zojuist wordt vanuit zijn stamkroeg Eijlders over zijn heengaan bericht gedaan. paul lokkerbol schrijft over zijn werk: ‘Gedichten met als onderwerp natuurlijk de liefde, het alledaagse, een geschiedenis of het Parijs waar hij zich zo thuis voelde. Soms een advies en vrijwel altijd met humor.’
de ouwe aachenende is dus op 90 jarige leeftijd overleden. prachtige bundels, prachtige gedichten, altijd een perfect optreden – laten we zijn lieve vriendin loes essen condoleren – zij was altijd zo begaan met de ouwe aachenende. hieronder een brief aan mij waarin hij 15 jaar geleden mij bekend maakte met zijn wens om deel te nemen aan de Haarlem slam – toendertijd met juryvoorzitter F. Starik – inmiddels overleden. het werd een briljant optreden van de ouwe aachenende. toch wilde Starik de 75 jarige niet laten winnen. ” Ja zeg als ie het nou nog niet kan…” waren de legendarische woorden van Starik.
voor mij was het volgende gedicht van de ouwe aachenende het goudste uit zijn oeuvre. elke keer als ik hem ontmoette vroeg ik hem dit gedicht asje asjeblieft nog een keer te doen – en hij deed het graag nog een keer:
de ouwe aachenende was een bijzondere man, een bijzondere dichter en een bijzonder mens – ooit zag ik hem voorbijgaan aan een elkaar ontzettend innig liefhebbend paar – hoorde ik hem luid en duidelijk ‘GOED ZO!’ roepen. Aachenende gaf zelf ongeveer 5 bundels uit met zijn werken. in 2014 gaf uitgever Kees Godefrooij 13 van zijn beste gedichten uit – als kennismaking met de poëzie van de dichter J.C. Aachenende.
de ouwe aachenende is niet dood – hij kan gewoon niet kapot – hij leeft gewoon door in Susteren, in de PC Hooftstraat, in Cafe Eijlders en ook op pomgedichten punt nl.
De vloedlijn is bezaaid met vormeloze stukken zinkhout, half opengesperde schelpwezens en tot op de graat vergane zeemonsters. Traag voortkruipend als een schuimende kronkelstreep die dood van leven scheidt prevelt ze eindeloos haar sissende gebed: Was tot ist kann niemals sterben. Dwalende regendruppels etsen onverstoorbaar geestverruimende patronen van licht en donker in het maagdelijke zand. Ik haal schouderophalend nog maar eens zeikpoot. Gewoon om het leven te vieren.
ik wil alle dichters die werk instuurden van harte bedanken. makkelijk is het niet om vreemde gedachten om te vormen tot een poëtische uiting met allure – deze week lukte dat Rik van Boeckel als geen ander. hoe vreemd ook de gedachten zo mooi ook – regel na regel – riks poëzie – goud voor hem. van harte Rik! hoewel gediskwalificeerd – Antony ging door de befaamde 20 regels regel! heen – niet meer dan 20 dichtregels graag ter bescherming van de mensheid en alle lezers op de pom – toch krijgt het ingezonden werk een speciale vermelding – lees en geniet zijn gorteriaanse oproep – dat we NIEUW mogen worden.
Hallo Pom, net terug uit Lissabon hoop ik niet daar een laatste zoutje met iemand gegeten te hebben wat de laatste tijd op onze leeftijd helaas toch vaker gebeurt. Groetjes Rik
Het duo van toen
Het duo van stille tijd en harde dood laat zich niet uitkleden door ervaring
in lichtjaren verdwijnen wij nimmer na het voorlaatste en laatste zoutje
hij schrijft met mij de tijd van toen zijn laatste woord gericht op vaarwel
wij zijn oude toffe gasten zonder last door de jaren uit elkaar geschreven
etend in een Fins restaurant met zout slapend in een wereld van natuurlijk goud
wij drinken door de tijd heen met verve namen geven wij aan het dode anker
het schip voert ons naar verkeerde kanten langs eilanden van voorgoed afscheid.
Rik van Boeckel 28 oktober 2022
rik memoreert met optimistische associaties het duo van toen ‘in een wereld van natuurlijk goud’. dat de wereld nu een beetje anders lijkt laat de dichter aan de wereld. de samenvatting van deze ‘vreemde gedachten’ in pure poëzie geschreven:
het schip voert ons naar verkeerde kanten langs eilanden van voorgoed afscheid.
ik denk dat we rik vaker met ‘vreemde gedachten’ op pad moeten sturen daar komen hele normale prachtige gedichten van.
Dag Pom
ik doe maar eens mee aan je prijsvraag met het volgende gedicht, dacht ik, met zoveel vreemde gedachten die ik heb; hopelijk vermaken ze je. Fijne zondag!
Luchtwegen
Ik heb helaas twee slechte longen Op een druilerige herfstdag begon het gedonder weer Een fluitgeluid klonk uit m’n rechterlong Ik dacht dat ergens een kievit zong
Maar alras hoorde ik nog een krolse kater mauwen Muggen, muizen, muskusratten Een schreiend wicht – ach heden – Heur handjes gebrand aan de kokende fluitketel De singer-naaimasjien op de ziel getrapt Een reutelpruttelende percolator
Mijn borstkas werd een schaapskooi vol jammerende lammeren Een gammelrammelende dorskast Een puffend stoomgemaal waar rondom krijsende meeuwen zwermen Krakend en schurend trapharmonium, vals bespeeld door een oude non met een snor
En op de kade klaagzong meerstemmig het eeuwige koor van kijvende viswijven Hier diende men schielijk te vluchten in hersengespinsel Men verbeelde zich herstel, droomt van genezing, geluidloos rustige adem
Mijn oude longen zingen in dit koor niet langer mee! verklaar je plechtig Ik droom van twee gloednieuwe gezonde longen Zoals de oude piepten zingen thans de jonge, juich je De vernuften der wetenschap laten je weer ademen als een pasgeborene
Ik sta voor niets, ik hef een lied aan dat seizoenen overstijgt Ik ga rondrollen in de herfstbladeren in het bos Ik beklim de Himalaya, de piramide van Cheops, de Machu Picchu of de Chinese Muur, de Kilimanjaro Ik ga op surfles aan de Marokkaanse kust Diepzeeduiken in Guadeloupe en wadlopen op Ameland.
Ik ga dansen en zingen Ik kan mijn geluk niet op Ik word dichter
Antony Oomen 29.X/2022 Amsterdam we heten Antony natuurlijk van harte welkom in de wedstrijd die geen wedstrijd is. een gedicht vol verlangen. ja dat willen we allemaal wel – nieuwe longen. en een gedicht dat alle kanten opvliegt: ameland wordt aangedaan, er wordt diepzeegedoken, de himailaya beklommen – dichter Oomen haalt alles maar dan ook alles ‘van stal’ – zeg maar – van van Ostaijen tot aan Oomen – om zijn met nieuwe longen voorziene dichterschap te bezingen – het is alsof we Gorter lezen:
‘ik wil nieuw worden…’ –
een bijzondere bijdrage met dichterlijke wegen door de wereld en door de tijd heen – een bijna te positief gedicht voor een gemiddelde hollandse zondagochtend. maar toch – fijn om te lezen – het is ook de dichter Cartouche vaker overkomen – die springt dan uit zijn dichterlijke vel. hopen we dat Antony in alle vrolijkheid en met nieuwe zuurstof deze zondag zal omarmen. hier dient gediskwalificeerd: de opdracht luidt: ‘gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg -…’ de noodzaak hier is in de eerste regel van Antony’s gedicht al een gegeven. het was heerlijk om mee te glijden langs berg en dal met dichters woorden – en hoewel god en de VAR vandaag antony het voordeel van de twijfel gunnen. ik blijf hard.
Rik van Boeckel: langs eilanden van voorgoed
Frans Terken: de dagen van samen zingen
Etwin Grootscholten: het ego dat jij
Ien Verrips: ik droom me
Anke Labrie: die wonderlijke wereldbol
Antony Oomen: Ik beklim de Himalaya, de piramide van Cheops, de Machu Picchu of de Chinese Muur, de Kilimanjaro …
Jako Fennek: buurman in de tuin
wie wint de enige echte virtuele – je laatste zoutje – de vreemde gedachten trofee op pomgedichten punt nl? wellicht heeft u er ook weleens last van – vreemde gedachten – ik wijt mijn vreemde gedachten aan V. een enorme grote man – een dichter uit Antwerpen – ik sprak met hem in purmerend – een paar maanden later viel het bericht van overlijden op de deurmat – sindsdien heb ik last van vreemde gedachten – u ook? we lezen graag vreemd. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
foto: ben kleyn
nog een zoutje
altijd een beetje bang dat het de laatste keer is dat komt door V
de tweede keer zag ik hem terug in een potje zo’n grote man en dan in een potje
ik heb het ook altijd bij uitgelaten mensen op zonnige terrasjes of op verjaardagen je laatste zoutje denk ik dan
pom wolff
Goedemorgen Pom, Ja, vreemde gedachten, nog bij de borreltafel borrelen ze op. Warme weekendgroet weer! Frans
Op een hoop
Zoveel zand als er opgehoopt ligt alsof je naar een forse berg zoutjes kijkt meer dan genoeg om je doorheen te eten hoop je dat het niet je laatste is
als ligt het er om een dode onder te begraven dat je de overblijfselen bijeen raapt wat rest kan in een potje geveegd
je werpt er nog een laatste blik op denkt terug aan de dagen van samen zingen van wanneer doen we weer een feestje zorg jij voor de borrel strooi ik de noten
sta je daar verstomd in je eentje graaft een kuil in het zand om de as in uit te strooien
heel even samen weer – dat beeld in gedachten gebracht door de dichter in het gedicht – de verjaardag, de zoutjes, het zingen en de borrelnoten – maar helaas niet meer dan een enkele strofe lang – harde realistische gedachten nemen plaats in het gedicht en brengen de harde werkelijkheid van – zand – kuil – as als strooigoed.
enorme axolotl
die ik met zich het ego dat jij zich is ons
Etwin Grootscholten
De Axolotl is een amfibie met kleine pootjes en een grote, zijdelings afgeplatte staart en opvallende, roodgekleurde kieuwen.
of het hier een antwoord betreft aan de man die de laatste tijd zo met reptielen in de weer is. met iets minder schubben de plomp in zeg ik altijd maar – ik weet het niet. grootscholten én vreemde gedachten – ach dat is niet zo een vreemde gedachte eigenlijk. deze dichter zoekt altijd wel de randen van de werkelijkheid op. ‘een fijne eenhapscracker’ hoor ik peter le nobel zeggen in mijn achterhoofd waar ik onlangs op gevallen ben. hoe dan ook deze recensie is in no-time geschreven – ergens tussen zomer en wintertijd – waren het ronnie en de ronnies niet die zongen – weet je wat ik zie als ik gedronken heb – nou nou? allemaal beestjes – allemaal beestjes om mij heen. of het gedicht op die manier tot stand is gekomen – ook dat weten we niet.
ik droom mijn vader op het dak van ons huis
ik droom me naast hem op het dak van ons huis dat brandt
ha pap ik sta in vuur en vlam dat ik mijn dode vader droom samen op het dak van ons huis dat brandt
hé pap of hij me duwen wil de vuurzee in ik droom me wakker met een gil
Ien Verrips
een angstdroom – geen pretje – en inderdaad met voor de meeste mensen vreemde gedachten – een vader die een dochter min of meer de afgrond in duwt – een dochter die nog een gezellig gesprekje met een vader voert op een brandend dak en zelf in vuur en vlam staat – ik weet het niet – rare gedachten leveren niet altijd mooie gedichten op. hier blijven ze in de tekst een beetje te raar en te angstig. niet geschikt voor de poëzie.
die wonderlijke wereldbol waarop ik ook zomaar een beetje rondloop
en telkens als ik denk eraan gewend te zijn een soort van grip begin te krijgen word ik opnieuw verrast
een gave voor mijn geest die zich zo nooit verveelt
anke labrie 29-10-2022
anke blijft hier vrolijk stappend in haar verwondering in de wereld van het proza – de wereld van de poëzie wordt op de vorm na niet betreden. we lezen over iemand die vol verwondering door de wereld paradeert – ok – dat mag.
vreemd
die avond heeft hij een depressie met angst voor open deuren
het is het surrealisme van een doek waarop een boom geschilderd die uit een hersenpan groeit
de dag daarop ligt buurman in de tuin, de mond wijd geopend als een grafkuil
alsof hij al toevlucht tot de aarde zoekt uit zijn keel puilt een spruitenplant
jako fennek
inderdaad een beetje vreemd doet buurman wel ja. geef jako fennek één vinger vreemd en de hele buurt ligt in de tuin. zo lijkt het. met plezier gelezen in tijden van halloween – toch lijkt de dichter ons een aantal mededelingen te doen. ik denk dan het is weer eens wat anders in deze tijden van poetin en mogelijke kernstofsplijting – grappig – ik denk niet wat een geweldig gedicht ontploft hier in mijn kamertje op 2 hoog achter in de jordaan.
Deur altijd open stap langs het fluweel daar is de vluchtheuvel ons schouwtoneel
ontluikende liefde’s, lonkend achter glas groteske verhalen, hard gelach met een traan bier beklonken vriendschap komt hier van pas
Bacchus is hier koning zorgen voor morgen kom geef me een lach glas wijn als beloning voorbij snelt de tijd doe nog maar nog ééntje, niet nu al gedag
toch wel wat duizeling, loopt naar de wc kijk, die flirtende man, gaat snel met haar mee eerst even betalen ja, doe maar voor twee
tussen jassen en tassen een vluchtig en verstolen kussen wat droogjes, of net iets te nat tastende handen, mag ik je nul zes zijn het nu nichten of zussen
gerinkel van sleutels en sloten waar staat mijn fiets dag vrienden, op huis aan ik zie jullie snel weer snel alleen thuis is het niets
want Bacchus is hier koning zorgen voor morgen hier klinkt jouw lach omhelzing als bekroning kom we sluiten de dag
Lisboa tijd een muzikale werkelijkheid reizend van Oriente naar Theatro Tivoli het Coliseu dos Recreios amuserend met Cubaanse en Ghanese ritmes
Lisboa tijd een muzikale realiteit Lusofonica melodieën uit Cabo Verde Brazil Alentejo e Alfama e Mouraria de dans van Bia en Duarte geprezen
de dagen vertrekken naar de kade het memorabele zand van Cascais de oude paleizen en straten van Sintra de kliffen van wonderschoon Magaito
dat zand reist verder naar Oeiras de onderstroom van de Taag met uitzicht op de brug van 25 april wandelstappen zettend langs Santa Amaro
Portucalis tijd een poëtische werkelijkheid met Fernando Pessoa in zicht en inzicht fadista’s zingen in Duque da Rua zo licht Sara Correia prachtig fado Tivoli gedicht
Tito Paris leidt saudade naar sodade licht hees zingend met coraçao de morna Eliyahu danst met kamanche en tar langs congas en calebas beatdriver
Lisboa Portucalis zingen deze tijden de Suomi dames bespreken dit samen nu Womex nostalgie de professie raakt schrijven en muziek de passie vermaakt
lachende Lisboa bewoners spreken onverstaanbaar in saudade taal in de catacomben van Mouraria de pastéis verwerkend met genot
Ai zingt Amália vanaf haar foto aan de muur bij Rua Cavaleiros met Argentina Santos bij Martim Moniz het plein van de fado fonteinen.
Ik kijk op mijn telefoon en zie dat mijn vrienden samen in café Delirium zitten. De naam zegt het al. Daar moet ik zijn.
Het is een zonnige zondag. Ik loop van de Brusselse wijk Sint Gillis naar Elsene. In Sint Gillis heb ik net bij Brasserie Verschueren op terras genoten van Tripel Verschueren onder de stralen van de nazomer. Door de milde kater van de dag ervoor staan mijn zintuigen op scherp. Een boek lezen is lastig, want elk geluid bereikt mijn gehoor en doet me opkijken in nieuwsgierigheid. Het maakt ook niet uit. Er hoeft niets. In de ochtend hoorde ik op Studio Brussel, dat er een klimaatbetoging zou zijn. Ook daar hoef ik niet heen. Ik besluit verder te lopen naar mijn hotel om mijn tas daar af te gooien, maar eerst nog even bij café Belga langs.
Eén van de leuke dingen aan Brussel is het glooiende landschap. Dat betekent te voet en op de fiets regelmatig even een tandje bij als er geklommen moet worden. Terwijl ik heuvel op loop hoor en zie ik tweehonderd meter bergopwaarts een paar fietsers naderen. Het accent vertelt me dat ze uit Oost-Nederland komen. In mijn na-kater erger ik me aan hun aanwezigheid en hun harde gepraat. Vooral omdat het gesprek als volgt verloopt: ‘Er is vandaag een klimaatbetoging. Een wat?! Er is een klimaatbetoging! Wat zeg je?!’ Op dat moment passeren ze me bergafwaarts en zeg ik keihard: ‘EEN KLIMAATBETOGING!!!’. Ik zie de totaal verbouwereerde gezichten zwijgend voorbij schieten en moet erg lachen. Even later loop ik op de Rue de Bailli. Ik kan goed doorlopen, want alle stoplichten gaan op groen. Ineens zie ik, terwijl ik oversteek, vanuit een zijstraat een Porsche cabriolet aan komen rijden, die netjes voor het zebrapad stopt. Op de gepersonaliseerde nummerplaat staat ‘0-1-0’. Ik loop naar de bestuurderszijde en zie een man van middelbare leeftijd met grijs krulhaar achter het stuur zitten. Ik richt mijn stem tot hem en spreek: ‘TOCH NIET TOEVALLIG UIT ROTTERDAM JOH!’. Hij kijkt me angstig aan en drukt het gaspedaal vol in en scheurt door rood. Weer moet ik erg lachen. Het gevoel bekruipt me dat de man in de Porsche waarschijnlijk geen Nederlands sprak.
Aangekomen bij Belga bestel ik een halve liter, zet me in de zon en luister wat gesprekken in het Duits en Frans af over de klimaatbetoging. Niemand slaat acht op me. En dat is in orde. Als mijn glas voor de helft leeg is, besluit ik door te gaan. Ik zet mijn glas op de afruimtoog buiten en beweeg me ongezien verder. Ik stel me voor dat ik onzichtbaar ben. Daardoor neemt niemand me waar en kan ook niemand op me reageren nu. Ongrijpbaar en onbegrijpelijk. Ik kijk op mijn telefoon en zie dat mijn vrienden samen in café Delirium zitten. De naam zegt het al. Daar moet ik zijn. Pas daar zal ik weer materialiseren onder de mensen.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
We speelden in het warme zand in de zonovergoten duinpan, jij in je blauwe jurkje en ik en wezen elkaar margrieten aan. De meeuwen krijsten enthousiast. Ook de zeehond applaudisseerde.
Geen moeder die “Aan tafel!” riep, geen donkere wolk boven ons hoofd, we speelden in het warme zand
en je reisde naar de overkant. Ik zond je bloemen na.
Het was weer mooi op Planet France. Alsof je iedere dag opnieuw geboren wordt in een wereld die nog meer kleur heeft dan de dag ervoor. Ik beleef er momenten die eindeloos doorgaan. Een seconde van eeuwigheid duren ze. Moeder aarde is de liefde zelf. Eva haar profeet. Ik kan haar voelen. Maar de klok is wreder dan het lot. Hij tikt. En hij tikt. Totdat de wekker je pesterig schreeuwend terug naar het leven sleurt. Maar ik wil helemaal niet ontwaken. Ik wil dansen in de regen. Zwoegend zweten. Balanceren op de regenboog. Net zolang schreeuwen en janken totdat ik bezwijk aan haar liefde zodat ik steeds opnieuw in haar armen wakker wordt. Zeus en z’n kornuiten kunnen het bos in. Ik blijf voor altijd hier. Zelfs als ik er niet ben.
allereerst dank aan de dichters die hun gedachten over de vooravond met ons deelden – mooie gedichten. twee gedichten vielen in het bijzonder op – Peter Posthumus met zijn aangrijpende slotstrofe – wat mij betreft goed voor goud. ook opvallend in taal en inhoud is het in zekere zin ongrijpbare gedicht van Mandy Eggerding. zilver voor met name deze prachtregels:
vanaf de spiralen ik en jij in een morgentaal – mogelijk zelfs een gedicht / staar ik gaten in wat vermolmd rot
beide dichters van harte! lees de prachtwerken hieronder:
Hoi Pom,De gedachten rond het thema pakte wat somber uit, laat het een dichterlijke overdrijving zijn:
Nu goden zijn vervangen door strikte logica godinnen zijn verbannen naar de spelonken van het verleden het afval zich ophoopt boven de verschroeide akkers er in de herfst geen bladeren meer zullen vallen en iedere gedachte te kort schiet
nu hoor je op het slagveld af en toe geschreeuw zie je in de ogen, in de tranen van de laatsten dat zij nooit meer zullen zingen
Peter Posthumus
ik ga van vera nog weleens een lesje Pessoa krijgen heeft ze mij beloofd: ‘Ja, ben hem gaan lezen, Pessoa, na eerder mislukte poging, om erachter te komen waarom die man zo wereld beroemd is, want zijn poëzie raakt me niet qua schoonheid. Nu denk ik dat dit ook niet de reden is van zijn roem. Die hem overigens pas ten deel viel na zijn overlijden, toen ze kisten met zo n 46 000 documenten vonden…’ voorlopig doen we het met haar aanwijzing: aan de vooravond… iets meer pessoa:
Aan de vooravond van nooit vertrekken / Hoeft men tenminste geen koffers te pakken. de dichters kunnen alle kanten op – Peter kiest voor de fatale: mooie laatste strofe in een fatalistisch gedicht – aan de vooravond van de ondergang lezen we de opmerkingen die de dichter nog net kan maken. indrukwekkend geschreven – zo weinig woorden zoveel impact.
Hoi Pom, Een reactie op Vera haar Pessoa passage
Elke kier van dit venster verstopt een tocht waar ik het buiten in haar adem, zeg ik: hier en hier ruik ik meer dan gekapt hout
zie door het glas hoe lucht in dagen strekt ook door een dicht raam de wereld
vanaf de spiralen ik en jij in een morgentaal – mogelijk zelfs een gedicht
staar ik gaten in wat vermolmd rot, zeg ik: kijk in vergezicht is niets maar dan ook niets kapot
Mandy Eggerding
‘Aan de vooravond van nooit vertrekken Hoeft men tenminste geen koffers te pakken’
een ietsje meer – minder toegankelijk gedicht dan gebruikelijk op de site. wat gebeurt hier. vertrokken wordt er niet – zoveel is zeker. de boel gaat dicht op slot en er wordt geroken – er wordt gestaard naar wat vermolmd is en rot en voor zover er sprake is van een vergezicht is er niets aan de handa – zou reve opmerken. dichtbij is van alles loos – waar naar wordt uitgekeken heeft iets van bevrijding – dichter staart met een bevrijdende blik naar de toekomst wellicht. echte gezelligheid is ver te zoeken. zo kan het ook gezegd. of op een afstand bezien valt elke schade wel mee.
Rik van Boeckel – met hem wil ik Lissabon zijn
Peter Posthumus – dat zij nooit meer zullen zingen
Frans Terken – hebben we de vooravond nog
Ien Verrips – niet alleen het lichaam treft verval
Mandy Eggerding – ik en jij in een morgentaal
Anke Labrie – op de vooravond van al het ongewisse
Vera van der Horst – hoopten we de nacht te halen
foto: Cees Glastra van Loon
wie wint de enige echte virtuele – naar een door vera vd horst aangedragen pessoa passage – ‘aan de vooravond van …’ – trofee op pomgedichten punt nl? ja aan welke vooravond staan we eigenlijk – het is aan de dichter om daar invulling aan te geven – goede, slechte, liefdevolle wellicht beangstigende, onbegrijpelijke of toch voorspelbare – geef ons iets poëtisch asjeblieft lieve dichters – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
het is altijd weer de wind margo die wind die wind die zo onontkoombare zo onherroepelijke
het is de wind voor de doden margo bij de graven de onvermijdelijke de noodzakelijke soms ook de snijdende de striemende de bijtende en de wrange
die godzijdank aan ons voorbij ging altijd weer aan ons voorbij ging en nu pas weten we weten we margo
van het gezicht dat voor alle verloren gezichten staat opgeroepen om bezongen te worden en eenmaal bezongen onbereikbaar is als de eeuwigheid
pom wolff
Hallo Pom. Wel bijzonder dat een regel van Pessoa het thema is terwijl ik in Lissabon ben niet ver van de Chiado wijk waar Pessoa’s standbeeld staat. Bon noite. Rik
De stroom van herinnering
De stroom van de Taag laat zich gaan langs de kade van de buigzame Fado
coraçao deint in de steegjes van Mouraria achter ramen vol saudade in Alfama
herinnering verzinkt achter de ogen de gele tram gaat er koppig aan voorbij
het kasteel van São Jorge verschuilt zich achter de stille tranen van Rossio
zijn standbeeld aan overkant van de Rua groet koffie smakers met gemak
de brug over de rivier begeleidt wolken van schoonheid naar Pessoa tijd
met hem wil ik Lissabon zijn varend op de wind van het fatum.
Rik van Boeckel Lissabon 20 oktober 2022
ik ga van vera nog weleens een lesje Pessoa krijgen heeft ze mij beloofd: ‘Ja, ben hem gaan lezen, pessoa, na eerder mislukte poging, om erachter te komen waarom die man zo wereld beroemd is, want zn poezie raakt me niet qua schoonheid. Nu denk ik dat dit ook niet de reden is van zijn roem. Die hem overigens pas ten deel viel na zijn overlijden, toen ze kisten met zo n 46 000 documenten vonden…’ voorlopig doen we het met haar aanwijzing: aan de vooravond… iets meer pessoa:
Aan de vooravond van nooit vertrekken / Hoeft men tenminste geen koffers te pakken. de dichters kunnen alle kanten op – gaat rik de kant van pessoa op hahaha. geestig. in zijn echte van boeckelstijl lezen we een eerbetoon op en aan lissabon en het lissabon van pessoa – en dan meteen ook die gouden regel in riks gedicht: ‘met hem wil ik Lissabon zijn’. het is rik van harte gegund – mooie dagen daar in de kleine straatjes – en in die rammelende koppige gele tram.
Verloren lopen
Dwalen langs sloot en plas onbestemd afdalen naar het einde van zomer het is al verlangen naar de eerstkomende naar warmte die op aanwaaien staat
nu alles verkleurt het bladerdak om benen en voeten dwarrelt wat leven droeg wegvloeit in dor en dood een eerste nevel bevriest in schemerlicht
hebben we de vooravond nog een welkome kans om met huid en haar een late zonnestraal op te pikken injectie tegen een vuile winter
de vooravond min of meer letterlijk genomen – daar is nog een laatste beetje zon wellicht te genieten voordat we echt ‘verloren lopen’ – met kleine dichterlijke overdrijving wordt hier de zomer uitgezwaaid en worden barre ‘vuile’ winterse tijden voorspeld. mijn god waarom heeft u ons verlaten hahaha.
langzaam donkerend groeit de onrust de angst te verliezen om wat reeds verloren is niet alleen het lichaam treft verval eveneens de geest minder scherp dan voorheen probeert de tekenen te duiden opkruipende koude stijgende prijzen het roepen dat steeds luider klinkt niet alleen in de winkel moet de rekening worden betaald.
okt.2022 Ien Verrips
Ien maakt het allemaal nog vreselijker. niet alleen het lichaam ook de geest takelt af waar je bij staat. zitten we ook nog in de kou. geef dichters een vinger leed en je krijgt een hand vol leed terug. zoveel is hier zeker. lekker kort gehouden roep ik vaak. maar hier maakt de dichter je in een paar zinnen helemaal gelijk met de grond – hahaha. het woordje donkerend mag wel weg toch? het is echt zo een woord waar niemand op zit te wachten. zo een woord van zie hier hier hebben we met een dichter te maken. zo een woord waarna je bijna denkt – stop niet verder lezen als we zo gaan beginnen…
Aan de vooravond van nooit meer
hoopten we de nacht te halen lieten we de deuren open dronken we tot de bodem
de flessen leeg gooiden de glazen tegen de muur
alsof de muur nog breken kon ons binnen hield en niet naar buiten joeg
ons de nacht nog gunde maar we vielen eerder
Vera van der Horst
oh is het weer zo een avond in huize van der horst. ook hier een minder vrolijk oorlogstafereeltje – vera gooit er de overgebleven flessen alcohol maar tegenaan. alcohol verzacht het leed – het onontkoombare leed lezen we in de laatste regel – de hele boel struikelt daar de tuin in in eindhoven. pessoa of geen pessoa in eindhoven is het altijd feest.
Kunst10daagse Bergen 2022 Hotel Meyer ‘Artists aan zee VI’ nog t/m 30 oktober Ha Pom, Het was fijn vanmiddag even in Bergen te zijn en al m’n kleuren daar zo te zien, soms laad je daar zelf aan op. Tja, wonderlijk: kunst (daar is dit gedichtje waarschijnlijk wel door beïnvloed). Fijn weekend verder.
Hartelijke groet, Anke
de schikgodinnen glimlachen jij maakt met fluitenkruid door één snee in de stengel gewoon een vrolijk wijsje
zelfs op de vooravond van al het ongewisse word je niet afgeschrikt ziet daar ook vrijheid in
je spel blijft licht van toon het lot nam al zo vaak toch een andere wending en reed dan je angst omver
anke houdt het optimistisch – de beschreven persoon blijft bijna kinderlijk vrolijk zijn dingen doen – licht van toon ook – en dat dan aan de vooravond van ‘al het ongewisse’ – lezen we. het lot kan ook bij iemand weleens positief uitwerken. dat lees je niet vaak bij dichters.