
de langste – alhoewel – brief ooit
schrijf ik aan jou
hij bevat de tuin waarin
onkruid hardnekkig de kop
op blijft steken tussen de stenen
van het terras
.
het gras is meer een madeliefjesveld en
de prunus – maar dit weet je wel – is gestorven
.
de goudenregen wil gaan bloeien maar
gezonde groei belet hem, de blauwe regen daarentegen
groeit als kool maar bloeit niet
.
de vijver gaat hier weg
de haag tussen ons en de buren
het fluitfabriekje – je weet wel –
hij is dun, het woord armetierig valt me in
.
armetierig
.
zondag floot er een merel, vlak boven ons hoofd
wat klonk dat hard
veel mussen zien we hier niet meer
soms een vinkje, een enkele keer een roodborstje
wat duiven, kraaien, eksters
.
op het terras staat een nieuw zitje, nou ja nieuw
het stond in de kringloop, was net binnen gebracht
ik heb het zonder nadenken gekocht
.
het is groen, er bladdert verf vanaf, de tafel bleek stuk
vannacht droomde ik van een man waartegen ik zei dat ik
een beetje van hem hield, een beetje, herhaalde hij
in zijn ogen stond iets speciaals, ik omschrijf het nu
als teleurstelling maar misschien was het iets anders
.
we omschrijven elkaars handelingen vaak verkeerd
woorden komen anders over, ons toegeworpen blikken
vullen we zelf in
.
praten is lastig, de een zegt te veel, is te scherp, te klip en klaar
de ander zegt ja en denkt nee, weer anderen willen niet eens praten
maar vertellen anderen desondanks over de nooit gevoerde
gesprekken dat ze vervelend waren, ze weten zelfs precies waarom
.
de tuin is een heldin, met haar kan ik lange gesprekken voeren
ik durf gerust te zeggen tegen haar dat ze er niet uit ziet en het
kost me geen enkele moeite om het hoofd te buigen voor haar
.
het is mijn schuld, vertrouw ik haar toe, alles wat fout ging is
mijn schuld of wordt op mijn schouders gelegd
.
ik kleur mijn tuin niet in met oordelen en zij vertrouwt mij alles toe
haar ongelukkig bruin en de verpieterde verlangens om
eens grondig uit te pakken
.
ze is altijd thuis en weet precies wat ze aan me heeft
dat is liefde denk ik, liefde in haar zuiverste vorm.
Jeanine Hoedemakers


















