twee gedichten voor de nacht – oa ton huizer – en één aankondiging: geen pieter omtzigt maar helge bonset op de pom


‘Rotterdam breek me de bek niet open….’ altijd fijn als een echte 010-er zijn eigen stad – nouja stad op de korrel neemt – het woord aan Ton Huizer – we lezen hier in 020 toch wel iets van kritiek in het werkje van Ton – hij moet het allemaal nog maar eens uitleggen wat er mis is in deeldersdorp:

Cultuurzuur

Helaas liggen er tegenwoordig
steeds vaker meer rotte appels
dan toffe peren

in de fruitmanden van onze
lokale onvolprezen
subsidiekruideniers

als dat maar niet gaat leiden
tot vitaminegebrek
en cultureel vegeteren

met al die losse tandjes is het
aanbod straks nog slechter te
verteren…

Ton Huizer

uw webmaster schreef ook weer eens wat – voor als u niet kunt slapen of voor morgen maandag ochtend vroeg aan uw ontbijtje – een en ander naar aanleiding van onze atleten die allemaal struikelend het einde van de wedstrijd net niet halen – ze maken het spannend

laten we doen alsof we wakker zijn ergens met uitzicht op witte kalk
rotsen zeggen ze dan bij een diep blauwe bodem
van de zee zeggen ze dan en wezens – dat zeggen ze niet
 
dan zeggen ze oude mensen of jonge mensen
atleten wellicht dan specificeren ze liever
wezens zijn zo wezensvreemd in een gedicht
 
laten we doen alsof we aan het ontbijt zitten
een ontbijtje met jam zalmsalade verse lever fruit en koffie
over reuzel van een vet varken lees je niet
 
(scharrelvarkens zijn wezensvreemd zelfs in een vet gedicht)

laten we doen alsof we een gedicht schrijven
en in de finale van een loopnummer uitglijden
over een banaan die je vergat op te eten bij je ontbijtje
 
 
pomwolff

het is een eer en een groot genoegen om deze aankondiging hier op mijn site te kunnen doen – de afscheidsrede uitgesproken door mijn zo gewaardeerde leraar/docent taalbeheersing ooit verbonden aan de de lerarenopleiding d’Witte Leli te Amsterdam zal morgenmiddag om 1500 uur op deze site het licht zien – morgenmiddag zal het nieuws niet bepaald worden door omtzigt maar door wat u hier met rode oortjes zult kunnen lezen over de korrie-vee-en van genoemde lerarenopleiding – spraakmakend!

REDE,
Uitgesproken door drs. H. Bonset, voorzitter van de COOPLEL (Commissie
Opheffing Leli) ter gelegenheid van het eerste en laatste lustrum van D’ Witte
Leli, op 28 november 1976 – maandag 21-8-2023 dan toch eindelijk op deze site

Share This:

Frans Terken en Pom Wolff over en weer – week 8 – ‘in alle stilte wachten op het wonder…’

de dichter Frans Terken neemt de uitdaging aan – de komende weken schrijven wij in het weekend op pomgedichten punt nl over en weer. ik schreef Frans dat wat mij betreft het een persoonlijk thema mag zijn. dochter Sonne bevalt rond 1 augustus – ik schreef Frans: een persoonlijke reeks – de verwachting – het geboren worden – en dan het leven in Frans – en dat we het mogen meemaken. Frans stemde in:  eind september wordt zijn oudste zoon Tjebbe vader. Liva is inmiddels geboren op 5 augustus – het wachten is nu op het meisje dat eind september de wereld mooier maakt. de zondagochtendwedstrijd gaat even aan de kant. we draaien nu om – frans schrijft pom reageert.


Dat wachten

van opa’s als in weken en dagen aftellen
zoals eerder in jaren van zelf vaderen
en toch zo wezenlijk anders

meer toezien vanaf de kant
met oudere ogen opnieuw sprakeloos 
in alle stilte wachten op het wonder 

zien hoe leven is doorgegeven
hoe vaak ook – deze alsof het voor het eerst is
nog nooit in deze grootheid vertoond

wat je jaar na jaar koestert en viert
zoals je haar koestert en toespreekt
als je weer woorden vindt


© FT 18.08.2023
hoi frans – op naar het volgende wonder –


en weer zal er een opa zijn
die wacht en moet wachten anders
dan hij ooit eerder
 
op de dagen om ergens
tussen hemel en aarde te zeggen
ik kan niets meer zeggen
 
op de dagen
dat het je overkomt
die nooit meer anders zullen zijn
 
omdat het zelfde toch altijd
anders is – adembenemend
en onontkoombaar anders


pom wolff

Share This:

Rob Mientjes en een zware nacht voor de boeg







Op glad ijs in het voorgeborchte van de nacht die aanstonds is. Dichterlijke mijmeringen ins Blaue hinein.


Dichter bij nacht


dichter bij nacht
kan ik niet komen
het is de maan die dwars zit
een gevallen banaan vol licht
er schommelt nog net geen zandman onder


dichter bij nacht
als over 4 minuten de klok 24 slaat
ik houd de handen op mijn oren
klokkenluiders draaien overuren
schreeuwen onrust over daken


dichter bij nacht
borrelen gedichten boven
versregels worden ten huwelijk gevraagd
niemand draagt linten aan de rok


dichter bij nacht
licht hunker op de loer
de zon draait zich nog eens om
op maanlicht wil ik drijven
samen met mijn zandman


dichter bij nacht
alle klokken verslagen
slaap uit ogen gewreven
dans ik blij de polka
in diep gedacht verzonken


dichter bij nacht
leg ik mijn pen neer
spoel inkt door mijn woorden
spuug rijm uit
ik mag eindelijk slapen

ROB MIENTJES

Share This:

DITMAR BAKKER vertaalt! 17 weken de reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ van Millay – 2

II. Hij was al zo lang ziek, op de grond trok…


De reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ werd, al experimenterend, door Millay gemaakt, en, tja, grossiert in prachtig leedwezen. Het heeft me vrij veel werk en tijd gekost om de ruwe omzettingen, die je website sierden, te schaven en politoeren naar contemporaine(r) werkjes, later dan 1975 wordt ’t niet denk ik—zelfs van een telefoon wordt in de reeks geen gewag gemaakt, wel van grutters die maar ‘bezorgers’ zijn geworden e.d.—maar ach, Millay stierf zelf al 25 jaar daarvoor, en deze reeks bleef onafgerond(?). Het líjkt echter grotendeels gaaf, en behelst het ziekbed-en-sterven van een man, bezien door de bril van zijn vervreemde wederhelft, die terugkeert naar hem als hij ziek is (ondanks het feit, dat zij niet van hem houdt, wat dat dan ook precies moge zijn—hier verwijs ik graag naar het andere werk van Millay) en hem verzorgt tot het eind. Ik stuur je de eerste negen, van de zeventien, oorspronkelijke sonnetten en hun schaduwrijke fluisterstem in het Nederlands toe. Geniet, of niet!

Liefs!
D.

***

II.
Hij was al zo lang ziek, op de grond trok
door oud wit zaagsel grijs een schimmelspoor;
fris waaide, waar de bijl stond in het blok,
er regen in, brutaal het venster door,
terwijl het almaar tikken bleef, steeds langer
op ’t afdak; er bestond geen einde voor:
ging ’t zomeren, de wind van hitte zwanger
als van de maaigeur tussen ’t tjirpen door,
en schitterend, kleurrijk, die vogel vloog
met ongelooflijk zilverlange tong
en langsflitsend (of misschien niet!) bezong
wisteria, geen spoor van druppels hoog
daarboven in het brede hemelsblauw,
zou toch de regen tikken op dit dak, net zoals nou.



The last white sawdust on the floor was grown
Gray as the first, so long had he been ill;
The axe was nodding in the block; fresh-blown
And foreign came the rain across the sill,
But on the roof so steadily it drummed
She could not think a time it might not be —
In hazy summer, when the hot air hummed
With mowing, and locusts rising raspingly,
When that small bird with iridescent wings
And long incredible sudden silver tongue
Had just flashed (and yet maybe not!) among
The dwarf nasturtiums — when no sagging springs
Of shower were in the whole bright sky, somehow
Upon this roof the rain would drum as it was drumming now.

Ditmar Bakker vertaalt

Share This:

JOOP KOMEN: ‘vanuit de tweede egelantiersdwarsstraat komt een boersachtig type aangedrenteld. bij goed observeren blijkt het joop komen te zijn, die na 27 jaar eenzame opsluiting in het volstrekt onbekende dorpje gendringen in de achterhoek, eindelijk gehoor gaf aan zijn onbedwingbare zevenentwintigjarige drang om nog eenmaal in zijn 85 jarige leven zijn geliefde amsterdam te bezoeken.’

tafereeltje,

amsterdam, zondagmorgen 06:00 uur in de jordaan.
bij de hilletjesbrug, de verbinding tussen de eerste leliedwarsstraat en de tweede egelantiersdwarsstraat, staan voor café sonneveld 2 rasechte oude jordanezen, beiden de petten muurvast op het hoofd gemetseld, die hun gehele leven nooit verder gekomen zijn dan de grenzen van de jordaan.
vanuit de tweede egelantiersdwarsstraat komt een boersachtig type aangedrenteld.
bij goed observeren blijkt het joop komen te zijn, die na 27 jaar eenzame opsluiting in het volstrekt onbekende dorpje gendringen in de achterhoek, eindelijk gehoor gaf aan zijn onbedwingbare zevenentwintigjarige drang om nog eenmaal in zijn 85 jarige leven zijn geliefde amsterdam te bezoeken.
de vorige dag was hij na een slopend lange tocht in amsterdam gearriveerd waar hij zich allereerst volgooide met pekelaugurken van de leeuw op de chulchilllaan, italiaans ijs bij venetië op de scheldestraat en speciaaltjes bij febo op het damrak.
al deze lekkernijen miste hij al 27 jaar in gendringen waar men al opgetogen wordt van een mok erwtensoep of een bak stamppot boerenkool met of zonder worst.
van speciaaltjes, italiaans ijs en pekelaugurken heeft men daar nooit gehoord.
hij besloot de volgende morgen vroeg een bezoek te brengen aan zijn innig geliefde jordaan, iets waarnaar hij vurig verlangde, temeer daar hij zijn gehele jeugd in de jordaan heeft genoten van de oprechtheid, vrolijkheid, muzikaliteit en liefde voor hun kinderen van de jordanezen.
ademloos genoot hij op die vroege zondagochtend van de vele liefkozingen waarmee zijn jordaan hem overlaadde.
bij de hilletjesbrug liet hij zijn emoties de vrije loop en innig drukte hij een kus op de reling van de hilletjesbrug.
de twee voornoemde jordanezen bij café sonneveld zagen dit met ongeloofwaardige ogen aan, tikten tegen hun voorhoofd en zeiden tegen elkaar: ‘die vent is stapel mesjogge.’
uiteraard neemt hij dat gedrag die twee jordanezen niet kwalijk, want weten zij veel van het verlangen van een amsterdammer die al 27 jaar zijn geliefde mokum niet heeft gezien en 27 jaar de geneugten heeft ontbeerd die amsterdam hem voordien al een kleine 60 jaar heeft geboden.
maandag weer thuisgekomen in gendringen schreef een ontroerde joop komen een gedicht dat zijn weerga nog moet vinden:
.
 
ik kus de reling
van de hilletjesbrug
twee oude jordanezen
tikken tegen hun voorhoofd
.
weten zij veel
.
omdat dit gedicht door zowel de webmeester als door juryvoorzitter brandhoff als min of meer onbegrijpelijk wordt gekenschetst, schreef ik deze kleine toelichting.
.
joop komen/ 14 juni 2016

Share This:

rik van boeckel gestrand in de vogezen – noodweerpoëzie



Het weer boven de Zilverweide

De Zilverweide laat de donder los
bomen dromen van hun eigen bos

regen de zegen voor het groene licht
‘t gele bliksemgezicht roept zorgen op

slaapspagaat staat op zijn kop
weerkaatst onweer zonder stop

de tent raakt aan de natuur gewend
van binnen droog van buiten nat

het wakkere lijf wordt dit langzaam zat
de geest raakt er nimmer door verwend.


Rik van Boeckel
Ecolonie. Hennezel. Vogezen. Frankrijk 
14 augustus 2023

Share This:

Merik van der Torren over een witte hoed hoog in de lucht en mensen in het rood



Droom

We kwamen het huis binnen van de nieuwe vriend,
een hoge ruimte vol met kleurige beelden en schilderijen.
Iedereen was uitgenodigd op het feest, het was een vrolijke boel.
Een gast gooide zijn witte hoed hoog de lucht in.
Ineens viel me op dat iedereen iets roods droeg, een rood hemd,
soms onder een zwarte trui, behalve ik.
Gelukkig had ik mijn gedichten bij me.


Merik van der Torren

Share This:

IEN VERRIPS met nieuwe ogen



van de schilders de dichter 
genoemd Vincent 
alzo gekend 
scheppend en herscheppend 
zijn wereld manifest 
met nieuwe ogen kijken wij sindsdien 
als je het geschenk aanvaardt 
 
aug 2023 IEN VERRIPS

Share This:

PETER BERGER een dagje aan het strand: Ik schat dat het een tafel voor zes is, maar de dames zijn fors van formaat. Er wordt gelachen, geroddeld en geklaagd. Mansvolk? Dat valt niet te vertrouwen!


Twee aan twee zitten ze. Op twee schamele houten bankjes, die, scheef weggezakt in het rulle zand, aan weerszijden van een smalle tafel staan. Ik schat dat het een tafel voor zes is, maar de dames zijn fors van formaat. Met z’n viertjes is het er al krap genoeg. Ik denk dat het zussen zijn: drie zussen en een dochter. Gezusters’ wiebelende bovenarmen zijn bleekwit als het strand; dochterlief is wat donkerder van tint. Haar geoliede halflange haar, dat te weinig krullend is om kroeshaar te mogen heten, heeft ook nog eens te veel slag om van een hollandse krullebol te kunnen spreken. Haar lijf pronkt in iets straks; zijdeglans met een soort van tijgerprint. Maar dan van een panter. Een geblokte smalle shawl, ook in geel met zwart, op de haargrens strak tegen het voorhoofd gebonden, maakt haar look compleet. De playlist draait ondertussen almaar smartlappen en houdt haar zeegroene ogen verwachtingsloos gevangen in een treurige blik.

Een glimmende aluminium bak met gegrilde kippenbouten, althans het kerkhof dat daarvan over is, staat te druipen midden op tafel. Een vage veeg donkerbruine sambal op de gedeukte bodem getuigt van een feestmaal. De friet heeft het evenmin overleefd. Een paar vette servetten slingeren slordig samengepropt rond naast een paar nog halfvolle bakjes mayo. Er wordt gelachen, geroddeld en geklaagd. Mansvolk? Dat valt niet te vertrouwen! Het wordt de dochter nog maar eens flink ingepeperd. Wir wissen! Na een paar minuten van louter muziek staat de deerne stilletjes giechelend op om vervolgens, opzichtig heupwiegend, naar een stiller plekje verderop te schuifelen. Alle zussen steken nog maar eens een peuk op. Er wordt geleuterd over politiek, de te slappe Irish koffie en het vrouwenvoetbalteam. Schade, dass sie nicht dabei sind! Dochterlief danst inmiddels vrijpostig met een lachende getatoeëerde Haagse dikbuik. Met dito blonde mat. Vannacht speelt Nederland. Ik ga voor een wandeling langs de branding. Straks terug door de duinen.

PETER BERGER

Share This:

etwin grootscholten schreef een weergaloos gedicht – hans faverey is even terug onder de levenden


Parel: Gebed voor een Ander
– voor M.N.


Het was niet in Schotland
en het regende niet.

We liepen heuvels in parken op
en die waren onmogelijk Schots te noemen.

Er lag geen zwart zand op de stranden,
de korrels zaten niet tussen je tenen.

Het bureau waar we werkten liet ons niet samen,
maar gelukkig waren er Buddha en God

in deze wereld.
En ze zongen de blues
over hun eigen fouten,

die wij dan weer hadden verzonnen,
in de regen, ergens in Schotland,
op een zwart strand.

Nadat we elkaar hadden gelezen,
kwamen we thuis, springend op paarden
over de heuvels.

Etwin Grootscholten

Share This: