Pom Wolff en Frans Terken over en weer – week 7: ‘lieve liva je bent er…’ – heb het leven lief

de dichter Frans Terken neemt de uitdaging aan – de komende negen weken schrijven wij in het weekend op pomgedichten punt nl over en weer. ik schreef Frans dat wat mij betreft het een persoonlijk thema mag zijn. dochter Sonne bevalt rond 1 augustus – ik schreef Frans: een persoonlijke reeks – de verwachting – het geboren worden – en dan het leven in Frans – en dat we het mogen meemaken. Frans stemde in:  eind september wordt zijn oudste zoon Tjebbe vader.

lieve liva mijn
 
lieve liva je bent er
ik zit nacht na nacht nog bij te komen van je
en luister naar de mooiste liedjes van liesbeth, alex en wende
list, roeka en snijders zeggen grote mensen
 
wat ben je klein
ik smelt in je handjes
opa’s moeten eigenlijk geen gedichten schrijven
opa’s moeten stil zijn en smelten tot ze op zijn
 
heb het leven lief zingt liesbeth
het lijkt of ze het lied voor jou heeft gezongen
dat je nooit bang hoeft te zijn
en dat je ook mag huilen hoor
 
karin de dichter van texel wenst jou ook mooie dingen
een plaats in de wereld waar je van de liefde weet
om ‘op eigen benen’ te ‘houden van’ schrijft frans
en opa – opa zingt stil: dochter van mijn dochter liva lief
 
pom wolff
voor liva

(-)
jij die van je kruin tot in je kleine tenen
het mooiste gedicht bent
dat een opa zou willen
nee nooit zal kunnen schrijven

laat hij jou in zijn armen wiegen
in jouw handjes weg smelten 
liever nog liedjes voor je zingen
van ‘heb het leven lief’

laaf jij je aan de liefde van je moeder
zoals je de melk naar binnen slokt
dat gulzige van vers leefvocht drinken
zo teder geborgen bij haar 

(-)
het wezenlijke van moeders
een opa als vader van een dochter 
die zelf een dochter baart 

en jij liva met je lach in alle talen
hoe het het gulzige van wennen is
dat verwennen voor zich spreekt

denk niet dat opa’s dat niet zullen doen
het is opa en oma op het lijf geschreven
als een gedicht dat je steeds weer leest

zo mag ik hier als afwachtende vader
de zoon omarmen die vader in spe
nu hij met haar de tijd nog in weken telt 

© FT 07.08.2023

Share This:

Ons vertaal wonderkind Ditmar Bakker op de vrijdag op ‘de pom’ – in 17 weken de reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ van Millay

Ditmar B: ‘I. Goed, zij is in zijn huis teruggekeerd,…’


Beste Pom,
Mijn felicitaties met je tweede kleinkind. Ik begreep dat het in Berlijn het levenslicht zag, en er zijn slechtere plekken om dat te doen ter wereld. 
Geluk is een vreemd ding; geluk is gevaarlijk; een zeepbel, heb ik ook weleens horen zeggen. Sommige mensen vinden geluk in de kinderschaar, anderen vinden geluk, en maken van de weeromstuit kinderen om dit geluk te delen en de toekomst in te katapulteren. 
Soms zijn er helemaal geen kinderen, en dat brengt ons bij Edna St. Vincent Millay, je weet wel, die Amerikaanse dichteres die zo mooi over liefde schreef, en over geluk. 

Qua vertalingen is het karig gesteld in ons taalgebied: Wikipedia rept enkel van Warren, die dit ongetwijfeld fijnzinnig uitgevoerd heeft—gevonden heb ik het nog niet; Herman de Coninck, die erop stond haar werk te mangelen (delen van gedichten dooreen gegooid, onnauwkeurige of slordige vertalingen…het is alles werkelijk niet fraai en na te lezen op DBNL); en de bundel Dwars Vers van Ans Bouter (www.ansbouter.nl). De laatste heeft haar sporen wel verdiend met het vertalen van muzikale evergreens, maar soms blijven in haar Millay’s een soort rafelrandjes over, die mijns inziens de subtiliteit van de oorspronkelijke idee niet helemaal vatten, zo moeilijk als dat ook is…goede vertalingen zijn schaars en kom je soms nog als eenling tegen in een literair tijdschrift of zo, wat je doet brommen dat Wilmink echt veel te vroeg overleed en Kal niet genoeg respect heeft gekregen. 

Millay zelf zal het een worst wezen, die is al zo’n 75 jaar dood en schreef haar beste werk jong—zo rond haar dertigste werd haar poëzie al bekroond met een Pulitzer. Necrologie alvast schrijven, Wikipediapagina aanmaken, niets meer aan doen, zou je zeggen. En dan zijn daar die types die zeggen van ‘het moet over’. De paar sonnetten die ook de Pom sierden, zijn uit hun verband gehaald. De reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ werd, al experimenterend, door Millay gemaakt, en, tja, grossiert in prachtig leedwezen, denk ik. Mijn flauwekul als reactie op flauwekul, daar had ik me niet toe moeten laten verlokken. Zwak vlees. Enfin.

Het heeft me vrij veel werk en tijd gekost om de ruwe omzettingen, die je website sierden, te schaven en politoeren naar contemporaine(r) werkjes, later dan 1975 wordt ’t niet denk ik—zelfs van een telefoon wordt in de reeks geen gewag gemaakt, wel van grutters die maar ‘bezorgers’ zijn geworden e.d.—maar ach, Millay stierf zelf al 25 jaar daarvoor, en deze reeks bleef onafgerond(?). Het líjkt echter grotendeels gaaf, en behelst het ziekbed-en-sterven van een man, bezien door de bril van zijn vervreemde wederhelft, die terugkeert naar hem als hij ziek is (ondanks het feit, dat zij niet van hem houdt, wat dat dan ook precies moge zijn—hier verwijs ik graag naar het andere werk van Millay) en hem verzorgt tot het eind. Ik stuur je de eerste negen, van de zeventien, oorspronkelijke sonnetten en hun schaduwrijke fluisterstem in het Nederlands toe. Geniet, of niet!
Veel geluk met Liva, en veel geluk voor haar.
Liefs!
D.

***

I. Goed, zij is in zijn huis teruggekeerd,
te zorgen bij zijn bed tot aan zijn dood;
ze hield niet van hem. Regens vielen neer
en spatten buiten in de botervloot
waar haar geranium ooit had gestaan,
waarvan je nog kon zien de rotte steel,
en zij is voor het vuur om hout gegaan,
rende naar buiten, rende naar dat deel
van ’t schuurtje, waar de goot van ’t oude dak
haast aan een draad hing, van gerafeld touw,
zag triest de klimop kruipen in het nauw
(en iemand, schriel, in schort en overjak,
de mouwen opgerold die lentedag,
die zaadjes plantte, en hun bloei toedichtte en voorzag).



So she came back into his house again
And watched beside his bed until he died,
Loving him not at all. The winter rain
Splashed in the painted butter-tub outside,
Where once her red geraniums had stood,
Where still their rotted stalks were to be seen;
The thin log snapped; and she went out for wood,
Bareheaded, running the few steps between
The house and shed; there, from the sodden eaves
Blown back and forth on ragged ends of twine,
Saw the dejected creeping-jinny vine,
(And one, big-aproned, blithe, with stiff blue sleeves
Rolled to the shoulder that warm day in spring,
Who planted seeds, musing ahead to their far blossoming).

Share This:

dichters van Eijlders luisteren met stijgende verbazing én met open mond naar de poëzie van Annagriet Diesman

de dichter die roeit
met de riemen die hij schreef, wiens vers te water gaat…



…en ik,
het zout in de gaten van mijn vel, slaapdronken nog, met stramme knoken noteer:
niet eens heel ver hier vandaan sluipt sloom de winter door het huis
en klit jouw geur als al wat nog rest nog even aan mijn trui.

of misschien:

jij ging weer sneller dan verwacht, een taxi in de sneeuw na middernacht,
onrust op de stoep en verder: vierde colonnes, meer onrust en een kat.
de straat leeg als je hazenhart, de stad is koud als wij.

en ook:

ik zal niet langer schikken, ik zal mijn boezem niet meer branden aan jouw vingers
het zijn slagpinnen, kortstondig, het zijn wrede waarheden
het zijn oudbakken woorden, oudbakken woorden die komen te laat.


++ ++


Hugo in Brussel

Aan het Théâtre Français paalt nog steeds verleden grond in taal van bloed gedrenkt,
slingeren gebroken flessen rond in vuile glazen plassen. Niets gloeit:
deze stad wordt donker gewekt, door woorden en zinnen gekrenkt.

Verslagen ontwaakt dan, ginds, de dichter die roeit
met de riemen die hij schreef, wiens vers te water gaat
en volgzaam glijdt tot op een Brussels plein
waar de dichter weet waar niemand over praat.

Verdoken blaast dan, daar, de wind, zijn
letters rollen langs elkaar door doordeweeks gewoel.
Ik hoor zijn lied.
Ik ken zijn doel.
Terug naar ‘t land dat hem verried.

ANNAGRIET DIESMAN

Share This:

Merik van der Torren op het terras voor het Hilton


merik
Hoi Pom, “Alles gaat goed in Amsterdam-Zuid”, behalve dan een kleine burenruzie hier of daar.



Alles gaat goed in Amsterdam-Zuid


Na het bezoek aan de expositie
Art-Zuid op de Apollolaan

strijk ik neer op het terras
voor het Hilton,

bestel een koele fles Chablis
en een kommetje knoflook-olijven,

pak pen en cahier en
schrijf het gedicht.

Ik heb mijn leukste hoedje op.

Alles gaat goed.

Muisstil fietsen kinderen langs me heen.


Merik van der Torren

Share This:

IEN VERRIPS op haar vasalis’: ‘zolang de hemel hemelsblauw het lange lichten dagen vult…’

zolang de hemel hemelsblauw
het lange lichten dagen vult

 

als ik zonder jas naar buiten kan
de warmte mij omarmt in weldaad
zolang de hemel hemelsblauw
het lange lichten dagen vult
zolang ben ik bevrijd van somberheid

tot dan de oude wolken grijzen
de koude adem van de wind zich gelden doet
het lover geeft het op en laat zich vallen
de regen vreugdeloos mij binnensluit
de geest verzwaart

tot dat de lente weer in ’t zicht
de zon de wolken scheurt
de kou verbant het grauwe denken fleurt
mijn jas weer aan het haakje hangt


aug 2023/ IEN VERRIPS

Share This:

KARIN BEUMKES – heb het leven lief – koester haar en geef haar iedere dag een wonder. én over weerbarstige matrozen in hartverscheurend blauw.

Dear Pom,
Natuurlijk eerst van harte gefeliciteerd met Liva, ook namens Roop, en dat wij hier op ons gouden eiland blijven, zoiets wens ik jouw kleindochter toe, een plaats in de wereld waar ze Liefde weet en waar Liefde zal wonen. Wens haar eigenlijk van alles toe, In mijn geval is het niet moeilijk want ik ben verslaafd aan de zee. Zo verschrikkelijk verslaafd dat er een poem van moest komen
Knuffel je lekkere schattebout, die nog alles te beleven heeft, koester haar en breng haar groot, geef haar iedere dag een wonder.

Liefs, Karin.



Test

Terug. Desnoods met zwembandje.
Dit keer ga ik voor je liggen zee
biddend zingen hoe ik adem uit je haal
zonder mijn systemen te verliezen.

Wildvreemd dan. Ten doop gehouden in je sop
dat het niet uitmaakt of ik blank of wit ben
dat het niet uitmaakt voor de bodem van mijn grond.

Geef me aan het reine, zee van zee, in zee
tot de dag van een schip schuift en
weerbarstige matrozen vertrekken in hartverscheurend blauw.


Karin Beumkes

Liesbeth List – Heb het leven lief https://youtu.be/YMUc8WrxPss

Share This:

Rik van Boeckel inspiratie Kouwenaar

Goedemorgen Pom
Geïnspireerd door de uitzending deze week van de documentaire over Gerrit Kouwenaar heb ik twee gedichten geschreven.
Het begon twee dagen geleden met deze.



Witte oorsprong

Witte muren verzuren de stemming 
niet en nooit zwarte ooit ongeremd
als de dag na de nacht geluk zoekt
persoonlijke oorsprong dit zo boekt. 



Rik van Boeckel 
3 augustus 2023


Maar die heb ik nu veranderd en uitgebreid. 





Persoonlijke oorsprong

Witte muren verzuren de stemming
van de oorspronkelijke tijd niet
gele en blauwe muren zijn ongeremd
in het huis van dagen en nachten

wanneer de tijd langzaam geluk zoekt
persoonlijke oorsprong dit vermijdt
een reis naar de toekomst boekt
portalen van dichte deuren bevrijdt

opening naar het geluk van de uren
laat de wereld het heelal zien
de wensen van vallende sterren
knallen door het universum van weelde

zo gaan de dagen voor altijd voorbij
laten jaren achter in lichte nostalgie
het heden bestaat zonder wonder
sluipt door elk huis slaapt in stilte.

Rik van Boeckel
5 augustus 2023

Share This:

Pom Wolff & Frans Terken – over en weer – week 6: ze zal je bevallen en meer van je houden dan ze kan leven…

om 5 uur vanochtend is LIVA geboren

de dichter Frans Terken neemt de uitdaging aan – de komende negen weken schrijven wij in het weekend op pomgedichten punt nl over en weer. ik schreef Frans dat wat mij betreft het een persoonlijk thema mag zijn. dochter Sonne bevalt rond 1 augustus – ik schreef Frans: een persoonlijke reeks – de verwachting – het geboren worden – en dan het leven in Frans – en dat we het mogen meemaken. Frans stemde in:  eind september wordt zijn oudste zoon Tjebbe vader.


zij zal de laatste week
van jou dragen nooit meer vergeten
 
je hebt nog een dag misschien
een paar dagen in uren te tellen
 
ze zal je bevallen en meer van je houden
dan ze kan leven
 
je beschermen met huid en haar
liefde waar je ook gaat
 
en in alles
wat jouw leven geboren doet worden
 
 
pomwolff

adem

voel de adem die het van haar vraagt
als zij jou ter wereld brengt

zo blaast ze je nog meer leven in
dan al in je kleine longen gegroeid

in je eerste geluiden horen we
hoe hartig jij van leven krijt

jouw adem vol liefde te midden van ons
dat het ook een begin van loslaten is

de navelstreng doorgeknipt 
en op eigen benen houden van


© FT 03.08.2023

Share This:

DITMAR BAKKER verschuilt zich achter de antwoorden van een derde die even zowel toepasselijk lijken bij het schrijven van Gerdin Linthorst


DB verschuilt zich achter de antwoorden van een derde die evenzowel toepasselijk lijken bij het schrijven van Gerdin Linthorst

 
Wat ben je dan nog
als hoofden niet meer keren
of de verkeerde kant op.
Als stilte hoorbaar wordt
nu de klok allang
niet meer loopt[?]


Op het kozijn een potloodstreep: je zag
’t belang om twaalf uur als de zon die lijn
schaduw toewierp, maar donker was de dag,
dus was ’t een potloodstreep op het kozijn.
De stilstaande pendule was een rank
roze herderinnetje, een huls die ooit
herinneringen opriep op de plank,
maar die elk uur thans dood liet: zij sloeg nooit.
Toen kwam het bij haar op dat zij misschien,
want van haar geest gesprongen ook de veer,
gelijk was, zo men wou: klok evenzeer,
die ook stilstond om twintig over tien –
De reden hiervoor was, dacht zij sereen:
Gestorven waren dingen klok noch mens, maar dood alleen.
***


Als de laatste kat is ingeslapen en
de herinnering
niet dooft[?]


Liefst géén bezoekers, ook niet met cadeau;
onwillig konden zij hun weg weer gaan.
Ze hoorde hen nog praten; evenzo
kon zij ’t gezegde niet meer goed verstaan
door ’t lawaai in huis – opeens draaide ’n zwaar
verkoold stuk hout in ’t vuur, knapte het blok
in vonkenregens, en van het dressoir
klonk elk uur weer het oordeel van de klok
als tijd die insloeg op het luisterend oor:
gejengel, aldoor, alsof afgestemd…
je hoorde steeds maar weer die klingeltram,
gejoel daarbuiten, heel de dag maar door.
Ze diende het gevoel maar te verdragen
dat tanden knarsen zouden, als een vastgelopen wagen.
***


Als tussen het witte haar
plots roze schemert,
schaamteloos alsof
het zo hoort[?]


’t Kwam in haar op, toen zij de sneeuw weg zag,
en daardoor naakt opnieuw het bruine gras,
en wasknijpers, een schort – dat daar al lag
sinds witte storm die raasde achter glas
haar uitzond, om nou eindelijk daarginter
die kleding -eer de waslijn stukging- daar
binnen te halen, klepperend in de winter
als het gevecht van een wit engelenschaar,
dat, lang gelee, een schort in zo’n nacht, ooit
was afgewaaid en zeer diep was begraven,
en, tot april het zichtbaar had ontdooid,
vergeten lag, tot nu, vreemd, nieuw, een gave;
ze trok, en groef; toen trof haar het gegeven:
hier was de lente, en een heel nieuw jaar doorheen te leven.


***
Als uitvaarten elkaar
sneller opvolgen en de
witte wijn al na twee kelken
leidt tot onbetamelijk gedrag[?]


Doodsbang was zij dat zij ’s nachts sterven zou.
En soms–dan duurde schemer niet meer lang–
moest iets in haar wel zien hoe wit en koud
de berken oogden…en dan werd ze bang,
zelfs met een lamp, te lopen door het huis
om alles op de knip te doen; weldra
werd nacht wel dag, maar ’n hond die blaft, een muis
die piept… ’t geluid al weg, trok het daarna
de rillingen door haar lijf. Overdag
kon ze ’t bijna vergeten, en het scheen
stompzinnig haast om voor die angst alleen
iemand te vragen die ’t ’s nachts overzag.
Ze zette thee op, toen haar binnenviel:
ze liet de ketel pruttelen ’s nachts, wat haar gezelschap hield.
***


Als het boek uit is en je
twijfelt of het nog loont
aan een nieuw te beginnen.
Wat ben je dan nog
behalve in afwachting[?]


Ze wist wel dé manier haar geest te doven,
verlossing van te denken als emplooi;
er lag decente redding, als van boven,
in ’t maken van wat lelijk was weer mooi:
de zwartberoete ketels, die steeds weer
zo lang boven het vuur hadden gebrand;
kranen en kandelaars, zo vies-verweerd
dat je ze maar blijft schuren; chic als kant
doe je papieren rokjes lades kleden;
nieuw plastic tafelkleed in plaats van ’t rotte,
’t fornuis tot blinkens poetsen, en ten slotte,
wanneer de nacht valt, pijnlijk rug en leden
en nieuw de keuken, stralend als een weide,
een annonce, te mooi om een diner in te bereiden!
***
[G.L. / E.V.M. / D.B.]

Share This:

Rob Mientjes: ‘zij ziet hem zitten prinsheerlijk zonder wit paard…’

zij ziet hem zitten
prinsheerlijk zonder wit paard


Goedenavond Pom,
Terwijl Gerrit in de wolf ontspruit  stuur ik intussen wat poëzie. Als de zomer niet naar ons komt, toveren wij die toch gewoon.
Groet, Rob Mientjes



In de ban van lettergrepen


Koele kikker springt
in moeras van groen water
en krijgt een kleurtje

hij spot haar ineens
bolle ogen puilen uit
tong hangt naar buiten

zij ziet hem zitten
prinsheerlijk zonder wit paard
een klein minpuntje

klapzoenen door lucht
blozende kaken vuurrood
kwijlen volgt weldra

dan duikt hij onder
zij breekt met het oppervlak
spiegel gebroken

snakkend naar adem
komt hij weer boven water
haar ogen spieden

ziet zij de liefde
in deze groene kikker
of slechts voortplanting

nageslacht sluimert
hij vindt haar super sexy
krijgt slappe benen

haiku schiet binnen
zijn ode om haar gewin
Basho is jaloers

‘Oh mijn liefste schat
mag ik je blij beminnen
zacht in nek kussen’

trommels klinken luid
hemelhoog blinken sterren
geboorte van lief


Rob Mientjes

Share This: