“voor maandag iets anders” schreef Peter mij. de prachtcolumnist van pomgedichten op de maandag blijkbaar aangeraakt door de poëzie – hahaha – niet dat ik hem daartoe heb aangezet of verleid – zeer zeker niet – maar dan toch Peter aan de Poëzie. en wie zijn wij om hem dat te beletten. eigenlijk zijn wij van hier wel een beetje trots dat de man van de vele prozawoorden zich waagt aan ingeklonken dichtkunst. zet u schrap!
Waar stond de zon toen ik ontwaakte? Waar is de dag? Ontheemd ben ik geboren Uit de schaduw van haar lach.
Hier zal ik wachten, in maneschijn verloren, Totdat ze komt om de kramp wat te verzachten. Levenslust als vlees vermomd.
Met vurig hart dat zo roestig kraakte, Eeuwigheid bezworen in dezelfde ziel, Kus ik nu in vrede de pokken op haar kiel.
dank aan alle dichters die inzonden. er zaten gedroomde prachtwerken bij. en onbegrepen prachtwerken – neem het mij rustig kwalijk – een mening is ook maar een mening – wat doet de beschouwer anders dan een gedicht in zijn eigen leeservaring plaatsen – zo leerde kees fens het ons ooit. hoe dan ook – een gedicht sprong er voor mij uit deze week – GOUD voor Monique Wilmer-Leegwater die het thema wist om te buigen – wist te verbreden – van mens naar dier en natuur én mens. van harte. Rob Mientje en Rik van Boeckel ook erg graag gelezen.
Het recht om te stromen
Iemand moet het doen. Laten we duizend kraanvogels vouwen om alle wensen te vervullen. Irrawaddydolfijnen wijzen ons de vis, in ruil daarvoor zullen we met ze spelen.
We laten de rivier maar niet de schuren, die halen we neer. De hoop die daar leeft, nemen we mee. Bergen hem in wei en bos. Een maan van steen breekt in stukken om ons heen.
Onze longen vullen zich met overvloed, door niemand af te nemen. Dit zuigen zo veel, zo veel, van jou en mij, het dier. De wind zoals in het begin, het dekzand dat hier altijd al was
de golven in cadans, standvastig en ferm, nemen ons mee. Er zijn mensen die verhalen van zo’n land, zo’n land aan zee. Het is er goed en blauw. Niet eerder zag de lucht zo blauw.
we vroegen: ‘we lezen graag deze week over al het mooie over alle verborgen gebleven schoonheid over alle ongekende mogelijkheden, over de zo intens gewenste werkelijkheid..’ – we kregen:
‘Er zijn mensen die verhalen van zo’n land, zo’n land aan zee. Het is er goed en blauw. Niet eerder zag de lucht zo blauw.’
we kregen een positief beschreven begin van onze zondagochtend wedstrijd. hier wordt geen mens bezongen maar de natuur en de dieren door Monique in een gedicht uit haar alom geprezen debuutbundel WISSELPLAATS. we krijgen niet te weten als lezer hoeveel mensen verhalen van het gedroomde blauw. ‘er zijn mensen die verhalen..’ lezen we en we lezen meteen in die regel ook de droom – de hoop op een wereld vol van dat prachtige blauw. Monique Wilmer-Leegwater vult als het ware de voor velen verborgen gebleven aardse schoonheid in met prachtige poëzie. de zo door haar intens gewenste werkelijkheid dichter bij de lezer.
Monique Wilmer-Leegwater: ‘Er zijn mensen die verhalen van zo’n land,…’
Rik Van Boeckel: ‘zingen en dichten (..) op het ritme van het dromende hart.’
Luk Paard: ’n lied dat sloeg doordrong en bleef
Frans Terken: hoe ze langzaamaan oplossen
Cartouche: beslagen ramen in de noodopvang
B. Amiri: om de onmogelijke verlangens te ontwijken
Rob Mientjes: Van dat wat nooit was
karin beumkes schreef zo mooi bij de dood van shane deze week: Shane leek op de maand november, melancholiek en kwetsbaar, set fire on them.
November
Soms zie ik hem fietsen zijn ogen zijn grijs daar gaat hij langs het biddend riet
Soms denk ik dat november bestaan kan in een man.
karin Beumkes
‘Ik had iemand kunnen zijn Wel dat had iedereen Jij nam mijn dromen van me weg Toen ik je de eerste keer vond
Ik hield ze bij me, schat Ik zette ze bij de mijne Ik kan het niet alleen redden Ik heb mijn dromen om jou heen gebouwd‘
shanes onverwoestbare kerstnummer brengt ons het thema van de week – wie wint de enige echte virtuele – ach ja dromen je verliest ze – trofee op pomgedichten.nl? we hebben ze allemaal – we hebben ze allemaal gehad en ook als ze verloren gingen waren ze nog van waarde in de herinnering. we lezen graag deze week over al het mooie over alle verborgen gebleven schoonheid over alle ongekende mogelijkheden, over de zo intens gewenste werkelijkheid die maar geen realiteit wilde of kon worden. in het prachtnummer ‘fairy tale of New York’ wordt zo een droom bezongen. u kent de regels hier: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
nog nooit zong iemand mooier ‘je nam mijn dromen af’ zo komt het en zo gaat het het misschien-was-dat-het-dan moment
het onmogelijke weten het onontkoombare dat smeult om in je te vergaan om in je te sterven
pom wolff
Hallo Pom Hier mijn bijdrage aan de enige virtuele. Helaas heb ik vorige week de uitvaart bijgewoond van de Uruguayaanse tango zanger, dichter, acteur, regisseur en maker van maskers Juan Tajes – (Juan Tajes links vanRik op de foto) – die in Amsterdam woonde en met wie ik in de GlobalLorca groep heb samengespeeld: een voorstelling over de poëzie en het toneelwerk van Federico Garciá Lorca die we niet alleen in Amsterdam hebben gespeeld maar ook in Zwitserland. Over die voorstelling schrijf ik in mijn reisboek Muzikale reizen van Portugal naar Finland in het hoofdstuk GlobalLorca vanuit Spanje, Cuba en Buenos Aires naar Zwitserland.
Met dichterlijke groet Rik van Boeckel
Langzaam ontwakende droom
Dromen gaan niet verder dan ontwakende realiteit
nu dit zo is verhaald lijkt een ieder afgedwaald
langs de doornige roos uit Pandora’s schimmige doos
het aardse koren verschroeiend in een langzaam groeiende droom
dramatisch is het tragisch slot begraven in aarde van pure waarde
zo moet het wezen en zijn voor de universele werkelijkheid
zo zingen en dichten dienaars van het lot op het ritme van het dromende hart.
wij condoleren Rik met de mensen die hij de afgelopen weken verloor. onder anderen Juan. het levert een langzaam indalend besef in poëzie gegoten van die soms zo afschuwelijke onontkoombare werkelijkheid die met geen pen te bestrijden valt. ‘zo zingen en dichten dienaars van het lot op het ritme van het dromende hart’ – pijn.
Luk Paard(de rockdichter): ah deze maand as’n laatste rechte lijn naar ‘et nieuwe….ik schrijf dan gewoonlijk wat minder…en overloop me eige leventje…en zo herinner ik mij ’n band….de zanger… https://youtu.be/BJIoDTcPGds?si=lp8HzyxGXPI6hAs8
” shane “
(‘k mocht je paar keertjes live geniete en zo herinner ik jij die ook muziekgeschiedenis schreef…voor altijd)
met elke noot die je uit je lichaam zong asof’et de laatste keer ’n laatste noot of zo
en the band die speelde machtig as’n ruggesteun de fles half leeg
’n trouwe vriend en elke noot uit je lichaam asof’et de laatste keer de fles
en de jongens speelde zij droege je lied ’n lied dat sloeg doordrong en bleef
zoas’n nieuwe fles telkens weer asof’et de laatste en jij met elke noot nog meer’et zinge dat blijft doordringt
een goudeerlijk en uit het hart geschreven eerbetoon van de rockdichter LP aan shane die onlangs overleden is. een eerbetoon zoals LP ook herman brood in poëzie vereeuwigt – zangers als shane en herman blijven – zingen in een baan om de aarde hoe dood ze ook zijn.
