pom wolff voltooit de triologie grootscholten ook wel in de volksmond de triologie ‘geschifte gedichten’ genoemd – dichter wolff kiest uiteindelijk toch voor de meer geschifte variant ‘we dronken kalfjes…’

bij nader inzien kies ik er toch voor om de derde regel te laten zoals deze in eerste opzet geschreven werd – gelet op de hoge mate van geschiftheid – verdient deze versie: ‘we dronken kalfjes’ echt de voorkeur boven de mooie maar minder geschifte variant aangedragen door Peter Berger: ‘we dronken als kalfjes’.

de triologie grootscholten dient nog te worden voltooid – de triologie ‘geschifte gedichten’ zoals de zuidhollandse dichter grootscholten heeft gemeend om mijn gedichten te moeten kwalificeren. hij liet deze kwalificatie zich een keer ontvallen laat ik het zo zeggen. ik kan er goed mee leven.
1
er lagen trage schepen stil
net voor de einder
we dronken kalfjes
schonken melk in volle liters
ik riep wat een water allemaal
waar heb ik dat nou aan verdiend
en wat een melk ook
zo ver van huis
ik groette alle aanwezigen
als jullie dit het einde vinden
prima hoor
ik ga er vandoor
ik moet nog schrijven
kloppende gedichten schrijven
pom wolff
2
eenmaal thuis
aan lager wal weer
geef mij zee melk en water
wat een mensen
ik ben voor koeien
klei en brood
tegen dijken
tegen straten geef mij water
heel veel water
in de verte trage schepen
net voor de einder – kijk ze varen
zie ze gaan
zie ze vliegen
nooit gekregen
wat ik altijd heb gewild
pom wolff
3
ik zie de slepend trage schepen
in de wallen van haar ogen
zelfs de koffie dronk ze zoals jij
je had hetzelfde leren jasje kunnen dragen
als ze de ochtend in beweegt
valt de dood weer in het huis
pom wolff
de herfstgedichten van Antony Oomen – 3: ‘…naar stilte zulk een tomeloos verlangen een overdosis of verhangen…’

Strijkstok
liever ben ik dood dan dat ik leef
beter ging ik weg dan dat ik bleef
naar stilte zulk een tomeloos verlangen
een overdosis of verhangen
daar komt het ongeveer op neer
te móéten leven, keer op keer
is alles grauw, de luchten
het gevoel, het klaaglijk zuchten
zoveel kleumende gradaties grijs
en tegen welke prijs
wat blijft er aan de strijkstok kleven
wat blijft er over om te leven
Antony Oomen
27.IX/2022
Abraham Von Solo: met de compositie van de wereld om hem ‘heen. VON: ‘Ik distantieer me dan bij deze ook van mijn eigen geschreven tekst en ben zelfs bereid een verklaring te ondertekenen die dit onderschrijft…’

‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Als je voor een dubbeltje geboren bent, wordt je nooit een kwartje. Je moet gewoon onderaan de ladder beginnen.’ Veel Nederlandser krijg je het niet. Het zijn voorbeelden voor de wereld. Het zijn echter allemaal uitspraken, waar ik vanaf mijn prille jeugd niet in geloofde. Het zijn namelijk leugens. Heel Nederland is een leugen. Het is namelijk een reclamespotje. Onze trotse natie is een marketing instrument. Laten we de uitspraken stuk voor stuk eens ontleden. Doe maar gewoon. Kortom, wijk niet af. Je bent voor een dubbeltje geboren, dus maak je niet de illusie ooit met de Euro clan mee te mogen doen. En de ladder, dat is het keukentrapje dat we je aanreiken. Echte mannen nemen de lift. Het zijn allemaal uitspraken om het volk braaf en gezapig te houden.
Intussen heeft zich een staatsapparaat opgetrokken waar Stalin zijn vingers bij zou aflikken. Je kunt niets officieels meer regelen zonder dat via een digitale app met drieweg identificatie te doen. Je locatie is binnen de stedelijke gebieden op elk moment te volgen. Met niet traceerbaar contant geld betalen wordt langzaam steeds onmogelijker. Elke grote stad beschikt over een groot contingent toezicht-hiwi’s annex para-politionelen die nu ook langzaam onder de ‘verdedigingswapenen’ mogen. Dit leidt alles wonderwijl niet tot Noord Koreaanse toestanden, omdat we ons aan de stelregels van de Nederlandse bescheidenheid houden. Maar het is als Staat wel fijn om achter de hand te hebben, voor het geval dat. Je kan de toekomst maar beter een stap voor zijn.
Nederland is binnen de Europese Unie en de westerse wereld verworden tot de ‘flagship store’ van het totalitair neo-kapitalisme. Alleen fossielen als Baudet ageren er nog enigszins tegen onder de verkeerde voorwendselen. En hij krijgt dan ook net voldoende tijd zichzelf hierin publiekelijk belachelijk te maken, zodat andere critici wel twee keer na zullen denken voor ze met hun mening op de proppen komen. Het is politiek gezien in dit land niet meer de vraag wie mijn vrienden zijn. De vraag die rest is wie de vijanden zijn, die ik nog het meest graag heb. Waar kapitalisme en communisme, fascisme en socialisme, markt en overheid, oud en nieuw geld, democratie en algoritmes elkaar gevonden hebben in een perverse dodendans, is die keuze eigenlijk al niet eens een keuze meer. Het is je lot af te wachten. Daartoe dwingen de omstandigheden je wel, of je kiest er vrijwillig voor.
En ik weet het. Ik mag niet klagen vanuit mijn riante woonstede, met mijn vaste baan en nooit geen ellende gekend. Ik moet maar gewoon mijn smoel houden, want anders pas ik niet meer in het plaatje en mag ik blij zijn, dat we niet in Rusland wonen, want daar was ik al lang de kelder van het Lubyanka in verdwenen. Ik snap het gewoon niet. Dus bij deze. Al het bovenstaande is subversieve onzin, geschreven door een semi-intellectueel die denkt, dat hij door geschiedenis boeken te lezen en daar over na te denken, een mening kan vormen over de immens veel grotere complexiteit van de wereld om zich heen. Dat terwijl het nieuws en de politiek toch geen enkele twijfel laat bestaan over de Waarheid. Ik distantieer me dan bij deze ook van mijn eigen geschreven tekst en ben zelfs bereid een verklaring te ondertekenen die dit onderschrijft.
Vergis u niet. Ik pas nog in mijn tijd.
Het is pas de volgende generatie, die de eerste generatie wordt sinds de grote oorlogen, die het niet zo goed gaat krijgen als de mijne.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Merik van der Torren: ‘Ik laat me languit vallen en door je strelen, luie maan…’

Luie maan
Je hangt zo’n beetje geel aan de hemel,
je bent- geloof je – best wel vol.
Je straalt over velden met bloemen,
bloeiende kastanjes en perenbomen
in de nacht je licht.
Ik laat me languit vallen en
door je strelen, luie maan,
tot de ochtend in komt breken
en de kleine kabouter met puntmuts,
die een pijpje rookt en zegt:
“ het is fantastisch wandelweer ! “
Merik van der Torren
Grootscholten: ‘dit gedicht is geschift.!!’

de dichter Grootscholten aan het woord op FB over mijn laatste gedicht. ik schreef het gedicht gisterenavond tijdens het kijken naar de ouwehoeren van voetbal inside – gedicht deed dichter grootscholten ontvlammen in een woede aanval op een manier die hij zelf niet bij zich zelf kon vermoeden. vermoed ik. de dichterlijke woede voelde als een compliment – ‘het gedicht is onschuldig’ leerden we al van grootmeester Campert – en na een recensie van dichteres vera van der horst wist ik dat het gedicht mogelijk wel iets van geschiftheid in zich zou kunnen dragen maar desondanks prima in orde is:

er lagen trage schepen stil
net voor de einder
we dronken als kalfjes
schonken melk in volle liters
ik riep wat een water allemaal
waar heb ik dat nou aan verdiend
en wat een melk ook
zo ver van huis
ik groette alle aanwezigen
als jullie dit het einde vinden
prima hoor
ik ga er vandoor
ik moet nog schrijven
kloppende gedichten schrijven
pom wolff

Ik vind hem grappig zoals hij is. Die eerste strofe schetst door de combinatie van trage stilliggende schepen, melk(van de koe) en kalfjes een sfeer van lamlendig of nietszeggend gelummel weer. Vooral de associatie met het over koetjes en kalfjes hebben- een wat nietszeggend gebabbel-
De 2de strofe heeft zoiets als:
al dat water, al die melk, (al dat gelummel, al dat geouwehoer) wat moet ik ermee, ik wil naar huis!!
De 3de strofe neemt de -ik- een beslissing en voegt de daad bij het woord: als jullie dit zinvol vinden, ga lekker door, ik heb nog iets belangrijks te doen. ((diepere laag: voor het einde (zie strofe 1: als dit voor jullie het einde is))
Strofe 4 de – ik- benoemt wat voor hem belangrijk is: gedichten die kloppen, waarbij je hier voor kloppen diverse synoniemen kunt invullen, maar dat word me teveel getyp. Ik lees dit als eerste spontane interpretatie zo, grappig met een diepere laag.
Ik zou het in 1 regel kunnen samenvatten, maar dat doe ik niet, omdat ik daar nog te veel over twijfel.

vanochtend schreef ik nog een ‘geschift’ gedicht in deze serie
die we maar voorlopig de serie Grootscholten zullen noemen:
eenmaal thuis
aan lager wal weer
geef mij zee melk en water
wat een mensen
ik ben voor koeien
klei en brood
tegen dijken
tegen straten geef mij water
heel veel water
in de verte trage schepen
net voor de einder – kijk ze varen
zie ze gaan
zie ze vliegen
nooit gekregen
wat ik altijd heb gewild
pom wolff
IEN VERRIPS over zomerhitte en over melanie 2022 in nederland

je kwam
verrassend vroeg dit jaar
koesterend aan jouw gloed
vieren wij rokjesdag eerder dan normaal
je bleef
de tijd verstrijkt
jouw warmte groeit totdat de hitte
ons lijden doet
verlangen naar dat andere
niet door ons hunkeren
niet onze wens om fris te zijn
en goed te kunnen slapen
maar wetend wachten op de tijd
die niet verzaakt
altijd op tijd zich wegtikt
tot het winter wordt met heimwee
naar wat vervlogen is
naar wat weer komen gaat
sept 22
Ien Verrips

PETER BERGER over de metro in PARIJS: ‘Haar glimlach betovert me want haar lippen zijn van elfenvuur. (…) Leather look laarzen tot net onder de knie. Dito kort rokje tot halverwege haar bleke dijen. Beiden kleurloos zwart…’

De metro in Parijs? Het is er altijd feest. Het meisje – une Japonaise met gebleekt oranje haar – doet er ook aan mee. Aan de norm. En die is al jaren: geen BH. Niet uit protest maar als een uiting van vrijheid. Ici Paris: la liberté! Haar glimlach betovert me want haar lippen zijn van elfenvuur. Modieus is ze. Ik denk jaren 80 look. Met een knipoog naar de seventies. Leather look laarzen tot net onder de knie. Dito kort rokje tot halverwege haar bleke dijen. Beiden kleurloos zwart. Daarboven prijkt een kleurig strak hooggesloten hesje. Dat is niet het juiste woord maar een fleurige blouse is het zeker niet. De print doet me denken aan iets van Mondriaan maar dat is het ook niet. Helemaal niet zelfs. Het ontbeert die diepgewortelde rust en is juist vol van drukte. Het heeft wel iets Abba achtigs. Je weet wel: blonde Agneta. Maar dan anders want haar starende ogen zijn Japonais: she´s a mystery to me. Nuff said. Het stinkt er. In de metro. Het is die altijd onfrisse gure tocht die naar verbrand rubber riekt. Ik krijg er altijd keelpijn van. Net als van airco. Dan klinkt het signaal. Pavlov. Hendeltje up. Uitstappen! Nog een laatste keer die warme lach. Dan verdwijn ik in het donker van haar ogen. Drie trappen omhoog. Eenmaal boven schijnt de zon. Dat wordt weer lopen. Uren.
Peter Berger
deze week een keertje geen zondagochtend – de enige echte virtuele – wedstrijd op de pom
- Frans Terken – over koortsdromen
- Luk Paard – Ik wens jou’n spoedig herstel toe ouwe…
- Ton Huizer – de uitslag is net binnen
- Vera van der Horst – ongemak bevestigt je bestaan
- Rik van Boeckel – beterschap
- Anke Labrie – met regelmaat een borrel

dank aan de dichters voor de goede wensen – de teksten hebben in ieder geval voor een lach gezorgd in deze herfst. tis geen corona maar het duurt nu toch wel al snel een weekje of drie vier – giftige keelpijn – lamme spieren – verhoging – er is iets van verbetering – in de ochtend voel ik me even het mannetje maar alle energie vloeit in de middag weer weg. tot zover de berichten van het front. ‘ongemak bevestigt je bestaan’ schrijft Vera haha. dat is poëzie en tegelijkertijd toch ook de werkelijkheid. die houden we erin – als we lastig worden gevallen met praatjes over ziektes. nogmaals dank voor jullie lieve woorden.
deze week een keertje geen zondagochtend – de enige echte virtuele – wedstrijd op de pom – uw webmaster door ziekte geveld. een gedichtje altijd welkom natuurlijk – als opwekkend medicijn heerlijk!

Hoe een dichter languit gestrekt
en geveld door koortsdromen
een andere wereld binnen drijft
beelden op het netvlies raken kant
noch wal als ze dansen op de hitte
die om het hoofd draait en keert
laat zijn lief het voorhoofd deppen
uit de druppels valt inkt te destilleren
om een vers gedicht mee te schrijven
over wat in de bovenkamer groeit
geen wartaal maar nieuwe werkelijkheid
in een beter bestaan
als hij weer gezond en wel
stevig op zijn voeten kan staan
ijskoud zeil hem niet meer deert
© FT 24.09.2022

dat jij die geen zondag
asof’et elke zondag’n feest
maar geen zondag voor jou
behalve dan’n dag
zo gewoon’n doordeweekse dag
net’n ietwat verheve
de zevende dag…
maar jij mag’m nie zo noeme
geen zondag
slechts‘n alledagse urenvreter
zo gewoontjes
tot jij beter tot opperbest
en’n zevende dag‘n zondag mag zijn
die dag net verheve
‘n pomdag
pomgedichtendag
maar nu nie
omdat’et nie elke zondag
‘n feest is
as jij ziek bent
© luk paard

Dermatologica
Dokter kan me niet genezen
een diagnose heeft hij wel
de uitslag is net binnen
ik zit niet lekker in mijn vel
frustrerend, maar ik trek het
me niet aan
de dingen gaan zoals ze gaan
hij op zijn zeilboot met een
fijn glas wijn, dankzij zijn
handel in mijn probleem
ik in de kroeg met een biertje
stijf onder het eczeem
Ton Huizer

ga maar even liggen
het regent toch maar buiten
en op je rug kijk je ook weer anders
tegen alles aan, op je zij ook trouwens
en ongemak bevestigt je bestaan
Vera van der Horst
Seraphina Hassels over 17 september: ‘bommen, bommen, klinkt het gesmoord /zijn zó onmenselijk hard…’

17 september 1944 – 17 september sindsdien
De ene hand verkrampt om mijn pols
zijn hoofd boort dieper in mijn armholte
om alsnog het geluid te dempen
hij ligt ontroostbaar en klein in mijn armen
bommen, bommen, klinkt het gesmoord
zijn zó onmenselijk hard
zo’n geluid zou niet mogen bestaan
in de stem mijn vader, een jongetje van elf jaar
bijeengedreven dieren onder de donkere keldertrap
het stinkt naar angstzweet
wijd open ogen, fluisterend bidden wordt luider
geluid van bommenwerpers steeds dichterbij
maar hij is niet bang, hij is boos
hij wil op het dak van de tuinschuur klimmen
schreeuwen, vechten, terugschieten
dit gebroken kind ligt in nu mijn armen
hij heeft een luchtbuks in zijn andere hand
rood doorlopen ogen kijken mij aan
nu vecht ik terug als ze komen
mijn vader en ik
we wachten samen, naast de tuinschuur
het diepe brommen van bommenwerpers slaat kraters in stilte
vandaag, de herdenking van ‘de Slag om Arnhem’
17 september 1944
parachutisten zweven vredig als bloempluisjes naar beneden
in het hoofd van mijn vader vallen nog steeds bommen
ik zie zijn arm strekken, schieten voor vrede
ik sta erbij en kijk ernaar en zie
dat oorlog alleen oorlog baren kan
Seraphina Hassels






