In mijn hoofd vallen steeds meer gaten en alles wat ik heb bedacht verdwijnt. Ik ben bevrijd.
De hemel is nu blauw geschift en in het straatlantaarnlicht fiets ik mijn schaduw achterna.
Een ster verschijnt, misschien is het een vliegtuig, satelliet. Of drijft daar mijn geliefde met een zaklantaarn voorbij. Op zoek naar mij?
VERA JONGEJAN
het was dat ze me wat lezen liet van haar werken en ik van mijn stoel viel zo had ik altijd willen schrijven ik geloof dat het ergens beschreven staat wat in een mens sluimert kan zomaar ook wakker gekust pw
ik kan het vandaag niet nalaten om met een meer of minder poëtische reactie te reageren op het prachtwerkje van Vera Jongejan ‘met voorbedachten rade’. was het iets van een glanzende kiemcel van vestdijk?
soms zijn artiesten onaantastbaar – stijgen ze boven alles en iedereen uit – komt alles maar dan ook alles bij elkaar – het talent – de noodzaak – het leven – de kunst – zoals het is – zoals het was – zoals het altijd zal zijn. alex roeka: een levenswerk.
Het was om de hoek bij de Oude Molstraat. Ergens na middernacht. Drie opgeschoten ogende jongens op een bankje voor een grote etalageruit. Het restaurant daarachter pikkedonker. Ik denk twee Noord-Afrikanen en een West-Afrikaan. Die daar zaten. Rond de achttien jaar. Misschien pas zestien zelfs. Die jongens. Niet Westerse allochtonen. Nederlanders. ¨Hé blanke meneer,¨ riep de laatste, aangevuld met iets wat ik mij niet herinneren kan, of iets dat ik toen niet goed gehoord heb. Komt regelmatig voor. Hoofd in de wolken. Nou loop ik daar wel vaker, bij de Oude Molstraat. ´s Nachts. La Chouffe. Feestje. Gin. Tonic. Ongein. Meer dan eens. Overmoedig en rijp voor domme dingen. Maar deze keer was anders. Fris als een hoentje. Broodnuchter. Liep ik daar.
Die opmerking? Ik vroeg de jongen of dat nog wel kon in deze tijd. Iemand zo aanspreken. ¨Blanke?¨ zei ik. ¨Okee. Mag ik jou dan neger noemen?¨ Zoiets stoms zei ik. Recalcitrant. Respectloos, maar voor mij persoonlijk heeft dat woord geen negatieve connotatie. Neger. Want lagere school. Zestiger jaren. Leermiddelen. Levensgrote afbeeldingen op linnen afgedrukt, netjes opgerold op twee houten stokken. Horizontaal bungelend aan een haak boven het schoolbord. Die stokken. De juf trok dan de strik eraf. Rollen maar. Boem! Onthulling. Neger – Bewoner van Afrika. Stond er. Een prachtkerel. Het meisje ontbrak. Geloof ik. Fantasie? Kan zijn. Levendig. Beelddenken. Misschien schreef de juf die woorden gewoon alleen maar op het bord. Droog als gort. Neutraal en stukken beschaafder dan de bewoordingen die destijds in stripverhalen als Kuifje of Sjors en Sjimmie werden gebezigd. Onze zwarte medemens werd daarin zonder blikken of blozen voor roetmop of nikker uitgemaakt. Dat vond men blijkbaar normaal. Nou vond ik Kuifje sowieso een voorspelbaar betwetertje, en Sjors vooral een onbenullige stoerlap, maar ik begreep destijds weinig van het waarom achter dat soort uit de lucht gegrepen lelijkheden. Schelden om het schelden? Ze hadden toch niks misdaan? Die negermensen. Kinderbrein. Inmiddels weet ik ook wel dat ook het gebruik van het woord neger niet meer van deze tijd is. Wat ik daar ook van moge vinden, dat oordeel is niet aan mij.
De jongen in kwestie barstte desondanks spontaan in luid gehinnik uit. Nadat ik dat gezegd had. Een lachsalvo uit vezels tot aan zijn tenen. Z´n matties zaten er enigszins glazig en gelaten naast. Giechelend op dat bankje. ¨Let u maar niet op hem,¨ zeiden ze, ¨hij is voor het eerst in z´n leven stoned.¨ Het joch ondertussen gierend met het hoofd tussen beide knieën. Knetter. Ik probeerde het gesprek inhoudelijk leven in te blazen door ze te bevragen over hun ervaring met discriminatie. De jongen, z´n gehinnik inmiddels verstomd, herpakte zich en zei dat iedereen dat toch doet. Discrimineren. Vooroordelen heeft. Menselijke aard. Dat zei ie. Ik kan dat alleen maar beamen. Maar we ontkennen collectief. Overtuigd dat wij de goeien zijn en dat dus niet doen. Struisvogels. Als je de ogen open houdt zie je toch gewoon dat het wel zo is. Ga maar eens stappen met een paar mensen van niet Nederlandse komaf. Mensen met een andere huidskleur dan wit. Een club in ofzo. Voor mij zelden een issue geweest. Maar voor veel allochtonen is dat een heel ander verhaal. Geweigerd. Botweg. Meer dan vaak. Verkeerde schoenen. Of een andere lulsmoes. Ze slikken het gelaten. Kunnen niet anders. Want wij zeggen dat wij dat niet doen. Nee, wij witte Nederlanders doen dat niet. Wat een gelul. We doen het keihard wel. En in andere landen doet men het ook. De jongen heeft gelijk. Vooroordelen.
Fokking Gringo! Dat heb ik vaak genoeg gehoord, destijds daar in Mexico. Ik snap het ook nog. Er lopen daar flink wat van die met bling bling opgepoetste opgefokte Amerikanen. Als vliegen op stroop komen ze. Om zich met drugs vol te pompen en vervolgens het leven van de mooiste Latina´s zuur te maken. Alsof het konijntjes zijn. Die dames. Sex, drugs en leeghoofdigheid. Sextoerisme? Discriminatie. Vooroordelen over en weer. Iedereen inbegrepen. Daar waren we het dus snel over eens. Dat discriminatie een uniform verschijnsel is. Het ontkennen ervan is misschien nog wel erger dan.
Het gesprek nam ondertussen een andere wending. Of ik ook een stukje lustte. Spacecake. Of dat ik daar misschien te oud voor was. Desgevraagd vertelde ik, dat ik dit jaar vijfenzestig hoop te worden. Meer gegiechel en tranen tot gevolg. Met tuiten. Dat paste blijkbaar niet in hun denkraam. ¨Nee, dat kan niet waar zijn.¨ ¨Je bent dus ouder dan mijn opa!¨ ¨Je neemt ons in de maling.¨ Lachsalvo´s tussentijds. Eind veertig ofzo, vijftig misschien, dat wilden ze wel geloven. Ach ja, jeugdige naïviteit. Altijd leuke interactie. Vijftig? Egostrelend. ¨Alsjeblieft. Vertel eens. Zeg ons hoe het vroeger was. Was vroeger echt alles beter?¨ Daar kon ik kort over zijn want vroeger was alles zeker niet beter, integendeel zelfs, maar vaak wel een beetje leuker. Veel beetje. Minder controle. Minder druk. Minder angst. Minder ruis. Vooral dat. Minder ruis. Al die hedendaagse ruis. De wereld in je broekzak. Internet. Een navelstreng vol ruis. Alles zakformaat. Om gek van te worden.
met dank aan mariejo die deze week diende als fotomodel temidden van de poppies op de ene foto en op de andere die diep filosofische blik in de verte passend bij het thema wat er zoal in het hoofd van de dichter omgaat deze week. ik houd het simpel RIK VAN BOECKEL schrijft / verhaalt van het mooie vreedzame bos en dat doet ie mooi – woorden die we in deze tijd goed kunnen gebruiken – in tijden van verval en verwording – van oorlog en talkshowgekakel – van harte gefeliciteerd RIK! dank aan de dichters die inzonden. (ben nog benieuwd of die grootscholten reageert haha – maar dat terzijde)
Hallo Pom Hier is mijn bijdrage aan de enige virtuele. Jij hebt mij als koerier gezien in de voorstelling Oorlog en Vrede. Dit gedicht gaat daar over maar ook over de aanpak van decul tuursector door de radicaal rechtse kabinetsformatie. Daar maak ik me ook zorgen over!
Met dichterlijke groet Rik van Boeckel
Het pacifistische kunstzinnige pad van de koerier
Een koerier voor de vrede heeft alle reden oorlog te ontslaan om ons daarvan te bevrijden als de goede herder verder te gaan op het pacifistische kunstzinnige pad naar de troostrijke tijd van vrijheid en vrede
vol liefde verdrijft hij oorlog uit hart en hoofd schildert op het doek van natuur en cultuur de boom van het mooie vreedzame bos hij kent en leidt de gevarieerde werkelijkheid zo zorgzaam met ons lot begaan
hij verklaart die realiteit van de goede aarde is de nooit verloren zoon in ‘t huis van kunst en vrede tijdens de heldere nacht van lange rust dagen duren langer gedragen door troost.
Rik van Boeckel 24 mei 2024
waar het de dichter om gaat – deze week – de opdracht of wat er in de dichter omgaat zo kan het ook geformuleerd – voor Rik is het ‘kunst en vrede’ – kort samengevat. in zekere zin lezen we zijn gedachten de gedachten van een koerier voor de vrede. was de werkelijkheid anders je zou hier bij deze tekst over fictie spreken. nu is er sprake van een oproep, een smeekbede in een Riks zorgen barend politiek landschap.
Rik van Boeckel – van het mooie vreedzame bos
Rob Mientjes – Wie wat waar waarom en hoe
Luk Paard – ik word gek jij weertjesmaker
Erika De Stercke – over een duivel met manieren
Ien Verrips – ze neemt me mee naar wonderland
Anke Labrie – zo probeer ik altijd weer
Wie wint de enige echte virtuele – en om wat of om wie gaat het U echt deze week? – trofee op pomgedichten.nl? we zullen moeten kiezen, prioriteiten stellen, hoofdzaken van bijzaken, dat is het leven en dat is zeker wat in deze tijd van de dichter wordt gevraagd. maar mogen we het ook lezen? op pomgedichten wél! de plaats om poëtisch ongenuanceerd uit te halen – uit de wereld te halen wat belangrijk is – wat existentiëel is en of wat niet – de dichters aan het woord! in de zondagochtendwedstrijd – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 8 uur. stuur in op het u bekende gmail. com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
kopland en het al
het is weer eens zo een dag van verwording – van gekakel op tv ‘het gaat er om wie je uiteindelijk geworden bent’ je hoort het ze zeggen in de talkshow zonder schaamte
het gaat er om wie je uiteindelijk geworden bent ik denk dat de dichter kopland over deze regel na maanden ploeteren een gedicht had kunnen schrijven
ik denk aan zijn uitwaaierende stem en de herhaling van steeds weer die regel steeds weer die regel in een ander licht
en als – het al – al ergens omgaat dan zullen wij ook op die dag van jou en van mij want het gaat er om – het gaat er altijd om – om wie je
pom wolff
Goedemiddag Pom, Ik weet het effen niet meer, mag dat? Dat mag, nee dat moet. Wil ik alles weten? Liever niet. Er moet wat te gissen en vergissen zijn, toch? Het leven wordt anders saai. Met warme verwarde groet vol chaos, lekker puh … Rob Mientjes
Wie wat waar waarom en hoe
Hoe waar wie wat waarom Waar hoe wat waarom wie Wie wat hoe waar waarom Wat wie waarom hoe waar Waarom wat waar wie hoe Hoe waarom wie waar wat Wat waar hoe waarom wie Wie waarom wat waar hoe Ik vraag het me af … Wie wat waar waarom en hoe Gaat dit leven heen … Waar hoe waarom wat wie Die Ahnung blas Vielleicht und hoffentlich Ins Blaue hinein Dass was wichtig sein soll Umsonst …
Rob Mientjes
het is wel duidelijk wat er in het hoofd van de dichter omgaat – je zou er bijna duits van gaan praten haha – een dichter in verwarring – of het mag ja hoor het mag. levensvragen mogen gesteld – de poëzie wordt er wel een tikkeltje persoonlijk door – mientjes lijkt hier besmet door het etwin grootscholten virus – die tracht al jaren lang in de taal iets te vinden waar de taal niet voor gemaakt lijkt. ach ik zeg ook maar wat.
” TOUGH (we are) “by luk paard
‘et beeld in gedachte achter’n horizon ‘et zwijge opgelegd
dolleman giet maar regenbuie uit splijt’n wolk ik word gek jij weertjesmaker
mot je nog’n dreun me vuist’n mokerslag aan zon languit
vandaag gewoon de zoveelste keer ‘n regenhoos pal op de smoel de tijd asof’et dood verzwijge
dat’et goddedomme al 8 maand herfst is en zo de winter herfst gebleve en nu de lente nog altijd…herfst verdekkeme…herfst al die tijd asof’et oorlog is met de seizoene…en wie is dan de schuldige de oorlogsman…die weertjesman die regenman de dolleman…”but we are tough” of zo…mot je nog’nd r eun jij weertjesmaker
luk paard lijkt het niet meer te pikken. oorlog in de seizoenen, het weer op hol geslagen – het is dweilen met de kraan open – zoals altijd vloeit en stroomt de taal – vloeien en stromen de woorden zo bij luk paard zo je huiskamertje in bij het lezen – als de boel hier ook maar niet onderloopt. bij paard leven de woorden op.
doorkijk
je stem klinkt veel luider dan de mijne hierdoor zet je de wereld nog niet stil
wie ben je eigenlijk een wolf, dagelijks geschoren een duivel met manieren of een aangedikte rietstengel
waar zit het fatsoen de aanrakingen en lachsalvo’s vriendschapsbanden het liefdesleven
vele vragen hoef ik me niet meer te stellen jij brulaap van jewelste ik kijk door je heen
Erika De Stercke
dit is wat erika bezig houdt – zo kennen we erika weer. die ‘aangedikte rietstengel’ werkt heel geestig – de ‘brulaap; ietsje minder. in huize erika hoef je niet op de psychiaterstoel plaats te nemen voor een analyse – nog voor je goed en wel op een bankje plaatsneemt ben je al ontleed in een gedicht van dichteres. en er komen maar heel weinig mannen door de ballotage. zoveel is zeker.
ze neemt me mee naar wonderland waar blokken torens stapelen schaterlachend instorten kopjes thee vanuit de lucht geplukt eindeloos geschonken net zo veel gedeeld poes rijdt paard maar maakt zich uit de voeten als zij haar vinger wijst, miauw is au ze laat me toe in wonderland daar is geen krant geen nieuws dat zorgen baart,geen uitslag van een onderzoek de wereld grenzeloos zoals een kamer met een kind dat wezen kan ze neemt me mee haar oma ben ik zij Alicia mijn kleinkindje
mei 2024/ IEN VERRIPS
hele sterke regels vind ik: ‘daar is geen krant geen nieuws dat zorgen baart, geen uitslag van een onderzoek …’ – hoe je in een paar streken een schilderij van woorden maakt.
qua poëzie voor iedereen hadden de laatste twee regels wel weg gemogen – particulier gehouden kunnen worden voor familieverband. de poëzie heeft die niet nodig.
Anke stuurt een gedicht van 2012 in – zo tracht ze te ontkomen aan zichzelf – de boodschap – een mooi gedicht – het eerbetoon was in 2012 al gegeven begrijpen we hier – in die zin dat het gedicht als kaartkado diende op gedichtendag. fijn om het weer eens te lezen – woord en beeld een mooi presentje.
het is weer eens zo een dag van verwording – van gekakel op tv ‘het gaat er om wie je uiteindelijk geworden bent’ je hoort het ze zeggen in de talkshow zonder schaamte
het gaat er om wie je uiteindelijk geworden bent ik denk dat de dichter kopland over deze regel na maanden ploeteren een gedicht had kunnen schrijven
ik denk aan zijn uitwaaierende stem en de herhaling van steeds weer die regel steeds weer die regel in een ander licht
en als – het al – ergens omgaat dan zullen wij ook op die dag van jou en van mij want het gaat er om – het gaat er altijd om – om wie je
Jarenlang heb ik mezelf gezien als een vreselijk figuur. Een slecht mens en een gesel voor mijn omgeving. De ruzies, die ik heb gehad met de mensen die me na aan het hart stonden. De dronken uitbarstingen en het overweldigende schuldgevoel de dag daarna. Hoe streng ik voor de kinderen ben geweest soms. Hoe weinig ik rekening hield met andermans gevoelens. Dat is een schuld, die je jaren achter je aan sleept. Je kan ze zelfs koppelen aan tijden in het verleden en plaatsen delict. De herinnering kan je overvallen, of het allemaal gisteren gebeurd is.
Zo kwam ik twee weken geleden aan op Ameland. Een eiland, waar ik toch een paar mindere herinneringen aan had. Zo hadden we er ooit Nieuwjaar doorgebracht, waarbij ik weer eens goed boos geworden was. Verder hadden we er ooit gelogeerd in het achterhuis bij de lokale dorpsgek, die kinderen naar zijn voortuin lokte met lammetjes. Beide uitstapjes stonden niet op mijn lijst als de fijnste momenten van mijn leven. Daarnaast voel ik me naar mevrouw Solo dan ook altijd schuldig, dat ik het allemaal niet beter gedaan of geregeld had. Maar daar waren we dan weer. Terug op het eiland.
De eerste avond zaten we na een strandwandeling op het gemakje wat te praten. Ik kon het niet nalaten onze eerdere ervaringen op te rakelen. Tot mijn verbazing was het gewicht, dat mevrouw Solo eraan hing, dat van een veertje. Haar herinneringen waren tot mijn verbazing overwegend positief. Uiteraard was er gebeurd, wat er gebeurd was, maar dat was nog geen domper op de diverse vreugdes geweest. Opgelucht haalde ik adem. Ineens besefte ik, dat hoe ik soms dingen onthoud, wel eens een heel andere versie van het leven zou kunnen zijn, dan anderen ervaren. Dan denk ik, dat ik misschien toch wel iemand anders ben. Iemand goed.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Hoi pom, van uit Amsterdam dit keer morgen vertrek ik weer terug naar Denemarken, was maar voor even een paar dagen terug:
Vetter nog en vetter dan het aller vetste van zodat het kruipt, loopt en druipt tot in je schoenen langs het hele lijf over al je rimpels je plooien, over iedere wang en beide kinnen met een schuif erbij en in één keer dan naar binnen zo vet, zo goor maar met een vet dieet een kleinigheid, iets voor tussendoor