Als je je ogen niet in je zak hebt, ontkom je er niet aan, geconfronteerd te worden met een bijna eindeloze parade van goed verzorgde en gemaquilleerde jonge en minder jonge vrouwen. Vaak benadrukt hun kleding mooi de lijnen van hun strakke of aangenaam weelderige lichamen en is ook de haartooi vaak een positief uithangbord voor de rest van het menspakket, dat zich eronder afspeelt. Om nog maar niet te spreken van de schoenen. Soms tonen ze sportiviteit aan en soms klasse in de vorm van hakken van minimaal tien centimeter. Er is zovéél mogelijk.
Tijdens dit schouwspel komen regelmatig gedachten bij mij boven. Ze variëren van: ‘Zo, die mag er zijn’ en ‘Nou nou, toe maar’ tot ‘Nou, die weet het wel’ en ‘Die zou ik wel doen’. Voorafgaand aan die gedachten speelt zich in mijn hersenen dan een kort proces af. Mijn ogen scannen de vrouw. Op basis van die scan wordt er een soort erotisch filmpje gemaakt, gefilmd alsof ik de camera in mijn linkerhand heb. In plaats van de lege blik op haar slimme telefoon, wordt de blik in mijn verbeelding vervangen door een gewillige blik van genot. En dan denk ik wat ik denk. En dat is het dan.
Het is verleidelijk te denken, wat er zou gebeuren, als je dat filmpje in werkelijkheid zou uitvoeren. Waarschijnlijk heeft ze dan ineens op een onverwachte plek een moedervlek die je niet zint. Of heeft ze een Noord-Hollands accent. Of zijn haar tepelhoven niet de gezwollen Kilimajaro’s, die ik me er bij voorgesteld had. En stel dan dat je het toch door zou zetten. Je propt je piemel erin. In je filmpje gebeuren er dan de mooiste dingen. Maar ineens blijkt, dat haar geur je niet aanstaat. Na twee minuten produceer je wat vocht en blijft zij verder onbevredigd achter. En dat is het dan.
Ik kan erg genieten van de processen in mijn hersenen. De fantasietjes die automatisch verschijnen. Beter dan een doorsnee NetFlix serie. Maar net zo nep. Ik laat me er dan ook niet door leiden. Het grappige is wel, dat het wel de norm is geworden, je juist door dat soort dingen te laten leiden. Te geloven in de dingen die je wijsgemaakt worden, dat je je moet wensen. Denken in ideaalbeelden en deze proberen te verwezenlijken. Om erbij te horen. Of een gevoel van vervulling te creëren. Via een heel scala aan schermen, wordt een wereld voorgespiegeld zoals hij zou moeten zijn en waar negentig procent van de mensheid nooit aan zal kunnen voldoen. Alle vrouwen zijn zo geil als Katja Schuurman, alle mannen zo succesvol als Sander Schimmelpenninck en iedereen is zo fit als een doorsnee Robinson Eiland kandidaat. Het is een geloof geworden.
Ik fiets door de stad. Weer zie ik twee jonge, aantrekkelijke vrouwen lopen. Mijn gedachten kunt u raden nu. Een paar seconden later zijn ze voorbij. Ik vervolg mijn weg. Mijn bestemming is een warm bed, een vertrouwde geur, een glimlach, een bakje thee, humor en een lichaam dat als geen ander past op het mijne. Daar hoef ik niet over te fantaseren. En daar zal alles anders zijn, dan in mijn hoofd. Het topt elk verzonnen verhaal. Ik had het zelf nooit zo kunnen verzinnen.
(Zoals Marco Borsato ooit al zei: ‘De meeste dromen zijn bedrog, maar als ik wakker wordt naast jou, dan droom ik nog.’)
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Hoi Pom, Dolle avonturen met mijn beste vriendin, een verslagje, groet, Merik
In de donkere dagen
Je belde dat de automaat je pasje had ingeslikt. De bewindvoerder maakte geld naar mij over. Je haalde het op en vergat je wandelstok. Die bracht ik de volgende dag in dat theatertje. Daar verloor je je portemonnee,
en zingen en poëzie, stuff roken en praatjes
en dat je dochter uitgezaaide kanker had, dat was niet waar
en lachen, snoepjes brengen voor de hond, amsoi met kibbeling bakken, ik hou van je.
ik had me neergelegd bij jou jouw bestaan verbonden met het mijne achteloos onder mijn huid schoorvoetend toegestaan totdat de weg terug is afgesloten soms noemen we het liefde dat schenkt ons troost
Amper zes graden is het hierbinnen als je wakker wordt. Met buiten een lucht blauwer dan indigo. Meteen fikkie stoken dus. Voor het broodnodige haardhout heb ik het sinds kort met een Koreaanse want tot mijn grote verdriet heeft haar Zweedse voorgangster mij na jaren trouwe dienst onbedoeld in de kou laten zitten. Après un service complet nota bene! Bij een officiële dealer. Haar motortje ronkt sindsdien even moeizaam als krachteloos. Ik hoop haar ooit nog te kunnen reanimeren maar ik vrees dat dat een tijdrovend klusje wordt. Voor nu vertrouw ik dus maar op haar vervangster. En die Koreaanse weet van wanten hoor! Ze is wat zwaarder, met wat meer lengte en haar ketting is hongeriger dan vers geslepen diamant. Een paar flinke boomstammen, keurig in mootjes gechopped, liggen inmiddels opgestapeld in het houthok. Eerlijk is eerlijk: dat was mijn blonde schone zo snel niet gelukt. Vooral een kwestie van meer vermogen. Maar ook een kwestie van Aziatische pit. Stille kracht. En dat heeft ze: Hyundai Min-Ji is haar naam. J’aime ma tronçonneuse.
aanvankelijk dacht ik de ongebreidelde spontaniteit van onze LUK PAARD met goud te omhangen – zo sprankelend vind je de woorden niet vaak – om carel helder in het parool van zaterdag vrij te citeren die op zijn beurt gerard reve weer citeert: ‘je leest Luk Paard niet voor je verdriet’ – totdat vera van der horst haar epos instuurde – het goud van Luk gleed vera om haar hals – hebben we altijd nog zilver voor Luk. goud voor vera. wat is er mooi aan dan zult u vragen – aan watte? aan het gedicht van Vera – 2 levens getroffen in 5 strofen – en de relativering gelijk ook aan de lezer meegegeven – ‘het leven doet maar wat’- en zo is het ook ‘het leven doet maar wat’ – maar in dat wat zit hier zoveel leven dat we er een gouden kroontje boven op zetten. van harte Vera van harte Luk! alle dichters die inzonden natuurlijk ook van harte bedankt.
bij mij bloeien al zo n 40 jaar vergeetmenietjes in de tuin een jonge man strooide daar de zaadjes voor hij met lege handen ging
ik weet nog hoe het was die eerste keer dat ik hem zag gaf ik hem een hand vol tranen hij maakte daar lenteregen van
Ik telde de uren, hij telde de jaren het leven doet maar wat als je er geen richting aan kan geven
toch elke lente, kom je weer met oude handen pluk je delicaat het onkruid uit tussen het weelderige blauw nu met door de nachtwind witgewaaide haren
en onze oude jonge ogen peilen dan hoever het is hoe dichtbij ook want zelfs de meest lichtgevende sterren verpulveren en verdwijnen in het heelal
Vera van der Horst
als ik goed tel blijft het gedicht – dit heldenepos – wel binnen de 20 regels regel – een prachtig en troostrijk gedicht met geen woord te weinig of geen woord teveel. schreef ze elke week maar zo – maar dat kan natuurlijk niet – hoe een persoonlijk verhaal waarin de schoonheid van het breekbare – om luk paard te citeren – boven alles en iedereen uitgetild wordt door dichter – en hoe zij tegelijkertijd voor elke lezer een hoge graad van toegankelijkheid creëert – de inhoud van het gedicht dreunt in je lijf, leden, hart én in het heelal na.
de schoonheid van de breekbaarheid…dit gezegde is al’n gedicht…wat verder geschreve wordt is nie ter zake…’et breekbare kan schoon zijn..’n leve dat breekt kan schoon zijn…dat zo’et leve ook kwetsbaar is zelfs as de liefde breekt door dood…:“
‘n glas voor jou dat’k van je hou nog steeds altijd’et heffe ‘n volgende glas
tot’et laatste voor jou hoog geheve hier ik op de stoep
jij in de goot nooit meer’n glas en ik altijd nog dat’k van je hou
hoevele keertjes nog met altijd die stoep in gedachte aan jou
onze luk die met zijn overrompelende heerlijke en eerlijke spontane teksten altijd mij als lezer voor zich inneemt. de taal lijkt in hem op te ‘borrelen’ zeker zoals hier wanneer het glas geheven wordt en dan heeft ie ook altijd pen en papier bij de hand om die taal vast te leggen – maar zijn taal laat zich niet vast leggen – de woorden springen en dansen en rokken en rollen van het papier waar je bij staat – je hart tegemoet.
Luk Paard: dat’k van je hou
Rik van Boeckel: het ritme van kwetsbare dagen
Frans Terken: hoe breekbaar dan toch
Seraphina Hassels: je papierdunne huid vervaagt
Vera van der Horst: 40 jaar vergeetmenietjes
Ien Verrips: de tijd sluipt als een zachte kat
Jako Fennek: de onherroepelijke waarheid
Anke Labrie: zij was altijd een echte kerstfeestmoeder
nog even die af en toe zo jonge stem ach kijk nou moet hij huilen
ze duwen je een podium op ze kammen je haar zoals ze straks ook je haar zullen kammen
pom wolff
jij zingt alsof
het waaien is begonnen en ik wil je niet niet alles ontnemen er rest ons nog altijd een later als
misschien niet wat we droomden onder het zolderraam met de zachte regen
maar weet je dan niet dat alles mij liever draagt en lichter is met jou
petra maria
wie wint de enige echte virtuele – ontwaar de schoonheid in de kwetsbaarheid – trofee op pomgedichten?
het afscheid van de zanger – wellicht van een dichter – de ouderdom die niet veel meer aan het leven laat – we maken het mee – we komen er zelf voor te staan – maar iets blijft altijd aanwezig – de schoonheid van de kwetsbaarheid – bij rob de nijs hoorde ik heel af en toe die jonge stem weer. mooi. petra maria die vroeger regelmatig instuurde schreef ook over de schoonheid in de door haar beschreven kwetsbaarheid: ‘maar weet je dan niet dat alles mij liever draagt en lichter is met jou’wellicht draagt u nog iets poëtisch bij aan de schoonheid die we in de kwetsbaarheid mogen ervaren. dan lezen we het graag – geen makkelijk thema – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Het naderend inzicht
Over de dood niet te spreken reizend langs de jaren met een teken van licht
het naderend zicht en inzicht van het lied zoekt de zanger dromend in harmonie hij breekt duizend lansen voor een wereldromance
op het podium van het leven is veel gegeven zijn zinnen spiegelen zich aan het ritme van kwetsbare dagen.
Rik van Boeckel 17 december 2022
rik brengt in de naderende duisternis van de dood die hij nog even links laat liggen toch het licht. de laatste dagen en jaren in het teken van een en de hoop op een wereldromance – dat lijkt een beeld dat rik ons lezers wil meegeven als troost bij de laatste levensjaren als het liederlijk inzicht in daalt.
Spiegelglad
Dat het vallen en weer opstaan is in het eerste ochtendgloren bij een hemelse lucht
zoveel dat er dan schoongewassen in tegenlicht te zien valt je kijkt je ogen uit
hoe breekbaar dan toch als je ernaar grijpen wil alsof je al scherven in je handen houdt
je raapt ze van de koude grond pakt ze vast als ijsbloemen geplakt op een spiegelruit
waarom weet ik niet maar ik heb iets tegen het woord ochtendgloren. dat is denk ik persoonlijk. het gedicht begint voor mij bij de vierde strofe – dat mag van mij de beginstrofe zijn:
je raapt ze van de koude grond pakt ze vast als ijsbloemen geplakt op een spiegelruit
dan zou ik meteen rechtop zitten in mijn stoel en denken wie? wat ? waar? en hopen dat de dichter het antwoord op de vragen langzaam voor mij invult – dat de dichter deze koude woorden langzaam laat ontdooien in een warme dichterlijke troostrijke omhelzing.
Licht
Heel stilletjes vertrok jij stap voor stap om ons te laten wennen dat jij bent gaan wonen in een land waar lang vergetenen zijn en niet zijn
Stemmen zonder naam die zeggen te zijn wie jij niet ziet zij die je aankijken vervloeien vader, broer, minnaar wie raakt jou aan
Behendige handen ontkleden jij zit naakt en wordt gewassen waar begint en eindigt jouw lichaam wanneer wordt ’t het hunne de grens van je papierdunne huid vervaagt
De kus op je wang voelt intiem als van een geliefde een blauw geaderde hand streelt je tast naar herkenning in een vervreemd gezicht
Het fluistert: Mijn engel de stem die weet wat jij moet zien een laatste winterroos, zwermende vogels verwonderd veeg je tranen weg de nacht valt en jij wordt licht
Ⓒ Seraphina Hassels.
ik zeg een epos in dichterlijke woorden samengevat – een zeer persoonlijk eerbetoon – van de oude mensen en de dingen die niet onopgemerkt voorbij gaan – maar de 20 regels regel (tenzij noodzaak) die wij voor ‘de wedstrijd’ hanteren is overschreden. buiten mededinging kortom.
voor rob, lionel, martijn, cristiano en al die anderen die we gaan vergeten
alles wat je bent is alles wat je doet geen offer te groot voor slechts dat ene doel de beste zijn de grootste mooiste allerhoogste jouw naam een erenaam nooit vergeten
de tijd sluipt als een zachte kat verstoort en slaat haar klauwen uit nog even wordt jouw naam genoemd om langzaam weg te zakken in vergetelheid
Ien Verrips dec 2022‘
‘de tijd sluipt als een zachte kat…’ die dichtregel doet het wel – zeer zeker. nemen we die voetballers op de dichterlijke koop toe – ik blijf aan die geciteerde regel hangen – bij de inhoud van de andere regels denk ik: het zal wel.
onbekend
de onherroepelijke waarheid van het ouder, het zwakker worden zo wreed maar ook zo mooi weer zo ontroerend mooi
op een dag stap je laat uit de trein zet je voeten op een verijst perron je kent je leeftijd, blijft roerloos staan bevroren als de regen
een onbekende stem vraagt of ze helpen kan
ze steekt haar hand toe, een hand die je meer doet dan alle handen die je streelden
jako fennek
‘de onherroepelijke waarheid’ – onherroepelijkheid krijgt in de poëzie zo beschreven een ultiem en definitief karakter. ‘nooit komt iets terug’ riep de webmaster deze week nog uit op de boot van catelijne. je hebt waarheden als een koe – en waarheden als in de poëzie. alleen de waarheden in de poëzie bevatten meer waarheid dan alle waarheden in een koe verzameld. jako verkleint de waarheid tot één uitgestoken hand van een naar wij hier vermoeden een bijzonder mooie voor hem vreemde vrouw. hoe je grote zaken klein krijgt.
kerstkind
het laatste kerstcadeau voor moeder aarzelend gekocht een kleine kerstboom zonder lichtjes die zij niet meer verdragen kon
wat weerschijn van het zwakke licht boven haar bed in de zilveren ballen
zij was altijd een echte kerstfeestmoeder ik nu meer kerstkind dan ik dacht
anke labrie
zoals het kan gaan bij een naderend afscheid – de tradities opgegeten door de tijd of vervangen door andere of door soortgelijke met andere mensen weer – het breekbare van het gevraagde thema goed getroffen.
Sinds twee en half jaar hebben we een hondje. Hij heet Orval. Het is een uit de kluiten gewassen teckel. Het was een wens van mevrouw Solo, die ze al vijfentwintig jaar koesterde. Orval is een ongehoorzaam hondje en staat niet goed onder appèl. Als je hem roept, hoort hij je misschien wel, maar luistert niet. Hij heeft zo zijn eigen wil en volgt die, net als zijn neus. Verder is hij erg lief en schattig. Ook met onbekenden en kinderen is hij erg makkelijk. Hij is niet veeleisend en meestal wekt hij de indruk vrolijk dan wel tevreden te zijn.
Vorig jaar rond deze tijd was mevrouw Solo ons hondje aan het uitlaten. Het was vroeg. Die ochtend had Orval een beetje de kolder in zijn koppie. Hij was lekker aan het ravotten met zijn hondenmaatjes, toen er een fietser voorbij kwam. Wat er in zijn kleine kersenpit gebeurde weten we nog steeds niet, maar hij nam de benen en rende blaffend achter de fietser aan. Mevrouw Solo probeerde hem nog te roepen, maar hij was de bocht al om richting de Straatweg. Mevrouw Solo probeerde als een haas achter Orval aan te rennen, maar de vier korte beentjes bleken een stuk kwieker dan de benen van mevrouw Solo. Orval stoof de Straatweg op, achter intussen elke willekeurige scooter en fietser aan, in het donker van het drukke ochtendspits verkeer. Mevrouw Solo stond doodsangsten uit. Ze zag het al gebeuren, dat haar geliefde viervoeter geschept zou worden door eenderwelk gemotoriseerd vervoer. Het gelukte Orval het Muizengaatje, zoals de tunnel naar het Oude Noorden heet, te bereiken en daar kon een, door mevrouw Solo’s hulpgeroep, gealarmeerde fietser hem staande te houden nadat hij tussendoor de auto’s ook nog eens de Straatweg was overgestoken. Mevrouw Solo nam Orval met tranen in de ogen in de armen en was de rest van de dag van slag. Orval mankeerde niets, maar mag sinds dien niet meer los lopen.
Vaak zit ik naar Orval te kijken. De natuur heeft er mee bijgedragen de schoonheid van de schepping zichtbaar te maken. Het is een mooi hondje. Ik zie hem dan liggen op zijn kleedje bij het raam. Als ik de schuifdeur open doe, sprint hij blaffend de tuin in, op zoek naar de kat, die er op dat moment helemaal niet is. Ook zie ik hem wel eens achter zijn staart aan rennen. Dat denk ik tenminste. Het kan ook gewoon iets zijn, dat ik niet zie. Als ik hem uitlaat, observeer ik vaak zijn gedrag. Hoe hij snuffelt, de patronen, die hij loopt, hoe hij reageert op andere honden. Hij heeft ook een heel mooi gebit. Een forse set tanden voor een betrekkelijk kleine hond. En hij laat zich graag aaien, terwijl hij dan zo nu en dan schalks en zacht in mijn hand bijt.
Orval heeft zijn plaats in ons gezin. Maar toch zijn we geen echte roedel. Hij kan niet samen jagen met ons. Niet proberen te paren, of vechten om voedsel. Hij is wel volwaardig lid van ons gezin, maar hij blijft een hondje in een mensenwereld. We hebben hem weggehaald bij zijn moeder en zijn broers en zusjes en hebben ons zelf als zijn familie gepresenteerd. We voeden hem en zorgen voor hem, zoals wij mensen denken dat dat goed is. En soms zie ik hem kijken en dan ineens wordt ik moedeloos. Dit is misschien niet ‘zoals het bedoeld is’. Maar dan zie ik naast me mijn zoon op zijn slimme apparaat kijken en dan kan ik meteen hetzelfde denken. In het werk zie ik hele cohorten mensen zichzelf serieus nemen terwijl ze in bullshit banen aanrommelen en wegkwijnen achter schermen of als ze er echt in geloven, beloond worden met Tesla’s en dergelijke. Media en politiek oefenen zich, in steeds verder gaande perverse banaliteiten, terwijl Jan met de pet in de kou zit. Hoe ver staan we af, van dat waar we ‘voor bedoeld zijn’ geweest? Een stomme vraag natuurlijk, waar geen zinnig antwoord op te geven is. Hooguit, zijn we een excuus voor wat de natuur met ons bedoeld had. Poppenkast is de norm voor beschaving geworden. Ik denk dat Orval het daar ook wel mee eens zal zijn. Daarin snappen we elkaar. Ieder zijn leiband.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Hoi Pom, Toen ik ongeveer 16 was ontmoette ik haar…, een jeugdherinnering, groet, Merik
Souvenir
Hoe heet ze ? We zaten in een botsautootje op de kermis in de stad Irun, in Spaans Baskenland.
Hoe heet ze ? Ik geloof dat we zoenden. Ze had bruine ogen.
Ze gaf me een leren armband met knopen voor ze opging in het feestgedruis en ik keerde naar huis, naar school, droeg haar met me mee, de leren armband.
bericht van Peter: Hoi Pom Dit bericht typ ik vanuit een ziekenhuis in Thisted waar ik gisteren heen gebracht ben na een ongeluk met de fiets. Ik dacht vanavond thuis te zijn maar ze willen me hier vannacht vasthouden, ze willen zeker weten dat ik geen heupfractuur heb, ik heb nogal wat pijn en ben nogsteeds niet in staat op mijn rechterbeen te staan. Ik had een aardig – gedicht – al – zeg – ik – zelf klaarliggen maar het lukt me niet het op te sturen. Sorry, peter
wensen wij van hier PETER alle goeds en snelle reparatie – en doen we twee van zijn prachtige gedichten uit ons archief:
Ik groeide op in het ijle licht van lege straten met verderop braakliggend land
dat alles nu is in beton gegoten gevat. in doelgerichte dwangmatigheid vergruisd, in doorgeschoten logica
soms gruwel ik er nog eens rond over het astfalt tussen het afgepast hermetische geweld van de in steen gestolde tijd tussen de bastions aan onontkoombaarheid
dan weet ik weer hoe ik hier ben verdwenen hoe ik ben zoek geraakt