Dag Pom, Een bijdrage voor de virtuele, we dromen maar dat het weer goed komt, de demonen weggeblazen. Weekendgroet, Frans
Dromen in december
Zo donker als de nacht is zijn de dagen van deze maand tussen waken en slapen val je weg in een schemergebied
een voorbode van demonen die in dromen aan je voorbijtrekken luchtledige schimmen springend en krijsend om hoofd en lijf
waar je geen vinger achter krijgt laat staan de hand op kunt leggen ongrijpbaar als mist in december
hoe ze langzaamaan oplossen als je slaapdronken je stem verheft een lied van leven voor ze zingt
‘een lied voor leven’ om de demonen te verdrijven. het medicijn. de donkere dagen voor de kerst met bittere koude en heel veel regen werken niet echt een vrolijk dichterlijk gemoed in de hand. er wordt hier niet echt vrolijk gedroomd. gelukkig kent de dichter het medicijn bij het ontwaken.
Weerklank
In de stilte van de nacht je ogen glans van nooit vermoede dromen, grazig ongebaande paden, te verrichten daden
hoe ze de klanken weten te verstommen van onversneden vallend glas, gebral en borrelpraat van praatjesmakers en hun klonen de godganse dag
waarvoor woorden moeten wijken de slinger houdt zijn slagen – de tijd een ogenblik zijn adem stil in een alleen door ons te horen symfonie
gaat een wereld open, niet langer plat en dolgedraaid, het leven staat voor even – in deze huiver, deze ril weet ik mijn tranen
eenmaal wakker, in het tikken van de regen hier, het spreken van beslagen ramen in de noodopvang
09-12-2023 / Cartouche
Cartouche slaagt er zo af en toe in – maar de laatste tijd toch vaker hier om buiten mijn dichterlijk jargon te treden. deze lezer begrijpt dit gedicht echt niet. wat is ‘een onversneden vallend glas’ ik zou het niet weten – welke ‘grazig ongebaande paden’ worden hier betreden en door wie? ik weet het echt niet. de dichter moet van het door hem zelf beschrevene huilen zoveel is zeker in de voorlaatste strofe – en in de noodopvang spreken beslagen ramen. begrijpt u het wel?
(in de leer van de receptie esthetica zouden ze opmerken dat als de dichter/zender teveel voor de lezer/ontvanger onbegrijpelijke tekens in zijn gedicht/boodschap verwerkt dan is de kans groot dat de communicatie tussen zender en ontvanger niet echt lukt.)
Als ik zeg II
Als ik zeg: de bus wacht op mij terwijl ik weet dat de bussen begrijpen niet wat wachten is en jij weet ook dat de bussen niets van het wachten begrijpen dan begrijpen we elkaar voor het eerst en dat vertalen we naar de liefde het verlangen naar overeenkomsten is een evolutionair begrip
duizenden vlinders in jouw buik duizenden fascinaties in de mijne
Als ik zeg: we gaan nu de bergen in terwijl ik weet dat je nooit de bergen in gaat en dat zeg ik alleen omdat ik de onmogelijke verlangens met de onzinnige woorden probeer te vermijden en jij maakt andere onzinnige klanken om de onmogelijke verlangens te ontwijken dan zijn we al te laat
duizenden sterren in mijn gedachte duizenden hoop in de jouwe
Als ik zeg: wanneer de zon onder gaat terwijl ik weet dat de zon nooit onder gaat en ik neem aan dat jij ook weet dat de zon eigenlijk nooit onder gaat terwijl jij denkt dat de zon werkelijk onder gaat en je neemt aan dat ik ook geloof dat de zon wekelijk onder gaat dan weten we het even niet meer
duizenden praktische bezwaren geen enkele spijt
B. Amiri
dichter Babak is niet geheel op de hoogte van de 20-20 regel die hier gehanteerd wordt – zie bovenin – tenzij noodzaak! en dat is wel even de vraag of het mantra achtige geheel van de noodzaak is. ik herken mezelf een beetje tijdens een schrijfproces – je begint en je weet niet waar je uit komt. na de schrijfseance resteert best een bijzondere tekst – en toch mag er wat mij betreft in gesneden worden. (duizenden hoop?) – ik vermoed dat deze tekst veel beter als performance tekst werkt dan als een tekst op papier. de herhaling is prettig voor een toehoorder niet voor een lezer. de passage met de zon die wel of niet onder gaat – ik weet het niet. de teloorgang van een relatie kan beter beschreven – de relatie hangt hier in de zon uit te drogen.
Hallo Pom, Een laat dicht met de groeten van Scarlett. Rob
O haar Gone with the wind Toupet malheureux
Sweet dreams made of hair Waaien door het bos van bomen Takkewijf met witte wieven
Dromend verliest ze Van haar prins op pony Die staart en benen neemt
Waar blijft de tijd Dat mijn hoofd nog droomde Van dat wat nooit was
Rob Mientjes
de filmpersonages/ het filmpersonage in een aardige poëtische vorm gegoten en teruggebracht tot de dichter die haar beschreef. mooie slotstrofe – waar blijft de tijd vraagt de dichter. wij van hier weten het ook niet. weg als de dromen die werden nagejaagd wellicht. ‘wegger dan weg’ las ik deze week mirjam al. en ik moet denken aan die geweldige kinderlogica – toen een kind gevraagd werd even stil te zijn en het antwoord luidde: ik praat niet mijn mond praat. hier een variant: ik droomde niet – mijn hoofd droomde.
Ditmar Bakker maakte de vrijdag tot een feestje op pomgedichten. voor het mooie men leze meer op http://www.ditmarbakt.nl/Sonnetten vandaag het slotsonnet uit de serie die Ditmar als volgt inleidde:
Beste Pom, Mijn felicitaties met je tweede kleinkind. Ik begreep dat het in Berlijn het levenslicht zag, en er zijn slechtere plekken om dat te doen ter wereld. Geluk is een vreemd ding; geluk is gevaarlijk; een zeepbel, heb ik ook weleens horen zeggen. Sommige mensen vinden geluk in de kinderschaar, anderen vinden geluk, en maken van de weeromstuit kinderen om dit geluk te delen en de toekomst in te katapulteren. Soms zijn er helemaal geen kinderen, en dat brengt ons bij Edna St. Vincent Millay, je weet wel, die Amerikaanse dichteres die zo mooi over liefde schreef, en over geluk.
Qua vertalingen is het karig gesteld in ons taalgebied: Wikipedia rept enkel van Warren, die dit ongetwijfeld fijnzinnig uitgevoerd heeft—gevonden heb ik het nog niet; Herman de Coninck, die erop stond haar werk te mangelen (delen van gedichten dooreen gegooid, onnauwkeurige of slordige vertalingen…het is alles werkelijk niet fraai en na te lezen op DBNL); en de bundel Dwars Vers van Ans Bouter (www.ansbouter.nl). De laatste heeft haar sporen wel verdiend met het vertalen van muzikale evergreens, maar soms blijven in haar Millay’s een soort rafelrandjes over, die mijns inziens de subtiliteit van de oorspronkelijke idee niet helemaal vatten, zo moeilijk als dat ook is…goede vertalingen zijn schaars en kom je soms nog als eenling tegen in een literair tijdschrift of zo, wat je doet brommen dat Wilmink echt veel te vroeg overleed en Kal niet genoeg respect heeft gekregen.
Millay zelf zal het een worst wezen, die is al zo’n 75 jaar dood en schreef haar beste werk jong—zo rond haar dertigste werd haar poëzie al bekroond met een Pulitzer. Necrologie alvast schrijven, Wikipediapagina aanmaken, niets meer aan doen, zou je zeggen. En dan zijn daar die types die zeggen van ‘het moet over’. De paar sonnetten die ook de Pom sierden, zijn uit hun verband gehaald. De reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ werd, al experimenterend, door Millay gemaakt, en, tja, grossiert in prachtig leedwezen, denk ik. Mijn flauwekul als reactie op flauwekul, daar had ik me niet toe moeten laten verlokken. Zwak vlees. Enfin.
Het heeft me vrij veel werk en tijd gekost om de ruwe omzettingen, die je website sierden, te schaven en politoeren naar contemporaine(r) werkjes, later dan 1975 wordt ’t niet denk ik—zelfs van een telefoon wordt in de reeks geen gewag gemaakt, wel van grutters die maar ‘bezorgers’ zijn geworden e.d.—maar ach, Millay stierf zelf al 25 jaar daarvoor, en deze reeks bleef onafgerond(?). Het líjkt echter grotendeels gaaf, en behelst het ziekbed-en-sterven van een man, bezien door de bril van zijn vervreemde wederhelft, die terugkeert naar hem als hij ziek is (ondanks het feit, dat zij niet van hem houdt, wat dat dan ook precies moge zijn—hier verwijs ik graag naar het andere werk van Millay) en hem verzorgt tot het eind. Ik stuur je de eerste negen, van de zeventien, oorspronkelijke sonnetten en hun schaduwrijke fluisterstem in het Nederlands toe. Geniet, of niet! Veel geluk met Liva, en veel geluk voor haar. Liefs! D.
XVII. Doodernstig nu—zij keek naar wie daar lag; hoe vreemd: zij vleide zich vaak naast hem neer, in ’t koude ledikant, vroeger, bij nacht, en wat geweest was, vond geen wederkeer. Zijn lijf had zo begeerd. Die vurigheid leek eindelijk weg, zo ook de spanning die hem kwelde; die was hij voor altijd kwijt. Het laken gaf de bolling weg der knie; vormen, haar zo bekend als het boudoir. Met trotse gratie kwam zij op, die vrouw, alsof haar gade daar dan speechen zou, en trof een man, nog nooit gezien door haar— de man, die maaltijden naast haar verteert, klein, absurd, van haar: nu niet van haar, ongerubriceerd.
—
Gazing upon him now, severe and dead, It seemed a curious thing that she had lain Beside him many a night in that cold bed, And that had been which would not be again. From his desirous body the great heat Was gone at last, it seemed, and the taut nerves loosened forever. Formally the sheet Set forth for her today those curves And lengths familiar as the bedroom door. She was as one who enters, sly and proud, To where her husbands speaks before a crowd, And sees a man she never saw before – The man who eats his victuals at her side, Small, and absurd, and hers: for once, not hers, unclassified.
Afgelopen weken heb ik me met veel plezier weer eens door het boek ‘Vrouwen’ van Charles Bukowski heen gelezen. Het las weg als een koude literpul pils op een zonnige zomerdag. De inzichten die deze man ten toon spreidde waren op het nihilistische af, maar een stuk realistischer, dan de hele virtuele realiteit waar we tegenwoordig in terecht gekomen zijn. Naast alle vrouwen, die op zijn pad komen en waar hij met meer of minder succes seks mee heeft, blijft het fijne aan het boek toch vooral de rust die er van de hoofdpersoon uit gaat. Hij maakt zich nergens zorgen om. Doet niks, wil niks en hoeft schijnbaar ook gewoon niks. Fantastisch. Het enige dat hij wel doet is keihard zuipen. De hele tijd. Heerlijk.
Zelf denk ik ook, dat dat eigenlijk de oplossing is voor het grootste deel van de moderne problemen. Gewoon zodanig in het verleden blijven hangen, dat ze geen vat meer op je kunnen krijgen, omdat je te ver achtergebleven bent. De vaart der volkeren kan dan al niet meer keren. Alles moet namelijk in een rattenrace zo snel mogelijk verder richting de afgrond. Terwijl jij je de tering in zuipt, rennen zij zich rot als een bende lemmings op amfetamine. Toen de pandemie uitbrak, ben ik ook gewoon gaan zuipen. Pas toen de kroegen dicht gingen, kreeg ik voor het eerst een beetje last. Het sentiment van zuipen in de kroeg werd me ontnomen. Dat moet je niet doen met iemand die wel van een drankje houdt.
In mijn jongere jaren was ik psychisch gestoord. Dat merkte je niet, want van vrijdag tot zondag was ik aan de zuip, of had ik een kater. En ik was niet de enige. Ook mensen die een gezonde geest hadden, zopen net zo hard mee. Dat schiep een soort verbroedering. Niet de verdeling zoals men tegenwoordig aantreft. Mensen die zuipen nemen geen aanstoot aan het drinkgedrag van anderen. Ze raken er eerder door geïnspireerd. Ik ken meerdere collega- dichters, die therapeutisch altijd flink aan de drank zaten. Het schijnt het beste medicijn te zijn voor concentratiestoornissen en autistisch spectrum afwijkingen. Als je zuipt, liggen je rare gedragingen namelijk daaraan, en vallen ze dus minder op. Ook valt het jezelf minder op. Uiteraard kun je je ook laten helpen door de geestelijke gezondheidszorg, maar dan zit je je leven lang verder aan de pillen, die uiteindelijk verder ook weinig lol opleveren. Keihard zuipen is een oplossing voor de gewone man, die geen zin in heeft in medicalisering.
Het is jammer, dat er een tijdperk voorbijgaat. Zuipen wordt steeds verder gemarginaliseerd. Zogenaamd onder de vlag van gezondheid en fatsoen. Maar de echte vlag is gehoorzaamheid. Een nuchter iemand luistert beter. En dat is precies de reden dat ik zuip. Het is een daad van verzet. Het is een uiting van ongehoorzaamheid. Het is de kuur die ik mezelf geef, als alles in mijn kop me te veel wordt. Het is wat ik doe, als ik me wil gedragen als een idioot, maar net niet over die drempel durf. Ik wil godverdomme niet fatsoenlijk zijn. Het is het enige, dat altijd bewezen heeft te leveren is alcohol. Altijd weer die uitdaging aan te gaan. Ben ik sterker, of de drank? Dat is vechten voor je leven. Maar geeft zo veel voldoening. Zelfs als je verliest.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
je bent wegger dan weg dat zei je ooit toen Natascha je kat was gaan hemelen nu zeg ik het jou wegger dan weg ben je al voer ik urenlange gesprekken met je in mijn warrig hoofd slaap ik in je beddengoed trek ik je ouwe trui aan om je geur te kunnen waarnemen
Geen beste week want Shane is overleden en eigenlijk moet ik de ode nog schrijven, dus dit is een beetje een surrogaat gedicht. Het vertelt bij lange niet wat ik nog had willen zeggen maar het bericht raakte me behoorlijk en ik was er kapot van. Mensen zullen zeggen het was zijn eigen schuld want hij leefde er rap op los en dan heb je het voor jezelf verpest. Ik zal zeggen tuurlijk moet je leven, en de invulling van je leven is geheel aan jou. Ik zal de laatste zijn die Shane beoordeelt en de man maakte goud. Ik heb altijd gezegd dat je het toch heel bont mag maken en zelfs op de streep of ver daarboven. Die ode daar kom ik nog op. De hemel is een lichtster rijker dat is zeker.
En daarom is dit voor Shane, die altijd zo bescheiden was en ook aan de vrouw die hem verzorgde, zijn vrouw, Victoria Mary Clark.
Shane leek op de maand november, melancholiek en kwetsbaar,set fire on them.
November
Soms zie ik hem fietsen zijn ogen zijn grijs daar gaat hij langs het biddend riet
Het was kerstavond, schat In de zaak vol zatlappen Zei een oude man tegen mij Ik zal geen volgende kerst meemaken En toen zong hij een lied ‘The rare old mountain dew’ Ik draaide mijn gezicht weg En droomde over jou
Deed een gelukkige gok Die achttien tegen één uitbetaalde Ik heb het gevoel Dat dit jouw en mijn jaar wordt Dus vrolijk kerstfeest Ik hou van je, schat Ik kan betere tijden zien Als al onze dromen uitkomen
Ze hebben auto’s zo groot als kroegen Ze hebben rivieren van goud Maar de wind waait dwars door je heen Het is geen plaats voor oudgedienden Toen jij voor het eerst mijn hand pakte Op een koude kerstavond Beloofde je me Dat Broadway op me wachtte
Jij was knap Je was mooi Koningin van de stad New York Toen het orkest stopte met spelen Joelden ze om meer Sinatra was aan het swingen Al de dronkaards waren aan het zingen We kusten op een hoek Toen dansten we door de nacht De jongens van het New Yorkse politiekoor Zongen ‘Galway Bay’ En de bellen klingelden Voor eerste kerstdag
Je bent een schooier Je bent een nietsnut Je bent een oude vuilak met troep Zoals je daar op een haar na dood in dat bed ligt Jij rotzak, jij made Jij ordinaire, waardeloze nicht Vrolijk kerstfeest m’n reet Ik bid God dat het onze laatste is
De jongens van het New Yorkse politiekoor Zingen nog steeds ‘Galway Bay’ En de bellen klingelen Voor eerste kerstdag
Ik had iemand kunnen zijn Wel dat had iedereen Jij nam mijn dromen van me weg Toen ik je de eerste keer vond Ik hield ze bij me, schat Ik zette ze bij de mijne Ik kan het niet alleen redden Ik heb mijn dromen om jou heen gebouwd
De jongens van het New Yorkse politiekoor Zingen nog steeds ‘Galway Bay’ En de bellen klingelen Voor eerste kerstdag
dank aan de dichters die van het zondagochtendfeestje een feestje maakten door in te sturen. een mooie terugblik van Anke Labrie hoe het was in moeders tijden. ook de prachtige poedersneeuw die Cartouche hier liet vallen, ook de dansende woorden van Rik van Boeckel – laten we toch het goud aan Frans Terken: met een mooi eerbetoon aan de dichter die elk feestje weet te verrijken – ‘hoor hun gouden regels klinken..’ – de regels, de glazen, de vrienden op uitnodiging – een feestelijk gedicht! Van harte!
Dag Pom, Las dat je dit weekend een feestje bouwt, dan ben ik graag van de partij. Hieronder mijn bijdrage.eestelijke groet, Frans Feestje
De kaarten geschud eerst de messen geslepen dan maar eens kijken wie een kaartje voor het grote feest mag krijgen
niet de tante uit Wappieland verdwaalde dochter van de dominee die hel en verdoemenis preekt als altijd voor eigen parochie
laat staan de baas van Pruikenstad die brutaal medestanders overschreeuwt met zijn X-kreten en valse voorwendsels hem past de ijskast als een vale winterjas
nee enkel gevierde dichters de vrienden als liefhebber van het hoge woord dat ademloze aandacht oproept hoor hun gouden regels klinken
welluidende aankleding van elk feest als slingers boven het hoofd gehangen hoe wij ons daarin onderdompelen tot het nagalmt nog in de gevulde glazen
frans blijft geheel in stijl – wie niet die niet – wie wel die wel – mooi eerbetoon aan de dichter die elk feestje weet te verrijken – ‘hoor hun gouden regels klinken..’ – de regels, de glazen, de vrienden op uitnodiging – een feestelijk gedicht! en geert nee die niet – ook poetin niet. en orban ook niet.
Frans Terken – hoor hun gouden regels klinken
Cartouche – een begin van poëzie
Rik van Boeckel – kom laat de aarde wensen weergalmen
Anke Labrie – rondgaan met de taartjes
wie wint de enige echte virtuele – en wie nodigt een dichter eigenlijk uit op zijn/haar feestje – trofee op pomgedichten.nl? een lang uitgerekt thema deze week – en wellicht te vrolijk ook voor de gemiddelde dichter – maar ach een feestje is nooit weg – graag deze week thema feestje en mogelijk ook iets over de bacchanalen waarin dichterlijke feestjes vaak eindigen – in dichterlijk woorden op de zondagochtend hier geserveerd – dichters aller landen leeft u uit – brast, drinkt, zwelgt, orgiet desnoods. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
het was het feestje wel
we namen afscheid van de man die zeg maar rustig grenzeloos onder prikkeldraad door en door elk prikkeldraad heen wel iets van vrede wist te vinden
we namen afscheid van zijn vrouw die hoe geweldig het allemaal ook was en hoe fijn het feestje klopte zichtbaar genoot van het oorlogspad wellustig spanningen te snijden kreeg
we namen afscheid van hun kind dat waar het ook verbleef of hing kauwgom onder een tafel wist te plakken en altijd wel een glas vol cola over een nieuwe bank te kegelen wist
en we namen ook afscheid van hun hond die ook dit keer weer kwijlend binnenkwam zindelijkheid niet echt in het vaandel droeg naar alles hapte wat bewoog rusteloos het huis door rende
en blafte blafte ja onophoudelijk blafte ‘gezellig toch’ zei de man van vrede bij het weggaan
pom wolff
Voor mij vandaag geen bacchanaal maar een partijtje voor twee een ingetogen feest van herkenning ter lering en vermaak
Welk een weelde van een woord bij ontleding kom je tot een driedeling, verwondering ver-wonde-ring
de ring die over je vinger schuift een pleister die over wonden glijdt zodat ze afgedekt en uit het zicht het wonder dat nog verborgen je naar haar lokt en lonkt
in je ligt, de oorsprong van alle leven, een begin van poëzie gong en grondslag van elke kunst wat je van ver, vanonder de grens naar boven haalt – als een deken poedersneeuw over de dagen legt
in haar meest sprekende vorm een zondags feest der zinnen
01-12-2023 / Cartouche
fijn dat Cartouche de bijsluiter bij zijn gedicht geeft- een partijtje voor twee en minder uitbundig dan aangegeven – we lezen over ‘een deken van poedersneeuw’ ja dan zijn we toch weer waar we wezen moeten – in het land van de poëzie – dichter mag dan zogenaamd min of meer ingetogen de zinnen ontleden – het gedicht staat toch bol van verlangen en mogelijk na een maandje of negen bol van verwachting. noem het allemaal maar ingetogen.
Een wereld van feesten
Feesten zijn geesten van zonnige muziek tijden dansen elk jaar zo zinnig energiek
dichters dragen de dagen in verzen voor het podium verbindt hun werkelijkheid
vredige stiltes doorzoeken het doolhof van de ziel lonkend naar zekere liefde
de zachte kus van een schone vrouw is zo lang getekend door weldadigheid
een magisch mirakel laat de aarde feesten nu de roep om waarheid nooit verstomt
mensen dansen onder paraplu ritmiek druppels tikken heel langzaam en snel
ritmische potenties dalen teder neer op hielen spelend met tikkende tenen
kom laat de aarde wensen weergalmen onder de muziek van nu toen en later.
Rik van Boeckel 1 december 2023
de laatste strofe lijkt mij helemaal Rok van Boeckel te zijn – wil je deze dichter beschrijven roep uitbundig en ritmisch verantwoord deze laatste zeker ook romantische strofe aan en je hebt en kent Rik Van Boeckel maar doe het wel tussen zon en maan en de sterren: ‘kom laat de aarde wensen weergalmen onder de muziek van nu toen en later.’
als mama jarig was
de bakker bracht al vroeg de twee grote witte dozen die vlug naar de kelder gingen
alle mooie kopjes met de rozen en de gouden randjes werden afgewassen stel dat ze stoffig waren en ook de glazen moesten vandaag blinken
het huis was al lang helemaal gepoetst ramen gelapt en de vitrage fris gewassen de stoelen klaar gezet in een grote kring
op tafel de sigaretten met de filters in een glaasje in een wat groter glas alle sigaren de emmer in de keuken met de vers gemaakte vruchtenbowl
ik mocht rondgaan met de taartjes en hoopte vurig dat die lekkere overbleef want de dag erna was het voor ons kinderen altijd pas het echte feest anke labrie (serie: kindertijd jaren vijftig)
de jaren vijftig inderdaad in dit gedicht gevangen – de sigaretten in een glaasje – de stoelen in een kring geplaatst – hopen op de voorgeprogrammeerde gezelligheid – en als ome iets teveel jonge genever op had durfde hij een optreden tussen de schuifdeuren – voor kinderen inderdaad een feestje – met drukte en lekkere dingen – goed opgevoede kinderen in dit gedicht – wachtend op de dag na de feestdag – er waren ook kinderen die aan voorproeven deden.