Peter Berger bericht uit douce france: Ik heb zin in mosselen met friet. Maar de super zat zonder dus het gaat sucade worden. Met verse frites en mosterdmayo natuurlijk. Moutarde de Dijon zoals het hoort. En épinards en branches à la crème.

Het braamstruikbos is geveld. De ruïne van het oude schapenhok dat zich eronder verscholen hield geruimd. Vanuit m’n luie stoel kan ik nu door het grote raam à côté de la cuisine de tractor het akkerland zien omploegen. Op het ritme van de tijd. Ik heb zin in mosselen met friet. Maar de super zat zonder dus het gaat sucade worden. Rauw gebakken als een steak. J’aime l’induction. Eerst vijf minuten op standje een. Dan twee minuten op z’n donder op negen. Bleu chaud. Daar kan geen hollandse kogelbiefstuk aan tippen. Met verse frites en mosterdmayo natuurlijk. Moutarde de Dijon zoals het hoort. En épinards en branches à la crème. Maar eerst een warm bad want m’n huid stinkt en plakt als vliegenlijm. Moet minimaal een uurtje weken om het opgedroogde mengsel van zweet, gele modderklei en motregen op te lossen. Agréable et calme.
Peter Berger
Anke Labrie en Cartouche – 2x goud vandaag – winnen de enige echte virtuele stroopwafeltrofee op pomgedichten punt nl
vanwege de (berlijnse) kleinzoon – ja die jongen moet toch ook wat van amsterdam zien – en de pannenkoeken in boerderij Meerzicht – bosplan AMSTERDAM – kleinzoon declameert AM…STER…DAMNED!! haha – maar de pannenkoeken gingen erin als ooit zijn vader in zijn moeder – hoe dan ook – de uitslag vanwege pannenkoek en niet vanwege stroopwafels iets later dan u gewend bent – prachtige stroopwafelbijdragen van de dichters dank jullie wel – maar de twee smakelijkste werden wat mij betreft geserveerd vanuit GOUDA en VANUIT SCHINNEN – 2x GOUD vandaag voor Anke Labrie en Cartouche van harte!! de zoete commentaren onder de gedichten

Kunst10daagse Bergen 2022
Van vrijdag 21 t/m zondag 30 oktober
Te zien in expositieruimte
Hotel Meyer
Jacob Kalffweg 4
1865 AR Bergen aan Zee
t/o zee-aquarium
Opening
Zaterdag 22 oktober om 16.00 uur –
maar op deze zondagochtend nog even in:
Gouda
als er iemand jarig was
waren ze er
de echte
de verse
lekkerder heb ik ze nooit gegeten
als er niemand jarig was
vaak na schooltijd snippers halen
bij de stroopwafelbakkers
voor een dubbeltje een hele zak
en als je mazzel had
zat er aan sommige nog wat stroop
snippers geluk
anke labrie
(08-10-22)
Anke vat de zoete kinderdroom mooi samen – ‘snippers geluk’- verschil moet er zijn natuurlijk – ik haalde gebroken koekjes bij de Jamin op de admiraal de ruyterweg (bij de krommert) in amsterdam west – een zak vol voor een kwartje, Anke haalde het goedgevulde goudgele wonder in kinderbrokken op in haar Gouda – een dubbeltje ja hoor – je hebt nu eenmaal gelukskinderen – mijn vader sprak over een zondagskind. zolang gaan ze al mee ‘de snippers geluk’ en dat ze ook nog in de poëzie belanden – ach ze verdienen het – en nog steeds. mooi beschreven werkelijkheid van toen en nu.

van smeren ben ik niet gediend
piepende sloten, droge lippen verdraag ik
slagroomwafels en gebak, nee, veel te slap
en zoet – aflikken heb ik allang afgeleerd
dode koninginnen, verlopen spaarzegels
oude boterhammen, één pot nat
doe mij maar een royale jong belegen
met de enig echte rinse van canisius*
uit schinnen, jammie jammie, ja
me daarvoor wakker maken
samen wandelen naar *schandele
daarvan leef je op, eet ik uit je hand
alle dagen carnaval, weet je schat
vreemdgaan is een vrije val
die doe je alleen met je eigen
meermin zijn, je ware
sirenevrouw – je neemt haar op
je tong die proeft en zwijgt
alle talen
zo hondstrouw als het gaat
10-10-2022 / Cartouche
*Appel- en perenstroopfabriek in Schinnen
Zuid-Limburg
**Carnavalsliedje uit Venlo
“As de sterre dao baove straole,
en as de maon dao baove Haerunge hingk.
En dan örges dao ónger verschaole,
de nachtegaal ein leefdesleedje zingk, dan wil ik
wandele nao Schandele mit mien maedje”
vrij naar de spinazie geloof ik was het van Kopland met die blaadjes of was het sla – en vrij naar de vulkoek van Jacob de Bruin met een nootje in het midden – hoera we hebben nu drie strofen eerbetoon aan – laten we het ook vrij benoemen – aan de stroopwafel – Je verstaat ze bijna niet die limburgers en zeker niet als ze uit brabant komen – maar vooruit drie geslaagde koplandstrofen daarmee opent Cartouche deze zondagochtend om daarna de geliefde – zoetelief zou vreeswijk zingen – te bezingen in alle zoete toonaarden. overtuigend mooi. en sommige stroopwafels zijn volgens de dichter van likbare zacht zoete vrouwenlippen gemaakt. begrijp ik uit het geheel. cartouche weet er wel raad mee met al dat lekkers.
- Anke Labrie: na schooltijd snippers halen in Gouda
- Cartouche: met de enig echte rinse van canisius*
- Erika de Stercke: hoe zoet kan je zijn, mijn lief
- Geraldine bankcaenen: Nee, geen kroket/ ook geen duivensoep
- Frans Terken: vol van genot dat dit snoepen geeft..
- Rik van Boeckel: wie een stroopwafel gretig eet.. jongens op de Leidse markt hele grote!!
- Vera van der Horst en the amazing stroopwafels


schrijf nou eens een gedicht zonder
dat verlangen
zonder het onopgelost zijn
van wat je in de verste verte nog
toe zou willen dichten
zonder die machteloosheid
die absurde poging tot communicatie
zonder alles alles te noemen
schrijf nou eens zo een gedicht
over stroopwafels bijvoorbeeld
pom wolff

zaterdag
de koekendoos goed gevuld op tafel
wij in een glunderende nacht
hoe zoet kan je zijn, mijn lief
de biscuits verdwijnen één voor één
stroop blijft aan jouw vingers kleven
alsof ons samenzijn eeuwig duren mag
Erika De Stercke
tot waar de stroopwafels ons op deze zoete zondagochtend kunnen brengen – de geliefden ergens in gent op een bankje – koffie met wafels als beginnetje – maar al snel staat de stroop in overdrachtelijke zin voor een heel lang en lief samenzijn van geliefden – ‘hoe zoet kan je zijn; roept Erika uit. een mooie zaterdag beschreven voor op de zondagochtend. ik ga daar in gent ook eens een koekje eten!

haar drie zonen hielden duiven .
Als ik ziek word en ooit in een hospice
moet verblijven en ik mag kiezen wat ik wil eten
dan fluister ik stroopwafel.
die grote warm en druipend.
zonder gene laat laat ik mijn genot vrij.
.
Nee, geen kroket
Ook geen duivensoep
Geraldine Bankcaenen
Nee, geen kroket
Ook geen duivensoep
hoe het ook bedoeld is – en of de herhaling bij toeval ontstaan is door de mailknop een paar keer te laten stuiteren – maakt niet uit – we weten wat we moeten weten – vandaag geen kroket – we weten het – en geen duivensap op de Dam. Geraldine heeft haar laatste avondmaal alvast al maar besteld begrijpen we uit haar tekst. geen onaardige gedachte om zoet met stropwafels gewapend aan de grote lange reis te beginnen. je zou er bijna zin aan krijgen.
grappig gedichtje mede ook door die vermoedelijke onbedoelde herhaling. (2x ‘laat’ – laat er een weg is mijn advies)

Of het van eigen deeg is
of van de meesterbakker om de hoek
dat valt er goed aan af te proeven
zolang het niet aan het gehemelte plakt
of schiet in het verkeerde keelgat
dat een lik stroop op de papillen
zorgt voor een heerlijke beleving
zoete ervaring voor tong en maag
soepele vertering vult de mond
vol van genot dat dit snoepen geeft
het is nog net niet verboden
al ligt de smaakpolitie op de loer
leef je uit en grijp naar een tweede
je peuzelt de kruimels van de vloer
© FT 08.10.2022
de verhandeling is duidelijk – het maakproces beschreven maar in het resultaat zit de poëzie opgesloten – zo lekker zijn ze dat de kruimels van de vloer gepeuzeld worden – ‘peuzelen’ zou frans kunnen insturen als vergeetwoord naar de taalstraat – zo een prachtig woord uit de vorige eeuw waar de stroop van in je mondhoeken blijft plakken. zo ziet deze opa ook zijn kleinzoon nog van alles en nog wat van de grond eten – ‘peuzelen’. en moeders past natuurlijk op dat opa de kleine niet te veel met zoetigheid omarmt. doen we maar vandaag een ijsje of een PAN – NEN -KOEK. mooi gedaan Frans.

Stroop zacht in het kader van de nacht
bij dag en dauw val je niet flauw
wie een stroopwafel gretig eet
niet vergeet de uren af te stropen
een grote op de Leidse markt te kopen
stroop zoet in het dwingend zingend bloed
aorta neemt het op met zachte drang
spijs verterend tot aan de lange darm
met de later ingenomen zalm
geeft het klacht of stille impuls.
Rik van Boeckel
8 oktober 2022
een waar en waarachtig medisch betoog – haha – allemaal naar de Leidse Markt !! jongens daar heb je hele grote!! en goed luisteren naar ome Rik – dan word je vanzelf gezond groot en ga je bovendien mooie liedjes spelen. en de zalm ja hij zwemt nog voort.
Liefs
Amazing Stroopwafels
Ik stond op de snelweg met een lege tank
de regen gutste op het dak,
ik was op weg naar jou
met je lievelingssnoep, ik hoopte,
dat de stroop ervan nog wat lijmen zou
Ik staarde mistroostig naar mijn navel,
zag naast me de allergrootste wafel,
nog warm in het cellofaan
jij gaat eraan, dacht ik, en pulkte
het zoenoffer uit zijn transparante jasje
zodra ik een hap nam van de krokante koek
vulde het bronzen warme goed
zo zoet mijn mond,
dansten mijn smaakpapillen de lambada
op mijn tong, dat ik nog
zó genieten kon van zo’n klein genot
Ik lachte mijn verdriet voorbij,
wist ineens een benzinestation heel nabij
zelfs de wolken waren uitgejankt
en al snel reed ik zingend naar huis
met een volle tank.
Vera van der Horst
vrolijk gedichtje voor de zondagochtend – van een stille traan tot heerlijk klein genot. het is een beschrijving van een gebeurtenis – iets meer een prozaverhaal en iets minder van de poëzie de woorden. leuk liedje overigens. net als in de tekst iets van verlangen, iets van verdriet en iets van voorbij. goed dat de stroopwafels er nog zijn – moedig voorwaarts het is er toch voor iedereen. zei gerard reve dat niet.
Seraphina Hassels in gedachten en drukte en dadendrang…

VANDAAG REGEN IK
Vandaag regen ik
maar niet meteen
Ik probeer te schuilen
in gedachten en drukte en dadendrang
dikke proppen wolken
mijn hoofd voller, volst
duizelig grijs grauw bijna
zwart voor mijn ogen
er is geen houden meer aan
ik regen dikke druppels
kleine riviertjes stromen
ik lik zoute verzachting van mijn lippen
tot ik overwaai
een streepje blauw tekent de gebroken lucht
Seraphina Hassels.
VON SOLO: ‘Algoritmes zoeken je voorkeuren uit en presenteren je via alle mogelijkheden te pas en te onpas wat je wil zien, horen of voelen. ‘Surveillance capitalism’ noemen ze dat in turbotaal…’

Toen ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw op de middelbare school zat, was de film ‘Basic Instinct’ een groot succes. Wat vooral besproken werd, was het moment dat Sharon Stone haar benen over elkaar slaat en je naar schijnt een glimp kon opvangen van haar poes. In die tijd kon je dat nog niet eindeloos terugspoelen en nakijken op internet, dus je moest dat dan maar geloven of de film op video bemachtigen en met terug en vooruit spoelen proberen het moment te vangen. Het was een mooie tijd waarin er nerds en geeks waren, die hier ook echt de tijd voor namen. Bij gesprekken hierover kwam dan ook ter sprake, dat in Amerika in de bioscoop, Coca Cola kleine snijbeelden in films liet stoppen van een glas cola, zodat je dan in de pauze snel een flesje cola ging halen. Verborgen boodschappen. Dat klonk in het begin als een soort samenzwering, maar bleek later gewoon echt het geval te zijn. Het werd onderzocht en het werkte. Later met televisie was dat niet meer nodig. Je kon gewoon elk kwartier een reclameblok voor eten en drinken voorbij laten komen en iedereen benutte het moment om naar de koelkast te rennen. Internet heeft dit allemaal nog makkelijker gemaakt. Algoritmes zoeken je voorkeuren uit en presenteren je via alle mogelijkheden te pas en te onpas wat je wil zien, horen of voelen. ‘Surveillance capitalism’ noemen ze dat in turbotaal.
Het voordeel is, dat je nog altijd een keuze hebt om je er aan te onttrekken. Je hoeft geen televisie te kijken. Je hoeft niet naar de bioscoop. Je slimme device hoef je ook niet uit je zak te halen. Op straat kun je wegkijken van de modulerende reclameborden van JCDecaux. Je hoeft het je niet te laten overkomen. Maar het valt niet mee, als je er niet als een kwezel bij wil lopen, afgesloten van de wereld. Nu ben ik echter niet afgesloten van de wereld als ik zonder telefoon door een park loop. De geluiden van de omgeving, de geur van de flora en fauna en de bewegende en stilstaande beelden dringen tot mijn zintuigen door, maar dringen zich niet op. Mijn gevoel doet ermee wat het wil. Zelf veins ik invloed, terwijl ik me eraan overgeef.
Als ik thuiskom zie ik mijn zoon aan tafel zitten met zijn airpods in. Kleine tandborsteltjes, die hem draadloos in verbinding stellen met zijn slimme apparaat. Hij speelt spelletjes mijn zijn vrienden en kijkt soms eindeloos filmpjes. Hoewel ik niet weet of je de twee seconden durende indrukken echt filmpjes kan noemen. Een soort digitaal Skihut vermaak. Informatie Skittles en Pringles. Hij wordt continu gevoed met ingefluisterde informatie impulsen. Voor mij is het onmogelijk de hoeveelheid data die hij binnenkrijgt via zijn ogen en oren te monitoren. Hij merkt niet dat ik de keuken binnengekomen ben. Ik bekijk hem een seconde of tien. De hond komt kwispelend op me af. Ik zeg mijn zoon goedemiddag. Ik zeg het nog een keer, wat luider deze keer en zie mijn zoon opschrikken uit zijn trance. Waarin hij prompt weer terugvalt. Ik aai de hond over z’n koppie en fluister dat hij een gezegend wezentje is. Hij spitst zijn oortjes en kijkt me verwachtingsvol aan. Hij begrijpt het waarschijnlijk niet, maar dat is niet erg. We delen een onbewaakt ogenblik.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Merik van der Torren kijkt en ziet…

Wat zien ik ?
Op het terras aan het water neem ik
een slok “Leffe Blond”- bier en lees
“Laffe Blond” op het bierglas.
Ik heb het weer niet durven zeggen.
Ik zeg nooit wat.
En kijk nog eens goed:
“Leffe Blond” staat er gelukkig nu,
neem nog een slok van
het bruisende, geestrijke vocht.
Merik van der Torren
Peter Posthumus: ‘de wereld is in handen van idioten…’
de wereld is in handen
van idioten
Karin Beumkes: ‘de honden zijn erg onrustig. Ik weet het en ik voel het ook,…
K

Dear Pom
Misschien weet je dat ik sprookjes schrijf, ook in dit gedichtje zit een sprookje, een beetje een eng sprookje.
Genoeg om de mensen wakker te laten worden met het idee, ons kan niets gebeuren maar je voelt het wel.
Dus dan maar dit gedrochtje op de septembermaanddag.
Liefs, Karin.
Geruchten
Ze houdt van knoflook, zegt ze
het is bijna volle maan, hapert ze
er zwerft een leegzuiger aan onze deur
de honden zijn erg onrustig.
Ik weet het en ik voel het ook,
ik spreek mijn woorden waakzaam uit.
Niemand kan er nog de vinger opleggen
en niemand deelt het samen.
Gisteren heb ik een aantal bijbels gekocht
de Openbaringen zweven als tafels om ons heen
zou het nog goed komen fluistert de dominee.
De leegzuiger aan de deur heeft rare tanden
en een koor van negen krolse katers in zijn stem
ook piept de ijzeren poort vrij ernstig.
We worden des nachts vele malen opgebeld
en het is altijd drie uur in de vroege ochtend.
Dove Willem kwam er gisteren mee van zolder
ik heb het relikwie nog nimmer gezien.
Zij ook niet fluistert ze,
en doodsbang kleven wij met chocoladepasta aan elkaar.
Grace Slick – Dreams
Cristian Pielich wint de enige echte virtuele ‘Ik zie je in alles’ – naar een regel van Virginia Woolf – trofee op pomgedichten punt nl Cartouche zilver, Anke Labrie brons
we moeten deze week Cristian Pielich feliciteren met goud – hij bracht de weemoed tot aan de rafelranden van de liefde – heel persoonlijk en toch heel algemeen gehouden – het verlangen ook. voor de lezer invoelbaar en voor de dierbaren ook. dat evenwicht zochten we deze week – Cristian wist het evenwicht tot op een milimeter nauwkeurig te vinden. prachtig. lees het commentaar onder de gedichten hier. dan leest u in de waardering dat Cartouche ook met eremetaal dient te worden behangen: zilver. voor de teruggebrachte versie van het gedicht van Anke Labrie – zonder uitwerkingen blinkt het brons. dank aan alle dichters die inzonden – een van harte voor de winnaars van het virtuele goud, zilver en brons.

prachtig subtiel gehouden weemoed – de opdracht van de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd luidde: ach als we maar ergens – al is het in een hoekje – de liefde kunnen proeven – in het gedicht heerst / laat de dichter de stilte en de leegte heersen – en echt stil is het als de geliefde die strelende handen die altijd van haar/hem hielden niet meer zal horen. mogen we als lezer begrijpen. alle romantische elementen zijn aanwezig – het is een gedicht met ietwat bittere weemoed, er is nacht, er is muziek en eigenlijk is er niets meer – alleen de ik persoon in zijn alleenheid – de dichter. de romanticus.

het blauwe engelvest, dat achterbleef
en ik zorgvuldig om mijn schouders schik
een badhanddoek – rood dat rondslingert
ik voorzichtig in handen neem, haar licht-
vochtige geur – hartnoot van amandel –
die opstijgt naar mijn neus en hoofd
bijna te boven gaat en ik die haar
met gespreide vleugels inhaleer
de ruwzachte rand naar mijn lip
en huid beweeg die begint te gloeien
tot een gezicht uit duizenden dat zich
dagtekent in de waseming van glas
dat alsmaar helder voller wordt
condenseert tot ogenblik als ik
voor de spiegel sta en zie
hoe alles jou ademt
tijd en ruimte
opgaat in elkaar
01-10-2022 / Cartouche
prachtige regels met – niet hier en daar zoals de uitnodiging luidde – maar met scheuten liefde – het is alsof de ik persoon er geen genoeg van krijgen kan – van de geliefde – hij ‘vreet’ bijna haar handdoek ook nog op – het gedicht is een eerbetoon aan de liefde/ aan de geliefde en lijkt in een ruk geschreven. in een ademstoot. maar ergens heb ik toch ook het idee dat hier niet een geliefde maar iets van geliefd eten en of drinken het onderwerp is. wellicht is het een het gevolg van het ander. met dichters weet je het nooit. het is ook te laat nu om logisch na te denken.

woorden laten zich niet dwingen
wringen zich in vreemde bochten
om het wonder te beschrijven
dat van alle mensen jij en ik
juist jij en ik
dat ik tussen zoveel mensen
je nog steeds ineens weer zie
in de manier van lopen of een lach
dat gekke petje dat je altijd droeg
op het hoofd nu van een ander
maar toch blijft het voor mij jij
want in alles wil ik jou zien
anke labrie
(oktober 2022)
het wonder van jij & ik – heel mooi gezegd. hoe kort het gedicht ook is ik denk toch dat voor de buitenstaander er een paar particuliere regels teveel aan zijn – dat petje bijvoorbeeld. eigenlijk kan de hele invulling wel weg – hou je een kleinood over. voor iedereen geldend:
om het wonder te beschrijven
dat van alle mensen jij en ik
juist jij en ik
dat ik tussen zoveel mensen
je nog steeds ineens weer zie
- Cristian Pielich: nu is het pas echt stil
- Frans Terken: ik lees je in de witregels
- Ien Verrips: de weg die ik zocht bleek de weg naar jou
- Rik van Boeckel: wij zijn samen een en twee
- Vera van der Horst: elk liefdesgedicht ben jij
- Geraldine Bankcaenen: Maar je gaat niet weg
- Jako Fennek: nu bestaat geen twijfel meer
- Anke Labrie: woorden laten zich niet dwingen
- Cartouche: hoe alles jou ademt

‘LAAT HET VAN DE LIEFDE ZIJN’ – Tentoonstelling Love stories bezocht in de Hermitage – 020 – die gelezen prachtregel van Virginia Woolf (Night and Day) – zal deze week de bron van inspiratie moeten zijn voor de enige echte virtuele zondagochtendwedstrijd op pomgedichten punt nl:
‘Ik zie je in alles: in de sterren,
in de rivier; jij bent alles wat er is,
de realiteit van alles’

voel je dijen
warm weer mijn rug
licht mijn hoofd
op jouw borsten
liggen woorden van me
vind ze terug
je laat je niet meer zoenen
kan het van de liefde zijn
ik geloof wel
dat het van de liefde is
van bloemen
die verschillen
in een vaas
pom wolff

In alle woorden
Het maakt het niet lichter
onze liefde zo zonder jou
de warmte die je uitstraalde
hangt als een jas om het lijf
je schijnt overal doorheen
alsof er in missen nog licht zit
jij in de kring van de lamp boven tafel
je geur opstijgend uit de plaid op de bank
je licht op in de afdruk in het kussen
ik lees je in de witregels in dit gedicht
voel je hand wrijvend over mijn rug
als we de regen trotseerden
tot in de kleinste druppel
zie ik je glinstering
in alle woorden weet ik je bij me
hoor ik het kloppen van het hart
© FT 01.10.2022
duidelijker kan de afwezigheid van wie zo lief – van – een geliefde niet verwoord. dat maakt het gedicht wel heel persoonlijk en ook wel pijnlijk. twee regels springen er wat mij betreft uit:
‘alsof er in missen nog licht zit’ – en – ‘ik lees je in de witregels in dit gedicht’-
en zie daar het wonder van de poëzie – de pijn komt harder en directer aan bij de lezer bij de twee genoemde meer indirecte regels. je zou twee gedichten kunnen schrijven – voor de familie of bij een herdenking de regels die precies de pijn verwoorden – voor de lezer die verder weg staat meer van de regels waarin indirect pijn wordt verwoord.

als een blinde verdwaald zonder te weten
tot ik jou zag door jou gezien
nergens meer zag ik je niet
de weg die ik zocht bleek de weg naar jou
naar huis
behalve in mijn dromen waar ik je zoek
maar nooit kan ik je vinden
totdat ik wakker word dan zie ik
dat je naast me ligt
Ien Verrips
okt 2022
de volgende twee regels vind ik het sterkst:
nergens meer zag ik je niet
de weg die ik zocht bleek de weg naar jou
en eigenlijk verdienen deze regels tussen betere regels te staan. de andere regels zijn me net ‘te gezocht’ – net te veel bij elkaar geharkt. nouja die indruk maken ze op mij. de geciteerde regels zijn natuurlijk wel echte wereldregels – een geweldig begin van een gedicht dat nog geschreven moet.

De zomer proeft het fruit
de vlinders
In de tuin
de zomertent
waar jij als een belangrijk gezant
ligt afscheid te nemen.
Als je gaat dan leunen we
op de vroege dagen.
Maar je gaat niet weg, onze liefde
Blijft hier wonen.
Oude voetstappen rond het huis.
Je zit op het stuur van mijn fiets
als ik een drukke straat oversteek.
En de rozen voor de vensters om je
Afscheid uit te luiden.
Geraldine Bankcaenen.
het zijn impressies – zeer leesbare impressies maar het persoonlijke karakter is ook evident aanwezig. de opmerking ‘een belangrijk gezant’ begrijp ik niet zo goed. na de gezant raak ik eerlijk gezegd een beetje de weg kwijt in dit gedicht. je gaat, je gaat niet, voetstappen lees ik en ook iets met een fiets. rozen drukke straat – nee te onduidelijk voor mij.

Voorspoed dwaalt niet af
van de eerzame weg van liefde
regenboog wordt hoog en kleurrijk
een gebed zonder horizon van tijd
preekt komende wensen van geluk
jij roept mij op weldadig te zijn
pakt mijn hand voor de eerste keer
dansend en dromend daar en hier
een swingende stroom van liefdesvertier
wij zijn samen een en twee
is een feit zo waar we zijn er voor elkaar
ik schrijf met hart en ziel dit lied voor jou.
Rik van Boeckel
1 oktober 2022
op de eerzame weg raak ik de weg kwijt. de dichters zullen wel opmerken die wolluf is van het padje maar dit gedicht helpt niet echt mee wolluf weer op het padje te brengen. op de laatste strofe na! – met die ene geweldige wereldregel: ‘wij zijn samen een en twee’
ook hier stel ik voor met deze regel een nieuw en meer helder gedicht te schrijven.

ik hoopte vurig
je nooit meer terug te zien
tot je in anderen
weer te voorschijn kwam
hun lichte jurkjes
hun oogopslag, de bloemen
voor hun moeder
nu bestaat geen twijfel meer
ik zal je in allen blijven zien
steeds in stukjes
jako fennek
ik begrijp wat Jako wil zeggen – de gedachte is ok – maar de uitwerking is ronduit lelijk – twee regels voldoen niet aan mijn norm van schoonheid – ik vind de volgende regels gewoon niet mooi:
je in anderen weer te voorschijn kwam
ik zal je in allen blijven zien
nee dit kan beter.

Wat heb je mooie dingen
je hoofd ligt op mijn schouder
alsof het mij hoort
streel ik je gedachten
laat het van de liefde zijn
het mag nog dichter
nog dichter bij
elk liefdesgedicht ben jij
en dat stukje lip
dat per ongeluk op mijn mond
belandde, bewaar ik
ook als je weg bent
ben je niet weggeweest
Vera van der Horst –
ook hier weer een wereldregel – helaas maar één! (ik laat mn eigen regel maar even onbesproken: ‘laat het van de liefde zijn’) –
‘elk liefdesgedicht ben jij’ –
een regel die heel veel gedichten overbodig maakt of onder zich rangschikt en ordent. die andere regels met dat hoofd en dat stukkie lip – nou nee – ik geloof niet dat veel lezers op die beelden zitten te wachten. ik in ieder geval niet.
Vera wilde het volgende met ons nog delen:
Mooie tekst
Luister naar me
Écoutez moi
Ik de half-zanger
Moi la chanteuse à demi
praat over mij
Parlez de moi
Aan je liefdes, aan je vrienden
À vos amours, à vos amis
Vertel ze over dat meisje met zwarte ogen en haar gekke droom
Parler leur de cette fille aux yeux noirs et de son rêve fou
Wat ik wil is verhalen schrijven die jou bereiken
Moi c’que j’veux c’est écrire des histoires qui arrivent jusqu’à vous
Dat is alles
C’est tout
Dat is, dat is, dat is wie ik ben
Voilà, voilà, voilà, voilà qui je suis
Hier ben ik, zelfs als ik naakt ben, ben ik bang, ja
Me voilà même si mise à nue j’ai peur, oui
Hier ben ik in het lawaai en in de stilte
Me voilà dans le bruit et dans le silence
Kijk naar mij, of in ieder geval wat er van over is
Regardez moi, ou du moins ce qu’il en reste
Kijk naar mij, voordat ik mezelf haat
Regardez moi, avant que je me déteste
Wat moet ik je vertellen dat de lippen van een ander je niet vertellen?
Quoi vous dire, que les lèvres d’une autre ne vous diront pas
Het is een klein ding, maar ik heb alles wat ik heb, ik zet het daar, hier is het
C’est peu de chose mais moi tout ce que j’ai je le dépose là, voilà
Dat is, dat is, dat is wie ik ben
Voilà, voilà, voilà, voilà qui je suis
Hier ben ik, zelfs als het is blootgesteld, is het voorbij
Me voilà même si mise à nue c’est fini
Het is mijn mond, het is mijn huil, hier ben ik te slecht
C’est ma gueule c’est mon cri, me voilà tant pis
Hier, hier, hier, hier, hier
Voilà, voilà, voilà, voilà juste ici
Ik, mijn droom, mijn verlangen, hoe ik eraan sterf, hoe ik erom lach
Moi mon rêve mon envie, comme j’en crève comme j’en ris
Hier ben ik in het lawaai en in de stilte
Me voilà dans le bruit et dans le silence
Ga niet, ik smeek je, blijf lang
Ne partez pas, j’vous en supplie restez longtemps
Het kan me niet redden, nee
Ça m’sauvera peut-être pas, non
Maar doe het zonder jou, ik weet niet hoe
Mais faire sans vous j’sais pas comment
Hou van me zoals je van een vriend houdt die voor altijd weg is
Aimez moi comme on aime un ami qui s’en va pour toujours
Ik wil dat mensen van me houden omdat ik niet echt weet hoe ik van mijn contouren moet houden
J’veux qu’on m’aime parce que moi je sais pas bien aimer mes contours
Dat is, dat is, dat is wie ik ben
Voilà, voilà, voilà, voilà qui je suis
Hier ben ik, zelfs als het is blootgesteld, is het voorbij
Me voilà même si mise à nue c’est fini
Hier ben ik in het lawaai en ook in de woede
Me voilà dans le bruit et dans la fureur aussi
Kijk eindelijk naar mij en mijn ogen en mijn handen
Regardez moi enfin et mes yeux et mes mains
Alles wat ik heb is hier, het is mijn mond, het is mijn kreet
Tout c’que j’ai est ici, c’est ma gueule c’est mon cri
Hier ben ik, hier ben ik, hier ben ik
Me voilà, me voilà, me voilà
Hier, hier, hier, hier
Voilà, voilà, voilà, voilà
alstublieft
Voilà




