Hij hangt zo’n beetje in de lucht, boven de regen en het duister, die mooie zomermiddag
de amsterdamse dichter Merik van der Torren is in tijden van Corona te vinden in de tuinen. weer of geen weer – waar de poëzie heerst heerst de covid niet. nou ja alleen in de poëzie dan als de dichter dat voorschrijft.
Hoi Pom, In deze tijd lijkt bijvoorbeeld een tuinfeest iets uit een ver verleden. Daarover gaat deze bijdrage voor pomgedichten, groet, Merik
Tuinfeest
Hij hangt zo’n beetje in de lucht, boven de regen en het duister, die mooie zomermiddag bij het 100-jarig -Tuinpark Buitenzorgfeest.
Het was een mooie zomermiddag. Frans trok gewoon zijn hemd uit, speelde gitaar en zong zijn lied. Mirjam en ik deden onze poëzie en ook Boris, de zoon van Frans.
De tuin was vol luisteraars, wel dertig tuinders en vrienden. Er was wijn genoeg voor iedereen. Ook de vogels in de bomen hadden plezier en vlinders dansten in je zwarte haar. Het was een hele mooie zomermiddag.
De zon, de zee, de wind en het ijs dat met de kou komt weer wegsmelt in het voorjaar
alles verwatert met de tijd verdwijnt in zon en wind zoals het vocht dat wegdampt uit wat zo vruchtbaar was uit de spleten in de uitgedroogde klei
bevroren illusies smelten vloeien weg over de brokken verdwijnen in het puin in wat er over is van al het leven in de leegte die de toekomst achterlaat
‘ik zag haar bidden voor de maan maar zij is onbesuisd en eenzaam dronken.‘
als onze beum de familie en in het bijzonder moeders de poëzie in trekt dan wordt het genieten. dat weten we. niemand in Nederland noch in de lage landen noch op de boven alles uitstekende eilanden weet te schrijven met de puurheid en de genadeloze existentiële intenties als Karin Beumkes. kijk je hebt vele poëziesites in dit kikkerland maar pomgedichten punt nl heeft Karin Beumkes op de maandag. op de foto rechts:
Joe Pom Veel plezier met het maandag gedichtje. Je weet, het leveren van goede gedichten is een empathisch vak. Dromen moeten gevoed worden, het proces is altijd in beweging. Als altijd mijn liefs. Karin
Moedertje
Een plastic plant verdient een dorre kus. Een laatbloeier vreest voor haar dromen. Een houten nachtboom is een onderkomen voor vogels, onzichtbaar geworden door de mist.
Moedertje zet vast haar haar drankje klaar ik zag haar bidden voor de maan maar zij is onbesuisd en eenzaam dronken.
Maar haar berispen kan nu dodelijk zijn, begrijp en behoed haar voor gevaar. Ze zal niet spoken in je huis en poezenkinderen worden oud bij haar.
Hoi Pom, Misschien te laat, maar wie weet? Groet van Jako
blij met een bijdrage uit het zwitserse van JAKO. JAKO is nooit te laat – vandaag de site hier verrijkt met een gedicht en een tekening van zijn hand
uilen
of het huis van deeg of kalksteen is de geest heeft er de ruimte, verstopt zich in de dikte van de muren, schuilt als de zon schijnt, huivert in de herfst kruipt ‘s winters met de kat onder dekens
men hoort zijn huilen, zijn luidkeels gapen dan trekken buren luiken dicht wordt maanlicht achter wolken zichtbaar
hij slaat dan vensters en deuren open gaat zitten in de tuin, een zweep in handen waarmee hij uilen de vleugels wiekt muizen om te grillen jaagt
bij tijd en wijlen blaast de wind hem weer naar duistere plekken terug, vooral wanneer hij aan muren en raamkozijnen knaagt
Frans Terken met de realiteit van een wereldkampioene
Petra Maria met de realiteit van loslaten, zichtbaar loslaten
Anke Labrie bij de realiteit van een leven 1963-2017
Vera van der Horst met de realiteit van een minnaar
deze week geen zondagochtend wedstrijd op de pom. WEL de mogelijkheid om in dit weekenduw meest realistische – zeg maar rustig uw meest vreemde – gedicht in het zonlicht van deze site te plaatsen. gisteren in het stedelijk museum van Schiedam een aantal met name jonge nederlandse realisten bewonderd – tot of tot en met morgen daar nog te zien daarna sluiten ze het museum. in het realisme is in zekere zin altijd wel iets vreemds aan de hand. de gestolde verbeelding van een werkelijkheid die losgezongen lijkt uit de werkelijkheid. we lezen U zo graag – een losgezongen werkelijk heden.
stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
de ideale man
is een man die kopjes geeft bij wie je weg kunt dromen alles kunt vergeten die energie geeft alleen al door er te zijn aandachtig is die zomaar ik houd van jou in je oor fluistert
de ideale man is een man die nadat hij lief heeft gehad nog even tegen je aan schurkt jou het eerste slokje water geeft je vastbindt met een genadeloze blik zegt dat je kansloos bent nou ja als je er van houdt natuurlijk
die bij zouteloze films naast je blijft zitten die precies op het juiste moment ja zegt of nee die een arm om je heen legt bij wie je helemaal jezelf kunt zijn die met passie zijn dingen doet
én je miele repareert waar je stil van kunt genieten bij wie je je veilig voelt die pas als je slaapt je kamer vol kotst
pomwolff
de ideale vrouw
legt ’s avonds al je kleren klaar waarin je overdag kan pronken met je goede smaak, gooit je zweetsokken met liefde in de wasmand, kookt je lievelingsmaal en als je thuiskomt ligt natuurlijk de afstandbediening voor je klaar.
Ze zit geduldig naast je op de bank en bewondert je deskundig commentaar, of luistert heel emphatisch naar wat je baas je nu weer heeft aangedaan. In het weekend klapt ze enthousiast in haar handen als je de miele hebt gemaakt.
Ze wrijft op alle plekken die je fijn vindt en zegt: ik zet je bad vast aan en als je er uitstapt ligt zij in een pikanterietje voor je klaar. Je bent zo lekker zegt ze en schreeuwt van genot de hele buurt bij elkaar, pas als je slaapt, belt ze tot de ochtend beneden met haar minnaar.
Vera van der Horst –
Vera schreef een reactie op “de ideale man” hierboven. een ideaal huwelijk lijkt me dit ideale echtpaar. hij ‘kotsend’ over de zojuist geboende vloeren, zij in erotische gesprekken gewikkeld met een ideale minnaar. hoe dan ook de firma MIELE wordt er beter van. Vera introduceert en passant nog een nieuw merk rietjes waarmee het goed zuigen lijkt.
Pom, dit is de Leidse realiteit vandaag. Geen drie oktoberfeesten. Groeten, Rik
Drie oktober impasse
Er gaat geen optocht door de straat het schilderij is stil vandaag een mini-taptoe streelt de tijd alles is anders zo af en toe
de realiteit hardnekkig coronaproof hutspot geschilderd op ‘t donkere doek herinnert Leidenaren aan vorige jaren de kermis realistisch uitgesteld.
Rik van Boeckel 3 oktober 2020
mooi gezegd Rik – het schilderij is stil vandaag – Leiden kent de stilte niet op de dagen die er in Leiden toe doen. vervreemdende stilte die zelfs de anders hemel en aarde bewegende pen van dichter van Boeckel tot stilstand weet te brengen.
Pom, 3 okt. in vertrouwde handen van Rik, voor deze realiteit kort terug in de tijd.
Dichter bij de regenboog (voor Anna vdB)
Zien we op rotsvaste afstand cipressen geworteld op een heuvelrug met op de voorgrond ontembaar de laagvliegende fietster
zij in één beeld in haar eentje gegrepen geen schim nadert in de achtergrond nog is de regenboog niet bereikt die haar wacht aan de streep
waar zij de armen in de hoogte de adem die even gestokt in de omhelzing van de verzorger vallen tranen op fiets en asfalt
maar geen meute om haar toe te juichen trots het goud om haar nek
de eenzame fietser alleen op weg naar de uitgeklede meet – vreemde televisie beelden bij een anders zo uitbundig gevierd WK. ‘alleen is de weg zo lang die je binnen uit holt’ schreef ik ooit. frans laat deze regel ook van toepassing zijn op het stille WK damesrennen.
“Pom, er is inderdaad iets vreemds aan de hand, onwerkelijk vreemd, maar we verbinden ons toch wel”
het is weer zo’n dag
niets is rond alles prikkelt het omgeven zijn
auto’s razen rond de zebra’s de grond trilt bewust op het plein
waar straks de lelijke huizen zijn was het dan maar weer beton
eens kijken of je wel je pijlen loopt een winkelmandje mevrouw ik wil u vragen
toen zag ik jou je wist je zichtbaar los te laten in mijn ogenblik
wat verkopen ze eigenlijk onzichtbare angst met bonuskaart
je stopt jezelf steeds weer de hand die reikt, geeft
en de helling wordt vlakker als het lopen verzacht
er is geen weg meer terug in ons nieuwe normaal
geen lege bladzijde in dit verhaal
volg de pijlen maar want het is weer zo’n dag
petra maria
je loopt je pijlen – dat is coronataal! goed getroffen. wie had een half jaar geleden kunnen vermoeden dat je je pijlen moest lopen in een supermarkt – dag na dag – met een met angst gevuld winkelwagentje langs de rekken.
Dit gedichtje schreef ik enige tijd na het plotselinge overlijden van Antoinette Sisto. Weliswaar surrealistisch, maar misschien past het wel bij het thema. Zie maar. Een mooi weekend verder en nog wat zon gewenst.
Hartelijke groet, Anke
poging tot portret
het aftasten monumentaal en tegelijkertijd verfijnd een aarzelende opzet
de eerste ijle streken weer weggeveegd opnieuw weer weggeveegd
ze doen het beeld geen recht
nu krachtig opgezet niet langer zachte kleuren
de ogen het gaat om de ogen jouw ogen die keken en zagen
ik schilder het licht weer terug dacht ik in mijn overmoed het doek werd doorzichtig
ik zag je
jij wist al lang van het licht kende zelfs de woorden
Anke Labrie (voor Antoinette Sisto, 1963-2017)
in herinnering de dichter in 2017 overleden, plotseling weggerukt uit een poëtisch landschap. hoe het licht terug nog een keer terug in haar ogen? – hoe het verlaten landschap vorm te geven? – de opdrachten aan de schilder.
Het dagelijkse rondje met de hond is altijd een standaard terugkerend gebeuren van de dag.
Meestal op een tijdstip dat half Krimpen zich nog omdraait, of een rot klap op die wekker geeft om zuchtend in beweging te komen omdat het werk roept.
De laatste dagen loop ik wat later. Corona laat het leven in huize Koenderman wat langzamer lopen en dat bevalt wel.
Als je later loopt zie je ook meer, zo ook de uitersten van één geloof.
Tijdens de wandeling komt er een degelijke oudere dame me tegemoet lopen. Een groet kan er net af, want als je in lange broek loopt bewandel je duidelijk niet dezelfde weg naar de Heere. De poezelige hondjes in fel roze brengen kleur aan het degelijke zwart en de strakke grijze knot.
Ik kan toch even niet de vraag in mijn hoofd bedwingen hoe deze vrouw tegen de dochter van de Dominee aan kijkt, ook altijd in degelijk zwart. Zwart leer wel te verstaan met een rok(je) ver boven kniehoogte, zwarte naadkousen in hoge zwarte stiletto’s en de donkere zwarte lange haren in een strakke staart. Haar herdershond kort aan de riem.
Het verschil tussen dominee en domina lijkt soms niet zo groot in een dorp waar de man die ooit op zijn negentiende het geloof vaarwel zei, om manager te worden van een amateurrockband en te gaan dealen in drugs, de oud gereformeerde kerk stevig in de hand heeft en met zijn leer om het hoofd zwaait.
Ziek zijn doet je ook nadenken over geloof, zeker als je in de natuur geniet van alles wat er op je pad komt, of dat nu de wandelaars met hun honden zijn, of het groen van de bomen en alles wat er in leeft. Daarnaast wil je alles eruit halen wat er in zit, de stille rust en die spanning, soms tergend, soms geil, maar vooral het gevoel dat je leeft!
Mixed up feelings
Tweeledig, als de non en de hoer. Beiden vol overgave. Twee zijden van dezelfde munt. Daartussen de liefde, aandacht meditatieve stilte en… het stille genot.
Yvonne Koenderman
pomgedichten punt nl is vanaf vorige week op de vrijdag een beetje Yvonne Koenderman-dag. ik heb Yvonne uitgenodigd om de vrijdag voor haar rekening te nemen, en… ze doet het!
Waar ben ik gebleven schreef ze in de sneeuw voor ze ging zitten
Vorige week schreef ik: ik ben erg blij dat dichter Vera van der Horst de donderdag als hoofdpersoon voor haar rekening wil nemen op pomgedichten punt nl. – ‘VON SOLO laat een grote schoen na om te vullen’ – sprak ze onzeker. die heerlijke onzekerheid van Vera gaan we/mogen we de komende donderdagen genieten.dat alles in de 14 delige serie: En…? hoe gaat het met U vandaag mevrouw van der Horst? In de bijdrage weinig te merken van poëtische onzekerheden: de man en de vrouw en vooral ook het meisje centraal gesteld, de verwerking bijna in sprookjesvorm – maar dan wel in sprookjes voor volwassenen. zij zit – en hij? hij staat.
1
In gedichten schuilen vaak meisjes in oude vrouwen -ze weten zichzelf niet gedragen- lopen omstrengeld met verlangen, lachen noch – huilen niet, dragen zijn ogen, zijn handen, zijn verlaten. ze huilen toch.
Er wonen ook mannen oude mannen – jonge zijn er niet – ze verzamelen woorden en pluizen verzanden in zichzelf als die er is -zo niet- dan fluiten ze marsen, met die getuite lippen happen ze vliegjes uit de lucht.
2
Ze zit in haar handen, -hier heb je me- Haar land zit vol spechten witte en zwarte, trommelen tegen haar opgespannen huid ze zullen verhongeren
Waar ben ik gebleven schreef ze in de sneeuw voor ze ging zitten
3
Hij lacht in twee tonen, ha ha, ha ha en dat duizend jaar volgens zijn geheugen, maar die kent hem niet langer
Zijn jas loopt voor hem uit, kent de weg, de wind om de hoek, de spijker in de muur, hallo, ik ken jou zegt de spijker, bedankt voor de sik.
foto: webmaster – enige weken geleden trachtte Merik hondje Betty in bedwang te houden. hondje betty heeft nogal een eigen dwars karaktertje. wil baasje rechts betty kiest voor links. wil baasje rechtdoor betty wil terug. Betty heeft ook een hekel aan de blauwe band met welke de dichter hondje Betty door het leven tracht te leiden. het is een wonder dat Merik nog aan schrijven toe komt.
Hoi Pom, hierbij een tekstje over een bijzonder gesprek met een buurvrouw in Tuinpark Buitenzorg, voor pomgedichten, in de bijlage, groet, Merik
Ontmoeting in Buitenzorg
In het zonnige Buitenzorg, Oost-indische kers-bloesem straalde, kuierde ik met Betty over het tuinpad, groette Anne-Marie door een gat in de heg.
Voor ik het wist vertelde ik het avontuur van vroeger:
“ Toen ik na het bezoek de deur achter me sloot,” zei ik, “ schrok ik van een grote klap, had hij een bijl gegooid in de deur. Normaal gesproken, zeg je, ik ga niet meer om met die gek, maar ik bleef hem opzoeken, vond het allemaal wel spannend.”
De bladeren van de bomen ruisten in de herfstbries. “ Wat is er van hem geworden ?” vroeg Anne- Marie, schoffelend onder de rozen