dat gebeurt zo eens per jaar een keer. Maar het gaf mij meteen het gevoel van onmacht en sterfelijkheid terug. Het gevoel trok niet meer weg en dompelde me in gepeins. Elke keer als ik pijn in mijn buikstreek heb, denk ik aan asbestkanker. En bij een voorval als deze ochtend denk ik aan de onmetelijke hoeveelheid alcohol en slecht voedsel, die ik mijn kanaal al doorgewerkt heb. Op deze leeftijd is onwaarschijnlijkheid ook maar een getal, dat je niet eens met zekerheid kunt kwantificeren. Ik besloot, na wat overdenking, me niet nader te laten onderzoeken tot na mijn vijftigste. De reden is, dat ik het gewoon niet zou willen weten. Niet nu. Nu wil ik leven. Je kunt je dan de vraag stellen of een dergelijke korte termijn visie niet erg kortzichtig is. En dat is hij. Ook is het niet rationeel, maar ingegeven door vooroordelen en angst. En misschien nog wel het meest door gebrek aan vertrouwen in de medische zorg.
Toen ik elf jaar was, moest ik besneden worden. Dat gebeurde in het ziekenhuis. Ik kan me nog herinneren hoe de verpleegster me uitlegde, hoe er een sneetje in mijn lies gemaakt zou gaan worden en hoe dan het buikvlies hersteld zou worden. Gelukkig kwam men er tijdig achter, dat ik er niet voor een liesbreuk was. Na de operatie, probeerde ik te plassen, met een op dat moment door de Betadine en gaasjes voor mij onherkenbare piemel. De pijn kan ik me niet meer voor de geest halen. De angst wel. Er was niets aan de hand, stelde de verpleegster me gerust. Uiteindelijk heb ik twee dagen niet geplast tot de wond geen pijn meer deed. Een maand later bleek de operatie verkeerd te zijn uitgevoerd. Een aantal maanden later was ik weer aan de beurt. Als elfjarige heb ik toen toch wel een aantal maal aan zelfmoord gedacht. Het is al niet leuk als ze sleutelen aan een zone van je lichaam, waar je onzeker over bent, maar als ze het dan de eerste keer meteen verkloten, dan kan dat wel eens verkeerd vallen. Gelukkig nam men de tweede keer het zekere voor het onzekere en ik heb nu een piemel, waar ik door de jaren heen, en nog steeds, complimenten over ontvang. Maar ik herinner me nog precies de kamers van de kinderafdeling en hoe ik daar huilend alleen in bad zat, overgeleverd aan een zuster me verwensingen toesiste.
Op mijn achttiende heb ik eens een pees in mijn hand doorgesneden per ongeluk. Dit is toen poliklinisch gerepareerd. En een paar maanden later was ik weer aan de beurt voor hetzelfde. De vinger die de pees bedient, kan ik nog steeds niet geheel buigen. En toen ik op mijn tweeënveertigste nog eens van een steiger viel, mocht ik na een nacht observatie voor een hersenschudding het ziekenhuis weer verlaten. Gelukkig was degene die bij me was zo kien te vragen waarom mijn schouder scheef zat. Na aangedrongen te hebben op röntgenfoto’s, bleek het sleutelbeen ontwricht en er was pees van gescheurd. Dat hadden ze niet als noemenswaardig aangemerkt. En dat waren dus allemaal nog maar peulenschilletjes op medisch gebied. Natuurlijk kan ik nu allerlei preventieve onderzoeken laten doen. Als er niets vastgesteld wordt, dan kan ik weer een jaar vooruit. Maar als er wel wat is, dan zou ik mij eens te meer overleveren aan een machine, die me enkel bewezen heeft niet in staat te zijn geweest me te repareren als ik stuk was. En dat wens ik niet.
Mijn beeld van de zorg is door de jaren heen alleen maar gekleurder geraakt. Managers in de zorg met toplonen. Zorgverzekeraars die ziekenhuizen dwingen zich kapot te bezuinigen. Zorginstellingen die fuseren tot ongrijpbare, onpersoonlijke behandelfabrieken. Big pharma met louter economische motieven. Medici en specialisten, die een minuut de tijd hebben om je als geval te beoordelen. Statistiek, die bepaalt wat het proces is, waar je door moet. Een dictatuur van wetenschap, consensus en kadaverdiscipline. Een ‘zorg’-systeem. Het zal mij een rotzorg zijn. Ik heb makkelijk praten, want er is niets aan de hand vandaag.
Onder de streep zal ook ik ooit moeten zien wat vrijheid me nog waard is ins aanschijns der eindigheid. Dan hoop ik dat iemand me zal bijstaan en voor me zal zorgen. Iemand die van me houdt.
Wat hier leeft doet dat al miljoenen jaren niets is wezensvreemd en voorzorg is overbodig conclusies vallen niet te trekken vijf minuten is ver vooruit en iedere herinnering een geluk, een koestering
Hier loop je over ongebaande paden die bij terugkomst weer verdwenen zijn je beweegt je hier met open mond je begeeft je in verwondering
Totdat uiteindelijk uit een wolk de maan tevoorschijn komt opdat de dag zich dan als droom herhalen kan