
de dichter Grootscholten aan het woord op FB over mijn laatste gedicht. ik schreef het gedicht gisterenavond tijdens het kijken naar de ouwehoeren van voetbal inside – gedicht deed dichter grootscholten ontvlammen in een woede aanval op een manier die hij zelf niet bij zich zelf kon vermoeden. vermoed ik. de dichterlijke woede voelde als een compliment – ‘het gedicht is onschuldig’ leerden we al van grootmeester Campert – en na een recensie van dichteres vera van der horst wist ik dat het gedicht mogelijk wel iets van geschiftheid in zich zou kunnen dragen maar desondanks prima in orde is:

er lagen trage schepen stil
net voor de einder
we dronken als kalfjes
schonken melk in volle liters
ik riep wat een water allemaal
waar heb ik dat nou aan verdiend
en wat een melk ook
zo ver van huis
ik groette alle aanwezigen
als jullie dit het einde vinden
prima hoor
ik ga er vandoor
ik moet nog schrijven
kloppende gedichten schrijven
pom wolff

Ik vind hem grappig zoals hij is. Die eerste strofe schetst door de combinatie van trage stilliggende schepen, melk(van de koe) en kalfjes een sfeer van lamlendig of nietszeggend gelummel weer. Vooral de associatie met het over koetjes en kalfjes hebben- een wat nietszeggend gebabbel-
De 2de strofe heeft zoiets als:
al dat water, al die melk, (al dat gelummel, al dat geouwehoer) wat moet ik ermee, ik wil naar huis!!
De 3de strofe neemt de -ik- een beslissing en voegt de daad bij het woord: als jullie dit zinvol vinden, ga lekker door, ik heb nog iets belangrijks te doen. ((diepere laag: voor het einde (zie strofe 1: als dit voor jullie het einde is))
Strofe 4 de – ik- benoemt wat voor hem belangrijk is: gedichten die kloppen, waarbij je hier voor kloppen diverse synoniemen kunt invullen, maar dat word me teveel getyp. Ik lees dit als eerste spontane interpretatie zo, grappig met een diepere laag.
Ik zou het in 1 regel kunnen samenvatten, maar dat doe ik niet, omdat ik daar nog te veel over twijfel.

vanochtend schreef ik nog een ‘geschift’ gedicht in deze serie
die we maar voorlopig de serie Grootscholten zullen noemen:
eenmaal thuis
aan lager wal weer
geef mij zee melk en water
wat een mensen
ik ben voor koeien
klei en brood
tegen dijken
tegen straten geef mij water
heel veel water
in de verte trage schepen
net voor de einder – kijk ze varen
zie ze gaan
zie ze vliegen
nooit gekregen
wat ik altijd heb gewild
pom wolff















