Peter Posthumus over het wonder dat er nog iets in leven is…
het wonder dat er
nog iets in leven is

Dat ADHD-achtige gevoel
dat is organofosfaat
anders dan met Parkinson
dat is vermoedelijk glyfosaat
en dat trillen, komt door betason
pfas, pfoa en pfos
is wat geen land
zelfs niet als afval wil
daarvan ga je dan
raketloos naar de maan
en dat is dan van
nooit meer opstaan
die vele vage klachten
met chronisch pijn
dat zouden best eens
Nano plastics kunnen zijn
het wonder in dit leven
is het wonder dat er
nog iets in leven is
PETER POSTHUMUS
pom wolff – je hand door je haar
je hand door je haar
het moest er toch een keer van komen
anders hoeft het niet meer
er hoeft sowieso niks en er moet nooit iets
misschien was dat het wel
dat jij mij omarmde buiten mij om
en ik ook buiten jou om jou
ik af en toe wat riep
er is geen competitie in leed hoor of zoiets
dat vind ik nog steeds
én dat geluk is je hand door je haar halen
én het leven niet begrijpen
totdat jij vergeten zal zijn
pom wolff
———
Karin Beumkes over SHANE: ‘De hemel is een lichtster rijker dat is zeker.’
https://kink.nl/nieuws/shane-macgowan-overleden

Geen beste week want Shane is overleden en eigenlijk moet ik de ode nog schrijven, dus dit is een beetje een surrogaat gedicht. Het vertelt bij lange niet wat ik nog had willen zeggen maar het bericht raakte me behoorlijk en ik was er kapot van. Mensen zullen zeggen het was zijn eigen schuld want hij leefde er rap op los en dan heb je het voor jezelf verpest. Ik zal zeggen tuurlijk moet je leven, en de invulling van je leven is geheel aan jou. Ik zal de laatste zijn die Shane beoordeelt en de man maakte goud. Ik heb altijd gezegd dat je het toch heel bont mag maken en zelfs op de streep of ver daarboven. Die ode daar kom ik nog op. De hemel is een lichtster rijker dat is zeker.
En daarom is dit voor Shane, die altijd zo bescheiden was en ook aan de vrouw die hem verzorgde, zijn vrouw, Victoria Mary Clark.
Shane leek op de maand november, melancholiek en kwetsbaar,set fire on them.
November
Soms zie ik hem fietsen
zijn ogen zijn grijs
daar gaat hij langs het biddend riet
Soms denk ik dat november bestaan kan in een man.
The Pogues and Kirsty Macoll – Fairytale of New York
https://youtu.be/j9jbdgZidu8?si=mz2PXOdAcidxYrZQ
Het was kerstavond, schat
In de zaak vol zatlappen
Zei een oude man tegen mij
Ik zal geen volgende kerst meemaken
En toen zong hij een lied
‘The rare old mountain dew’
Ik draaide mijn gezicht weg
En droomde over jou
Deed een gelukkige gok
Die achttien tegen één uitbetaalde
Ik heb het gevoel
Dat dit jouw en mijn jaar wordt
Dus vrolijk kerstfeest
Ik hou van je, schat
Ik kan betere tijden zien
Als al onze dromen uitkomen
Ze hebben auto’s zo groot als kroegen
Ze hebben rivieren van goud
Maar de wind waait dwars door je heen
Het is geen plaats voor oudgedienden
Toen jij voor het eerst mijn hand pakte
Op een koude kerstavond
Beloofde je me
Dat Broadway op me wachtte
Jij was knap
Je was mooi
Koningin van de stad New York
Toen het orkest stopte met spelen
Joelden ze om meer
Sinatra was aan het swingen
Al de dronkaards waren aan het zingen
We kusten op een hoek
Toen dansten we door de nacht
De jongens van het New Yorkse politiekoor
Zongen ‘Galway Bay’
En de bellen klingelden
Voor eerste kerstdag
Je bent een schooier
Je bent een nietsnut
Je bent een oude vuilak met troep
Zoals je daar op een haar na dood in dat bed ligt
Jij rotzak, jij made
Jij ordinaire, waardeloze nicht
Vrolijk kerstfeest m’n reet
Ik bid God dat het onze laatste is
De jongens van het New Yorkse politiekoor
Zingen nog steeds ‘Galway Bay’
En de bellen klingelen
Voor eerste kerstdag
Ik had iemand kunnen zijn
Wel dat had iedereen
Jij nam mijn dromen van me weg
Toen ik je de eerste keer vond
Ik hield ze bij me, schat
Ik zette ze bij de mijne
Ik kan het niet alleen redden
Ik heb mijn dromen om jou heen gebouwd
De jongens van het New Yorkse politiekoor
Zingen nog steeds ‘Galway Bay’
En de bellen klingelen
Voor eerste kerstdag
Frans Terken wint de enige echte virtuele – en wie nodigt een dichter eigenlijk uit op zijn/haar feestje – trofee op pomgedichten.nl
dank aan de dichters die van het zondagochtendfeestje een feestje maakten door in te sturen. een mooie terugblik van Anke Labrie hoe het was in moeders tijden. ook de prachtige poedersneeuw die Cartouche hier liet vallen, ook de dansende woorden van Rik van Boeckel – laten we toch het goud aan Frans Terken: met een mooi eerbetoon aan de dichter die elk feestje weet te verrijken – ‘hoor hun gouden regels klinken..’ – de regels, de glazen, de vrienden op uitnodiging – een feestelijk gedicht! Van harte!

Dag Pom,
Las dat je dit weekend een feestje bouwt, dan ben ik graag van de partij. Hieronder mijn bijdrage.eestelijke groet,
Frans
Feestje
De kaarten geschud
eerst de messen geslepen
dan maar eens kijken wie een kaartje
voor het grote feest mag krijgen
niet de tante uit Wappieland
verdwaalde dochter van de dominee
die hel en verdoemenis preekt
als altijd voor eigen parochie
laat staan de baas van Pruikenstad
die brutaal medestanders overschreeuwt
met zijn X-kreten en valse voorwendsels
hem past de ijskast als een vale winterjas
nee enkel gevierde dichters de vrienden
als liefhebber van het hoge woord
dat ademloze aandacht oproept
hoor hun gouden regels klinken
welluidende aankleding van elk feest
als slingers boven het hoofd gehangen
hoe wij ons daarin onderdompelen
tot het nagalmt nog in de gevulde glazen
© FT 01.12.2023
frans blijft geheel in stijl – wie niet die niet – wie wel die wel – mooi eerbetoon aan de dichter die elk feestje weet te verrijken – ‘hoor hun gouden regels klinken..’ – de regels, de glazen, de vrienden op uitnodiging – een feestelijk gedicht! en geert nee die niet – ook poetin niet. en orban ook niet.
- Frans Terken – hoor hun gouden regels klinken
- Cartouche – een begin van poëzie
- Rik van Boeckel – kom laat de aarde wensen weergalmen
- Anke Labrie – rondgaan met de taartjes

een lang uitgerekt thema deze week – en wellicht te vrolijk ook voor de gemiddelde dichter – maar ach een feestje is nooit weg – graag deze week thema feestje en mogelijk ook iets over de bacchanalen waarin dichterlijke feestjes vaak eindigen – in dichterlijk woorden op de zondagochtend hier geserveerd – dichters aller landen leeft u uit – brast, drinkt, zwelgt, orgiet desnoods. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

het was het feestje wel
we namen afscheid van de man
die zeg maar rustig grenzeloos
onder prikkeldraad door
en door elk prikkeldraad heen
wel iets van vrede wist te vinden
we namen afscheid van zijn vrouw die
hoe geweldig het allemaal ook was
en hoe fijn het feestje klopte
zichtbaar genoot van het oorlogspad
wellustig spanningen te snijden kreeg
we namen afscheid van hun kind
dat waar het ook verbleef of hing
kauwgom onder een tafel wist te plakken
en altijd wel een glas vol cola
over een nieuwe bank te kegelen wist
en we namen ook afscheid van hun hond
die ook dit keer weer kwijlend binnenkwam
zindelijkheid niet echt in het vaandel droeg
naar alles hapte wat bewoog
rusteloos het huis door rende
en blafte blafte ja onophoudelijk blafte
‘gezellig toch’ zei de man van vrede bij het weggaan
pom wolff

maar een partijtje voor twee
een ingetogen feest
van herkenning
ter lering en
vermaak
Welk een weelde van een woord
bij ontleding kom je tot een
driedeling, verwondering
ver-wonde-ring
de ring die over je vinger schuift
een pleister die over wonden glijdt
zodat ze afgedekt en uit het zicht
het wonder dat nog verborgen
je naar haar lokt en lonkt
in je ligt, de oorsprong van
alle leven, een begin van poëzie
gong en grondslag van elke kunst
wat je van ver, vanonder de grens
naar boven haalt – als een deken
poedersneeuw over de dagen legt
in haar meest sprekende vorm
een zondags feest der zinnen
01-12-2023 / Cartouche
fijn dat Cartouche de bijsluiter bij zijn gedicht geeft- een partijtje voor twee en minder uitbundig dan aangegeven – we lezen over ‘een deken van poedersneeuw’ ja dan zijn we toch weer waar we wezen moeten – in het land van de poëzie – dichter mag dan zogenaamd min of meer ingetogen de zinnen ontleden – het gedicht staat toch bol van verlangen en mogelijk na een maandje of negen bol van verwachting. noem het allemaal maar ingetogen.

Feesten zijn geesten van zonnige muziek
tijden dansen elk jaar zo zinnig energiek
dichters dragen de dagen in verzen voor
het podium verbindt hun werkelijkheid
vredige stiltes doorzoeken het doolhof
van de ziel lonkend naar zekere liefde
de zachte kus van een schone vrouw
is zo lang getekend door weldadigheid
een magisch mirakel laat de aarde feesten
nu de roep om waarheid nooit verstomt
mensen dansen onder paraplu ritmiek
druppels tikken heel langzaam en snel
ritmische potenties dalen teder neer
op hielen spelend met tikkende tenen
kom laat de aarde wensen weergalmen
onder de muziek van nu toen en later.
Rik van Boeckel
1 december 2023
de laatste strofe lijkt mij helemaal Rok van Boeckel te zijn – wil je deze dichter beschrijven roep uitbundig en ritmisch verantwoord deze laatste zeker ook romantische strofe aan en je hebt en kent Rik Van Boeckel maar doe het wel tussen zon en maan en de sterren:
‘kom laat de aarde wensen weergalmen
onder de muziek van nu toen en later.’

de bakker bracht al vroeg
de twee grote witte dozen
die vlug naar de kelder gingen
alle mooie kopjes met de rozen
en de gouden randjes werden afgewassen
stel dat ze stoffig waren
en ook de glazen moesten vandaag blinken
het huis was al lang helemaal gepoetst
ramen gelapt en de vitrage fris gewassen
de stoelen klaar gezet in een grote kring
op tafel de sigaretten met de filters in een glaasje
in een wat groter glas alle sigaren
de emmer in de keuken
met de vers gemaakte vruchtenbowl
ik mocht rondgaan met de taartjes
en hoopte vurig dat die lekkere overbleef
want de dag erna was het voor ons kinderen
altijd pas het echte feest
anke labrie
(serie: kindertijd jaren vijftig)
de jaren vijftig inderdaad in dit gedicht gevangen – de sigaretten in een glaasje – de stoelen in een kring geplaatst – hopen op de voorgeprogrammeerde gezelligheid – en als ome iets teveel jonge genever op had durfde hij een optreden tussen de schuifdeuren – voor kinderen inderdaad een feestje – met drukte en lekkere dingen – goed opgevoede kinderen in dit gedicht – wachtend op de dag na de feestdag – er waren ook kinderen die aan voorproeven deden.
DITMAR BAKKER vertaalt! sonnet 16 – ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ van Millay – ‘…dat kon geen dagen liggen daar…’

XVI.
De dokter vroeg haar wat ze precies wilde
met hem; dat kon geen dagen liggen daar.
Schokkend vond zij ’t dat leven niet verstilde
zelfs na de dood, het irriteerde haar;
was hij niet doodgegaan, zo dacht zij licht,
bleef alles simpeler, want overbodig
een uitvaart die alleen wanorde sticht
in alles, en rumoer was ook niet nodig,
en massa’s mensen die haar dan bij name
noemden, bevroegen, die ze niet eens kende,
zij keek slechts, wijl zij zich naar ’t bed toewendde
in stilte, elk geluid veronachtzamend,
en dokters ogen voelend, zei zij toen:
“als iemand doodgaat, weet ik niet precies wat je moet doen.”
The doctor asked her what she wanted done
With him, that could not lie there many days.
And she was shocked to see how life goes on
Even after death, in irritating ways;
And mused how if he had not died at all
‘Twould have been easier — then there need not be
The stiff disorder of a funeral
Everywhere, and the hideous industry,
And crowds of people calling her by name
And questioning her, she’d never seen before,
But only watching by his bed once more
And sitting silent if a knocking a came …
She said at length, feeling the doctor’s eyes,
“I don’t know what you do exactly when a person dies.”
DITMAR BAKKER vertaalt
pom wolff – feestje

het was het feestje wel
we namen afscheid van de man
die zeg maar rustig grenzeloos
onder prikkeldraad door
en door elk prikkeldraad heen
wel iets van vrede wist te vinden
we namen afscheid van zijn vrouw die
hoe geweldig het allemaal ook was
en hoe fijn het feestje klopte
zichtbaar genoot van het oorlogspad
wellustig spanningen te snijden kreeg
we namen afscheid van hun kind
dat waar het ook verbleef of hing
kauwgom onder een tafel wist te plakken
en altijd wel een glas vol cola
over een nieuwe bank te kegelen wist
en we namen ook afscheid van hun hond
die ook dit keer weer kwijlend binnenkwam
zindelijkheid niet echt in het vaandel droeg
naar alles hapte wat bewoog
rusteloos het huis door rende
en blafte blafte ja onophoudelijk blafte
‘gezellig toch’ zei de man van vrede bij het weggaan
pom wolff
VON SOLO – toen we de DDR nog hadden en wij vrij…

Vroeger waren we blij, dat we in Nederland woonden. We waren vrij. Dat waren we sinds 1945, toen de Amerikanen ons kwamen bevrijden. Het waren de Amerikanen, die ons de echte vrijheid kwamen brengen. Zo brachten ze ons het geld van Marshall, later de hippies en de losse moraal. Daarna dat hebzucht goed is en ieder voor zich. Alles moest maar kunnen. En kon de facto ook. Gek was nooit gek genoeg. Dat was aan de andere kant van het IJzeren gordijn wel anders als je door de Russen was ‘bevrijd’. Neem de Duitse Democratische Republiek, de DDR. Daar had je de Stasi. De ‘Staatssicherheit’. Die controleerde het openbare leven. En niet alleen het openbare leven. Ook achter de voordeur was de invloed van de Stasi niet te ontkennen. Je buren zouden je verraden, als het ze uitkwam. Tot aan je familie toe. Je was eigenlijk voor niemand veilig. Al je gangen werden minutieus gevolgd door het staatsapparaat. Dissidente gedachten waren verboden en dito gedrag werd streng bestraft. Daar wisten ze nog wat heropvoeden was. Zo hield je het volk in de pas.
Wat ben ik blij, dat ik niet in zo’n land ben opgegroeid. Ik mocht zeggen wat ik wilde en kon daar hoogstens door mijn ouders of leraren op school in gecorrigeerd worden. Als die niet in de buurt waren, was ik volledig vrij in mijn doen en laten. In mijn denken al helemaal. We deden de gekste dingen. Maakten graffiti, zopen veel te veel, altijd maar blowen, krenkende gedichten schrijven en voorlezen aan vrienden, zoenen met meiden, vechten met jongens en niets van dat alles bereikte ‘ons gezag’, want die zaten thuis voor de buis. Enkel aan een zuigvlek, blauw oog of een katerkop konden ze zien hoe de avond verlopen was. Als ze vroegen hoe het was geweest, kon je daar soms zelf ook enkel maar naar raden. Je had dan in ieder geval nog je vrienden om een reconstructie te maken van de vierentwintig uur daarvoor. Bewijs was schaars en vaak al verdwenen, voor welk gezag dan ook, daar iets mee aan had kunnen vangen.
Ik ken tegenwoordig collega-ouders, die ‘afspraken’ maken met hun kinderen. De kinderen mogen enkel de deur uit als ze laten weten waar ze heen gaan en met wie. Ze moeten dan beloven, dat ze het volgsysteem op hun slimme telefoon aanzetten en bereikbaar zijn. Hun lesroosters, cijfers en banksaldo’s worden gecontroleerd door de hoeders. Onder de zestien, kom je de meeste kroegen niet binnen in het weekend. Een alcoholische versnapering kun je al helemaal wel vergeten. Geen barman of -vrouw meer, die het risico nog neemt de vergunning te verliezen door een ‘lok-tiener’. In supermarkten worden identiteitsbewijzen, die je overigens altijd bij moet hebben, ook grondig gecheckt. Vriendjes, vriendinnetjes, vijanden, bewakingscamera’s en omstanders filmen alles, dat ook maar een beetje uit de pas loopt. Dat staat dan binnen twee minuten op de het digitale netwerk. Het verband met je hele levensverhaal en je zoek- en consumptiegedrag is dan snel gelegd. Om nog maar het zwijgen van je meningsuitingen op de diverse kanalen. Alles, maar dan ook alles wordt vastgelegd en waar nodig gemodereerd en door slimme algoritmes is een onwrikbare context gebracht. Het mag ook allemaal gebruikt worden door justitie en de ordediensten. Voor de ‘veiligheid’. En dat is volledig normaal.
We zijn er met z’n allen in gelopen. We leven tegenwoordig in de Europese Democratische Republiek. De vrijheid die ons gebracht is, hebben we met twee handen aangepakt. We zijn gewillige staatsburgers geworden, die vergeten zijn, waarom onze eigen jeugd zo goed voelde. We zijn overtuigd, dat het zo beter is. Voor de kinderen. Alles voor de kinderen.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Vera Jongejan en de herfst: ‘blozende buurman nu alleen nog dood te zien…’
blozende buurman
nu alleen nog dood te zien

Herfst
Het kersenboompje stond
stralend geel vanochtend
voor mijn raam
herinnerde me aan de kortstondigheid
van schoonheid
en op de mat lag weer een rouwkaart
blozende buurman
nu alleen nog dood te zien
mijn tuin vermagerd en verwaaid
vertoont steeds meer gaten
een eindeloze regen roffelt blues.
een beetje gezapig. Ik heb daarna nog een herfstgedicht geschreven, misschien beter voor de woensdag
Herfst
Hier heerst opnieuw de herfst
we verkleuren, dwarrelen neer
overdenken dat we gaan sterven
we liggen verweekt in de goot
en schrijven weemoedige gedichten
zo zou het kunnen zijn
als niet ook de waanzin aan de macht
het bittere einde regisseert
verblinde mensjes
vechten hun bloedende gelijk uit
we zien de video’s van alles in puin
en schuld
die turft de dode kinderen.
Vera Jongejan


