www.pomgedichten.nl heeft het exclusieve recht gekregen om 65 teksten van Miriam Al tweewekelijks op de woensdag te publiceren – dat gaan we doen! de teksten zijn door haar helaas overleden vriend Merik van der Torren nog net voor zijn dood uitgetypt en van een nummer voorzien én in een blauw mapje gedaan. vandaag tekst nummer 6 – dank je wel Merik – dank je wel Mirjam Al.
Wat is er erger dan een kleine muis of mus die alsmaar blijft bewegen in steeds de zelfde lus
soms ook vliegen die kunnen lopen met hun dunne pootjes over vloeren, muren, tafels over het plafond behalve dan die éne nee die niet die met z’n achterpootje haken bleef achter een punaise en daar al dagenlang hangt in dodelijke malaise
zo vergaat het menigeen die blijft haken achter steeds dezelfde steen die is gedoemd van het pad te raken om vrijblijvend en in niemandsland gestagelijk om te komen in ondragelijk gelanterfant.
T-shirt. Zonnestralen. Penetrerende warmte. Água com gás. Lekker! Prima toeven is het hier met vijfentwintig celcius! In Lisboa. Een graadje of tien erbij zou van mij best mogen maar het is pas maart. Gewoon genieten dus. De AirBnB ligt vlak bij die antieke tram die zo steil omhoog gaat dat het eigenlijk meer een lift is. To steep for a tram. Too lame for a lift. That road. In Lissabon. Nog een paar straatjes verder omhoog bel ik aan bij een verveloos gebouw aan de rand van de Bairro Alto. In zo’n supernauw steegje. Dat gebouw.
De oude dame van de begane grond gaat over de sleutels. Hoewel de honderd nabij fonkelen haar ogen als van een jonge furie. Ik raak de weg kwijt in de tonen van haar stem want Portugees is zo’n taal waar ik geen enkel gevoel bij heb. Geen kompas.
De eikenhouten trap zigzagt zich kaal en sloom als een gesegmenteerde slang omhoog. Het kromgetrokken vrouwtje waagt zich er niet aan, aan die klim, duwt me een setje sleutels in de hand en gebaart met drie opgestoken vingers waar ik zijn moet. Het ruikt er naar Sopa de Bacalhau. In dat trappenhuis. Een klein bordes met hoge smalle paneeldeurtjes verschaft me toegang tot het appartement. Absurd groot, met veel kamers, maar ik kom er de tijd wel mee door. Met die ruimte. Authentiek ook. Koloniaal bijna. Niet zo’n fantasieloos opgepimpt ding. Enigszins in verval. Het ademt historie. Je moet ervan houden. En dat doe ik.
Ik hou ook van oeverloos dolen, want zonder doel kan je nooit verdwalen. Ik hoef ook niet voortdurend te weten waar ik ben; en in een stad aan zee is het simpel navigeren. Omhoog. Omlaag. Eitje dus. Gaat prima zonder smartphone. Nou is Lissabon gebouwd op meerdere heuvels, wat soms tot verrassende omwegen leidt, maar na een uurtje of vier ben ik gewoon weer waar ik vertrokken ben. Life is simple: Vlakbij dat gele steile trammetje. Een hoop indrukken rijker.
Flarden van een marmeren koopgoot. Een kribbig obermeisje dat een onfortuinlijke vlieg levend van een tafeltje probeert te poetsen. Een grimmige demonstratie die over geld gaat. Polícia nervoso. Een ijzeren toren en imposante hagelwitte gebouwen die getuigen van ongekende weldaad. Vergezichten. En eindeloos veel trappen. Het zijn de met steentjes geplaveide stoepen hier die alles verbinden. Kalksteen. Zwart. Wit. Werkelijk betoverende mozaïeken zijn het. Sterren. Golven. Blokken. Cirkels. Bloemen. Slingerende psychedelische patronen zijn het. In die stoepen verstopt. Geniaal gecomponeerd als ritmische patronen in snerpende techno. Dat kan geen toeval zijn. Straks naar Sónar: festival de música eletrônica.
dank aan alle inzenders voor de gedichten – ik ontdekte dat het thema niet echt mijn thema is – vergeef me de commentaren – ken gebeuren – het ding is geen poëtisch ding – volgende week een echt thema haha – en dat de dichters er toch nog wat van gemaakt hebben. voor Anke het goud – de verantwoording leest u onder de gedichten.
iPhone
als de kogels en het vuur zal ik dan snel foto’s maken of druk ik jouw nummer in als ik dat ding vinden kan in de warboel in mijn tas
alleen maar een appje zal ik dan denk ik sturen als mijn hand niet te erg trilt met ik hou van jou en misschien nog net een hartje
anke labrie 24-03-2024
een teken van leven in barre tijden in wezen de essentie van de smartphone – in alle eenvoud de phone, de mens, de liefde hier aangeraakt. ik zeg goud. van harte Anke!
Frans Terken – dromen in de cloud
Ton Huizer – ze gaan waar ik ga
Rob Mientjes – Hij toet en belt
Erika de Stercke – de batterij sla ik uit je lijf,
Rik van Boeckel – jouw stem tegen mijn oor
Anke LAbrie – als ik dat ding vinden kan
wie wint de enige echte virtuele – naar een door de dame m a ter haar aangedragen thema – uw geliefde gehate smartphone is wel een dingetje – trofee op pomgedichten punt nl? kent u de regels – ja u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 8 uur. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
noem het maar geen liefde
je kunt ook zeggen dat ik alle zuurstof uit je had gezogen en aan frisse lucht toe was
ik weet nog dat je me een keer een smsje stuurde tussen het vrijen met een ander door
daar drinken we dan maar op schreef ik terug en noem het maar geen liefde
pom wolff
Online & verbonden
Je voert een broekzakgesprek als je smartphone uit zichzelf contact met me opneemt
veel o’s en a’s en hmhmhm valt er iets van belang te horen het fijne ervan gaat even aan mij voorbij
zo zonder jou te spreken weten dat jij in mijn nabijheid bent met een vinger onder handbereik
van vroeg tot laat op het lijf gedragen slim met elkaar verbonden tussen stille modus uit en aan
tegen de nacht me maar losgemaakt je met een half oog weggelegd naast het hoofdkussen
nog een zwaai en een handkus naar je foto op het scherm vang ik dromen in de cloud
eerlijk gezegd komt het dichie niet helemaal bij mij binnen – op de laatste strofe na – die is duidelijk – dichter lijkt ook toe te werken naar de laatste strofe. de smartphone is zonder meer aanwezig in het gedicht maar dichter dicht het ding eigenschappen toe die voor mij net teveel buiten wat waar kan zijn liggen. de strofen 3 en 6 omarm ik – de andere minder.
Verbinding verbroken
Een zeis op de lijn maar ik zie ze nog steeds
op een schermpje dicht bij mijn huid ze gaan waar ik ga
ik wis ze niet uit althans nu nog niet dat komt later wel
je weet immers nooit de techniek gaat zo snel…
Ton Huizer
ik weet niet wat het is – het zal ongetwijfeld aan mij liggen – maar ook dit dichie komt niet helemaal binnen bij mij. nou heb ik toch altijd al moeite met beelden die de dichter zijn werk inschrijft wanneer deze min of meer gezocht zijn. en gebeurt van alles in dit gedicht maar vraag mij niet wat.
Goedeavond Pom, Vanuit een warme hand rechtstreeks via mijn smartphone per mail doorgezonden. Een gedicht in wording, zonder censor. Moet kunnen. Printen mag, hoeft niet.
Smart op mijn foon Doe maar Maroc en een beetje Nepal Op hoek vet om acht Betaal bro later
Smart op haar foon Tiktokkie zegt tis uit Dramaqueen jankt tuiten Op naar de volgende
Smart op zijn foon Formules achterop geplakt Meester ziet alleen scherm Toch mooi een zesje voor Wis
Het is een ding dat leeft Mits op tijd gevoed Via lijflijnkabeltje Van het juiste merk
Hij toet en belt Valt soms in de plee Mijn hebbedingetje Slaap zacht … op nachtkast
… en tot slot als toegift … een verse foto van mij … van mijn foon … via mijn foon.
Rob Mientjes
ik geloof toch dat het gekozen thema mijn thema niet is. rob zorgt er in ieder geval voor dat een keur aan gebruikers aan het hebbedingetje gekoppeld worden – gebruikers met eigenaardigheden gebruikers met hun eigen taal.
voornemens
ik vloek je onder de grond wanneer je zich als een ongehoorzaam kind verstopt
een kruisbogen van mijn zenuwen rent door de kamers en loert naar alle tafels
jij, oorzaak van twee gemiste afspraken leugens voor de reputatie heb ik nodig
moet ik liefhebben terwijl je uren zwijgt hersenen spoelen in knopen achteruit
vroeger wist ik waar je stond met draden tot aan de dood in de muur verbonden
maar nu, snotaap, je verandert constant van plaats, in de tas, broekzak, eetkamer
waar is jouw recht tot bellen, ik met nood aan sociale contacten verlies tijd en geld
de batterij sla ik uit je lijf, het scherm kan breken, ik verfoei die achterbakse streken
dat de nummers verdwijnen daar maal ik niet om, jij leegloper van een oud mobiel
mijn licht gaat nu uit en de voordeur blijft tot morgenvroeg dicht
Erika De Stercke
dichter raakt steeds meer geïrriteerd zoveel is zeker hier. de eerste vier strofen herbergen voor mij duistere zaken. ik volg de taal en de woorden en raak geheel in de war. deze week deze wedstrijd is mijn week niet mijn wedstrijd niet – het lijkt erop dat de dichters hebben afgesproken – we moeten die wolluf met zijn zinloze streven naar helderheid eens een goed lesje leren.
Verbinding van pure waarde
Van blijdschap naar smart het is gewoon met de phone
ik dans met mijn stem naar jou dat is de pratende weg waar ik van hou
verbinding is de wereld van nu verbreken heeft nimmer zin
een gesprek is het liefdevolle begin tussen hemel en aarde
we spreken elkaar in pure waarde hou jouw stem tegen mijn oor
mijn trommelvlies breekt nimmer verbinding draaft door en door.
Rik van Boeckel 23 maart 2024
deze begrijp ik wel – gelukkig begrijp ik toch nog iets. en geheel in riks stijl – een in volle glorie uitgeschreven eerbetoon lezen we aan het ding – dat mooie dingen genereert alsvolgt door de dichter beschreven:
een gesprek is het liefdevolle begin tussen hemel en aarde
gisteren in ZAAL 100 de hand gedrukt van m a ter haar – een dame, limburgs accent – je bent al vaker in eijlders geweest he vroeg ik – maar vroeger nooit – nee inderdaad ik bleef altijd onder de radar was het antwoord – ik treed nu ongeveer een jaar op en naar buiten. heb je een gedicht voor de pomsite? vroeg ik – kun je die mailen? nee ik kan niet mailen – ik heb geen computer ik ben totaal digibeet. o wat interessant glimlachte ik – mag ik dan een foto maken van een gedicht? dan lijkt me het gedicht smartphone wel gepast antwoordde m a ter haar. en ik heet m a ter haar. dank je wel m a ter haar.
We laten vaak de hond uit langs de Rotte. Onder het viaduct naar het Oude Noorden staat dan vaak een vrouw de vogels eten te geven. Dat doet ze al jaren. Het is een wat verwaarloosde oudere vrouw. Ze voert de vogels brood. Vooral de duiven, die nestelen onder het viaduct zijn er gek op. Als we met de hond langslopen, wil deze nog wel eens aanslaan en proberen de vogels weg te jagen. Wij houden hem dan kort. Het vrouwtje kijkt ons dan glazig aan.
Afgelopen zondag lieten we de hond weer uit langs de Rotte. Verderop richting het viaduct was een het onrustig. Het was er drukker dan normaal met mensen. Ze leken ook stil te staan op de plek waar normaal de vrouw vogels voert. Er klonken verontrustende klanken, toen we dichterbij kwamen. Het werd luider, als grienen tot schreeuwen. Ik drong me door de haag van mensen die zich gevormd had en het schouwspel dat ik toen gadesloeg, maakte me angstig.
In het water dreven twee dode zwanen en een paar dode eenden. Op de kant ontwaarde ik ook wat dode meerkoeten. Verder lagen er heel veel dode duiven. Sommige nog in doodsstrijd. Te midden van de zieltogende vogels stond het vrouwtje. Ze had een onheilspellende glinstering in haar ogen en keek me ineens grijnzend aan. Ik wendde snel mijn blik af, want het leek of ze recht mijn ziel in keek en mijn afschuw voelde. Het greep me bij de keel. Ik draaide me om en liep snel weg. De hond liep gedwee mee en gaf geen kik.
Een paar dagen later hoorde ik iemand zeggen, dat het vrouwtje dementerend was en de vogels opzettelijk vergiftigd had met een geurloos en smaakloos gif, waar ze het brood me geïmpregneerd had. De dierenambulance had in totaal vijfenveertig karkassen meegenomen. Zelf was ze naar een instelling gebracht, door de hulpdiensten. Niemand wist waarom ze het gedaan had.
Die avond droomde ik dat ik kon vliegen. Ik vloog over de stad. Ik zag de dagen voorbijvliegen of het seconden waren. De decennia vervliegen in minuten. Alles veranderde, tot de nacht kwam. Toen zag ik oplichtende bakens, als van een vliegveld. Ik vloog erop af en maakte me klaar voor de landing. Ineens veranderden de rode lichten in de ogen van het oude vrouwtje en schrok ik wakker. Mevrouw Solo vroeg wat er was. Ik vertelde dat ik gedroomd had van het vrouwtje, dat alle vogels dood gemaakt had. Mevrouw Solo zei dat ze niet begreep waar ik het over had. Die ochtend kon ik ook op internet niets meer vinden over het incident. Maar het vrouwtje zag ik vanochtend niet bij het water de vogels voeren.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
vieze vuile vel wit ik kan hier in mijn eentje wel grensoverschrijdend zitten te doen of ik kan mezelf wel over de computer heen trekken vieze vuile vel wit
of je als worddocument vernederen op je knie-en of … ik sla je niet op of nog erger ik sla je wél op je vieze vuile vel wit
om je nooit meer te openen levenslang op een harde schijf opgesloten tussen onbenullen en enen
of je donderdag 21 maart in zaal 100 voordragen voor de shredder de mensen zullen hoofdschuddend naar mij kijken
om al die agressie en milieuonvriendelijkheid of je voor het laatst opvoeren in mascini op maandag 15 april daar kan er vermoed ik nog net een lachje vanaf
1 Ik luister (stil is het hier binnen) mijn hele lichaam gekromd als een kom naar iets achter de horizon van horen zoals het zingen van de dingen zachte kreten van ik kom het sputteren of ultrasonisch gillen (een vork: je staat op mijn tenen)
op straat lopen robots witte pijpjes in hun oren zij maken gebaren , praten in talen doen alsof ze elkaar verstaan maar ik hoor ze niet luisteren.