Hoi Pom, Een activiteit van Betty in de late uurtjes, groet, Merik.
In Bar Baut
Dat bij de borrel van de Groen-Links-deelraadfractie of die van de Faculteit Politicologie van de Universiteit van Amsterdam Betty naast de stoel van de voorzitter van het gebeuren een vergeten patatje bespeurt en opsmikkelt,
“Geloof maar niet dat het nog uitmaakt,” pruttelt een doffe meisjesstem uit een prachtlijf dat gehuld is in iets wat je geloof ik een mannelijke jurk zou kunnen noemen. “Stemmen.” Het standpunt meteen helder: “We gaan naar de klote.” Met hoofdletters. Hoe dan ook. Niemand! Over links of over rechts. Goede bedoelingen. Kamerclowns. SOS. De koers is gezet. Paniek. Waterval. Volgens.
Nou kom ik in de nachttrein wel vaker ondergewaardeerde psychoten of andere onbestemde profeten tegen, maar deze helderziende raakt een heikel punt. “Het politieke bestel staat bol van uitgesmeerde macht. Wie waarover gaat is volstrekt troebel. Een beetje zoals destijds met die rommelhypotheken, weet u nog?” De jurk beweegt, de lippen strak. “Ik weet dat je van haar houdt. But no worries! Eva redt zich wel.” What the fuck? Eva? Liefde? Dat is een mondvol. Overrompeld door dit statement vraag ik wat Eva in godsnaam met politiek te maken heeft en haar er voortaan buiten te laten. Een vrolijke schaterlach klatert van de zachtroze lippen. “Tout. Et rien.”
Keynes. Marx. Nietzsche. Hawking. Bohr. Einstein. De hele mik komt in een razende lawine voorbij. Godsdiensten erna. Woordenbrei. Pffff. Dan suist de deur open: Station Leiden. Salvation. Ik heb trek in een kroket. Goulash of saté. Hapklaar uit de muur. Pinnen. Hoge hakken klikken voorbij. “Smakelijk!” schatert de jurk. “Alleen een walvis kan het tij nog keren.” Het is de piep in mijn oren. Dat doffe.
dank aan alle inzenders voor de mooie gedichten ingezonden naar aanleiding van de publicatie Alja Spaans prachtbundel – het langzaam voorovervallen – de zondagochtendwedstrijd genereert prachtige gedichten – het thema vanuit vele kanten belicht waarbij de esthetiek en het activisme niet worden geschuwd zijnde ook functies van de poëzie. ik kies deze week voor de taalkracht die Rob Mientjes in zijn woorden heeft gelegd. op indringende wijze weet hij van proza poëzie te maken. van een zakelijke tekst – een oproep – een dichtwerk met sprankelende taalkracht – van harte! goud voor Rob Mientjes.
Goedenavond Pom,
Verzoening met de afname van de betekenis van dingen een trieste zaak. Het raakt mij als kei. Immers zo voelt het, de verlorenheid. Hard, rotslos en door alle goden verlaten. Een sirene die niet loeit maar huilt.
Betekenisvol leg ik de hand onder mijn kei. Emoties mogen never nooit niet afnemen. Mijn Elvis huilt glitters en ik juich tranen. Kom op zeg, bekijk het eens even. Zie, luister, tast, ruik, kus en zoen.
Vrij vrij en aard aardig. Laat de dingen met rust. Het zijn zijn, het onverklaarbare onverklaard. Ding niet naar dingen. Noch intrinsiek noch excentriek. Laat muziek muziek.
Het enige ding dat telt, niet zo moeilijk, is uiteindelijk de liefde. Toch?
Groet, Rob Mientjes
we lezen een indringend en zeer indrukwekkend en voor zijn doen ook helder in ieder geval zeer krachtig betoog van Rob – poëzie moet en kan ook een daad van verzet zijn – en dat is het hier zeker. ik vind het een prachtig poëtisch betoog – dichter legt zich niet neer bij het afnemen van de betekenis der dingen – ik lees hier bijna de levenslust en de aanmoedigingen het leven en het lieven te vieren van een Simon Vinkenoog terug. op deze wijze kan poëzie ook zijn waarde bewijzen in de kracht van de woorden het leven in vuur en vlam.
Rik van Boeckel – Laat het leven duren
Erika De Stercke – dat er hoop is
Frans Terken: alsof het tasten is in het donker
Rob Mientjes: de verlorenheid
Anke Labrie: de woorden wankelen
Vera van der Horst: de veerman, het licht de horizon
Paul Bezembinder: die noodlottige decemberdag
Ditmar Bakker: als alles minder wordt. buiten deelname wedstrijd
laat ik Alja nog een keer kort citeren: “Dames de B. en Z. zitten in de hal al te wachten, handen in hun schoot. Mevrouw de B. zou later zeggen dat ze geen idee had waarop…” – of hoe de tijd genadeloos inwerkt op de mens – trofee.
hoewel de trage teloorgang van een mens al door alja prachtig is verwoord wellicht zweeft er ergens nog iets van poëzie rond die we zo graag leggen op de tijd, op het leven of op de teloorgang van de mens en de dingen. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
voor haar
ik zal haar troosten als ze verdrietig is een dekentje over haar heen leggen als ze slaapt in haar stoel
alle stekkers weer in het stopcontact doen de wc ontstoppen als ze de kattenkorrels weer
ik zal op tien plaatsen hetzelfde briefje neerleggen elke dag voor haar koken en haar geheugen zijn en ik zal chocola kopen omdat ze dat lekker vindt
pom wolff
Het licht van de toekomst
Laat het leven duren jaren nemen langzaam toe bitter of verwonderd
muziek maakt jou jong danst met de tijd mee verfijnt komende maanden
herinnering zingt het heden naar de oorsprong van verleden ademt beelden van nu en toen uit
verwonder om de hoek zo luid dat de gang nimmer verzaakt de toekomst stilaan licht aanraakt.
Rik van Boeckel 16 september 2023
een bijna onmogelijk thema, nouja nogal moeilijk door mij verwoord – de teloorgangtrofee is aan de orde en wie wil daar nou aan? het verbaast mij niet echt dat het Rik lukt om de woorden in een dimensie van tijd en ruimte te plaatsen – we lezen een beetje shaffys – huil, bid lach, werk en bewonder – rik van boeckel kiest altijd de aangename optimistische kant van het leven en biedt de levenslust alle ruimte. hoe en waar en wanneer dan ook.
leeftijd
heb jij het leven in handen laat het einde op de metalen instrumenten achter gun ze geen traan of woord al hoort het bij het bestaan
zeg wat we willen horen in een onverbloemde taal dat er hoop is de wereld nog kan ademen vermoedens kunnen slapen
Erika De Stercke
onze Erika wil er niet helemaal aan lees ik in dit mooi kort gehouden aansprekende gedicht. ze geeft goede raad op hoopvolle wijze – roept op sterk te zijn in de eerste strofe – gun ze niks die doktoren – laat de wereld met jou daarbij ademen in de tweede.
Dag Pom, el een overgang, van ‘verwachting’ naar het ‘langzaam voorovervallen’. Maar mooi om bij beide thema’s stil te staan. Zo wordt ook een gedicht ‘geboren’. Weekendgroet, Frans
Onmacht
Zie ik hoe jij de lippen krult maar woorden je ontvallen in de schemer van je achterhoofd
een begin van leegloop die gaandeweg in je neerdaalt bij zoeken naar wat kwijtraakt
alsof het tasten is in het donker hier en daar nog iets vinden maar niet meer weten wat het is
flarden opvangen die ergens nog naar herkenning ruiken een vleug van een oude geur
aarzelend een handgebaar waar je je even aan vasthoudt
dat het bij zwaaien blijft de onmacht van uitzwaaien
Frans beschrijft vrij natuurlijk en precies de toestand waarin we komen te verkeren – bijna een eindpunt – een gedicht over wat allemaal verloren gaat en over het beetje aan beweging wat ons na verloop van tijd dan nog rest.hoe lichaam en geest in harmonie aan het slotstuk beginnen.en inderdaad na onze gedichten over de tijd vol verwachting en de geboorten van Liva en Fiene – ook in de teloorgang worden gedichten geboren.
het hijgend hert voert haar door het gewiste landschap van haar leven
hoog gaat ze dan weer laag de woorden wankelen de klanken binnen
de melodie verweven met haar kinderjaren is vastgeklonken aan haar geest
versleten op haar schoot de plattegrond een zwart gekafte bundel goud op snee
anke labrie
het hijgend hert doet mij denken aan de horeca in bloemendaal waar je met je vader na een fietstocht een flesje limonade met wat zoetigheid op verantwoorde wijze voorgeschoteld kreeg. in ieder geval iets van vroeger -(het toeval wil dat op de zuil enige horecawoorden te lezen zijn) – maar dat terzijde – ook anke kiest voor de beschrijving van de teloorgang en kiest daar een paar sprekende voorbeelden voor uit. je kunt over 1000 dingen schrijven het is aan de dichter te kiezen – anke kiest voor mooie taal die ze op een persoon legt zacht en met liefde.
De dood en de weg erheen klinken meestal zo mooi in poëzie de veerman, het licht de horizon de berusting en sluiks verlangen
De pijn en angst, klinken nooit rauw en worden zelden met naam genoemd maar behoedzaam ingestopt in wollige metaforen
Ik voel me bevoorrecht dat ik dichters ken en vraag aan hen mij te laten sterven in hun mooiste woorden.
Vera van der Horst
Vera schreef in een begeleidend schrijven dat het gedicht nog maar en idee is en verder uitgewerkt moet worden – dat ben ik met haar eens – fijn als mensen meteen hun eigen recensie toevoegen aan hun eigen gedicht haha. van de strofen een en twee moet nog poëzie gemaakt – strofe drie niets meer aan doen die is perfect. die strofe kan ook prima alleen een gedichtje zijn. ze moet uitkijken dar ik die niet aan haar graf…
Baadster Was hij als jongen uit zijn lood toen hij haar zomaar baden zag en heel zijn leven voor hem lag,
meer nog uit zijn lood stond hij op die noodlottige decemberdag dat hij zijn zieke echtgenote zag.
Hij zag niet hoe, hij zag niet wat. Een zuster hielp haar net uit bad.
Paul Bezembinder
een kleinood, in de zin van kostbaar taalmateriaal gekneed en gevormd door de dichter – prettig lopend rijm en in een achttal regels het thema getroffen en de lezer.
Ditmar B 10:48 ingezonden helaas na de deadline DE LIJSTER
Die zanger is bekend bij iedereen; midzomers vliegt hij luid door bossen heen en doet de stammen ronken als voordien. Hij noemt ’t blad oud, zegt ‘qua bloei, verhoudt weer zomer tot lente zich als één tot tien.’ Hij zegt—de vroege bladerval geschiedt in peer- en kersenbloesemregens neer op dagen dat men haast geen wolkje ziet. Hij zegt, bij neergang die ook najaar heet, dat ’t stof der wegen al bedekt, compleet. Hij zou als elke vogel zijn, en stil, wist hij niet, zingend, wat aan zang toch schort. De vraag, die men in woorden vatten wil, is wat te doen als alles minder wordt.
De reeks ‘Sonnets From An Ungrafted Tree’ werd, al experimenterend, door Millay gemaakt, en, tja, grossiert in prachtig leedwezen. Het heeft me vrij veel werk en tijd gekost om de ruwe omzettingen, die je website sierden, te schaven en politoeren naar contemporaine(r) werkjes, later dan 1975 wordt ’t niet denk ik—zelfs van een telefoon wordt in de reeks geen gewag gemaakt, wel van grutters die maar ‘bezorgers’ zijn geworden e.d.—maar ach, Millay stierf zelf al 25 jaar daarvoor, en deze reeks bleef onafgerond(?). Het líjkt echter grotendeels gaaf, en behelst het ziekbed-en-sterven van een man, bezien door de bril van zijn vervreemde wederhelft, die terugkeert naar hem als hij ziek is (ondanks het feit, dat zij niet van hem houdt, wat dat dan ook precies moge zijn—hier verwijs ik graag naar het andere werk van Millay) en hem verzorgt tot het eind. Ik stuur je de eerste negen, van de zeventien, oorspronkelijke sonnetten en hun schaduwrijke fluisterstem in het Nederlands toe. Geniet, of niet!
Liefs! D.
VI.
Ze opende de kelderdeur, wat aarz’lend, stapte de keuken in, en zag het spoor daar op de vloer van modderige laarzen, een stapel aan pakketjes stond ervoor op het aanrecht; ze knipte heel voorzichtig de touwtjes door, vouwde de tassen met beleid op, nadat zij ze evenwichtig (zou een kind denken) open had gezet. ’t Was nauwkeurig, simpel werk… maar vertier, verveling voegden zich vervaarlijk samen totdat uiteindelijk toch die vragen kwamen: ‘Wie zet nou frisdrank daar? En suiker hier?’ Toen brak de droom. Stil pakte zij een dweil, prikte de bon op de bekende spijker in de stijl.
Then cautiously she pushed the cellar door And stepped into the kitchen — saw the track Of muddy rubber boots across the floor, The many paper parcels in a stack Upon the dresser; with accustomed care Removed the twine and put the wrappings by, Folded, and the bags flat, that with an air Of ease had been whipped open skillfully, To the gape of children. Treacherously dear And simple was the dull, familiar task. And so it was she came at length to ask: How came the soda there? The sugar here? Then the dream broke. Silent, she brought a mop, And forced the trade-slip on the nail that held his razor strop.
Zojuist ben ik het Muizengaatje gepasseerd. De passage van mijn blanke compound naar het Oude Noorden. Ik duw mezelf de helling op. Uit tegengestelde richting komt een Latijns-Amerikaans typ aan op een nieuwe swapfiets. Hij fiets tegen het verkeer in. Als hij straks naar beneden suist en bij het bochtje onderdoor het viaduct komt, zal hij een zeer gevaarlijke situatie veroorzaken. Die bocht is namelijk totaal onoverzichtelijk en je verwacht daar daarom ook geen tegenliggers. Dus als hij daar de helling afkomt en het tunneltje in gaat en van de andere kant komt er iemand, dan is dat een zekere botsing. Nu swappert hij wat ongemakkelijk mij voorbij. Zijn gezichtsuitdrukking zou ik het best vergelijken met een cavia die net te veel hooi op heeft en zich afvraagt wat voor groot dier hij likkebaardend voor zicht zich bij het aanschouwen van een grote poes. In Vlaanderen zouden we zeggen, een onnozelaar.
Maar hij komt er waarschijnlijk mee weg. Het gaat bij dat soort lui nooit fout. En als het dan toch fout gaat, dan speelt hij dom. Hij spreekt de taal niet, kent de gebruiken niet. En hoe kon hij dat dan ook weten. Nederland is zo ingewikkeld. Een swapfiets huren dat gaat dan nog wel. Hij is van de generatie die alle dure gemakken van het leven als norm beschouwt. De Übe-Airbnb-globetrotter die op de centen van zijn vader en de subsidies van de Nederlandse staat een jaartje pretstudie meepikt, alvorens weer ergens anders de tussenjaren te vullen en wat expat-appartementen onder te schijten.
Maar hij is niet de enige die zo leeft. Het lijkt of dit symptomatisch is voor alle ‘gen-Z-ers’, of hoe je dat tuig ook wilt noemen. Onnozel en dom te spelen wordt tot kunst verheven. En heel verongelijkt te doen als er iets misgaat. En vooral ontkennen, dat er iets zou zijn, dat je er zelf aan had kunnen doen. De wereld om je heen is er namelijk om dienstbaar te zijn aan jij, jij, jij!!! En als je dat lang genoeg volhoudt, dan ga je er zelf in geloven. Dat creëert een hele generatie slachtoffers, die ook nog eens niet kunnen bevatten hoe dit hen had kunnen overkomen.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
De deurbellen ooit gepoetst en glimmend op een rij maar nu, die van tweehoog aan een draadje door de deur geboord de andere hing erbij die van driehoog was verdwenen
van tweehoog werd geschreeuwd daarna hoorde ik z’n stem iets later z’n bleek gezicht de rimpels en ogen die geen hardheid konden weerstaan
” zo jongen ” zei hij ” ben je daar uiteindelijk “ en toen ook ” Nee moeder niet, nee die is al jarenlang niet meer onder ons
met Frans Terken schreef ik wekenlang ‘over en weer’ in afwachting van onze kleindochters – en nu zijn ze er – LIVA en FIENE – welkom in het leven hier – hoe zij de wereld mooier zullen maken – in ieder geval voor de opa’s frans en pom. onder het item leest u bij de ‘#terken en wolff over en weer’ alle gedichten vol verwachting en blijdschap – zo u dat wenst. vader en moeder – frans en familie van harte!
Lieve Fiene
Zoals het in de sterren stond aangekondigd maanden geleden het begin van leven met echo’s omlijst nu als zondagskind gekomen
fiene als de ware fine fleur geboren op deze septemberdag die in alle toonaarden geschiedenis schrijft klein meisje in ons leven verschenen
je komst nog onverwacht draagtijd niet tot het einde gehouden de hitte van deze zondag getrotseerd om het licht van de wereld te zien
en wie je zo onmetelijk liefhebben je stoere moeder en vader de schatten aan je zijde die je voeden en verzorgen om dag na dag groter te groeien
zijn ook wij oma’s en opa’s oneindig blij jouw aanwezigheid die ons bestaan verrijkt
Ik denk dat ze uit Polen komen. Het klinkt ver weg een beetje zoals Braziliaans, maar dan anders. Minder zangerig ofzo. Pools. Maar misschien komen ze van elders. Mars? De langste van de twee, de twintig net voorbij, heeft opgeschoren zwart haar, dat van boven lang en steil is. Als een Netflix viking. Net onder de haargrens, vlak boven beide oren, oogt haar huid grauw en droog. Gehuld in een slobberend zilverkleurig trainingspak klemt ze zich onhandig vast aan een kneiterwit stepje dat, hier in de supermarkt, een blok aan haar been is.
De andere dame, druk gebarend als een opgeschoten tiener, is getooid met wel duizend dunne rode springerige vlechtjes. Madame Medusa. Hoogstens achttien lentes. Popperig klein van stuk, lijkt ze geen keuze te kunnen maken tussen een zak met van die roze varkentjes en een grootverpakking zure matten. De biggetjes mogen blijven. De matten gaan terug. Pardoes het schap in.
De lange, in vlekkeloos zilverwit, heeft haar oog inmiddels laten vallen op een pak chocolate chip cookies, maar ook die worden na enige aarzeling teruggelegd. Ik denk dat het te maken heeft met haar smetteloze outfit. Zoiets vraagt om discipline. Kraakhelder. Doe maar een pak van die gesuikerde kokosbiscuitjes, gebaart Medusa. Daar! Wel zo veilig. Onderweg naar de kassa grist ze nog twee blikjes fris uit het koelschap. Betalen doen ze bij de zelfscan. Ieder voor zich.
Eenmaal buiten zorgt het fietsje voor flink wat spektakel. Eerlijk is eerlijk. Het ding stuitert, surft en tolt als een bezetene. Viking girl blijkt een meesterpilot. Verderop is de canal parade. Het is er gezellig druk. Rond de gracht. Pride in Leiden. Ergens bij horen. Meedoen. Het moet, maar ik ga voor een rondje om de singels. Solo. Wel zo rustig. Something just smacked into Jupiter. Een komeet ofzo.