
Die gast op die fiets stond een paar minuten daarvoor nog bij de kaaskraam tegenover de Markthal. Het is een kraam, waar je altijd een plakje mag proeven. Voor vaste klanten snijden ze zelfs een pond nog in plakken. Ze hebben het liefst contant. Ik geloof niet dat dat enkel met de kosten van pintransacties te maken heeft. Ze hebben de beste kaas en zijn vriendelijk. Vader, zoon en schoondochter. De fietser in zwart kocht er twee pond kaas. Een pond jong belegen en een pond zwaar belegen. Hij nam de kaas mee in een plastic tas, omdat zijn rugzak al vol zat met andere boodschappen.
Vanaf de kaaskraam kun je achterlangs de kramen over de Binnenrotte. Dat is de snelste route als je naar Noord wil, want er loopt bijna niemand en het is er heel breed. Je kan mooi de drukte ontwijken. Een jonge, blonde, blanke, saaie vrouw met een hoger middenklasse uiterlijk in een slaapzak model winterjas, keek wat ongeïnteresseerd rond zonder iets te zien. Ze bevond zich midden op het brede pad. De rechter helft van het pad werd gevuld door een dito blanke man van begin dertig, die verdiept in zijn telefoon rond darde. De linker helft van het pad werd ingenomen door een peuter van naar schatting twee jaar, die onevenwichtig de ruimte rond zijn moeder vol waggelde.
Voor mij was deze scene het typische voorbeeld van alles, dat ik haat in onze hedendaagse maatschappij. VVD stemmende, quasi-liberale, onverschillige meelopers. Het hadden ook expats kunnen zijn. Die zijn net zo. Regelneukers als het ze uitkomt en lekker genieten als niemand kijkt. En doen alsof de hele wereld van hun is. Helaas hadden ze deze morgen het verkeerde pad uitgekozen om te koloniseren. Hun ergerlijke gebroed liet me nog net de halve meter die ik nodig had om er met mijn fiets langs te komen. In aanloop tot de passage gaf ik een slinger aan mijn zak met kaas. En exact op het moment van passeren wist ik de snotneus vol op zijn bolle ploftoet te raken met het beste dat Stolwijk te bieden heeft. Op de kegelbaan hadden we het een ’strike’ genoemd.
Een fraaie buiteling en een onbetaalbare blik van de moeder. Zoveel doodsheid, die voor emotie had moeten doorgaan, had ik in tijden niet gezien. De gedachten aan het straffen van deze wandaad lagen duidelijk dichter in de voorkwab van haar hersenen, dan het welzijn van haar kroost. De man reageerde te traag en wist waarschijnlijk enkel mijn rug in de regen nog te filmen. Als hij een sprintje had getrokken, had hij me heel misschien nog te pakken kunnen krijgen, maar zo is dat soort niet.
Wat een mens aanzet tot dit soort klein kwaad weet ik heel goed. Ik hoop er wat mee te zeggen. Maar dat lukt niet en dat moet ik accepteren. Ik ben er te onhandig voor en zij zijn gewoon met teveel.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl












