De poëzie is dood, en wij beminnen niet meer, maar neuken ons te pletter,…
Nee we meanderen niet meer zeker niet na gisteren. We meanderen niet door bochten maar slingeren, waarschijnlijk van het rijkelijk vloeiende spraakwater, wat natuurlijk ook gewoon alcohol is De poëzie is dood, en wij beminnen niet meer, maar neuken ons te pletter, krijgen geen vlinders meer maar zijn gewoon geil tot in het diepst van onze ziel Liefhebben, vogelen… we gooien het overboord en rampetampen, palen pezen of poepen zelfs zoals onze zuiderburen dat noemen, hoewel ik die benaming aan mij voorbij laat gaan. De poëzie is dood wat overblijft is het rauwe, grove, ruwe woeste leven, en ach…. dat is zo slecht nog niet.
Als ‘weinig succesvol amateurdichter’ ben je wel gewend voor lege zalen te staan. Ook ben je gewend op te draven voor twee consumptiebonnen. De reiskosten die je maakt, dek je door de schaarse betaalde optredens, waarvan je de opbrengst opzij zet. De vergoedingen die je wel krijgt zijn vaak afkomstig uit de subsidiepotjes die, terwijl de rechtse bestuurders een oogje dicht knijpen, door linkse cultuurambtenaren gecreëerd worden. Voor de dichter is commercieel succes een utopie. Daarvoor interesseert het de massa gewoon niet genoeg. Er is geen ‘positieve business case’ op te schrijven. En dat is helemaal niet erg. Want waarom groter maken wat klein al helemaal in orde is?
Het is eigenlijk raar, dat er met een schuin oog naar je gekeken wordt, als je er ‘niet je werk van gemaakt hebt’. En dat terwijl er in Nederland geen enkele dichter financieel rond kan komen van de poëzie. Kort door de bocht geldt dat overigens ook voor kunstenaars, schrijvers, modellen, gamers, muzikanten, sporters en influencers. Er zijn er altijd wel een paar, die in de spotlights staan en die altijd en overal op elke affiche staan. Daar tegenover staat 99,9% die daar ergens op afstand onder zweeft. In de ene scene zijn de verschillen wat groter dan in de andere, maar de 99,9% regel gaat zeker op. Het is interessant daar eens dieper in te duiken. Het is namelijk heel simpel uit te leggen waar de drang vandaan komt, om toch te proberen bij die 0,1% te horen.
Alles in de huidige kapitalistische economie is er op gericht de ongelijkheid zo groot mogelijk te maken, middels zogenaamde competitie. Wat je daar voor nodig hebt zijn succesverhalen en sterren. Die creëer je met geld. Je koopt een ster en exploiteert deze. En je streeft er naar je investering te vermenigvuldigen. Het is een simpele rekensom. Wat er vooral voor nodig is zijn twee dingen. Een als uniek gestempeld product en veel consumenten. Een goed voorbeeld hiervan is de band Kensington. Op zich een goede band, zoals er nog honderd zijn. De muziekindustrie koopt zo’n band en maakt er een ‘uniek product’ van, dat opgedrongen wordt aan de menigte, door andere muzikanten aan de kant te schuiven. Ineens hoor je op radio 3 niet anders. Op alle festivals komt het voorbij. Het ligt om maar zo te zeggen voor in het schap van de grote muzieksupermarkt. En zo levert het zijn geld op. Ongetwijfeld heeft dat succes zijn prijs, maar daar zal je nooit iemand over horen. Het is een Faustiaans pact, waar men zich gedwee aan de regels houdt.
We zouden allemaal wel een ambachtelijke bakker om de hoek willen, maar kopen brood bij de Albert Heijn. Vinden het prachtig als een meubelmaker een kunstige kast maakt, maar kopen spullen bij de Ikea. Een festival in de wijk is echt een super initiatief, maar helaas zijn we die dag al met duizenden op een megafestijn met sterren voor de massa. Dat komt omdat we het collectief wel best vinden zo. Nou, ik niet. Ik kots en kak er op. Het is de manier om de wereld naar de kloten te helpen. De management uitspraak, ‘dat het bedrijfsmodel wel op te schalen moet zijn’, is tekenend voor deze tijden. We hebben de mond vol van lokaal en ambachtelijk, maar tegelijkertijd zijn we slaven van de megasystemen die ons gedoseerd en gecontroleerd voorzien van brood en spelen. We hebben het niet eens door.
Binnenkort wil ik gewoon weer eens voor een bijna lege zaal staan. En dan hoop ik dat enkele van de weinige toehoorders de zaal verlaten uit puur degout. En dat er dan een iemand blijft zitten en aan het einde van de rit hard zit te lachen. Dan weet ik dat er nog hoop is.P {margin-top:0;margin-
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Hierbij weer een tekstje geschreven op Schrijfgroep de Klus. Het thema was “Geluid”. Betty liep rondjes onder de tafel. Je hoorde haar nagels tikken op het parket, groet, Merik
Geluid
Hoor je nagels tikken op het parket en het ruisen van pennen op papier.
Wie weet wat voor ontboezemingen, verklaringen en hartenkreten.
De tap-dans van Betty duurt, meer inkt voor woorden vult het wit,
muziek, tonen van piano en trompet klinken onhoorbaar
bij de dans van Betty op het parket als in de avond de zangeres invalt.
ik heb het niet en ‘t heeft geen zin ‘t is niet de moeite waard zei je regelmatig steeds vaker
oud nog niet maar nooit meer jong kniesoor op de loer
totdat voor jou de leerling werd geworpen de wijzers van de klok gericht op jouw eindigheid vanitas niet oud nooit jong maar eeuwig met het laatste woord
Je kunt wel stellen dat ik mezelf een rare freak vind, maar een aantal jaren geleden heb ik iets meegemaakt wat ik nooit meer zou willen meemaken. Er was hier een geest in huis. Ik heb voetstappen gehoord, vingers die op de deur klopten. Bij een goed glas water zal ik je wel eens de details ervan willen vertellen. Nu komt Heel Holland bakt. Ik vind André van Duin een leuke vent.
By the way: donderdag treed ik op bij Dichters op Donderdag in Gouda.
Liefs Karin
Geruchten
Ze houdt van knoflook, zegt ze het is bijna volle maan, hapert ze er zwerft een leegzuiger aan de deur de honden zijn erg onrustig.
Ik weet het en ik voel het ook, ik spreek mijn woorden waakzaam uit. Niemand kan er nog de vinger opleggen, en niemand deelt het samen. Gisteren heb ik een aantal bijbels gekocht, de Openbaringen zweven als tafels om ons heen, zou het nog goed komen fluistert de dominee. De leegzuiger aan de deur heeft rare tanden en negen krolse katers in zijn stem, ook piept de ijzeren poort vrij ernstig. We worden des nachts vele malen opgebeld en het is altijd drie uur in de vroege ochtend. Dove Willem kwam er gisteren mee van zolder, ik heb het relikwie nog nimmer gezien.
Zij ook niet fluistert ze, en doodsbang kleven wij met chocoladepasta aan elkaar.
in het juryrapport vandaag worden dames met eremetaal omhangen. een lastig thema – zo een meisje en wat moet je met zo een meisje. Conny duikt de recente geschiedenis van Alkmaar in – Erika schept een dreigende sfeer om het verbannen meisje heen en Ien haalt het meisje terug en houdt het dicht tegen haar aan. ze kan ook niet anders. ‘ het leven als optelsom van geleefde en overleefde meisjes maar hoe sommige meisjes altijd deel van je blijven uitmaken. ‘ schreef ik en zo is het verbannen meisje van IEN een heel bijzonder meisje gebleken en geworden. een meisje op afstand maar toch zo heel dichtbij. prachtig – ik zeg goud! doen we Erika zilver en Conny brons. onder de gedichten leest u waarom. eervolle vermelding voor Cartouche omdat ie nou eenmaal dichten als geen ander kan. alle dichters een lief dankjewel voor de bijdragen.
ik zie haar staan alleen afgezonderd van de rest druipende verlegenheid eager to play maar niet weten hoe dat moet hoe je invoegt hoe je vraagt als je niet wordt gevraagd nooit gevraagd ik heb getracht haar uit te bannen maar als ik in de spiegel kijk zie ik nog steeds een glimp van haar
Ien Verrips
–> een treffend bericht uit het vooronder. bijzondere perspectiefwisseling als kado-tje gegeven bij de woorden van het gedicht. vanuit de eerste persoon wordt ons een blik gegund op de derde persoon – het verbannen meisje – blijkt de derde persoon toch de eerste persoon te zijn. de woorden raken in een soort boemerangbeweging zowel dichter als de lezer – hoe ver dichter ze ook tracht te gooien ze keren terug. het leven als optelsom van geleefde en, overleefde meisjes maar hoe sommige meisjes altijd deel van je blijven uitmaken.
Conny Lahnstein: dit symbool van wellust, verbannen uit dit straatje…
Ien Verrips: hoe je vraagt als je niet wordt gevraagd
Erika De Stercke: je bent ver, meisje
Cartouche: het meisje in haar – dochterlief
Frans Terken: al zijn zusters zijn hem even lief
Anke Labrie: uit zijn gedachten was wat lastiger
wedstijd gesloten
wie wint de enige echte virtuele – waarom toch zo een meisje verbannen – trofee op pomgedichten punt nl? och arme – arm kind – zomaar zonder reden wellicht verbannen – wellicht met een reden maar is verbannen dan echt nodig? wat is dat voor meisje? een meisje als thema deze week – al dan niet om te verbannen. we lezen graag hier dichtregels over verbannen meisjes – dat zijn meisjes om van te houden. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
zeeuws meisje
de ons allen zo inspirerende en zelfs tot voorbij goes geprezen dichteres J.H. mag zich dan wel bezighouden met de diepere gevoelens van de medemens ook haar eigen gemoed wil nog wel eens ontploffen
sommigen noemen het een deinen op wat heeft overleefd anderen spreken weer over een drijvend waterbed in een volgelopen tranendal
ik zeg prachtig allemaal! wel worstelen maar bovenkomen ho maar majesteit
Hoeren die gewaagd lokkend hun benen spreiden of ons achteloos negeren vanwege gebrek aan klandizie, terwijl de gids ons met het schaamrood op de kaken langs hun rood verlichte ramen voert.
Daar ergens stond die bronzen sloerie, prijkend met haar blote boezem, wulps tuitend haar lippen, maar ze wilden haar daar niet, weg moest ze dit symbool van wellust, verbannen uit dit straatje vol bordelen,
zonder vooroordelen zegt men, maar ondertussen. Zij kon het lonken niet laten en is verkast. Nu kan elke voorbijganger zich vergapen voor de etalage van de plaatselijke kapper en wie het
waagt kan binnen niet alleen de wilde haren, maar ook zijn geile zoenen kwijt.
Conny Lahnstein 10 september 2021
–> Conny houdt het verhaal levend in haar poëtische bijdrage deze week – een gedicht bij de foto genomen in het centrum van Alkmaar en “Daar ergens stond die bronzen sloerie, prijkend met haar blote boezem,…” – een niet welkom meisje – en het uithangbord een teken van verzet tegen de verbanning. het is me al vaker opgevallen dat beeldend kunstenares Lahnstein van verhalend proza poëzie weet te maken waarin een werkelijkheid dichtbij de werkelijkheid wordt gesitueerd. een soort treffend poëtisch realisme dat bijna als poëtische geschiedschrijving aangenaam te lezen is. en dat bij een moeilijk thema als deze week is gegeven.
waar dan ook
je bent ver, meisje ik die aanraken wil onder de wol van gewillige schapen om warmte te voelen wat ons verbindt
woorden vertrappeld op het jonge gras de afgrond loert we blijven op afstand een zoen verdwaalt lippen wachten af
de laatste trein op tijd om te zwijgen in het grillige licht ik zal bloemen plukken zonder omzien wat waait het hard
Erika De Stercke
–> een ook bijna middeleeuws mystiek gedicht – dichter komt en staat voor een onmogelijkheid om het zo geliefde meisje nog te benaderen. ze is te ver lijkt het. de afgrond in de tweede strofe als dreigend gegeven. de ik persoon plukt bloemen. een gedicht waarin dood en leven – de afgrond en de laatste trein aan de lezer bekend worden gemaakt – dichteres verlaat de locatie ‘zonder omzien.’ ik moet aan de schilder carel willink denken – die schilderde dreiging zoals Erika hier dreiging weet te verwoorden.
Wat blijft
Bij de demarcatie -lijn van Panmoenjon ligt een land te zuchten in besneeuwde najaarszon
aan de horizon ziet hij haar – in de ban van tao – gebogen hoofd in spiegelende straten
schuilgaan onder een pagode pauwenogen die zich willen laven aan vergezichten, ongekende tinten
geel en rood – gespannen als een draad volgt hij het spoor dat zij in vlak vaderlandschap schreef
de onverdichte winterreis van al wat hij aan scherven sneed het meisje
in haar – dochterlief dat hij zo te ontheiligen wist als het zijne in ballingschap te drijven
dat er nooit voldoende smelt water zal zijn om te kunnen wassen
12-09-21 / Cartouche
–> aha Cartouche weer eens op een vakantiereisje – zo lezen we – meneer richting de KOREA’s en wij mogen meegenieten. wat overblijft of de dichter is bijgebleven mogen we lezen. of is het een gedicht bij een lied, bij een foto, een schilderij. dichter creëert in ieder geval een – minder lieflijk – oosters sfeertje van oorlog, oorlogsdreiging en verderf. de laatste 7 regels vol verderf. arm meisje. arme meisjes. het is poëzie – en natuurlijk met indringende cartouche – poëzie – maar toch is het me net teveel een zoekplaatje.
Buiten de orde
Zoals zij een meisje met diep decolleté wil zijn terwijl in deze vrome nonnenorde het kloosterlingen schudden hun hoofden bij dit teken van verval
het vraagt om verbanning maar moeder overste strijkt over haar hart dat zij wild ziet kloppen onder de linkerborst en gebiedt haar te blijven
zij knielt voor de kale brits en bidt tot de Heer dat iemand een koorknaap wellicht zich over haar zal ontfermen
de Heer verbant niet zegt de moeder hij verbindt het aardse met het hemelse al zijn zusters zijn hem even lief
een gevallene nog het meest hij noodt haar bij zich aan tafel wrijft de onschuld in haar ziel
‘al zijn zusters zijn hem even lief …’ de verbindende tekst deze week – de zwarte schapen in de kerk welkom geheten. de vroomheid – in wezen van en door moeder overste en haar beschermHeer de les gelezen. een lesje ook voor het CDA – Omzigt had natuurlijk gewoon beter behandeld gemoeten. mevrouw spies is nu eenmaal geen moeder overste met een hart. met zo een naam verwacht je ook niet veel anders dan een dolkstoot in je rug.
ruimte
eerst uit het huis had hij haar verbannen voor een relatie zoals zij hem zag was hij nog veel te jong en zijn studentenkamer was trouwens ook te krap
uit zijn gedachten was wat lastiger merkte hij na verloop van tijd
uiteindelijk bleek zijn hart ruimer dan zijn kamer
anke labrie (12-09-2021)
een wat meer persoonlijk gebeuren – we zijn getuige van een soort innerlijke tweestrijd bij de hoofdpersoon. ik lees meer een verhaal dan een gedicht. het is wat krap op de woningmarkt zullen we maar zeggen. ik vermoed dat de hier beschreven student vanmiddag meeloopt in de demonstratie.
Het was een zucht, een lichte trilling of toch een zachte fluistering door niemand gehoord, behalve door de google boxen, die zo nu en dan vanuit het niets aangeven dat ze de vraag niet begrepen hebben, terwijl er niets gevraagd werd. vanuit het niets klinkt in de stille kamer de stem van Hannelore Bedert zoals ook google achteraf zo mooi aangeeft. een lied met een tekst die gelijk aangrijpt.
” Is het de dag vandaag Moeten we klaar zijn Is het de dag vandaag Dit was de afspraak niet Dit was de afspraak niet Dit verdriet is te groot”
door wie of wat google in het verdere lege huis aangestuurd werd, geen idee, maar het kwam even binnen en liet zinken in de stoel om te luisteren. stofzuiger aan de kant. ons huis ademt soms zijn eigen leven, deed dat altijd ongeacht waar we woonden. of het nu de Zware van Nelle lucht is die als een warme deken ineens om je heen kan hangen, terwijl ik hem sinds de dood van mijn vader nooit meer in mijn omgeving gerookt heb zien worden. De deurbel die ineens ging, terwijl we al 35 jaar in huizen wonen waar de bel standaard uit staat, of die klok die eeuwig stilstaat op half vier, maar zo nu en dan vanuit het niets slaat, zonder opgewonden te zijn. als je enigzins gespannen zou zijn, zou je er opgewonden van raken. logisch de woorden kunnen ook bijna niet zonder elkaar. Vandaag was het dus Hannelore die deed verwonderen met een lied over afspraken en een duidelijk hartverscheurend verlies in een week waarin afspraken best centraal staan net als hun eventuele gevolgen. Ik speel de YouTube clip nog even af en bedank stil even google of wie of wat dan ook, die Hannelore even binnen liet.
Het jaar was negentienachtennegentig. Ik scheurde rond in een donker blauwe Volkswagen Polo. Op de CD speler draaide Tupac met het nummer ‘Changes’. Eindelijk had ik een baan die fatsoenlijk wat geld verdiende. In ieder geval genoeg om in het weekend eens fatsoenlijke drank te kopen en een CD van Tupac. Het nummer ‘Changes’ was een Geuzenlied voor me. Eindelijk was ik er in geslaagd het punt te bereiken waarop ik meer verdiende dan ik uitgaf. Tijd om mijn schulden te beginnen aflossen. Tijd voor verandering. Zonder het verleden te verloochenen. Zonder mijn idealen los te laten. Ik was boven mezelf uitgestegen.
Afgelopen week heb ik het pleit verloren. Na maanden van innerlijke strijd heb ik mij dan toch laten vaccineren. Wel met het meest aftandse van de beschikbare vaccins, maar toch. Ik had mezelf beloofd de pandemie uit te zitten en ongevaccineerd mijn leven door te leven, maar heb me toch gedwongen gezien. De meningsverschillen met mevrouw Solo. Het steeds maar moeten zwijgen of liegen als ik de vraag kreeg of ik gevaccineerd was. En ten slotte de in meerdere landen al doorgevoerde legitimatieplicht middels een vaccinatiepaspoort. Afgezien van de medische waarheid, die wel ergens rechts van het midden zal liggen, waren voor mij principiële bezwaren de reden me niet te laten vaccineren. Dat ik het niet eens ben met de lijn die de regering en media volgen tijdens deze pandemie. Al vanaf het begin niet.
Maar wat me nog het meeste stoort is, wat ik een jaar geleden al voorspelde, toen ik na een paar maanden pandemie aangaf, dat ik het wel zou gaan missen. Toen ik vanmiddag door de stad fietste, stond alles weer muurvast. Om het half uur vertrekt er weer een vlucht van Zestienhoven. We zijn weer terug naar het oude normaal. We hebben alleen wat meer macht aan de Staat gegeven. En de angst en deugzucht zijn de heersende meerderheid aangewakkerd. Verder is er niets, maar dan ook niets veranderd. Geen enkele kans, die deze pandemie bood op wereldverbetering is aangegrepen. De ‘heldhaftige’ politici, bureaucraten en pillendraaiers zijn de enigen die er nog profijt bij getrokken hebben. De massaconsumptie is weer op volle toeren. Alleen sommige horeca en de festivals worden nog geknepen. We hebben hier zelf voor gekozen, omdat het de enige optie was, zullen mijn vijanden zeggen.
In mijn hoofd hoor ik de tonen van Tupac. De sample van de piano en ook de titel zijn afkomstig van het nummer ‘That’s just the way it is’ van Bruce Hornsby. Net als de cover geeft dit nummer een pessimistisch beeld van de maatschappij. Uitbuiting, verschil tussen arm en rijk, oorlog en ellende in de wereld. Bruce Hornsby zong het in negentienzessentachtig. Tupac was twaalf jaar daarna. In tweeduizendenentwintig is het niet anders.
Mijn vaccinatie verandert weinig aan de wereld. Het zorgt er juist voor dat niemand iets hoeft te veranderen. Dat men gewoon door kan zoals men gewoon is. Maar misschien bewijs ik, juist door mijn vaccinatie, dat het toch anders kan.
Hoi Pom, hierbij een tekstje dat ik gisteren schreef tijdens een sessie van Schrijfgroep de Klus; ik kreeg het thema “Uit”’, groet, Merik
Uit
Na het bruisend feest, het vertrek van zingende en lachende gasten, het legen van het laatste glas, na het schrijven van het romantische gedicht met hier en daar een toefje moderne tijd,
draaide ik één voor één de lampen uit en ging wandelen met Betty.
De natte straten klonken gedempt, een eenzame saxofonist voor het open raam speelde de blues.
Stil staarde mijn donkere huis mij aan, Koele lakens nodigden uit voor dromenland.