dank aan alle dichters voor alle paasbijdragen op deze bijzondere en zeker niet windstille ochtend van het jaar. de commentaren onder de gedichten. het verlangen naar alle kanten uitgeschreven – en het is zeker gelukt om wat zo persoonlijk is een meer algemene duiding in de tekst mee te geven. dat het van en voor iedereen is. we verlangen veel van ons zelf – ook dat is duidelijk. ik neig ernaar om iedere dichter zijn eigen verlangen te gunnen en dat specifieke verlangen met goud te beleggen. maar we moeten hard zijn – gewoon goud zilver en brons uitreiken – niet als teken van kwaliteit maar als een teken van taalkracht en overtuigingsdrang – van creatieve communicatie – een beloning voor de in eremetaal gegoten schitterende tekens van communicatie tussen dichter en lezer – tussen zender en ontvanger. uiteindelijk is poëzie ook een vorm van communicatie. was er alleen maar poëzie in de wereld – de wereld zou zoveel mooier – liever en vreedzamer zijn. nou ja de oproep van Rik van Boeckel kwam aan.
en toch ga ik vandaag voor groet, gronggrijp en vlinderman – de namen bijna als in en uit het boek Bint van de schrijver Borderwijk. groet, gronggrijp en vlinderman weten als geen ander de teloorgang, de zachte weemoed en het niet te harden verlangen van een gouden glans te voorzien, van harte!
er zijn er
er zijn er zoals wij van toen we honger waren van toen een vinger aan een hand dezelfde hand aan een gedicht waarbij je afdaalt in een warmte die naar buiten wordt gebracht als ook naar binnen wordt gericht
er zijn er zoals wij van toen we dapper waren van toen we ondanks onze schaamte onze naam geloofden dezelfde naam die zonder adem in en uit ons stroomde als ook de diepte in verdwaalde
en er zijn er zoals wij van toen we anders waren van toen we meer dan van elk ander van de ander waren waarbij we elke punt een komma nooit de zin afmaakten, maar er zijn er zo als ook er zijn er niet.
Karlijn Groet
ja een mooie van onze groet – zoals we haar kennen – het verlangen in levensfasen getekend in subtiel bijna dromerige taal – je sluit je ogen en dan wordt de taal iets van wij – van wij samen – van wij toen – van wij ooit en van wij niet meer nee nooit meer zo – en ergens blijft het verlangen hangen in wat was – ooit schreef ik ook over verlaten – maar nooit verlaten van wat was – en zo is het
JOPIE HUISMAN
Het zou allemaal anders kunnen gaan, maar de verroeste fiets met de lekke band, de sleetse schoenen in de schuur – waartoe dient dan het verlies, de tijd met jou mettertijd, de alledaagse dingen.
De zon komt op, de zon gaat onder, er begint geen wereld zonder, jij bent mij zo gewoon en zo vreemd als ik nu. Niet dat ik niet naar je heb geluisterd, niet naar je heb
omgekeken, weet ik je nooit helemaal zeker – herinner ik mij jou, nog voor ik het je schreef, nog voor ik je daadwerkelijk had kunnen vergeten – lood om oud ijzer, heimwee in wording te bestaan –
Elbert Gonggrijp
eigenlijk is het jammer dat het gedicht jopie huisman heet – in wezen lezen we een gedicht vol van liefde en liefdevolle herinnering – de teloorgang zo fraai vastgelegd in de doeken van huisman gewikkeld om de weemoed en het verlangen van de dichter die in poëzie iets van het volmaakte verlangen naar wat of wie hem lief is weet te benaderen.
Dag Pom Het pannetje bracht sudder, deed sidder, braakte verlangen, ik stuur je mijn bijdrage, lang geleden dat ik nog eens zo achterom keek, met jeuk en al erbij. Geniet van je paasontbijt, of paasbrunch, we kennen de vroegte van jouw vogel niet, en als ik het goed heb ook alweer tot zeer binnenkort.
verlang-man
het was hem niets te veel uren vol onrustig getokkel met vingers vol eelt van het eindeloos herhalen dat hij daar enkel maar een ode op zijn gitaar voor haar en hij daartussendoor en alleen hengelend naar haar teder g’hoor
opdat ze hem weer wenken wou in het weerlicht trekken zou samen sterven in hun donderjacht een nacht, een dag en waarom niet nog een nacht gebald in nano-tijd zo daar zo voorbij
nu rest er nog maar dat wat ongrijpbaar zo traag op taal te trekken vlaag op vlaag van onbehaag of anders – en juist om – het behaag van het verlangen naar toen
Groet-je Frans V. — http://vlinderman.blogspot.com het complete gevoel van verlangen uitgeschreven met alle gevoelens die ooit daarbij hoorden en ook later nog steeds zo smartelijk gevoeld – een compleet levensverhaal dat we zo op ons zelf kunnen leggen – hoe dan ook je weet weer dat je leeft als het verlangen het zicht op de werkelijkheid voor even verdringt.
Luk Paard – verlang mij
Magda Haan – onrust en tranen ook
Frans Terken -naar wat op je wacht
Karlijn Groet -waarbij je afdaalt in een warmte
Rik van Boekel – liefde en vrede drukken de waarheid uit
André Heinekamp – Jij nog wel
Elbert Gonggrijp – geen wereld zonder, jij bent mij zo gewoon..
Frans Vlinderman – samen sterven in hun donderjacht
Rob Mientjes – lekker verlangen
Cartouche – reddeloos verlangen
Erwin Troost – een verlangen naar de dood
wie wint de enige echte virtuele – hoe moeten we na kopland nog over verlangen schrijven trofee – op pomgedichten.nl?
ricky koole zingt het zo – verlangen o dat verlangen – de inspiratie – onze inspiratie – voor dit paasweekend in een mooi lied. kopland schreef over het verlangen naar een sigaret – is het verlangen zelf schreef hij – dichters ontkomen niet aan dit bijna in woorden niet te harden fenomeen verlangen – misschien onze dichters een beetje – we lezen het zo graag – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
na kopland
hoe moeten we na kopland nog over verlangen schrijven laat ik nou eens niet
en alleen maar schrijven over een plaats in mijn hoofd waar het verlangen niet heerst het verlangen geen plaats kreeg het eeuwige verlangen naar jou
én niet over jou omdat ik altijd heb gewild dat je bij mij zou blijven
pomwolff
’n feestelijke dag deze zondag…paastijd…de verrijzenis en zalig en zo en ik schrijf van de dorst naar…en met me hoofd in de wolke van’n zaligheid…’et is verlange en ik verlang…’et kan met de oge toe…’et wiege as vanzelf…ja op deze dag wil’k je fluistere…
“ verlang mij “
met de oge dicht stijgend in hemelsblauwzacht ik wieg…
buig me smachtend duw aan dije wieg je mee
op’et ritme van jouw adem heen en weer over huid en leg bene om ik wil
langs je heen wieg me zacht doe je oge dicht laat ons zweve
een bijna zwevend verlangen rond en in het liefdesbed van de poëzie opgemaakt door de dichter Luk Paard – nou wie zo de pasen wordt ingedragen heeft niet en niets meer te klagen. zachte en intens gevoelde paasromantiek in optima forma. wie zoveel verlangen weet te fluisteren schreeuwt als het ware de liefde de wereld in. ja dat is luk paard.
Dag Pom Alvast fijne Paasdagen
Duisternis
Als de ondergaande zon dooft alleen nog de bomen zacht ruisen sluipen verstopte gedachten ongeoorloofd binnen onrust en tranen ook en het verlangen naar het ochtendgloren
Magda Haan
zelf een beetje moeite met dat woord ‘ochtendgloren’ – kan eigenlijk best weg die laatste regel – dan houd je een kleinood in taal over – met zachte zeggingskracht.
Goedenacht Pom, Nog op de valreep van goede vrijdag. Goed paasweekend, groet, Frans
Het verlangen
om te blijven is als drijven
het drijven zelf met het hoofd boven water ogen op de rand van zee en lucht
wat drijft gaat niet onder kijkt verder en houdt vast aan waar je je zinnen op hebt gezet
het lijf klauwt slagen vooruit trotseert moedig de diepte die vanonder aan je trekt
je blaast het schuim in vlokken voor je uit vlindert op ruige golven
kijkt naar wat op je wacht geeft je nooit gewonnen
een bijna existentieel gedicht – het leven getekend in een enorm verlangen te overleven in een zee van zeg maar tijd. het hoofd boven water houden is waar het om gaat.
Goedemorgen Pom
Hier is mijn bijdrage aan het thema verlangen. Gisteravond opgetreden tijdens een benefietconcert voor de Oekraïne. Het verlangen naar vrede daar is duidelijk. Met mijn band Kamara hebben we ook een lied over vrede voor de Palestijnen gespeeld. Mijn gedicht is algemeen want er is veel oorlog nu. Zoals jij weet heb ik 4 mei 2024 in Katwijk meegespeeld in de voorstelling Oorlog en Vrede, gebaseerd op het boek van Tolstoi.
Verlangen naar vrede
Levende en dode mensen verlangen naar de waardevolle en troostrijke tijd van vrijheid en vrede
dat is de goede reden voor ons bestaan Tolstoi schreef het boek Oorlog en Vrede zo zingt de koerier voor de vrede dit lied
verhalen van vrijheid zingen het liefst laat de onderdrukking varen doe dit maanden, doe dit jaren ze zingen dit trots en luid
verlangen naar liefde is de tweede reden liefde en vrede drukken de waarheid uit de waardevolle tijd van waarheid en geluk mag nooit stuk door oorlog en haat
laat andere landen en volken met rust verlangen naar vrede heeft dit gekust zodat de komende tijd hopelijk goed gaat voor de pacifistische mensheid.
Rik van Boeckel 4 april 2026
bijna een betoog – dit gedicht voor de vrede en voor de liefde – laten we zeggen het verlangen naar een vredige liefdevolle wereld – wellicht momenteel een naïeve gedachte geformuleerd in de taal van de poëzie – rik van boeckel weet deze gedachte jaar in jaar uit te etaleren in zijn poëtische winkel van de vrede
Jij nog wel
Het was laat in de ochtend ik zag de buurman spitten geel metselzand mengde en lichtte de zwarte aarde.
Zijn woning leek nieuw de gevel was vervangen de omgeploegde tuin voegde hij weer aan het huis.
Ik rook grond en sloot geslepen steen en hout en ik zag de appelboom gezaagd in blokken liggen.
Ik hoorde ganzen kermen boven een nieuwe omgeving waar kinderen mij passeerden die ik nog nooit had gezien.
Gelukkig kwam er iemand naast mij staan, jij nog wel met in je handen een twijg van de gevallen appelboom.
André Heinekamp
dat subtiele ‘jij nog wel’ kleurt het hele gedicht rood vol met liefde. het handelskenmerk van André Heinekamp – de vaste lezers hier kennen mijn voorkeuren en mijn euforie voor de teksten van deze dichter.
Dag pom, Verlangen doen we allemaal, in veel opzichten. Hier is mijn opzichtig verlangen. Fijne Pasen overigens. Verlang er nu al naar. Naar verlangen? Nee hoor. Gewoon genieten.
Naar verlangen
Hebben we allemaal wel eens een verlangen, naar verlangen opzichtig soms en heel aanwezig verlangen naar niets kan ook gisteren nog ervaren diep naar verlangen naar niets
dan ga ik rustig in een stoel zitten en ga ik pas echt verlangen de tijd verlang ik dan seconden worden minuten minuten uren heerlijk sitting in a chair
juist ja … wasting time niks niet on a dock of a bay nee gewoon in mijn stoel tijd verspillen … dag tijd lekker verlangen niks niet naar verlangen
Rob Mientjes het
naar een zalig nietsdoen hier uitgeschreven en geanalyseerd. zelfs in de praktijk gebracht mogen we lezen. pasen doet dichters goed.
Longlist
aan bucketlisten doe ik niet, staren in de lijst van mijn raam echter des te meer naar hoe ze roepen, in de rondte hippen tegen het asgrauw van de hemel
ik glimlach, knik naar het gezicht dat ik met ogen dicht haarfijn uittekenen kan en trekken zie aan de dag dat wij twee vogels konden houden in één hand
wisten van vliegen, van zand en zee van stranden, boeien en opkomende vloed lijnen die vanuit een innerlijk-gedreven schrijven zich over de rand van een doodsprent leggen
meer nog, hoe ik opveer, een trek neem ons in het gloeien van mijn sigaret als gedicht zie – opkringelen in een wolk
redeloos reddeloos verlangen
04-04-2026 / Cartouche
een mooi naar het einde toegeschreven einde. van een droom wellicht – van een relatie – een hond – een geliefde – we weten het niet. Cartouche laat de taal in rook opgaan als het hem uitkomt en hier heeft ie geen keus aan zich zelf gelaten.
En ineens was ik dood.
Nou zo voelde het wel. Ik had alles gedaan wat ik. Man, mijn mond zo droog vanwege het beffen van de oceaan. Ik wilde alle plastiek eruit halen. En plots ging ik dood.
Ik had ook geheime fragmenten meegenomen in mijn hoofd. En ik hoorde een liedje wat ik eerder heb geloofd en toen kwam dat. Dat ene leegte in mijn hoofd. Nee.
Ik ben een ei vanbinnen. Ik stopte mijn handen daar waar de aarde had moet zijn. En ik zocht naar het donkerste. Ik slikte naar adem.
En nu laat ik zulke mooie bloemen na. Bovenop de mest en het stinkt.
Erwin Troost –
de dichter Erwin Troost beschrijft een mogelijk verlangen naar de dood
Mijn studio lag recht tegenover het station van Bussum. Elke trein die voorbijreed liet de vloer trillen. Niet een beetje. Echt trillen. Het soort trillen waardoor je bord rammelt en je denkt: misschien wil dit gebouw gewoon ergens anders wonen.
Boven mij woonde een Marokkaan die de hele dag blowde en gesprekken voerde met zijn kanarie. Geen kleine praatjes. Echte gesprekken. Soms hoorde ik hem lachen en daarna de kanarie terug schelden.
Naast mij woonde Arjen. Arjen had staalblauwe ogen en een gezicht dat eruitzag alsof het al een paar levens achter de rug had. Hij was gepensioneerd. Had een tijd bij Artsen zonder Grenzen gewerkt. Daarna een café gehad. En een boot.
Zijn kamer was een soort archief van halve plannen. Overal hingen overhemden. Aan deuren, aan stoelen, soms gewoon aan een spijker in de muur. Op kasten en tafels stonden handgeschreven nummers. Waar ze voor waren heb ik nooit begrepen.
Arjen rookte zware B-merk shag. Hij had altijd een hele slof liggen. Voor een chaoot zoals ik was dat handig. Als mijn shag weer eens op was, kon ik bij hem lenen. Hij warmde zijn koffie op in de magnetron en at magnetronrommel. Niet uit overtuiging. Meer omdat koken hem teveel moeite kostte.
Als ik had gekookt nodigde ik hem uit. Dan zaten we aan mijn kleine tafel, dronken wijn en keken naar First Dates. Arjen vond de meeste gasten zielloze interviewers. ‘Ze luisteren niet eens,’ zei hij dan. Hij kon zich ook enorm opwinden over de politiek. Vanuit mijn kamer hoorde ik hem soms tegen de televisie praten. Niet echt boos. Meer teleurgesteld.
We huurden allebei van een man met een lijstenmakerij. ‘Een pfenningvrek,’ noemde Arjen hem. Ik kende dat woord niet. ‘Mooi woord voor mensen die slissen.’
Arjen noemde zichzelf een non-conformist. Dat klonk bij hem niet stoer. Meer als een simpele constatering. Zoals die ene keer dat hij mij om een vuurtje vroeg. Hij stak zijn sjekkie aan en gooide mijn aansteker zo pardoes uit het raam. ‘Is toch een wegwerpaansteker.’
Omdat zijn koelkast niet goed sloot had hij een blik bruine bonen tegen de deur gezet. ‘Werkt prima.’ Soms vroeg hij of ik medicijnen voor hem wilde halen. Dan schreef hij een briefje voor de dokter dat het goed was. Hij had een opvallend mooi handschrift. In ruil hielp hij mij met mijn belastingaangifte. Ik was daar een ramp in.
Door Arjen leerde ik ook andere muziek kennen. Op een avond zette hij Southern Cross op van Crosby, Stills & Nash. Er zat zee in dat nummer. We dronken veel wijn samen. Arjen schilderde ook. En hij schreef gedichten. Die raakte hij meestal kwijt. Of ze werden gejat, zei hij. In Apeldoorn had iemand ooit een gedicht van hem voorgedragen alsof het van hemzelf was. ‘Serieus?’ zei ik. ‘Dat klinkt als een Bukowski-verhaal.’ Arjen glimlachte. ‘Ja,’ zei hij. ‘Alleen schrijf ik beter dan Bukowski.’ Hij nam een slok wijn en haalde zijn schouders op.
Later vertelde hij over vrouwen. Veel vrouwen. ‘Minstens driehonderd,’ zei hij. Ik knikte. Maar twee van hen, vertelde hij later, hadden zichzelf van het leven beroofd. Daarna zwegen we een tijd.
Kort voordat ik naar Spanje vertrok hoorde ik dat Arjen longkanker had. Hij zei het alsof hij het over het weer had. ‘We hebben allemaal een eindhalte.’ We dronken nog een glas.
Buiten reed een trein voorbij en de vloer begon weer te trillen. Arjen zat daar met zijn magnetronkoffie, zware shag op tafel en een blik bruine bonen tegen de koelkastdeur. Alsof hij allang wist dat sommige deuren alleen dicht blijven met een blik bruine bonen.
pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 60 – dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.
Laat het voor wat het is met een knipoog naar de zon naar buiten: de zee, het strand uit waaien met de horizon in zicht
en de schepen verderop hoog opgetast met containers ladingen vol hebzucht de wereld een cargo cult
één zo’n schip alleen al een roofdier dat doelbewust, geruisloos en onverstoorbaar verder gaat en uiteindelijk z’n prooi tussen de rotzooi & rommel tussen de restanten achterlaat.
MartinB heeft er negen uur over gedaan om de volgende reactie te genereren – wij van de vrede laten de opponenten graag aan het woord – hoe meer vrede hoe beter: Martin Berghoef : “Negen uur stilte onder je “literaire excuus”. Dat is ironisch, hè? Niemand reageert omdat zelfs de lucht doorheeft dat dit geen klap uitdelen is, maar een excuus in driedubbel papier. Ik had bijna een joint opgestoken om dit door te komen, maar zelfs blowen kon de vermoeidheid niet wegnemen. Te veel woorden, te weinig scherpte, te veel spiegels die zichzelf applaudisseren. Echte scherpte heeft geen uitleg nodig. Echte scherpte snijdt en laat de wond spreken. Jij probeert het anders: uitleggen dat het pijn doet, terwijl iedereen al negen uur lang zwijgt. Gefeliciteerd met je nieuwe genre: de stilte.”
ons literaire fenomeen BLUE MONDAY heeft de moeite genomen om een werkelijk nieuw genre te introduceren op uw pomsite: het literaire excuus! kom daar maar eens voor in de literaire wereld. zijn vorige spraakmakende column schoot oa een MartinB, een Bart Top in de nogal van elkaar verschillende verkeerde keelgaten. BLUE MONDAY weet als geen ander de site op scherp te zetten en het aloude spreekwoordelijke gezegde ‘pomgedichten – poëzie – nieuws én rellen’ nieuw leven in te blazen. wij van hier van de vrede stimuleren heel graag vredesinitiatieven van welke zijde deze ook komen. geniet deze maandag het nieuwe literaire genre.
Martin Berghoef: De ironie wil dat het stuk eigenlijk precies lijdt aan wat het Wilders verwijt: eeuwige herhaling.
pom wolff: nou ik vind dat de column een dodelijk treffend medelijden ademt.
Martin Berghoef: Medelijden misschien. Maar echt dodelijke satire heeft zelden zo veel woorden nodig.
Bloody Sunday
In eerste instantie indirect ervoer ik dat er een afschuwelijke column onder mijn pseudoniem te pomgedichten.nl is verschenen. Walgelijke uitspraken over dhr. Wilders, gerespecteerd kamerlid ter centrumrechterzijde, worden mij in de Nikes geschoven. Wat er van mijn goede naam restte blijkt in een spervuur van anti-autoritaire deugkneuzenporno vrijwel volledig verdwenen. Ik had niets door, maar toen in de loop van de week de eerste afzeggingen van lezingen en signeersessies mij in onvriendelijke bewoordingen begonnen te bereiken en ik door een vriend attent werd gemaakt op een reportage op Ongehoord Nederland met als thema “Blue Monday of Rode Dageraad” werd mijn water onrustig. Toen de eerste gemaskerde Feijenoord-supporters bij de voordeur opdoken en me voor linkse kankerpedofiel uitmaakten wist ik zeker dat er iets niet lekker zat. Een belletje met de opvallend kort aangebonden webmaster van pomgedichten.nl, ene meneer Wolff, bracht meer helderheid in dit troebele verhaal: mijn zogenaamde bijdrage, die hij in goed vertrouwen blind en met een zwierige klap op de entertoets had geplaatst na een avond stevig bor… dichten, had de goede naam van zijn site aangetast. Tja, wat zal ik zeggen? Geert was ook al niet blij met me. En zo eindigde ik de afgelopen twee weken met haat en moorddreigingen en zonder werk en vrienden.
Het is daarom dat ik op deze plaats met klem afstand wil nemen van de heersende overtuiging dat de gewraakte tekst van mijn hand zou zijn. Nooit zou ik mij verlagen tot een dergelijk niveau, al zeker niet als het daarbij gaat om de enige hoop op redding van dit kapotte communistenparadijs dat wij Nederland noemen, maar intussen ook zomaar Aberbadjan zou kunnen heten. Nee lieve lezers, de eerlijke waarheid is dat ik ben gehackt, waarschijnlijk door een pro-Iraans hackerscollectief. Mijn uiterst gecompliceerde wachtwoord (@#67YUp!!!23{k}blÖs_3) was geen partij voor de sji’itische digiboeven en zo werd ik als een onwetende pion in het internationale schaakspel geofferd. Een fake porno hebben ze me bespaard, maar mijn goede naam en eer lijken onherstelbaar beschadigd.
Ik wil me verontschuldigen bij de lezers die ongevraagd geconfronteerd werden met de hybride uitwassen van de oorlog in het Midden-Oosten en spreek de hoop uit dat er geen kinderen onder de slachtoffers zijn. Waar het echter uiteindelijk om draait is dat ik wel bij de goeden hoor – ook ik ben een van u, een Bezorgde Nederlander – maar door deze toestand volledig aan de grond zit. Ik roep daarom de talrijke lezers van dit medium op om eens een blik te werpen op de crowdfunding die ik op gofundme ben gestart onder de titel “Uw gift voor Blue Monday is een investering in de vrijheid van ons allemaal” en aansluitend gul te geven. Opdat zulke columns nooit meer kunnen gebeuren.
ik geloof dat de trouwe lezers van de site het mij niet kwalijk nemen dat we vandaag de morgen jarige ANKE LABRIE het goud toedichten – dank ook voor de inspiratie deze week – het doolhof van de kinderjaren – we kregen mooie inkijkjes in de jeugdjaren van de dichters die inzonden – dank daarvoor – het is altijd toch een beetje kwetsbaarheid die we lezen in de beschreven kinderjaren – van leiden tot limburg – een speciale vermelding voor Merelstraat 4 van André Heinekamp die de min of meer universele jeugdliefde een plaats gaf in zijn gedicht. dank aan alle inzenders – voor Anke een mooie dag morgen.
Jeugdliefde
De koplampen en de grill
van de Volvo uit de polder
zaten onder de muggen
en aan de rubber bumpers
hingen mistlampen van Hella.
Op het kentekenbewijs
dat achter het raam zat
kon je het adres lezen.
Merelstraat 4
daar woonde je
veel meer is het niet geworden.
André Heijnekamp
Dichter memoreert naar ik aanneem zijn – onze – jeugdliefde(s) – je wist niet waar of wat of hoe je moest kijken – die jeugdliefdes die een leven in een mensenhoofd meegaan, zo af en toe nog rondspoken, in ieder geval tot enorme proporties buitenproportioneel vergroot zijn – veel is het niet geworden schrijft de dichter – veel zal er ook niet van over zijn is het grote realistische vermoeden – het is maar goed dat we niet weten waar zij zich ophouden – in de grond, in de oven, wellicht in de omaschappen of de opaschappen in het warenhuis van het leven. of heel misschien als lezer van deze site der sites uw pomgedichten. een mooie impressie André.
André Heijnekamp – Merelstraat 4
Rob Mientjes – Blacky de zwarte poedel hij is niet meer
Frans Terken – hangen in de kruisbessen
Rik van Boeckel – aan tafels vol nasi goreng en gado gado
Magda Haan – …. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf.
Cartouche – onbezonnen
Luk Paard – elke ochtend voor de spiegel
wie wint de enige echte virtuele – vrij naar Anke Labrie – in welke doolhof leefde u in uw kinderjaren- trofee op pomgedichten.nl? kortom: wie wint de kinderjaren trofee? eren we hier de dichter Anke Labrie – die aanstaande maandag haar jongste verjaardag viert – hier om de hoek in 020 – met dat mooie ‘kinderjaren’ gedicht – uitgegeven door Stichting Spleen 2023 in de verzamelbundel Dolende Ziel. elke dichter kent zijn eigen kinderjaren – we lezen er zo graag over hier. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
dode kip
ze zijn allemaal dood mijn helden ome joep met zijn schilferhanden dode huid op de grond die verwoestende blik als hij even niet kon krabben en met 140 kilometer per uur richting zee naar het zoute water
en dan had je tante stannie nog die woonde in het dorp van oma ga maar kip halen bij tante stannie als ik aanbelde was de kip al dood je kreeg een poot met een spier om mee te spelen en dode kip mee in een krant
pom wolff
Stille getuige
getuigen van een blije jeugd die helaas niet beklijven foto’s laten los zo ook de plastic hoekjes vergeeld en verteerd zelfs de bladen geven niet langer mee dubbelgevouwen het tussenblad op weg naar de laatste foto wederom niemand in beeld of toch Blacky de zwarte poedel hij is niet meer nooit geweest illusies in gedachten achter het behang geplakt conform de verwachting getuigen van een blije jeugd
Rob Mientjes
ach ja blacky – en wie zong ook alweer dat liedje met daarin die regel – getuigen van een blijde jeugd – oja boudewijn de groot – dat je altijd al zo enorm graag een hondje wilde maar dat het hondje nooit gegeven is of dat het hondje weg moest omdat hondje niet zindelijk te krijgen was of dat de hamster – nou ja het eerste verlies en het verdriet in een mooi kader geplaatst.
Goedemorgen Pom, Even terug in het doolhof van de jeugdjaren, komt deze beleving boven, zo rond de Paasdagen. Warme weekendgroet, en alvast de felicitaties voor Anke! Frans
Zwerven vanuit de achtertuin
Je weg zoeken door de struiken tussen notenboom perenboom en stiekem van de kersen snoepen bleven we hangen in de kruisbessen die thuis ‘kroesjele’ heetten
dat we die voor de vlaaien plukten om op het rechte pad te blijven zo in een lijn over de stoep naar de kerk net op tijd voor de hoogmis in het latijn
liep ik daar met het missaal te struikelen het kostte een draai om de oren van eerwaarde meneer de deken
mochten we als pleister op de wond met Pasen eieren ophalen in de parochie voorzichtig neergelegd in de mand vol stro
hadden we toch nog een roomse vangst om de grijze dagen kleur te geven
ja het mij niet onbekende limburg van de dichter – land waar ik de zomervakanties doorbracht in de dorpen rond heerlen – bij oma en opa – nieuwenhagen en nieuwenhagen heide – de mannen in de mijnen, de vrouwen verzorgden kippen en kinderen – de löss vloog om je oren als je de berg op moest fietsen – naar beneden was je zo. frans memoreert de kruisbes. inderdaad heel soms vond je ze ook in het bos – als ze dik waren kon je ze plukken – uitkijken voor de stekels – een heerlijk zoet. de onvermijdelijke kerk op zondag – het dorp liep uit – en na de mis nog even naar het kerkhof om de doden te groeten. je zondagse pak. en dan inderdaad met pasen de eieren. frans beschrijft hoe het was.
Goedemorgen Pom Hier is mijn bijdrage aan het doolhof van de kinderjaren. Toen noemde mijn moeder mij een bazuin engel wegens de krullen in mijn haren. Lees mijn gedicht maar als een verwijzing naar hoe mijn jeugd toen in Den Haag was. En wat mijn ouders deden. De jaren vijftig van de vorige eeuw zijn nu zo lang geleden. Ik heb er echter een door mijn vader gemaakte film van.
De stille bazuin engel
De stille bazuin engel laat mijn gezicht zien in het labyrint van de kinderjaren de krullen in de haren vertellen mamma dat ik op een bazuin engel lijk die rustig naar de toekomst kijkt
de tijd gaat langzaam voorbij aan de Haagse Laan van Meerdervoort de straten in de Vruchtenbuurt vragen om wandelingen met de hond net als de Bosjes van Pex en Kijkduin
opa introduceert Nederlands Indië tijdens het verre jeugdige verleden mamma laat de rijsttafel zo lekker eten aan tafels vol nasi goreng en gado gado de smaakmakers worden er gelukkig door
het gezin reist naar campings in Frankrijk, Zwitserland en Italië pappa handelt in textiel met de wereld ik kijk in films naar zijn gezicht via het zwart-witte beeld van de jaren vijftig. . Rik van Boeckel 28 maart 2026
ja een mooi relaas – hoe het was in het haagse – een andere wereld hier geserveerd vol van nasi goreng en gado gado – het jongetje met de krullen – moeder blij en trots om en op het kleine goed.
Dag Pom …. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf. Een kleine terugblik van mijn schooltijd daar.
Leven in een opgelegd stramien
Het heeft zo zijn voordelen elke dag begon en eindigde op vaste tijden de meeste vaders waren onder in de Mijnen moeders druk met het runnen van het gezin
we waren braaf en beducht voor Meneer pastoor en zijn aanwijsstok een speelkwartier kinderlijke vrijheid wel onder toezicht gelucht
de bel beierde dan over het schoolplein links de jongens rechts de meisjes alles om later met een rein kinderzieltje te kunnen belijden
Het heeft zo zijn voordelen leven onder de hoede van God de grote Kerk stond naast de school zo kon je meteen je zonden opbiechten
op de knietjes en gevouwen handjes kinderzieltjes van geen kwaad bewust als je geluk had werd je door Hogerhand liefdevol gesust
Magda Haan
ook magda beschrijft het land van de zachte G – het schoolpleintje bij de kerk van meneer pastoor – inderdaad alles onder gods hoede. de mijnen, de stoflongen, de ongelukken in de ‘sjagt’, de mijnsluitingen en het sociale verval – de pijnen. op zondag zong een koor in de kerk alle pijntjes weg – de kroeg tegenover de kerk een plek om het leed iets te verzachten – als je dood ging daar ook de koffietafel. yess i remember. de witte kaaskop zoals ze mij noemden kende daar gelukkige zomer vakantie maanden.
In dit doolhof van ons aller heden komen mij woorden aangevlogen: zon, storm en plots vallende regen hoe een leven in elkaar kan steken
GV
Onbezonnen
zoals wij waren wisten we nog van geen god verbod en tijd bestond nog niet in onontgonnen onszelf genoeg om te verkennen, een en al
verwondering in natuur en al die dingen vliegen salamanders vangen graven proeven ogen rode konen kuilen in zilverzand
de godganse dag de pure smaak van ongebitterd op lippen ongekende, ongehoorde noten en melkmuilen waren we maar
hongerig, onverschrokken als in het rond dollende wolven welpen in elk weer tot de zon de val van man zijn al te gauw aan de leiband van later
28-03-2026 / Cartouche
ja een poëtische terugblik deze herinnering. het is het verhaal van de jonge puber Cartouche vermoed ik zo – geen zee ging hem te hoog. waar je keek was ie al weer weg. we leen helaas niet waar het jonge leven van dit doldrieste en onbezonnen boefje plaats heeft gevonden. iets in het zuidhollandse zal het zijn? de dichter cartouche is natuurlijk wel in staat om de jeugdjaren mooier te maken en weer te geven dan ze in werkelijkheid waren.
(de rockdichter): zo de zondag ter poms site (‘n favoriete dichter van mij) voor de wedstrijd die geen… (u kent dit al wel)…doe’k effe terug in de tijd…me stoute jongensdroom en sylvester in goede tijde…ik zeg rambo en ik schrijf…de terugblik op de droom en oooh ik zag me in hele verhale opdrave…ongenaakbaar en zo….ja die
” jongensdroom ” luk paard
(ondertitel: rambo)
zwarte vege op de smoel arme met spiere getooid (stierenarme zegde boer claes zaliger) en met ‘n doekje om’et hoofd voor’et bloede
strong as horse a rock a rockin’horse rambo en neerhakke wat moet moeiteloos
dag na dag elke ochtend voor de spiegel ’n killersblik
verder de oeverloze fantasie om rond te drage as’n stoute jongensdroom
prachtig kunstwerk ook – met daarin alles wat beschreven staat – we zien een bijna op hol geslagen jongeling op weg naar het latere dichterschap waarin alle daden – wat zeg ik het gehele leven van de jonge Luk paard – tot kunst verheven en gecomprimeerd worden/wordt beschreven. stoer, recht door zee, uiteen spattend en enorm.