
Telkens storm (en een vallend glas water)
telkens
struikelt mijn hart
onontkoombaar zo weer in het diepe
nogmaals kopje onder
zinken in elkanders onderwereld
telkens
duiken nog dieper luisteren
zwemmen zwemmen blijven zwemmen niet verzuipen
in die ogen vragen wervelen antwoorden
de overrompelende veelheid fonkelend
telkens
zink ik als een baksteen naar de bodem
pak jij mijn hand en wil ik alleen nog aanraken
oplossen omstrengelen onder deze huid kruipen
niet loslaten, niet loslaten, niet
telkens
net niet verzuipen of juist wel ga ik dit redden jou mij redden
kom ik duizelig en totaal ademloos weer boven
als het vallend glas huilend van tafel stroomt
en ik ook onbegrijpelijk
telkens
weer voor jou val als
jij soepeltjes voor mij op de knieën gaat om
wederom de watersnood op te dweilen
en mij dan lachend op de mond kust
Seraphina Hassels




















