Rob Mientjes – laat vogels zingen…


Wandelwegen



Niets liever
draagt mijn gemoed
me over wandelwegen
in voorspoed en verdriet


in prachtige natuur
bonkt een romantisch hart
waar blauw en bruin
aan mij hun aandacht dwingen


nadenken doodzonde
ik zuig zuurstof binnen
geef koolmonoxide terug
wisseldans in natura


ik luister naar de bomen
en spiegel mijn ziel
wacht zo lang
totdat er gras over groeit


laat vogels zingen
in mijn verdwaalde brein
dat naarstig zoekt
achter wolken te zijn


Rob Mientjes

Share This:

Groet, Gonggrijp en Vlinderman winnen de enige echte virtuele – hoe moeten we na kopland nog over verlangen schrijven trofee – op pomgedichten.nl

wedstrijd gesloten

dank aan alle dichters voor alle paasbijdragen op deze bijzondere en zeker niet windstille ochtend van het jaar. de commentaren onder de gedichten. het verlangen naar alle kanten uitgeschreven – en het is zeker gelukt om wat zo persoonlijk is een meer algemene duiding in de tekst mee te geven. dat het van en voor iedereen is. we verlangen veel van ons zelf – ook dat is duidelijk. ik neig ernaar om iedere dichter zijn eigen verlangen te gunnen en dat specifieke verlangen met goud te beleggen. maar we moeten hard zijn – gewoon goud zilver en brons uitreiken – niet als teken van kwaliteit maar als een teken van taalkracht en overtuigingsdrang – van creatieve communicatie – een beloning voor de  in eremetaal gegoten schitterende tekens van communicatie tussen dichter en lezer – tussen zender en ontvanger. uiteindelijk is poëzie ook een vorm van communicatie. was er alleen maar poëzie in de wereld – de wereld zou zoveel mooier – liever en vreedzamer zijn. nou ja de oproep van Rik van Boeckel kwam aan.

en toch ga ik vandaag voor groet, gronggrijp en vlinderman – de namen bijna als in en uit  het boek Bint van de schrijver Borderwijk. groet, gronggrijp en vlinderman weten als geen ander de teloorgang, de zachte weemoed en het niet te harden verlangen van een gouden glans te voorzien, van harte!

er zijn er

er zijn er zoals wij
van toen we honger waren
van toen een vinger aan een hand
dezelfde hand aan een gedicht 
waarbij je afdaalt in een warmte 
die naar buiten wordt gebracht 
als ook naar binnen wordt gericht 

er zijn er zoals wij
van toen we dapper waren
van toen we ondanks onze schaamte 
onze naam geloofden
dezelfde naam die zonder adem 
in en uit ons stroomde 
als ook de diepte in verdwaalde
 
en er zijn er zoals wij
van toen we anders waren
van toen we meer dan van 
elk ander van de ander waren
waarbij we elke punt een komma 
nooit de zin afmaakten, maar 
er zijn er zo als ook er zijn er niet.

Karlijn Groet

ja een mooie van onze groet – zoals we haar kennen – het verlangen in levensfasen getekend in subtiel bijna dromerige taal – je sluit je ogen en dan wordt de taal iets van wij – van wij samen – van wij toen –  van wij ooit en van wij niet meer nee nooit meer zo – en ergens blijft het verlangen hangen in wat was – ooit schreef ik ook over verlaten – maar nooit verlaten van wat was – en zo is het

JOPIE HUISMAN

Het zou allemaal anders kunnen gaan, maar de
verroeste fiets met de lekke band, de sleetse
schoenen in de schuur – waartoe dient dan
het verlies, de tijd met jou mettertijd,
de alledaagse dingen.

De zon komt op, de zon gaat onder, er begint
geen wereld zonder, jij bent mij zo gewoon
en zo vreemd als ik nu. Niet dat ik niet naar
je heb geluisterd, niet naar je heb

omgekeken, weet ik je nooit helemaal zeker –
herinner ik mij jou, nog voor ik het je schreef,
nog voor ik je daadwerkelijk had kunnen
vergeten – lood om oud ijzer, heimwee
in wording te bestaan – 

Elbert Gonggrijp

eigenlijk is het jammer dat het gedicht jopie huisman heet – in wezen lezen we een gedicht vol van liefde en liefdevolle herinnering – de teloorgang zo fraai vastgelegd in de doeken van huisman gewikkeld om de weemoed en het verlangen van de dichter die in poëzie iets van het volmaakte verlangen naar wat of wie hem lief is weet te benaderen.
 


Dag Pom
Het pannetje bracht sudder, deed sidder, braakte verlangen, ik stuur je mijn bijdrage, lang geleden dat ik nog eens zo achterom keek, met jeuk en al erbij. Geniet van je paasontbijt, of paasbrunch, we kennen de vroegte van jouw vogel niet, en als ik het goed heb ook alweer tot zeer binnenkort.



verlang-man

het was hem niets te veel
uren vol onrustig getokkel
met vingers vol eelt
van het eindeloos herhalen
dat hij daar enkel maar
een ode op zijn gitaar voor haar
en hij daartussendoor en alleen
hengelend naar haar teder g’hoor

opdat ze hem weer wenken wou
in het weerlicht trekken zou
samen sterven in hun donderjacht
een nacht, een dag en waarom
niet nog een nacht
gebald in nano-tijd
zo daar zo
voorbij

nu rest er nog maar
dat wat ongrijpbaar
zo traag op taal te trekken
vlaag op vlaag van onbehaag
of anders  – en juist om – het behaag
van het verlangen
naar toen


Groet-je
Frans V.

http://vlinderman.blogspot.com  
het complete gevoel van verlangen uitgeschreven met alle gevoelens die ooit daarbij hoorden en ook later nog steeds zo smartelijk gevoeld – een compleet levensverhaal dat we zo op ons zelf kunnen leggen –
hoe dan ook je weet weer dat je leeft als het verlangen het zicht op de werkelijkheid voor even verdringt.
 

 
  • Luk Paard – verlang mij
  • Magda Haan – onrust en tranen ook
  • Frans Terken -naar wat op je wacht
  • Karlijn Groet -waarbij je afdaalt in een warmte 
  • Rik van Boekel – liefde en vrede drukken de waarheid uit 
  • André Heinekamp – Jij nog wel
  • Elbert Gonggrijp – geen wereld zonder, jij bent mij zo gewoon..
  • Frans Vlinderman – samen sterven in hun donderjacht
  • Rob Mientjes – lekker verlangen
  • Cartouche – reddeloos verlangen
  • Erwin Troost – een verlangen naar de dood
wie wint de enige echte virtuele – hoe moeten we na kopland nog over verlangen schrijven trofee – op pomgedichten.nl?


ricky koole zingt het zo – verlangen o dat verlangen – de inspiratie – onze inspiratie –  voor dit paasweekend in een mooi lied. kopland schreef over het verlangen naar een sigaret – is het verlangen zelf  schreef hij – dichters ontkomen niet aan dit bijna in woorden niet te harden fenomeen verlangen – misschien onze dichters een beetje – we lezen het zo graag – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.


na kopland

hoe moeten we na kopland
nog over verlangen schrijven
laat ik nou eens niet

en alleen maar schrijven
over een plaats in mijn hoofd
waar het verlangen niet heerst
het verlangen geen plaats kreeg
het eeuwige verlangen naar jou
 
én niet over jou
omdat ik altijd heb gewild
dat je bij mij zou blijven
 
pomwolff
’n feestelijke dag deze zondag…paastijd…de verrijzenis en zalig en zo en ik schrijf van de dorst naar…en met me hoofd in de wolke van’n zaligheid…’et is verlange en ik verlang…’et kan met de oge toe…’et wiege as vanzelf…ja op deze dag wil’k je fluistere…

“ verlang mij “


met de oge dicht stijgend
in hemelsblauwzacht
ik wieg…

buig me smachtend
duw aan dije
wieg je mee

op’et ritme van jouw adem
heen en weer over huid
en leg bene om
ik wil

langs je heen
wieg me zacht
doe je oge dicht
laat ons zweve

verlang mij
zoas ik aan jou


© luk paard

een bijna zwevend verlangen rond en in het liefdesbed van de poëzie opgemaakt door de dichter Luk Paard – nou wie zo de pasen wordt ingedragen heeft niet en niets meer te klagen. zachte en intens gevoelde paasromantiek in optima forma. wie zoveel verlangen weet te fluisteren schreeuwt als het ware de liefde de wereld in. ja dat is luk paard.


Dag Pom
Alvast fijne Paasdagen 
 

Duisternis
 
Als de ondergaande 
zon dooft
alleen nog de bomen 
zacht ruisen
sluipen verstopte gedachten 
ongeoorloofd binnen 
onrust en tranen ook
en het verlangen
naar het ochtendgloren 
 
Magda Haan 

zelf een beetje moeite met dat woord ‘ochtendgloren’ – kan eigenlijk best weg die laatste regel – dan houd je een kleinood in taal over – met zachte zeggingskracht.
 
Goedenacht Pom,
Nog op de valreep van goede vrijdag.
Goed paasweekend,
groet, Frans


Het verlangen

om te blijven
is als drijven

het drijven zelf met
het hoofd boven water
ogen op de rand van zee
en lucht

wat drijft gaat niet onder
kijkt verder en houdt vast aan
waar je je zinnen op hebt gezet

het lijf klauwt slagen vooruit
trotseert moedig de diepte
die vanonder aan je trekt

je blaast het schuim
in vlokken voor je uit
vlindert op ruige golven

kijkt naar wat op je wacht
geeft je nooit gewonnen

© FT 03.04.2026

een bijna existentieel gedicht – het leven getekend in een enorm verlangen te overleven in een zee van zeg maar tijd. het hoofd boven water houden is waar het om gaat.
Goedemorgen Pom

Hier is mijn bijdrage aan het thema verlangen.
Gisteravond opgetreden tijdens een benefietconcert voor de Oekraïne. Het verlangen naar vrede daar is duidelijk. Met mijn band Kamara hebben we ook een lied over vrede voor de Palestijnen gespeeld. Mijn gedicht is algemeen want er is veel oorlog nu. Zoals jij weet heb ik 4 mei 2024 in Katwijk meegespeeld in de voorstelling Oorlog en Vrede, gebaseerd op het boek van Tolstoi. 


Verlangen naar vrede


Levende en dode mensen
verlangen naar de waardevolle
en troostrijke tijd van vrijheid en vrede


dat is de goede reden voor ons bestaan 
Tolstoi schreef het boek Oorlog en Vrede
zo zingt de koerier voor de vrede dit lied


verhalen van vrijheid zingen het liefst
laat de onderdrukking varen
doe dit maanden, doe dit jaren
ze zingen dit trots en luid


verlangen naar liefde is de tweede reden 
liefde en vrede drukken de waarheid uit 
de waardevolle tijd van waarheid en geluk 
mag nooit stuk door oorlog en haat


laat andere landen en volken met rust
verlangen naar vrede heeft dit gekust
zodat de komende tijd hopelijk goed gaat
voor de pacifistische mensheid. 


Rik van Boeckel 
4 april 2026

bijna een betoog – dit gedicht voor de vrede en voor de liefde – laten we zeggen het verlangen naar een vredige liefdevolle wereld – wellicht momenteel een naïeve gedachte geformuleerd in de taal van de poëzie – rik van boeckel weet deze gedachte jaar in jaar uit te etaleren in zijn poëtische winkel van de vrede

Jij nog wel

Het was laat in de ochtend
ik zag de buurman spitten
 geel metselzand mengde
 en lichtte de zwarte aarde.
 
 Zijn woning leek nieuw
 de gevel was vervangen
de omgeploegde tuin
 voegde hij weer aan het huis.
 
 Ik rook grond en sloot
 geslepen steen en hout
 en ik zag de appelboom
 gezaagd in blokken liggen.
 
 Ik hoorde ganzen kermen
 boven een nieuwe omgeving
 waar kinderen mij passeerden
 die ik nog nooit had gezien.
 
 Gelukkig kwam er iemand
 naast mij staan, jij nog wel
 met in je handen een twijg
 van de gevallen appelboom.

André Heinekamp

dat subtiele ‘jij nog wel’ kleurt het hele gedicht rood vol met liefde. het handelskenmerk  van André Heinekamp – de vaste lezers hier kennen mijn voorkeuren en mijn euforie voor de teksten van deze dichter.
 



 
Dag pom,
Verlangen doen we allemaal, in veel opzichten. Hier is mijn opzichtig verlangen. Fijne Pasen overigens. Verlang er nu al naar. Naar verlangen? Nee hoor. Gewoon genieten.


Naar verlangen


Hebben we allemaal wel eens
een verlangen, naar verlangen
opzichtig soms en heel aanwezig
verlangen naar niets kan ook
gisteren nog ervaren
diep naar verlangen naar niets


dan ga ik rustig in een stoel zitten
en ga ik pas echt verlangen
de tijd verlang ik dan
seconden worden minuten
minuten uren heerlijk
sitting in a chair


juist ja … wasting time
niks niet on a dock of a bay
nee gewoon in mijn stoel
tijd verspillen … dag tijd
lekker verlangen
niks niet naar verlangen

Rob Mientjes het

naar een zalig nietsdoen hier uitgeschreven en geanalyseerd. zelfs in de praktijk gebracht mogen we lezen. pasen doet dichters goed.








Longlist

aan bucketlisten doe ik niet, staren
in de lijst van mijn raam echter des te meer
naar hoe ze roepen, in de rondte hippen
tegen het asgrauw van de hemel
 
ik glimlach, knik naar het gezicht dat ik
met ogen dicht haarfijn uittekenen kan
en trekken zie aan de dag dat wij twee
vogels konden houden in één hand

wisten van vliegen, van zand en zee
van stranden, boeien en opkomende vloed
lijnen die vanuit een innerlijk-gedreven schrijven
zich over de rand van een doodsprent leggen

meer nog, hoe ik opveer, een trek neem
ons in het gloeien van mijn sigaret
als gedicht zie – opkringelen
in een wolk

redeloos reddeloos verlangen

04-04-2026 / Cartouche

een mooi naar het einde toegeschreven einde. van een droom wellicht – van een relatie – een hond – een geliefde – we weten het niet. Cartouche laat de taal in rook opgaan als het hem uitkomt en hier heeft ie geen keus aan zich zelf gelaten.

En ineens was ik dood.

Nou zo voelde het wel. Ik had alles gedaan wat ik. Man, mijn mond zo droog vanwege
het beffen van de oceaan. Ik wilde alle plastiek eruit halen. En plots ging ik dood.

Ik had ook geheime fragmenten meegenomen in mijn hoofd. En ik hoorde een liedje
wat ik eerder heb geloofd en toen kwam dat. Dat ene leegte in mijn hoofd. Nee.

Ik ben een ei vanbinnen. Ik stopte mijn handen daar waar de aarde had moet zijn.
En ik zocht naar het donkerste. Ik slikte naar adem.

En nu laat ik zulke mooie bloemen na.
Bovenop de mest en het stinkt.

Erwin Troost –

de dichter Erwin Troost beschrijft een mogelijk verlangen naar de dood

Share This:

Xander Jongejan – eet je voeten op…

Goedemorgen Pom,
Ergernis over Ai (en het achteloze onnadenkende onwetende onnozele gebruik ervan) leverde deze woorden op. 

Share This:

MartinB vertelt over Arjen – Later vertelde hij over vrouwen… Veel vrouwen… twee van hen, hadden zichzelf van het leven beroofd. 



Magnetronkoffie en treinen


Mijn studio lag recht tegenover het station van Bussum. Elke trein die voorbijreed liet de vloer trillen. Niet een beetje. Echt trillen. Het soort trillen waardoor je bord 
rammelt en je denkt: misschien wil dit gebouw gewoon ergens anders wonen. 


Boven mij woonde een Marokkaan die de hele dag blowde en gesprekken 
voerde met zijn kanarie. Geen kleine praatjes. Echte gesprekken. 
Soms hoorde ik hem lachen en daarna de kanarie terug schelden. 


Naast mij woonde Arjen. Arjen had staalblauwe ogen en een gezicht dat eruitzag 
alsof het al een paar levens achter de rug had. Hij was gepensioneerd. 
Had een tijd bij Artsen zonder Grenzen gewerkt. Daarna een café gehad. En een boot. 


Zijn kamer was een soort archief van halve plannen. Overal hingen overhemden. 
Aan deuren, aan stoelen, soms gewoon aan een spijker in de muur. Op kasten 
en tafels stonden handgeschreven nummers. Waar ze voor waren heb ik nooit begrepen. 


Arjen rookte zware B-merk shag. Hij had altijd een hele slof liggen. Voor een chaoot 
zoals ik was dat handig. Als mijn shag weer eens op was, kon ik bij hem lenen.
Hij warmde zijn koffie op in de magnetron en at magnetronrommel. 
Niet uit overtuiging. Meer omdat koken hem teveel moeite kostte. 


Als ik had gekookt nodigde ik hem uit. Dan zaten we aan mijn kleine tafel, dronken wijn 
en keken naar First Dates. Arjen vond de meeste gasten zielloze interviewers. 
‘Ze luisteren niet eens,’ zei hij dan. Hij kon zich ook enorm opwinden over de politiek. 
Vanuit mijn kamer hoorde ik hem soms tegen de televisie praten. Niet echt boos. 
Meer teleurgesteld. 


We huurden allebei van een man met een lijstenmakerij. ‘Een pfenningvrek,’
noemde Arjen hem. Ik kende dat woord niet. ‘Mooi woord voor mensen die slissen.’


Arjen noemde zichzelf een non-conformist. Dat klonk bij hem niet stoer. 
Meer als een simpele constatering. Zoals die ene keer dat hij mij om een vuurtje vroeg. 
Hij stak zijn sjekkie aan en gooide mijn aansteker zo pardoes uit het raam.
 ‘Is toch een wegwerpaansteker.’


Omdat zijn koelkast niet goed sloot had hij een blik bruine bonen tegen de deur gezet. 
‘Werkt prima.’ Soms vroeg hij of ik medicijnen voor hem wilde halen. Dan schreef hij 
een briefje voor de dokter dat het goed was. Hij had een opvallend mooi handschrift.
In ruil hielp hij mij met mijn belastingaangifte. Ik was daar een ramp in. 


Door Arjen leerde ik ook andere muziek kennen. Op een avond zette hij Southern Cross 
op van Crosby, Stills & Nash. Er zat zee in dat nummer. We dronken veel wijn samen. 
Arjen schilderde ook. En hij schreef gedichten. Die raakte hij meestal kwijt. 
Of ze werden gejat, zei hij. In Apeldoorn had iemand ooit een gedicht van hem voorgedragen 
alsof het van hemzelf was. ‘Serieus?’ zei ik. ‘Dat klinkt als een Bukowski-verhaal.’ 
Arjen glimlachte. ‘Ja,’ zei hij. ‘Alleen schrijf ik beter dan Bukowski.’ 
Hij nam een slok wijn en haalde zijn schouders op. 


Later vertelde hij over vrouwen. Veel vrouwen. ‘Minstens driehonderd,’ zei hij. 
Ik knikte. Maar twee van hen, vertelde hij later, hadden zichzelf van het leven beroofd. 
Daarna zwegen we een tijd. 


Kort voordat ik naar Spanje vertrok hoorde ik dat Arjen longkanker had. 
Hij zei het alsof hij het over het weer had. ‘We hebben allemaal een eindhalte.’ 
We dronken nog een glas.


Buiten reed een trein voorbij en de vloer begon weer te trillen. 
Arjen zat daar met zijn magnetronkoffie, zware shag op tafel en een blik 
bruine bonen tegen de koelkastdeur. Alsof hij allang wist 
dat sommige deuren alleen dicht blijven met een blik bruine bonen.


MartinB

Share This:

Mirjam Al en Peter in het Bonte Paard te Laren

pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 60 – dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.

Share This:

Peter Posthumus – de wereld een cargo cult…


Laat het voor wat het is
met een knipoog naar de zon
naar buiten: de zee, het strand
uit waaien met de horizon in zicht

en de schepen verderop
hoog opgetast met containers
ladingen vol hebzucht
de wereld een cargo cult

één zo’n schip alleen al
een roofdier dat doelbewust, geruisloos
en onverstoorbaar verder gaat
en uiteindelijk z’n prooi 
tussen de rotzooi & rommel
tussen de restanten achterlaat.

PETER POSTHUMUS

Share This:

Blue Monday opent een nieuw literair genre – het literaire excuus – nu met een reactie van MartinB – felicitaties voor deze vredessite

MartinB heeft er negen uur over gedaan om de volgende reactie te genereren – wij van de vrede laten de opponenten graag aan het woord – hoe meer vrede hoe beter: Martin Berghoef : “Negen uur stilte onder je “literaire excuus”. Dat is ironisch, hè? Niemand reageert omdat zelfs de lucht doorheeft dat dit geen klap uitdelen is, maar een excuus in driedubbel papier.
Ik had bijna een joint opgestoken om dit door te komen, maar zelfs blowen kon de vermoeidheid niet wegnemen. Te veel woorden, te weinig scherpte, te veel spiegels die zichzelf applaudisseren.
Echte scherpte heeft geen uitleg nodig. Echte scherpte snijdt en laat de wond spreken. Jij probeert het anders: uitleggen dat het pijn doet, terwijl iedereen al negen uur lang zwijgt.
Gefeliciteerd met je nieuwe genre: de stilte.”

ons literaire fenomeen BLUE MONDAY heeft de moeite genomen om een werkelijk nieuw genre te introduceren op uw pomsite: het literaire excuus! kom daar maar eens voor in de literaire wereld. zijn vorige spraakmakende column schoot oa een MartinB, een Bart Top in de nogal van elkaar verschillende verkeerde keelgaten. BLUE MONDAY weet als geen ander de site op scherp te zetten en het aloude spreekwoordelijke gezegde ‘pomgedichten – poëzie – nieuws én rellen’ nieuw leven in te blazen. wij van hier van de vrede stimuleren heel graag vredesinitiatieven van welke zijde deze ook komen. geniet deze maandag het nieuwe literaire genre.
Martin Berghoef: De ironie wil dat het stuk eigenlijk precies lijdt aan wat het Wilders verwijt: eeuwige herhaling.

pom wolff: nou ik vind dat de column een dodelijk treffend medelijden ademt.

Martin Berghoef: Medelijden misschien. Maar echt dodelijke satire heeft zelden zo veel woorden nodig.

Bloody Sunday

In eerste instantie indirect ervoer ik dat er een afschuwelijke column
onder mijn pseudoniem te pomgedichten.nl is verschenen. Walgelijke
uitspraken over dhr. Wilders, gerespecteerd kamerlid ter
centrumrechterzijde, worden mij in de Nikes geschoven. Wat er van mijn
goede naam restte blijkt in een spervuur van anti-autoritaire
deugkneuzenporno vrijwel volledig verdwenen. Ik had niets door, maar
toen in de loop van de week de eerste afzeggingen van lezingen en
signeersessies mij in onvriendelijke bewoordingen begonnen te bereiken
en ik door een vriend attent werd gemaakt op een reportage op Ongehoord
Nederland met als thema “Blue Monday of Rode Dageraad” werd mijn water
onrustig. Toen de eerste gemaskerde Feijenoord-supporters bij de
voordeur opdoken en me voor linkse kankerpedofiel uitmaakten wist ik
zeker dat er iets niet lekker zat. Een belletje met de opvallend kort
aangebonden webmaster van pomgedichten.nl, ene meneer Wolff, bracht meer
helderheid in dit troebele verhaal: mijn zogenaamde bijdrage, die hij in
goed vertrouwen blind en met een zwierige klap op de entertoets had
geplaatst na een avond stevig bor… dichten, had de goede naam van zijn
site aangetast. Tja, wat zal ik zeggen? Geert was ook al niet blij met
me. En zo eindigde ik de afgelopen twee weken met haat en
moorddreigingen en zonder werk en vrienden.

Het is daarom dat ik op deze plaats met klem afstand wil nemen van de
heersende overtuiging dat de gewraakte tekst van mijn hand zou zijn.
Nooit zou ik mij verlagen tot een dergelijk niveau, al zeker niet als
het daarbij gaat om de enige hoop op redding van dit kapotte
communistenparadijs dat wij Nederland noemen, maar intussen ook zomaar
Aberbadjan zou kunnen heten. Nee lieve lezers, de eerlijke waarheid is
dat ik ben gehackt, waarschijnlijk door een pro-Iraans
hackerscollectief. Mijn uiterst gecompliceerde wachtwoord
(@#67YUp!!!23{k}blÖs_3) was geen partij voor de sji’itische digiboeven
en zo werd ik als een onwetende pion in het internationale schaakspel
geofferd. Een fake porno hebben ze me bespaard, maar mijn goede naam en
eer lijken onherstelbaar beschadigd.

Ik wil me verontschuldigen bij de lezers die ongevraagd geconfronteerd
werden met de hybride uitwassen van de oorlog in het Midden-Oosten en
spreek de hoop uit dat er geen kinderen onder de slachtoffers zijn. Waar
het echter uiteindelijk om draait is dat ik wel bij de goeden hoor – ook
ik ben een van u, een Bezorgde Nederlander – maar door deze toestand
volledig aan de grond zit. Ik roep daarom de talrijke lezers van dit
medium op om eens een blik te werpen op de crowdfunding die ik op
gofundme ben gestart onder de titel “Uw gift voor Blue Monday is een
investering in de vrijheid van ons allemaal” en aansluitend gul te
geven. Opdat zulke columns nooit meer kunnen gebeuren.

Blue Monday

Share This:

pom wolff – vriend


vriend

we delen heel veel
veel ee’s ook lees ik

dat maart maart is
ben ik wel met je eens

iemand  in de steek laten
knaagt  – ja

en dat aftakeling
poëzie is –

ja

pom wolff

Share This:

pom wolff – de kemmelberg


reve had gelijk
 
we lijden mee
we vroegen er niet om
niet om een schimmelvoet
en ook niet om reclame
 
vandaag gent – wevelgem weer
en nooit eens andersom
de kemmelberg op
 
reve had gelijk
het is allemaal genade
 
pom wolff

Share This:

Anke Labrie wint de enige echte virtuele – vrij naar Anke Labrie – in welke doolhof  leefde u in uw kinderjaren- trofee op pomgedichten.nl – kortom: wie wint de kinderjaren trofee?

ik geloof dat de trouwe lezers van de site het mij niet kwalijk nemen dat we vandaag de morgen jarige ANKE LABRIE het goud toedichten – dank ook voor de inspiratie deze week – het doolhof van de kinderjaren – we kregen mooie inkijkjes in de jeugdjaren van de dichters die inzonden – dank daarvoor – het is altijd toch een beetje kwetsbaarheid die we lezen in de beschreven kinderjaren – van leiden tot limburg – een speciale vermelding voor Merelstraat 4 van André Heinekamp die de min of meer universele jeugdliefde een plaats gaf in zijn gedicht. dank aan alle inzenders – voor Anke een mooie dag morgen.



Jeugdliefde
 
 
 
De koplampen en de grill
 
van de Volvo uit de polder
 
zaten onder de muggen
 
en aan de rubber bumpers
 
hingen mistlampen van Hella.
 
 
 
Op het kentekenbewijs
 
dat achter het raam zat
 
kon je het adres lezen.
 
 
 
Merelstraat 4
 
daar woonde je
 
veel meer is het niet geworden.


 André Heijnekamp

Dichter memoreert naar ik aanneem zijn – onze – jeugdliefde(s) – je wist niet waar of wat of hoe je moest kijken – die jeugdliefdes die een leven in een mensenhoofd meegaan, zo af en toe nog rondspoken, in ieder geval tot enorme proporties buitenproportioneel vergroot zijn – veel is het niet geworden schrijft de dichter – veel zal er ook niet van over zijn is het grote realistische vermoeden – het is maar goed dat we niet weten waar zij zich ophouden – in de grond, in de oven, wellicht in de omaschappen of de opaschappen in het warenhuis van het leven. of heel misschien als lezer van deze site der sites uw pomgedichten. een mooie impressie André.
  • André Heijnekamp – Merelstraat 4
  • Rob Mientjes – Blacky de zwarte poedel hij is niet meer
  • Frans Terken – hangen in de kruisbessen
  • Rik van Boeckel – aan tafels vol nasi goreng en gado gado 
  • Magda Haan – …. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf.
  • Cartouche – onbezonnen
  • Luk Paard – elke ochtend voor de spiegel
wie wint de enige echte virtuele – vrij naar Anke Labrie – in welke doolhof  leefde u in uw kinderjaren- trofee op pomgedichten.nl? kortom: wie wint de kinderjaren trofee? eren we hier de dichter Anke Labrie – die aanstaande maandag haar jongste verjaardag viert – hier om de hoek in 020 – met dat mooie ‘kinderjaren’ gedicht – uitgegeven door Stichting Spleen 2023 in de verzamelbundel Dolende Ziel. elke dichter kent zijn eigen kinderjaren – we lezen er zo graag over hier. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 


dode kip
 

ze zijn allemaal dood mijn helden
ome joep met zijn schilferhanden
dode huid op de grond
die verwoestende blik
als hij even niet kon krabben
en met 140 kilometer per uur
richting zee naar het zoute water
 
en dan had je tante stannie nog
die woonde in het dorp van oma
ga maar kip halen bij tante stannie
als ik aanbelde was de kip al dood
je kreeg een poot met een spier
om mee te spelen
en dode kip mee in een krant
 

pom wolff

Stille getuige

getuigen
van een blije jeugd
die helaas niet beklijven
foto’s laten los
zo ook de plastic hoekjes
vergeeld en verteerd
zelfs de bladen geven niet langer mee
dubbelgevouwen het tussenblad
op weg naar de laatste foto
wederom niemand in beeld
of toch
Blacky de zwarte poedel
hij is niet meer
nooit geweest
illusies in gedachten
achter het behang geplakt
conform de verwachting
getuigen
van een blije jeugd

Rob Mientjes

ach ja blacky – en wie zong ook alweer dat liedje met daarin die regel – getuigen van een blijde jeugd – oja boudewijn de groot – dat je altijd al zo enorm graag een hondje wilde maar dat het hondje nooit gegeven is of dat het hondje weg moest omdat hondje niet zindelijk te krijgen was of dat de hamster – nou ja het eerste verlies en het verdriet in een mooi kader geplaatst.
Goedemorgen Pom,
Even terug in het doolhof van de jeugdjaren, komt deze beleving boven, zo rond de Paasdagen.
Warme weekendgroet, en alvast de felicitaties voor Anke!

Frans

Zwerven vanuit de achtertuin

Je weg zoeken door de struiken
tussen notenboom perenboom
en stiekem van de kersen snoepen
bleven we hangen in de kruisbessen
die thuis ‘kroesjele’ heetten

dat we die voor de vlaaien plukten
om op het rechte pad te blijven
zo in een lijn over de stoep
naar de kerk net op tijd
voor de hoogmis in het latijn

liep ik daar met het missaal te struikelen
het kostte een draai om de oren
van eerwaarde meneer de deken

mochten we als pleister op de wond
met Pasen eieren ophalen in de parochie
voorzichtig neergelegd in de mand vol stro

hadden we toch nog een roomse vangst
om de grijze dagen kleur te geven

© FT 28.03.2026

ja het mij niet onbekende limburg van de dichter – land waar ik de zomervakanties doorbracht in de dorpen rond heerlen – bij oma en opa – nieuwenhagen en nieuwenhagen heide – de mannen in de mijnen, de vrouwen verzorgden kippen en kinderen – de löss vloog om je oren als je de berg op moest fietsen – naar beneden was je zo.
frans memoreert de kruisbes. inderdaad heel soms vond je ze ook in het bos – als ze dik waren kon je ze plukken – uitkijken voor de stekels – een heerlijk zoet. de onvermijdelijke kerk op zondag – het dorp liep uit – en na de mis nog even naar het kerkhof om de doden te groeten. je zondagse pak. en dan inderdaad met pasen de eieren. frans beschrijft hoe het was.
Goedemorgen Pom
Hier is mijn bijdrage aan het doolhof van de kinderjaren. Toen noemde mijn moeder mij een bazuin engel wegens de krullen in mijn haren. 
Lees mijn gedicht maar als een verwijzing naar 
hoe mijn jeugd toen in Den Haag was. En wat mijn ouders deden. De jaren vijftig van de vorige eeuw zijn nu zo lang geleden. Ik heb er echter een door mijn vader gemaakte film van.


De stille bazuin engel


De stille bazuin engel laat mijn gezicht zien 
in het labyrint van de kinderjaren 
de krullen in de haren vertellen mamma 
dat ik op een bazuin engel lijk
die rustig naar de toekomst kijkt 


de tijd gaat langzaam voorbij 
aan de Haagse Laan van Meerdervoort 
de straten in de Vruchtenbuurt 
vragen om wandelingen met de hond 
net als de Bosjes van Pex en Kijkduin 


opa introduceert Nederlands Indië 
tijdens het verre jeugdige verleden 
mamma laat de rijsttafel zo lekker eten 
aan tafels vol nasi goreng en gado gado 
de smaakmakers worden er gelukkig door 


het gezin reist naar campings 
in Frankrijk, Zwitserland en Italië
pappa handelt in textiel met de wereld
ik kijk in films naar zijn gezicht 
via het zwart-witte beeld van de jaren vijftig. 
.
Rik van Boeckel 
28 maart 2026

ja een mooi relaas – hoe het was in het haagse – een andere wereld hier geserveerd vol van nasi goreng en gado gado – het jongetje met de krullen – moeder blij en trots om en op het kleine goed.







Dag Pom 
…. het zuiden. (Schaesberg)Landgraaf. Een kleine terugblik van mijn schooltijd daar. 
 
 
Leven in een opgelegd stramien

Het heeft zo zijn voordelen
elke dag begon en eindigde op vaste tijden
de meeste vaders  waren onder in de Mijnen
moeders druk met het runnen van het gezin

we waren braaf en beducht
voor Meneer pastoor en zijn aanwijsstok
een speelkwartier kinderlijke vrijheid
wel onder toezicht gelucht

de bel beierde dan over het schoolplein
links de jongens rechts de meisjes
alles om later met een rein
kinderzieltje te kunnen belijden

Het heeft zo zijn voordelen
leven onder de hoede van God
de grote Kerk stond naast de school
zo kon je meteen je zonden opbiechten

op de knietjes en gevouwen handjes
kinderzieltjes van geen kwaad bewust
als je geluk had werd je door Hogerhand
liefdevol gesust
 
 
 Magda Haan

ook magda beschrijft het land van de zachte G – het schoolpleintje bij de kerk van meneer pastoor – inderdaad alles onder gods hoede. de mijnen, de stoflongen, de ongelukken in de ‘sjagt’, de mijnsluitingen en het sociale verval – de pijnen. op zondag zong een koor in de kerk alle pijntjes weg – de kroeg tegenover de kerk een plek om het leed iets te verzachten – als je dood ging daar ook de koffietafel. yess i remember.
de witte kaaskop zoals ze mij noemden kende daar gelukkige zomer vakantie maanden.
In dit doolhof van ons aller heden
komen mij woorden aangevlogen:
zon, storm en plots vallende regen
hoe een leven in elkaar kan steken


GV


Onbezonnen

zoals wij waren
wisten we nog van geen
god verbod en tijd bestond nog niet
in onontgonnen onszelf genoeg
om te verkennen, een en al

verwondering
in natuur en al die dingen vliegen
salamanders vangen graven
proeven ogen rode konen
kuilen in zilverzand

de godganse dag
de pure smaak van
ongebitterd op lippen
ongekende, ongehoorde noten
en melkmuilen waren we maar

hongerig, onverschrokken
als in het rond dollende wolven
welpen in elk weer tot de zon
de val van man zijn al te gauw
aan de leiband van later

28-03-2026 / Cartouche

ja een poëtische terugblik deze herinnering. het is het verhaal van de jonge puber Cartouche vermoed ik zo – geen zee ging hem te hoog. waar je keek was ie al weer weg. we leen helaas niet waar het jonge leven van dit doldrieste en onbezonnen boefje plaats heeft gevonden. iets in het zuidhollandse zal het zijn? de dichter cartouche is natuurlijk wel in staat om de jeugdjaren mooier te maken en weer te geven dan ze in werkelijkheid waren.





(de rockdichter): zo de zondag ter poms site (‘n favoriete dichter van mij) voor de wedstrijd die geen… (u kent dit al wel)…doe’k effe terug in de tijd…me stoute jongensdroom en sylvester in goede tijde…ik zeg rambo en ik schrijf…de terugblik op de droom en oooh ik zag me in hele verhale opdrave…ongenaakbaar en zo….ja die 


” jongensdroom ” luk paard

(ondertitel: rambo)

zwarte vege op de smoel
arme met spiere getooid
(stierenarme zegde boer claes zaliger)
en met ‘n doekje om’et hoofd
voor’et bloede

strong as horse
a rock
a rockin’horse
rambo
en neerhakke wat moet
moeiteloos

dag na dag
elke ochtend voor de spiegel
’n killersblik

verder de oeverloze fantasie
om rond te drage
as’n stoute jongensdroom

© luk paard

en’n hapje PAARD-art
” STALLONE ” by myself

prachtig kunstwerk ook – met daarin alles wat beschreven staat – we zien een bijna op hol geslagen jongeling op weg naar het latere  dichterschap waarin alle daden – wat zeg ik het gehele leven van de jonge Luk paard –  tot kunst verheven en gecomprimeerd worden/wordt beschreven. stoer, recht door zee, uiteen spattend en enorm.

Share This: