de redactie van pomgedichten wenst Anne van Walraven met haar debuut EEN BRIEF AAN JOU heel veel succes. Nederland is een prachtig boekwerk rijker. dat wij op pomgedichten punt nl elke dinsdag een briefje ‘aan ons’ mogen publiceren maakt de dinsdag tot een mooie dinsdag.
met woorden probeer ik iets te vangen de zinnen omvangen mijn verlangen maar ik zal nooit de plaats kunnen omschrijven waar mijn gedachtes verblijven zij bevinden zich in de synoniemen van het gemis
Anne van Walraven
Anne van Walraven Instagram: @annexwalraven
Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan
liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent
gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als
de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne
van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde
en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In
openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die
voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en
melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het
donker, maar niet alleen, nooit alleen.
het fenomeen karin beumkes – zij schrijft zo dat alles, de
wereld, de dingen, de mensen, de natuur, de waarheid haar kleur aanneemt
nu op pomgedichten punt nl
je hebt dichters die hard moeten werken en na verloop van tijd hebben ze hun gedicht – loon naar werken, loon na werken zeg maar. op texel is de dichter – de eilanddichter – Roop zo een harde werker. de gedichten die op die manier tot stand zijn gebracht – zijn veelal verzorgd, niets op aan te merken, je ruikt als het ware het zweet van de dichter tussen de lettergrepen door. de dichters van de noeste arbeid verkiezen het denken boven de bezieling – de ratio boven welk gevoel dan ook. je moet er van houden. als je niets anders kunt dan ga je er zelf van houden. een eigenschap hebben de noeste werkers vaak met elkaar gemeen – ze zakken in hun gedichten vaak af naar proza. daar moet je ook van houden. in proza kan de dichter zich makkelijk verschuilen – de ratio kan van stal gehaald – in dit voorbeeld van het eiland. het kan ook anders – ware doortrapte fundamentale existentiële onontkoombare poëzie – in dit voorbeeld ook van het eiland texel – lees onze eigen karin beumkes – zij schrijft zo dat alles, de wereld, de dingen, de mensen, de natuur, de waarheid haar kleur aanneemt – wel aan moet nemen – zij schrijft door alles heen – het is die schoonheid in de poëzie die wij graag elke maandag hier op pomgedichten punt nl presenteren.
In Aphrodite
Ik ruw je aan tot een opaal uit mijn borsten groeien de lianen je voegt je in mijn bekken. Kwijlt. Dit doet zij met ons.
Het is het drinken van absint het is het stervend terras van Van Gogh het is een fragment uit een moment.
Wie daar niet ooit een keer wil wonen is een half mens misschien nog wel minder dan een half mens maar daarom niet minder sympathiek.
Onder dankzegging aan alle dichters die instuurden – ik kan
en mag er vandaag niet omheen – de inzendingen zo erg naar mijn hart – ik beken
ik ben een romanticus maar dan liefst toch in die inktzwarte bitterheid die in
een verleden meer levens kostte dan de corona in de toekomst. het is die
ongebreidelde aanstekelijke en alles en iedereen innemende passie die vandaag
in twee gedichten hoogtij vierde. tweemaal onontkoombaar goud en eenmaal brons.
brons voor paul bezembinder – van harte! – die uit niets iets wist te destilleren dat pijn
kan verzachten. een wonderstukje van taalkunst:
‘Achter de schermen
draagt
zij echter niets. ‒ Niets dat de pijn verzacht.’
en dan komen we bij de gouden werken deze week – Cartouche
en Annagriet Diesman schreven de sterren uit de hemel, de corona aan flarden –
koortsachtige gedichten zonder weerga. mooier kon er vandaag niet
geschreven. het verlangen in de aanhef
de inhoud tot aan de pijn doorvoeld in de conclusie door Cartouche beschreven: ‘ er is geen mij zonder jou’ – GOUD! van
harte!
en alsof ze voor elkaar schreven lezen we van de voortgang – de o zo trage maar onontkoombare
voortgang en invulling – in lust en liefde
gedompeld: ‘ jij hoopt vandaag, en ook ik
ja, wij, op trage, trage liefde, lief.’ Annagriet Diesman – GOUD! van harte!
de nacht woont in jouw lichaam
en jij slentert door de prelude van slapen, maar hoopt nog op mijn aandacht, hoopt op mijn mond die toe, dan open mijn lippen en tanden, mijn tong. hoe langzaam die mond, hoe traag het tasten van mijn handen die strijken, sloom strijken
doelloos, je zomervacht, de nacht wegvagen die in jou huist jij hoopt, vurig, op mijn mond die jou roert als jij streelt mijn tong, mijn tanden en lippen. jij hoopt vandaag, en ook ik ja, wij, op trage, trage liefde, lief.
Annagriet Diesman
–> zojuist de ochtendwandeling amstelpark voltooid – de frisse coronalucht geademd – handen wassen jongens dan komt alles goed – half italie geisoleerd en maar handen wassen. dat is onze bruins. weg ermee – ‘zonder jou geen mij’ schreef hierboven de gewonde vogel – hier majestueus vorm gegeven door Annagriet Diesman. en Annagriet is voor de corana en de duvel niet bang. hier wordt geroerd gestreeld en gebeten, gehoopt en gelikt dat de corona koortsachtig zal stralen. een (ieder) veroverend gedicht, veroverend de woorden, de lust en dan in die heerlijke vertraagde vorm vormgegeven. wie is zij toch die de nacht uit mijn lichaam haalt. mij zo heerlijk deze koorts deze corona brengt – prachtig!
ik heb het vermoeden dat we deze week de creme de la creme van de nederlandse poëzie op pomgedichten mogen begroeten. wat een rijkdom aan taal bij een ronduit dichterlijk thema aangedragen door de liedjeszanger: ‘De dag brengt ouderdom – De nacht brengt vreemde uren…’. hier kan de echte dichter mee uit de voeten, de nacht in, desnoods de dag. een heerlijk romantisch thema. en we verwelkomen deze week romantici bij uitstek – een Ditmar Bakker, een Annagriet Diesman en een Paul Bezembinder, een Elbert Gonggrijp. beginnen we toch met het harde leven. Cartouche gewond geraakt bij een val in zijn eigen huis. “Neus gebroken en mijn nek een soort whiplash opgelopen, maar alles sal reg kom, as ons almal…nietwaar? Dank voor het medeleven en de eerder bijgevoegde powezie kon ik er nog net uitpersen.” – wensen wij van de pom – en ik mag namens alle dichters wel spreken – Cartouche van harte beterschap – we zijn niet van de doktors maar die neus zal regkom! en weet – “gewonde vogels zingen het mooiste lied” – vanmiddag in Grand Café Genieten 020 vertolkt door Bjorn van Rozen en band en mijn persoon – aan jou opgedragen.
Cartouche – ja vooral ‘de afstap’/het afstapje – zorgt voor – zo te zien voor veel ellende – nee grapje. een prachtgedicht – waarin de romantische draaimolen op volle toeren draait – aan is gezet door de dichter – en inderdaad – gewonde vogels zingen het mooiste lied – hier een prachtig lied gezongen door Cartouche: met name het ‘niet te beschrijven stuk tussen de liefde en de leegte’ en de regels die daarna komen – prachtig. Het grote verlangen meteen in de eerste regel een gegeven ( Dat het ooit zo ver zal komen) tot aan de laatste regel werkzaam – de laatste regel een volledige overgave (geen mij zonder jou). van ontwijken geen sprake – professor scherder propageert ontwijken – maar zolang de dichter er vol ingaat lezen we goddank de mooiste poëzie op basis van de diepste pijn opgeschreven.
Cartouche (zwaar gewond) – geen mij zonder jou
Petra Maria – waar jij en ik gedragen worden
Frans Terken – het is ons leven uit de losse hand
Paul Bezembinder – dat zijn muze hem nog iets onthullen wil
Anke Labrie – een levenslang waarom
Erika De Stercke – Onrust wakker jij aan
Ditmar Bakker – geplaagd door nieuwe dromen
Elbert Gonggrijp – Er is altijd wel iets om te verhelderen
Annagriet Diesman – en ook ik ja, wij
Rik van Boeckel – in pijnloze gelatenheid
wie wint de enige echte virtuele – naar Raymond vh Groenewoud – ‘de dag brengt ouderdom/de nacht brengt vreemde uren’ – de mooi doet pijn – trofee op pomgedichten?
‘De dag brengt ouderdom De nacht brengt vreemde uren…’
deze week de trofee van het leven of zoals het leven geleefd moet of kan worden. dat het niet saai is het leven maar tot welke prijs zo dan te leven? een geliefde van Raymond legde het in de docu over zijn persoon zo mooi uit -aan de voorkant de kunst, de pracht en de praal aan de achterkant de puinhopen in de liefde als prijs betaald. daarover graag, zo graag uw gedichten deze week – de keuze is aan de dichter – de voorkant van het leven of de achterkant – beide kanten wellicht? mooi doet soms pijn, vreselijke pijn.
ach u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd. hoe het ook te zien is
de nacht bracht helder engelen flessen wijn leeg en leegte aan het licht
en doorgelopen ogen op straat een fiets een krantenbezorger
het ochtendblad de eerste zoen in amsterdam en terug weer naar de aardappelen
naar iets grondigs ergens zal er liefde zijn of groeien wellicht
pom wolff
hoezeer ook het leven lijkt te zijn verbonden
zoals hemel en aarde het blad aan de boom jouw ogen aan mijn voeten
ontsnapt ons ook wel hartverscheurend opgelucht
de gedachte aan het niets en het alleen
waar jij en ik gedragen worden als de zon verbleekt
petra maria
‘De dag brengt ouderdom – De nacht brengt vreemde uren…’. hier kan de echte dichter mee uit de voeten… – nou petra maria ook mogen we lezen – zijn ogen verbonden met haar voeten… dit gaat mij net even te ver – te gezocht de verbindingen die de dichter tot stand brengt – natuurlijk in een gedicht mag alles met alles verbonden – maar zoals de receptie esthetica gebiedt: de tekens die de dichter in zijn/haar tekst verwerkt moeten wel nog door de lezer begrepen worden. de mededelingen in het hele gedicht waar het verbindingen betreft staan op gespannen voet met lezerservaringen – en dan begeeft de dichter zich meer en meer op particulier terrein waar de poëzie in wezen niet voor is bedoeld.
Ze roepen maar rond
Dat het restje haar op m’n hoofd het vrije denken ondersneeuwt alsof er in de grijze hersencellen iets van ontsporing valt te ontwaren
– stofwolken boven witte straten die het heldere zicht hinderen ze verminderen niet wat ik aan louche koppen bespeur –
zoals in de droom vannacht de tik die ik gaf op de muil van dat rechtse grachtenspook extremer moet het niet worden
laat me de laatste haren de strohalmen op mijn hoofd hoe het de geest van liefde bewaart ik strijk jou niet tegen de haren in
en dat ze maar luidkeels roepen het is ons leven uit de losse hand de dagen bijschaven naar dit beeld
de roepers – het ‘rechtse grachtenspook’ – demonen in de nacht door frans terken beschreven – ja als baudetje het voor het zeggen krijgt dan gaan de pensioenen eraan zoveel is zeker – want de rare nederland voor de nederlanders de grenzen dicht en potverteren maar – plannetjes van baudet kunnen alleen uit de pensioenpotten gefinancierd totdat de nexit armoede bij een ieder heeft gebracht. de dichter terken waarschuwt met een zekere gelatenheid toch – met zijn laatste krachten zeker ook. deze meer activistische functie van dichters wordt in rechtse kringen altijd gehaat. daarom werden boeken verbrand – de dichters vervolgd. Het kamerscherm
Bij dag is hij een welbespraakte man: met al zijn sprezzatura, zijn parrhesia (dus: ut pictura, ergo, hence, et cetera) is hij het die de dichtkunst duiden kan.
Dan valt de nacht. Hij zwijgt, en wacht, en hoopt dan dat zijn muze hem nog iets onthullen wil. Achter de schermen draagt zij echter niets. ‒ Niets dat de pijn verzacht.
Paul Bezembinder
–> Paul geeft de l’art pour l’art gedachte voorrang boven een aktivistische inzet der woorden – de tegenstelling dag en nacht in enkele toch ook wel gezochte regels vakkundig neergeschreven. en daar is de muze – hoe het niets gedragen wordt en dat het zijn pijn verzacht. ok ik geef mij over. prachtig.
cafe luxembourg
hij is nu wel heel erg vroeg zoekt een plek voorin zodat hij haar aan ziet komen als hij haar tenminste nog herkent
eerst maar thee voor alle zekerheid
de tafel achterin heeft hij tijdig besteld vanavond dan misschien een antwoord op een levenslang waarom
de muziek sluit feilloos aan liefdesliedjes uit hun jeugd
op de melodie tikt hij terwijl hij wacht alvast zachtjes de tijd terug
anke labrie
–> Anke is teruggegaan in de tijd – “(ze draaiden er inderdaad bij binnenkomst Doris Day, Perry Como e.d., wel verrassend).” – terug naar het cafe waar de goede gesprekken werden gevoerd, de liefde zo waarachtig werd gevoeld, waar je ook later niet aan voorbij kan gaan zonder dat het hart sneller begint te kloppen. we lezen de regels graag. de kernregels blijven voor de lezer in het gedicht onbeantwoord zweven: ‘vanavond dan misschien een antwoord op een levenslang waarom’ – op die regels mag het antwoord niet geschreven – zwevende regels de lezers aangereikt om zelf in weg te dromen – een eeuwig misschien aangereikt door de dichter – om het zelf in te vullen.
Passiedruppels
Onrust wakker jij aan in onze uren samen. Het begint met een glas wijn zoet als de rijpste vruchten uit de familie van de nachtschaden.
De avond schuurt mijn geduld uit. Onder mijn huid sluipen jouw giftige woorden. Kaarsen op de kandelaar branden vreemd en dempen het licht in de ogen.
Een mug op dool gooit zich in de strijd van verouderde verwijten en blauwe plekken.
Erika De Stercke –> ai ai auw auw – zo kennen we erika weer – daar paraderen de giftige woorden weer en harder nog – de verouderde verwijten en over de blauwe plekken lezen we. het lijkt wel of Cartouche even bij Erika op bezoek is geweest – niet verder dan het keukentje krijste zij – maar Cartouche luisterde niet en dan krijg je van datum. hahaha – een echte erika de sterke dit gedicht – toch lees ik soms liever over de uren zonder onrust – dat het niet schuurt.
Ha Pom, Aangezien het wel op het thema gesneden lijkt…met liefde, x, D.
*** De Dichter
Des avonds kijkt hij in zijn glazen bol gevuld met oude dromen en kristal, verwarmt de kleinste kloot in het heelal en plengt het dan heus laatste glas weer vol
met afgeprijsde, wrange alcohol waardoor zijn ziel zo zuiver slapen zal, geplaagd door nieuwe dromen: carnaval van drank en plastic zak en tramadol.
Bezwaren, wetten—die zijn géén bedrog: des ochtends, bij de spiegel aanbeland, ziet hij een steeds meer overjarig joch
niet tegen dood of eeuwigheid bestand, en God blijft stil—ontzield, terwijl hij nog een greintje zout als korrel zand ontbrandt.
Ditmar Bakker
–> ‘De dag brengt ouderdom De nacht brengt vreemde uren…’
dat is het thema. hier vooral geestig en zeker ook vloeibaar ingevuld door de dichter: de afgeprijsde alcohol – hahaha – scheutig aan het gedicht toegevoegd – en heel geestig ook geschreven over carnaval – nou ja een door ditmar bakker samengesteld carnaval. de dichter in al zijn gebreken en kwetsbaarheden neergeschreven – ditmar bakker met zijn helicopterview neemt scherp waar. een simon carmiggelt sonnet – die moeten maar eens herlezen worden. van dit hoge nivo ook.
GEVORDERD
Stram gaan straks de uren, steeds vergeetachtiger de mens die enkel het verleden kan bevatten naarmate de jeugd weer mooie woorden spreekt – hoepelen, knikkeren op het plein, weer kind te worden in het prominente ogenblik.
Maar de oude dagen wordt wel herfst, een insluiper tegen beter weten in. Voorbij de tijd gekeken, voorbij elk gelukkig bestaan gaat het geheugen halfstok, komt niemand weer thuis.
Er is altijd wel iets om te verhelderen – dat er van alles speelt maar leeg in het geheugen tot een verregaand verlies van decorum – zonder notie –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, zaterdag 7 maart 2020 –>
‘De dag brengt ouderdom’
jawel jawel zo zal het gaan, zo gaat het steeds verder en vaker – over de dementerenden is al heel vaak geschreven – steeds leger de uren – steeds leger de uren van de ouderdom – elbert heeft het thema op deze manier ingevuld – zo kan het gegeven thema inderdaad ook worden gezien. en zo heeft de dichter het hier bijzonder knap verwoord. ik wilde eigenlijk net iets meer van de VREEMDE uren lezen en minder van de LEGE uren maar daar kan elbert niets aan doen. een prachtgedicht. (de woorden ‘stram’ en ‘herfst’. misschien net iets te té) Verbinding van tijd
De tijd gedood met angst voor de nieuwe dagen maanden jaren
de stilte doorbroken met tranen om de voorbije uren jaren eeuwen
de nacht doorgebracht in duisternis tot het licht de late dromen raadt
het universum aangesproken om ouderdom te laten leven
verbinding van tijd te herstellen suggesties zacht weg te wuiven
de gedachten te zuiveren van het onaangename
‘t hart te laten voortbestaan in pijnloze gelatenheid.
Rik van Boeckel 8 maart 2020
de dichter van de verbinding is Rik van Boeckel – hier wordt het universum aangesproken om de ouderdom te laten landen in een onmetelijke grootheid. toekomst en verleden draaien om de nacht heen – het zou een rustpunt moeten zijn maar zie daar daar is het licht alweer – de tijd is niet onder controle te krijgen – rik maakt er poëzie van – dat het stollen mag in gelatenheid – een vergeefse poging – de dichter draait door – de wereld in. de wereld in brokken tijd beschreven.
Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.
Genre: Gedichten Omvang: A5 ISBN: 978-94-640-3033-4 Aantal pagina’s: 112 Prijs: € 17,99 incl. verwerk- en verzendkosten naar Nederland en België
Anne van Walraven (1993) woont in een kleine studio midden in de stad in Haarlem. Toen zij twintig jaar was stapte ze uit een lange relatie en begon zij de zoektocht naar de ware liefde. Anne woonde op verschillende plekken in Nederland. Steeds net te kort om haar wortels in de aarde te planten, leek zij te willen ontsnappen aan alle vastigheid.
‘God schiep de dag en wij sleepten ons erdoorheen.’ (Dimitri Verhulst, ‘De helaasheid der dingen’)
Vanochtend ging de telefoon. Aan de andere kant van de lijn de stem van de man, die namens mijn werkgever is aangesteld mijn hiërarchisch leidinggevende te zijn. Hij belde over een email die ik een half uur daarvoor had verstuurd. Het was me al opgevallen, dat ik de afgelopen dagen wat kort in de kar was geweest en wat scherper in bepaalde kwesties zat dan anders. Waarschijnlijk een bijgevolg van al dat zagende nieuws over een heel griezelig griepje.
Nu weet ik wel, dat het geen zin heeft op een werkvloer mails aan een goegemeente te sturen. Mensen die dat doen, veracht ik en hun mails lees ik ook helemaal niet. Zeker niet als het tien aan elkaar geplakte berichten zijn over hoe alles in een bureaucratie in het honderd loopt en dat er geen enkele betrokkene in de aan- en afzenders zit die zich betrokken genoeg voelt om het probleem op te lossen. En nu was ik zelf zo iemand geworden. Ik had een reply-all verstuurd met toevoeging van nog een ploegje management.
Mijn manager is dan tenminste wel zo iemand, die als hij aangeschreven wordt, het ook ziet als een verzoek om betrokkenheid. En daarom belde hij ook. Ik legde hem uit dat ik iedereen al –tig keer had uitgelegd dat ik het probleem niet ging oplossen en dat ik eenieder al menig maal de weg tot de oplossing had geadviseerd. Maar dat ik eenvoudigweg niet meer accepteerde de geadresseerde te zijn inzake dit probleem. Ik liet mijn emoties de loop en bond weer in. Luisterde en boog mee als bamboe en koos dan weer het offensief in de derde persoon. Het mocht allemaal niet baten. Nog voor hij het uitspraak, tikten mijn vingers al een afspraak in de agenda met de falende verantwoordelijken, mijn manager en ondergetekende. We zouden niet het voortouw nemen, maar de verantwoordelijkheid juist beleggen.
Op de werkvloer liep ik in de middag een slachtoffer van de situatie tegen het lijf. Ik vertelde hem dat ik een mail had verstuurd en nog een vermanend gesprek gehad had met mijn chef over mijn wanhoopspoging beweging in de zaak te brengen. En dat ik dat dom vond van mezelf. Hij keek me met een open en dankbare blik aan en zei dat er nu in ieder geval wat in beweging gebracht was. Op zo’n moment weet je, dat je samen in een schuitje zit en met één peddel probeert de kant te halen, die enkel maar verder weg lijkt te liggen elke keer als je weer kijkt. En toch ga je door. Omdat de mens in basis zo in elkaar zit.
VON SOLO DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!
ik zie een man op een brug kijken naar zompige weilanden wat eenden her en der haast heeft hij niet zoveel is zeker
misschien denkt hij aan een vrouw mogelijk aan een overleden vrouw of aan een vrouw die bij hem is weggegaan
laten we het bij een overleden vrouw houden dan hebben we in ieder geval van haar geen last meer in dit gedicht zitten we nog met mijnheer
waarom moet hij nou net op een bruggetje staan als ik in de polder aan het fietsen ben een wankel bruggetje dat was het wel natuurlijk
een wankel bruggetje boven een diep en duister water met hongerige hyena’s aan beide kanten van het bruggetje tsja de eenvoud moet soms dodelijk zijn – anders kom je nooit aan je rust toe
het was een prachtige wedstrijd – wedstrijd tussen aanhalingstekens zoals elke zondag op pomgedichten. een waar genoegen om de werken van de dichters te beoordelen – het maakt de zondagochtend intens. deze week zonden dichters iets van hun kwetsbaarheid in in poëzie weergegeven – dank jullie allemaal wel. de waardering een arbitraire leeservaring. goed dat deze site er is – voor de verjaagden uit de wanhoop – vandaag voor de verjaagden uit de werkelijkheid die dichters net te vaak een wanhoop is. als ik dan toch moet kiezen. kies ik voor het alomvattende van Elbert Gonggrijp, wat een prachtgedicht goud! – de nog na dampende en onontkoombare emotie van Yvonne Koenderman, zilver!! en de 9 regels eenvoud van René Hillenaar, brons – van harte!
DERHALVE
Ouder schijnt het dan het alledaagse, ouder dan de tijd. Het valt niet te verbijzonderen, niets voert de boventoon. Het legt een open hand op tafel, biedt stoppels aan op een akker, plengt kille regenbuien voluit.
Schuilt in een natte jas. Waar je als herinnering blijft, maar vergeten de vergeelde brieven op een verlaten zolder. Ik bedoel je dit: wij kunnen niet zonder het heimwee naar het geluk, maar nog minder met elkaar.
Het blijkt de liefde maar, zo verschimmeld als oud brood, zo rijp als bedorven fruit. Wanneer erover valt te zwijgen deint het zachtjes tegen de kade, klotst het zijn waarschijnlijkheid –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, vrijdag 28 februari 2020
–>
Een verklaring van het fenomeen en meteen ook een prachtige opening van de wedstrijd – derhalve de titel – dat we weten wat we moeten weten. het is het heimwee naar geluk. elbert vat zijn persoonlijke notie van verlangen in de mooiste regels van dit gedicht samen – daar komt hij tot de kern voor wat hem zelf betreft:
wij kunnen niet zonder het heimwee naar het geluk, maar nog minder met elkaar.
voorafgaand aan deze wereldregels en in de regels volgend daarop vergeet de dichter zijn lezers niet – daar mogen wij lezen hoe dat ‘heimwee naar geluk’ in elkaar steekt: dat het van alle tijden is – dat het niet af te dekken valt – dat het dus ook van alle tijden blijft – het verlangen – te ‘verbijzonderen’ is het niet (de eerste strofe) – en later in de derde strofe dat het van de liefde blijkt. en zoals alles van het water is – en zelfs na verloop van tijd in ons zwijgen dat het van de waarschijnlijkheid in ons klotsend heen en weer zal blijven gaan. verlangen valt niet te dempen,nergens, nooit. derhalve troost de dichter niet derhalve biedt de lezers geen troost – een prachtgedicht derhalve.
Ik koester zoals ik koesteren kon in de palm van schrijf woorden nooit geschreven ook niet over lippen kussen stil bewaard het glas nog halfvol
voorzichtig opgeborgen in die lade boven het rif achter rib om kloppend te wachten tot het stil gevonden wordt.
Yvonne Koenderman
–> net als haar gezicht op de foto boven het gedicht – bijna – de woorden hier van Yvonne. een hartenkreet – de woorden lijken in een ademstoot opgeschreven – een enorme uiting van een hartstochtelijk verlangen zo lees ik dit gedicht. dat de woorden nog dampen. ja soms is poëzie de weerslag van een onbedwingbare emotie en het lijkt dan alsof de woorden die emotie opslurpen en dat de vonken er door het lezen weer van afvliegen – alle klanten op. en dat het klopt. ja dat het klopt en wacht. tot het gevonden wordt. de woorden kolken, de stilte woelt. mooi.
Elbert Gonggrijp – Waar je als herinnering blijft, …
Magda Haan – gelukkig hebben we de foto’s nog
Frans Terken – het wonder van wijn
Ien Verrips – als ik dan toch eens …
Rik van Boeckel – mijn verlangen raast langs oevers van liefdesdagen
Cartouche – ik kan niet meer dan je beamen
René Hillenaar – er valt geen brief op de mat
Petra Maria met een wens
Anke Labrie – ook niet met zijn ogen dicht
Erika De Stercke – in mijn dromen de waarheid
Yvonne Koenderman – tot het stil gevonden wordt
wedstrijd gesloten
https://youtu.be/zzWCw0RFPWo
wie wint de enige echte virtuele trofee van verlangen op pomgedichten?
is het verlangen zoals kopland ons uitlegt het verlangen zelf of ligt het toch anders? kunnen we niet zonder verlangen? of is het die nog altijd niet opgeloste verstikkende pijn door welke je elke dag weer wordt aangevreten. VERLANGEN! elk jaar komt dit thema hier voorbij. dat we nieuwe inzichten kunnen veroveren – wellicht een nieuw medicijn kan worden geboden tegen dit wereldwijde verspreide virus in woorden – het woord is aan de dichters!
u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd. niet over verlangen
laat ik nou eens niet over verlangen schrijven niet om er van weg te blijven
nee om te schrijven over een plaats in mijn hoofd waar het verlangen niet heerst
het verlangen geen plaats kreeg het eeuwige verlangen naar jou
én niet over jou omdat ik altijd heb gewild dat je bij mij zou blijven
pom wolff gelukkig hebben we de foto’s nog na jaren lang zuipen verzuipen, depressies, angst, ontkenning, geweld gesprekken, leugens, zorgen, boosheid, verhuizingen, verdriet gelukkig waren we altijd een hecht gezin in jouw laatste wens voor de zelfgekozen dood we stonden naast je, hielden je nog stevig vast toen je gezicht veranderde in die lieve jongen van toen
–> een teer onderwerp in de wedstrijd gebracht – de vorm is iets van de poëzie – steeds een woordje meer per regel – de inhoud en de terminologie is van het proza. en het mag gezegd van indringend proza – de beschrijving van de hoofdpersoon in directheid geschilderd – zo doen dichters dat niet – prozaïsten wel – de gebeurtenis tot aan de dood toe beschreven – beklemmend – de dood als bevrijding, de herinnering aan het moment supreme keert alle ellende van het leven om en legt de ellende neer in een bedje van kinderlijke onschuld. Liedje van
Verlangen dat is het bloed dat onbekommerd rondgaat en door de aderen stroomt
of nee het is de klop van het hart dat het rode bloed almaar rond en rond door het lichaam pompt
of nee het is de rode wijn uit de fles hoe het gegoten in het glas dan door mond en slokdarm de maag verwent
het wonder van wijn als het verandert in bloed hoe het verlangen voedt
–> frans maakt er maar een liedje van – je moet een vorm vinden bij dit thema. en frans plaatst het thema buiten de relatie mens-mens. het is de mens en zijn drank die de dichter aan de orde stelt – meer in het bijzonder het verlangen naar de rode wijn die in menig mens schuilgaat, post heeft gevat – zonder welke het leven niet. het gedicht eindigt met de regel – ‘hoe het verlangen voedt’- hoe het verlangen verlangen voedt, hoe de rode wijn verlangen voedt. zet je toch maar weer bram vermeulen op voordat de tweede fles open gaat. verlangen is nu eenmaal niet weg te drinken hoe existentieel hier ook beschreven. het blijft bij je als bloed. en voedt het verlangen.
Beste Pom, Ik hou van verlangen, verlangen is mijn middle name. Lekker verlangen dus. Ben benieuwd naar de andere inzendingen. Gedicht heeft geen titel. Fijn weekend. groeten Ien
als jij dan weg moet gaan zal ik je missen naar je verlangen met je te dansen
ik zal je bellen mailen appen schrijven zelfs dat ik je mis naar je verlang met je te dansen jij zou dat ook
als ik dan toch eens bij je kom breekt het gemis temt even het verlangen al schiet het dansen er bij in zo is het ook als jij bij mij
gemis raakt op vervaagt in nostalgie verlangen kijkt alleen terug gedanst wordt er allang niet meer
Ien Verrips
–>
Ien vult het zo mooi door Elbert beschreven ‘heimwee naar geluk’ in – en plaatst het tegenover het missen – de pijn – ze krijgt er niet genoeg van – het verlangen als mooi ding beschreven – zo kan het ook dichters – niet getreurd dichters en mensen om de dichters heen – zie hier het medicijn van IEN – verlangen is het mooiste wat er is. IEN maakt er een dansje om het verlangen heen van. als ze bij de verlangde is schiet het dansen er vaak bij in – dan is het leven aan de orde – als de verlangde uit beeld is kan er naar hartenlust gedanst ook al wordt er niet gedanst – verlangen is de kurk waarop IEN danst. Matigheid
Ze vervult en vervuilt het leven zacht vertraagt hard en bitter liefde verplaatst woede en angst
matigheid vervangt verlangen het perfecte patroon omlijst ‘t hart tot vrede uitslaat als een innerlijk vuur
het uur dat mijn verlangen raast langs oevers van liefdesdagen is eerder verlaten met een snik.
Rik van Boeckel 28 februari 2020
–> het leven en het onontkoombare verlangen door de dichter gelegd in het gebied tussen de woorden. tussen de woorden ‘vervullen en vervuilen’. daar ergens is het verlangen te plaatsen en te vinden – ergens daar woedde de oorlog – daar moet je ook een dichter voor zijn om dat gebied in de taal te vinden. rik is een dichter. hij biedt ons meteen ook een medicijn aan – de matigheid – een medicijn dat maar heel even werkt om vervolgens weer genadeloos het verlangen te laten botvieren in een beschreven innerlijk lichaam. weliswaar is na verloop van tijd de vrede getekend – maar toch – de persoonlijke pijn nog even aangestipt in de laatste regels. de fenomenen ontkenning, de noodzakelijke woede en de berusting met dichterlijke matigheid bestreden. Bekroning
Het bezit van de zaak is het einde ook al sprak je spaans, het is me klaar waar het volkomen nauwen kan de rook die maar trekken blijft in de long na de sprong in het diepe het naaktstrand waar je ligt te hijgen, het op – en af golven zonder einde
kom
laat ons, vayamos con diós zegt je hand op mijn borst de vinger op mijn lippen om alles sal reg kom, as ons..blijven verlangen, ik stuur je wel een foto zwart op wit zul je zien wat een virus vermag, hoe geweldig rondwaren is waar geen injectie tegen
een leven lang ongekroonde koning, ja ik kan niet meer dan je beamen
Cartouche 28-02-2020
–> ga met god – met een bovenaardse groet tracht Cartouche het fenomeen te bezweren – het is voor niets – hij zal het verlangen moeten beamen – en zo is het ook – de taal biedt in woeste herinneringen nog even uitstel – maar verlangen is uitgevonden om in het onmogelijke te berusten – en een dichter rust niet voordat hij het verlangen tot bedaren heeft gebracht – leerden we van de dichter frans terken dat het dan toch weer toch weer als bloed door ons lijf zal stromen en opnieuw het verlangen zal voeden – pas als het bloed niet meer stroomt zal het verlangen zijn bedaard. hier doemt het beeld van een spaanse schone hijgend op een naaktstrand op – een betere aanjaagster van het niet te temmen fenomeen is niet snel gevonden. cartouche legt deze aanjagende functie van spaanse schonen en passant nog even vast in dit gedicht – voor ons allemaal. dat hij het niet alleen is die aan verlangen ten gronde gaat. Ongeveer
met het wijken van de nacht strekt de dag zijn stramme licht er zwermt regen door de straat
het huis wordt langzaam warm er valt geen brief op de mat ik luister hoe het tocht
ongeveer verlangend naar een vrouw met dobbelstenen en eindelijk weer eens winst
–> hoe betoverend de eenvoud kan zijn – de brievenbus, geen brief wel de vreselijke tocht – elke dag wéér jaar na jaar!!! geen brief zong maarten van roozendaal al en stierf. zo dodelijk kan de eenvoud zijn. het leven is altijd oppassen geblazen voor de dichters. mooi en geraffineerd beschreven in negen regels door rené: prachtige eerste strofe – het begin van de dag – de tocht in de tweede strofe en de lichte maar vergeefse hoop in de derde strofe.
WENS
vroeger was alles dichtbij de wereld ommuurt afstand opende een boek met verhalen
nu we weten wat veraf dichtbij brengt verlangen ons vastgrijpt bij de schouders in een alles verstikkende golf van pijn om wat niet is open ik de luiken en koester een wens
petra maria 28 februari 2020
–> grappig dat ommuurd ook kan net als het gekozen ommuurt – de tegenwoordige tijd. petra maria openbaart ons een medicijn – wens wat je wil dat geeft ruimte, dat geeft lucht. het verlangen als wens geformuleerd biedt zicht op de toekomst en laat voor even het verleden. voorlopig is het nog even onaantastbaar – dat wel. dat ommuurt/ommuurd in de eerste strofe spookt in mijn hoofd. blijft spoken in mijn hoofd. het leidt af van het geboden medicijn hier in dit gedicht. we zijn allemaal tenslotte ommuurd door de wereld. nog wel. zo bezien is de wereld een groot kerkhof van het leven dat zich voordoet door de tijd heen – het verlangen een onderdeel – een klein onderdeel van het leven – pijn zoals pijn kan zijn. gooi de luiken open en zie daar de toekomst ligt voor u. dat is wat petra ons biedt op een mooie zondagochtend. onvervuld
de mond de huid de geur zelfs de zeer ervaren handen worden nooit haar handen
ook niet met zijn ogen dicht
nee geen nieuwe afspraak meer
zijn agenda op het kastje naast het bed blijft gesloten
voorin nog steeds die foto
anke labrie
–> nu maarten van roozendaal hier toch opstaat en zijn liedje zingt – liedje voor de hopelozen – die niet werden verstaan misschien omdat zij andere wegen kozen – hier in het gedicht van anke wordt het leven in een alledaagse situatie geschetst – de agenda op het kastje naast het bed als bewijsstuk – hij is zijn hoop en houvast kwijt zingt maarten – zijn hopeloze strijd – soms gaat een gedicht samen op met een liedje – een liedje met een thema – met de woorden ook. het zal niet zo zijn als de zanger zingt, niet zo als de schilder schildert, niet zo als de dichter dicht. een gedicht over onvervuld. Vannacht
Ik durf het niet te bekennen, hij een man om van te zwijmelen. Elegant intelligent, combinatie van zeldzaam geluk.
De omtrekken van fletse dagen verleg ik. Vragen worden ruikers rozen en wat onmogelijk is, blijkt in mijn dromen de waarheid.
Geef me jouw lippen zonder te twijfelen al is het maar om naar te kijken.
Erika De Stercke
–> het verlangen als waarheid in een droom door Erika beschreven. zo kan het ook nog dus. dromen dat het geluk er zal zijn, dat het er toch nog van zal komen. een in bepaalde mate bevrijdende vrolijkheid legt erika ons voor. zo kennen we Erika helemaal niet. mannen moeten gekneveld, gekild en nedergesabeld en aan een touw voortgesleept – dat is de erika die wij kennen. hier haar tedere dromen van verlangen – haar kwetsbare verademing – mooi! ja mooi – hoe hard de werkelijkheid straks weer zal zijn en aankomen.