zoals ik ben ik vaak voor het verzachten van wat herinneringen
Blijf gewoon
Ik blijf thuis, in mijn levende geest -terwijl de wind alleen maar in mijn beide oren fluistert- vandaag kom ik niet meer maar vrees niet denk gewoon aan mensen die bij jou horen zoals ze vroeger waren voor jou
Ze vertellen je over het weer en meer over regen en kwelling
Misschien vertellen de zon en de maan over liefde, of over de eelt op de ziel en kinderen die van ver weg bellen
Je zult me vandaag niet horen Ik word elders verwacht op erevelden waar stilte door mij wordt gevuld
En steun een eenzame wandelaar zoals ik ben ik vaak voor het verzachten van wat herinneringen
Hij tolereert geen geruchtenwoorden alleen als ze hem bereiken vanaf de zee
Julius Dreyfsandt Zu Schlamm
op zo een maandag dag onverwacht prachtige bijna parlando campert – achtige poëzie van Julius. dit is nou poëzie waar je geen vinger achter kunt krijgen terwijl alle woorden helder als kristal zijn. de woorden van de dichter trekken je mee in een droomwereld waaruit het liever niet ontwaken is. het is drijven op schoonheid en dat is het.
Wij van hier willen Yvonne Koenderman van harte bedanken voor haar bijdragen op de vrijdagen op pomgedichten punt nl – ik mag wel zeggen haar bijdragen de afgelopen jaren – een bijzonder mens – we waren getuige van de verslagen hoe zij haar ziekte te lijf ging – we kregen mooie sfeertekeningen te lezen en prachtige gedichten onder ogen. Yvonne blijft natuurlijk altijd welkom op de pom. zoveel levenslust kunnen we echt niet missen. en wat zijn wij verheugd om SERAPHINA HASSELS te mogen verwelkomen op de vrijdag – hier op deze poëziesite der sites. we maakten afgelopen zondag al kennis met een van haar gedichten – zie nogmaals hieronder – vanaf vrijdag meer moois: welkom SERAPHINA!
Vertrek,
maart, 2022, treinstation, Lviv, Ukraine
Uitgestrekte handen raken het koude glas daar waar aan de andere kant peuterhandjes de zijne raken als ware het een onschuldig kiekeboe spel achter melkwit waas het gezichtje nu al een vaag verdwijnende schim in zijn geheugen geëtst haar stille glimlach plots eeuwenoud, de blik op zijn handen gericht, houdt leven in balans zij tillen elkaar op deze kleine eenheid van hoop tegen de wanhoop.
Strepen en striemen als van een wilde nacht. Ja, het kreng nam me bont en blauw te pakken. Het was een week voor de snoeischaar, de schop en het houweel. Et la tronçonneuse. Naturellement. Door mij geliefd om de rauwe kracht van haar ketting. Zagen maar. Het obstakel? Een verwilderd struikenbos dat in de herfst van die donkerblauwe harde bessen draagt. Zuur als citroenen totdat de nachtvorst de smaak ietwat verzacht zodat ze nog enigszins te pruimen zijn. Die bessen. Sleedoorn. Lijkt op meidoorn. Een boomstruik die zich als de konijnen via haar wortels voortplant. Woekerend onkruid kortom. Stammetjes alom. Krom als bananen. Tropisch hard en taai als een boze droom. Met doornen scherp als draadnagels. Hoog bovenop een wuivende kroon van witte bloesem. Eerst knippen. De takken. Dan zagen. De stammen. Dan hakken en graven. De stronken. Trekken. Duwen. Stinken. Buigen tot het breekt. Knippen die wortels. Sjorren. Heen en weer. Op en neer. Totdat je uit je adem barst. Het zweet je in de ogen brandt. En keer op keer de dekselse bende wegslepen tot voorbij de beek. Daar ligt nu opnieuw een takkenberg. Het brandhout in de schuur. De stekels? Die zweren er wel uit. Straks is het de beurt aan dat roestig oude hekwerk dat al sinds jaar en dag schots en scheef in z´n scharnieren bengelt. Ooit bedoeld om de ganzen te bedwingen. Lang geleden waterpas afgehangen aan dikke stalen bielzen die dik een meter de grond in steken. Minstens. Gestort in grof beton. Die palen. Het hek gaat eraan. Hoe dan ook. Rauzen met die hap. De palen eruit. Hoera! Rondjes rennen om het huis.
ik zie het jaartal 1953 de laatste tijd net te vaak verschijnen in overlijdensadvertenties
god heeft gesproken: én laten we vooral de dichter wolluf niet vergeten die is ook van het rampjaar 53
sinds hij op aarde is aangespoeld is het daar één goddeloze bende sinds hij gedichten schrijft zaait meneer frictie en verderf
het is nu wel welletjes geweest met die wolluf zo sprak de heer zachtmoedig: kerosine is hij en tot kerosine zal hij wederkeren ‘dan maar liever de lucht in’ met meneer
Bij de gratie Pom’s ga ik de komende weken genieten van een vakantie in Frankrijk. U leest mij na die tijd weer. Want er is nog zoveel.
Of het ooit klaar zal zijn met schrijven? Of de verhalen ooit op zullen zijn? Vorige week leek het er even op. Maar dat was schijn. Ik werd in beslag genomen door drukte voor de vakantie. Zo’n jaarlijks werkdingetje. Zelfs op dat moment gonsde het nog in mijn hoofd. Had ik alleen maar ergens nog dat uurtje vrije geest kunnen schrapen om ook iets op papier te knallen. Nou ja, soms gaat dat niet, maar dat wil dan niet zeggen dat de verhalen er niet zijn. Na honderden weken heb ik genoeg penvaardigheid om zelfs over de meest banale dingen nog een a-4tje vol te kunnen plempen, zonder daarbij al te veel in herhaling te vallen of het over te doen komen als gedachtendiarree. Maar het grappige is, dat ik meestal ook echt vol ben van wat ik aan het schrijven ben. Meestal zijn het een paar kleine ideetjes, die een paar dagen gisten in mijn hoofd en aan elkaar smelten, om dan op dat moment, dat je gaat zitten aan het klavier, uit te kristalliseren in omvattend taalgebruik. Ik kan daar nog steeds elke keer van genieten. Ook van dat lege gevoel, dat volgt op een voltooid schrijfsel. Het is als het beklimmen van een heuvel en uitbollen aan de andere kant. Het is ook mijn eer te na er geen aandacht aan te besteden. Het is als een soort bushido. Onverdeelde aandacht en toch tegelijk voort tasten als meanderende wijnranken. En waarom ik dit dan de moeite vind om te delen? Gewoon omdat het zo simpel is. Het kost bijna niets. En toch vervuld het mijn wezen, als is het maar voor heel kort. Het leven heeft niet zo veel zin. We worden geboren en verdwijnen ooit ook weer zo. Meestal voegen we weinig tot niets toe aan het goed op de planeet of aan de geschiedenis. Onze jaren werk zijn paarlen voor de zwijnen. En toch, als je de grote grap des levens een beetje accepteert, dan zou het maar net kunnen, dat je begint te snappen, dat juist dat gebrek aan zin hetgeen is, dat het koesteren waard is. Het is geen ledigheid. Dat is de dood. Daarvoor zijn we niet hier.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Vanuit mijn huis kijk ik vaak tegen het busje aan met steeds dezelfde voorstelling, zoals beschreven in dit tekstje. Ik maak er een beetje muziek bij ahw., groet, Merik
Uitzicht
Op het beeld, een foto geplaatst op het busje van dat bouwbedrijf;
van die twee, de één met hip knotje en sik, de ander, een jonge meid met lang haar zogenaamd aan de lunch in de pauze van de bouwklus. Waar hebben ze het over ? “ Waar ga je op vakantie ?” “ Ik ga naar de Himalaya, wandelen. “ “ Ga je straks mee naar de kroeg? Heb je condooms? “ “Nee, vergeten. “
Zo blijven ze dagenlang babbelen. Tot ze met het busje ervandoor gaan.
In deze stad kan ik het raam zien waarachter ik geboren ben heb ik bij iedere straathoek een verhaal ken ik nog, weet nog hoe ze zwaaide toen ze wegreed zie hem, toen we samen toen hij nog leefde zie in de drukte een gebaar, een oogopslag
in de omvattendheid, de onvoorspelbaarheid voel ik de opwinding, de verwachting en weet weer hoe ik ben weggegaan met dat verleden dat maar doorgaat weet nog altijd niet waarheen, waartoe, weet nooit waarheen
Nietsdoendag. Stadstuindag. Zoiets. Er is genoeg te zien. Zand. Stoeptegels. Mieren. Die gaan lekker samen. Blijvertjes zijn het, want wat je ook probeert om die krioelende monsters uit te roeien; it’s all in vain. Niet dat ik iets tegen mieren heb. Integendeel. Het zijn opmerkelijke creaturen. Netflix is er niks bij. Uren kijkplezier. Maar mieren tussen je etenswaar is minder. Ik snap ze wel die beestjes. Drukdoenertjes zijn het. Efficiënt. Verstand op nul. Doorgaan. Maar ook liever lui dan moe. Net mensen. Eer je er erg in hebt zie je weer zo´n sliert van die kriebelige kruipertjes over je keukenvloer zwieren. Om de honingpot te koloniseren. Food for free. Talrijk zijn ze!
Zo talrijk zelfs dat er meer gewicht aan mieren is dan aan mensen. Hier. Op aarde. Opmerkelijk. Planet of the Ants. Meer warmte. Meer mieren. Over warmte gesproken. Volgende week wordt het tropisch genieten. Aan het strand. Scheveningen denk ik. Zuiderstrand? Zwarte Pad? Of wordt het toch de zandmotor? Maakt niet uit. Misschien gewoon weer op de fiets naar Katwijk. Zolang er maar zand is. Ik geloof niet dat er mieren wonen.
Op het strand. Maar soms, als het warmer dan warm is, dwarrelen er complete zwermen van die gevleugelde beessies neer in de branding. Ja vliegen kunnen ze ook. Mieren. Maar alleen voor heel even. Alleen voor de sex. Ondergronds paren? Nee, dat is ze te platvloers. Ze doen het uitsluitend hoog in de lucht. Zwevend. Lust geeft ze vleugels. Jaloers? Of beter niet? Mwah. Na het hoogtepunt storten de mannetjes voor dood naar beneden. Bezwangerd vrouwvolk kruipt weer onder een stoeptegel. Queen of the next colony. OMG. Hoog tijd voor een Red Bull.
wedstrijd gesloten – dank aan alle dichters deze week voor het insturen. maar tussen het verjaarsfeest van Vera Eindhoven van der Horst vannacht tot de vroege ochtend – en die prachtige dichtersmarathon in café Eijlders straks blijven net te veel alcoholvrije uren over. zeg maar rustig geen een! natuurlijk feliciteren wij van hier Vera van der Horst – een levendig type getuige de foto hieronder die ik vannacht om drie uur nam op haar nogal uitbundig gevierde feestje. met gangster gangmaker MARTIN B – Frans Terken gaan we tegenkomen in Eijlders straks en genieten van zijn poëzie. en hieronder. tot daar tot straks!
Vera 71 – ‘het zonlicht brak in de glazen… – wat zit haar gezicht goed’ – dat waren de regels van de avond!
Ja pom,
verwonder je niet dat er vandaag weinig dichters en lezers onderweg zijn. Ik ben er een paar tegengekomen die net als ik kofferloos op schiphol dolen, vol met haatgevoelens jegens deze klotemaatschappij. Met maatschappij bedoel ik onze samenleving en de directie van schiphol natuurlijk. Ze zeiden dat ik me niet zo op moest winden en gaven me een bon voor een drink. Zit nu met een glas poolse melk in de hand, mijn koffer misschien op weg naar noorwegen, en verklaar mezelf wat haat is.
Heb het goed pom. Het belooft een mooie dag te worden.
als schimmel
tot de haat als zweet lijkt uit te breken maar ze breekt niet uit, zegt ze haat gaat schuil als schimmel tussen vochtige vloeren onder deksels van inmaakgroenten
haat houdt zich in de regel koest maar slaat genadeloos toe als je haar lucht en ruimte geeft
van dit beeld heb jij alles weg, alleen heb je er geen benul van
jako fennek
FRANS TERKEN: Als een mes door de kaas
JAKO FENNEK: als schimmel
en met welke vergelijking wint u deze week de enige echte virtuele zondagochtend – cervelaatworst – trofee op pomgedichten punt nl? (voor zover u natuurlijk deze trofee zou willen veroveren.)
nu alles duurder wordt – en een onsje meer of minder er toe doet staat de poëzie aan uw zijde. vergelijk er rustig op los! u kent de regels:
cervelaat
dat het pas goed zou zijn als je een vergelijking toevoegt aan wat je ook met een enkel woord zou kunnen zeggen
bijvoorbeeld voelen in: ik begrijp je maar ik voel niets meer als een plakje cervelaatworst in strakgetrokken folie
ergens wordt een streep getrokken en daar sta je dan met al je vergelijkingen aan de verkeerde kant van het folie
je hoort ze fluisteren je zult nooit weten wat ze zeggen maar ze praten over je dat weet je –
alsof je
pom wolff
Als een mes door de kaas
Ergens moet het vandaan komen wat je dwars zit wil je klein krijgen zoals je in een hoofd met watten gevuld korrels uit de keel blijft schrapen
je zoekt naar wat de kern kan zijn alsof je een stuk kaas tot blokjes snijdt om het geheim in het kleine te vinden hoe de smaak juist daaraan hangt
dat het mes erin op z’n tijd nodig is niet grootspraak die wat minder is vertrapt als de vierdaagse op het heetst van de dag terwijl jij tevreden bent met een ommetje
hoeveel woorden je eraan vuilmaakt vind een verkleinwoord dat je verlost is je kostje als bij de kaasboer gekocht