het bericht hieronder is gedateerd 24 december 2019 – vandaag lees ik over het overlijden van Wally Jorna – in het indrukwekkende afscheidsgedicht van Max Lerou – we nemen er maar een wijntje op – op haar mooie leven – haar mooie zijn – lieve Wally proost!
wally
de stad houdt nu even zijn adem in
en maakt voor jou zijn stenen zacht
je vraagt wat wil je weten over
Lot. Dood. Eeuwigheid. Nacht.
het lot is de dood is een vrouw
geliefde zuster in de rol van hermes
ik droom je neemt mijn hand
en ik wandel met je mee naar de rivier
een raaf strijkt zijn veren
langs je wang – het stelt gerust
de spanningsboog buigt
en alles dijt uit
MAX LEROU – 14 10 2022

Het fenomeen Wally Jorna – Mogge Wally!
Eigenlijk ken ik Wally niet en toch ken ik Wally. Live zag ik haar twee keer. De eerste keer bij mij thuis in 020 na de bundelpresentatie van mijn “een vrouw schrijft een jongen” – dat was in 2014. de tweede keer vorige week aan de Lange Voorhout, in de Pulchri Studio bij de opening van de expositie van Ingeborg Müller: “Mediterrane herfst”. Op FB opent Wally elke ochtend met een – heb een mooie dag – ochtendwens aan haar vrienden. Wally is FB levenslust voor mij – de ochtendwens: “Mogge!”, in de zomer aan het strand de strandfoto’s (Zuiderstrand) en elke week wel één keer – zomer, winter, herfst, lente maakt niet uit, een beeldverslag van een muziekmanifestatie ergens in den haag of omstreken.
zo word je dus leeftijdsloos oud begrijp ik nu ik haar weerzie. doen waar je zin in hebt, begeef je onder de mensen, geniet het leven elke dag – en wees trots op jezelf – zo trots dat je niet zal rusten voordat er 3000 van je eigen selfies in een cultuurhuis worden opgehangen – getuigen van een leeftijdsloos enerverend en gelukkig bestaan.
Ik ben trots op hoe ik er uitzie. vertrouwde ze mij toe. haar dochter dichter bij de 60 dan bij de 50. soms heeft leef-tijd geen invloed op een leven. van mijzelf kan ik dat helaas niet zeggen – Wally is het levende bewijs van mijn stelling. “ik heb meer dan 3000 selfies en die moeten maar eens op de muren van Pulchri.” mij restte niet anders dan een bevestigend knikje.
pom wolff

















