Meteen al ging het mis. Nog geen minuut geleden. Op het terras. Als je de vier tafeltjes aan de straat zo mag noemen tenminste. Of ze aan mocht schuiven met haar beker koffie. Wat mijn doel in het leven is. Vroeg ze. Na de eerste slok nota bene. Ik kan er weinig mee. Dat soort vragen. Ik bedoel. Het leven? Dit leven? Hier en nu. Haar leven? Het mijne? Ik vermoed het laatste. Maar dat impliceert dat ik dingen zou begrijpen, en gewoonlijk doe ik dat niet. Mezelf begrijpen is al helemaal een brug te ver; laat staan jezelf verklaren.
Het bestaan. Levensvragen? Gelukkig verschijnt een waterig zonnetje. ¨Ik twijfel er zelden aan dat het universum iets met mij voor heeft,¨ antwoordde ik de vraag vermijdend. ¨Maar dat is niet helemaal hetzelfde. Toch?¨ Zoiets zei ik. Althans, wilde ik zeggen; maar hou de lippen stijf. Hoe omschrijf je het? Dat gevoel. Dat alles leeft. Alles.
Alles in iedereen. Iedereen in alles. Je zou kunnen beginnen met proberen jouw wereldbeeld te beschrijven. Dan jouw plek in die vermeende wereld. Haar plek. De onze. En dat is al veel meer dan een mondvol. Daarna moet je een tijdframe schetsen en daar vervolgens richting aan geven. Dust to dust. Glad ijs. Bewustzijn? Verbondenheid. Ego. Ik begin er niet aan. Grenzeloosheid. Niets. Helemaal niets weet ik. Ik voel. Je maintiendrai.
Maar hoe zeg je dat in het Spaans? Haal dus stilzwijgend mijn schouders maar op. Lullig, maar er valt geen stilte. ¨Ik ga scheiden,¨ zegt ze strijdvaardig terwijl ze naar haar tas reikt om een sigaret op te steken. De Bic krast luid. Het vlammetje paars. Als ik me afvraag of dat goed nieuws is barst ze stilletjes in tranen uit. ¨Die klootzak is vreemdgegaan,¨ snikt ze. ¨Jarenlang.¨ Met haar boezemvriend nota bene. ¨Ik haat ´em, el puto.¨ Ze is woest gebroken.
Ik zou haar het liefst willen omhelzen, maar dat is lastig terwijl je zit en het schuim van je cappuccino nipt. Ik neem haar hand dus maar in de mijne. Beter had ik maar gezegd hoe erg ik het vind. Voor haar. Voor hem. Voor alles. Iedereen. Por el amor. Maar ik gebaar of ze een peuk voor me heeft. No se nada. En Spaans spreek ik al helemaal niet.
“Nou ben je te ver gegaan, schat!” de woorden van Miriam Al vanochtend gesproken bij de kist van Merik van der Torren op Zorgvlied. een indrukwekkende bijeenkomst waarbij oa Meriks zus en zijn nichtjes toespraken hielden en verhaalden over het leven van en met Merik. Mirjam afscheid nam Jaap Kamerling Merik woorden meegaf evenals de buurvrouw. onder de aanwezigen oa Vera Jongejan, Ruth Hoeck, Aja Waalwijk, MC Alfredex, Joke Kaviaar, Ar Nederhof, Lucienne Kohler, Frans Bakker die Merik een laatste song meegaf voor zijn gang naar het crematorium. en paul lokkerbol van Eijlders Dichters.
én hondje Betty in een tas – zonder baasje. Mirjam Al zal hondje Betty gaan verzorgen. Hondje Betty blafte geen woord – keek droevig. op de kist dichtregels, laatste regels, afscheidsregels voor een grote amsterdamse dichter:
Alles gaat goed in Amsterdam-Zuid
Na het bezoek aan de expositie Art-Zuid op de Apollolaan strijk ik neer op het terras voor het Hilton,
bestel een koele fles Chablis en een kommetje knoflook-olijven, pak pen en cahier en schrijf het gedicht.
Ik heb mijn leukste hoedje op. Alles gaat goed. Muisstil fietsen kinderen langs me heen.
Merik van der Torren
“Nou ben je te ver gegaan, schat!” de woorden van Mirjam Al vanochtend gesproken bij de kist van Merik van der Torren op Zorgvlied.
én hondje Betty in een tas – zonder baasje. Mirjam Al zal hondje Betty gaan verzorgen. Hondje Betty blafte geen woord – keek droevig.
Mijn felicitaties met je tweede kleinkind. Ik begreep dat het in Berlijn het levenslicht zag, en er zijn slechtere plekken om dat te doen ter wereld.
Geluk is een vreemd ding; geluk is gevaarlijk; een zeepbel, heb ik ook weleens horen zeggen. De reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ werd, al experimenterend, door Millay gemaakt, en, tja, grossiert in prachtig leedwezen, denk ik.
De reeks behelst het ziekbed-en-sterven van een man, bezien door de bril van zijn vervreemde wederhelft, die terugkeert naar hem als hij ziek is (ondanks het feit, dat zij niet van hem houdt, wat dat dan ook precies moge zijn—hier verwijs ik graag naar het andere werk van Millay) en hem verzorgt tot het eind. Ik stuur je de oorspronkelijke sonnetten en hun schaduwrijke fluisterstem in het Nederlands toe. Geniet, of niet! Het staat je vrij ze te publiceren of te laten, al naar je verlangt.
Veel geluk met Liva, en veel geluk voor haar.
Liefs! Ditmar Bakker
XI
’t Kwam in haar op, toen zij de sneeuw weg zag, en daardoor naakt opnieuw het bruine gras, en wasknijpers, een schort – dat daar al lag sinds witte storm die raasde achter glas haar uitzond, om nou eind’lijk daarginter die kleding -eer de waslijn stukging- daar binnen te halen, klepp’rend in de winter als het gevecht van een wit eng’lenschaar, dat, lang gelee, een schort in zo’n nacht, ooit was afgewaaid en zeer diep was begraven, en, tot april het zichtbaar had ontdooid, vergeten lag, tot nu, vreemd, nieuw, een gave; ze trok, en groef; toen trof haar het gegeven: hier was de lente, en een heel nieuw jaar doorheen te leven.
It came into her mind, seeing how the snow Was gone, and the brown grass exposed again, And clothes-pins, and an apron — long ago, In some white storm that sifted through the pane And sent her forth reluctantly at last To gather in, before the line gave way, Garments, board-stiff, that galloped on the blast Clashing like angel armies in a fray, An apron long ago in such a night Blown down and buried in the deepening drift, To lie till April thawed it back to sight, Forgotten, quaint and novel as a gift — It struck her, as she pulled and pried and tore, That here was spring, and the whole year to be lived through once more.
Een maand of wat geleden fietste ik laat in de avond naar huis. Het was een lange dag geweest, ik had gedronken en nog zin in een laatste moment van glorie. Bij het inrijden van de Kleiweg zag ik het bekende neon al schijnen. De man achter de spies verstaat zijn vak. Ik wendde mijn teugels en parkeerde mijn ros. Stapte als een cowboy het sleetse interieur van de vlees saloon binnen en ging zitten aan een tafeltje. Eén van de Arabieren kwam van achter de toog en vroeg me wat ik bliefde. ‘Een Fernandez groen en een broodje shoarma met een extra broodje.’ Even later arriveerde er een geperst houten bakje met daarin in papier verpakt een broodje met veel te veel shoarma en in een apart bakje nog een broodje. De sauzen stonden gewoon in flessen op tafel. Inch Allah.
Niet veel later kwam er een luidruchtig stel binnen. De shoarmatent zit ook op de route naar Hillegersberg-Noord en vormt daarom een soort ‘Guilty pleasure’ voor de rijke blanken die daar wonen. De twee die binnenvielen behoorden duidelijk tot deze categorie. De vrouw zag er niet slecht uit, maar was een beetje bedorven door de drank. De man ook, maar had zich waarschijnlijk van wit poeder bediend om nog meer de man te zijn. Aan zijn geaccentueerde jukbeenderen te zien was dat niet de eerste keer. Ze bestelden en gingen zitten. Hij knarsetandde er een lulverhaal uit en zij luisterde begripvol.
Klassering was gescheiden man in het staartje van zijn midlife. Het jaar van de laatste kansen. Zij was zorgzaam voor haar toyman, maar zelfstandig genoeg om hem morgen weer aan de dijk te zetten. Rustig at ik mijn broodje tot de laatste kruimel op. Zij at haar maaltje maar half op en hij liet nog meer liggen. Niet echt honger, zoals hij zei. Aan de toog vroeg hij haar om af te rekenen. Hij had zogezegd geen contanten meer bij. Het plaatje viel in elkaar.
Afgelopen vrijdag kwam ik met mijn zoon van veertien terug uit Parijs. Rond half twaalf in de avond stapten we uit de tram. Hij vroeg of we nog een kleine kapsalon konden gaan eten bij de ’Jaffo’. Ik zei dat dat een goed idee was. We stapten binnen. Zochten een tafeltje, zetten onze rugtassen neer en gingen zitten. We bestelden twee Fernandez groen. Mijn zoon bestelde een kleine kapsalon en ik een broodje shoarma met een extra broodje. We aten in stilte. De smaak van thuiskomen.
Even later kwamen er twee vrouwen binnen van mijn leeftijd. De één wat zatter dan de ander, maar beiden overduidelijk goed in de slappe was. Ze gingen aan de tafel naast ons zitten. Ze blaatten ophoog volume de ruimte vol en bestelden kipshoarma, expliciet zonder knoflooksaus. Zoiets bestel je alleen als je moeilijk wil doen of geen smaak hebt. Vervolgens vroegen ze ons waarom we van die grote rugzakken bij hadden. Mijn zoon antwoordde dat we net terugkwamen uit Parijs.
Ze begonnen meteen te koeren over bedwantsen. Overal bedwantsen. Mijn zoon antwoordde dat we in een goed hotel geslapen hadden, wat ook klopte. Daarop vroeg de niet onaantrekkelijke, in een lange groenleren plissérok geklede vragenstelster of er vloerbedekking lag. Mijn zoon antwoordde bevestigend. Weer was het bedwantsen all over the place. Wij waren klaar met eten, gordden onze rugzakken aan en stonden op. In het voorbijgaan fluisterde mijn zoon het wijf nog toe: ‘Gelukkig kunnen bedwantsen niet tegen knoflooksaus’. En liet naast haar gezicht een stevige boer.
Sommige mensen weten instinctief wat hun plek is. Ander mensen zullen er wel nooit geraken.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Dit is de laatste foto die ik van Merik kon maken. week of 6 geleden – bloedheet was het in de OBA in Amsterdam Zuid.
hij woonde de laatste jaren van zijn leven in amsterdam zuid en organiseerde in dat stadsdeel net als vroeger in de Pijp – badhuis – poëzie en muziek bijeenkomsten. hij vroeg mij het laatste jaar om het presenteren over te nemen. ik deed het graag voor hem. voor mij was hij de enige echte dichter van Amsterdam. het was alsof hij de dingen – de mensen in de stad verpoëtiseerde tot algemeen menselijke gebeurtenissen, gewoontes, bewegingen. vandaag vond ik de rouwkaart met zijn foto op de mat:
vandaag zag ik op de lokale tv zender At5 nog een verkeersspotje in en over amsterdam zuid en merik kondigde het item af – het moet opgenomen zijn enkele uren voor zijn dood.
vandaag dinsdagavond had ook zijn mailtje in mijn mailbox moeten verschijnen zoals dat mailtje al jaren op de dinsdagavond in mijn mailbox verscheen met een bijdrage van Meriks hand – een gedicht – een verhaal – een ontboezeming – een bijdrage voor de woensdag op pomgedichten punt nl. een keer in de maand of twee maanden stuurde hij een bijdrage in van zijn dikke dikke vriendin Mirjam Al. die mailtjes waren kort en zakelijk. zo schreef hij bijvoorbeeld:
merik <merikvandertorren@> 14 mrt 2023 08:48
Hoi Pom, Wat vind je van het programma van onze poëzie-en muziekmiddag op 16 april ? Bijgaand een tekst, geïnspireerd op het thema van de Boekenweek: “Ik ben alles”, groet, Merik
Dit alles ben jij
Zag je, hoorde je de optocht van de dieren naar de veilige ark ? Voor de vloed die ons in storm en regen werpt, de wateren die kalmeren en de duif die aanvliegt met de olijftak. Jij bent dit alles en dit alles ben ik.
De zon die de bloemen doet openspringen, de geest laat dansen aan de rand van de vulkaan, de streling, de knipoog bij het licht van de volle maan. Jij bent dit alles en dit alles ben ik.
En je blauwe boekje dat een haiku laat zien met hand geschreven, Oost-Indische inkt; zoet geurt de bloesem de bij zuigt zoemend honing uit de diepste kelk
Jij bent dit alles en dit alles ben ik.
Merik van der Torren
een van de strofen vinden we terug op de rouwkaart. de woensdag op de pomsite zal nooit meer die bijzondere woensdag kunnen zijn waarop ik met trots altijd zijn ‘zo gewone’ bijdrage mocht publiceren. zijn zo bijzondere bijdragen. die kolere dood ook!
aan de reacties van de mede dichters en bekenden van merik kun je aflezen hoe geliefd ie was in dichterskringen en elders. de vele podia met name die in amsterdam die hij met zijn zo ‘gewone’ bijdragen mooi maakte. zijn zo bijzondere bijdragen – de mensen gaan hem missen.
Peter over de dood van Merik van der Torren:‘We woonden ooit in de Govert Flinck str., gingen toen af en toe bij elkaar langs, door verhuizingen bleef het kontakt beperkt tot bij optredens en een incidenteel bezoek aan het tuinhuisje. Ik zal hem missen, z’n voordracht, z’n gedichten en de Pijp van vroeger , z’n bijeenkomsten in het Badhuis.’
Onopvallend klein en het liefste samen hij liep iets voorover waardoor zij wat groter leek door de jaren heen het bleef zoals het was betere tijden zouden niet meer komen
van alles niet te veel meestal genoeg soms net niet vaker net dan niet levenslang nooit erger dan af en toe te weinig van, nooit zo weinig dat
tegelijkertijd maar niet precies zodat hij haar overleefde en de dagen dat dit scheelde vertwijfeld, uitgeteld heeft afgewacht
Ik mag het niet zeggen maar de Spanjaarden van hier zijn nou niet bepaald lang van stuk. Galiciërs zijn nu eenmaal hoekig en compact als Kelten. Mannen. Vrouwen. Kinderen. De baby´s ook vierkant. In de super botst ze tegen me op. Naast het koelvak. Om de hoek bij de schapenkaas. Klein, rond en van rauwe melk. Die kaas. De korst voelt gruizig als vulkaansteen. Leche cruda. Staat op het etiket. Bumpergirl blijkt een dame van een jaar of zestien met ogen die je subiet naar adem doen happen. Zachtmoedig en diepzwart. Donker als de hemel in een maanloze nacht. Een dametje van bijna twee meter.
Dat is flink overdreven, die lengte, maar opmerkelijk lang is ze wel. De jongedame. Voor hier. Een veulen is ze ook. Met van die onhandig lange benen. Het lange haar glinstert steil en ravenzwart. Net als haar broek. Als rubber gegoten zo strak zit ´ie. Ik denk dat ze pauze heeft van school. Ofzo. Je weet wel, met je makkers naar de winkel voor vertier en een snelle snack. Jatten? Nee, hier niet. Nunca. Het groepje hing zojuist nog verveeld voor de ingang. Dat wel. Niños y niñas. Zij een kop groter. Ruimschoots. Twee misschien zelfs. Lichtelijk verward leek ze. Verdwaald in het leven. Eenzaam en torenhoog. En dan boem! Een frontale botsing. In de supermercado. With a total stranger. Dat is wel even schrikken voor het puberveulen. Ze piept als een rookmelder zo schel. Heel even.
De kaas stuitert dof en komt rollend tussen haar enkellaarsjes tot rust. Geen punt. Ze bukt giechelend en graait het ding met een zucht van de vloer. Oeps, die botsing. Spanning. Maar nu? Nu? Nu kijkt ze verrast omhoog en reikt me eigenwijs de kaas aan. Omhoog! That´s totally new. Verder omhoog? ¨Mis disculpas,¨ verontschuldigt ze zich, ¨por favor, tu queso.¨ Iemand langer! Dan zijzelf? De wereld zit barstensvol verrassingen. Haar glimlach is onbetaalbaar. Dan struint ze onhandig richting vrienden tot voorbij de kassa. Buiten straalt ze als de zon. Torenhoog. Adios! Zwaait ze. De lach nog losjes op de lippen. Nog steeds.
Frans Bakker meldt: Een groot gemis. Een geweldige dichter, vriend en buurman. Jarenlang traden we samen op en ik componeerde ook gitaarmuziek bij zijn gedichten. Z’n uitvaart is vrijdag 27 okt om 11.00 uur op Zorgvlied in Am*dam.
zojuist bereikte mij het droeve bericht dat Merik vrijdagavond overleden is – 67 jaar oud – in zijn woning omgevallen – Frans Bakker berichtte mij. woensdag gaf hij hier op mijn site zijn laatste bijdrage. jarenlang verzorgde hij samen met Mirjam Al de poëzie op pomgedichten punt nl op de woensdag – wij van hier wensen zijn familie en zijn maatje Mirjam Al sterkte – dit doet pijn. heel veel pijn.
Droom
We kwamen het huis binnen van de nieuwe vriend, een hoge ruimte vol met kleurige beelden en schilderijen. Iedereen was uitgenodigd op het feest, het was een vrolijke boel. Een gast gooide zijn witte hoed hoog de lucht in. Ineens viel me op dat iedereen iets roods droeg, een rood hemd, soms onder een zwarte trui, behalve ik. Gelukkig had ik mijn gedichten bij me.
Merik van der Torren
wat jammer, een lieve man, Merik, veel sterkte aan Miriam en familie
blijf
al naderen de wolken staat een deur open wordt het killer
voor mij, jij, altijd al vertrok je in de stille nachturen
Erika De Stercke (de dood houdt huis – ook moeten wij Erika condoleren met het heengaan van haar moeder afgelopen week)