Omdat het Pasen is, omdat ik iets wil geven uit het hogere halleluja van mezelf.. En daarom Belofte.
Sweet dreams
Karin
Belofte
`t Wordt buiten kouder en de ballerina`s van de zomer maken plaats voor de diva`s van de herfst.
De bolle spinnen walsen op het rag en ergens op de wereld begint Maria Callas een herderslied te zingen.
Het geluid van onze radio draagt ver de stem zingt van haar bladwerk uit ledergebonden boeken mijn mamma gaat de dikke bramen zoeken noemt de krekeltjes cicaden olijfgroen is haar hoed.
En als mijn mamma sterft hoef ik niets van haar te erven ik zal haar lippen verven omdat de engelen in de hemel zo dol op mooie doden zijn.
schier onmogelijke opgave deze week om eremetaal te verdelen. prachtige werken door de dichters – mijn hartelijke paasdank aan allen. het was weer genieten. laten we drie gedichten eruit lichten. de gedichten van Ditmar Bakker:
Hier weet ik dan een wond die nooit meer heelt, geslagen niet door naasten, of hun derven, maar liefde die tot as is en het sterven van wat mooi is; en nooit, nee nooit meer streelt nieuw gras de barre grond…
van Mevrouw Bevelaar
‘8 jaar in 1 keer aftrekken doet pijn…’
en van Babak Amiri
Als je je boeken bedankt en hun schrijvers vervloekt omdat je ze verantwoordelijk acht voor je vlucht …
bijzondere invalshoeken, prachtgedichten, prachtregels en een invoelende pijn bij het scheiden van de wegen. een vleugje weemoed toegevoegd in het gedicht van Babak. mag ik jullie drie feliciteren met paasgoud, paaszilver en paasbrons. van harte!
Hier weet ik dan een wond die nooit meer heelt, geslagen niet door naasten, of hun derven, maar liefde die tot as is en het sterven van wat mooi is; en nooit, nee nooit meer streelt nieuw gras de barre grond: hoewel bedeeld met zaad dat van het hemelsblauw zal erven het gunstigst weer, blijft in de bodem zwerven een schrijnen van oud zeer dat parten speelt.
Werd lente niets dan storm en donderwolk, zou zomer dan verpest door regen zijn, verdroeg ik dat, gelijk het mensenvolk dat neerslaan moet tot stof op ’t aards terrein; maar dat een droom zelfs sterft, is als een dolk tussen mijn ribben, doet voor altijd pijn.
Ditmar Bakker
–> ‘op deze zonderling lichte morgen’ zeg ik petra maria na – ontmoeten we de weergaloze poëzie van Ditmar Bakker – ja hoe een droom kan sterven – hier scheiden de wegen op zijn ditmars verwoestend verwoord. prachtig het licht uit de ochtend geslagen – uit elke ochtend verder geslagen – we duiken de donkerste tunnel in met die ‘pijn voor altijd’. ja zo moet dat in de poëzie. licht is zonderling licht – pijn is onverdraaglijke pijn. hoe gelukkig mogen we met een dichter als ditmar zijn hier op pomgedichten punt nl – dat het een keer gezegd is.
Deborah Bevelaar – Jij noemt het een wonder.
Rik van Boeckel – de waarheid in zachte pacht
Petra Maria – de waarheid is omsingeld
Frans Terken – warmlopen langs de lijnen van waarheid
Ditmar Bakker – nee nooit meer streelt nieuw gras de barre grond
Magda Haan – voorbij normen en waarden
Ton Huizer – niet met die treurwilg
Cartouche – brand en aanmaakhout
Erika De Stercke – en je hoest
Babak Amiri – Als je je boeken bedankt
Anke Labrie – hier nog een kaart om niet te verdwalen
foto: Ben Kleyn
wie wint de enige echte virtuele – hier scheiden echt onze wegen hoor maar we gaan wél verder op dezelfde weg – trofee op pomgedichten punt nl?
alsof het van de poëzie was de politiek – het én én redeneren – het uitbouwen van mogelijkheden, van waarheden en van leugens, de fantasie die alle kanten op kan, het vaste geloof in de waarheid, de waarheid die gecomponeerd wordt waar je bijstaat. Wahrheit und Dichtung zeggen sommige oosterlingen. dat is poëzie! we lezen graag van uw ‘wahrheit’ en van uw ‘dichtung’ dit weekend. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
nou weet ik wel dat het leven in je gaat zitten als houtrot en dat je krijgt wat je verdient
maar jij kan er ook wat van dat het lijkt alsof de waarheid iets van poëzie begint te krijgen de poëzie iets van bedrog
pom wolff
Voor PO
Vannacht groeien we terug naar een oud vergeeld geluk waarvoor wij ons lang hebben ingehouden, de handen gevouwen rond het gebed, al is het stuk.
Jij noemt het een wonder. Maar het is meer een gaasje dat zich aan de wonde hecht: 8 jaar in 1 keer aftrekken doet pijn. Zo blijven we voor altijd samen onderhuids.
Wie zal het zeggen wat er van zo’n verlangen rest?
We zijn al blij met een huid die zich de rimpels wel herinnert, maar nooit de spijt.
DB
mag ik u allen een vrolijk paasei toewensen bij uw paasontbijtje. Deborah Bevelaar idolaat van Pieter Omzigt lazen we op ons aller FB maar nu ook op pomgedichten punt nl – welkom beiden! omzigt direct aangesproken zoals hij zelf anderen direct aanspreekt. en au au au dat gaasje doet pijn. de wonden weer eens gezellig open gereten, het gevraagde thema op een bijzondere wijze verdicht. debbie kan er wat van. hier scheiden onze wegen – het thema – maar dan scheiden de wegen ook bij debbie – zonder terughoudendheid vervliegt het ‘wonder’ in poëzie, de poëzie in pijn. pijn in gerimpeld verlangen – als een appeltje dat te lang op een schaal van verlangen heeft gelegen. als een open wond in de frisse lentewind.
Levenskwansel
De lente lacht niet langer geduld verdwijnt in zielloosheid
de zon schuilt achter wolkentranen het Norremeer dwaalt in gedichten
de politieke zieke levenskwansel danst door dagdromers heen
functies worden opgesoupeerd in het verkeerde onterechte gerecht
de waarheid in zachte pacht tot poëzie verdicht zo nooit verdacht
Rik van Boeckel 2 april 2021
even het norremeer opgezocht – god mag weten waar rik dit meer in al zijn wereldreizen bevoer. maar het ligt om de hoek: Van zuidwest naar noordoost liggen er de volgende plassen: ’t Joppe, de Spriet, de Laeck, de Warckerleede, Zweiland (de grootste plas), het Norremeer, de Eijmerspoel, de Dieperpoel (de meest noordelijke plas), Spijkerboor en Kever (de meest oostelijke grote plas). Ook de vijf kleine plassen ten oosten en zuiden van de hoofdplassen worden nog tot de Kagerplassen gerekend. Het gaat om Sever, de Koppoel, de Kiekpoel of Kleipoel, de veraf gelegen Hanepoel en het Vennemeer. zo we zijn weer bij op eerste paasdag. het woord ‘zielloosheid’ in het begin van riks gedicht is een te nadrukkelijk niet poëtisch woord. maar ja dat is smaak. daarentegen stralen de laatste twee regels van poëtische schoonheid. we weten niet precies wat er staat maar die regels staan als een huis:
de waarheid in zachte pacht tot poëzie verdicht zo nooit verdacht
bij deze regels roep ik uit – ja inderdaad zo is het en niet anders, nooit meer anders. jammer dat het gedicht slechts twee wereldregels kent.
een zonderling zachte morgen luchtigheid overspoelt de stappen in het gareel van de dag
was jij het op die bergtoppen dacht je dat alles langs zou komen als een stoet van bewondering
was jij het die voorbij de openheid als een schiploos kapitein een zee zonder golven bevaarde
op deze zonderling lichte morgen is alles nog niet verloren maar de waarheid is omsingeld
petra maria
–> ook petra’s gedicht kent één wereldregel bij welke alle andere van het gedicht in het niet vallen. dat prachtige: ‘op deze zonderling lichte morgen’- het gedicht verdient dan ook een voortdurende herhaling van deze prachtregel en dan een invulling van alles wat op poëtisch verlichte wijze plaatsvindt ‘op deze zonderling lichte morgen’. hoe een paasochtendje tot een verlichte zonderling lichte morgen te componeren – vraag het aan petra maria en uw paasdag zal u in ‘eenvouds verlichte waters’ toezingen. het is alsof lucebert even oplicht.
Ommetje
Je kunt in een beter lopen winkel je voeten gepast schoeisel aanmeten warmlopen langs de lijnen van waarheid als gaat het door kreupelhout
spelt daar iemand zijn gevonden herinnering dagenlang stappen gezet en gezocht in het doolhof van zijn geheugen blijft hij de werkelijkheid ontkennen
– roep ik je hebt er geen reet van begrepen geef hem een trap onder z’n gat en wijs : hier zit je vergeten hersenweetje –
en kijk zo ligt hij dan zieltogend naar adem te happen alsof door afkeur onder de voet gelopen
wie helpt hem overeind duidt met vaste tred een richting wijst de uitweg – niet naar afgrond of graf
het pieter omzigt ommetje brengt je niet veel verder – op wel zeer poëtische wijze giet frans de harde werkelijkheid van onze vriend rutte om in niet minder onheil voorspellende poëzie. knap gedaan. wie helpt hem overeind – met enig mededogen de vraag gesteld aan het einde van het gedicht. na 13 uren van inhakken op een persoon is rutte wel aan een ommetje toe. wacht aan het einde van de donkere tunnel (het spook) omzigt rutte op. wordt nog vervolgd. gaan we eerst maar even van de ronde van vlaanderen genieten vandaag – frans – ons ommetje.
Scheuren
laten we lopen door de lege straten we zijn abrupt vergeten wie we eigenlijk waren
overstijgen bezwaren groeien vormeloos voorbij normen en waarden
het nu – dat schurend- overgaat in dat – wat had- kunnen zijn toekomst die scheuren vertoont in wie wij toen waren
alleen maar verder lopen tot we de stad verlaten naar onontgonnen gebied
Magda Haan
–> altijd moeilijk en ondankbaar gerecenseerd te worden na een bijdrage van ditmar bakker – een soort noodlot: eerlijk gezegd ontdek ik weinig poëzie in magda’s tekst. woorden als ‘normen en waarden, toekomst en bezwaren’ dragen niet bij aan een poëtisch gehalte van het gedicht. de derde strofe bevalt mij in weemoedig en dramatisch opzicht – begin je gedicht met die regels en maak er een mooi gedicht van:
het nu – dat schurend- overgaat in dat – wat had- kunnen zijn in wie wij toen waren
Dag Pom, Taaldingetje, geen poëzie natuurlijk. Tik een eitje, slobber wat koffie, gewoon door met leven…
Paasgroet, T. Tweespalt
Ik heb het gehad met je schat ik ben het goed zat dat jaloerse gezeik maakt me ziek
ik sliep niet met Truus, niet met Yvonne en al helemaal niet met die treurwilg Monique
jij gaat hier naar rechts en ik ga naar links en na de rotonde zien we wel weer
we leggen het bij of ik hol je voorbij en hopelijk ontmoeten we elkaar dan nooit meer Ton Huizer
–> haha die treurwilg – ton Huizer altijd lachen – mooi in het landschap geplaatst door de poëtisch landschapsarchitekt huizer. de rotonde ook goed gesitueerd in het light verse – nog een kans om de ellende uit de wereld te krijgen anders draaien de hoofdpersonen door in hun eigen gelijk. een van de twee – dat moet hier toch echt vastgesteld – draait tegen het verkeer in. als dat maar goed afloopt – het ongeluk zit hier niet in een klein hoekje – maar draait als een derwishdans om de betrokkenen heen op een rotonde.
Uitgroeien
kleren, jassen, schoenen, gewoonten vergaren, sparen en zoeken wat en wie ons past, verlangen sussen, ons onderhuidse branden blussen
een gaatje vinden een oog, een hand een mond in een veldbed van violen, ons samen voor even neerleggen en doortasten
hoe we bij het scheiden van wit en bont en blauw – onszelf en elkaar alleen maar verder blijven uitwonen in lichaam en in geest bij het strijken van de tijd
aan elkaar geklonken als brand en aanmaakhout doorgaan tegen beter weten in te streven naar vergetelheid
04-03-2021 Cartouche
–> wel heel veel woorden om ‘doorgaan tegen beter in’ te beschrijven. het is teveel vandaag Cartouche. dit is een van de mindere gedichten van dichter Cartouche die bijna elke week hier het goud tracht op te halen en ophaalt. maar zo pakken we geen eremetaal beste man. ik zou zeggen doe de open haard aan – wat brand en aanmaakhout erbij – en stoken maar. het is koud voor de tijd van het jaar. hier scheiden de wegen – je hebt innemende goede en minder goede aanmaak poëzie. (Cartouche zal wel weer in woede ontsteken bij het lezen van webmasters woorden. heerlijk die witheetheid bij de open haard)
buitendeur
hoe je me een bouquet leugens schenkt ik heb je vanaf het eerste moment door
maar geef je mijn interesse en parfum schenk het glas vol, knabbel nootjes
ga met jouw grootste plannen mee, dat er benadeelden zijn, van geen belang
handtekeningen stellen niets voor enkel wat strepen op papier en je hoest
dringt vlot in mijn hoofd binnen dankzij de beste wijn, het mooiste pak
of je lang bent gebleven, ik geloof het niet, naaldhakken zijn doeltreffend
Erika De Stercke
–> ha daar hebben we de oude erika weer met naaldhakken gewapend de mannen tegemoet. ze deugen ook niet of nooit die mannen. kind je hebt gelijk! sla ze neer, prik ze lek! ze verdienen niet beter. het is slecht volluk meneer. in 12 regels worden alle mannen gent uit geslagen en als ballonnetjes doorgeprikt.
Hoi Pom Ik weet het. Met: hier scheiden echt onze wegen…. refereer jij naar de actualiteiten. Maar jouw zin heeft me toch geïnspireerd tot dit persoonlijke niet actuele gedicht. Groetjes Babak
Als je je spullen moet pakken om naar het noorden te gaan Of je gaat naar het westen en je hebt geen tijd om in te pakken
Als je je boeken bedankt en hun schrijvers vervloekt omdat je ze verantwoordelijk acht voor je vlucht
Als je tegen je oma zegt: het is maar voor heel even het is geen Ayriliq en je stiekem afscheid neemt van je beste vriend
Vraag dan nooit om begrip Zij begrijpen het wel Maar een: ik hou van jou kan geen kwaad
Babak Amiri
–> in eenvoud weergegeven het thema – het scheiden van de wegen – maar hier dan in de vorm van een min of meer gedwongen afscheid. mooi klein gehouden met een lief en weemoedig advies tot besluit. je hoort de zanger in de verte in zachte klanken de woorden van pijn zingen: melancholie van een treurig gemoed.
‘je dacht zeker dat ik helemaal blind was’ dan heb je vast mijn bril niet gezien al leek die lichtrood het was zeker geen roze
hier scheiden dus onze wegen
jij neemt het fietspad ik neem de snelweg
hier nog een kaart om niet te verdwalen vouw hem wel uit voor alle details bij vluchtwegen staat al een kruisje
we komen elkaar vast wel weer tegen
anke labrie 04042021 (eerste regel uit lied van ‘Drukwerk’)
–> of hier de bril van Kaag bedoeld is? als melk eenmaal zuur is wordt de melk nooit meer niet zuur. de politiek van dit moment getekend. zure gezichten al dan niet met bril. hier scheiden de wegen voor het moment. de politici moeten het gedicht van Anke maar lezen om verder te komen.
Als ik mijn leven nu met een beetje Om zicht bekijk, dan sta ik er stukken beter voor dan Rutte.
En dan ineens is het leven in normaal vaarwater. Geen ziekenhuis, alleen bloedprikken elke 3 maanden en hopen dat het monster de komende 2 jaar (liever langer) zich niet laat zien. Blijft het die tijd weg, dan blijft het meestal decennia weg volgens de statistieken. Is het eerder terug, dan hangt dat halve decennium nog steeds als het zwaard van Damocles boven het hoofd. Het is moeilijk loslaten, maar we gaan ervoor dat het opgerot is en pakken het leven weer op. Niet zo moeilijk in het zonnetje… Goed nieuws dus, erg goed nieuws. Het moet nog even doordringen, maar hup…weg met die gedachten…we gaan bijtanken in de zon en weer leven!
Omarm me Wees de tijd wanneer ik het kwijt ben Tik zachtjes op mijn schouder Laat jezelf leiden door de slingers aan mijn lichaam Blaas ballonnen en durf ze leeg te laten lopen Laat me schrikken wanneer ik het niet verwacht Omarm me Binnenkort kan je me niet meer kopen
en dat de dagen elke dag opnieuw steeds weer opnieuw en steeds weer opnieuw en steeds weer een beetje erger en nog erger uur na uur na uur erger minuut na minuut erger
uit hoeveel dagen het leven nog uit hoeveel dagen het leven geslagen werd en die koffie die je nooit meer vergeten zal
Hoi Pom, Verblijf in Tuinpark Buitenzorg inspireerde me tot dit tekstje. In de bijlage. Voor pomgedichten, groet, Merik
Goed boeren in Buitenzorg
Op die winderige maandagmiddag op weg naar de pruimenjam van Yvonne, kwam ik Jos tegen. “ Heb je die kippen nog ?” vroeg ik. “ Ja,” zei die, “ en ze hebben gisteren vier eieren gelegd.” “” Doe mij maar allevier,” zei ik, “ Hoeveel kosten ze ?” “ 25 cent per stuk.” “ Heb je een doosje ?” “ Ja,” zei Jos, “anders wordt het zo’n kledderzooi.”
Met Jos’ doosje van vier eieren liep ik langs de tuin van Yvonne en kocht een pot pruimenjam.
Niet alleen rozen en Japanse kers bloeien in Buitenzorg, ook hangen appels, peren en pruimen aan de bomen en kippen scharrelen rond.
al dat weten dat ik maar niet weet hoe een lekke band te maken bijvoorbeeld of waar de melkweg zich bevindt nog steeds weet ik niet wie te kiezen of wat ik later worden wil ik weet ook niet wat ik zeggen moet als jij plotsklaps voor me staat
waarom ik weet dat je een krokodil verjaagt door met een platte plank te slaan op water is mij bepaald een raadsel
oorspronkelijk geplaatst op 17 februari 2020 –inmiddels weten we heel goed wie zij is
dank jullie wel voor het aandragen van zoveel namen, voor zoveel blond vrouwelijk schoon van rond de 45. vanochtend wist ik het. ik zocht haar foto op – en ja jacob ze was het hoogstpersoonlijk zelf. ze is 52 jaar. mijn 45 jaar inschatting mag ze als een compliment beschouwen lijkt me. ze zag er ook kerngezond uit. het mooie gedicht van remco campert zou voor haar geschreven kunnen zijn – zo langs dat diepe mooie water van de amstel – waar ze liep. geen schrijfster, geen journaliste, geen actrice of tv persoonlijkheid. het is de minister met ziekteverlof en voormalig wethouder in amsterdam – onze kajsa ollongren. dank jullie wel voor de steun en de tekenen van toeverlaatschap.
dank aan Bartke, Catharina, Mathieu, Catelijne, Jacob, Lucienne, J.C. de Graaf, Von Solo, René, Han, Wally, Willem en Hans
zoektocht naar een blonde vrouw, een zacht gezicht van een jaar of 45
het hele weekend gezocht en uiteindelijk toch gevonden. de situatie: pom op de e-bike fietsend langs de Amstel – de dagelijkse routine van een pensionado – op het stuk dijkweg tussen uitvaartcentrum zorgvlied en restaurant ‘het kalfje’ – net voor de molen en het standbeeld van Rembrandt. ik keek in een gezicht in het voorbijgaan van een vrouw, een blonde vrouw, een zacht gezicht van een jaar of 45. zij wandelde – ik fietste – zo’n Remco Campert moment. een soort sjaal om haar hoofd maar wijd gewikkeld. niet opvallend toch wel duur gekleed ook – ik ken haar, ik ken haar, ik ken haar – dacht ik – wie is dat toch. een bekend gezicht. wie? wie? wie? eenmaal thuis, de gezichtsindruk niet vergeten. nee andersom zelfs – het gezicht begon te spoken in mijn hoofd – wie zou dat toch kunnen zijn besprak ik thuis. ze moet een BN-er zijn dat kan niet anders – ik zie haar zo voor mij. maar wie? een schrijfster? een actrice? een journaliste? de google zoektocht begonnen – eerst maar schrijfster – blond – rond de 45 – Nederland. tal van suggesties uit de huiskamer. inmiddels leek het of de hele familie op zoektocht was. Nee SUSAN SMIT niet, veel te uitgesproken ogen. PALMEN al helemaal niet, veel te oud en ook niet echt blond én geen zacht gezicht: die krupstaalharde ogen van dat mens hou op!. ANNEJET VAN DER ZIJL dan – tsja tsja, nee toch niet. wel zo een soort tiep, niet een echt sprekend gezicht maar wel blond. nee en toch was zij het niet. dat je het gezicht wel herkent maar niet meteen de naam paraat hebt. (ik ken je – maar wie ben je?) TREUR veel te jong, SASKIA NOORT, nee zou ik herkennen en ook bij naam. Nee, Nee. toch geen schrijver dan. BAARSMA misschien? nee die helemaal niet – barbara zou ik echt herkennen – die stond op het schoolplein der zoontje af te halen toen ik dochterlief afhaalde. die rent wel rondjes voor de lijn langs de Amstel en in het Amstelpark – en dan glimlacht ze altijd – maar zelfs dan heeft ze der ogen zo indringend opgesmukt dat je niet kunt spreken van een zacht gezicht. wel die leeftijd ja ongeveer. ja. en inderdaad wie langs de amstel loopt richting amsterdam zuid zal waarschijnlijk ook wel in 020 wonen. in ieder geval zou kunnen. op naar de actrices en tv persoonlijkheden op google. maar nee al die ogen nog verder uitgesminkt dan bij barbara baarsma. zo nadrukkelijk overdreven fotogeshopt – nee een actrice is ze niet, was ze niet. niet dat aanstellerige. dat gezicht was zachtaardig maar wel bekend – ik kan haar zo uittekenen. misschien toch MARION PAUW dan? toch een schrijfster die jij nog nooit gelezen hebt klonk het in de huiskamer. ik keek en nee, net te jong. wel zo een soort gezicht ja – maar 10 jaar ouder of zo. en vanochtend wist ik het ineens lieve lezer. ik maak de naam vanavond hieronder bekend van de blonde vrouw die zaterdagmiddag langs de Amstel liep en mij mijn remco campert moment bezorgde en vervolgens een weekend lange zoektocht. AAN WIE DENKEN JULLIE?
de ogen van een gier zijn koud de ogen van een kind zijn ongeschonden
Dear Pom Op een maandag moet je niet al te moeilijk doen. Vroeger zag ik dit eiland als een pannenkoek met zeven krenten. Mijn fantasie was pretentieloos. Hier heb je je gedichtje. Lees mooi. Liefs Karin
Ziel
De tijd tikt van de tegels af het korstmos heeft zijn werk gedaan ik bied mijn ziel aan ieder roofdier aan maar nee, ze vluchten schuchter van me af.
Er is geen hogere macht gevonden die mij op deze wereld openvouwt de ogen van een gier zijn koud de ogen van een kind zijn ongeschonden.
Het visioen van obstakels in de oude lucht of door de hel gaan met kapotte handen deden mij vrijwillig in een cel belanden of diep ongelukkig zijn in een doods gehucht.
dank aan alle dichters voor het insturen van de lentegedichten rond het gevraagde thema gedrapeerd. deze week kiezen Wij van hier (de majesteit doet mee vandaag) voor de eenvoud. eenvoud als in een lief lenteliedje ervaren we bij de woorden van Petra Maria en ook bij het lichte lentegeluid van Peter Posthumus. Petra Maria goud, Peter zilver. Van harte.
ach toe nou toch met beloftes en ontluiken is nog niets verloren
winter was zo koud zo donker de pleintjes zuchten naar zon rosé en belgische trappisten
keer ons om de ingeslagen weg ze is te donker
daarna zien we dan wel weer dood gaan we toch doe ons maar de lente lente eeuwige lente
petra maria
–> iets met kleuren, iets met weemoed wellicht, ramen en vergezichten, vogeltjes, lente – ja doet u maar een tekst als een lenteliedje, een mooi liedje om samen te zingen – een mooie tekst – kwetsbaar zoals dichters nu eenmaal altijd vogelvrij in de lente zijn – ik geloof dat het beschreven thema geheel en al door Petra Maria is ingevuld. ik hoor de sirenen verlokkelijk zuchten en zingen in een waas van belgische trappistenlucht.
Na een tijd van leven weet je het alles duurt maar even
wat je er van vond wat je deed het kwam niet van de grond
wat blijft is de herinnering maar ook die zit vol ontluistering
je nam jezelf van alles voor wat niet gaf want het meeste ging niet door
je denkt dat alles ijl en leeg is en ook dat ieder pad een doodlopende steeg is
maar opeens voel je het ‘ tis voorjaar en je veert juichend uit je bed
peter Posthumus
–> een simpel liedje met een simpel rijm om vrolijk van te worden. deze week zijn we in voor lichte eenvoud – geen witloof, geen gedoe, geen vochtige sappen, geen gepeupel, geen bevroren vrouwen, geen WO 3, geen spatkledders.
Petra Maria – doe ons maar de lente lente eeuwige lente
Rik van Boeckel – bloemen dansen door de tijd van orchidee tot narcis
Frans Terken – de klok niet vooruit
Erika De Stercke – witloof met hesp
Ien Verrips – deze zomer stopt de lente niet
Ditmar Bakker – Och, Heer; en lente komt. Het mooist seizoen.
wie wint de enige echte virtuele – doet u mij maar vandaag een mooi liedje – trofee op pomgedichten punt nl – kwetsbaar zoals dichters nu eenmaal altijd vogelvrij in de lente zijn.
iets met kleuren, iets met weemoed wellicht, ramen en vergezichten, vogeltjes, lente – ja doet u maar een tekst als een lenteliedje, een mooi liedje om samen te zingen – een mooie tekst – kwetsbaar zoals dichters nu eenmaal altijd vogelvrij in de lente zijn. U kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
nee ik slaap niet meer natuurlijk als zij om haar mond haar handen vouwt
je hoeft niet te denken om te voelen uitgevallen licht maakt altijd donker
en dat de dagen elke dag opnieuw steeds weer opnieuw
en steeds weer opnieuw en steeds weer een beetje erger
uur na uur na uur minuut na minuut pom wolff
Het lied van lustige weelde
Herinnering een ode aan de tijd foto roept een lustige weelde op kruist het beeldend vergeten
zingend sluit ‘t hart de jaren verdwenen dagen keren rustig om wandelen langzaam het geheugen in
bloemen dansen door de tijd van orchidee tot narcis oh azalea de nimmer verwelkte parafernalia
kleine traantjes laten juwelen vallen de deugd verbergt ze onder lakens van zuiver zingend de fluweelzachte zijde
het lied van lustige weelde keert terug smelt de tong om tot akkoord en woord verzen dansen olijk door de dagen heen.
Rik van Boeckel 27 maart 2021
–> het aangegeven thema brengt ook onze rik van boeckel in euforie en ons in zijn euforisch beschreven verzen. het lied van lustige weelde in de repeat gezet – ik denk dat we zelfs de lustige witwe hier aan de overkant weer olijk door de beschreven lentedagen kunnen duwen, kunnen krijgen, kunnen doen. ja als het leven zo zou zijn als rik het beschrijft – dan is 020 voortaan een zinderend ruigoord – dan hoeft er op het museumplein geen koffie meer gedronken – dan herleven oude tijden in geheel 020 in vondelpark en amsterdamsche bosch – dan dansen de vrouwen gehuld in fluweelzachte zijde en binnen anderhalve meter copuleren minstens 6 mensen er lustig op los.
Deze dag
Dat het zo’n dag is dat je de klok niet vooruit maar terug zou willen zetten
dat het niet sterven maar volop leven is de uren van vreugde tellen
zoals narcissen doen die hun kopjes opsteken nog tegen beter weten in
dat kleuren van de tijd die je in de schoot geworpen je stem nog het hoogste lied
tegen het onverbiddelijke als de wijzers je grijpen
–> frans schetst meer een droombeeld dan een woest ruigoordverleden – een werkelijkheid zoals we die bij Rik hierboven konden genieten. de wijzers van de klok zullen onontkoombaar toeslaan – nog even 5 minuten onder de warme dekens blijven lijkt frans ons te gunnen. graag aanvaard.
een kleine wereld
de nachtkilte steek ik onder boeken weg, gordijnen open en lelies bij het raam
rond de laagstam lentegeur een merel glipt weg net of hij er niet eerder was
in mijn hoofd zitten reizen die zich tussen stations en kathedralen herhalen
ik schater als een pittig kind bij het eten van witloof met hesp, mijn éénpansgerecht
Erika De Stercke
–> ik zeg een pittig ontbijtje – witloof? wat is witloof – in de libelle lezen we 10 recepten – https://www.libelle.be/lekker/10-recepten-met-witloof/ gordijnen open lelies bij het raam – ik dacht deze dag begint goed – een merel nog in de verte – ook ok – maar dan dat gerecht op je vroege ochtend nuchtere maag. neen!
dat groen, dat lieve lentegroen dat fluistergroen van het begin dat ritselgroen dat liedjes deunt en wiegend kleur bekent
dagen lengen de langste dag voorbij het voorjaar lievert door deze zomer stopt de lente niet alleen wij kleuren bij
ochtend fris avond koel daartussenin smukt blij de zon de tuinen op spatkladt de bermen rood, geel wit het helle licht de zomerzon de hitte beteugeld door de noorderwind
Ien Verrips
–> ik zou het toch bij de blijde eerste twee strofen houden Ien – met die even grappige als ware en verwoestende slotregel dan – alleen wij kleuren bij – hoe de mens op zich niets te vertellen heeft over het natuurgebeuren – welke liedjes ze ook zingen – ‘spatkladden opsmukken en beteugelen’ – hmm nee net teveel allemaal!
Rubayat na een Afscheid
Zoveel gezegd en meer gedaan tot groot plezier, meest simultaan. Steeds wakker bij Aurora’s gloed. Mijn lievje, blijf je naast me staan?
Steeds wakker bij Aurora’s gloed voelden wij voor- en tegenspoed. Mijn lieveling, wat nu te doen? Elkaar weer zien in ’t beddengoed?
Mijn lieveling, wat nu te doen? Ben ik een egoïst? Een oen? Ben jij weldenkender? Och, Heer; en lente komt. Het mooist seizoen.
Ben jij weldenkender? Och, heer; denk eens aan ons geslachtsverkeer. Meer warmte of intimiteit vindt geen van ons nog. Nimmermeer.
Meer warmte. Of intimiteit. Meer eerlijk-; gekkig-; tederheid. Meer van hetzelfde. Harmonie. Meer luisteren. Zien, op zijn tijd.
Meer van hetzelfde. Harmonie is wat ik tussen ons ’t meest zie; wellicht mist somtijds het begrip, wie heeft, in pacht, de wijsheid? Wie?
Wellicht mist somtijds het begrip, ontgaat mij veel. Zelfs nu—verhip, Een week is al voorbijgegaan en stuurloos is dit narrenschip.
Een week is al voorbijgegaan. Mijn lievje, vlij tegen me aan, je hebt mijn hoofd, mijn hart, mijn ziel, mijn dichterlijk cliché. Komaan.
Je hebt mijn hoofd, mijn hart, mijn ziel, en zonder jou ben ik—nihil. Kom terug. Je bent mijn hoop, mijn kracht… Het spijt me als ik tegenviel.
Kom terug: je bent mijn hoop, mijn kracht, de liefste die ik ken bij nacht, zo zacht als is de dageraad. Ik bid: kom terug. Ik houd de wacht.
Zo zacht als is de dageraad kan zijn jouw hart, als ’t voor mij slaat. Zoveel gezegd, en meer gedaan… Dwaas is hij, die het rusten laat.
***[D.B.]
–> nogal uitgebeid vers. de eerste 16 regels gelezen en zie daar we hebben een afgerond gedicht. én een mooier dramatischer en weemoediger slot is niet denkbaar krijst reve uit de hemel:
Och, heer; denk eens aan ons geslachtsverkeer. Meer warmte of intimiteit vindt geen van ons nog. Nimmermeer. niets meer aandoen na 16 regels – goud op pomgedichten – de wereldcup binnen gehaald – de dichter die zich onder bogen van triomf alle witte loof uitingen minzaam lachend laat toezingen – maar nee onze Ditmar gooit er nog een regeltje of veertig meer tegen aan – geen noodzaak! geen witte loof! geen erebogen of metaal.
Ochtenddauw
vandaag duik ik onder wil ik alleen maar slapen buiten lopen nachtmerries op klaarlichte dag
tranen vallen als ochtenddauw op het gevreesde scenario dat al als een blauwdruk klaarligt voor de geschiedenis
gesmoord hoor ik inktzwart de woede en onwetendheid van het gepeupel
stilvallen is de beste optie wek mij maar bij het opkomen van de zon
–> natte bedoening. ochtendauw. daar denk ik noordhollandse velden bij in de vroege mistige ochtend – en weer snel het warme bedje in! eens kijken wat onze magda ons lezers te bieden heeft. oje er lopen nachtmerries buiten, ik lees over tranen en woede en ook nog over gepeupel – deze ochtenddauw lijkt me niet echt gezond voor een mens. WO 3 lijkt aangebroken en Magda duikt onder.
met dank aan de vogels
hoe het dorre lijf verstijfd het morgenlicht begroet en het geluid van vroege vogels
in de aangeharkte binnentuin fluiten zij de winter uit vanaf de eerste bloesemtakken
hij kijkt naar zijn vrouw bevroren in een lieve lach waarna de wintertijd aanbrak
vandaag de klok vooruitgezet bij haar portret de narcissen langzaamaan wordt het weer zomer
anke labrie 27-03-2021
–> ook hier overheerst de jonge lenteachtige vrolijkheid net ietsje minder. een droevig relaas. de bevroren lach van de levenspartner – zo beschreven zal elke lente winter zijn. het leven blijft overwinteren lijkt anke ons lezers te zeggen.
Primavera
Een balcon in Spaanse lentezon sneeuwwitte tulpen die uit hun bol spiegelglas: de sofa als ankerplaats badend in haar hemelblauwst, je pupil handbreed die zich aan de zijne meet
een melodie speelt hun door het hoofd ‘solamente tu’*, belofte van, symfonie van hand en huig tong en mond, een samengaan van zaad en vocht
bloemen in de knop – hakend naar opgaan en openbloeien lichtheid in duisternis – gebroken en op het aanzwellen van je tonen beweegt al het stille weten mee
van houden van, van maat en dat elk gedicht – poesía eres tú** – een eind een begin van weemoed in zich draagt
it’s all over now baby-blue
27-03-2021 Cartouche *Solamente tú: jijalleen (Pablo Alborán – Solamente Tú – con DianaNavarro) https://www.youtube.com/watch?v=OFgWLk052gA
**“¿Qué es poesía?, dices mientras clavas en mi pupila tu pupila azul. ¿Qué es poesía? ¿Y tú me lo preguntas? Poesía… eres tú.” (Gustavo Adolfo Bécquer) Wat is poëzie?, zeg je terwijl je jouw blauwe pupil in de mijne prikt. Wat is poëzie? En dat vraag je mij? **Poëzie..dat ben jij
–> ergens had ik deze lofzang – lovesong – al eens gelezen bij Cartouche – tsja het is nu al weer ‘over’ – beste Cartouche. moet je ook maar beter je best doen en niet al die plaatjes opzetten. ze wil het live – ze zit niet op liedjes en dichters dromen te wachten. en die tweede strofe kan echt niet. nou ja het zou passen bij het legendarisch slamduo de woorddansers die in een tekst tal van vochtigheden de zaal in smeten.