onze vogelaar MIRJAM AL bericht: ‘een gevecht, een avontuur en krachtmeting, liefde en strijd, liefkozen en slaan…’


Dagboekaantekening

Kijk de vogel daar zitten tussen de bloesemende Japanse kers.
Hij luistert aandachtig mee, net als ik.
Strawinsky’s concert voor twee piano’s gespeeld door de gebroeders Jusse.
Onvoorstelbaar, hoe ze dat doen en spelen.
Het is een gevecht, een avontuur en krachtmeting,
liefde en strijd, liefkozen en slaan;
jij wilt zo en ik zo, daar is geen middenweg tussen die twee.
En de vogel blijft luisteren, zijn vogelhart zingt mee
en dat is in de meeste gevallen
het beste wat er kan gebeuren.
 
April 2021, Mirjam Al

Share This:

Keats op zijn Bakkers: Ha Pom – het werd weer eens tijd voor een vertaling, dit keer heb ik maar wat makkelijks genomen. En nu ga ik paracetamol halen want die is inmiddels op.



ODE OP EEN GRIEKSE VAAS

Gij maagdelijke bruid van zwijgzaamheid,
gij pleegkind van de stilte en trage stonden,
kroniek van ’t woud, der bloemen faam bepleit
zoeter dan onze rijmsels dat ooit konden!
Welk mythe bladdert van uw vormen af,
van goden, stervelingen, of van beide,
uit Tempi; een Arcadische vallei?
Welk mansfiguren en afkerig meiden?
Welk twist ontkomen? Welke jacht in draf?
Welk schel gefluit? Welk heerlijk razernij?

Zang klinkt zoet, onbemerkte melodie
is zoeter, dus, zacht instrument, speel door;
niet voor de luister, maar liever esprit:
bespeel elk ijdel geest zonder gehoor.
Jong schoon onder het loof, voor immer leent
die boom zijn blad, gelijk resteert uw zang.
brutale minnaar, zo uw doel dichtbij,
nooit kust u haar. Dat u dit niet beweent:
al grijpt u naast ’t geluk, zij straalt altijd,
u mint voor eeuwig, schoon blijft zij zo lang!

Blijmoedig elke tak! Nooit verlaat u
het lover, of wenst Lente u vaarwel;
En blij de muzikant ook, die als nu
voor altijd fluiten kan zijn jeugdig spel;
Blijmoedig liefde! Liefde, blij, blij, blij!
Voor altijd vastgezet en warm genot,
voor altijd ademend, voor altijd jong,
waar al het menselijk gevoel gedijt,
verheft het hart tot schrijnen en leidt tot
een koortsig voorhoofd, uitgedroogde tong.

Wie zijn zij, komend naar dit offer toe?
Naar welk groen blok, oh duister acoliet,
leidt gij die hemelwaarts balkende koe
met ’n flank van goud waarop men bloemen ziet?
En welk gehucht bij zee, of naast ’n rivier,
of uitgehouwen in een berg, tot vrede,
werd dees vroom ochtend door dit volk ontvlucht?
Nu zullen, klein gehucht, uw pleinen hier
steeds stilblijven, geen ziel vertelt de reden
van uwer eenzaamheid, keert ooit terug.

Attica in vorm! Schoon zetsel met fijn
gemarmerd mannen, maagden ingezet,
waar boomtressen, vertrapte grassen zijn,
dolmakend is uw stille silhouet,
net als de eeuwigheid: kil herdersdicht!
Maakt ouderdom een lichting mensen rot,
gij blijft hun weldoener: wijl in hun schoot
rust ander leed, eender uw troostrijk bod:
“Schoonheid is waar, in waarheid schoonheid ligt,
da’s al men weet, en men op aarde noodt.”

—-

ODE ON A GRECIAN URN
Thou still unravish’d bride of quietness,
Thou foster-child of silence and slow time,
Sylvan historian, who canst thus express
A flowery tale more sweetly than our rhyme:
What leaf-fring’d legend haunts about thy shape
Of deities or mortals, or of both,
In Tempe or the dales of Arcady?
What men or gods are these? What maidens loth?
What mad pursuit? What struggle to escape?
What pipes and timbrels? What wild ecstasy?

Heard melodies are sweet, but those unheard
Are sweeter; therefore, ye soft pipes, play on;
Not to the sensual ear, but, more endear’d,
Pipe to the spirit ditties of no tone:
Fair youth, beneath the trees, thou canst not leave
Thy song, nor ever can those trees be bare;
Bold Lover, never, never canst thou kiss,
Though winning near the goal yet, do not grieve;
She cannot fade, though thou hast not thy bliss,
For ever wilt thou love, and she be fair!

Ah, happy, happy boughs! that cannot shed
Your leaves, nor ever bid the Spring adieu;
And, happy melodist, unwearied,
For ever piping songs for ever new;
More happy love! more happy, happy love!
For ever warm and still to be enjoy’d,
For ever panting, and for ever young;
All breathing human passion far above,
That leaves a heart high-sorrowful and cloy’d,
A burning forehead, and a parching tongue.

Who are these coming to the sacrifice?
To what green altar, O mysterious priest,
Lead’st thou that heifer lowing at the skies,
And all her silken flanks with garlands drest?
What little town by river or sea shore,
Or mountain-built with peaceful citadel,
Is emptied of this folk, this pious morn?
And, little town, thy streets for evermore
Will silent be; and not a soul to tell
Why thou art desolate, can e’er return.

O Attic shape! Fair attitude! with brede
Of marble men and maidens overwrought,
With forest branches and the trodden weed;
Thou, silent form, dost tease us out of thought
As doth eternity: Cold Pastoral!
When old age shall this generation waste,
Thou shalt remain, in midst of other woe
Than ours, a friend to man, to whom thou say’st,
“Beauty is truth, truth beauty,—that is all
Ye know on earth, and all ye need to know.”
***[John Keats.]

Share This:

Ien Verrips op de dinsdag: over wat? over JARGON



Jargon
 
als een woord of een begrip
de  lading dekt
goed scrabble punten scoort
en lekker bekt
dat toch
zo’n prachtig woord
ten onder gaat
aan slijtage door teveel gebruik en
niet meer verder komt door overwicht
belast met duiding aan betekenis
 tot de magie verdwijnt

Ien Verrips

Share This:

De nieuwe Beumkes is gezet! ‘Je was twaalf en uit een oranje bol mocht je een paar ogen snijden de neus verminken…’

Je was twaalf en uit een oranje bol
mocht je een paar ogen snijden
de neus verminken

Dear Pom
Vorige week in onze rubriek had ik het over het hogere hallelujah van mezelf. Vandaag gaat het om mijn lagere hallelujah. Het voortdurende gereis van een ouwe rotbrommer achter de jongens aan. Welk peilloze energie, als ik daar nu aan terugdenk rollen de tranen van het lachen over mijn gezicht. Veel plezier met:



Sint Maarten


Je was twaalf en uit een oranje bol
mocht je een paar ogen snijden
de neus verminken
en van de mond
maakte je een afgrijselijke lach
achter drie tanden giechelde een theelichtje.


Je was twaalf en verdwaalde
(het kleine lampje in de bol ook ook)
poink poink trommelden je laarzen
het trottoir was bezaaid met versnaperingen
vele wikkels voelden zich zonder lijf en rilden


Je was twaalf, je verloor je sigaretten
je was net ongesteld geworden
één borst was zo groot als een pompoen
er groeiden haren tussen je benen
je zou er morgen iets onmiddellijks mee doen

je was twaalf.



Muziek: Willy Deville –  Angel eyes https://youtu.be/dS_gDuSbGnY


Liefs

Karin

Share This:

Anke Labrie wint de enige echte virtuele – naar een regel van Wen van der Schaaf – ‘uw gezicht ontroerde mij’ trofee op pomgedichten punt nl

deze week het commentaar wat steviger bij de ingezonden werken. Dank aan de dichters voor het ingestuurde werk. let wel het commentaar is niet veel meer dan een persoonlijke aanduiding van een min of meer geoefend lezer – of zoals de VKcriticus kees fens het ooit formuleerde – een leeservaring een plaats geven in een geheel van eigen leeservaringen. het aangereikte thema iets moeilijker dan verwacht schat ik in – prachtig gelezen door Wen van der Schaaf. in eenvoud verwoord in die prachtige derde strofe van Anke Labrie! Goud! Van harte.

 
hoe zij elke lijn in zijn gezicht
al gegraveerd had
in haar marmeren hart
 
hoe er die nacht in zijn blik
ineens iets was
wat haar deed blijven
 
noem het liefde
noem het minstens
een poging tot
 
anke labrie
(10-04-2021)


–>
een kleinood. de derde strofe met die heerlijke relativering.
  • Frans Terken: de aanblik die blijvend ontroert
  • Petra Maria: in tomeloze verwondering
  • Rik van Boeckel: verzonken in de wee van weemoed
  • Cartouche: zag ik u in al uw naaktheid voor mij
  • Anke Labrie: noem het minstens een poging tot
  • Ien Verrips: of ik het was die huilde aan je graf
  • Erika De Stercke: gisteren is een herinnering

(…)
en dan vertrok u
-toen het klaar was-
uw gezicht   
ontroerde mij
 
-en toen het afscheid daar was:
 
ik steels over mijn schouder keek 
en geen stap meer zichtbaar bleek 
wist ik niet of u wel waar was
of dat ik u verzon in mij
 (…)


Wen van der Schaaf
 

wie wint de enige echte virtuele – naar een regel van Wen van der Schaaf – ‘uw gezicht ontroerde mij’ trofee op pomgedichten punt nl?

dichteres, theatermaakster en theaterdier Wen van der Schaaf  schonk de mensheid prachtige regels ter inspiratie zeker. ook op pomgedichten punt nl  deze week. met de regel  ‘uw gezicht ontroerde mij’  biedt Wen ons én de mensheid een zó persoonlijk en zó algemeen menselijk gevoel dat elke dichter zijn eigen woorden bij dat ene unieke gezicht  zal vinden. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak  – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

foto: Ben Kleyn

wat is het toch dat deze stem
ongeacht welk woord van elk woord
weer warmte maakt

echt mooi
hoeft niet beschreven
is in zich mooi geweten en gekend

pom wolff
Het laatste vuur
(voor H.)


Hoe kort het oplichten in doffe ogen
alsof het vuur van jaren in ons midden
weer opflakkert en nog even smeult

niet een vertrek zoals afgesproken
de weg die wachtte schoof onder je vandaan
op route 66 nam je een afslag te vroeg

dat het na dagen gedaan was
het bloed in volle omloop weggespoeld
het laatste vuur in een stolsel gedoofd

zo droegen we je de oven in
op het netvlies de pret van een kwinkslag
de aanblik die blijvend ontroert

© FT 09.04.2021


–>
een gedicht met pijn en afscheid – “zo droegen we je de oven in” – laat weinig ruimte voor het leven nog – een terugblik, een herinnering – hoe het leven was – het gezicht lijkt uit het leven weggeslagen – de dichter noteert het noodlot.

onze dagen

leven loom
nu wij langs drijven
als wolkjes boven diepe zee

pas als ik stilsta
je hand proef in de mijne

de zucht van jouw verlichting
nu alles meegaat
in tomeloze verwondering

breekt het schijnbaar
dunne laagje verzet

morgen zie ik jou
wie je blijft

petra maria


–>
een min of meer vaag symbolisme getroffen in woorden die mee zweven op wolkjes. wolkjes, verlichting, verwondering. ik mis toch hier de echte ontroering.
“Uw gezicht ontroerde mij” – die harde regel die door de dichter in je gezicht wordt geslagen  – ja die mis ik.
 
De scheidslijn

Jouw gezicht met liggende rimpels
zingt de tijd van liefde voorbij

een zachte traan spreekt de wang toe
ooit gekust door de lust van listige lippen

waterige ogen drogen in het licht
van langzame lucht en draaiende wind

zo waait het afscheid mij tegemoet
verzonken in de wee van weemoed

laat ik de traan schuldig en geduldig
naar de overkant van de scheidslijn gaan.

Rik van Boeckel
10 april 2021


–>
een gedicht met veel voorbij en heel veel water. te veel water wat mij betreft. de wee van weemoed helemaal uitgeschreven tot de woorden erin wegvloeien.


Opslag
 
Toen u mij nader kwam
vanuit de beslotenheid van uw zaak
uw oogopslag en de hand op het papier
zag ik u in al uw naaktheid voor mij als waren we
bestemd om de liefde een gezicht te geven
 
waar taal enkel nog obstakelt
 
doorgrondde ik uw diepste wateren
met open mond en opgesteven lendenen
dronk, verzonk ik in zonneglans – uw glimlach
vonkte lava-as en edelsteen- ik was niet meer
dezelfde als voorheen – toen ik u verliet
 
en omkeek wist ik voorwaar en vast dat dit
twee zwevende ribben tot leven had verdicht
dat ik u kende van kaak tot schaam, been en vel
hoe deze stap, onorthodox, mij onherroepelijk
in u verzinnen, mij voor altijd zou verzonnen
 
nu wij elkaar eenmaal als huid en haar
hadden weten te ontroeren in een oogopslag
 
 
10-04-2019
Cartouche


–>
Cartouche dacht – ik doe maar eens oudje. vindt die wolluf zijn eigen commentaar van toen niet terug – dan kan ik hem eens flink te grazen nemen en hem wijzen op de verschillen. zegt wolluf natuurlijk: het is voortschrijdend inzicht meneer de dichter. ik haak af waar de taal ‘obstakelt’ – onvoorstelbaar – ben je zo een goed dichter schrijf je die eerste wereldstrofe – bijna reviaans mooi – nee mooier nog – kom je aan zetten met ‘obstakelen’. en daarna wordt het het niet beter – zakt de dichter in zijn eigen moeras van een teveel aan woorden. zou hier het strafrecht gelden dan zeg ik: een gevangenisstraf van tien jaren zonder aftrek van voorarrest.
 
voor wie niet begrijpt dat een gedicht af is en niet mooier kan in alle rust en eenvoud en schoonheid als het zo is geschreven:
 
Toen u mij nader kwam
vanuit de beslotenheid van uw zaak
uw oogopslag en de hand op het papier
zag ik u in al uw naaktheid voor mij als waren we
bestemd om de liefde een gezicht te geven


Cartouche


ik zie de kralen die je hebt gedragen
de ringen aan je hand
de woorden op je mond
bestorven als een afdruk
gevonden in het zand
 
ik stel me voor dat ik daar lig
geen vlees meer op mijn botten
’t gebit als grijns in mijn gezicht
de holle ogen met de blik naar boven
 
als jij kon zien zag je me aan vroeg je je af
wie of ik was mijn naam misschien
en of we wat te praten hadden of ik
het was die huilde aan je graf.

Ien Verrips


–>
wie dit gedicht leest slaapt slecht. nachtmerries rijden door het slaapkamertje van de lezer. moet je kijken hoe ze daar ligt. mijn god en dat onder mijn bed – hoor ik de zwetende lezer al uitroepen bij het wakker schrikken. dit is een film die je niet wil meemaken – kijk daar legt oma!
 
op de een of andere manier is dit gedicht net ietsje te direct. komt in ieder geval bij mij zo binnen. moet wel aan mijn rust toekomen graag – nog net voor mijn dood ja.


vandaag 
 
hoe de wereld tijdens een regenbui lacht
we stralen naast bloemen aan het raam 

met onze grote mond het moment van  bekoring in druppels vasthouden 

bij een cirkel die zonder passer perfect 
volgens wensen is afgelijnd 

ook een bubbel kan breken wanneer 
de kelken moegestreden buigen 

gisteren is een herinnering, we lonken
naar de wolken van morgen 

Erika De Stercke 


–>
en wat heeft Mevrouw De Stercke vandaag te melden? welke mannen worden nu weer aan het spit geregen? – varkens zijn het die mannen – zo kennen we Erika. maar zie eens daar – vandaag is het anders gesteld met onze Erika. lachende regenbuien, stralende bloemen, druppelende bekoring, moegestreden kelken.. … ik weet niet wat er aan de hand is in huize Erika maar als regenbuien lachen dan drijven vreemde luchten over daarachter in Gent.
  


Share This:

Yvonne Koenderman: Dat verrukkelijke omslagpunt waarop plotseling de bruine romige massa warm over je tong spoelt. Dan is er geen houden meer aan, dan rest alleen nog maar totale overgave…

De onderlinge gedachten van vandaag, verven met chocolade en een kop goede koffie…
Het ligt vast aan al die paaseitjes…

De verleiding van chocolade

Chocola is geen snoep, maar gestold verlangen dat zich aanbiedt (Pay-Uun Hiu)

chocolade zo klein en zo onschuldig, ligt zomaar opeens op je tong en voor je het weet, raakt ook je weerstand voorbij het smeltpunt waarin de vaste fase van de chocola overgaat in de vloeibare fase. Dat verrukkelijke omslagpunt waarop plotseling de bruine romige massa warm over je tong spoelt. Dan is er geen houden meer aan, dan rest alleen nog maar totale overgave.

Na het Sensueel zwart van mezelf gecombineerd met De zoete verleiding van de ander en de mailwisseling van gisteren en vandaag met een even hoog verslavingsgehalte dwarrelt de verleiding van chocolade door mijn hersenspinsels en laat niet meer los, maar brand de magische aanblik van mooi mannelijk naakt kunstzinnig beschilderd met chocolade op mijn netvlies voor ook maar gezien te zijn. Mooi geschilderd met kleine kwastjes en echte chocolade vol liefde au bain marie verwarmt al roerend in de pan tot de juiste romige zachtheid verkregen is, om na het aanbrengen langzaam op te stijven.

Chocolade lief, pure magie om je aan te bezondigen in combinatie met de smaak van sensueel zwart.

Toppunt van verleiding.


Sensueel zwart


Zwart en sterk staat hij voor me

klaar om me te verwennen

langzaam de gloed

in mijn lichaam brengend

mijn verslaving bevredigend.

.

Missen kan ik hem niet echt

wordt wanhopig sikkeneurig

raak mezelf een beetje kwijt

rusteloze, bijna belachelijke

ervaring van het willen hebben



De prikkelende geur

het zoete verlangen naar

sensuele krachtige smaak

van een heerlijke


kop koffie

Yvonne Koenderman

Share This:

Suzanne Krijger over oma: ‘Oma is weer even een kindje – We lopen huppelend door…’

Oma is weer even een kindje
We lopen huppelend door

De kroniek van Arnemuiden


Kijk, de klok van Arnemuiden zegt oma als we op de snelweg naar de Winter Fair rijden. Eenmaal aangekomen stijgt haar enthousiasme alleen maar meer
Kijk, hier speelden we altijd
Even kijken in dat steegje
Zo zeg, er is zoveel veranderd
Met een glunderende blik lopen we verder
Hier woonde ik, nummer 39, met mijn moeder
We komen aan bij het volgende plekje
Kijk, hier stond ik elke zondagavond met opa op de parkeerplaats
Oma kijkt me lief aan
We lopen door
Kijk, hier ging ik wel eens frietjes eten met opa
Hier zat vroeger ‘Het Wolwinkeltje’
En kijk, hier speelden we ook altijd
Oma is weer even een kindje
We lopen huppelend door
Van de Winter Fair komt niet veel meer terecht
We lopen via ‘waar eerst de Groenteboer zat’ terug naar de auto
Oma rijdt zingend weg
Met het lied van Arnemuiden
En ze kent nog alle woorden

Suzanne Krijger

Share This:

Merik van der Torren is de lenteliefde in het hoofd geslagen


Het was de inwoners van oud zuid in amsterdam al vaker opgevallen de laatste tijd. Het heen en weer van de oude dichter met de lange jas  van der Torren. Dan weer liep hij met een potje pindakaas over straat, dan weer met een potje jam. En dat dan drie keer in een uur. steeds weer die pindakaas steeds weer die jam. Wilde de oude dichter met de lange jas soms de pindakaas de poëzie insmeren? Wellicht ook de jam? Het was het gesprek van de dag. ‘Goede morgen – wat een weer vandaag – heeft u hem al zien lopen met de pindakaas?’ – de ochtendbegroeting van buurtgenoten onder elkaar.

En ja hoor daar kwam de oude dichter met de lange jas al aangeschuifeld. Dit keer met jam.
Uit welingelichte kring, beschikt de site pomgedichten punt nl inmiddels over  adequate berichtgeving:  de oude  dichter met de lange jas  zelf heeft een verklaring op papier gezet voor zijn opmerkelijk dagelijks handelen – om dit verhaal in een juist daglicht te bezien moet de lezer weten dat de Gall en Gall in het plaatselijke winkelcentrum  is gesitueerd tegenover de appie waar de potten jam en pindakaas niet aan te slepen waren:

 
Hoi Pom,
Soms slaat het hoofd van deze oude dichter op hol bij een charmante juffrouw. Voor pomgedichten. In de bijlage, groet, Merik


Aan de kassajuffrouw van Gall en Gall


“ U ziet er goed uit
met uw mondkapje
en leren schort.
 
U heeft mooi krulhaar
en een spannend figuurtje
in die strakke spijkerbroek.
 
U rekent niet te veel.
Wat zou  u zeggen van
een foto-shoot bij mij thuis ?
 
Trek iets leuks aan;
dan spreken we af.”
 
 
Merik van der Torren

Share This:

Peter Posthumus: zoals ie later dromen zal van nooit meer opgesloten zeker niet als kind…


van nooit meer opgesloten
zeker niet als kind

een vreemde stad
die maanden duurde
lange straten met
huizen die op je vielen


ergens op heel hoog
ernstig en bedrukt
klein en ingetogen
leerde hij zo nu en dan
eens terug te zwaaien


terwijl ie droomde
van buitelen en rennen
knikkeren met de 
druppels op het glas


van kapitein en
varen over zeven zeeėn
van vliegen in de kleuren 
van de zonnewind
zoals ie later dromen zal
van nooit meer opgesloten
zeker niet als kind

Peter posthumus

Share This:

IEN VERRIPS over dromen en dunne wanden met de buren, angst, geweld


arm geboren
in een arm land
waar loosheid heerst en angst
gepaard gaat met geweld
de dunne wanden van de buren
het eindpunt
zijn van iedere droom
 
en zij
de klappen vangt
want anders
de kinderen
ze is de enige niet
 
wel
als ze gaat


Ien Verrips

Share This: