
Uit mijn rek pakte ik de luchtbuks. Ik had de zenuwen, liep de trap af en mevrouw Solo lachte me uit. Mijn zoon en een vriend toonden geveinsd ontzag. Op de keukentafel haalde ik het trekkerslot eraf, knikte de loop en deed er een kogeltje in. Tikte de veiligheid eraf en liep naar buiten. Aan mevrouw Solo vroeg ik bij te schijnen. Even later stonden we weer binnen.
Eerder die avond zat ik in de tuin een boek te lezen onder mijn afdakje. Een tijdje geleden had mijn zoon een rat door de tuin zien lopen. Daarop had mevrouw Solo wat rattenklemmen in de tuin gezet. Eén daarvan stond tussen de palletbanken, waar ik op zat. Voor ik ging zitten om te lezen controleerde ik de val. Er zat een muis in.
Ze bewoog niet. Rustig ging ik mijn boek lezen. Toen ik even later een tweede keer keek, begon de muis ineens te spartelen. Ze was van de zijkant de val opgelopen, waardoor ze klem zat tussen de zijkant van de beugel, die haar nekje of ruggetje had moeten breken, als ze de val op de juiste wijze opgelopen was. Nu was ze slechts gedoemd om de nacht lijdend door te brengen en in de loop van de nacht een miserabele dood te sterven, ware het niet, dat ik toevallig de val nog even gecheckt had. Nu was het aan mij om te handelen. De conclusie was, dat de muis uit haar lijden verlost moest worden. Vermorzelen onder mijn laars of het kopje met een mes afsnijden dorst ik niet. Dus ik besloot de muis af te schieten.
Na de daad voelde ik me leeg. Ik had medelijden met de muis en het voelde niet goed, ook al was het rationeel gezien de beste keuze. Binnen had iedereen lol over het feit dat ik een muis een kopschot had gegeven. Mevrouw Solo vroeg me lachend nog om het bloed nog wilde opruimen. De jongens probeerde ik nog uit te leggen, dat je met respect om moet gaan met alle levende wezens. Maar die boodschap vond geen zichtbaar gehoor. Het voelt raar om een weerloos, warmbloedig dier, hoe klein ook, het leven te ontnemen. Van een wanhopig spartelend stukje leven naar slap en levenloos in een vingerknip. Ik liep naar boven en zette mijn buks weer terug in het rek, knielde, zei een gebed op en sloeg een kruis.
Een rattenklem is makkelijk, als hij doet wat je voor ogen hebt. Het is net zoiets als een landmijn of een vliegtuigbom. Maar stel je voor, dat je een raket afschiet, of een bom uit een vliegtuig gooit op een ziekenhuis, waar je ongedierte verwacht. En iemand gaat de volgende dag in de puinhopen kijken en je vind een stervend kind. Hoe zou dat dan voelen?
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl










