pom wolff – stuk

zo een beetje in de week gelegd komen we toch tot een afsluitend geheel. wat is poëzie toch een heerlijk troostrijk ding. ik raad het u allemaal aan voor dat u stuk gaat.

stuk

je ademt door wat moet je anders
elke dag ben ik weer blij
dat er een nacht aan hangt
jou nog tegen kom
onze nachten zijn nu zo
 
het zijn de stukjes die je mist,
vond in een loopje, in een blik
in een glimlach
die je toeliet
je compleet maakten
 
en die toch het geheel niet konden dragen
weer ten onder gingen
en zo stuk
 
pomwolff

Share This:

WILFRED ALLOY in de tour op rustdag – di 16-7: rustdag



di 16-7: rustdag

…eerst de kajuit een beetje aanvegen…
 
Dagje rust, heerlijk. MS De Kantelaar heeft tien krankzinnige dagen achter de rug. De jaartjes gaan tellen (fijn, hoef ik het niet te doen). De crew is op. Nelis hangt als een zoutzak over de toog. Al dat gefeest. Laten we het op toeval houden. (De kroeg had het niet eerder meegemaakt. Het hing kennelijk in de lucht. Of komeet Halley in een vervaarlijk lage détour door de kajuit joeg en er voor de gezellie ruim een week over deed via de nooduitgang het schip te verlaten.) Alloy is na zijn zoveelste besnoven val van het podium gisteren niet eens meer overeind gekomen. O wacht, hij krabbelt zowaar op.
 
Bij die Ohne aan tafel misschien nog wel, maar hier is aërodynamica geen issue meer. Senkjoe! De heerlijk helder vleesverwerkende tourbabbelaars worden buiten hun glazen huis ook niet langer carnavalesk geparodieerd. ‘Sound and Vision’ verstomd, verduisterd. Te veel Détourorganisatorisch hooi had de kroegvork geschept die eerste week. Er was te vroeg gepiekt, kun je ook zeggen. De bontegezelschappenavond had al iets eindeschooljaarsfeestelijks. Wat vang je daarna nog aan? Ernstig. We zijn nog maar tegen halver-groenewegen. Ik moet bekennen me flink verkeken te hebben op de verslaglegging van wat er allemaal in de zuipschuitkajuit gezegd en gedaan wordt. Het circus dat Détour de France heet is op deze manier geen drie weken vol te houden. Zo van dit gebeurt nu, dat gebeurt later of juist tegelijkertijd, mensen praten door of langs elkaar, en dan staat er weer een al dan niet gevraagd in de spotlichten of murmelt al dan niet zonder toestemming op podiumhoogte iets onnavolgbaars… Ik kan het tempo niet meer aan. Je moet dat maar allemaal in de kajuit-juit-juit – ik ga er allemachtig van stotteren, is dat trouwens geen liedje, Ranke Nelis? – leesbaar zwart-op-wit-gewassen krijgen. En dan kom je thuis (thuis? wat is dat?) en dan huil je wat, en dan schenk je nog wat in… en dan? Dan ben je (het) opeens zat. Ik heb gefaald. Of Alloy. Wie Ketting zegt zegt Alloy. Nee, het is erg. Waarom de lat zo hoog? Te laat voor de Schotse sprong.
 
Een paar daagjes op onszelf? Wat mij betreft tot op de Sjampselie-zee. Laat ik het zo formuleren: het complexe Letse conceptalbum voor stadionconcerten is geweest, nu willen we in kleine kring op gevoelige chansonsingles deinen. Kom Françoise, ga maar vast bekrast op Reeds Genoemde Draaitafel kromliggen. Zing je rustgevende pareltjes. We gaan in een zetel zitten. Onze eigen koers varen, wat jij, Wilfred? Huh? Ik zei: wat jij, Wilfred? Nelis! Een ketel ijs voor Alloy!
 
Met zijn en/of haar hoevelen zijn we nu? Eens tellen. Of wacht, laat de jaren maar tellen! We zijn met ons zessen, geeft de tijd door. Wist ik allang. De oude kroegkrakers horen erbij. Krakende bonustracks, zoiets. Maar laten we eerst de kajuit een beetje aanvegen. Wat een troep hebben die lui achtergelaten. Alles aan de kant! Die kwoots komen la… O nee. Rustdag.
 
[——] Zo. Zand en rotzooi van de valpartijtjes opgeveegd. En de mensen maar denken: leuk bruincaféïg, dat zand op de vloer. Niks daarvan. Hebben ze zelf naar binnen gelopen. Schoon schip maken, wat jij, Immer? (…) Nelis! Een Chileen!
 
HvdD: n.v.t.
DK: n.v.t.
 
Tijd voor Alloy. Hij zegt al donkerbruin te vermoeden wat er uit de tot de nok toe gevulde kajuit geroepen gaat worden. Zo laadt hij voor de tweede keer de verdenking op zich, dat…
 
“Mond houden, Ketting. Daar wijden we bij een borrel en een lekkere portie lekkere bitterballen nog wel een hartig woordje aan. Fijn, mensen, dat jullie er alle vijf weer zijn. Herinnert me aan de begintijd in de Torpedo. We hebben gisteren heel wat typetjes moeten uitwaaieren en op de kant – dank je, Nelis – en op het treintje moeten zetten. Dondert niet. Hoort erbij. Zo gaan die dingen. ’t Is zoals het is. Schoon schip ook niet verkeerd. Dusss… Ik zou zeggen… niet allemaal tegelijk…”

ROEPT U MAAR

“Opgeveegd worden!”

Parijs is nog flink malen. Toch valt hij dra uiteen.
Liet na de start al sporen na, er schokkend snel doorheen.
“Wat valt er nou te trappen voor wat geen ons meer weegt?”
De bezemwagen nadert. “Joh, je bént al opgeveegd.”
Het heerschap van het tourvuil staat bergop even stil.
Het rookt een peuk, denkt ‘Stof zijt gij’ en reinigt ook zijn bril.
Een droge, harde boodschap. Een tranen trekkend feit.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]

“Het applaus heeft weleens harder geklaterd. Laat dat volgende keer maar achterwege. Zo, en nou even zitten. Waar is m’n stoel gebleven?!”

Share This:

JOLIES HEIJ gaat in zaken – organiseert 2maandelijks Dichtwerk in cultuurboerderij De nieuwe erven in Amersfoort

Over trauma & tuinen

We zijn los, het is officiëel. Columniste gaat samen met Jan Bulskens Dichtwerk in cultuurboerderij De nieuwe erven in Amersfoort organiseren. Een tweemaandelijks podium op de maandagavond, dus als de grote baas m’n stukkies niet op tijd ontvangt, weet hij waardoor het komt. We hebben er zin in, na een uiterst vruchtbare brainstormsessie in het Eemhuis. Het moet vooral laagdrempelig, toegankelijk en niet dichtgetimmerd zijn, waar ze normaal gesproken in het Utrechtse zo verzot op zijn. Wij inviteren geen dichters, wij laten de dichters uit eigen beweging naar ons toekomen. Wij beheren het podium, wij zijn het gezicht, maar de dichters zijn onze sterren.

Intussen raast het herdenkingsseizoen nog steeds voort. Wat was er ook alweer op 11 juli? vroeg laatst weer iemand aan mij. De MH17? Tja, het is onbestaanbaar dat de media elkaar om het hardst de tent uitvechten om pagina’s lange verslaglegging van het vijfjarige jubileum van de MH17 herdenking te mogen doen. En dat de hele lieve week lang! Zondag in de groningse Prinsentuin noemde voormalig dichteres des vaderlands Anne Vegter het godbetert zelfs een “nationaal trauma”! Ben ik dan de enige die hier – behalve voor de nabestaanden – niets traumatisch aan kan ontdekken? Dat de Russen op alle mogelijke manieren dwarsliggen lijkt me vooral voor de nabestaanden uitermate frustrerend en misschien traumatiserend omdat de schuldvraag onopgehelderd blijft en de daders ongestraft.

Herdenken valt ons sowieso altijd gemakkelijker als wij de slachtoffers zijn. Wat dat betreft is er een zekere spiegeling met het drama in Srebrenica, toen op 11 juli 1995 de “veilige” VN-enclave in handen viel van de bosnische Serviërs, die duizenden mannen en jongens vermoordden in aanwezigheid van Dutchbat 3. Maakte ons dat tot daders? Natuurlijk niet, dat waren de Serven in de gedaante van Mladic en zijn consorten, maar we waren er wél bij. Echter, zoiets herdenken is een stuk moeizamer dan het feit dat onze medelanders door een stel separatistische boeven uit de lucht zijn geplukt. De koning bezocht vorige week het NIOD om zich te laten informeren over de genocides in de twintigste eeuw, van de armeense tot Pol Pot. Srebrenica kwam slechts zijdelings ter sprake, maar nóg beladener waren kennelijk de politionele acties in Indonesië, waarbij zelfs geen jounalisten aanwezig mochten zijn.

Natuurlijk verdient de MH17 onze oprechte aandacht zo lang de schuldigen nog niet berecht zijn. Maar laat dit vooral op informatieve wijze gebeuren en niet in de vorm van het paginalange uitventen van het leedwezen van de nabestaanden. Zitten die mensen daar zelf eigenlijk op te wachten? Op 19 juli is de uitspraak van de Hoge Raad in het proces van de Moeders van Srebrenica tegen de nederlandse staat. Dit is bij niemand bekend en de Moeders mogen waarschijnlijk blij zijn met een achterafniche in de krant. Voor zo ver er al aandacht voor 11 juli was (in mijn krant, de Volkskrant, helemaal niet) ging het alleen over Dutchbat en niet over de herdenking zelf, hoewel het tweede gedeelte door minister Bijleveld van defensie werd bijgewoond. Het was de eerste keer in 24 jaar dat de minister van defensie de herdenking bezocht en dit was een grote stap voorwaarts, alsmede een belangrijk gebaar van erkenning naar de overlevenden en de nabestaanden toe.

Niemand die hierover heeft bericht. Van mij hoeven er geen duizenden op het Plein te staan, het zou al mooi zijn als iedere Nederlander zich bewust is van wat er op 11 juli gebeurde. Wie herinnert zich trouwens de Bijlmerramp uit 1992 nog? Wordt die eigenlijk ieder jaar herdacht? Me dunkt dat de MH17 eenzelfde lot beschoren zal zijn. In de tussentijd hou ik me in poëzietuinen op, zoals de Prinsentuin en de Zeister Slottuin, om gedichten te typen op verzoek, voor mensen die hun liefde op papier gedrukt willen zien. Zoals het stel dat al twaalfeneenhalf jaar samen is dankzij de onenightstand waarmee hun relatie begon. Of het stel waarbij de vonk oversloeg tijdens het carnaval in Loerendonk. Dan mag ik weer even dichter zijn en de liefde vieren.



we leggen welige tuinen aan

door in woorden onder te duiken, ik draag mijn vermomming
als een gedicht, vandaag is grasliggen een handeling

jij ligt naast me en ik stel me voor hoe je slaapt
met je ogen open of dicht? ik voel de grond niet meer

we bouwen een kajuit in de lucht en doen een SOS
naar helicopters uitgaan, de oude dichter wil nog niet dood

hij reikt me de hand, meeuwen zijn eenmaal geland
groter dan hun weerspiegeling in de lucht en het vaderland

gaat op zwart als de nationale dichteres de ramp als trauma gedenkt, het is altijd iets met open graven en losse eindjes

bedankt, zegt ze, dat ik u door de loergangen mag toespreken
er wordt gewichtig gedaan om het navelstaren aan het zicht

te onttrekken, tuitende bloemen laten zich stil bekijken
door de vergeten muze, der dagen van dienstdoen zat

de dichters verlaten de tuin, dorstig naar het glas
om nog even niet het tastbare in te hoeven stappen

de wachter zegt me dat ik moet gaan, gras richt zich op
alsof het nooit onder iets van gewicht heeft gezucht

Jolies Heij

Share This:

WILFRED ALLOY licht ontstemd bij Etappe 10 ma 15-7: Saint-Flour – Albi (217,5 km, vlak)


Etappe 10 ma 15-7: Saint-Flour – Albi (217,5 km, vlak)

Het variété van Wilfred Alloy gisteren viel bij het vaste publiek niet in goede aarde (Alloy zelf na gedane zaken wel goed in het kroegzand – dat vermaledijde trappetje ook). ‘Versmaker, blijf bij wie je leest’, speelde de voorzitter van de fanclub met de spreekwoordelijke schoenmaker. De harde kern van MS De Kantelaar besloot eens een hartig woordje met de raprijmer te spreken. Dat hij als laatste der snelversmohikanen zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Hij liet zich direct ontvallen – nog zo’n geval – al tijdens zijn cabareteske uitstapje spijt te voelen, maar de laatste tijd ook onzeker te zijn. Dat ie zich afvroeg of die snelverzen anno 2019 nog wel konden. De crew stelde hem gerust. Je bent nog steeds top of the bill, al sta je onderaan geprogrammeerd, formuleerde Nelis het, waarna hij naar de frituurpan in de kombuis slofte. Erg hartig hoefde het woordje niet te zijn. Ter compensatie namen we bij de dranken – u voelde ze al donkerbruin aankomen – een lekkere portie bitterballen (of: een portie lekkere bitterballen). Buiten het Garni Uur. Prompt gebeurde er op tv iets positiefs in de tour.
 
Aan Genoemde Tafel wordt thans erodynamisch afscheid genomen. Sari en Marie keren terug naar het Drentse, Ilse pakt de trein naar Amersfoort en Jan verlaat de Kantelaarstad richting Terborg. Frenk was al vertrokken. Er worden nul zesjes uitgewisseld (wel andere cijfertjes), er gaan onder Nog Niet Genoemd Tafelblad vage dichtbundeltjes van hand tot hand. Knipoogjes, vrije hugs, giechelhardop versregels die van de bonte avond zijn blijven hangen. Dat alles ook in het Drents. Ik hoor het gezelschap onder hilariteit gebukt gaan, tracht het giechelgesprek te volgen. Mollema had zich zaterdagavond na de rit, niet voor het eerst, boos gemaakt over de voor de renners uit rijdende motoren, omdat die volgens hem invloed hadden op het verloop van de tour. Vooral in de afdaling krijgen renners voordeel van een televisiemotor die continu één seconde voor hen zit, vond hij. “En nou komt het!” lacht Jan L.S. Hemdelink (‘Lectori Salutem’ of kortweg ‘Lecto’ voor vrinden vanwege dat interessanterige L.S.), “en ik citeer Bauke, let op: ‘Niet alleen voor de erodynamica, maar ook omdat je dan een richtpunt hebt ‘. Is het niet kostelijk?!” De dichters van Genoemde Tafel tuimelen en masse van hun stoel van het lachen. Voetjes van de vloer, het bekende werk. Ranke Nelis legt gelijk een gezellige oude dansplaat op Nog Niet Genoemde Draaitafel. Ilse, naast haar gekantelde stoel horizontaal in het kroegzand wat nagehinnikt hebbende, vindt dit “best playonastisch of zo” (ik hoop dat ik het goed spel). “Dank, Lecto, dat je dit met ons wilde delen.” Er welt een nieuw gedicht in haar op. Die taalkunstlieden weten de motoren wel draaiende te houden… Dat wordt weer een verzamelbundeltje.
 
Ik vraag me nu af hoeveel voordeel de Détour van de commentaarmotoren Dijkstra en Ducrot hebben. Of je überhaupt van voordeel kunt spreken. Nadeel eerder. Denk dat je, alle voor- en nadelen in het hele circus dat Tour de France heet tegen elkaar weggestreept hebbend, kunt stellen dat je het, alles opgeteld en afgetrokken zijnde, eigenlijk nergens over hebt. Dus waar hebben we het over? Mollema moet niet zeuren. Dit terzijde. Gezellig dus nog aan Genoemde Tafel. Maar wat doet Alloy daar nou weer tussen? Je kunt ‘m geen moment alleen laten. Als hij werk en privé maar weet te scheiden. Zie ik daar verdorie zelfs Willem Kloos?! Die Tachtiger? Het moet niet gekker worden. O, een Kloos-lookalike. Klookalike. Buiten staat een bus van Labeto geparkeerd. Die manier. Uh…. Volg ik mezelf nog? Ik hoop het. Vooral in de afdaling kan ik er voordeel van hebben. Beetje richtpunt is nooit verkeerd. Levert bovendien altijd een paar seconden verslagtijdvoordeel op. Ik laat het groepje maar even. Aan de andere kant (lekker, Nelis, een snelvers getapte Leffe D, dat had je goed gezien) zit een matroos aan de bar. Ik krijg net een mailtje binnen: ‘Ik begrijp er in ieder geval niets van. Hadden we Mart nog maar. Die volgde ik per ongeluk hier en daar nog. Senkjoe!’ Mevrouw Van Zetten uit Tiel, hoe bestaat het. Terwijl ik de mailtekst lees, vangen mijn oren zich langzaam verwijderende geluiden van Drentse rolkoffers op en ziet een afwijkende ooghoek Ilse, Lecto en ook de Klookalike het schip verlaten. De Labetobus wacht op niemand, zeggen ze weleens. Hij is de enige passagier. Op heden het laatste restje van de nazaten Der Beweging? Het moet niet schraler worden. Puffend verlaat Labeto de haven.
 
De verkleedstudenten zijn binnen. ’t Is weer bukken. Nu moeten ze die Kroot hebben. Een van de studenten, tanig typ, heeft zich zelfs als Ducrot uitgedost. Daar kon je op zitten wachten. Krootalike. Dezelfde gele hesjes. Rugtekst: ‘BBQ-tip: alle concurrenners op het Krootrooster.’  Op de T-shirts onder de afbeelding: ‘Krootje lever: daar blijf je voor thuis.’ Ik vrees litterare sponsoring door Gibert Tantpissalopes. Soit. Of ga ik toegeven dat die woordspeelse waaiers en treintjes uit mijn eigen associërende brein… ? Duh manier om dat typetje te deleten. Vooruit. Die pillen werken niet. Maar goed, het is weer een dolle boel in de kajuit. Er wordt ingenomen, de ergste kwoots worden feestelijk doorgenomen en de voetjes gaan weer van de vloer. En dat op maandag. Sommigen lopen als middeleeuwse beulen verkleed rond, anderen als slagers. Gelukkig worden de intimiderende outfits snel afgeworpen. De Ducrotdag overtreft het Herbertevenement. Ik zag de man gisteren bij die Ohne aan tafel. Er bleef weinig van over. Niet alleen fysiek was hij nauwelijks aanwezig. Sneu typ eigenlijk. Oké. Over naar de dagkwoots en het aan- en afsluitende snelvers.
 
HvdD: ‘Daarachter roepen ze om hun moeder.’
DK: ‘Als je net in je neus zit te peuteren, dan lig je.’
 
Wilfred Alloy blijkt ontstemd (minder dan de tingeltangel, maar toch) over de aanloop met betrekking tot, herstel: naar, zijn optreden. Mensen thuis krijgen misschien de indruk dat alles altijd voorgebakken is en zullen twijfelen aan de zuiverheid van de snelverssport. Nou, hij slikt niets en dit ook niet. Hij zal zijn prijzen ook NIET inleveren. Nooit weet hij wat er geroepen gaat worden. Geen afspraken, geen handjeklap, niets. Ook vandaag weet hij absoluut niet dat… absoluut niet wát het publiek aandraagt. Maarten Ducrot? Geruchten! Verdachtmakingen! Hij kent de goede man niet eens. Nou, dat is niet helemaal waar, maar toch… Hij is clean, klip en klaar! Dat wilde Alloy even kwijt. En nu….
 
ROEPT U MAAR

“Maarten Ducrot!”

Hij taalt naar ingewanden, de wielerkannibaal:
cyclisten gaan steeds met elkanders lever aan de haal,
of draaien in hun bloeddorst – met balklem, zweep en staf –
in natte kelders essentieel intieme delen af.
Het pak vreest voor z’n leven? Die spraak valt in het niet,
zodra je maar één foto van het krootscharminkel ziet…
Het zal me vleesworst wezen, wat hij nog stompt en snijdt.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]

[Top 3 algemeen orangement: 4. Kruijswijk +1.27, 22. Mollema +4.25, 47. Kelderman +27.26]

Share This:

Karin Beumkes’ haar mens haar melodie op de maandag: ‘Ze aten chocolade en beefden van de angst..’

Orkaan

Ubie bleef thuis toen Iboe kwam
de orkaan kwam aan land met wind en regenvlagen
het werd tijd, Ubie begon te bidden
God kwam in het huis en ving de eerste klappen op.

Ze aten chocolade en beefden van de angst
maar God was hier het langst
en wilde helemaal niet buigen
en hòòr de takken werden stil
de spinnen begonnen weer te rennen
de katten waren niet meer bang.

Het klusje was geklaard;
Iboe trok zichzelf terug
en ging wat verder mokken

Niemand is vertrokken
het kleine stadje werd een bedevaartsplaats.




Muziek: Paul Simon – Under African Skies https://youtu.be/a3nFdBi6gQE


Groetjes en liefs
Karin

Share This:

opstaan en vallen met Wilfred Alloy in Etappe 9 zo 14-7: Saint Étienne – Brioude (170,5 km, heuvels)



Etappe 9 zo 14-7: Saint Étienne – Brioude (170,5 km, heuvels)

Voordat u sputtert dat dat ‘hoofdprogramma’ van gisteren wel erg in het niet viel bij… – de welbespraakte (sport)verslaggever zou hier misschien de voorzetseluitdrukking ‘met betrekking tot’, ‘ten opzichte van’ of ‘ten aanzien van’ bezigen, maar ik hou het bij ‘bij’ – … bij de bonte verzameling voorprogramma’s: Wilfred Alloy is en blijft de vedette, de hoofdpersoon. Hij had de avond nu eenmaal zo samengesteld. Het woord ‘hoofdprogramma’ was misschien een ongelukkige keus. Aan de andere kant… Klopt, Nelis, daar sta jij. Kun je anders niet even deze kant op komen met een Leffe D? Aan de andere kant, zei ik, de avond was na het applaus nog niet voorbij, dat zult u begrijpen. Het programma liep naadloos over in een gebeuren dat absoluut geen bijprogramma was. MS De Kantelaar op zaterdagavond. Need I say more? (Dank voor drank, Rank.) Dat was op zeker moment weer voetjes van de vloer! En in dezelfde fysieke herpositionering die dat opleverde menig hoofd keihard óp die zanderige vloer. Zo’n hoofdprogramma. De een na de ander donderde van z’n kruk of stoel. Of er ging er een vanuit stand of net nog acceptabel lopend onderuit, alsof het de bedoeling was. Als er meer tegelijk omkukelden, leek er wel een ongecontroleerde, Browns bewogen breekdansdemonstratie te berde gebracht. Dat gaat bijna elke avond zo. Vooral in het weekend. Het gekke is: zelden breekt er iemand iets. Op een of andere manier is de doorgewinterde Kantelaarder erop voorbereid. Die weet altijd zijn val te breken. O, dus toch… ‘Dokter, ik heb mijn val gebroken.’ ‘Hebt u er nog last van?’
 
Je zou bijna denken dat ze het erom doen. Of bijna? Ik heb meegemaakt dat we werden uitgenodigd voor een valpartij in De Kantelaar. ‘Ik geef aanstaande vrijdag na 23.45u een valpartijtje. Ik zou het fijn vinden als jij er ook bij was. We gaan helemaal los! Dresscode: valhelm.’ (Richie Porte is ook een gekend deelnemer aan valpartijen, heb ik me laten vertellen.) Wie in De Kantelaar niet gevallen is, is er niet geweest, vindt de echte stamgast. Feesten is vallen. Tot zoiets is het ‘vervallen’. Beetje Kantelaarder kantelt en gaat au-au schaterend onderuit. Er zijn er altijd een paar die het verpesten voor de rest. Die weigeren pertinent om in de kroeg op hun bek te gaan, die houden hun poot stijf. Gelukkig maken ze het huiswaarts meanderend meestal goed. Wie trouwens starnakel gierend van de lach in de gracht dondert is vijf jaar lang gevrijwaard van Des Kantelaars valplicht (bij een tweede tewaterlating vrijstelling voor het leven). Terecht. Dat is een held. Buiten-categorie. Smeetsgevalletje ‘ik buig mijn hoofd zeer diep’. Zijn er vergelijkbare liefhebberijen? Alloy doet na zijn snelvers soms aan stagediven zonder opvang. Ook een soort pijnfestijn. Al lijkt er van opzet geen sprake, het is wel echt zijn ding.
 
Vallen en het direct eraan verbonden voetjes-van-de-vloer zijn onlosmakelijk aan los gaan verbonden. Een onvast losvastig geheel dus. Beetje pijn hoort er ook bij. Iets soortgelijks, en aan de andere kant (Ja Nelis, kan er nog een Leffe D deze kant op?) toch ook weer niet, zie je soms bergop in de Tour. Je zit vast in het zadel, maar dan vast in de zin van geblokkeerd, van nauwelijks vooruitgang boeken. Dan ga je uit het zadel en op de pedalen stáán. In zekere zin ook hier: voetjes van de vloer. Uit het zadel zijnde, het achterwiel minder belastend, beweeg je anders, het is een soort dansen. (Dank je Rankje.) Ondertussen kom je nog steeds nauwelijks vooruit. Je stopt met dansen, gaat weer even in het zadel, en dan moet je weer omhoog. Je danst op een vulkaan. Die uitdrukking past hier niet helemaal. Zorgeloos is alleen de aanblik, de buitenkant. Van binnen sterven de renners duizend Nureyevven. Aan de andere kant… Ah, dank je Nelis, maar ik had nog. Je hoeft niet bij elk ‘aan de andere kant’ met bier deze kant op te komen. Ik geef het wel extra aan, oké? Aan de andere kant (dus? heel goed, Nelis) zijn die renners ook helemaal geen dansers. Voor gedans zijn ze in ieder geval niet gekomen.
 
De renners weten doorgaans – je moet wel doorgaan, hè – de berg er uiteindelijk wel onder te krijgen. Erboven. Om kort te gaan, ze moeten één ding goed onthouden: zonder pasjes komen ze er niet door.
 
Terwijl ik bovenstaande valdansonzin over het virtuele papier smeerde, stroomde de zuipschuitkajuit weer vol met die lui die laatst Herbert in het zonnetje grapten. Ze zijn weer erg aanwezig nu. Aan de andere k…. Nee, Nelis! Kijk, ze zijn herkenbaar gekleed. Gele hesjes, T-shirts. Wel andere opschriften. Eens zien. Juist… Dat ga ik nu niet verklappen. Geen vrijgezellenavond in ieder geval. ’t Is vast een generale repetitie. We moeten door. Tijd voor het Herbertje van de Dag en de Ducrootkwoot. Herbert glibberrochelt zijn favoriete prepositiehoestbui, Kroot legt een hulpwerkwoord op het BBQ-rooster.
 
HvdD: ‘Mag ik even terugkomen op jouw overtuiging met betrekking tot Niki Terpstra?’
DK: ‘Hij zegt ik kon niet meer de energie vinden om nog iets te kunnen.’
 
Het moment is bijna daar. We geven het woord aan Wilfred Alloy, maar niet voordat…
 
“Wél voordat, Ketting! Hai mensen! Gezellig! Is everybody happy? Heb ie every body?” [hahahaha] “Moet je luisteren zeg. Loop ik laatst door de Kalverstraat je kent dat wel.” [hahahaha] “Kom ik m’n ouwe vriend Philippe tegen Philippe rent weleens wiel in z’n vrije tijd moet je weten dus ik zeg hoi Philippe nog steeds aan het wielrennen in je vrije tijd? Zegt ie…”
 
(Ik geloof dat Wilfred zich de kritiek uit bepaalde hoek heeft aangetrokken en nu probeert een iets lijviger hoofdprogramma te berde te flansen. Dat vind ik niet hoeven. Straks gaat ie nog jongleren. Hij is sneldichter. Beoefent een eerlijke, bijna vergeten kunst. Het woord ambacht ligt zelfs op de loer.)
 
“Dus ik zeg nou ja ‘allaaa Philippe’ dan zoek je maar een andere hobby!” [hahahaha]
 
(Het sneldichten moet hij koesteren. Straks doet niemand ‘t meer. En dan huilen we wat, en dan? Wilfred moet er niet opeens dingen naast doen, alleen maar omdat zuh erom vragen. Wat is dit nou? Een conférence? Getsie. Hij staat volgens mij bovendien grappen van die onvermoeibaar ellebogende Tantpissalopes te vertellen. Alweer jeuk. Lange mouwen helpen niet. Dit is één keer en nooit weer.)
 
“Nou goed hij was dat kauwgom kauwende mokkel zo zat en ja die wagen kon die rijke stinkerd inmiddels ook gestolen worden…”  [hahahaha] “Dus hij zegt…” [hahahaha] “Luister nou… hij zegt geef mijn Porsche maar aan Vicky.” [hahahaha] “Ach mensen, dit is allemaal maar gekkigheid. Ik vroeg me af… Zijn we klaar voor een roeptumaartje? Ja hè? Het is misschien saai dreunerig, met in elke even regel dat lettergreepje extra, en een beetje uit de tijd. Maar toch, ik zou zeggen, en ik zég het ook…”
 
ROEPT U MAAR

“En danseuse!”

Een pittig stukje bergop doet menig renner staand,
waarmee hij zich, in wielertaal gesproken, ‘danser’ waant.
Wij diehard Kantelaarders, besnoven, ladder, straal,
wij hijsen onze gerstenatten zelden verticaal.
Het is een standaard hangen, of heerlijk onderuit.
Die benen doen we later wel, wanneer de zuipschuit sluit.
Dan danst het door de straten, hoe vlak ook geplaveid.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
 
[Top 3 algemeen orangement: 7. Kruijswijk +1.27, 19. Mollema +2.45, 53. Kelderman +26.40]

Share This:

RIK VAN BOECKEL wint de enige echte virtuele ‘schitterende nimf’ trofee op pomgedichten -(naar vreeswijk zingt bellmans epistel 72)

  • FRANS TERKEN maar aan het IJ sta jij
  • PETRA MARIA vult de bladzij van je dromen
  • RIK VAN BOECKEL tot er een ster ontstaat
  • VERA VAN DER HORST Zo mooi als je liep op gebeeldhouwde benen
  • ANKE LABRIE die zomeravonden die toen veel langer leken

de maand juli zonder jeanine – juryvoorzitster met vakantie – biedt de gelegenheid lastige thema’s op te geven – schitterende nimf – ga er maar aan staan – hahaha – komen we vandaag in een finale frans terken – petra maria – vera van der horst – rik van boeckel anke labrie terecht.

we zoeken het op de pom nooit in het vele – het ene is genoeg – het ene mooie is genoeg.

genieten we  en passant van die prachtige vreeswijk,  van die prachtige bjorn van rozen met band.

zij bezingen allemaal hun schitterende nimf zoals deze ook zijn beschreven door frans en petra maria – hoeveel schitterende nimfen hebben we nog te gaan  in het leven – je hebt steeds van haar gehouden zingt frank boeijen samen met Yasmine – die het verlaten van haar schitterende nimf niet wilde en kon overleven – in elke schitterende nimf schuilt immers ook het gevaar van het feestje van de angst en de pijn.




Schitterende nimf, ogen die blaken
Weelderig vlees op het sneeuwwitte laken
En tengere spieren
De slaap moet zegevieren
Want nu komt in zijn pracht
Morpheus, de god van de nacht
De luiken zijn dicht en de kaarsen zijn gesnoten
Wees maar niet bang, de deur is gesloten
Geen mens die nu nog stoort en o, de nacht is lang
Slaap zoetelief, bij mijn gezang
Slaap zoetelief, bij mijn gezang


Het uur middernacht, ’t slaat in de toren
De leeuwerik, ach, is nog lang niet te horen
Nu sluimeren de struiken
Maar achter onze luiken
Zoetelief, zoals je ziet
Rusten wij, maar slapen niet
Hoor eens de donder. Hoor je de regen?
Plotseling hebben we onweer gekregen
De bliksem zoetelief, of hij zelfs neder sloeg
Slaap maar weer in, ’t is nog zo vroeg
Slaap maar weer in, ’t is nog zo vroeg

Slaap toch m’n nimf, droom van m’n snaren
Totdat de zon de dauw komt vergaren
En wij doen liefelijkheden
Waaraan wij pas nog deden
Eerst je mond en dan mijn glas
Vliegen er vonken in de as
En dan, mon Dieu, ze is bezweken
Kijk me toch aan mijn nimf, geef me toch een teken
Goddank, ze ademt weer, en godzijdank ze lacht
Schei nu maar uit, slaap zacht, slaap zacht
Schei nu maar uit, slaap zacht, slaap zacht

wie wint de enige echte virtuele ‘schitterende nimf’ trofee op pomgedichten? (naar vreeswijk zingt bellmans epistel 72) u kent de regels: de gedichten niet te lang svp – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.







zo waren er soms dagen
 
kind nu ik je zie
dan voel ik weer de wind
en sluit ik mijn ogen
 
ik zie de boom nog
waaronder ik ons droomde
misschien had ik
 
toen
 
iets
 
dat het zich niet vouwen laat
en niet kleiner laat maken
dan het is
 
zo waren er soms dagen
ze gingen met de wind
en het weten dat niet wilde
 
pomwolff
Waternimf

Naar Kopenhagen kan ik reizen
de kleine waternimf omarmen en
als het mag haar een zoen bezorgen

of dichterbij de Loreleij
die rotsvast torent boven de Rijn
mij in het voorbijgaan naar haar toe zingt

niet dat zij te ver gaan maar
aan het IJ sta jij – je reikt me je handen
vanuit een roestige schuit

zo verweerd kan oude liefde zijn
laat de golven zingen van de wind
wij vouwen ons in het vooronder samen

FT 13.07.2019



en daar staat zij aan het ij – schrijft frans – en zij reikt hem de handen – prachtig, prachtig zijn waternimf. dichtbij gehaalde oude liefde getekend door het weer, het water, door het zingen van de wind heen hoor je het verlangen.
MUZE

zoals hij naar je kijkt
alsof je drijft
licht golvend
het kroos in de poriën

zijn armen omhelzen
het voelt alsof je zinkt
naar het donkere
lokkende water

zoals hij je schrijft
onuitwisbaar
wacht je de waanzin
van zijn streling

als hij naar je kijkt
ogen van oceaangrijs
vult hij de bladzij
van je dromen

Petra Maria


zoals hij naar je kijkt – schrijft petra maria – en het voelt alsof je zinkt, als haar muze de bladzij van haar dromen vult – prachtig – o heerlijke schitterende nimfen laat het altijd zo zijn het zijn – laat de dichters heel – laat ons dichters heel – asjeblieft.
De zingende nimf

Langs waterwegen zingt de nimf
met schitterende zon in de ogen

streelt melodieën van lucht
boven rotsen van dagelijks geluk

de dans van de zwaluw verlicht haar
zoals de sprong van de zalm verdicht

de natte aderen van de Rijn
strelen de in gedachten verzonken kade

van Leiden tot Sankt Goar
zingt zij over oevers van genade

neemt ons mee naar de overkant
langs groen gedoopte glinsterdalen

verlegen zingen wij refreinen mee
tot er een ster ontstaat

de nimf ten huwelijk vraagt
haar antwoord nu de tijd vertraagt.

Rik van Boeckel
14 juli 2019


passievol gedicht van Rik – over hoe zij zingt over oevers van genade – haar stem weer klinkt – mooi en hoe haar antwoord de tijd vertraagt – een antwoord op die ene altijd weer gestelde vraag. zoveel passie verdient het goud vandaag.


Ontastbaar


Zo mooi als je liep
op gebeeldhouwde benen
je blik onbevangen
gericht op een droom


De haren wild springend
op tengere schouders
die, zo leek, geen last kenden
nu niet en nooit


Waar je liep
viel een vacuum
daarachter verlangen
dat jou niet bereiken kon


nu niet en nooit

vera van der horst


een zo invoelbaar vacuum lazen we niet eerder in een gedicht  met daarachter dat verlangen bestaande uit wel duizend elementaire deeltjes – zoveel verplaatste luchtdruk wist zelfs einstein niet meer te plaatsen – zo wordt een vacuum soms een zwart gat
 

Cornelis
 
waar we hem eindeloos draaiden
met zijn nimf, zijn nozem en zijn non
op die zomeravonden
die toen veel langer leken
 
nu ik in de aula zat
de laatste van ons clubje
hem bijna vergeten was
huilde ik pas
toen hij na Bach
plotseling de ruimte vulde
 
anke labrie



 
dat die avonden toen zoveel langer leken – treffend geschreven – hoe ze door alles heen meegenomen zijn en voor even kunnen worden terug gehaald – mooi

Share This:

WILFRED ALLOY beleeft Etappe 8 za 13-7: Mâcon – Saint Étienne (200 km, heuvels) in café eijlders



Etappe 8 za 13-7: Mâcon – Saint Étienne (200 km, heuvels)

Als aangekondigd: de Bontegezelschappenavond! Wilfred Alloy met een gevarieerd voorprogramma: veel poëzie, onderbroken door vrolijke entr’actes: een meezinglied en filosofische beschouwingen vanuit het circus dat Tour de France heet. Ik zit er in De Kantenaar vanzelfsprekend lijvig bij. Om lijve verslagen gaat het immers op onze Détour. Begrijpelijkerwijs kan ik niet alle teksten hier zwart-op-witwassen. Da’s te veel van het goede. Maar namen, toenamen, titels, eventuele rugnummers moeten te doen zijn. Dus ga ik genieten en af en toe iets noteren over/van de optredende taalkunstlieden.
 
Altonice Rieding opent het bal, licht nerveus, in heur karakteristiek klassieke stijl met een gedicht uit de bundel ‘Verleden vergetelheden’, getiteld ‘Vriendschap nu en dan’, direct een melancholieke toon zettend: Hoe mag onze vriendschap zijn? / Zal die ooit gaan zingen? / Vraag het niet den kastelein. / Hij weet and’re dingen. // Zitten wij dan bij den Waag, / Eindelijk verbonden, / Of bezwachteld als vandaag / Door der minne wonden? // Hoe mag onze vriendschap zijn? / Zal die ooit gaan blinken? / Vraag het niet den kastelein. / Hij geeft slechts te drinken. Ranke Nelis staat achter de tap met ogen vol verbazing te luisteren. Van rond een tafel met o.a. dichters die zich regelmatig in litteraar café Selderij laten zien en horen wordt gelijk gemopperd, iets als dat het niet prettig is de avond zo wereldsmartelijk en zienzuchtig te beginnen. Altoos’ afsluitende kwatrijn maakt gelukkig alles goed: We hesen ongekend. / We bliezen onzen bubbel. / We zagen op het end / Chileen en Leffe dubbel. Ilse knikt goedkeurend, zo van: net het dranklustbruggetje dat we nodig hadden, nu het plastische fysiek nog. Er gaan sidderingen van angst en verwachting door Des Kantelaars zuipkajuit.

De eerste poëzie van genoemde tafel. De sidderingen houden aan. Een blok erotische, ‘erodynamische’ (die houe we d’r in, Herb) wielerpoëzie om u tegen te zeggen. Of ú? Niks u! Je klapt gewoon dicht van ontzetting of prompte uitputting. Je kunt ook geen boe of ba meer zeggen. Uit Drenthe zijn voor een klein weekje de drijvende schrijfkrachten Sari Uwehitser en Marie Relbed de kroeg in gerold, landelijk beroemrucht geworden om hun erodynamische wielerbundel ‘Winnesinne’. (O, zij scholen natuurlijk laatst achter die kreet ‘En nu in het Drents’!) Sari draagt in algemeen beschoft Nederlands ‘Winnen is binnen’ voor. Ongeveer de titeltrack. De wijze waarop daarin heuvelop en heuvelaf wordt gegleden is niet geschikt voor verslaglegging in de Détour. Marie doet even verstaanbaar ‘Met  waaierlust op de kant gelegd’. Niks mis met de titel. Die durf ik te noemen. Maar het gedicht zelf, oi-oi-oi. Van hetzelfde laken… Gezamenlijk brengen ze ‘Van kop af’ en ‘Stevens Kruijswerk’. De kajuit piept en kreunt. Bij de kreet ‘Nu alles in het Drents!’ vallen de eerste cafégasten flauw. De dames zien er wijselijk van af.
 
Wilfred moet hebben geweten wat ons te wachten stond. Voorprogrammatisch doordacht getimed is het zangintermezzo van Immanie Kompaan in chique masculiene outfit (Pannekoek op wulps gestemde tingeltangel). Om even bij te doen komen. Maar we komen niet meer bij. Toch goed bedoeld. Immanie doet de meezinger ‘Janus heb jij je hoedje op’, bekend van optredens van het 7e Regiment Infanterie o.l.v. Joh. Zaagmans in de Tolhuistuin boven het IJ: Ik ging laatst op visite / Bij kennis en patroon / ‘k Dronk hier en daar een borrel, / En was niet meer brandschoon. / De kou had mij bevangen, / Voor ‘t eerst zoolang ik leef / Viel bijna van ’t stoepje / Mijn hooge hoed stond scheef. / Toen riepen me weldra, de jongens achterna: // [Refrein:] Janus heb jij je hoedje op, / Janus wat doe jij met zoo’n dop, / Janus heeft op z’n kanus, / Zijn hooge zij, nou is ie blij / Janus wat heb je op je kop. / Janus is nou de zuurkool op, / Janus heeft op zijn kanus, / Zijn hooge hoed, ‘t staat hem goed, / Die apen snoet.
 
Na de meezinger – het zong niet massaal mee, menig Kantelaarder zocht verhit geraakt verkoeling in extra bierconsumptie – draagt de Amersfoortse Ilse Hoejij uit de bundel ‘Voorbij de meet gekomen’ het vers ‘Eén been van gisteren, één van vandaag en alles ertussen’ voor en het werkelijk niets verbloemende ‘Met twee vingers in een gat naar keus’. Nelis kan de bestellingen nauwelijks aan. Immer, de hoed nog op, komt ‘m een handje helpen achter de bar, als Ilse na de tweede voordracht heesfluistert: ‘En nu in het Vies’. Wat?!! De vaste parlevinker van De Kantelaar levert extra vaten bier.
 
Frenk Snater uit Schin op Geul. Een poëet die wat lucht geeft. Zuidzuivere lucht. Wel over de tour, maar gewoon beschaafd beschouwend: Hoe het bergop gaat / dat het malen je in staalvrije roes brengt, / alsof de Franse aarde naar je framestaven / de maat van het verzet bepaalt, / op een zachter blad, / zoals jij zelf het bewegen wordt / en de stilte, de voldane stilte erna. De laatste regels kunnen erodynamica verraden, maar dat is niet des Frenks. Schitterend. Raak. Nee, die komt wel even binnen.
 
Een aantal voordragers van Genoemde Tafel is ook te bewonderen in het reeds aangestipte litterare café Selderij, gesitueerd nabij de Grote Markt, die beruchte poel des verderf. (Herstel: verderfs. Maar laat ik geen ronkende honden wakker maken.) De Selderijdichters gaan er prat op, misschien iets té prat, dat zij – het zijn hún woorden, hè – De Beweging van Labeto-Tachtigers voortzetten. De huidige Beweging heeft inmiddels, toegegeven, een enorm bereik. Meestal per bus. Dat wel. Want ja: zij, De Beweging, wordt stilaan toch minder. Ze brengt tegenwoordig ‘slowezie’ als het ware. Hoe het ook zij, goed verzorgd vervoerd reikt De Beweging inmiddels tot in België. En wat het café zelf betreft: schrijvers die hem wel lusten aldaar gelaten is Selderij an sich gewoon een fijn innemend drinkablissement en qua uitstraling om door een ringetje te halen. Je waant je in zwierig artistieke sferen van weleer. Mensen tutten zich ‘s weekends thuis urenlang op voor een bezoek. Dat doen ze niet zomaar. Je wilt er goed voor de dag of de avond komen. Zelfs een hond gaat er pico Bello gekleed. Qua bediening staat het in een bijna vergeten horecatraditie: ze komen naar je toe, ze weten je te vinden, kortom: je wordt er aan je tafel hoogstpersoonlijk afgeserveerd. Waar maak je dat nog mee?
 
Dit terzijde geschoven zijnde is het tijd voor de volgende (dubbele) entr’act. Wielerbespiegelingen van Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. Commentatoren bij de Tour de France, moet u weten. De heren berichtten wegens contractueel vastgelegde journalistieke werkzaamheden ter Fransen plekke helaas niet lijvig/scharminkelig op de bonte avond aanwezig te kunnen zijn. ‘Een volgende keer misschien,’ mailde de heer Dijkstra. ‘Dat zegt wel iets.’ Nee, dat zegt niets. Gelukkig hebben we de woorden nog:
 
HvdD: ‘De moulin staat er wel, maar Tom is er niet.’
DK: ‘En nu gaan de beulen het rad ronddraaien.’

(Ik krijg net een diepe overdenking op mijn mail van de Belgische ex-wielrenner en oneline-snuiver Gilbert Tantpissalopes, naar aanleiding van het gebeuren in de etappe van vandaag: ‘Als je à la Philippe koerst, doe je het goed’. Kennelijk solliciteert die Vandejammerwijven ook naar een fulltime kwootfunctie in de Détour. Ik overweeg een ander mailadres.)
 
Tot slot de Terborgse dichter Jan L.S. Hemdelink. Hij brengt uit zijn rakelings door wielererodynamica geprikkelde uitgave ‘Stijgingspercentage’ het (schaam)streekvervoerende poëem ’Code rood’, dat  ook de toehoorders locaal fysiek blozen doet, maar hun tevens een jeugdig groene glimlach ontlokt.
 
De zaal schudt lijf en leden uit voor de afsluiting (lees: hoofdprogramma), naar gewoonlijk gebruikelijke usance verzorgd door de man om wie uiteindelijk alles draait. Alstublieft, publiek, hou het beschaafd…

ROEPT U MAAR

“Een kwak geven!”

Het peloton maalt soepel. Het koerst behoorlijk strak.
Maar zoekend naar posities geeft men and’ren soms een kwak.
Een duwtje of een beukje. Ook dat hoort bij de tour.
Wie zoiets niet vindt kunnen fietst maar huilend naar z’n moer.
Hier kwam onlangs een Vlaming, die om zo’n kwak zelfs vróeg.
Wat douwen later wist men dat dat op iets anders ‘sloeg’.
U ziet maar in welk bierschuim u masochistisch bijt.
Maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
 
[Top 3 algemeen orangement: 7. Kruijswijk +1.27, 19. Mollema +2.45, 49. Kelderman +26.40]

Share This:

WILFRED ALLOY aan de bitterballen in Etappe 7 vr 12-7: Belfort – Chalon-sur-Saône (230 km, vlak)


Etappe 7 vr 12-7: Belfort – Chalon-sur-Saône (230 km, vlak)

Ranke Nelis geeft met een wijsvingertikje op zijn licht ongepast patserige horloge aan: het Bittergarni Uur is aangebroken. Eindelijk! Iemand gaf ‘m ooit z’n vet en sindsdien is dat Uur een begrip.
 
Hebben wij eigenlijk een favoriet in de tour? Er zit nu bijna een week op en ik vroeg het me opeens af. Is er iets gaan leven in het land? Is er zo’n sfeer ontstaan die Smeets, als ie nog steeds onontkoombaar het beeldscherm vulde, de favoriet zou doen vragen: ‘Besef je (je) wel wat je momenteel losmaakt in Nederland?’? Vroeg of laat wil je zien – stiekem natuurlijk, want voor de gereserveerde Kantelaarders is de tour, met al z’n gekte, al z’n ins en outs, als het er werkelijk op aankomt… not done – hoe de mannen het doen. Of ze een versnellinkje in de benen hebben. Of ze überhaupt benen hebben, desnoods die van gisteren. Je denkt gelijk weer aan Tom Dumoulin. Nee, dat was een ander benenverhaal. Hij had wel de benen maar zat na een val met een niet functionerende wielerknie vol grind dat ook omliggende pezen… Pijnlijk. Die doet dus niet mee. Zou een favoriet zijn geweest. Kruijswijk – hing die niet een keer langs de weg aan een tros schrikkelprikkeldraad te drogen of ben ik in de war met iemand anders? – staat nu derdst, meen ik. Dat moet ‘m worden. Wat? Geen derdst meer? Achtst inmiddels? O die had ook iets met grind. ‘Kruijswijk kraakte op het grind, maar doet niet dramatisch’, lees ik. Ik heb het gemist. Een minuutje en vier seconden? Sniks. Daar kun je net zo makkelijk derdst mee staan. Het gaat om het tijdsverschil dat je hebt. Waar hebben we het over? Over het tijdsverschil. Ik voel het: hij gaat nog vlammen. Hup Steven! Eerst naar zeven, en dan verder zien. Vandaag wordt de langste etappe van de tour gereden. Een vlakke. Een etappe voor sprinters, begrijp ik. O wacht, dan moet Groenewegen vandaag onze favoriet zijn.
 
Ik weet een foefje voor de kijkers, voor als het met de favoriet niet goed gaat. Schiet me opeens te binnen. Werkt bijna altijd. Je moet er wel voor in de kroeg zitten. Bij voorkeur. Ik kijk even naar de Ranke. Hé Nelis, waar zitten we eigenlijk? Kijk even op je tom. Tom! Je navi-dinges! Hoe heet het hier? De Kantelaar, zeg je? Waar is dat? Of interessanter: wát is dat? Een kroeg? Juist, dat wilde ik horen. We zitten in de kroeg. Nee, dat we dat even geverifieerd hebben. En dan zie je Groenewegen op de linkerflank zwoegen, ergerlijk in het wiel gezeten door de spreekwoordelijke man met de hamer. Hij heeft er een klap op gegeven. Met die hamer. Ergens op. En Dylan heeft ‘m gekregen. Waar precies op, die klap? Op z’n lever, denk ik. Gebeurt hier ook weleens. Maar goed, dan moet je als toeschouwer gewoon wat doen. En nou komt het, let op. Wat bijna altijd werkt is een portie bitterballen. Dan bestel je, in de kroeg dus, een portie bitterballen. En op zeker moment komen die ballen uit de frituur, zul je altijd zien. Let op: een goed deelbaar aantal ballen. Geen priemgebal. Dat je geen gezeik hebt over de verdeling. Want je eet die ballen niet alleen hè, Nee, die eet je sámen. Ja toch, Wilfred? Daar moet je geen ruzie bij krijgen. Het gaat om het sámen verorberen van bitterballen IN een kroeg. Samen sterk aan de bal ‘met betrekking tot’ duh tegenstander. Het klinkt weird en abstract maar dit is de gedachte: als die ander geen bal heeft kan die niet scoren. Simpel es det. En het werkt heus. Dus je bent in de kroeg samen aan de bal en hop! dan krijgt ook Groenewegen meteen die bal zeg maar en dan schiet ie de gelijkmaker in de winkelhaak. En vlak voor het eindsignaal de winnende. Kat in het bakkie. De bitterballentruc werkte vaak goed als ik met mijn zoon in de kroeg een voetbalwedstrijd met Ajax bekeek, vandaar deze beeldspraak. Hopelijk gaat het ook op bij het wielrennen.  
 
Goed. Bittergarni Uur. Kijk, daar zijn de dampende bitterballen. Heel goed, Nelis. Jij voelt het perfect aan. De meet is niet ver meer. Doe er gelijk wat bier bij. Voor iedereen hetzelfde, toch? Wel, het is nu vooral zaak de boel bij elkaar te houden. Dat niemand zich aan het gemeenschappelijke sportieve belang onttrekt door een bal achterover te drukken, er stiekem  vandoor te gaan en buiten zicht aan de bal met de eer strijkt die ons en onze favoriet toekomt. De langste etappe van de tour. Vlak. Een etappe voor sprinters. Wat ik al zei. Dus de ballen vandaag voor Groenewegen… Nog een paar honderd meter… Is het bier nu al op? O, het was er nog niet. Niet opgelet. Wat een spanning… 50 meter… En het wordt…. Groenewegen! Zie je wel? Oké Nelis, Leffe D voor mij en voor de rest van de ploeg wat ze al dronken. Dit gaan we vieren.
 
Ducrot kwam pas na half vier aankakken. Het was me ontgaan waarom. Tot die tijd had Herbert wielrenner Theo Bos in zijn hok voor een vraaggesprek. De onzekere man stelt toch al veel vragen, nu was het nog erger. Eenmaal geïnstalleerd was Ducrot nauwelijks bij te houden. Met grote moeite heb ik onderstaand stuk gewauwel kunnen vangen. Maar hij zei veel ergere dingen. Herbert zeverde over een geleerde gast die vanavond bij die Ohne de Graaf komt aanschuiven. En dat we vooral moesten kijken. Een wetenschapper in de aërodynamica. Hij sprak het steevast uit als ‘erodynamica’. Erodynamica in de wielersport? Meer iets voor een bonte zaterdagavond, om maar even iets te verklappen.
 
HvdD: ‘Wat kun je nog sleutelen aan zo’n man, dat ie op het eind helemaal komt bovendrijven?’
DK: ‘Dan is ’t wel even binnenvetten, dan is ’t wel je haren uit je hoofd trekken.’
 
Ook weer gehad. We zijn bij het slot, het hoogtepunt, beland. Ik hoop dat het Kantelaarpubliek na dit betoog zijn verantwoordelijkheid neemt. Ook richting onze sneldichter Wilfred Alloy. Dat ze, wuh, de ballen in de ploeg houden. Daar zullen we hem hebben. Stap-struikel-strompel-stommel. En hij staat!
 
ROEPT U MAAR

‘Linkeballen!”

De tour kent van die renners, die voor dezelfde poen
heel sneaky in de kopgroep soms aan linkeballen doen.
Ze rijden achter ruggen, ze stoempen nooit vooraan,
om op een onverwacht moment er vies vandoor te gaan.
De groep slaakt zure vloeken, maar houdt zich meestal flink.
Van Nelis trouwens zijn die hete ballen net zo link.
Nou goed, er zijn zat zaken waar men geen blusbier slijt,
maar we zitten hier gebeiteld en we zitten hier geheid!
 
[klapklapklapklapklap]
 
[Top 3 algemeen orangement: 8. Kruijswijk +1.04, 22. Mollema +2.22, 61. Kelderman +20.58]

Share This:

Peter Posthumus in de taal der liefde

Ik heb bij voorbaat niets te zeggen
ik ben bij voorbaat sprakeloos

ik zag gouden ringen breken
en diamanten branden
in de schemer van die laatste avond

ik zie op eens weer hoe je bent verdwenen
naar wéér een ander leven
terwijl ik alles. alles
voor jou had willen geven


                                  peter posthumus

Share This: