Ik zei het drie weken geleden al en ik zeg het nog steeds: er gaat niets boven een grote pot liefde. Er gaat niets boven het hogere hallelujah van jezelf. Met liefde kun je een ander bedwelmen. Met liefde kom je de wereld rond. Ik schenk je mijn gedicht In Aphrodite.
Snurk mooi en leef liefde. Altijd. Liefs
Karin
In Aphrodite
Ik ruw je aan tot een opaal uit mijn borsten groeien de lianen je voegt je in mijn bekken. Kwijlt. Dit doet zij met ons.
Het is het drinken van absint het is het stervend terras van Van Gogh het is een fragment uit een moment.
Wie daar niet ooit een keer wil wonen is een half mens misschien nog wel minder dan een half mens maar daarom niet minder sympathiek.
liefde vrijheid democratie ze schreeuwen op de straten weer ‘op de pleinen’ zou offerman dichten als ie nog dichten kon dood aan de corona maar daar zitten ze niet mee de kale koppen met een dichter
want doden bestaan niet doden lopen niet met gele pluutjes noch met de nederlandsche vlag doden hebben geen roze hartjes zijn geen ‘strijders voor ons allemaal’ wilden alleen – zo vreselijk alleen – hun eigen adem halen
een sobere Erika de Stercke (goud!) en een uitbundige Cartouche (ook goud) vallen deze week in de prijzen. welk terrasje met welk eremetaal – dat was de vraag – een niet makkelijk te beantwoorden vraag. in de commentaren onder de gedichten is het antwoord gegeven.
dichters dank jullie wel – open de terrassen – open de flessen – open de wijn.
De tafel van twee
Hoe je daar zat, achter de bloembakken, het had iets schots, iets scheefs, jouw aanblik op het terras, de overslag van je been, de lichtheid van je dij, het purper van je lip het bloedrood van je nagellak, je pumps
ik kon er niet omheen, het pijpje achteloos in je hand de brand in je ogen, het omzien naar een tafel-lelie – een meneer van dalen -, een echte heer van stand, ik zag hoe je zocht en vroeg vrijmoedig in mijn beste steenkoolengels “do you want a light, my dear?’waarop jij ‘no thank you, sir” geen zee is groot genoeg om een veenbrand te blussen – laat me even alleen mijn sigaret en mij, daar komt niemand tussen “no one, no body, never ever”, zelfs geen brandweerman
doet aan vermenigvuldigen als hij optellen en aftrekken kan 1 met 1 geeft nog lang geen pas en met een intrigerende glimlach nippend aan je Loch Lomond on the rocks bleef je zitten – uitkijken naar het sein brand meester in de mist die tussen ons in hing, voor altijd blijven zou –wist je – zoveel had je van kopland meegekregen kon je met je ogen dicht natellen op de vingers van een hand ‘het verlangen naar’- een vuurtje, een lucky strike – ‘een sigaret is het verlangen zelf’
ah, hoe zonde, het had zo goed er een voor twee geweest
24-04-2021 / Cartouche
–> ik zeg een heel verhaal – een verhaal van verlangen – en ik moet eerlijk zeggen met tegenzin aan begonnen – maar cartouche heeft mij meegetrokken in zijn verhaal. en als je dit verhaal in een opzwepend tempo weet te brengen dan is de winnaar van de slam bekend. zo win je een slam – met een goed en verrassend verhaal – twintigers en dertigers doen niets anders. dit is geen gedicht – dit is een performance.
ze lonken de terrassen als vliegenvangers naar hongerige lijven in het lentelicht
aan de tafel bij een zwerm die ons vreemd lijkt laten we het gezoem achter
we vliegen over de grenzen van regels voor een vrijheid tussen jou en mij
Erika De Stercke
–> moest wel twee keer lezen en ik begrijp nog niet precies wat er staat – maar volgens mij trekt Erika ons hier wel de poëzie in – een vergelijking – wat gezoem en wat er kan ontstaan na een terrasbezoek tussen twee mensen – weg van de regels op naar iets van vrijheid. een gedicht waarin ik langzaam begin te geloven.
Petra Maria – ik wil dat je blijft
Frans Terken – de glazen met hartstocht gevuld
Rik van Boeckel – nu ik met jou de tequila sunrise speel
Ien Verrips – op tafel dansen in ’t café
Max Lerou – dichters gefêteerd barbaren bekeerd
Anke Labrie – omdat hij er was
Cartouche – Hoe je daar zat
Erika de Stercke – de terrassen als vliegenvangers
Vera van der Horst – voor ons staan, de bitterballen
foto: Ben Kleyn
wie wint de enige echte virtuele – terras ik jou vandaag of terras je mij? – trofee op pomgedichten punt nl? we mogen weer, niet te lang, tot 1800 uur, korter mag ook. de firma list en bedrog schrijft in het wilde weg wat regels voor – de rokjesdagen aanstaande – vooralsnog ook tot 1800 uur. hoe dan ook er valt weer te genieten – we hebben dichters en we hebben een terras – dan hebben we ook gedichten. de zondagochtendwedstrijd deze week op pomgedichten met terrasgedichten. u kent de regels:
gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
ontmoeting
het zou een gedicht kunnen zijn als een warme zomerdag een wonderbaarlijk toeval een leeg terras een berg midden frankrijk – en daar zat jij
deux vins blancs s’il vous plaît zei ik in mijn beste frans aussi pour elle en jij deed of het de gewoonste zaak van de wereld was
het eten een belofte nog ‘juste comme toi’ was het eerste wat je tegen me zei
pom wolff
koffie op het terras jij rookt zwijgend wist ik maar wat te zeggen
lente wat voor lente een uittocht van onschuld
dan staat er iemand op schreeuwend nooit meer nooit niets zal hetzelfde zijn
schreeuwt bij mij ook diep van binnen ik wil dat je blijft altijd wil ik dat je blijft
wist ik maar wat te zeggen
petra maria
–> petra maria schildert een stil terras vol met gedachten – met één overheersende: hij moet blijven. bijna een tienergedicht waarin een geliefde de woorden niet kan vinden – en elke seconde langer stil meer afstand schept. een onoplosbaar groot probleem. voor de betrokkene. een buitenstaander lost dit probleem zo op met een achteloze opmerking. mijn advies – lees Cartouche hieronder.
Tafel voor twee
Of je hier nu alleen zit vraag ik is die stoel vrij dan schuif ik graag aan om met je van de zon te genieten en wat wil je daarbij drinken
hoe ik zo een bodem leg voor een vruchtbaar gesprek het is een vingeroefening in aftasten en elkaar terugvinden
niet meer achter de voordeur onbereikbaar in je eigen bubbel met de telefoon op stil
nee de glazen met hartstocht gevuld en op dit weerzien geklonken het leven schitterend in je zonnebril
–> heet een tv programma ook zo niet? ik ken het niet. het gedicht moet het van de laatste strofe hebben – van de glazen gevuld met hartstocht en van het leven in een zonnebril weerspiegeld. mooi gezegd. de eerste drie strofen missen die zeggingskracht.
Een wereld vol lege terrassen
Een wereld vol lege terrassen verlaten we kunnen dansen met een borrel
lege zalen zonder artiesten wachten op uitgeteste lichamen
niemand wacht op de Virushein de onzichtbare zeis van de Duivel
niemand wil wennen aan ziekte en dood verveling slaat ons uit het graflood
we zullen de tijd lockdownloaden nu ik met jou de tequila sunrise speel.
Rik van Boeckel 24 april 2021
–> rik schetst een beeld van hoe het was – zullen we over een tijdje zeggen – van hoe het nu is. maar de woorden lijken te direct op de werkelijkheid van nu geplakt. dit is een gedicht voor op een vol terras. of in de volle eijlderskroeg – flink wat bier op de tafel – bitterballetje erbij en een dichter die verhaalt van een droef verleden. ‘ja zo was het’ hoor ik iemand zeggen aan tafeltje een.
langer veel langer dan gedacht opgehokt in eenzaamheid lamgeslagen gelatenheid met dank aan zwalkend overheidsbeleid
verdorde verlangens begeerte ter ziele ineengekrompen tot slechts 1 wens dat ik dansen wil op tafel dansen in ’t café en jullie zijn er ook
Ien Verrips
–> Ien schetst een algemeen verlangen en we zien haar staan. ….en ze staat … op de tafel van het café. of de barman het kan waarderen we zullen het nooit weten. ook hier zorgen de woorden voor een te directe benadering van de werkelijkheid. de beschrijving van enige uitbundigheid maakt nog geen poëzie. hoe zeg je dat – een zwaluw maakt nog geen zomer. tegen mijn dichtersvriendin gerdin linthorst zeg ik altijd – weg met die bijvoeglijke naamwoorden – ‘lamgeslagen zwalkend en verdord’ hier – die woorden zijn wat ze zijn. ze kunnen zo het proza in. de poëzie heeft ze niet nodig. poëzie is poëzie in zich zelf. zoals de laatste drie regels van Ien van de poëzie zijn en de andere niet:
dat ik dansen wil op tafel dansen in ’t café en jullie zijn er ook
begin het gedicht met die regels – vraag mij op die tafel en ik zal met de dichter als een dichter dichterlijk dansen. duizend dansen desnoods.
terras aan de korte dwars
nieuwe liefdes worden er beraamd gebroken en gelijmd dichters gefêteerd barbaren bekeerd dwarse plannen voor de stad gesmeed tot het kort geheugen is vermoord
maar met de ongebakken deegsliert heb ik er vreselijk illegaal mijn bonzend hart en een pijpje gesmoord
ml
–> max verhaalt van de ontmoeting met een groot dichter. de wereld teruggebracht tot een aanvaardbaar geheel in rustige wolken. alles komt voorbij – de dichters scheppen daaruit een aangename wereld – de complexheid te lijf op een eenvoudig terras.
wat was het ook alweer ‘terras’
even googelen: een deel van de stoep bezet met stoeltjes en piepkleine tafeltjes waar een plekje vrij is als je mazzel hebt
waar je dan een uur op lauwe koffie wacht een prosecco zonder prik of een biertje zonder schuim
waar je toch weer heen wilt hoe dan ook omdat hij er was die laatste avond en jou het eerst een drankje schonk
anke labrie (24-04-2012)
–> een terras in de herinnering van een dichter – mooi beschreven – met alle wel en wee. een gedicht dat vol van herinnering met de jaren voller wordt.
Terras idioom
De zonnestralen breken in de glazen die voor ons staan, de bitterballen liggen hardnekkig te zwijgen mijn handen spelen met elkaar
De koetjes en kalfjes staan al op stal zing nu het hooglied maar dan volg ik jou, dan vreet ik je met huid en haar
Vera van der Horst
–> 1 – al weer een vrouw die aan het zwijgen is en zich wentelt in ontembaar stil verlangen. goed dat er poëzie is. staat er een bitterballetje op tafel – dan is het uitkijken geblazen – zoveel is zeker hier. 2 – ik mag van vera nooit te persoonlijke opmerkingen plaatsen onder een gedicht. neen – de IK in een gedicht valt niet samen met de IK van de dichter. begrijpt u wel? 3 – gewoon de Rutte doctrine toepassen! als twee dingen waar kunnen zijn – maar elkaar uitsluiten – gewoon die twee dingen achter elkaar als waarheid verkondigen. dan kun je altijd iedereen gelijk geven en doen wat je zelf het beste uitkomt. Omzigt is echt goed voor onze democratie. Omzigt is daarnaast een gevaar voor welke democratie dan ook.
Het verjaren leek jaren ver, op afstand bijna Enigszins verstoft onder vermoeidheid Toch ging het niet ongemerkt voorbij De moeilijke dagen ervoor, weggebezemd onder het kleed. De zon doet wonderen, net als het korte uitstapje. Daarna zakken we gewoon door in de tuin, of zakten we in? Ach wat maakt het uit…We nemen er nog een op het leven. We zijn er nog niet, maar morgen is er weer een nieuwe dag.
Een horizon gevormd door vijftien mannetjes Feestgangers die roepen dat het nog geen koningsdag is Hun blik ook staand nog lager dan de straatstenen Vervelen tot ze een ‘vraag naar’ mogen opnemen Zodat ze als een stelletje Minions op de weg De vrolijke kleur die jouw bestelling onder het hart neemt, tot schrik van de mens, bij hen, aanbellen Maar toch, zoals oranje het goede humeur weer aanbrengt, fietsen ze tot de zon onder gaat wat geluk vanuit hun blokkententje
nooit klaar deze groeiende metropool waar bekend terrein zich transformeert gedijt en doormuteert zoals een stad dat doet aanhoudend daarmee verdergaat zich oprekt, uitstrekt en aan de rand het land zich eigen maakt
twee gedichten te mooi om waar te zijn, deze week, te waar om nog mooi te kunnen zijn. met waarachtige pijn zoals alleen dichters deze kunnen beschrijven. Frans Terken goud! en Vera van der Horst goud! van harte. de andere dichters wil ik ook voor de breekbare woorden bedanken. maar lees Frans, lees Vera – zo droef zo mooi, zo mooi droef:
Op een briefje
Dat je hele dagen niets voelt en het dan daarna weer te laat is om wat je wel voelde te delen
zo leeg als je voor de deur staat niet weet of het bellen of kloppen is zoals je vroeger deed
je oefent even de glimlach waarmee je haar schalks zou verleiden proeft dat het nauwelijks een grijns haalt
dat het vergeefs is voor je eraan begint het terughalen van de wind in haar haren stormachtig schrijven waar je in onder ging
en blijft het onuitgesproken als de naam naast de brievenbus aan wie je op papier al je liefde schonk
–> het ‘weggegooide geluk’ zo mooi bezongen door jack poels in het zachte moedertaal limburgs van oa de dichter frans terken met daarbij de verklaring ‘Te veel gedacht te lang gewacht’ als thema – is gefundenes fressen voor elke dichter natuurlijk. in dit geval gesungenes fressen. het eerlijke onontkoombare dat een leven invreet een leven lang blijft doorvreten – ergens moeten we van die voortdurende knagende pijn kunnen lezen – anders is er geen eremetaal deze week. nou van die pijn lezen bij frans. de leegheid, de gelatenheid, de zware gang naar een voordeur, het naambordje en alles wat in het leven voorbijging zonder enig wezenlijk resultaat. ten onder gaan als je aan die wapperende haren dacht/denkt. (mooi beeld) – te lang gewacht te veel gedacht – én te vaak beschreven in die zin dat het niet anders kon. in zinnen die niet anders konden.
Je kwam in drieën en ging alleen
Daar waar ik je het eerste zag zo onbevangen als je stond, je ogen straalden, uit je hoofd vol blonde krullen, daar sloeg mijn hart al tomeloos en bang
daarna de eeuwen aan de lijn hoe je mijn oren streelde als je met zachte stem mijn jurk beschreef die ik toen droeg
en dat je in de taxi sprong ineens liep je in mijn kamer rond je tekende jezelf in het schilderij dat voor me op de ezel stond je was te mooi voor mij Ik brak
Nu denk ik vaak nog aan de vijvers in je ogen lief toen je ging en droom met regelmaat dat ik in witte nachtjapon mezelf in jouw dromen vlieg.
Vera van der Horst –
op de valreep ingestuurd – ik had Frans Terken al voor het goud – maar om dit gedicht kan ik niet heen – die bangheid in de eerste strofe prachtig, de eeuwen in de tweede, hoe hij zichzelf tekende in veraas schilderij – ze brak! prachtig – de vijvers in zijn ogen en hoe ze daar aan denkt. ja vera mag blijven – ik zeg deze week 2x goud ook voor vera.
Frans Terken: zo leeg als je voor de deur staat
Rik van Boeckel: hij ziet sterren in de golven
Paul Bezembinder: in de loop der tijden
Petra Maria: morgen zal alles beschreven worden
Ditmar Bakker: buiten bloeit een hatelijke lente
Cartouche: en ik daar op het terras
Erika De Stercke:de avond omarmt
Babak Amiri: Dat het op een dinsdag moest
Vera van der Horst: je was te mooi voor mij – Ik brak
wedstrijd gesloten
wie wint de enige echte virtuele ‘Te veel gedacht te lang gewacht’ trofee op pomgedichten punt nl?
om te huilen zo mooi deze week – een verwoestend romantisch lied – in de versie van Jack Poels/Rowwen Heze – maar ook met een nederlandse tekst te genieten – het ooit en toen zo smartelijk weggegooide geluk in venlo, in limburg, in nederland, overal ter wereld. een universeel gegeven. deze week gaan we op de pom het gevoel aan, het gevoel in. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Het was twaalf uur in Venlo Het werd tijd om naar huis te gaan Toen iemand zie, hey loop eens mee Het is hier nog niet gedaan Ik keek je aan en ik schrok er van Ik had je jaren niet zien staan Je was nog mooi, net zo mooi Als toen in het begin
Op het kerkplein in november Zag ik je voor de eerste keer De wind die waaide door je haar En ik zag het gevaar Ik zag mijn hand al in jouw hand En dacht loop door loop door Onderweg heb ik mijn zelf verteld Het was niet meer dan een blad dat valt
Maar een blad dat valt en een boek gaat dicht Maar wat bleek, dat was jouw gezicht Overdag de zon en ’s nachts de maan Ik kon je ogen niet weerstaan Ik dacht meer aan jou dan aan mijzelf Ik dacht dagen aan een stuk Wat is dit nou, Mooie Vrouw Dit is weggegooid geluk
En ’s nachts in bed, slaap ik net Kom jij op bezoek bij mij Mijn bed is koud, mijn kamer kaal En ik droom haar daar staan En je bent zacht als dons als vacht En ik draai mij om je heen En in je armen word ik warm En droom mijn mooiste zin
Te veel gedacht te lang gewacht Ik ging door op halve kracht Er bleef niets meer over van dit schip Het dreef langzaam tot een stip Tot een puntje aan de horizon Op een oceaan zo groot Ik heb alles overboord gegooid En de haven die kwam nooit
Het was ’s morgens vroeg in Venlo Hoog tijd om naar huis te gaan Je keek mij aan en ik keek jou aan Van kijk ons hier nu staan Ik greep je hand en ik lachte want Je gezicht en jouw naam En hoe je keek je haar weg streek Toen de zon aan de hemel kwam
in het venloos door: Jack Poels – oorsprong: Patrick Kavanagh liefdesgedicht ‘On Raglan Road’
foto: Ben Kleyn
nee
ik ben je nog niet vergeten nee zeker niet het verhaal is van de eenvoud mooi
je was met je vriendin je noemde je naam en ik wist niet wat er met mij gebeurde
die avond was geen avond die avond was er voor altijd
pom wolff
Glinsterend hartenlied
Het glinsterend water is geen droom een werkelijk beeld van stralen geïnjecteerd in gracht en stroom
zonnegolven schijnen in pupillen van lonkende ogen onder de wenkbrauw van deze lentedag opgeslagen
hij ziet sterren in de golven zij hoopt dat hij haar ziet nu hij staart voorbij de dauw van dagen
ze wacht zo lang geen blik te veel hij kijkt omhoog ziet wolken stil zij gaat voorbij gesloten deuren
haar schaduw blijft een droom de hoek om valt haar standbeeld in duizend duigen bij het huis
hij zingt het glinsterend hartenlied wringt zich in kromme bochten dansend langs haar verloren schaduw.
Rik van Boeckel 16 april 2021
–> het is me te ingewikkeld beschreven dit gevoel tussen twee mensen – het gedicht met net teveel mooie woorden opgekalefaterd – de pijn verdreven verschreven. met glinstering, dauw, sterren en dansen onder zonnegolven. pijn doet pijn. pijn is kaal. pijn is enkelvoudig en direct.
Exponentieel verval
Toen we in de loop der tijden alchemistische verbindingen door algebraïsche vervingen, raakten wij ook als wetmatig de verbinding met de dingen, de chemie tussen ons beiden, ons plekje in de wereld kwijt.
Paul Bezembinder
–> inderdaad – bij reacties van hogere orde is de halfwaardetijd niet altijd even constant – paul wijst ons op dat gegeven – dat we het thema niet verwarren met scheikunde t 1 / 2 {\displaystyle t_{1/2}} of kernfysica – tijd waarna van een oorspronkelijke hoeveelheid stof nog precies de helft over is. het verval gedegen genoteerd in 6 regels poëzie.
ze zeggen dat het lente wordt met bloesem en al zal alles wel uitkomen dit jaar
de winter staat nog vers geschreven tussen de regels van gedachten aan elkaar
Ik heb altijd liever dat je blijft er zijn ons zoveel dagen niet gegeven
morgen morgen zal alles beschreven worden waar zo op wordt gewacht
petra maria
–> we lezen wel bij petra maria van de pijn – maar deze pijn snijdt niet genoeg. deze pijn is nog te mooi gehouden. pijn is pijn. en gaat door alles heen. en de dichter heeft de opdracht pijn ook als pijn te laten voelen aan zijn of haar lezer. als het pijn is dan is het ook pijn. dan ook geen bloemetjes of zachte winters. nee dan winters waar alles van je afvriest tot de dood erop volgt zodat je niets meer voelen kunt. het ijs onder je voeten vandaan glijdt.
Het Liefdesverdriet
De schemering valt in en rode rozen verwelken naast het veel te leeg matras waar ik zo graag gedichten voor je las als onderbreking van het minnekozen; gedachtenis aan het genadeloze versterven van wat ons gegeven was: ook liefde teerde in tot een karkas van wrede en voortschrijdende necrose.
Doorwaakte nacht tot ’s ochtends vroeg, dan staat er nog steeds die vaas vol dood; een efficiënte herinnering aan wat je opwacht, later. Memorie van gelukkige momenten verdampt, heel langzaam, met het bloemenwater, wijl buiten bloeit een hatelijke lente.
***[D.B.]
–> ‘die interende liefde in een hatelijke lente’ – prachtig beschreven maar wel erg direct. een directheid die er mag zijn in proza zeg ik – maar in de poëzie te weinig afstand biedt aan de lezer. het is net te leids dit prachtige gedicht net te weinig limburgs. het gedicht zweeft ergens qua sjeu tussen frans terken en paul bezembinder – tussen het gevoel en de ratio. met prachtige vondsten – dat dan weer wel: een te leeg matras. ja daarvoor ga je niet naar de ikea. ‘een vaas vol dood’ nee die koop je niet bij de ikea die koop je bij de dichter Ditmar Bakker – ik schrijf zijn naam maar weer eens in hoofdletters. het hoofd dat net teveel wilde deze week. schoonheid en pijn verbind je niet met een surplus aan schoonheid.
Mijn Gran Reserva
Zo’n goddelijke dag, het hoofd vol voorjaarszon, het kerkplein dat volstroomde voor de hoogmis – jij – die even inhield, opkeek en ik daar op het terras wachtend op mijn portie stoofvlees met een kelkje – Lowlander White,*nee liever nog een Rioja gran reserva encarnado – jij ja hoe ik je wilde – indrinken, de vraagtekens in je ogen tot uitroeptekens uitleggen en hoe
de wijzers de tijd tikten en 8 sloegen ze te lezen, de vinger in het haar, de mond die opwaarts- een hooglied van verlangen – hoe het mij, brekebeen, verstijfde, verlamde en opsloot in een cirkelgang van blijven zitten, denken, wegen, een leven lang een draai gaf, mijn nachten brak in stukken weggegooid geluk
waar ik nu begot mijn hand voor om zou draaien
(* Lowlander white, een soort Amsterdamse variant van een Wieckse witte )
16-04-2021 Cartouche
–> veel bijlagen deze week bij Cartouche. de bijsluiters met zuurvlees en ossenwit – biertje erbij meneer? voor je het weet zit je op een verboden terras met die Vromen – je tegoed te doen aan limburgse gerechten. je verstaat ze niet. cartouche eet altijd met zijn mond vol woorden- zo ook zijn gedichten – met zijn woorden vol. maar in alles lezen we wel de pijn van de gebroken nachten – zelfs ‘het weggegooid geluk’ ligt er in brokken – gebroken bij. ik zou wel die prachtige vondst van poels tussen aanhalingstekens plaatsen Gérard. en die laatste twee regels svp schrappen. pijn doet pijn – echte pijn is een leven lang pijn. jij maakt met die laatste twee regels er een pijntje van. bij elkaar een lekker terrasgedicht.
[Zie mij hier helemaal stuk mijn dagen zitten slijten vol zuurvlees en ossenwit met mezelf in mijn maag]
nu
onze wereld in twee verdelen lichten aan en uit
nadenken verzwakt de avond omarmt wat we willen
de spiegel kent geen eeuwigheid enkel een beslagen rand
Erika De Stercke
–> tsja ik wil het graag geloven erika. maar het gedicht getuigt volgens mij meer van genot dan van pijn. ik gun Erika van alles het beste – en waar de handen vol van zijn het hart ook natuurlijk.
Ik kan niet dansen en dinsdag is een goede dag om dood te gaan
Het voicemail-lampje knippert in vierkwartsmaat Nooit in zevenachste, nooit in negen
Ik kan niet dansen en de nachten verwachten onregelmatig de regelmatige danspasjes die ik niet heb
Dat ik je naam vergeten ben Dat ik je niet ten dans gevraagd heb Dat het op een dinsdag moest
Ik zet een spiegel voor jouw spiegel om de eindeloze afstand tussen ons te weerspiegelen
Babak Amiri
–> ik begrijp de onmacht hier beschreven door de dichter – dat wel – de pogingen om nog tot iets te komen. maar de regels die bij mij binnen komen zijn niet die van de worsteling maar die van de eenvoud:
Dat ik je naam vergeten ben Dat ik je niet ten dans gevraagd heb Dat het op een dinsdag moest hierna mag het gedicht voor mij beginnen, de worstelingen voorbij. met pijn graag dichter met die onontkoombare pijn waarbij je maag je maag omdraait en omdraait. zoals alleen dichters dat kunnen beschrijven.