
“Geloof maar niet dat het nog uitmaakt,” pruttelt een doffe meisjesstem uit een prachtlijf dat gehuld is in iets wat je geloof ik een mannelijke jurk zou kunnen noemen. “Stemmen.” Het standpunt meteen helder: “We gaan naar de klote.” Met hoofdletters. Hoe dan ook. Niemand! Over links of over rechts. Goede bedoelingen. Kamerclowns. SOS. De koers is gezet. Paniek. Waterval. Volgens.
Nou kom ik in de nachttrein wel vaker ondergewaardeerde psychoten of andere onbestemde profeten tegen, maar deze helderziende raakt een heikel punt. “Het politieke bestel staat bol van uitgesmeerde macht. Wie waarover gaat is volstrekt troebel. Een beetje zoals destijds met die rommelhypotheken, weet u nog?” De jurk beweegt, de lippen strak. “Ik weet dat je van haar houdt. But no worries! Eva redt zich wel.” What the fuck? Eva? Liefde? Dat is een mondvol. Overrompeld door dit statement vraag ik wat Eva in godsnaam met politiek te maken heeft en haar er voortaan buiten te laten. Een vrolijke schaterlach klatert van de zachtroze lippen. “Tout. Et rien.”
Keynes. Marx. Nietzsche. Hawking. Bohr. Einstein. De hele mik komt in een razende lawine voorbij. Godsdiensten erna. Woordenbrei. Pffff. Dan suist de deur open: Station Leiden. Salvation. Ik heb trek in een kroket. Goulash of saté. Hapklaar uit de muur. Pinnen. Hoge hakken klikken voorbij. “Smakelijk!” schatert de jurk. “Alleen een walvis kan het tij nog keren.” Het is de piep in mijn oren. Dat doffe.
Peter Berger


Goedenavond Pom,














