Het zal zo’n vijftien jaar geleden zijn, dat ik een abonnement nam op Sportschool ‘De Uitweg’, aan de Uitweg. Mijn doel was gezond te worden. Fitness leek mij het juiste middel om dit te bereiken. Het was nog in de tijd, dat je nog niet fit voor niks kon worden. Motivatie telde. Wat mij mede motiveerde was natuurlijk het loeren naar strakke dames. Je kan je hartslag in de gaten houden, maar je kan je ook verwonderen, hoe bepaalde lichamen eruitzien bij het andere geslacht. Dat kon toen tenminste nog. Er was één vrouw die mij in het bijzonder opviel. Het was een jongedame met rossig haar, laten we haar Ginger noemen. Ze zag er goed in haar vlees uit en trainde serieus. Regelmatig trainde ze ook samen met andere serieuze types, waaronder een Turkse bodybuilder. Ik stelde me voor hoe ze soms op lome dagen ook wat na-trainden. Ze leken goed bij elkaar te passen.
Erg blij zag ze er nooit uit. Wel heel serieus en onberispelijk. Altijd de juiste kleding om alles goed uit te laten komen, maar nooit richting het ordinaire. Een echte powervrouw. Ja, zij zou er wel komen. En uiteraard werd ik bij het loeren naar haar wel eens betrapt. Wat me dan altijd opviel, was, dat ze buiten de korte, boze blik nooit oogcontact maakte. Een duidelijk teken van desinteresse en/of walging. Buiten de vluchtige blik die ik haar achterste gunde had ze verder ook weinig waarde voor mij. En zo gaat de tijd voorbij.
Een aantal jaren geleden verhuisden we naar de Kleiweg. Door de jaren heen was ik erachter gekomen, dat Ginger ook aan de Kleiweg woont. In een appartementencomplex, waar ook de Turkse bodybuilder woont. Ginger woont er al heel lang. Ik had altijd verwacht, dat ze op een gegeven moment wel een vent aan de haak zou slaan en een gezin zou starten. Dat lijkt echter niet het geval. Intussen moet ze ongeveer ook wel mijn leeftijd zijn, dus kinderen zit er niet meer in. Wel rijdt ze in een mooie glanzende Mercedes. Ook heb ik uit het raam een keer gezien dat ze met een man stond te praten die haar vaderlijk toe deed. Die had nog een grotere, glanzende Mercedes. Mijn conclusie was, dat ze waarschijnlijk in het familiebedrijf van haar vader werkte. Sterke zelfstandigen. Een tijdje groetten we elkaar zelfs, want ook zij heeft een hond en dan doe je dat. Sinds haar hond echter een paar keer heeft geprobeerd de onze op te eten en ik een keer gedreigd heb zijn kop eraf te schoppen, groeten we niet meer. Zo broos was ons contact.
Als ik ze tegenwoordig zie lopen, zie ik hoe de tijd niet door een regelmatig sportregime in de maling genomen kan worden, of door streng zijn voor jezelf, je hond en de wereld. Ook zij wordt ouder. Haar billen zijn niet meer wat ze geweest zijn of hadden moeten worden. De Turkse bodybuilder is ook niet meer zo fit, maar heeft wel een kind en een knappe vrouw, die zich zo nu en dan laat verfraaien als ze op vakantie naar Turkije gaan. Hij ziet er gelukkig uit. Ginger stemt mij echter altijd droef. Het lijkt aan de ene kant of de tijd heeft stilgestaan. Aan de andere kant is ze wel degelijk ouder geworden en zijn er dingen voorbij gegaan, die zich niet meer laten omkeren. Haar hond luistert slecht en is vals, hoewel ik weet dat ze de gevorderdencursus met hem gedaan heeft. De mannen zijn aan haar vruchtbaarheid voorbijgegaan. Ik stel me voor hoe ze zich afvraagt, waarom het allemaal zo gelopen is. Waarom niet zoals het hoort. Ik zie haar nog voor de spiegel staan bij sportschool ‘De Uitweg’. Ze wist het allemaal zo zeker toen.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
misschien moet alleen de dag genoemd zodat ik later weet wanneer het was we dronken thee in de winter de dikke jassen weet ik nog in je huis de verwondering
ach wie denkt niet terug aan die onvertaalbare nachten zoals het zong van de liefde en als het ware uit zich zelf poëzie ontstond
ik schreef eerder al bij het overlijden van merik dat de woensdag nog een tijd van merik blijft. onze vaste columnist op de woensdag. mirjam AL die een half leven lang met merik – op poëtische wijze optrok zal samen met vera jongejan de woensdag op ‘de pom’ gaan verzorgen – zo af en toe zal merik langskomen en zijn goedkeuring ons toeknikken. zo zal de woensdag zijn.
lieve Merik
heb je het gezien dat Mirjam appte dat je dood was en zij ook sprakeloos
en dat ik struikelend van ongeloof het toch eerst van haar moest horen
hoe wij om het gemis heen stonden en alsof het al geen herfst genoeg was bleef het maar regenen woorden, dichters
nadat het afval weer niet was opgehaald -hoeveel wereld kun je hebben- zegde hij zijn krant op en vroeg zich af of het zo langzaamaan geen tijd geworden was om dood te gaan
nog 3 lange weken drong de krant zich binnen ondanks zichzelf maar gewoontegetrouw liet hij al die tijd de zwaarte van de wereld dagelijks landen op zijn oude schouders de vraag of het tijd werd dood te gaan steeds actueler
De slurf is benauwd. Het riekt er naar een mengsel van kerosine en mijn zweet. Snikheet is het. Gelukkig is de drempel naar het toestel nabij. Ze heeft van die dikke witte zachte rubberzolen. Pal achter mij. Geluidloos. Daarboven een strak rond het lijf sluitend broekpak. Zwart satijn met wijde pijpen vanuit de lies. Een forse roze speld bedwingt haar geblondeerde lokken; een zorgvuldig gestileerde gouden hanenkam als resultaat.
Middellang en modieus is ze. Trots als een Spaanse dame. Met blingbling behangen. Even later neemt ze sierlijk plaats aan het gangpad. Op rechts aan de overzijde. Eenmaal airborne frommelt ze een zak ongebrande amandelen uit een nogal rommelig ogende kunstlederen designertas. Zo´n doorgestikte. Een forse witte tablet ook. De bleke pitten verdwijnen in rap tempo tussen haar volmaakt rood gestifte lippen. De kaken bewegingsloos. De wangen bij het slikken steeds heel even komvormig naar binnen gezogen. Heel doorslikken? Almendras? Hoezo? Mijn observatie is blijkbaar niet adequaat. Tja.
Dat gebeurt wel vaker als het bloedheet is. Nadat ze bij de stewardess geklaagd heeft dat de airco nogal frío is, verdwijnt ze met een zenuwachtig lachje in haar iPad. Ik ben zo wazig dat ik subiet in een rusteloze slaap stort. In mijn waan ruik ik de adem van Eva. Ze serveert Red Bull met Pastis. In a purple submarine. De tijd vliegt en ik kom pas weer boven water nadat de landing reeds is ingezet. Het signaal piept. Stoelriemen aan! Bijna back home. Países Bajos. Fris is het er wel. Pobre señora española. Raar woord als je erover nadenkt. Koukleum.
De Gedachtegang (voor R., terug de natuur in op 24 juni)
Een vriend werd uitgestrooid, pal naast de zee; ik ging niet. En men vond dat dubieus. Maar rituelen zijn een wassen neus, voor wie zou je het doen? De dode? Nee:
Je krijgt de overledene er heus Niet uit de Hades terug in Heerlen mee, Ook zijn ze voor verdriet geen panacee, Hun einde doorgaans Roodmerk. Slechte keus.
Die dood dan een ontroering? Incorrect: Veel eerder een herhaling die herleeft En zo een zware wissel op je trekt,
Het is de eeuwigheid die samenkleeft Met het bestaan. Horribel en abject. Je hebt het al oneindig maal herleefd.
om toereikend voort te gaan hoe, bij wie vermag men in het krijt te staan zoekt in jou het zwalkend hart een blanke borst, de ruimte en de rust zijn hongerdorst te stillen – doch
lustgedreven blijf je lijden, inboeten aan al wat anders had gekund, gemoeten een hele tijd valt te spelen, strelen maar een gegeven moment is het verkeken
noem het vooral geen liefde die je zocht te geven, liever stelen weggeven wat slechts naar zichzelf streeft
o, kon dan niemand me verwittigen dat je zo alleen jezelf kunt verstrikken
een maas niet zonder bedding kan, een vloed zich doodloopt zonder oever – hoe zonde als je dit pas ziet in het zicht van het graf
ook ik hooghartige kreeg mijn straf, eindeloos gebonden zijn aan iemand die te weinig gaf
11-11-2023 / Cartouche
tsja wat moeten we hierbij nog schrijven – nou ja gewoon zoals het voelt – dat je soms bij een gedicht kunt omvallen – als er van vasalis achtige regels te lezen zijn – regels waarin de lezer verdrinkt – aan welke de lezer zich overgeeft – regels die niet zo heel vaak geschreven worden – of geschreven zijn – en daarom zeg ik goud! de zondagochtendwedstrijd deze week is deze week voor Cartouche – dank aan alle inzenders. en van harte!
‘hoe zonde als je dit pas ziet in het zicht van het graf
ook ik hooghartige kreeg mijn straf, eindeloos gebonden zijn aan iemand die te weinig gaf’ –
wedstrijd gesloten – uitslag in de loop van de middag – dank aan de dichters die inzonden.
LUK PAARD – de weg is lang zo
RIK VAN BOECKEL – O oceaan leidt ons naar eindige kusten
FRANS TERKEN – Hier begint de zee –
MARTIN B- de verdomde glinstering
ANKE LABRIE – daar schreven we jouw naam in water
ROB MIENTJES – In waterzee
CARTOUCHE – Een mens als jij en ik
PETER POSTHUMUS – op mensen na
je weet het is eens in je leven en het komt nooit meer – nooit meer zo –
een bankje aan de rivier met uitzicht op het maakte niet uit
alles rook goed alles naar jou alles naar eeuwigheid
pomwolff
wie wint de enige echte virtuele – over water over de zee over de eindigheid – zal het de oneindigheid zijn – maakt niet uit – of over jou!/iemand als jij (haar/hem) trofee op pomgedichten punt nl – zoals bjorn van rozen van de week zo mooi zong: ‘jij bent je eigen schilderij..’ X – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
“ zee-dichter/ dichter bij de zee “
altijd verder ga je elke stap zacht neergezet in’et zand ‘et witte schuim de richtlijn de weg is lang zo
‘et stappe blijft zacht de einder ver lijkt koud te zijn de wolke gaan’r schuile
zij neme gedachte mee misschien wel’n droom ‘et stappe blijft en altijd verder ga je
‘et is geen zomer meer denk je de golve spoele aan en late de tijd verdwijne je houdt herinneringe vast
dank voor het gedicht van Luk Paard, bruisende golvende woorden in de vaart der golven aan uw webmaster meegegeven – meer als eerbetoon bedoeld en ik vermoed minder voor in de wedstrijd – over hoe we herinneringen vasthouden en willen vasthouden. hoe we verder gaan steeds verder gaan in het leven – lieve sprankelende troostrijke woorden – dankjewel Luk.
Pom, hier mijn bijdrage aan over water over zee ea. Met dichterlijke groet Rik van Boeckel
Langs de oneindige oceaan
O oceaan leidt ons naar eindige kusten naar de landing van schuimende branding
vissers en surfers dansen in oneindigheid onder water zuigen vissen zuurstof uit de lucht
duikers leiden naar de bodem van leven o oceaan laat hen zwemmen in stille moed
ondergolven van de zee nemen hen mee langs barracuda’s en riffen vol korale gloed
wind waait langzaam en snel golven op eilanden van liggende rotsen nemen afstand
schilderen het zingende springende zand met spitse stenen voorbij zuchtend strand
o oceaan omarmende energie draai licht rond het vochtige universum.
Rik van Boeckel 10 november 2023
de oceaan aangeroepen – als hulplijn ingeroepen om zachtjes rond te draaien – als ankerplaats, als plaats voor het voedsel en ontspanning voor mensen, voor dieren ook en voor de schoonheid nog zolang het duurt – met korale gloed. rik weet altijd weer in ritmisch golvende zinnen te bewegen als …… een dichters strateeg.
Dag Pom, Over de oneindige zee, bij deze een bijdrage. Weekendgroet, Frans
Hier begint de zee
Zegt de witte tegel naast de put boven het riool
dat al het hemelwater vanaf hier terugstromen mag in de oneindige zee
en wassen wat aan vuil en schuim de wereld verziekt
daar in een razende oceaan wacht een ondoorgrondelijke diepzee waaruit het leed in wolken opstijgt
en verderop landinwaarts niemand en niets ontziend in stromen overvalt
de kringloop in de alsmaar meer verziekte natuur hier nog in poëzie gegoten. zoals anderen vandaag meelopen voor een meer leefbare toekomst in de klimaatmars zo dicht frans zijn gedichten met zorg en aandacht voor levensgoed. bijna worden we door het zo kostbare bezit van kleinkinderen gedreven in de armen van klimaatactivisten. wat is geld bezit en dat soort dingen nog waard als je weet dat je kleinkinderen bijna geen bestaan meer kunnen hebben. vandaag klimaatpoëzie van frans terken.
golf
soms mis ik het de verdomde glinstering in je ogen
daarom loop ik vaak naar de zee in de hoop om iets op te vangen
van jouw aanwezigheid maar het blijft wederom bij dom kijken
ik keer huiswaarts maar ook dat is bedrog
Martin B
een fris klein nieuw en haha iets minder lieflijk gedichtje van de – zoals wij hem kennen – de onmogelijke – maar altijd zal ie mijn vriend blijven – de martinB. ‘die verdomde glinstering’ in haar ogen – staat u mij een luide schaterlach toe? de zee als locatie is in huize b ook al niet alles mogen we begrijpen. het zit niet mee maar B blijft B. heerlijke poëzie met navrante randjes – zeg maar rustig randen meneer wollufsen! ok randen dan.
de plek
daar waar de zee de kust verlaat de sterke stroom zich schuilhoudt onder een kabbelend watervlak daar stonden we vandaag bijeen
daar waar de zon het zilver stort op golven die wel huiswaarts keren daar strooiden we de bloemen uit rond een krans van zwart gesteente
daar waar de lucht de klippen raakt wit schuim op kale rotsen ketst die echo’s dragen van een vlinderslag daar schreven we jouw naam in water
anke labrie
daar waar het verdriet te water wordt gelaten lezen we – min of meer lichtvoetig mee – hoe die beschreven plek een gedenkplaats is en zal blijven. hoe we uiteindelijk OP gaan in het water, de natuur van stroom en zon en mooie luchten. mooi invoelend gedaan – over de pijn heen geschreven.
Goedenavond Pom,
Oneindigheid in de oneindigheid, wat is het leven lang zal ze leven.Lieve groet en fijn weekend.
Waterzee
In waterzee wil ik leven Als vis in het natte Zo hoort vis te zwemmen
Met teugels en vinnen Houvast bij de kiewen Snorkelende schubben
Oneindig in oneindigheid Door holen en spelonken Onderhuids over de bodem
Tot op de graat en bot Diepzeeduikend watertrappelend Van geduld naar ongeduld
Om nooit meer aan te komen
Rob Mientjes
ik zou een uutje toevoegen aan de kieuwen rob – de laatste regel van het gedicht is een mooie regel – de wens is hier de vader van de visgedachte. een lekkerbekkie halen morgen bij de visboer zal wellicht ook kunnen helpen – onee daar kom je wel van aan. nou dan moeten we maar het water in. ik hoorde vandaag die ouwehand van de dieren pleiten voor vissen migratie – dat die beestjes weer overal door heen kunnen – zij zal dit gedicht kunnen waarderen.
De toekomst duurt zolang ie meegaat zolang je eraan denkt en dat is meestal maar heel even
en ach de toekomst net als het klimaat wordt achteraf pas vastgesteld
uiteindelijk is het de aarde zelf met z’n dunne korst en dat beetje biomassa al die soorten die daar leven
op mensen na, dat duurde achteraf gezien en misschien maar even.
Peter Posthumus
dat de toekomst achteraf wordt vastgesteld is wel een nieuw inzicht voor mij. wat peter precies wil zeggen weet ik niet. dat de aarde zal blijven bestaan en de mens zich zelf wel om zeep helpt. vermoed ik. ik hoorde mijn kleinzoon vanochtend een sesamstraat liedje zingen – ‘zoek de zeep, zoek de zeep’ – ja kleinzoon helpt graag mee de de hem minder welgevallige mensheid te elimineren. net zijn opa.
Beste Pom, Mijn felicitaties met je tweede kleinkind. Ik begreep dat het in Berlijn het levenslicht zag, en er zijn slechtere plekken om dat te doen ter wereld.
Geluk is een vreemd ding; geluk is gevaarlijk; een zeepbel, heb ik ook weleens horen zeggen. De reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ werd, al experimenterend, door Millay gemaakt, en, tja, grossiert in prachtig leedwezen, denk ik.
De reeks behelst het ziekbed-en-sterven van een man, bezien door de bril van zijn vervreemde wederhelft, die terugkeert naar hem als hij ziek is (ondanks het feit, dat zij niet van hem houdt, wat dat dan ook precies moge zijn—hier verwijs ik graag naar het andere werk van Millay) en hem verzorgt tot het eind. Ik stuur je de oorspronkelijke sonnetten en hun schaduwrijke fluisterstem in het Nederlands toe. Geniet, of niet! Veel geluk met Liva, en veel geluk voor haar.
Liefs! Ditmar Bakker
XIII.
Haar waken was—die bleke droom alleen, zij ging steeds, hoewel onwillig, die vloer weer langs; op, neer, zo haar bestaan doorheen, of vluchtte, met haar voeten vastgesnoerd, of rende door een huis, stil als het graf, (een droom die zij ooit had, daar kwam het uit) geruisloos steeds de trappen op en af, om hem, een lege, diepe schreeuw, vanuit een vreemde slaper, een kwaadaardig bed, onzeker heel die tijd of het door haar gedaan werd, of iemand net als zij daar, die droom, het brood haar daag’lijks voorgezet, verliet zij ’s nachts, ontwakend met een ruk — een kinderdroom -knap!- als een zeepbel–die maakt óók niets stuk.
From the wan dream that was her waking day, Wherein she journeyed, borne along the ground Without her own volition in some way, Or fleeing, motionless, with feet fast bound, Or running silent through a silent house Sharply remembered from an earlier dream, Upstairs, down other stairs, fearful to rouse, Regarding him, the wide and empty scream Of a strange sleeper on a malignant bed, And all the time not certain if it were Herself so doing or some one like to her, From this wan dream that was her daily bread, Sometimes, at night, incredulous, she would wake — A child, blowing bubbles that the chairs and carpet did not break!
Stel je de situatie voor. Je dochter belt je van school, dat ze niet in staat is een proefwerk te maken. Ze kan zich niet concentreren. Het gaat zogezegd niet. Vorig jaar is ze ook al blijven zitten. Als gezin ga je met pieken en dalen een periode door, die gekenmerkt wordt incidenten die veel verder reiken dan dit voorbeeld. Maar elke keer is het weer een tegenvaller als er iets niet lukt. Je hoopt zo erg, dat er een keer goede dingen gebeuren. Je hoopt zo erg, dat ze een normale puber wordt.
Op een gegeven moment ga je twijfelen of je er goed aan hebt gedaan om haar in de zorg te doen belanden. Op dat moment grijp je elke mogelijkheid aan. Maar intussen kijk je er anders tegenaan. De versplintering tussen diagnose- en behandelinstellingen. Wat de één niet van de ander weet of wil weten. Hoe niets aansluit en alles vergaan is van wachtlijsten. Hoe de verantwoordelijkheden op het zieke af erin zijn gedrild bij de medewerkers in de zorg. Stel je voor, dat je op een nacht op de crisisopvang zit en je vraagt of er een drugstest bij je dochter gedaan kan worden. De psychiatrisch verpleegkundige geeft aan, dat zij dat niet mag beslissen. De opgetrommelde psychologen aan tafel zwijgen. Je vraagt de verpleegkundige wie er dan wel mag beslissen. Ze geeft aan dat dat de psycholoog van dienst is. Je kijkt naar de overkant van de tafel en vraagt of dat klopt. Dat wordt beaamd. Je stelt hen de vraag of er een drugstest gedaan kan worden. Zij geven aan, dat je daar wel toestemming voor moet geven. Je vraagt je af, wie er in de kamer niet heeft zitten luisteren.
Je vraagt je af, of die medicatie niet meer schade heeft aangericht, dan dat het goed gedaan heeft. Je kind is niet meer in staat om zich te concentreren blijkbaar. Ook is er geen uitzicht wanneer er ooit gestopt kan worden met de medicatie, die eigenlijk maar voor een half jaar bedoeld was. En eigenlijk is er weinig veranderd aan het gedrag van het kind, behalve, dat ze door de tijd verworden is tot een patiënt. Een willoos mens, overgeleverd aan wat haar overkomt. Slechts ontwijkende keuzes makend. Zich verdrinkend in TikTok, Snapchat en Netflix. Maar er is geen psychiater, psycholoog of hulpverlener die er ook maar een vraagteken bij stelt of dat goed is. Als je ernaar vraagt hebben ze er zelf geen mening over. Dat is raar. Iedereen heeft toch altijd een mening?
Je kan nooit in het hoofd kijken van een ander. Je weet nooit hoe erg het is. Maar bier en wiet hielpen vroeger voor heel veel. Dat wat in vroeger tijden oogluikend werd toegestaan, wordt nu via alle mediakanalen en de overheid zodanig gedemoniseerd, dat de brave ouders van nu zich er graag naar schikken en hun kinderen ‘beschermen’. Rondhangen met je lotgenoten hielp ook. Je vrienden uit de buurt opzoeken hielp ook. Je vrienden op school. Dat wat allemaal niet kon toen de instituties sloten wegen een pandemie. Toen een generatie losgeweekt is uit het sociale weefsel en omgepoold is. Je hoopt ondertussen gewoon dat je kind desnoods gewoon gaat zuipen en blowen. Dat het de patiëntrol terug mijt in het gezicht van de zorg, de maatschappij en haar ouders. Dat het lacht en huilt, dat het faalt en slaagt. Als het maar wat doet.
Je hoopt zo erg. Maar je kunt zo weinig.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl